HOME

VOGELPRAKTIJK  'DE HORST'

LICHAMELIJKE OORZAKEN  VAN VERENPIKKEN

VOORWOORD

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van een aantal lichamelijke oorzaken van verenpikken en hoe deze op te lossen zijn. In volgende artikelen worden diverse ziekten beschreven die verenpikken kunnen veroorzaken en hun mogelijke behandelingen. In de laatste artikelen wordt een beschrijving gegeven van de diverse uitingsvormen van verenpikken bij verschillende soorten papegaaien en wordt ingegaan op de psychische aspecten van verenpikken en hoe u daar als eigenaar mee om kan gaan.


INLEIDING

Verenplukken is een van de grootste problemen bij papegaaien want verenplukken komt veel voor en is vaak lastig om te bestrijden. Ook is verenplukken een probleem dat heel frustrerend kan zijn voor eigenaren. Voor een groot deel komt die frustratie voort uit het feit dat het probleem zo duidelijk zichtbaar is voor iedereen. En hoewel het de vogel zelf niet zo veel kan schelen hoe hij er uit ziet, lijkt het wel alsof een verenpikkende papegaai een uitnodiging is voor iedereen om commentaar te leveren en (vaak goedbedoelde) adviezen te geven. Als eigenaar word je moe en gefrustreerd van het gedrag van je papegaai maar vaak word je nog veel moedelozer en gefrustreerder van alle goed bedoelde raad.

Misschien nog wel belangrijker dan alle commentaar van de omgeving, is het feit dat je als eigenaar weet dat je dier iets tekort komt. Een papegaai gaat niet zomaar zijn veren plukken. Daar moet een reden voor zijn. In de natuur zie je zelden of nooit verenplukkende papegaaien. Dus moet er iets mis zijn met je eigen vogel. Maar wat?

Vaak denken mensen dat een papegaai zijn veren gaat plukken uit verveling. Veel kwekers en handelaren van papegaaien zullen dat idee bevestigen en u vertellen dat verenplukken niet voorkomt bij dieren die in paartjes worden gehouden, zoals bij de kweker zelf. Niets is minder waar, maar dat weet de goedbedoelende eigenaar niet. Het slot van het verhaal is dat een eigenaar een tweede papegaai koopt en uiteindelijk met twee verenplukkende papegaaien komt te zitten. Dit levert nog meer commentaar op, de gefrustreerde eigenaar geeft het op en het slot van het liedje is dat de dieren weg gedaan worden. Een van de allerbelangrijkste regels bij een verenplukkende papegaai luidt daarom ook dat er nooit een tweede papegaai bijgeplaatst moet worden voordat de echte oorzaak van het verenplukken van het eerste dier bekend is en het verenplukgedrag al sterk verminderd is.

Verenplukken bij papegaaien is moeilijk aan te pakken. Dat komt omdat er zo verschrikkelijk veel oorzaken zijn die verenplukken kunnen veroorzaken. Bij vrijwel elke verenplukkende papegaai spelen meerdere oorzaken een rol. Het is vaak een hele speurtocht om al deze oorzaken bloot te leggen en weg te nemen. Bij ieder probleem dat weggenomen wordt gaat de vogel minder plukken, maar hij stopt pas helemaal met plukken als alle oorzaken weggenomen zijn. Om een dier van het verenplukken af te krijgen is dus, behalve een goede speurzin een heel groot uithoudingsvermogen nodig. De ervaring leert dat het ongeveer twee jaar duurt om de meeste oorzaken van het verenplukgedrag bij een papegaai te achterhalen. En daarna duurt het vaak nog enkele jaren voordat de vogel weer netjes in zijn “jasje” zit. Een belangrijk gegeven is wel dat hoe jonger een papegaai is en hoe sneller er wordt ingegrepen, hoe korter de “therapie” duurt en hoe beter het resultaat is. Papegaaien die jonger zijn dan twee jaar en pas enkele weken tot maanden verenplukken zijn vrijwel altijd binnen een jaar van hun plukgedrag af te helpen. Oudere vogels die al jaren plukken vormen een veel groter probleem.

Een van de grootste frustraties van eigenaren van verenplukkende papegaaien is het terugkomen van het probleem. Iedere papegaai die in het verleden zijn veren heeft geplukt, heeft een redelijk grote kans om weer in dit gedrag te vervallen. Dat komt meestal doordat niet alle oorzaken van het verenplukken weg te halen zijn. Als bijvoorbeeld een vrouwelijke papegaai haar veren plukt in de periode dat zij broeds is, zal zij dat waarschijnlijk het daaropvolgende jaar weer gaan doen. Het is zeer moeilijk, zo niet onmogelijk om de broedsheid helemaal tegen te houden. Wel is het zo dat een eigenaar vaak onbedoeld broedsheid bij een vogel stimuleert en daardoor het probleem verergert. Door het gedrag van een eigenaar en zijn of haar vogel beter op elkaar af te stemmen, kan de broedsheid onderdrukt worden. Het verenplukgedrag zal dan ook minder ernstige vormen aannemen, maar waarschijnlijk niet helemaal verdwijnen omdat de broedse perioden toch regelmatig terug zullen komen.

En dat is een belangrijke boodschap voor eigenaren van een verenplukkende papegaai. Verenplukgedrag is altijd te verminderen. De mate van verbetering is afhankelijk van het uithoudingsvermogen van de eigenaar, de tijd die hij of zij kan doorbrengen met de vogel, de achterliggende oorzaken van het verenplukken, de leeftijd en het karakter van het dier en de duur van het verenplukken. Het is helaas maar zelden zo dat een verenplukkende papegaai helemaal stopt met verenplukken of nooit meer een terugval heeft. Maar als je als eigenaar het verenpluk-probleem snel onderkent en weet hoe je daar op in moet spelen is er vaak een bevredigende situatie te bereiken voor de eigenaar en de papegaai zelf.


VITAMINE A TEKORT

Vitamine A heeft veel functies in het lichaam van een vogel. Het zorgt onder andere voor het normaal functioneren van de luchtwegen, het maagdarmkanaal, de huid en het verenkleed. Een van de taken van vitamine A is het op gang brengen en snel laten verlopen van de rui. Een papegaai die voldoende vitamine A heeft gekregen, ruit daarom regelmatig en heeft een glanzend, soepel verenkleed en een zachte huid. Papegaaien die jarenlang te weinig vitamine A krijgen ruien vaak niet of veel te weinig. Ook zie je nog wel eens dat een veer in de rui blijft hangen en zich niet normaal ontplooid. Deze dieren zien er daardoor vaak dof, stoffig en zelfs een beetje mottig uit. Als je de dieren vastpakt of aait, voel je dat de veren droog zijn en stug. Ook de huid is vaag droog en een beetje schilferig. Het is goed voor te stellen dat deze vogels makkelijk jeuk krijgen en daardoor gaan verenpikken.

Gebrek aan vitamine A is de meest voorkomende oorzaak van verenpikken bij papegaaien. Dat komt omdat de meerderheid van de papegaaien een dieet krijgt dat voornamelijk uit zaden bestaat. Wat veel mensen zich niet realiseren is dat dit zaad oud en gedroogd. In vers zaad is er wel wat vitamine A aanwezig, maar tijdens het drogingproces en de tijd van opslag wordt vitamine A langzaam afgebroken. De tijd die zit tussen het oogsten van het verse zaad en het zakje voer in de winkel is gemiddeld twee jaar. In deze tijd is alle vitamine A al lang verdwenen. In papegaaienvoer dat bestaat uit een zadenmengsel zit dus niets aan vitamine A.

Om een papegaai toch van voldoende vitamine A te voorzien zijn veel trucjes bedacht. Zo geven veel mensen hun papegaai vitaminedruppels in het drinkwater. Helaas heeft onderzoek uitgewezen dat vitamine A in dit water maar een half uur actief is. Daarna is alle vitamine A afgebroken. Papegaaien drinken meestal niet ieder half uur en dus is de kans groot dat uw dier op deze manier geen vitamine A binnenkrijgt.

Ook hoor ik vaak het verhaal dat mensen paprika, rode bietjes, maïs en andere groenten geven die een hoog gehalte aan vitamine A hebben. Ik heb eens berekend hoeveel paprika een grijze roodstaart per dag zou moeten eten om voldoende vitamine A binnen te krijgen. Ik kwam uit op ongeveer 500 gram per dag (dat zijn 5 grote paprika’s!). Dat is natuurlijk veel meer dan een papegaaienmaagje kan verwerken.

Een methode die wat beter werkt, is om een lepel zaadmengsel te mengen met een lepel eivoer of krachtvoer. Als de papegaai dit allemaal opeet, dan krijgt hij qua vitaminen en mineralen alles binnen wat hij nodig heeft. Groot probleem bij deze methode is dat de meeste papegaaien eivoer niet lekker vinden. Zij pikken de lekkere zaadjes uit het voerbakje en het eivoer laten ze liggen. Door bij het zaden-eivoer mengsel wat brinta en water te mengen wordt het geheel plakkerig. Als de vogel dan een zaadje pakt, plakt er wel wat eivoer aan. Tijdens het schillen van het zaadje krijgt hij dan meestal wel wat eivoer binnen. Tenzij hij zo slim is om het zaadje eerst af te vegen aan zijn zitstok. Een groot nadeel van deze methode is dat nooit precies te achterhalen is wat de vogel aan eivoer (en dus aan vitamine A) binnenkrijgt.

Gelukkig is er sinds een aantal jaren een goed alternatief op de markt voor al dit geklieder: pellets. De basis van alle pellets is zaden. Daarbij zijn eivoer of diermeel, vitaminen en mineralen toegevoegd in precies de verhouding die een papegaai nodig heeft. Het mengsel van zaden en toevoegingen wordt gemalen en tot brokjes geperst. De papegaai kan nu niet meer de lekkere zaadjes uitzoeken: bij ieder brokje dat hij eet krijgt hij alles precies in de juiste verhoudingen binnen. Recentelijk is een aantal onderzoeken verricht naar de kwaliteit van de diverse merken pellets. Daaruit blijkt dat de meeste pellets van de grote bekende merken, een goede kwaliteit hebben. Koop wel altijd een gesloten verpakking (en dus niet losse pellets uit een voerton bij een dierenwinkel). De meeste pellets hebben namelijk een verloopdatum. En als u het voorgaande gelezen heeft dan begrijpt u dat vitamine A één van de stoffen is die na die verloopdatum snel verdwijnt. Pellets hebben ook nadelen. Een van de grootste nadelen is dat een papegaai moet leren om pellets te eten. De meeste papegaaien eten pellets namelijk niet spontaan. Gelukkig is het zo dat de smaak van de pellets van tegenwoordig veel beter is dan die van een paar jaar geleden. De meeste papegaaien laten zich dan ook makkelijk overhalen om pellets te gaan eten. 

Mensen vragen wel eens aan mij of het niet voldoende is om een papegaai ieder half jaar een vitamine-injectie te laten geven. Ik denk dat dit geen goede methode is. Ten eerste zal de injectie zeer hoge gehaltes aan vitaminen moeten bevatten om voldoende te zijn voor een half jaar. Dit hoge gehalte aan vitaminen geeft een grote belasting voor met name de lever en nieren. Ten tweede is het ook zo dat de vitaminen alleen goed door het lichaam verwerkt worden als zij in de juiste verhoudingen met de overige voedselbestanddelen (vet, eiwit, water, koolhydraten, mineralen) in het lichaam terechtkomen. Met andere woorden: vitamine kan alleen goed door het lichaam verwerkt worden als zij opgenomen wordt via een uitgebalanceerd dieet.

DE ONHANDIGE GRIJZE ROODSTAART

Veel papegaaien maar vooral ook de grijze roodstaart papegaai hebben een periode in hun jeugd, zo gemiddeld tussen de 12 en 20 weken leeftijd, waarin zij maar één ding willen. En dat is vliegen! Op deze leeftijd zijn bijna alle grijze roodstaart papegaaien overmoedig. Het lijkt wel alsof zij eerst van hun stok springen en dan pas na gaan denken over hoe zij ook al weer moesten vliegen en vooral hoe zij hun richting kunnen bepalen. Zo’n vlucht eindigt nog al eens met een verbaasde papegaai op de grond die geen ideeën heeft hoe hij daar nou weer terechtgekomen is. Zet je hem terug op zijn zitstok dan begint het liedje weer van voren af aan. Het is verbazingwekkend om te zien hoe onhandig zo'n jong beestje is. Je vraagt je wel eens af hoe dat in de natuur goed kan gaan. Waarschijnlijk sneuvelen er in het wild dan ook veel jonge papegaaien in deze periode van hun leven.

Tijdens al dit geëxperimenteer breekt er wel natuurlijk wel eens een slagpen of een staartpen. Voor de meeste grijze roodstaart papegaaien is dat geen probleem maar sommigen vogels kunnen daar niet tegen. Zo’n afgebroken veer prikt namelijk een beetje in de veer die ernaast zit. En dat is voor een aantal grijze roodstaart papegaaien reden om die tweede veer af te bijten. Dat veerstompje prikt natuurlijk in de volgende veer en zo zijn binnen de kortste keren alle veren van een vleugel of de staart afgebeten.

Het is duidelijk hoe je dit probleem kunt voorkomen. Een papegaai die gevoelig is voor elke veer die verkeerd zit moet op een voorzichtige manier het vliegen leren. Als eigenaar kunt u vliegles geven zodat de vogel op een snelle en veilige manier het vliegen leert. Vliegles geven is heel eenvoudig. Vaak gaan jonge vogels zelf al vliegspieren oefenen door wild te wapperen met hun vleugels. Zij houden dan de zitstok nog stevig vast. Dit gedrag is na te bootsen met de papegaai op de hand waarbij de pootjes stevig vastgehouden worden. Als de hand naar beneden gaat zal de vogel gaan flapperen met zijn vleugels. Op deze manier kunt u ervoor zorgen dat de vliegspieren van de vogel extra training krijgen. Als uw vogel goed en met vertrouwen kan "flapperen op de hand" is het tijd voor een volgende stap. U zet hem op een standaard en leert hem met een commando (bijvoorbeeld “kom maar”) om op de hand te stappen. Als hij dit goed kan, wordt de afstand tussen trainer en vogel vergroot zodat hij een stukje moet vliegen naar de hand van de trainer. Zorg dat de standaard waar de vogel op zit in eerste instantie laag bij de grond is en maak in eerste instantie de afstand tussen trainer en vogel niet te groot. Op deze manier is de kans dat hij zijn veren beschadigd zeer klein en wordt hij de vliegkunst op veilige en rustige manier machtig.

Mocht het zo zijn dat er toch onverhoopt een vleugel- of staartpen is gebroken en zit de vogel er voortdurend aan, ga dan zo snel mogelijk naar een dierenarts. Deze kan dan onder narcose de afgebroken en afgebeten veren heel voorzichtig trekken, zodat de irritatie weg is en er weer snel nieuwe veren voor in de plaats kunnen groeien. Dit trekken van veren moet wel uiterst voorzichtig gebeuren omdat anders een permanente beschadiging van de veerfollikel (het gedeelte waar de veer uit groeit) kan ontstaan. Dit leidt tot groei van afwijkende veren met alle problemen van dien.


KORTWIEKEN

Als een papegaai gekortwiekt is, kunnen de afgeknipte stompjes veer gaan prikken in de huid of naburige veren. Daardoor kan een vogel, net als bij de onhandige grijze roodstaart papegaai die hierboven beschreven is, zijn veren gaan plukken. Meestal begint zo’n dier met het plukken van de flank waar de afgebroken veerstompjes in prikken en met de slagpennen die naast de afgeknipte pennen zitten.

Ook bij deze papegaaien is de beste behandeling om onder narcose de afgeknipte en afgebeten slagpennen heel voorzichtig te trekken zodat de bron van irritatie weg is. Het is het beste om deze dieren niet meer te kortwieken maar te leren een tuigje om te hebben als zij naar buiten gaan. Als het dier toch perse gekortwiekt moet worden, dan moeten de slagpennen heel voorzichtig, centimeter voor centimeter, worden ingekort tot de gewenste lengte is bereikt, waarbij het dier scherp in de gaten gehouden moet worden om te zien of de afgeknipte veren gaan irriteren. Het beste kan het kortwieken gedaan worden door de eigenaar zelf omdat dit de minste stress voor het dier oplevert. Een ervaren kweker, dierenwinkelier of dierenarts kan leren hoe dit gedaan moet worden.


SAMENVATTING

Verenpikken bij papegaaien is een veel voorkomend probleem. Het is niet zo dat iedere verenpikkende papegaai hetzelfde probleem heeft. Er zijn heel veel oorzaken waardoor een papegaai zijn veren kan gaan plukken. Het is vaak een hele toer om uit te zoeken waarom een papegaai zijn veren plukt . Er is een aantal oorzaken van verenplukken die goed te verhelpen is. Een vitamine A gebrek, onhandigheid van je vogel en verkeerd kortwieken zijn oorzaken die makkelijk op te lossen zijn. Wel is het een feit dat hoe jonger het dier is en hoe sneller er ingegrepen wordt, hoe groter de kans dat het probleem van voorbijgaande aard is. Even belangrijk is om te onthouden dat met tijd en inzet van de eigenaar bij iedere verenpikkende papegaai verbetering te krijgen is.


©  Hedwig van der Horst, dierenarts