GESCHIEDENIS BEERZEL
DEEL 5
 
Portaal Beerzel
 
Geschied.Beerzel Deel 1
Geschied.Beerzel Deel 2
Geschied.Beerzel Deel 3
Geschied.Beerzel Deel 4
Geschied.Beerzel Deel 5
Geschied.Beerzel Deel 6
Geschied.Beerzel Deel 7
Geschied.Beerzel Deel 8
Beerzelse Molens
Beerzelse Recepten
Nieuwjaarzingen
Beerzels Dialect
Geschiedenis Algemeen
Geschiedenis 17de Eeuw
Burgemeesters
Foto's Beerzel
 FRANSE REVOLUTIE, SCHOOLSTRIJD
EN NIEUWE TIJD
DE FRANSE TIJD

In 1789 vond in Frankrijk de Franse Revolutie plaats. Het Ancien Regime van de koning, adel en clerus werd er weggevaagd ten voordele van een verlichte burgerij. Een steeds driester wordend regime dat "vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid of de dood" predikte, zorgde voor een permanent revolutionair klimaat. Al gauw ging het nieuwe Frankrijk zijn idealen exporteren: de Franse legers vielen verschillende Europese landen binnen om ook de bevolking aldaar te bevrijden van het oude juk.  Na de Oostenrijkers waren het aldus de Fransen die de lakens kwamen uitdelen in deze gewesten. Maar ze maakten zich erg gehaat bij de overwegend boerenbevolking omdat ze de godsdienstbeoefening hinderden en bovenal omdat ze de jongens opriepen om dienst te doen in het leger van Napoleon. Op 1 oktober 1795 werden de Zuidelijke Nederlanden als Belgische departementen bij de Franse Republiek ingelijfd. Te samen met de annexatie bij Frankrijk werd een nieuwe gebiedsindeling in negen departementen van kracht, waarvan de territoriale grenzen tot op vandaag ongeveer overeenstemmen met de provinciegrenzen. De departementen vervingen alle vroegere feodale of heerlijke indelingen. Elk departement werd ongeveer even groot uitgetekend en de namen werden ontleend aan geografische elementen zoals rivieren en bergen.  Onze provincie kreeg de naam Departement van de Twee Neten. Van de oude instellingen en voorrechten bleef toen niets meer over.  Alle muntstukken moesten ingeleverd worden. Alleen assignaten (ongedekt papierengeld) was nog gangbaar. Alle gilden en verenigingen werden afgeschaft. Eetwaren mochten alleen op openbare markten verhandeld worden. De belastingen werden zesmaal zwaarder dan voorheen. In plaats van de zondag werd om de tien dagen een rustdag officieel gevierd. De druppel die bij de bevolking de emmer deed overlopen was echter de conscriptie, of de verplichte legerdienst. Op 5 september 1798 werd een wet afgekondigd waardoor alle mannen tussen 20 en 25 jaar verplicht werden dienst te nemen in het Franse leger. Zulk een verplichte legerdienst was al eeuwen niet meer opgelegd geweest in de Nederlanden. Vanaf dat moment ontbrandde het gewapende verzet: de Boerenkrijg.  De leuze van de kortstondige opstand was volgens sommige bronnen "Pro aris et focis" of "Voor outer en heerd", vaak aangevuld met "Vivat de keizer". In de hoeve "Het Hoefijzer", langs de Schrieksesteenweg 68 in Beerzel, werden destijds geheime bijeenkomsten gehouden.  'Het Hoefijzer' is een voormalige afspanning en herberg. Getuigen hiervan zijn de ijzeren ringen in de voorgevel waaraan de paarden vastgeklonken werden. De opstand die daar en elders gesmeed werd is evenwel door de Fransen bloedig onderdrukt. 

NEDERLANDSE TIJD

Na de nederlaag van Napoleon te Waterloo in 1815 ging de Nederlandse tijd bijna ongemerkt voorbij in Beerzel.  Voor het volk was de mislukking van de oogst in 1817 een ramp, oorzaak van hongersnood, plunderingen en wanhopige bedelarij.  Willem I herdoopte de vroegere Franse departementen in provincies en gaf ze deels hun oude namen terug zonder evenwel territoriale wijzigingen door te voeren. Het departement van de Twee Neten herdoopte Willem I in de provincie Antwerpen. Hij richtte ook nieuwe instellingen om de provincies te besturen.   De provinciale staten werden samengesteld uit drie standen: adel, steden en platteland.  Vanaf 1827 groeide echter her en der in de steden het verzet tegen het verlicht despotisme van Koning Willem I.  Daarop deed een strafrijm de ronde: "Wij willen
Willem weg; wil Willem wijzer worden, wij willen Willem weer".  Na een gewapende opstand in Brussel riep het Voorlopig Bewind in 1830 de onafhankelijkheid uit. 

DE NIEUWE TIJD

Het ontstaan van België mag gezien worden als het begin van een nieuwe tijd.  In 1835 noteren we meteen al de opening van de eerste spoorweg op het vasteland van Europa, tussen Brussel en Mechelen.  De introductie van de (plattebuis)kachel na circa 1840 is een van de belangrijkste innovaties in het negentiende-eeuwse huishouden. Het bezit van een kachel en/of fornuis verhoogde in hoge mate het wooncomfort. Het had tevens grote gevolgen voor de voedselbereiding en het kookgerei. Men kon nu gemakkelijker verschillende gerechten tegelijkertijd bereiden.  Op de buis van de Leuvense stoof bleven de spijzen en de (steeds populairder wordende) koffie warm. Aan de leuningen hing in de winter altijd wat te drogen. Ook de pook of stoofhaak en het " stoofpanneke" hingen er.  Ondanks de soms schaarse middelen slaagden de boerinnen uit het Beerzelse er snel in om culinaire hoogstandjes te realiseren.  Wijd en zijd bekend zijn zo de Beerzelse pruimenvlaai, aspergebereidingen, rijstpap met safraan, stoofvlees, en de legendarische frikadelle met krieken.   Naast de stoof: de kolenbak of hillenbak: een rechthoekige bak in gietijzer voor kolen en steenkoolgruis. Hij diende ook wel als spuwbak want heel veel mannen in Beerzel en omstreken "sjikten" pruimtabak. 

Het was in het eerste kwart van de 19de eeuw dat het drinken van koffie steeds meer ingang vond in onze contreien.  Het woord koffie gaat terug op het arabische kahwah, een vervangmiddel voor wijn, die de Moslims sinds hun bekering niet meer mochten drinken.  In 1615 voer het eerste schip met koffie uit Turkije naar Europa.  In Venetië werd omstreeks 1645 een "bottega del caffé" geopend: het eerste Europese koffiehuis.  Het duurde echter nog ruim een eeuw voor de koffie bij ons populair werd.  Vooral de haven van Antwerpen speelt bij de invoer van koffie een grote rol.  Ook begon men in eigen land koffie te branden.  Henri Jacqmotte deed dat in Brussel in 1828.  In de Antwerpse Broederminstraat - ook nu nog het adres van de Roode Pelikaan - werd sinds 1863 koffiegeschiedenis gemaakt.  Langzaam maar zeker deed de koffie z'n intrede in de Kempen. Koffiemolens werden ook in Beerzel snel een volprezen huwelijkscadeau.  Er werd een juiste hoeveelheid bonen in de koffiemolen gedaan, de molen ging tussen de knieën en dan maar draaien aan de slinger.  Er moesten voldoende koffiebonen gebruikt worden want anders was het resultaat "piezelek", fluitjeskoffie waar men de bodem van het kopje (de zjat) door kon zien.  De koffie werd meestal opgeschonken bij middel van een linnen zak (een soort kous) die in een metalen ringel in de koffiekan hing, de zogeheten kaffeb(e)us.  Afgezien van het metalen binnenwerk waren de meeste koffiemolens uit hout vervaardigd.  Sommige pronkstukken waren in Delfts blauw.  Circa het midden van de 19de eeuw begon de koffiemolen ook in onze regio een onmisbaar onderdeel van de huisraad te worden.  De koffie werd sinds zijn opgang onder de bevolking meer en meer als voornaamste drank bij de broodmaaltijd of als vieruurtje genuttigd.  Ook koude koffie ging in Beerzel als verfrissende drank met de boeren mee naar het veld. 

Het was rond die tijd ook dat de friet z'n populaire opgang kende in ons land.  Een zekere Fritz, die uit de Elzas afkomstig was, reisde midden de 19de eeuw met het eerste frietkraam de kermissen af. Zijn frietkot heette “le Sébastopol”. De “Courrier de Verviers” noemde Fritz in 1857  “le roi des pommes de terre frites”. Aan het Steen in Antwerpen stond er in 1862 al een frietkot dat “Max en Fritz” noemde. 

HET SPOOR

De komst van de moderne tijden lieten ook op het vlak van transport het landelijke Beerzel niet ongemoeid.  Sedert 27 juni 1887 verbond de stoomtram Mechelen met Heist-op-den-Berg.  Het was een tramlijn met een spoorwijdte van 1067 mm (tot ca.1919) omdat men in het begin hoopte de tramlijn te kunnen laten aansluiten op de Nederlandse.  Na de eerste wereldoorlog werd de spoorwijdte aangepast naar 1000 mm, het zogeheten "meterspoor", zoals in de meeste andere delen van ons land. Deze buurttram werd tot 1890 uitgebaat door de "S.A. pour l'Exploitation de chemin de fer vicinaux".  Tot 1920 verzorgde Kempische Stoomtram Maatschappij, met zetel in Heist-op-den-Berg, de lijn en daarna de N.M.V.B.   De tram passeerde door Beerzel dorp via de Hoogstraat en de Heistsesteenweg.  Er waren haltes onder meer bij Den Dries, in het Dorp en aan De Kroon. De halteplaatsen werden destijds uitsluitend in het Frans aangeduid: "Arrêt du Train".  In 1914, op een woensdag tijdens de juli-kermis, heeft zicht in Beerzel een groot ongeval voorgedaan met de tram.  Dat gebeurde toen deze de bocht nam om vanuit de Hoogstraat naar het Kerkplein te rijden.  De tram reed in op een kar die een kermisorgel vervoerde.  De tramrails zijn trouwens op die plaats meerdere keren verlegd omdat de tram niet altijd goed "zijn draai" kon halen... 

Voor de basisinvestering voor de tram was vrijwel geen interesse geweest vanuit privegroepen, alleen in landbouwlijnen, zoals die van Mechelen naar Heist, waren er enkele pastoors die een aantal aandelen kochten. Alle lijnen konden er alleen maar komen dank zij de financiële participatie van de gemeenten, de provincies en de Staat. Het pendelen werd aangemoedigd én sterk gesteund door de clerus. Hiermee kon de werkzoekende landarbeider immers wel naar de fabriek in de stad, maar zonder dat hij daar de nefaste gevolgen van de socialistische propagande zou ondergaan. Dat religieus gezondheidsstandpunt werd verder aangekleed met de boodschap dat deze arbeider nog een stukje grond kon blijven bewerken, zodat zijn gezin goed gevoed zou zijn. Om die pendel extra aantrekkelijk te maken werd het systeem van goedkope arbeidersabonnementen ingevoerd. Naast die pendelbevordering zocht men met de uitbouw van een tramnet ook de uitvoer van landbouwproducten te bevorderen, zeker al naar de dichtsbijzijnde grote stad.  Maar de boerinnen bleven echter nog lang te voet met een kruiwagen vol groenten en boter naar de markt in Mechelen trekken omdat een rit met de stoomtram te duur was.  Een tramreisje naar de markt in Mechelen kostte op zaterdag 30 cent, want op die dag kreeg men vermindering.  Op 31 juli 1935 reed de reizigersstoomtram voor het laatst.  Daarna volgde de elektrische tram: een grote gele «boerentram» met een conducteur die vrolijk op een koperen toeter blies.  Nog later, op 30 april 1957, werd de tram vervangen door bussen.  De tramconducteurs werden omgeschoold tot buschauffeurs. 

VAN LOKALE NAAR BELGISCHE TIJD

Met de komst van trein en tram in ons land rezen er onmiddellijk problemen met de lokale tijd.  De torenklokken van stad en dorp wezen eeuwenlang de plaatselijke zonnetijd aan. Men zette in het dorp regelmatig om 12 uur de klok gelijk aan de zonnewijzer als die de hoogste stand van de zon aanwees. De kerktoren besliste hoe laat het was.  Dit betekende dat niet alleen Beerzel maar ook alle andere dorpen en steden in ons land hun eigen tijd hadden.  De tijd week van het westen naar het oosten van het land soms wel een kwartier af.  In de losjes georganiseerde samenleving van paard en trekschuit viel dat niet zo op, maar de telegraaf en vooral de spoorwegen struikelden erover.  De vele plaatselijke tijden zorgden uiteraard voor een heleboel problemen bij het opstellen van de uurroosters.  Met de komst van de trein werd door de spoorwegen aldus de invoering van de Belgische Tijd nagestreefd.  De gemeentebesturen werden aangemaand om de torenklokken en de openbare uurwerken "gelijk te zetten" met het horloge van het nabijgelegen station.  Later (in 1892) werd door het parlement de invoering van één standaardtijd voor het hele land goedgekeurd. Voortaan werden de uurwerken van alle Belgische stations gelijk gezet met de tijdsbepaling die door het observatorium van Ukkel aan de stationschef van Brussel-Noord werd overgemaakt.

SCHOOLSTRIJD

Van 1879 tot 1884 woede in het ganse land de schoolstrijd, dus ook in Beerzel.  In 1879 werd voor de eerste keer in de Belgische geschiedenis een minister van onderwijs benoemd: minister Van Humbeek. Tot dan werd het onderwijs beheerd door Binnenlandse Zaken. Minister Van Humbeek voerde een paar nieuwigheden in die grote gevolgen zouden hebben. Het toezicht, de inspectie zou voortaan gedaan worden door rijksinspecteurs. Voorheen was het toezicht steeds in de handen van de geestelijkheid geweest.  De pastoor van het dorp moest dus controle uitvoeren in de school.  Minister Van Humbeek besliste dat ook de godsdienstlessen voortaan moesten gegeven worden vóór of na de gewone schooluren. Godsdienst werd een niet verplicht vak.  Ook het kruisbeeld moest uit de klassen verwijderd worden. De reactie van het bisdom was enorm.  Hoewel het wetsvoorstel pas zou gestemd worden op 6 juni 1879, hebben de bisschoppen deze datum niet afgewacht om tot de actie over te gaan. Elke pastoor, zelfs in de kleinste parochie werd verplicht een vrije school op te richten. De onderwijzer uit de gemeenteschool werd gevraagd 'over te lopen'. Hij kon dus dadelijk aan de slag in de nieuwe vrije school. Echter met een groot verlies aan wedde, tot ongeveer 40 %. Wee de onderwijzer die weigerde hierop in te gaan. De hysterische bisschoppen sloegen de onderwijzers, die in de gemeentescholen op post bleven, in de kerkelijke ban.  Hij, zijn ganse familie en zelfs zijn vrienden werden "geuzen". En met name in Beerzel waren er heel wat liberaal gezinde geuzen, die de strijd aangingen met de katholieken die de bijnaam "sissen" kregen.  In hun vastenbrief in het voorjaar 1879 lanceerden de bisschoppen hun beroemd gebleven smeekbede: "Van scholen zonder god en meesters zonder geloof, verlos ons heer!"  Ook in de moderne tijden bleef het papengebroed aldus proberen om de indoctrinatie en hersenspoeling van het volk in handen te houden, precies zoals de ayatollahs dat tegenwoordig proberen in Iran.  Na de nederlaag van de liberalen in de verkiezingen juni 1884 namen de katholieken het roer in handen en werden de religieuze kaste zo goed als volledig in ere hersteld. 

In 1884 werd in Beerzel in het vijfde huisje aan de bergkant van de Heistsesteenweg de katholieke school van de zusters opgericht. Frans Van Loon werd er hoofdonderwijzer.  Na de eeuwwende opende in 1905 langs de Diepestraat en de Hoogstraat de gemeentelijke jongensschool z'n deuren.  Als hoofdonderwijzer werd Gust Verelst aangesteld.  Franciscus Truyts (Susken Truts) gaf toen les aan het tweede studiejaar.  In 1926 zouden er houten barakken bijkomen om het toenemend aantal leerlingen te kunnen onderbrengen. Ook de katholieken had nood aan meer ruimte.  In 1919 werd de danszaal achter herberg "De Ster" van Livinus De Preter (Vines Kloon) aan het Kerkplein omgebouwd tot twee schoolklassen voor de zusters.  Later bouwden de zusters een totaal nieuwe school langs het Bergstraatje, het pad dat van de Heistsesteenweg naar de berg liep.  Tot laat in de 20ste eeuw werden de kinderen van Beerzel in de verbeten tweestrijd gedompeld tussen de scholen van de nonnen en de "mestesse".   De "mestesse", vermoedelijk afkomstig van het Engelse "mistresses", gaven modern en liberaal onderwijs, terwijl de nonnen toen de reactionair conservatieve koers vaarden, waar voor de kinderen het gaan zwemmen zelfs als ontoelaatbaar en zondig werd omschreven. 

Met verschillende klaslokalen in gebruik in de onmiddellijke nabijheid van het Kerkplein is het alvast niet verwondelijk dat men daar ook snoep voor de kinderen ging verkopen.  Dat gebeurde niet alleen in de "snoephuizekes", maar ook in de woonwagen van "Marus" (Gommaar Ellens) en "Stinneke" (Celestina Van Reck), die voor de eerste oorlog op het Kerkplein naast de waterpomp stond opgesteld.  Men kon er "bollen en bezen" kopen en zogeheten "affairekes" (twee voor 1 cent), dit was geharde stroop in een puntzakje. 

Ten tijde van de schoolstrijd was er trouwens nog geen leerplicht in ons land.  Pas op 19 mei 1914 werd de wet Poullet uitgevaardigd waarbij de leerplicht in het lager onderwijs werd geregeld tot de leeftijd van 14 jaar.   Vóór die wet er was, kon niemand ouders verplichten om hun kinderen te laten studeren. Veel kinderen gingen dan ook niet naar school en konden als volwassene niet eens hun eigen naam schrijven. Ze werkten samen met hun ouders in de fabriek of op het platteland om mee te helpen het gezinsinkomen te verhogen. Dat was ook nodig, want gewone mensen leefden in grote armoede. 85% van hun inkomen hadden ze nodig om voedsel te kopen.  De leerplicht (er is géén schoolplicht) kwam in ons land eigenlijk pas na de Eerste Wereldoorlog volledig in voege. 
 

 
Geschied.Beerzel Deel 1
Geschied.Beerzel Deel 2
Geschied.Beerzel Deel 3
Geschied.Beerzel Deel 4
Geschied.Beerzel Deel 5
Geschied.Beerzel Deel 6
Geschied.Beerzel Deel 7
Geschied.Beerzel Deel 8
Beerzelse Molens
Beerzelse Recepten
Nieuwjaarzingen
Beerzels Dialect
Geschiedenis Algemeen
Geschiedenis 17de Eeuw
Burgemeesters
Foto's Beerzel
ORO Home
http://go.to/kempen
Fax: 03.611.29.02
http://beerzel.tk
Email Portaal Beerzel