I.Voorstelling Werkgroep Invertebraten Denderstreek (WID).

I.1. Historiek en ontstaan.

Zowel globaal als in Vlaanderen gaat de natuur en hiermee de biodiversiteit zienderogen achteruit. De “Atlas van de biodiversiteit”, die in 2004 door de Verenigde Naties (VN) werd gepubliceerd, illustreert met keiharde cijfers de impact van de mens op zijn omgeving. Van de ca. 950.000 beschreven insecten-  en 4.630 zoogdiersoorten zijn er momenteel een groot aantal uitgestorven of met uitsterven bedreigd. Ook in Vlaanderen (cfr. ‘Natuurrapporten’) slinkt de biodiversiteit in dezelfde mate: het aandeel bedreigde soorten binnen de bestudeerde groepen varieerde in 2001 van 42% (hogere planten) tot maar liefst 74% (reptielen en amfibieën).
Ten einde een significante bijdrage te leveren aan de kennis over de plaatselijke biodiversiteit besloten negen Natuurpunt-afdelingen° in februari 2002 principieel tot de oprichting van de Werkgroep Invertebraten Denderstreek, kortweg WID. Vanaf begin mei tot eind oktober 2002 werden de eerste 62 vallen gedurende 6 maanden continu bemonsterd in 3 grotere reservaten.

° Natuurpunt-afdelingen Denderleeuw, Ninove, Aalst, Erpe-Mere, Lede-Houtem, Geraardsbergen-Lierde, Dendermonding, Haaltert en Herzele.

I.2. Doel en krijtlijnen.

Na een schriftelijke bevragingsronde werden volgende ambitieuze doelstellingen unaniem aanvaard door alle oprichtende afdelingen/medewerkers in april 2002:

1. praktische studie van invertebraten, ter stimulering van het regionale biodiversiteitsonderzoek en de kennis hieromtrent;
2. ontwikkeling van bemonsteringsprotocols en implementatie ervan via jaarlijkse, continue bemonsteringscampagnes in 2-3 natuurreservaten in de Denderstreek;
3. identificeren van zoveel mogelijk verschillende taxonomische groepen; voor een reeks groepen kon WID rekenen op de samenwerking met externe specialisten;
4. opslag van de gegevens via een uniform databanksysteem, met de nodige afspraken omtrent eigendomsrechten en datatransfer;
5.  kartering van de verzamelde gegevens;
6.  publicatie van  gegevens en rapportering op vraag, mogelijk met inbegrip van beheersadviezen;
7.  systematische opbouw van een referentieverzameling van ongewervelden uit de Denderstreek;
8.  verzorging van educatie rond invertebraten en hun biotoopeisen, zowel voor derden/leken als voor gevorderden;
9.  gedeelde financiering van alle aanvaarde investeringskosten door 9 NP-afdelingen;
10. streven naar samenwerking  met vzw Natuurpunt, erkende entomologische werkgroepen en alle Vlaamse- of nationale instituten, voor zover kaderend in de voorgaande doelstellingen.

I.3. Inventarisaties: de WID-metamorfose.

De inventarisaties doorlopen telkens de volgende 5 onderzoeksfasen:
1. Wekelijkse (MT) en tweewekelijkse leegmaakbeurten (WT, PT, ET) van continu opgestelde vallen i.s.m. de lokale conservatoren tijdens de periode 15 april – 15 oktober;
2. Systematische eerste triage/labelen van ca. 60 taxonomische groepen tijdens 20 zaterdaagse WID-groepssessies/jaar, waarbij alle geïnteresseerden met invertebratenhonger welkom zijn;
3. Identificaties (15 oktober – 31 maart) van zoveel mogelijk specimens door werkgroep-kernleden (zoveel mogelijk aanboren van determineersleutels) en externe specialisten; systematische opbouw van een ondersteunende referentieverzameling per taxonomische groep voor de Denderstreek (indien nodig een tweede controle door externe specialisten);
4. Jaarlijkse gegevensverwerking in een WID-eigen excel /access-databank; gegevensanalyses, output van resultaten via o.a. vzw Natuurpunt Studie en kartering op niveau Vlaanderen, Denderstreek én lokale natuurreservaten;
5. Publicatie van de globale resultaten en eventuele deelrapporten met beheersadviezen (in overleg met specialisten/auteurs). In overleg met zélfstandig publicerende externe medewerkers wordt telkens nà het afsluiten van bemonsteringsperiodes minstens 2 jaar gewacht met WID-publicaties.
Deelresultaten worden gepubliceerd in ‘Dendriet’, driemaandelijks tijdschrift van Natuurpunt-afdelingen in de Denderstreek.
De continu verzamelde gegevens werden van 2002 tot/met 2011 verder aangevuld met niet-continue bemonsteringen: o.a. oogwaarnemingen (EO), sleepnetvangsten (SW), nethandvangsten (HC) en halogeenlicht-vangsten (HLT). Voor aquatische macro-invertebraten mocht WID (naast eigen vangsten met pyramidevallen of schepnet) tevens putten uit de bemonsteringscijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij, verzameld in het kader van alle door de VMM lokaal bemonsterde waterlopen in het Denderbekken de voorbije 2 decennia, ter bepaling van hun waterkwaliteit (BBI-index; alle invertebraten/determinaties tot op familie- of genusniveau).

Fotopagina: WID aan het werk in 4 fasen.

I.4. Beheersadviezen.

De gegevens over de verschillende taxonomische groepen en de onderzochte sites worden bijgehouden in een relationeel databank- en karteringssysteem (GIS via Arc View). Dit moet de WID toelaten om gegevens van tienduizenden records op diverse (ook door lokale conservators specifiek gewenste) wijzen te analyseren.
Enkele verifieerbare resultaten via eenvoudige queries :
- abundanties per soort en per site (of gebied);
- totale soortenrijkdom per taxonomische groep per gebied, ev. per valtype;
- tijdreeksen per soort of taxonomische groep (fenologie);
- voor taxa met Rode lijststatus: vertegenwoordiging van Rode lijstcategorieën per gebied of site ;
- voor taxonomische groepen met habitatvoorkeurinfo: vertegenwoordiging van ecologische groepen per site (of gebied).

Naast het verzamelen van algemeen beschikbare, historische informatie vraagt de WID daarom mogelijk relevante informatie (bijv. bodemtextuur, grondwaterpeilen of beheersmaatregelen) over de bemonsterde gebieden/sites op bij de betrokken Natuurpunt-afdelingen/conservators of bij andere gespecialiseerde werkgroepen (bv. voor flora). Lokaal opgemeten parameters kunnen de WID immers mogelijk beter inzicht verschaffen over waargenomen patronen of trends, waardoor meer relevante beheersadviezen kunnen geformuleerd worden.

I.5. Vorming en educatie: ontpopping met WID.

Een gevarieerd progamma wordt aangeboden via regionaal kwartaaltijdschrift “Dendriet”, o.a.:
- initiatie-avonden  i.s.m. vzw Natuurpunt Educatie (taxonomie loopkevers, wantsen, wespen, etc.);
- reservaat-excursies (themafocus vlinders, libellen, gallen/mineerders, inventarisatietechnieken);
- documentatie en praktische info tijdens wekelijkse, zomerse trieer- en winterse determineersessies;
- medewerking aan NP-insectencursussen (Haaltert) en duisternisnachten (lichtvalsessies);
- regionale info-avonden rond o.a. systematiek en Denderstreek-ecologie (hydrologie en slakken);
- medewerkers-demo’s rond o.a. slankpootvliegen, bijen en kevers (m.m.v. externe specialisten).
- provinciale ontmoetingsdagen (o.a. LIKONA Leuven, 2003: 5 fotopanelen over solitaire bijen).
- determineersessies over solitaire bijen en infosessie over nestkasten voor solitaire bijen.

I.6. Financiering.

Voorgaand overzicht geeft geenszins aan welke grote hoeveelheden/diversiteit aan determinatie- en bewaarmaterialen en talrijke praktische afspraken (opstellen van beurtrollen voor wekelijkse valopvolgingen, transport van stalen) de campagnes vereisten.
Acht deelnemende afdelingen droegen als afgesproken investering de eerste 5 werkjaren 100 euro bij via WID-rekening 001-3173380-04 (kosten voor malaiseval, Skinnerval, fixeermiddelen, trieermateriaal, bewaarbuisjes, 5 bino’s voor beginners, etc.). Lokale medewerkers verzorgden gratis de valopbrengsten. De kernmedewerkers van WID leenden gratis materialen en (vrij dure) determineersleutels. Bijzondere taxonomische groepen werden gratis bekeken door externe specialisten.
Belastingaftrekbare giften kunnen alvast worden gestort op Natuurpunt-rekening 230-0524745-92, met vermelding “ project 2255 - Ongewerveldenwerkgroep WID”.
In 2010 ontving WID eenmalig een overheidssubsidie van 400 euro als regionale studiewerkgroep.

 

Terug naar de inhoudstafel.