HOME



VOGELPRAKTIJK  'DE HORST'


Papegaaiengedrag
Het komt regelmatig voor in mijn praktijk dat ik in aanraking kom met papegaaieneigenaren die wanhopig worden van het gedrag van hun papegaai. Vaak kopen mensen een papegaai omdat die niet, zoals een hond drie keer per dag uitgelaten hoeft te worden. Wat men zich niet realiseert is dat je minstens even zoveel tijd kwijt bent aan een papegaai, en dat alleen om zijn gedrag in goede banen te leiden. Deze eigenaren realiseren zich niet dat het moeite en tijd kost om probleemgedrag bij papegaaien te voorkomen. Daarin zijn papegaaien niet anders dan honden, paarden en andere (gedomesticeerde) huisdieren. Wat wel anders is bij papegaaien in vergelijking tot de gedomesticeerde dieren, is dat een papegaai een dagelijkse training nodig heeft om zijn gedrag acceptabel te houden. Gebeurt dit niet, dan vervalt hij in zijn `natuurlijke´, `wilde` gedrag dat onherroepelijk tot problemen leidt. Een hondeneigenaar hoeft niet iedere dag met zijn hond alle commando´s door te nemen. Een papegaaieneigenaar heeft deze luxe niet. Hij moet iedere dag een bepaalde tijd reserveren om zijn papegaai te trainen en hij zal zeer regelmatig, zo niet dagelijks, vrijwel alle commando´s die het dier kent de revue moeten laten passeren. Dat kost tijd en energie. En tijd en energie zijn schaarse goederen in onze steeds drukker wordende maatschappij.

Andere eigenaren zijn weer te dol op papegaaien. Vaak houden zij zoveel van hun huisdier dat de grenzen vervagen tussen mens en (huis)dier. De papegaai wordt bijna beschouwd als een kind.
Helaas zijn papegaaien niet geschikt om een leven te leiden als een mensenkind. De regels waaraan mensen zich te houden hebben zijn voor de papegaai te vaag en te complex. Zaken als inspraak, knuffelen en vrijheid van keuze zijn begrippen die voor een papegaai niet te begrijpen zijn. Inspraak ziet hij als onzekerheid van de leider. Een goede sterke papegaaienleider weet immers wat er gebeuren moet en laat geen inspraak toe. Hij gaat niet eerst met zijn groepsgenoten overleggen. Vrijheid van keuze betekent voor een papegaai dat hij geen aanwijzing krijgt over wat hij moet doen. In de natuur krijgt een papegaai altijd aanwijzingen van zijn groepsgenoten over wat er staat te gebeuren en wat er van hem verwacht wordt. Als zijn groep ´s ochtends onrustig wordt, weet hij dat het tijd wordt om eten te gaan zoeken. Als de groep aan het eten is en plotseling wegvliegt weet hij dat er gevaar dreigt. Als de groep ´s avonds in de slaapboom neerstrijkt weet hij dat het tijd wordt om zijn veren te poetsen en om te gaan slapen. Vrijheid wil zeggen dat hij geen aanwijzingen krijgt over wat zijn taak is. Hij heeft dan twee mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is dat hij de leidersrol op zich neemt en probeert in het huishouden te bepalen wat er gebeurt. Dit is nooit succesvol, want een papegaai is er niet voor gemaakt om te overleven in onze maatschappij en in onze huizen. De tweede mogelijkheid is dat de papegaai heel onzeker wordt en het gevoel krijgt dat hij in de steek gelaten wordt. Veel papegaaien die in deze omstandigheden verkeren wisselen deze twee rollen af. Het resultaat is een onzekere, dominante papegaai. In de volksmond worden dit soort papegaaien `verwend` genoemd. Zij zijn gewend hun zin te krijgen. In de ogen van de vogel is dat niet meer dan normaal, want zij zijn de leider. Krijgen ze niet onmiddellijk hun zin, dan gaan ze onzeker gedrag vertonen dat zich uit in bijvoorbeeld tics (stereotiep gedrag) of agressie. Komt er bijvoorbeeld een mens in de buurt dan gaan ze proberen de aandacht te trekken. Reageert die persoon niet zoals ze willen dan worden ze agressief. Dat is in hun ogen heel natuurlijk gedrag. Als, in de natuur, een groepsgenoot iets doet wat de leider niet zint, dan krijgt hij ook een knauw. In de natuur resulteert dit erin dat de ondergeschikte papegaai zich gedraagt of wegvlucht. Maar hier bij ons heeft het tot resultaat dat de leider met een `foei` wordt opgesloten in zijn kooi en wordt genegeerd. Iedere papegaai zou daar gek van worden.

Knuffelen, tenslotte, heeft bij papegaaien altijd een seksuele bedoeling. Knuffelen doe je met je partner als je broeds wordt en jonkies wilt. Daarbuiten wordt niet geknuffeld. De enige uitzondering vormt misschien het verzorgen van het verenkleed. Een papegaai is min of meer afhankelijk van anderen om de plekjes van zijn lichaam te verzorgen waar hij zelf niet goed bij kan. Bijvoorbeeld zijn kop en het eerste stukje van zijn hals. Heel vaak is het toch de partner van de vogel die deze plekjes verzorgt, waardoor dit gedrag toch wel een seksuele lading heeft. Maar ook vogels zonder partner kunnen bij elkaar de veren verzorgen. Bij ons mensen is knuffelgedrag zeker niet altijd seksueel geladen. Bij ons is het een vorm van communicatie die gebruikt kan worden bij kinderen, vrienden en zelfs bij relatief onbekende mensen (denk maar aan het kussen ter begroeting). Het knuffelen dat mensen doen bij hun papegaai is ook absoluut niet seksueel bedoeld (mag ik hopen), maar dat weet de papegaai niet. Een papegaai is, net als elk ander dier, er op geprogrammeerd om zich te willen voortplanten. Daarom wil een papegaai, als hij de kans krijgt, een partner. Wat is er voor het dier eenvoudiger dan de groepsgenoot uit te kiezen die zich door zijn knuffelgedrag al min of meer presenteert als partner?

Chica behoort ontegenzeggelijk tot de zojuist genoemde categorie. Zij is een middelgeelkuif kaketoe in de bloei van haar leven. Zij heeft alles wat haar hartje begeert: eigenaren die haar op handen dragen en bereid zijn haar alle aandacht te geven die ze wil, een goede verzorging en een grote kooi waar ze gedurende de dag regelmatig uit mag. Chica is bij de eerste kennismaking ook echt een schat van een kaketoe. Zij kan met iedereen overweg, mannen, vrouwen en zelfs kleine kinderen. “Zij heeft nog nooit iemand gebeten” vertelde de trotse eigenares toen zij bij mij op bezoek kwam. Ik had Chica al enkele jaren eerder ontmoet en heb langzaam gezien dat haar gedrag verergerde. De eerste keer dat ik Chica zag, was twee jaar geleden. Toen was het probleem dat zij haar veren plukte. Ze had van een andere dierenarts een kraag gekregen waardoor ze nu alleen haar pootjes plukte: het enige gebied waar zij nog bij kon. Hoewel de eigenaren erg begaan waren met haar en alleen het beste wilde voor hun kaketoe, hadden ze enkele basisfouten gemaakt in de omgang met Chica. Zo stond haar kooi altijd open zodat ze de vrijheid van keuze (!) had waar ze wilde zijn. Verder kwam de eigenares onmiddellijk naar haar toe als zij begon te krijsen. 's Avonds, als de eigenares op de bank televisie aan het kijken was, zat Chica bij haar en wilde continu geaaid worden. Op dat moment wilde ze niets van de eigenaar weten. Toen al zag ik dat Chica kleine wondjes op de borst had. Ik adviseerde de eigenares om zelf te bepalen wanneer zij naar Chica ging en dit niet door haar kaketoe te laten bepalen. Er was anders een groot risico dat Chica een schreeuwer zou worden. Verder adviseerde ik hen om het dier pellets te gaan geven, zodat zij in ieder geval voldoende vitamine A binnen zou krijgen om nieuwe veren aan te kunnen maken. Een week later  bleek dat Chica in de tegenaanval was gegaan. Het dier was tot bloedens toe zichzelf gaan pikken. Ze deed dit vooral als de eigenares in de buurt was. Dat is het grote probleem bij kaketoes. Je moet er geestelijk goed op voorbereid zijn dat zij niet zonder slag of stoot accepteren dat er ineens anders met hen wordt omgegaan. En hun tegenaanval kan drastische vormen aannemen, dat zal na dit verhaal duidelijk zijn. Toen Chica weer haar kraag omkreeg, werd ze een ‘traliezuiger’. Een traliezuiger is een dier dat op bepaalde momenten aan één stuk door aan zijn tralies zit te sabbelen. Als dieren dit doen worden zij rustig, maar ook afwezig. Ze maken de indruk dat zij ‘high’ zijn en dat zijn zij ook tot op zekere hoogte. Dit soort gedrag wordt stereotiep gedrag genoemd en zorgt ervoor dat er bepaalde stoffen (endorfinen) in de hersenen vrijkomen. Deze stoffen lijken op morfine en hebben dezelfde eigenschappen: ze maken een vogel rustiger en geven hem een prettige ‘roes’. Op deze manier kunnen zij omgaan met stress. Stereotiep gedrag zie je veel bij dieren in de bio-industrie. Deze dieren hebben de hele dag niets te doen maar staan wel voortdurend onder stress doordat zij in kleine hokken gehuisvest zijn met veel soortgenoten waardoor ze zich nooit terug kunnen trekken en geen privacy hebben. Veel van deze dieren leren omgaan met deze voortdurende stress door middel van stereotiep gedrag.
Ik adviseerde de eigenares om contact op te nemen met een gedragsdeskundige voor papegaaien om te proberen het gedrag van Chica in andere banen te leiden. Na enkele maanden kreeg ik bericht dat dit helaas niet geholpen had.
Desondanks omschreef de eigenares Chica als een tevreden kaketoe die alleen (!) je aandacht eiste door te schreeuwen als je met anderen sprak of als je telefoneerde. Dat vonden de eigenaren geen groot probleem. Waar ze wel moeite mee hadden was dat Chica zichzelf beschadigde. Als ze de kans kreeg maakte ze namelijk een grote wond midden op haar borst en bleef daar aan pulken totdat iedereen er radeloos van werd. Om te voorkomen dat er nare complicaties zouden voorkomen uit haar gedrag, hadden de eigenaren een stuk isolatiepijp om haar hals gedaan, met een grote plastic kraag. Dat voorkwam dat ze aan haar borst kon komen. Ze was nog wel zo lenig dat ze bij haar pootjes kon, en die waren dus ook kaalgeplukt, maar gelukkig niet beschadigd. Als de kragen afgedaan werden, dan ging het twee dagen goed. Die twee dagen zat ze namelijk continu haar verwaarloosde verenkleed in orde te brengen. Op de derde dag begon de zelfverminking weer van voren af aan. De eigenaren waren zo langzamerhand aan het einde van hun latijn. Zij wilden geen kaketoe die zijn leven lang een kraag om moest. Zij wilde een kaketoe die gelukkig was. Zij waren zelfs bereid om afstand te doen van hun geliefde Chica als haar dat gelukkiger zou maken. Ten einde raad wendden ze zich tot mij met de vraag of ik een oplossing voor dit probleem wist.
Ik besloot Chica enkele weken bij mij in huis te nemen, ondanks het feit dat het bij mij op het privé-front behoorlijk druk was. De eigenaren gingen op vakantie, dus één en andere was snel gecombineerd: Chica kwam bij mij in pension gedurende de tijd dat haar baasjes op vakantie waren. Om haar zo snel mogelijk op haar gemak te laten voelen en om iets te hebben om haar gedrag op een positieve manier te kunnen sturen, vroeg ik de eigenaren naar de dingen die Chica heel erg prettig of lekker vond. Haar favoriete hapjes waren chips, koffie en friet (!). Ze wilde ook graag brood, maar alleen rechtstreeks uit iemands mond. Ze at normaliter pellets behalve op zondag, dan kreeg zij zaden. Verder, werd mij verteld, zat Chica veel op stok, bewoog zich nauwelijks en was veel met haar verenkleed bezig. Spelen deed ze alleen met speelgoed waar touwen aan vastzaten, maar ook daar was ze niet fanatiek in. Chica kwam in de zomer regelmatig buiten maar ze werd niet vaak meegenomen in de auto omdat ze dan last had van reisziekte.
De mogelijkheden om een band met Chica op te bouwen waren dus beperkt, gezien de opmerkingen van de eigenaares. Het zou weinig kans van slagen hebben om haar afleiding te bieden met behulp van speelgoed of door haar mee te nemen. Ik probeerde het nog even met zonnepitjes in een treatwheel maar Chica had daar inderdaad geen interesse voor. Ik zal nooit eten uit mijn mond aan een papegaai geven. Het geeft de papegaai namelijk het signaal dat je hem wel ziet zitten als partner. Aangezien seksueel gedrag van een papegaai naar een mens altijd verkeerd uitpakt zal ik een vogel niet op die manier op het verkeerde been zetten. Een stukje droog brood uit de hand kon Chica's interesse niet wekken, zelfs niet toen ik er een likje pindakaas op had gedaan. Dus ook dit viel af. Friet is lastig omdat in mijn huishouden maar zelden friet wordt gegeten. Mijn koffie werd evenmin gewaardeerd. Waarschijnlijk was Chica niet bekend met de zakjes oploskoffie die ik normaliter drink. Dus binnen een dag zat ik met een zak chips voor Chica. Tot groot genoegen van mijn dochtertje die Chica goed voor kon doen hoe je chips eet. Verder schafte ik de zaadmaaltijd op zondag af, zodat ik haar dagelijks met wat zonnepitjes kon proberen te lijmen.
Daar zat ik dan met Chica en hoewel er voor de eigenaren maar één probleem was: de zelfverminking, realiseerde ik me terdege dat er achter dit probleemgedrag nog veel meer schuil ging. Het begon allemaal erg lastig. Chica werd gebracht in een reiskooitje waar zij wat zenuwachtig heen en weer trippelde, voor zover haar grote kraag haar dat toeliet. Na het afscheid van haar baasjes werd haar onzekerheid nog groter. Op zich is dit natuurlijk niet verwonderlijk. Je zult maar ineens ‘gedumpt’ worden in den vreemde waarbij je geliefde baasjes ineens in geen velden of wegen te bekennen zijn. Ik liet Chica lekker in haar reiskooitje omdat ik haar mee naar huis wilde nemen en omdat ik haar niet meteen vast wilde pakken om haar in een grotere kooi te zetten. Ze had momenteel al genoeg stress. Ik zette haar bij mij op tafel zodat ze de kamer goed kon overzien. Bij haar kooi kwam een grote pot zonnepitten, en regelmatig als ik langskwam bood ik er haar een aan. De meest succesvolle manier om snel vriendjes te worden, dacht ik. De meeste papegaaien trappen ook graag in deze truc. Chica niet. Chica wilde niets. Mijn dochtertje van drie, die dol is op kaketoes, probeerde het ook eens maar werd prompt gebeten. Niet erg hard, maar zeker hard genoeg om goed te schrikken. De eerste rit naar huis verliep vrij rustig. Chica maakte soms wat gaapbewegingen, een teken van misselijkheid, maar ze kokhalsde of braakte niet en leek verder niet erg van slag door deze reis. Wel bleef ze erg onzeker. Ze trippelde veel op haar stokje. Op de overdreven manier waarop ze het deed, waarbij ze haar pootjes hoog optrok en een beetje voor zich uit strekte en een beetje glazig voor zich uitkeek, was het duidelijk dat het ging om ‘stereotiep’ gedrag. Gelukkig stapte ze, eenmaal thuis gekomen, makkelijk op mijn hand vanuit het reiskooitje en stapte vervolgens redelijk rustig op een standaard in de kamer. Dat leek haar wel te bevallen.
Chica bleek absoluut geen lastige kaketoe, althans niet bij mij thuis of op de praktijk. Nooit heeft ze geschreeuwd tijdens het telefoneren. Alleen 's ochtends vroeg wil ze zich wel eens laten horen, maar dat vind ik normaal voor een kaketoe. Daarbij schreeuwt ze niet eens erg hard, ze maakt gewoon duidelijk dat zij er is en vraagt zich af waar haar groep is. Ze vliegt niet van de standaard, ze gooit geen voer in de kamer rond, ze is zelden of nooit aandacht aan het trekken. Kortom: ze vertoont absoluut niet het gebruikelijke kaketoegedrag. Chica gedroeg zich alsof ze niet aanwezig was en voortdurend met haar kopje ergens anders zat. Kwam je langs met een zonnepit, ach dan wilde ze die de eerste drie of vier keer wel aannemen, maar daarna of met iets anders moest je haar niet lastig vallen. Chica leek op een dromerige leerling in de klas tijdens een oersaaie les. Een leerling die liever droomt dan aan het leven deel te nemen. Alleen als je iets deed dat in haar ogen vervelend was, dan kwam ze bij haar positieven en beet. Een effectievere methode om met rust gelaten te worden bestaat er bijna niet. Ik kreeg Chica dus ook niet meer met een "stap op!" van de standaard. Gelukkig was ze gewend aan handdoeken zodat ik haar zonder al te veel gedoe in een kooi kon zetten voor de nacht. De volgende dag besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en verwijderde haar kragen. Fanatiek begon ze haar veren te poetsen. Ze trok enkele oude donsveertjes uit, maar de rest van haar verenkleed of haar huid werd niet beschadigd. Zou het zo makkelijk zijn?
Helaas, in de loop van de volgende dagen begon Chica weer met het traliezuigen. Een teken dat zij nog steeds gestresst was. Ook de zak chips die na een dag bij de kooi gezet werd kon Chica niet genoeg bekoren. Een groot stuk chips wilde ze wel, maar als je kleinere stukjes gaf moest je goed oppassen voor je vingers. Met een groot stuk chips was ze vervolgens tijden bezig. Ik heb met verbazing haar eens meer dan twee uur op haar rechterpoot zien zitten, met in de linker poot het stuk chips waar elke paar minuten een minuscuul stukje vanaf geknabbeld werd. Desalniettemin viel chips dus ook af als beloning, want ik wilde mijn vingers graag heel houden. De eerste week dacht ik nog dat Chica misschien even moest wennen aan de nieuwe situatie, maar ook het weekend daarna bleef ze hetzelfde gedrag vertonen. Ik probeerde nu maar eens een rechtstreekse benadering. Ik ging voor de kooi van Chica zitten op een moment dat ik rustig was en niets anders om handen had. Ik deed de kooi open, mijn hand naar binnen en gaf het commando "stap op". Vervolgens dreigde ik bijna mijn wijsvinger kwijt te raken. Gelukkig kon ik me inhouden zodat Chica niet nog meer zou schrikken van mijn gedrag, maar voor mij was duidelijk dat dit niet zou werken: ik heb maar tien vingers. De dagen daarop had ik het erg druk, waardoor ik niet veel rust kon vinden om Chica te benaderen. Ik zette haar bij mij in de praktijk achter mijn bureau, zodat ze de hele ruimte goed kon overzien en toch niet te dicht in de buurt was van bezoekende patiënten. Op het moment dat er vogels kwamen waarbij ik een besmettelijke ziekte niet kon uitsluiten verplaatste ik haar even naar de wachtkamer of naar mijn kantoortje dat apart ligt van mijn praktijk. Chica vertoonde steeds minder stereotiep gedrag maar was nog wel de hele dag bezig met haar verenkleed. Ze deed nog steeds niets met het treatwheel vol zonnepitten, ondanks het feit dat ik haar maar zelden een pitje tussendoor gaf. Ook een speeltje met veel kleurige touwen werd totaal genegeerd. Als mijn dochtertje langskwam dan reageerde ze gelukkig niet meer agressief. Waarschijnlijk was ook dit door gewenning en ‘flooding’.
Flooding is een manier om een dier (of mens) iets af te leren door hem of haar heel vaak in die situatie te brengen. Mijn dochtertje moest langs de kooi van Chica lopen om bij haar speelhoekje te komen. Omdat mijn dochtertje het meestal leuk vindt om mee te kijken als ik bezig ben met een patiënt, loopt zij voortdurend van een naar haar speelhoekje. Zo vaak dat Chica er op een gegeven moment moe van werd om steeds te reageren. Omdat Chica niet meer agressief op haar reageerde ging zij de kaketoe ook weer proberen te voeren. Na enkele dagen kon zij enkele zonnepitjes aan Chica geven als ze het maar heel voorzichtig en langzaam deed. Maar de vooruitgang in haar gedrag ging mij te langzaam en de progressie was ook niet voldoende. Hoe kon ik Chica duidelijk maken dat het leven leuk, spannend, aangenaam en interessant is als je de regels van het spel maar kent? Hoe kan ik een vogel de regels van het spel uitleggen als hij helemaal niet geïnteresseerd is in spelen of regels? Spontaan zou er niets gebeuren, dat was duidelijk.
Aan het einde van de week zat ik nog steeds met dit probleem in mijn maag. Chica was, doordat ik niets meer van haar vroeg, wel tot rust gekomen en beet niet meer. Maar dat was dan ook alles. Op vrijdag was het wat rustiger in mijn praktijk dus vatte ik het plan op om gewoon van voren af aan te beginnen alsof Chica een kaketoe was die nog nooit iets had geleerd. Wel deed ik een handdoek om mijn hand voor mijn eigen gemoedsrust. Alleen als ik rustig was kon ik ervoor zorgen dat Chica ook rustig genoeg was om te begrijpen wat ik wilde. Toen ik met een "stap op" mijn hand naar binnen stak kreeg ik meteen enkele houwen met de snavel. Maar dankzij de handdoek had ik er geen last van. Chica had door dat haar tactiek niet werkte en probeerde weg te komen. Dat lukt natuurlijk ook niet in de kooi. Ze ontkwam er niet aan om enkele keren via mijn hand naar de andere kant van de kooi te klimmen. Op zo'n moment bevestigde ik dat onmiddellijk met een "goed zo" en bood ik haar een zonnepitje aan. Chica wilde niets aannemen. Dus hing ik een leeg voerbakje bij haar zitstok en elke keer als ze over mijn hand klom kreeg ze met een "goed zo" een pitje in haar bakje. Toen de sessie na enkele minuten voorbij was (ze had enkele tellen op mijn hand zitten uitblazen waardoor ik de sessie positief kon afsluiten), verliet ik de kamer. Toen bleek er een licht aan het einde van de donkere tunnel te gloren:  Chica begon onmiddellijk van haar pitjes te snoepen. Zou ze door hebben dat ze die verdiend had met het opstappen?
De volgende dag bleek dat ik kaketoes in het algemeen en Chica in het bijzonder weer eens onderschat had. Ze baalde van mijn handdoek en probeerde me nog een keer te bijten. Maar met een chagrijnige kop stapte ze een aantal keren op alsof ze wilde zeggen: "ik weet best wel wat je wil en dat kan ik ook goed maar hoepel daarna maar op en laat mij mijn zonnepitjes opeten"'. Natuurlijk voldeed ik aan dat verzoek. Zondag was ze zelfs bereid om tijdens de trainingssessie enkele pitjes uit mijn hand aan te nemen. Als beloning mocht ze op de standaard, waar haar bewegingsruimte een stuk groter is dan in haar kooi. Dat leek ze even leuk te vinden maar ze wilde na een half uurtje weer terug in haar kooi. Daar vond ze het toch veiliger en rustiger. Ze begon zich ook in andere situaties meer te uiten. Een goed teken. Op zaterdagavond was ik nog laat bezig toen ik plotseling "Chica lapen" hoorde. De eigenares had mij verteld dat zij dat zei als ze haar deken over haar kooi wilde. Natuurlijk voldeed ik aan dit verzoek. Mijn dochtertje kon haar inmiddels zonder problemen hapjes voeren en zij ontdekte dan Chica naast zonnepitjes ook amandelen lekker vond. Eindelijk een beloning die ook nog een beetje gezond is. Chica was ook naar andere mensen redelijk vriendelijk. Alleen een bezoekende collega die in het begin van de week langskwam en dichtbij haar kooi stond, probeerde ze ineens te bijten. De man had haar niet eens opgemerkt en stond met zijn rug naar haar toe, dus ik begreep niet goed wat deze agressie veroorzaakt had. Ik gaf Chica een uitbrander door vrij nadrukkelijk "foei" te zeggen. De rest van de dag was zij rustig, ook als hij in de buurt kwam.
Omdat het erg warm was, nam ik haar 's avonds niet mee naar huis. Ik had gemerkt dat haar reisziekte toch wat opspeelde en ik wilde niet dat zij, door de warmte, nog misselijker zou worden. Ook had ik sterk het idee dat Chica met rust gelaten wilde worden. Als ik, zoals ik dat ook bij andere vogels doe, drie keer per dag met haar het opstappen trainde kwamen haar stereotypen onmiddellijk in alle hevigheid naar boven. Met een enkele training per dag bleven de stereotiepen grotendeels weg. Eigenlijk zonder er bij na te denken werd deze ene sessie korter en korter. Als ik om vijf uur 'smiddags naar huis ging en de deken over haar kooi deed, ging zij onmiddellijk rustig op haar stok zitten, vouwde haar wangveertjes over haar snavel, sloot zij haar ogen en begon rustig te snavelknarsen. Dat was het moment van de dag dat zij het meest prettig vond. Zo ontwikkelden we met zijn tweeën een eigen, rustige manier van omgaan met elkaar. Ik deed een korte opstapsessie per dag en zij stond bij mij in de praktijk zodat ze toch voortdurend onder de mensen was. Verder eiste ik weinig van haar. Zij gedroeg zich uitstekend: was rustig, beschadigde zichzelf totaal niet en schreeuwde maar hoogst zelden en dan voor korte tijd. Er was eigenlijk maar een ding dat me ergerde: ze was voortdurend met haar veren bezig. Ze beschadigde haar veren niet, want ik vond nooit een veer op de bodem van de kooi, maar ik vond wel dat ze veel te veel tijd met haar veren doorbracht. Was dit toch een vorm van stereotypie of was het gewoon verveling omdat zij niet wist hoe zij zich moest vermaken? Toch maar even de treatwheel van stal gehaald. Ze had er eerder geen interesse voor gehad, dus had ik hem opgeborgen maar het kon geen kwaad het nog eens te proberen. 
En zowaar, ze zag de lol ervan in. Zeker als ik er zonnepitjes in deed. Een nadeel was dat zij na ongeveer een half uur het hele rad had leeggehaald. Op zoek dus naar andere voerzoekspelletjes. Ik had nog een hamster-voerruifje: een soort gazen bol met een klepje. Als je het klepje opende, kon je iets lekkers in de bol leggen. Helaas is de maasbreedte van zo'n bol vrij groot, waardoor je lekkere hapjes een zeker formaat moeten hebben. Een walnoot is het meest geschikt. Ik had Chica al eerder wat stukjes walnoot gegeven en zij leek dit redelijk lekker te vinden. Jammer genoeg vond zij de noot niet lekker genoeg om er moeite voor te doen. De eerste paar dagen vond zij het wel leuk om te rommelen met de bol die in haar kooi hing, vooral ook omdat er een rinkelend belletje aanhing. De noot interesseerde haar hoegenaamd niet. Na een paar dagen keek zij niet meer naar de bol om. De volgende stap was een kokosnoot die ik in de dierenwinkel als hamsterholletje was tegengekomen. De kokosnoot had drie openingen die net te klein waren voor Chica's kopje. Door de ene opening stak ik een touw waaraan een paar houten klosjes zodat deze de opening in de kokosnoot blokkeerde. Ik kon de kokosnoot vervolgens aan het touw ophangen en er een handje zonnepitjes in stoppen via de twee andere gaten. Ze bekeek alles met grote belangstelling en probeerde de zonnepitjes te pakken te krijgen. Tot haar frustratie kon zij ze net niet aan met haar snavel. Het kwam echter niet in haar op om haar poot naar binnen te steken of om bijvoorbeeld de kokosnoot aan een rand van een opening met haar snavel beet te pakken en op te tillen, zodat de zonnepitten eruit vielen. Na enkele minuten gaf ze het op. Ondanks het feit dat ik de kokosnoot enkele dagen liet hangen, keek ze er niet meer naar om.
Inmiddels was het de laatste week dat Chica bij mij zou blijven. Dit was een week waarin ik zelf ook vakantie had en dus ging Chica mee naar huis. Deze week liet ik de opstapsessies achterwege. Ten eerste was het moeilijk om in deze week een rustig moment te vinden waarop ik me volledig kon concentreren op Chica, zonder gestoord te worden door mijn gezin. Ten tweede wilde ik kijken of ik haar met speeltjes bezig kon houden. Ik kon haar vrijwel continu observeren zodat ik het effect van de speeltjes goed kon meten. Wat me opviel was dat Chica, op de dagen dat zij met haar speeltjes bezig was, beduidend minder met haar veren bezig was. Ook was het poetsgedrag op haar speeldagen veel minder in vergelijking met de dagen dat ik een trainingssessie met haar had. Maar na een dag of twee verdween de belangstelling voor een speeltje en begon Chica weer als een gek haar veren te poetsen. Soms gebeurde dit zeer obsessief en leek zij ook echt geïrriteerd door haar eigen veren. Dan zat ze op stok te kijken of een pellet te eten en beet ze plots in haar verenkleed alsof een vlo haar gebeten had. Dit herhaalde zich dan elke paar minuten. Ongeveer een dag of vier voordat Chica naar huis zou gaan, nam dit gedrag dusdanig ernstige vormen aan dat ik even bang was dat zij zichzelf weer zou beschadigen. Ik stond op het punt om haar medicatie te geven (zowel een middel tegen huidirritatie als een middel dat haar rustiger en onverschilliger zou maken). Omdat ik medicatie echter nooit zie als een definitieve oplossing voor dit soort obsessief poetsgedrag en omdat ik, vanwege mijn vakantie, haar voortdurend in de gaten kon houden, wachtte ik nog even. De volgende dag was het gedrag gelukkig sterk afgenomen. De derde dag ging ik met mijn familie een dagje naar zee. Het huis was, buiten Chica en twee andere jonge papegaaien die ik opgenomen had, vrijwel de gehele dag leeg. 's Avonds was Chica ontspannen en was het jeukgedrag verdwenen. Haar boodschap was duidelijk: laat me met rust dan heb ik ook rust. Dat was voor mij echter geen optie. Chica moest leren om in de nabijheid van mensen normaal te blijven functioneren. Omdat haar speeldagen voor mijn gevoel haar beste dagen waren, probeerde ik allerlei speeltjes uit. Ik verstopte zonnepitten in een gedraaid sisal touw. Maar ze had daar geen belangstelling voor.  Ik verstopte zonnepitten in een lege dennenappel, maar daar was ze weer bang voor. Ik wist dat Chica de eerste keren ook negatief had gereageerd op het treatwheel. Nu was dat haar favoriete speeltje. Dus ik wanhoopte nog niet maar helaas had ik geen tijd meer om haar lang te laten wennen aan de andere speeltjes. Dat zou een taak voor de eigenaars zijn.
En zo kom ik op de titel van mijn verhaal. Hoewel het leek of Chica de hele dag alleen maar wilde knuffelen, gaf ze zelf, door haar gedrag al aan dat ze, hoewel ze het misschien graag wilde, niet gelukkig was met deze manier van omgaan met haar dierbaren. Ik ben ervan overtuigd dat de toekomst van Chica veel meer zit in spelletjes. Chica is in mijn ogen geen kaketoe om te knuffelen. Ik vraag me overigens af, en vele deskundigen met mij, of papegaaien überhaupt dieren zijn die tegen knuffelen kunnen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen maar papegaaien hebben, net als de meeste andere dieren, een ander idee bij knuffelen dan wij mensen. Papegaaien vinden knuffelen seksueel gedrag. Punt uit. Bij ons mensen is knuffelen veel meer een vorm van communicatie die niet per definitie seksueel hoeft te zijn. Ik denk dat het probleemgedrag van Chica verminderd en misschien zelfs opgelost kan worden als de baasjes van Chica een manier van omgaan met haar kunnen vinden die gebaseerd is op spelen en niet op knuffelen. Op dit moment is Chica alleen nog geïnteresseerd in voerzoekspelletjes maar dat kan zoetjesaan uitgebreid worden. Toen zij net bij mij was vond ze haar treatwheel eerst niet leuk en nu vindt ze die prachtig. Chica is op dat vlak dus bereid om haar gedrag aan te passen. Misschien vind ze het, zoals veel kaketoes, leuk om met balletjes over te gooien. Of vind ze het leuk om te wip-wappen op een zitstok die over een blikje heen ligt waarbij een van haar baasjes haar laat wippen. Misschien vindt ze het leuk om kunstjes te leren: koppeltje duiken, rolschaatsen, je kunt het zo gek niet bedenken. Deze drie weken zijn te kort om deze mogelijkheden allemaal te onderzoeken, zeker ook omdat mijn leven er niet op in is gesteld om een kaketoe te trainen. Mijn leven is op dit moment veel te druk en te chaotisch om een kaketoe de stabiele basis te bieden die hij of zij nodig heeft. Maar er zijn honderdduizend dingen te bedenken die Chica samen met haar baasjes, in haar vertrouwde omgeving kan onderzoeken. En ze kunnen er samen uitkiezen wat hen bevalt. Zo kunnen ze toch met elkaar om blijven gaan zonder dat het voor een van hen onaangename gevolgen heeft. Ik ben er vast van overtuigd dat naarmate Chica meer kan, wil en durft te spelen, zowel alleen en met haar baasjes, haar obsessieve verenpoetsgedrag steeds verder zal verminderen. Ze zal er simpelweg geen tijd meer voor hebben. Haar agenda is met gezondere bezigheden gevuld.









©  Hedwig van der Horst, dierenarts