GESCHIEDENIS BEERZEL
DEEL 7
 
Portaal Beerzel
 
Geschied.Beerzel Deel 1
Geschied.Beerzel Deel 2
Geschied.Beerzel Deel 3
Geschied.Beerzel Deel 4
Geschied.Beerzel Deel 5
Geschied.Beerzel Deel 6
Geschied.Beerzel Deel 7
Geschied.Beerzel Deel 8
Beerzelse Molens
Beerzelse Recepten
Nieuwjaarzingen
Beerzels Dialect
Geschiedenis Algemeen
Geschiedenis 17de Eeuw
Burgemeesters
Foto's Beerzel
AMBACHTEN, TEELTEN EN
TWEEDE WERELDOORLOG
AMBACHTEN EN TEELTEN

Veel van de ambachten die destijds in Beerzel werden uitgeoefend zijn door de veranderende tijden teloor gegaan.  Tot ongeveer het midden van de vorige eeuw had Beerzel nog verschillende bezembinders, mandenvlechters en klompenmakers.  Klompen werden genoemd werden algemeen gedragen tot rond 1948.  Daarna enkel nog voor bepaalde werkzaamheden en door de oudere mensen die geen ander doordeweeks schoeisel gewend waren.  Klompen werden door bedreven houtbewerkers met een bijl, dissel en paalmes uit blokken gekapt en geschrooid.  Vandaar dat men ze in Beerzel ook "blokken" noemde.  Het was geen makkelijk beroep.  In Beerzel waren er in het eerste deel van de vorige eeuw nog diverse blokkenkappers. Ondermeer klompenmaker De Belser uit de Binnenweg, de straat die tegenwoordig Dr.J.Wynsstraat heet.  Aan het kerkplein woonde klompenmaker Geens, die dit als bijberoep deed.  Voor "Heinke van Petekes" langs de Schrieksesteenweg was het z'n hoofdberoep.  De klompenmakers gebruikten hout van populier en wilg om de dorpelingen van schoeisel te voorzien. Ook smeden ware er in Beerzel.  Rechtover "De Zwaan Herberg" aan het Kerkplein was een smidse uitgebaat door Theofiel Lambrechts ("Fil van Dines").  Op den Dries was smid Felix Van Genechten werkzaam.  Beerzel had verder zeer gespecialiseerde diamantslijpers die in de Antwerpse diamantindustrie werkzaam waren, maar dat is nu grotendeels verleden tijd.

De streek van Beerzel was en is wijd en zijd bekend voor z'n landbouwgewassen.  Destijds werden in de gewillige zavelgrond grote hoeveelheden asperges aangeplant (a)spezzeplekke).  Nu gebeurt het ook nog, maar in mindere mate.  Asperges worden in bedden geteeld en met een speciaal mes in de grond afgestoken.  De aspergebedden worden door de boer of boerin op de knieën zorgvuldig gedabd en gladgestreken.  's Morgens zeer vroeg, nog voor de zon op is, worden de bedden gecontroleerd.  Waar de effen zavel een kleine breuklijn vertoont wordt de asperge uitgegraven.  Dit karwei wordt bij het avondschemeren herhaald. Een bewuste strategie, want eenmaal de aspergekop boven de grond komt, begint ze onder de invloed van het licht paars te verkleuren, waardoor ze sterk in waarde vermindert. Er wordt geoogst tussen april en juni. Bij 12° C worden de groeipunten wakker. De buitentemperatuur bepaalt dan ook het tijdstip van de oogst. Traditioneel sluit de oogst af op 24 juni.  Al jaren wordt er gewerkt om de seizoensbeperking te doorbreken. En daar is men aardig in geslaagd. Door het overspannen van de bedden met zwarte folie wordt de bodemtemperatuur opgedreven en de start van de oogst vervroegd. Aspergebedden aanleggen is een lang werk, en de oogst kan pas na een drietal jaren jaren gebeuren.  Wanneer iemand ergens "zijn aspergebedden aangelegd" heeft, is hij dus van plan zich daar te vestigen. Vandaar ook het spreekwoord: "Hij heeft er zijn aspergebedden aangelegd".  Asperges uit de Kempense zandgrond luiden ook nu nog elk jaar een gastronomische seizoen in. 

TWEEDE WERELDOORLOG

In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog bezochten heel wat Duitse spionnen de Beerzelse regio.  Ze hadden daarbij vooral aandacht voor de zogeheten IJzeren Muur.  Het waren niet alleen agenten van de Reichsdeutsche Gemeinschaft en spionnen voor de Duitse Abwehr die in onze contreien actief waren, ook Duitse kooplui werden ingeschakeld bij het verzamelen van informatie over wegen, vliegvelden en verdedigingslinies.  Dit vormde door gebrek aan beveiliging geen probleem. Onder meer Duitse handelaars in huisraad waren voor de oorlog vaak in de streek van Beerzel.  Ze zaten er volgens geruchten soms 's middags met de niets-vermoedende boeren mee aan tafel.  De Duitsers wisten derhalve veel en de Duitsers wisten bijna alles van de IJzeren Muur toen ze uiteindelijk ons land onder de voet liepen. 

De aanval op 10 mei 1940 gebeurde om 5.35 u Duitse tijd, dat was 4.35u Belgische tijd.  Nederland liept toen 40 minuten achter op ons land.  Dus in Nederland begon de Duitse aanval om 3.55 u.  Enige tijd later, in 1941, heeft de Duitse bezettingsoverheid de tijd geüniformiseerd in België en Nederland en gelijkgeschakeld met de tijd van Görlitz.  Op het moment van het binnenvallen van de Duitse troepen waren langs het Albertkanaal 3 regimenten van de Belgische 7e divisie gelegerd. Men hoopte de Duitse invallers daar tegen te houden tot de geallieerden te hulp zouden komen. Het Albertkanaal werd gezien als een nagenoeg onoverkomelijke brede tankgracht, die de Duitsers zeker 5 dagen tegen konden houden. Achteraf zou blijken, dat de slag aan het kanaal exact twee dagen zou duren.  In de nacht van 11 op 12 mei begon bij het kanaal de grote Belgische terugtocht. Tijdens de terugtocht werden vertragende gevechten geleverd, waarmee de Belgen zichzelf een kans gaven zich ordentelijk achter de IJzeren Muur of KW-linie (Koninghooikt-Waver linie) terug te trekken. De KW-linie bestond uit een lange reeks versterkingen met 350 betonnen bunkers en tankversperringen. Verder was er een interessant en opvallend verdedigingsmiddel: de Coutet-elementen. Dit waren grote stalen elementen, die aan elkaar bevestigd en in de grond verankerd een stalen muur vormden van 10-tallen kilometers lengte. Deze versperring diende voornamelijk om tanks en pantservoertuigen tegen te houden. Dit pronkstuk van de Belgische verdediging gaf de Belgen een bijzonder veilig gevoel en ze meenden dat het hart van het land daardoor veilig was. Heel wat jonge soldaten uit Beerzel en omstreken lagen bij de IJzeren muur.  Zo deed Albert Goris, die enige tijd tevoren getrouwd was met Euphanie Ceulemans (Fannie van Jef van Merkes), op een gegeven moment tijdens de 18-daagse veldtocht dienst bij de IJzeren muur in de buurt van Haacht.  Hij werd er ook krijgsgevangene gemaakt en bleef 10 maanden in Duitsland.  Bij Haacht bestond de KW-linie uit een betonnen antitankmuur met antitankgracht en plaatselijk geïnundeerde gebieden.  Soldaten van het 26ste Infanterieregiment van het 6de Duitse leger staken echter op 17 mei 1940 de Dijle over tussen Rijmenam en Haacht en trokken om de KW-linie heen.  Zo bleek de stalen muur niets anders dan een dure en nutteloze investering.  Het gevolg was dat de Belgische troepen andermaal de opdracht kregen terug te trekken. Onwetend van de gebeurtenissen in de rest van het land en in Frankrijk waren de Belgische soldaten woedend dat ze hun IJzeren Muur zonder slag of stoot moesten prijsgeven. Het terugtrekken werd er trouwens niet eenvoudiger op. De wegen waren verstopt door vluchtende burgers en de militaire colonnes waren een doelwit voor de gretige Stuka's. Er speelden zich dan ook hartverscheurende taferelen af op de wegen in de regio. Veel burgers uit de steden probeerden familieleden te bereiken op het platteland, omdat daar te eten was en ze er mogelijk veiliger zouden zijn voor Duitse bombardementen.  De verwarring was echter zo groot dat er vaak in twee richtingen gevlucht werd.  Heel wat boerengezinnen uit Beerzel vluchtten weg en vonden tijdelijk onderkomen in de omgeving van Booischot en Westmeerbeek. Na een paar dagen keerden de meesten echter naar Beerzel terug. 

Op 28 mei 1940, om vier uur, hield het Belgisch leger op met vechten tegen de Duitse overmacht. Het hele leger, koning incluis, werd krijgsgevangen gemaakt en kreeg het bevel ter plaatse te blijven en verdere Duitse orders af te wachten.  Dagenlang lieten de Duitsers het Belgische leger ongemoeid, terwijl ze verder oprukten tegen de Britten en de Fransen. Her en der besloten soldaten de bevelen van hun oversten te negeren en naar huis te gaan. Meer dan eens gaven de officieren trouwens zelf het voorbeeld. Belgische soldaten die in de streek van de Zuiderkempen werden gevangen genomen werden meestal in kolonnes te voet weggeleid.  Sommigen moesten bijna het hele eind naar Duitsland te voet afleggen.  Anderen werden in Mechelen en andere plaatsen bijeengebracht en per trein naar Duitsland vervoerd.  Tijdens de marchen naar de verzamelplaatsen ontsnapten er enigen uit de kolonnes aan de Duitse bewakers, leenden ergens een burgerpak en geraakten op die manier weer thuis. Vanuit de voornaamste stations werden de krijgsgevangenen op transport gesteld naar Duitsland.  De meeste krijgsgevangenen bleven niet lang in Duitsland.  Eind 1940 kwamen er al ongeveer 100.000 Vlaamse krijgsgevangenen naar huis. 

Voor velen was het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog niet gemakkelijk. Naast het directe oorlogsgevaar was er de zorg voor de dagelijkse bevoorrading. Naarmate de oorlog duurde werden zowat alle producten schaars en zeer duur. België was nog maar nauwelijks bezet toen de bevolking moest leren leven met rantsoenering van voedsel en kleding.  Iedereen bekwam een rantsoeneringskaart en haast alles moest voort met bonnen bekomen worden. Men kreeg rantsoenen toebedeeld die in grootte varieerden, naargelang men een volwassene of een kind was, of naargelang de zwaarte van de arbeid die men moest verrichten. Een paar voorbeelden van rantsoenen: 225 gram brood, 4 tot 10 gram boter, 20 à 30 gram vlees per dag en 150 kg kolen per gezin van vier personen per maand. Men zocht naar allerlei gelegenheden om aan extra rantsoenen te geraken.  In een landbouwdorp als Beerzel viel dat een stuk makkelijker dan bijvoorbeeld in de stedelijke gebieden.   Mensen uit Mechelen die familie hadden in Beerzel kwamen er tijdens de oorlog dan ook regelmatig op bezoek om er mee te eten.  Sommigen bleven weken en maanden bij hun boerenfamilie op visite.  Ook eigenaars van boerderijen, die in de stad woonden, kwamen nu bij hun pachters langs...  Dankbaar waren de mensen ook voor de wonderbaarlijke haringvangsten in de fameuze hongerwinters 1943 en 1944.  Vanuit Beerzel trok men dan onder meer met de fiets naar Putte.  Want ondernemer De Haes was er daar in geslaagd een grote partij haring op de kop te tikken.  Z'n hele opslagplaats lag vol.  In die dagen ging niemand in de geburen met een lege maag naar bed... In de haven van Nieuwpoort alleen al werd in 1943 liefst 37.835 ton haring aangevoerd en het jaar erna  22.710 ton. 

In de strijd om het bestaan begon men in Beerzel op grote schaal zelf weer te bakken, men liet in 't geheim koren malen, haver pletten, aardappelen raspen voor "patatbloem" en van raapzaad maakten de mensen een soort smout. Men ging ook weer aan 't boteren.  Koffie was er niet meer en men gebruikte gebrande gerst als ersatz-koffie. Ook werd koffie gezet uit gemalen chicorei-wortel of 'bitterpeen'.  Zelfs het bier, dat de mensen even de oorlog kon doen vergeten, werd minder. Gebrek aan grondstoffen en leveringsproblemen zorgde voor het ontstaan van het beruchte "oorlogsbier".   Vanaf 15 december 1941 zakte het alcoholgehalte van het bier naar 1,5°.  Ook kwam er bier op basis van suikerbieten en werden voor het eerst synthetische verzoetingsmiddelen gebruikt tijdens het brouwen. 

Omdat de rantsoenering en verregaande zelfbehulpzaamheid niet voldoende was om grote gezinnen te onderhouden ontstond ook in het Beerzelse de "zwarte markt".  Het was verboden runderen te slachten, graan te malen, kleinvee te kopen en te verkopen zonder speciale toelating.  Maar het gebeurde toch. 

In maart 1942 werd een eerste wet op de verplichte tewerkstelling ingesteld, gevolgd door een tweede wet op 6 oktober 1942. Deze wet voorzag een tewerkstelling in het ‘Reich’ voor mannen tussen 18 en 50 jaar en voor vrouwen tussen 21 en 35 jaar.  Tevoren waren ook uit Beerzel al mannen en vrouwen die in eigen streek geen baan vonden naar Duitsland getrokken om te gaan werken.  Sommigen kwamen terecht in plaatsen zoals Dresden, Leipzig en Dessau.  Daar gingen Beerzelaars en andere streekgenoten aan de slag in de Maschinenfabrik und Eisengiesserei in Dessau-Süd, in de Junkerswerke of IG Farben eveneens bij Dessau en in de Leunawerke in de buurt van het Duitse Halle.  Op 13 en 14 februari 1945 vielen 1200 Britse en Amerikaanse bommenwerpers het historische Dresden aan.  De stad werd compleet verwoest na een vuurstorm die 300 kilometer ver te zien was.  Dessau werd in de nadagen van de wereldoorlog voor 87 procent verwoest.  Gruwelijke verhalen over de oprukkende Russen deden de Vlaamse tewerkgestelden daar rond de maand april de vlucht nemen.  Ze deden vervolgens verwoede pogingen om naar het westen en in Amerikaans gebied te raken.  Op zaterdag 21 april 1945 vestigde het Amerikaanse Eerste Leger een bruggenhoofd in Dessau. 

Lang voor de datum was echter Beerzel reeds bevrijd.  Britse, Amerikaanse en Belgische troepen (Brigade Piron) heroverden in een blitsoperatie op 3 en 4 september 1944 nagenoeg de hele streek van Brussel tot Antwerpen.  Toen de soldaten door Beerzel trokken, op weg naar Geel en Nederland werden ze luid toegejuicht door de bevolking.  De Belgische vlaggen wapperden weer.  Sommige kleine meisjes (o.a. Maria Goris) droegen zelfs strikjes in de nationale driekleur.  Op 5 september verscheen in Het Staatsblad het besluit waardoor het gebruik van Duits geld verboden was.  Het afhalen van deposito's werd beperkt tot 2000fr en de bevolking werd verplicht de hoeveelheid buitenlandse bankbiljetten aan te geven.  Tien dagen later was ook Geel bevrijd. Op dezelfde dag werden in de bevrijde gebieden in ons land de bioscoopzalen weer geopend. Korte tijd later werden ook in Beerzel tientallen onuitgegeven Amerikaanse en Britse films vertoond.  Her en der lagen in de streek ook geallieerde soldaten.  Onder meer hadden Amerikaanse troepen hun tenten opgeslagen op de Ixenheuvel in Putte.  Meer en meer leek de oorlog voorbij, maar dat was niet zo.  Want dan kwam de dreiging van Hitlers vergeldingswapens. Op 7 oktober noteerde men de eerste V-2 inslag in de provincie Antwerpen te Brasschaat.  Daarna kreeg vooral Antwerpen en het havengebied het te verduren.  Er vielen daarbij nog honderden doden.  
 

 
Geschied.Beerzel Deel 1
Geschied.Beerzel Deel 2
Geschied.Beerzel Deel 3
Geschied.Beerzel Deel 4
Geschied.Beerzel Deel 5
Geschied.Beerzel Deel 6
Geschied.Beerzel Deel 7
Geschied.Beerzel Deel 8
Beerzelse Molens
Beerzelse Recepten
Nieuwjaarzingen
Beerzels Dialect
Geschiedenis Algemeen
Geschiedenis 17de Eeuw
Burgemeesters
Foto's Beerzel
ORO Home
http://go.to/kempen
Fax: 03.611.29.02
http://beerzel.tk
Email Portaal Beerzel