|
Lotgevallen van Kaske, Amelie en Pavel in Beerzel en omstreken |
|
|
|
|
|
schommelde ze in haar kasten. Toen Kaske de kamer binnenkwam had ze net een gigantisch kleed van destijds opengevouwd. Ze zegt tegen Kaske: “Da’s er een van in den taat azzek er 120 was” “Ja?” antwoordt Kaske “En hoe out zerre naa?” |
|
|
|
bij een oefening van het Rode Kruis. De oefening duurde echter veel langer dan voorzien. Toen de verplegers op de plaats waar Kaske lag aankwamen vonden ze een briefje met de tekst: “Ben doodgebloed en naar huis gegaan”. * Beerzel krijgt af te rekenen met de zwaarste storm aller tijden. Bij Kaske vliegt het dak eraf en worden hij en Amelie met bed en al opgetild, en komen als bij wonder ongedeerd op de markt in Mechelen terecht. “Erre gaa ook zeuwe verschoute?” vraagt Amelie. “Jaa ge zou veu minder” antwoordt Kaske “’t Is den eerste keer in 14 joar damme same boatenkoume!” * Amelie zegt ’s morgens kwaad tegen Kaske: “Gaa hèt maa heel de nacht liggen oatschelde swenst dagge oant sloape weirt” “Mor alei” antwoordt Kaske “ik hem de hele nacht nie gesloape”. * Pavel ziet Kaske aan de toog zitten en vraagt “Ge ziet er zeuwe ongelukkig oat, ge ging toch aa best doen vei ouvereen te koume med aa schoomoeder?” “Jaa” zucht Kaske “Verleie weik hem ek heur gezei dasse welkom was en watta va maa was eivengoe van heur was.” “Wat is’t probleim dan?” vraagt Pavel. “Ewel” antwoordt Kaske “deize mergen heese m’n hoas en al maan dinge verkocht!” * Een postbeambte in Beerzel zegt tegen Kaske die een brief komt posten: "Er moet nog een postzegel bij. De brief is te zwaar." Kaske zegt verwonderd: "Mor alei, dan werd deejn brief nog zwirder !!" * Kaskes kinderen vragen plots: "Pa, woarum zerre gaa mei ons moe getrouwd?" Kaske draait zich om in de richting van Melanie en snauwt: "Zierret wel! Zelfs de kiendere begrapen et nie!" * In de tijd toen Kaske en Amelie nog verkering hadden zei Amelie op een romantisch moment: “’k Sou zeuwe gelukkig zaan, as ge me lot zout wille dele” “Aa” antwoordde Kaske “Hoeveil edde gewonne?” * Een advokaat stuurt een boze brief naar Kaske met de mededeling dat deze nu reeds precies een jaar te laat is met het betalen van een rekening. Kaske stuurt onmiddellijk een kaartje terug met de tekst: “Van harte gefeliciteerd met de verjaardag”. * Kaske doet z’n legerdienst en de Commandant van de basis zegt tegen hem “Als ge de drank laat dan kunt ge hier luitenant worden”. “Jamaar” antwoordt Kaske “Azzek gedroenke hem dan voele ‘k ik maa Generoal !!” * Kaske is op zoek naar een makkelijke stoel met armleuningen en ziet iets naar z’n zin staan bij een antiquair. Terwijl Kaske zich in de stoel zet zegt de antiquair: “’t Is een Louis 14”. “Ja” zucht Kaske, niet helemaal tevreden “Een is toch wa on de klaane kant. Gef maa mo liever een Louis 15” * Pavel zegt tegen Kaske: “Azzek ruuze hem met maan vraa dan zend’ek de kiendere noh boate” “Ah” antwoordt Kaske: “’t Is doamei da’k die gaste van aa zeuwe dikkes teigenkom in ’t terp!” * Pavel zegt tegen Kaske “Ik sen een interessant boek oan’t leize ouver de tsare en tsarina’s van Rusland, en over helle kiendere” “Ah” zegt Kaske “de tsardiene” * Kaske zegt tegen Pavel: “Ons Amelie zoagt dad ons hoashave teveil geld kost” “En wat herre gezee?” wilde Pavel weten. “Dat seiker nie a maa ligt, van ‘k sen neuwet nie toas!” * Kaske zegt tegen Pavel aan de toog “Den doktui hee maa pilletjes gegeive vei maan gehuige.” “En helpen ze?” vroeg Pavel. “Nog nie” antwoordt Kaske “’k fergeit ze al den helen taat in te pakke!” * Kaske zegt tegen Pavel die zich aan de toog zet: “’k Wist nie da gaa muziek kon speile!” “Mor allei” antwoordt Pavel “Wie heeter aa da naa waasgemokt. Ik kan geen nout muziek leize”. “Allei naa” zegt Kaske “’t Is aa vraa die teigen ons Amelie gezeid hee da gaa toas de twiede viool spilt”. * Kaske komt een oude klaskameraad tegen en ze vertellen de belangrijkste gebeurtenissen uit hun leven. “Ik heb 4 maanden in coma gelegen” zegt de vriend. “Bij maa was’t 8 munt Euschkirchen” antwoordt Kaske. * Kaske komt bij de dokter. Deze zegt: “Lang niet gezien!” “Neeë” zucht Kaske “’k sen vaaf weike zwoar ziek geweist!” * Kaske raakt op de trein aan de praat met een nogal ruim uitgevallen vrouw met een boksersneus die tegenover hem was komen zitten. Nadat het onderwerp ‘weer’ was uitgeput vraagt Kaske “En erre gaa kienders, madam?” “Ja zunne” knikt de vrouw “Twieë jongetjes, en ze trekke allebaa hiel hét up maa”. “Mo madam” zegt Baziel met enig medeleven in z’n stem “Vei joenges is da zuw erg nie!” * Na het onderzoek zegt de dokter tegen Kaske dat z’n bloeddruk veel te hoog is. “Da komt duij de familie, meneer doktuij” antwoordt Kaske. “Vaders kant of moeders kant?” vraagt de dokter. “Maan vraa d’er kant” zegt Kaske. “Maar dat kan toch niet” antwoordt de dokter. “Ge zout zeuwe nie klappe” zegt Kaske “as ge maan schoonmoeder zou kennen”. * Midden in de nacht trekt Kaske naar Mechelen en trommelt zijn huisbaas uit bed. “’t Is vei te zegge da’k deis munt m’n huur nie kan betoale” roept Kaske. “Dat had je me toch ook morgen kunnen vertellen!” sakkert de half slapende huisbaas. “Joa” antwoordt Kaske “Mo ik ducht, veiwa zou ‘k ik den enigste moete zaan die d’er van wakker ligt?” * “’k Hem deize mergen den burger gezien up de met” zegt Kaske tegen Melanie. ''En hatten z’n kettieng oan?'' vroeg Melanie. ''Mo nee toch” zegt Kaske “A liep geweun los.” * Kaske zegt tegen Amelie dat ze vanwege de economische crisis niet moet rekenen op een kado voor haar verjaardag. “Do verschiet ‘k nie af” zegt Amelie “ander joaren beleuvde ook vanalles mo ge geft noois niks. Wad is’t verschil?” “Wel” zucht Kaske “Deis joar kanne’k zelfs nieks beleuve!” * De dokter zegt tegen Kaske “Als ge twee weken geen alcohol drinkt dan kunnen we zien of Uw toestand verbetert”. “Kunne me da nie anders uplossen?” vroeg Kaske. “Ik zie niet direct hoe dat zou kunnen” antwoordt de dokter. “Toch wel” wist Kaske “Azzek de koumende weiken na es dubbel zoveil zou drienken, dan zoude toch kunne zien of maan ziekte slechter wird?” * Kaske komt thuis uit Brussel en zegt dat hij zich niet goed voelt omdat hij achterwaarts gereisd heeft. “Veiwa herre deeë mens rechteuver aa nie gevroagd van pluts te verwisselen?” vraagt Melanie. “’k Hemmer ook oan geducht” antwoordt Kaske “Mo do zat niemant nie”. * Kaske wordt op z’n moto tegengehouden door de bereden politie. De agent zegt: “Hebt U niet gemerkt dat Uw vrouw daarnet van Uw moto is gevallen?” “Neeë zunne” antwoordde Baziel verwonderd “Ik doecht da’k injins doof gewerre was” * “Herre ook gehoord dasse iet oatgevoene himme wodeuj dat den ottouw 95 percent minder lawaat mokt as ge ont rèèn zet?” vraagt Pavel aan Kaske. “Ja zunne” antwoordt Kaske “’t past jest ouver de mont van ons Melanie”. * Een mogelijke nieuwe werkgever zegt tegen Kaske: “Ik zie hier dat U Uw vorige baan hebt verlaten wegens ziekte. Wat was de aard van de ziekte?” “Wel” zucht Kaske “’t is den directeuj dee ziek gewerren is assen zag hoe da’k ik werkte” * Kaske wordt ’s nachts door een agent in de kraag gegrepen wegens openbare dronkenschap. Kaske vraagt: “Woa brengde gaa maa hinne?” “Naar de politiecel” zegt de agent. “O, dan is ’t goe” antwoordt Kaske. “‘k Doecht al dagge me wielde nor oas brenge” * Kaske wandelt op de Beerzelberg. Een schilder die net een nieuw bergzicht heeft afgewerkt zegt met enige trots tegen Kaske: “Kijk, dit is m’n laatste schilderij”. Kaske werpt even een blik op het werk en zegt vervolgens: “’t Was ook howig taat he”. * Een verkoper staat aan de deur en zegt tegen Kaske: “U beweert dat uw vrouw niet thuis is, maar ik heb ze daarbinnen net iets horen zeggen” “Da kannie saan” antwoordt Kaske zonder verpinken: “Ons Amelie, die hee hier niet te zegge!” * Kaske komt binnen achter de kerk, zet zich naast Pavel aan de toog, en zegt met een brede glimlach "'k Hem jest een encyclopedie van feftig dele gekocht" "Joa" antwoordt Pavel verwonderd "da sal nogal wa werk gekost himme vei dad allemoal te schrave" "Joa, mor alei" zegt Kaske "g'het zoë van die mense die toch niks beiters te doen himme". * Tijdens het onderzoek vraagt de dokter aan Kaske: "Hebt u dikwijls dorst?" "Neeë zunne meneer den doktui" antwoordt Kaske "Zeuwe waat loat ek et neuwt nie koume" * Tijdens het eten morst Amelie een kwak mayonaise op haar kleed. “Eksukseir” zegt ze lachend “’k sien d’er oat as e verreke hé” “Joa zunne” knikt Kaske “en ge hit nog gesmost ouwek”. * Een nieuwe collega op Kaskes werk zegt op een dag :"Heb ik je gisteravond niet gezien aan de bioscoop met een dame?" "Da sulde gaa nie goe gezien himme" antwoordt Kaske "Want ik sen no de cinema geweist mei ons Amelie!" * Pavel zet zich achter de kerk naast Kaske aan de toog en zegt voorzichtig: "Was da ave favorietste noenkel die do gistere plots gesterven is?" "Kweitnie" antwoordt Kaske "Achter de begroafenis doen ze 't testament pas oupe". * Kaske gaat bij de drogist en vraagt strooipoeder tegen vlooien. "Hoeveil?" vraagt de winkelier. "'k Weit et nie" antwoordt Kaske verwonderd "Ze blave neuwet lang genoeg stil zitte vei ze te kunne telle". * Kaske is in dienst bij de gemeente. Zijn afdeling is net onverwacht verhuisd naar een nieuw kantoor met zicht op de berg. Omdat Pavel weet dat Kaske nu een mooi uitzicht heeft, vraagt hij: "'t Jiste da ga 's merges doe is no boate kaake zeiker?" "Neeë!" antwoordt Kaske met nadruk: "Want dan weit'ek no de middag wei nie wa toen" * Kaske is in het hospitaal in Bonheiden op het moment dat Amelie een operatie moet ondergaan. Aan de dokter die klaarstaat met een spuitje vraagt Kaske: "Wad is da?" "Het is de verdoving" antwoordt de dokter "Nadien zal Uw vrouw van niks meer weten" "O" zegt Kaske "Doe geejn moeite, ze wit naa oowk al niks". * "Ja Kaske" zucht de dokter "Het spijt me je te moeten zeggen dat ge lijdt aan een erfelijke ziekte" "Oh" antwoordt Kaske zonder verpinken "Zend de reikening dan mo no maa groatfoader!" * Kaske zit op de bus met de zoon van z'n gebuur. Hij vraagt: "Wo gorre gaa hinne?" "Iik gggen nnnnno mmmaan tttante, zzzze helpt mmmaa mmmei maan stttotttere" antwoordt de jongen. "Is da wel neuwdeg?" vraagt Kaske "Gaa stottert toch al goe genoeg?" * Kaske komt de pastoor tegen en deze vraagt hem :"Kaske bidde gelle toas nog vei 't eite?" "Da's nie neuwdeg meneer pestoar" antwoordt Kaske "Ons Amelie kan goe kouke". * Kaske zit heel de dagen niks te doen. Pavel vraagt hem: "Is er niemand die aa in al die weike nen job hee oangebouwe?" "Joa een poar wèl" zei Kakse "mo al d'ander mense zin altaa heel vriendelik geweist vei ma" * "Mo Kaske, toch" zei Pavel toen ze na het eten samen in het salon nog een glaasje dronken "Veiwa drienkte gaa na cognac oat een Duvelglas??" "Wel" antwoordde Kaske "omda den doktui gezei hee dat 't die klaan dreujpelgloazekes zin die maa kapot moake!" * Kaske en z'n boezemvriend Pavel hadden op een avond achter de kerk nog meer Duvels gedronken dan normaal en kwamen ook nog veel later thuis dan gewoonlijk. Toen ze mekaar 's anderendaags weer tegenkwamen vroeg Pavel. "Wa hee elle Amelie gezei da ge zeuwe loat toaskweimt?" "Niks speciaol" lispelde Kaske "en 'k was toch al van plan geweist vei maan tweeë vurreste tanne te loate trekke". * |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|