Groen vzw                                                                                                   Brugge, voorjaar 2019

Vier Uitersten 1, 8200 Sint-Andries

050/311562

groenvzw@pandora.be

http://users.pandora.be/a150254/

 

 

Dossiers in evolutie

 

Groen vzw                                                                                             Brugge, 20 maart 2019

Vier Uitersten 1

8200 Sint-Andries

050/31 15 62  groenvzw@telenet.be

http://users.telenet.be/a150254

 

                                    Aan de Vlaamse regering

 

Betreft: Bezwaren n.a.v. het openbaar onderzoek van 21 januari 2019 t.e.m. 22 maart 2019 over het voorkeursbesluit voor het complex project ‘verbetering nautische toegankelijkheid tot de (achter)haven van Zeebrugge’

 

Geachte mevrouw,

Geachte heer,

 

De milieuvereniging Groen vzw tekent hierbij bezwaar aan tegen het voorkeursbesluit waarbij de nieuwe zeesluis gepland wordt op de plaats van de Visartsluis om volgende redenen:

 

1. Het voorkeursbesluit met keuze voor het Visart-alternatief houdt onvoldoende rekening met het belang van een herwaardering van de woonfunctie en bedreigt de leefbaarheid.

 

Het woongedeelte van Zeebrugge bestaat uit vier wijken: het eigenlijke centrum (Zeebrugge-dorp), de Stationswijk; de Oude vissershaven en de Strandwijk.

Bij de afweging van belangen dient de woonkwaliteit in een goed geordende woonruimte op de eerste plaats te komen en moet een conflict met de havenontwikkeling ten allen prijze vermeden worden. Dit is nu echter niet het geval.

Het alternatief Visart scoort negatief omwille van het behoud en de versterking van de barrière tussen de kernen van Zeebrugge.

Bij het alternatief Visart ontstaat er aldus een functionele versnippering tussen de woonwijken Zeebrugge Stationswijk en Zeebrugge Dorp. Bij dit alternatief wordt er bijkomend een relatief groot aantal woningen ingenomen, wat een negatieve invloed heeft op de landschapsstructuur van deze woonkern. Door deze inname zal het overblijvende deel van de dorpskern enorm klein worden.

Om het voorgestelde project te kunnen uitvoeren werden niet minder dan 35 onteigeningen voorzien.

Bij het alternatief Visart wordt een relatief groot deel van de woonkern van Zeebrugge Station ingenomen, wat een negatieve impact heeft op de beleving en draagkracht van het resterende deel van de woonkern.

De Visartsluis-variant  heeft dus grote nadelen voor de herontwikkeling van Zeebrugge als kwalitatieve woon-, werk- en badplaats.

De Visartsluis wordt immers aangelegd ter hoogte van de huidige. Hierdoor blijft

of vergroot zelfs de fysieke onderbreking van de Kustlaan en van de kruising van

lokaal verkeer met de kustwandeling.

In relatie tot structuur- en relatiewijziging daarentegen scoren de alternatieven Vandamme oost en Verbindingsdok (Nx tunnel of bovengronds) positief. In het alternatief Vandamme oost ontstaat een bundeling van de sluisinfrastructuur; bij het Verbindingsdok wordt de nieuwe sluis gebouwd binnen bestaand havenlandschap. In beide alternatieven wordt de Visartsluis buiten dienst gesteld, wat potenties biedt naar ontsnippering van de landschappelijke structuur en relatie tussen de woonwijken Zeebrugge Dorp en Stationswijk.

Ook de gewenste ontwikkeling van het Kustpark uit de Revitaliseringsstudie krijgt meer kansen en verhoogt de woonkwaliteit. Kustpark (locatie: het grote driehoekig terrein van de ex-militaire zone Knaepen): Na de sanering van de gronden door Defensie, biedt de ex-militaire zone Knaepen veel opportuniteiten om een publieke ruimte te ontwikkelen als schakel tussen de Strandwijk en de Stationswijk. Het park moet een breed spectrum aan activiteiten aanbieden, zoals tuinieren, kinderboerderij, zwemvijvers, …

 

Door de voorgestelde inplanting van de zeesluis wordt het dorp blijvend verdeeld  Het dorp wordt afgescheiden van de stationswijk en van de strandwijk zodat er geen directe verbinding meer mogelijk is. Het dorp geraakt gekneld tussen twee zeesluizen en kan alleen nog via bruggen bereikt worden. Eigenlijk wordt van het dorp een eiland gemaakt met zeer moeilijke en fluctuerend toegang.

Volgens de revitaliseringsstudie uitgevoerd in opdracht van stad Brugge is het van essentieel belang dat de wijken naar elkaar toe groeien om de leefbaarheid van Zeebrugge te herstellen en te verhogen. Bij deze inplanting van de sluis is het niet mogelijk om tot een dergelijke evolutie te komen, integendeel.

 

De verdeling zal een zeer grote impact hebben op de leefbaarheid van alle wijken. Zo zijn de scholen, de supermarkten,… gelegen in het dorp. Het zal voor kinderen uit de Strandwijk en uit de Stationswijk moeilijker worden om de scholen op een veilige manier te bereiken.

Het zal voor ouderen en minder-mobielen moeilijker worden om inkopen te doen, naar de bank te gaan, …

Door het scheiden van de wijken en de manier waarop die scheiding gebeurt is de kans groot dat bewoners zich niet meer te voet of met de fiets kunnen verplaatsen voor dagelijkse zaken omdat ze, zeker tijdens de periode van de werken, naar Blankenberge of naar Heist zullen moeten om boodschappen te doen, verzorging te krijgen,… Die verplaatsingen zullen veelal met de auto worden gedaan wat aanleiding zal geven tot een opbouw van nog meer fijn stof en nog meer roetuitstoot.

 

Er zal een moeilijker bereikbaarheid zijn voor artsen, verpleegkundigen, zorgverstrekkers, personenverzorging, diensten aan huis wat in veel gevallen, en vooral voor hulpbehoevende inwoners, een verminderde zelfstandigheid zal impliceren. Deze mensen dreigen in een situatie terecht te komen waarin ze bijvoorbeeld niet meer thuis kunnen wonen omdat ze, zelfs met persoonsalarm, niet meer tijdig kunnen bereikt worden bij een noodgeval.

 

De jachthaven en de strandwijk zullen moeilijker met mekaar te verbinden zijn wat het toerisme zeker niet ten goede komt.  Ook de winkels aan de oude vismijnsite zullen hieronder leiden en minder klanten krijgen.

 

Tijdens de bouwfase wordt alle verkeer (lokaal, doorgaand, werfverkeer,… ) vermengd wat voor de inwoners tot een onleefbare situatie zal leiden, niet alleen naar luchtkwaliteit maar ook naar veiligheid en geluidsoverlast, visuele overlast en parkeeroverlast.

Voor de inwoners wordt de situatie gedurende de hele bouwfase onleefbaar met gevolgen voor de gezondheid van alle betrokkenen.

 

De vraag blijft zich stellen hoe groot het risico op scheuren en verzakkingen is bij het bouwen van de zeesluis. In de jaren 70 en 80 ondervonden grote delen van het dorp dergelijke hinder bij het bouwen van de Vandammesluis en de aanleg van de achterhaven, wat voor de bewoners veel stress en ongezonde, gevaarlijke woonsituaties met zich heeft meegebracht.

 

2. Nieuwe, milieu- en woonvriendelijke ontwikkelingen in de omgeving van de Visartsluis worden onmogelijk gemaakt.

 

De omgeving van de Visartsluis is ongedefinieerd en onderbenut. De eventuele demping en herontwikkeling van de Visartsluis maakt het gebied tot een zeer strategische plek. Ook bij behoud van de Visartsluis heeft de zone rondom de sluis potentieel om uit te groeien tot een aantrekkelijk ingerichte ruimte.

Tegelijk kan de Visartsluis deels gedempt worden. Er zijn wel wat mogelijkheden om met de oude sluis iets te doen. Bv. – ombouw tot openluchtzwembad

- een onderdoorgang voor noord-zuid vrachtverkeer tussen voorhaven en achterhaven

(beide zijn combineerbaar)

 

 

3. Het Visart-alternatief brengt relatief veel negatieve verkeers- en gezondheidseffecten alsook visuele hinder met zich mee.

 

Het alternatief Visart met Nx bovengronds scoort het slechtst (nl. beperkt negatief) ten aanzien van de geluidsbelasting door het wegverkeer, doordat de Nx voor bijkomend verkeerslawaai in de woonwijken van Zeebrugge zal zorgen.

Voor het scheepvaartverkeer zal het dicht bij woningen gelegen Visart-alternatief globaal eveneens slecht scoren naar geluidsbelasting en trillingshinder, daar er meer en grotere schepen zullen passeren en aanmeren in vergelijking met de huidige situatie.

Ook de bijkomende verkeersemissies bevinden zich te dicht bij de huizen en bedreigen de gezondheid van de plaatselijke bewoners. De hinder door wijzigingen in de luchtkwaliteit wordt aanzienlijk negatief beoordeeld in het alternatief Visart (beide varianten), omdat de nieuwe sluis en wegenis dichtbij de woonkernen wordt voorzien.

Dit houdt voor alle omliggende wijken (zowel Stationswijk, de Rederskaai, de visserswijk als het dorp) in dat er een grote toename is van vervuiling met fijn stof en roet. Schepen die stilliggen en veel moeten manoeuvreren, en die dan ook nog een keer aangestuurd worden door sleepboten, zorgen voor een zeer grote luchtvervuiling. De gezondheid van iedereen komt hierdoor in gedrang. Luchtvervuiling veroorzaakt allergiën, astma, hartproblemen, neurologische problemen, longkanker, tast bloedvaten en hersenen aan,… zoals vermeld in de studies van de VMM.

In tijden waarin steeds meer wordt aangedrongen om de uitstoot van fijn stof en roet terug te dringen, zeker voor wat woonwijken en schoolbuurten betreft, is een dergelijke keuze totaal onverantwoord. Gelet op de predominante windrichting aan de kust zullen vooral de wijken ten oosten van de zeesluis hiervan zware hinder ondervinden. Er zijn in het dorp twee scholen gevestigd waar veel kinderen dagdagelijks verblijven, alsook een kindercreche. De longen van kinderen zijn bijzonder gevoelig voor de effecten van luchtvervuiling. Permanente blootstelling aan zelfs lage dosissen beperken de ontwikkeling van de longen van opgroeiende kinderen, Cfr de VMM, serv.be: fijn stof en transport in Vlaanderen punt 3, Gezondheidseffecten.

 

De visuele hinder en de geluidshinder zijn substantieel:

Er zal in alle wijken overlast zijn door laag frequentiegeluid en trillingen tijdens de bouwfase en tijdens de gebruiksfase. Deze overlast is niet te onderschatten en zal bij heel wat inwoners lijden tot klachten van slapeloosheid, stress, verstoorde slaappatronen bij kinderen,… De gezondheidskost hiervan kan niet onderschat worden.

 

De visuele hinder zal er tijdens de bouwfase vooral uit bestaan dat vanuit alle hoeken de werf zichtbaar zal zijn.

Na de bouwfase zal men vanuit het dorp constant geconfronteerd worden met schepen die door de sluizen varen. Dat is een weinig aantrekkelijk vooruitzicht en uitzicht.

Het constant zichtbaar zijn van grote zeeschepen in een woonwijk zorgt voor een zeer onaantrekkelijke woonomgeving met een zeer nefaste weerslag op de waarde van de onroerende goederen.

 

Het doorvaren aan beide zijden van het dorp en aan één zijde van de stationswijk zorgt voor een constante en aangehouden geluidshinder. De draaiende motoren van schepen zullen aanleiding geven tot aanzienlijke geluidshinder.

 

De gevolgen van ‘geluidsvervuiling’ zijn sluipend en ondermijnend voor de gezondheid: slaapverstoring, hypertensie, concentratieproblemen, leerstoornissen en versnelde cognitieve achteruitgang bij ouderen,… cfr de VMM.

 

 

4. Het sociale weefsel en enkele bouwkundige en sociale erfgoedelementen verdwijnen of worden bedreigd.

 

Het permanent verlies van de Visartsluis in de alternatieven Visart, Visart oost en Carcoke, samen met een aantal andere bouwkundige erfgoedelementen wordt beoordeeld als aanzienlijk negatief.

De Visartsluis zelf heeft een bouwkundige erfgoedwaarde. In de toekomst kan er met respect voor het verleden een bijzondere functie aan gegeven worden.

Indien voor het alternatief Visart gekozen wordt is er een conflict met het RUP “Vissershaven Zeebrugge”. Het visserskruis en het park verdwijnen. Het visserskruis is een vast gegeven in Zeebrugge en een memoriam aan overleden en vermiste vissers, sinds vele generaties. Het maakt deel uit van wat Zeebrugge als leefgemeenschap is en hoe Zeebrugge ontstaan is. Het is een gegeven dat te maken heeft met het ontstaan en de groei van het dorp en met de visserij als voornaamste groeifactor van Zeebrugge in de 20 ste eeuw. Nagenoeg alle families in Zeebrugge zijn op één of andere manier verbonden met dat visserskruis en het is ook een plaats waar nog altijd veel families samenkomen in een gedeeld verleden.

Het wegnemen van het visserskruis is het wegnemen van een stuk van het hart van Zeebrugge.

Gezien de hoge erfgoedwaarde van de Visartsluis met haar sluiswachterwoningen, aanwezige meerpalen, een loods, … wordt aanbevolen om bij deze oostelijke alternatieven de sluis (gedeeltelijk) als historisch object te behouden en/of te integreren in de plannen om de twee kernen van Zeebrugge met elkaar te verbinden.

Door de onteigeningen, met daaraan gekoppeld de gedwongen verhuis van een aantal mensen, en door de scheiding van de wijken dreigt ook een heel sociaal netwerk te verdwijnen. Vooral voor oudere bewoners dreigt het hele sociale bindweefsel van hun leefgemeenschap weg tervallen.  Deze bevolkingsgroep is meestal niet meer in staat om een nieuw onroerend goed te verwerven binnen dezelfde leefgemeenschap. Oudere mensen bedreigd met onteigening vrezen hierdoor te moeten verhuizen naar een rusthuis. Aangezien dat in Zeebrugge niet aanwezig is, zullen zij afgesloten geraken van ondersteuning door buren, vrienden, familie.

Vele families wonen al generaties lang in Zeebrugge en zijn zeer sterk verweven met de gemeenschap.

 

5. Er wordt voorbijgegaan aan de duidelijke voorkeur van de waardevolle Revitaliseringsstudie voor de woonvriendelijke ruimtelijke ontwikkeling van Zeebrugge en het complexe project is onvoldoende uitgewerkt

 

De Verbindingsdok-variant en Vandamme Oost komen er beiden als beste uit

in functie van een duurzame en kwalitatieve revitalisering van Zeebrugge. Ze

hebben allebei het voordeel dat de Visartsluis niet meer operationeel moet zijn

voor zeehavenverkeer. Hierdoor kan de huidige Visartsluis (gedeeltelijk) gedempt

worden en kan het gebied er rond herontwikkeld worden zodat de vier wijken van

Zeebrugge voor het eerst op een volwaardige fysieke en verkeersmatige manier

verbonden kunnen worden.

De keuze voor de Visart-variant zal de ontwikkeling van een veilig en kwalitatief verbindend raamwerk en van de in de Revitaliseringsstudie vooropgestelde cruciale

plekken aanzienlijk bemoeilijken.

Uit de afweging en dus vanuit het perspectief van een duurzame en kwalitatieve revitalisering van Zeebrugge komt het alternatief Verbindingsdok finaal als meest aangewezen variant naar voor. Het was dan ook de hoop van het stadsbestuur dat haar duidelijke voorkeur voor het Verbindingsdok een beslissing op Vlaams niveau in dezelfde zin zou bespoedigen. De Vlaamse Regering heeft daarentegen gekozen voor het Visart-alternatief.

 

De milderende en flankerende maatregelen zijn op geen enkele wijze uitgewerkt. Men verwijst steeds naar de uitvoeringsfase maar heeft op heden geen enkele milderende maatregel concreet omschreven. Dit impliceert dat de maatregelen niet zeker en niet vaststaand zijn en dat de implicaties van de zeesluis moeten worden bekeken vanuit het gegeven dat er op heden geen milderende maatregelen zijn vastgelegd of zijn bepaald en dat de burger dus op heden verkeert in totale rechtsonzekerheid.

Aangezien men voor het uitwerken van de milderende maatregelen steeds verwijst naar fases van het project waarin de burger geen verdere inspraak meer heeft, kan geen correcte besluitvorming worden gevoerd.

 

 

6. Leemten in de kennis over het zoutgehalte van het grondwater maken de verwerping van het alternatief Verbindingsdok betwistbaar

 

Men heeft de moeite niet gedaan om het alternatief van het verbindingsdok voldoende te onderzoeken. In het Verbindingsdok alternatief zullen door de aanpassingen aan het Tweelingenkanaal (het deel van het Schipdonkkanaal ter hoogte van de nieuwe getijzone zal verdwijnen) en door het lager zeepeil in de open-getijzone wijzigingen optreden in de grondwaterstanden, in het oosten van het studiegebied. Voor het oosten van het studiegebied werden nog geen grondwatermodelleringen uitgevoerd waarbij de effecten van een open getijhaven (alternatief Verbindingsdok) en aanpassen aan het Tweelingenkanaal worden gesimuleerd. De effecten in het oosten werden louter ingeschat op basis van expert judgement en dienen met de nodige omzichtigheid behandeld te worden. Een grondwatermodellering is ten zeerste aangewezen om gedetailleerde besluiten te kunnen nemen. Er is dan ook nog geen voldoende reden om het alternatief van het Verbindingsdok te verwerpen op basis van twijfelachtige schattingen van de wijzigingen in het zoutgehalte van het grondwater.

Ter hoogte van natuurgebieden, wordt een verzilting als gewenst beschouwd omdat zilte vegetaties zeer waardevol en zeldzaam in Vlaanderen zijn, bv. in de Kleiputten van Heist.

De voorspelde vermindering van het zoutgehalte in de Kleiputten van Heist is onzeker en er kunnen milderende maatregelen getroffen worden om het negatief effect op de zeldzame vegetatie te verminderen. Een lichte verdroging en verzoeting ter hoogte van de Kleiputten van Heist is niet uitgesloten.

Dit zou geremedieerd kunnen worden via een bevloeiing met zeewater uit het nabijgelegen Verbindingsdok. Het is ook mogelijk dat de resterende kweldruk vanuit het Verbindingsdok minder weerstand gaat ondervinden door het verdwijnen van de hydraulische barrière, gevormd door het Schipdonkkanaal zodat de verzoeting minder groot is.

Een lichte verschuiving in het zoutgehalte binnen een natuurgebied maakt het natuurgebied daarom niet minder waardevol. Er kan zich immers een nieuwe, volwaardige biodiversiteit ontwikkelen.

De beweringen dat in de Kleiputten het zoutgehalte zou verminderen kunnen we sterk in twijfel trekken. De heipalen van de kades zijn minimaal 20 meter diep. De kade van het verbindingsdok ligt op een afstand van 200 meter van deze kleiputten. Het water van het verbindingsdok is brak water.

Er is een sterk vermoeden dat de aangehaalde argumenten een uitvindsel zijn om toch maar dit  plan niet te realiseren. Er is geen enkel echt bewijs aangevoerd dat de theorie van het verzoeten van de Kleiputten klopt.

In het Vandamme oost alternatief daarentegen wordt door het inkokeren van het Tweelingenkanaal een toenemende verzilting verwacht in het oosten van het studiegebied, t.h.v. het aandachtsgebied Kleiputten van Heist, wat een positieve impact heeft op de natuurwaarden van het gebied Kleiputten van Heist.

Het ecotoop- en biotoopverlies voor het alternatief Verbindingsdok wordt niet als een aanzienlijk negatief effect beschouwd mits een optimalisatie van het ontwerp als een strike randvoorwaarde voor het project gehanteerd wordt, zodanig dat er geen ruimtebeslag optreedt van open ruimte binnen VEN-gebied. Omwille van de leemte in de kennis met betrekking tot de omvang van mogelijke verzoeting en verdroging ter hoogte van de Kleiputten van Heist kan voor dit alternatief Verbindingsdok niet geconcludeerd worden dat er  aanzienlijke negatieve effecten op het SBZ-H en VEN zullen optreden.

 

7. De kosten voor het alternatief Verbindingsdok zijn te hoog ingeschat

 

De kosten voor het bouwen van een tweede nieuwe sluis in het Verbindingsdok zullen hoger zijn in vergelijking met de andere alternatieven, maar de (noodzakelijke) renovatie van de huidige Vandammesluis dient in dat geval niet meer te gebeuren. Het bouwen van twee nieuwe sluizen op deze locatie laat ook toe om de bouw gefaseerd te laten verlopen en bijgevolg de investering te spreiden.

De Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse (MKBA) weegt de maatschappelijke kosten en baten van verschillende locatie-alternatieven voor de nieuwe zeesluis in Zeebrugge af ten opzichte een situatie waarin geen tweede sluis wordt gebouwd (nulalternatief). Zowel vanuit internationaal als nationaal perspectief is het kosten-batensaldo voor alle alternatieven positief, het meest positief voor de variant Vandamme west, vervolgens Verbindingsdok NX boven en daarna Verbindingsdok NX tunnel. Het Visart alternatief scoort minder goed.

 

8. Het Visart-alternatief scoort het slechtst op nautisch vlak

 

Dat betekent dat de kans groter is op een botsing met de oevers en een aanvaring tussen schepen onderling. Bovendien wordt sneller een operationele limiet bereikt en is de inzet van machine, roer, boegschroef en sleepboothulp groter en frequenter.

Schepen moeten op deze locatie langer in de sluis liggen dan bij andere alternatieven. Om de sluis te kunnen binnenvaren zullen er veel meer manoeuvers moeten uitgevoerd worden. Deze 2 zaken zullen zo voor meer luchtvervuiling en lawaaihinder zorgen dan bij andere alternatieven.

Uit diverse adviezen en studies blijkt dat bij een westenwind van meer dan 5 bft. grote schepen niet via de Visartsluis kunnen binnenvaren en dat er grote risico’s op ongevallen zijn indien dat wel zou gebeuren.

Zelfs bij ideale weersomstandigheden zijn door de moeilijke bereikbaarheid meer sleepboten nodig wat niet alleen leidt tot langere wachttijden voor de schepen maar bovendien tot een aanzienlijke meerkost voor de rederijen die van de Visartsluis gebruik willen maken.
Daarenboven kunnen grote schepen mekaar niet kruisen in de aanloop naar de zeesluis wat betekent dat er telkens wachttijden van 2 uur en meer zullen zijn voor grote schepen.

 

9. De lokale economie wordt aangetast

 

Voor het toerisme is de inplanting van de nieuwe zeesluis zonder meer nefast.

Door het feit dat er geen automatische doorstroming meer is naar de strandwijk vanuit het dorp en de jachthaven en omgekeerd gaan veel kansen voor de ontwikkeling van het toerisme verloren.

 

De jachthaven wordt stukken minder aantrekkelijk. Op heden heeft de jachthaven van Zeebrugge als grote troef dat de jachten bij het in- en uitvaren niet door sluizen moeten varen en dus geen wachttijden kennen. Door de inplanting van een zeesluis bij Visart verandert de hele situatie. De jachten zullen, telkens een boot door de sluis moet, moeten wachten. Dat maakt de jachthaven van Zeebrugge veel minder aantrekkelijk voor eigenaars en verhuurders van jachten en het zal ook het aantal bezoekers per jaar sterk doen dalen. Er rekening mee houdende dat er nog maar recent een zeer grote investering gebeurde voor het aanleggen van een nieuwe jachthaven voor BZYC is een dergelijke keuze totaal onverantwoord. De jachthaven zal ook merkelijk kleiner worden, wat toch vragen oproept bij eerdere investeringen die werden gedaan in het kader van de uitbreiding van het aantal ligplaatsen voor jachten waaraan ook door de jachtclubs zelf investeringen en tewerkstelling werd gekoppeld.

 

 

De impact op de lokale economie mag niet onderschat worden. Een groot aantal lokale en traditionele bedrijven, die al heel lang actief zijn in Zeebrugge en die een traditionele en duurzame tewerkstelling garanderen dreigen te moeten verhuizen of te sluiten. Deze bedrijven hebben vaak heel specifieke activiteiten die niet of moeilijk te herlokaliseren zijn. Hierdoor dreigt niet alleen een hele hoop lokale tewerkstelling verloren te gaan maar ook een pak vakkennis.

 

Voorbeelden van impact op de lokale economie zijn :

 

-het moeilijker bereikbaar zijn van de lokale handelszaken tijdens de bouwfase en later als gevolg van de scheiding van de wijken.

Op dit moment hebben veel handelaars (de lokale viswinkels, de lokale supermarkten, een aantal zaken aan de site oude vismijn en de restaurants in de havenwijk) veel cliënteel uit doorgaand verkeer op de as Knokke-De Panne. Door het onderbreken van die doorgang verdwijnt een pak van dat doorgaand verkeer en dreigen die handelszaken het merendeel van hun cliënteel te verliezen.

Een aantal van die zaken draait op toerisme en zullen bijkomend nadeel ondervinden van de terugloop van het toerisme.

In die sector alleen al dreigen bedrijfssluitingen en verlies van tewerkstelling.

-het moeilijker bereikbaar zijn van en door dienstverlenende bedrijven.

Het wordt moeilijker om de kapper te bereiken, om bij de boekhouder, de advocaat, de pedicure,… te gaan tijdens de bouwfase en door de verdeling ook na de bouwfase.  Ook die ondernemers zullen schade ondervinden en verlies van inkomsten en cliënteel hebben door de moeilijke bereikbaarheid.

Diensten voor thuisverpleging en thuiszorg zullen moeilijker de klanten kunnen bereiken en zullen veel grotere kosten hebben om die klanten te bereiken (veelvuldig omrijden, stil staan,…).

- de scholen zullen minder vlot bereikbaar zijn. De veiligheid van de mobiliteit voor kinderen en scholieren komt in het gedrang waardoor ouders eerder geneigd zullen zijn om hun kinderen naar scholen buiten Zeebrugge te sturen. Dat zou dan weer tot jobverlies voor leerkrachten leiden en tot het verlies in winkels en handels die inkomsten halen uit de aanwezigheid van de scholen.

-een aantal specifieke familiebedrijven zal worden onteigend en niet meer kunnen gehuisvest worden op een plaats waar ze hun handel nu drijven.

 

Dat is zo voor een aantal bedrijven die specifiek met de jachthaven verbonden zijn en die zullen onteigend worden. Die kunnen op geen andere locatie worden gehuisvest aangezien zij specifiek verbonden zijn met het leveren van ad hoc diensten aan eigenaars en bezitters van jachten. Zij kunnen die diensten op geen enkele andere locatie leveren.

 

Het gaat om gereputeerde bedrijven en ondernemers met gevestigde familiebedrijven die hierdoor totaal ontmanteld zullen worden en waarvan alle specifieke vakkennis, waarop vaak vanuit het buitenland en zelfs door de federale overheid, beroep op wordt gedaan, verloren gaat.

 

 

 

10. Het plan leidt tot te veel patrimoniale schade en onzekerheid bij de eigenaars

 

Voor nagenoeg alle wijken in Zeebrugge zal een belangrijke waardedaling van de onroerende de goederen zich voltrekken. Dit zal zeker het geval zijn voor de stationswijk  waar een aantal onroerende goederen zullen onteigend worden, een aantal onroerende goederen in werfzone terecht zullen komen en een groot aantal onroerende goederen grote hinder zullen ondervinden van de werken. Deze eigendommen zullen niet of nauwelijks verkoopbaar zijn. Ook voor het dorp zelf en de havenwijk dreigen ernstige waardeverminderingen.

 

Tijdens de bouwfase zal er, door trillingen en door bemaling, een zeer groot risico zijn tot schade door grondverzet, zeker in de stationswijk. Maar ook het dorp en de havenwijk dreigen hierdoor schade op te lopen.

 

Ook na de uitvoering van de werken zal er een ernstige impact zijn op de waarde van de onroerende goederen.

Om het voorgestelde project te kunnen uitvoeren werden 35 onteigeningen voorzien. Het is niet duidelijk of men hier spreekt van 35 percelen of van 35 eigenaars.

Een aantal percelen zijn namelijk gebouwen in gedwongen mede-eigendom met diverse eigenaars zodat het aantal getroffen personen/gezinnen groter kan zijn dan 35.

 

Uit deze onteigeningen volgt uiteraard dat de eigenaars zullen worden vergoed in het kader van de onteigeningen. Er is op heden niets voorzien voor de huurders van deze onroerende goederen die vaak al heel lang op dezelfde plaats wonen en die niet onmiddellijk kunnen voorzien in huisvesting binnen dezelfde gemeenschap  en aan haalbare en duurzame voorwaarden.

 

Er is geen duidelijkheid in hoeverre de totaliteit van de uitvoering van het project uiteindelijk niet meer onteigeningen zal vergen. Gelet op het niet-vaststaan van heel wat elementen (zie bezwaar over onduidelijkheid complexe projecten) en het niet vastliggen van milderende en flankerende maatregelen, samen met het feit dat er nog over tal van technische zaken onduidelijkheid is, valt het niet uit te sluiten dat het aantal voorgenomen onteigeningen veel hoger zal oplopen in een volgende fase.

 

Omdat men ook in het ontwerp van voorkeursbesluit veel onduidelijkheid laat over tal van uitwerkingsmodaliteiten blijft er ook onduidelijkheid voor heel veel bewoners/eigenaars omtrent de uiteindelijke bestemming van hun onroerend goed.

 

De voorgestelde onteigeningen zullen bovendien in zeer sterke mate de leefbaarheid, bewoonbaarheid en waarde van de aanpalende goederen aantasten.

 

Het voorkeursbesluit vermeldt geen maatregelen om mensen die onteigend worden of die als gevolg van een onteigening uit een huurwoning moeten te huisvesten aan vergelijkbare voorwaarden binnen hetzelfde grondgebied.

 

 

11. Schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en van het redelijkheidsbeginsel

 

Het zorgvuldigheidsprincipe verlangt van de overheid dat zij haar besluiten zorgvuldig voorbereidt, een zorgvuldig onderzoek instelt naar de belangen van haar burger en de burgers correct behandelt. Uit het beginsel vloeit eveneens voort dat de overheid ook verwacht wordt te handelen naar de noden die uit haar voorbereiding naar voor kwamen en deze niet naast zich neerlegt en onverminderd de eigen lijn blijft volgen.  

In casu blijkt duidelijk dat men systematisch de bezwaren van nautische aard, omtrent de leefbaarheid van het dorp en de belangen van de burgers en van de leefgemeenschap systematisch naast zich neerlegt en zijn eigen lijn blijft volgen.

Hoewel uit diverse studies en adviezen blijkt dat de inplanting op de site Visart de slechtst mogelijke optie is, worden deze bezwaren door de overheid systematisch genegeerd en naast zich neergelegd.

Men heeft dan ook geen grondig onderzoek gedaan naar de alternatieven en naar andere oplossingen voor de nautische toegankelijkheid.

Zo werden de betere alternatieven, Verbindingsdok en Vandamme Oost, a priori afgewezen en verworpen. Waar men bij Visart stelt te zullen bijsturen via milderende maatregelen, die op heden niet bekend zijn en niet vastliggen, is dezelfde oefening nooit gemaakt voor de andere alternatieven.

Door het huidige ontwerp van voorkeursbesluit wordt het zorgvuldigheidsbeginsel manifest geschonden.

Waar men enerzijds een complex project wenst te implementeren om economische belangen te behartigen, dient men anderzijds ook rekening te houden met de nadelen die mogelijkerwijze voor bestaande inwoners wordt gecreëerd. Er dient m.a.w. een redelijk evenwicht te zijn. Deze overweging is in het voorgestelde project niet aan bod gekomen; waardoor het redelijkheidsbeginsel wordt geschonden.

De facto is er een onevenwicht tussen de belangen die gediend worden en de overlast voor de inwoners en eigenaars van onroerende goederen.

De Vzw Groen zet zich onder meer in voor een ecologische en mensvriendelijke havenontwikkeling te Brugge en pleit er dan ook voor dat de Vlaamse regering haar standpunt zou herzien. Mogen wij u vragen om een bevestiging van het ontvangen van dit schrijven.

Hopend op een gunstig gevolg,

Voor Groen vzw­­,

 

  Erik Ver Eecke                                                       Ivan De Clerck

 

                                                              

 

Bestuurder- Voorzitter                                             Bestuurder- Commissaris

 

 

Groen vzw                                                                        Brugge,  12 febr.  2019

Vier Uitersten 1, 8200 Sint-Andries

050/31 15 62  groenvzw@telenet.be

http://users.telenet.be/a150254

 

Persbericht

De sluipende teloorgang van de Dudzeelse Polder

De milieuvereniging Groen vzw heeft tal van bezwaren tegen de plannen voor verbreding en verdieping van het Boudewijnkanaal met inbegrip van de aanleg van een tijdelijk bouwdok. Zij heeft vóór 17 februari 2019 een bezwaarschrift ingediend.

Na de info-vergadering van 4/02/2019 in Zeebrugge is het duidelijk geworden dat de geplande kaaimuur en het daarbij samenhangende bouwdok en verbreding van het Boudewijnkanaal wellicht een eerste stap is om de verbreding van het Boudewijnkanaal met inbegrip van nieuwe kaaimuren op lange termijn door te trekken tot aan de A11. Dit zou betekenen dat heel het huidige vogelrichtlijngebied van de Dudzeelse polder gedoemd is om te verdwijnen en heel het achterhavengebied in een enorme betonvlakte wordt herschapen.

De voorgestelde natuurcompensaties zijn theorie. In de praktijk is het onmogelijk tot evenwaardige compensaties te komen. De vernietiging van de rijke, bestaande biodiversiteit langs de oostelijke oever van het Boudewijnkanaal is onomkeerbaar.

Zoals nu het geval is, kunnen bij elke stap dwingende redenen van groot openbaar belang worden ingeroepen om de verloedering van ons polderland verder te zetten. Economie en ecologie worden nog steeds niet op gelijke voet behandeld. Grenzen stellen aan de economische groei in de achterhaven wordt in het havenbeleid niet aanvaard.

Daarenboven worden de geluidshinder en de luchtvervuiling nog meer dan nu het geval is tot tegen de bewoning van Zeebrugge, Zwankendamme en Lissewege gebracht en wordt een domper gezet op de leefkwaliteit in deze polderdorpen. Echt onverantwoord in deze crisistijd voor natuur, milieu en klimaat, waar een ommekeer in het ruimtelijk beleid een dringende noodzaak is.

Zeebrugge is in zijn achterhaven gegroeid als overslaghaven voor auto's omdat de cliënten werden bevoordeligd met geringere infrastructuurkosten ten nadele van de inname van open ruimte. Daarvoor werden dokken en kaaimuren gebouwd en grote parkings aangelegd.

Dit systeem krijgt nu een verlengstuk bij de planning van de verbreding van het Boudewijnkanaal en de bouw van een kaaimuur van 915 m lang tussen Zwankendamme en Lissewege, speciaal voor de behoeften van de rederij Wallenius Wilhelmsen Logistics. Reeds lang voor de lancering van het al even verwerpelijk project Stadsvaart wil de MBZ heel de Dudzeelse Polder inpalmen. In het Strategisch plan van de haven Zeebrugge staat dat de Dudzeelse Polder op korte termijn niet aangesneden hoeft te worden, zolang er geen economische noodzaak is, maar de verbreding van het Boudewijnkanaal staat wel op de kaart. Nu leidt de zogenaamde samenwerking met Antwerpen ertoe dat de Oosterweeltunnelelementen in een bouwput zouden gebouwd worden, voorzien van een diepwaterkaai die later door Wallenius zou kunnen gebruikt worden. Louter economisch gezien een handige strategie die echter op lange termijn catastrofale gevolgen kan hebben voor de natuur in heel de Dudzeelse Polder, maar op korte termijn reeds een van de meest waardevolle delen van het Europees Vogel- en Habitatrichtlijngebied onomkeerbaar vernietigt , waarbij een gelijkwaardige natuurcompensatie onmogelijk is. Hiervoor worden dwingende redenen van groot openbaar belang ingeroepen. Zo zie je hoe alles uitdraait in het nadeel van het openbaar belang van de schaarse open ruimte en de natuur.

Deze manier van handelen is bovendien strijdig met een efficiënt klimaatbeleid, waarbij de zorg voor de instandhouding van de groene ruimte en de biodiversiteit van het grootste belang is.                             

                                                                                  Namens Groen vzw,

                                                                                  Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

 

Groen vzw                                                                        Brugge, 15 februari 2019

Vier Uitersten 1

 8200 Sint-Andries

050/31 15 62  groenvzw@telenet.be

http://users.telenet.be/a150254

 

              Aan het College van Burgemeester en Schepenen

              Stadhuis, Burg 12, 8000 Brugge

             

BETREFT: Openbare onderzoekaanvraag van een omgevingsvergunning:

OMV referentie: 2018044615 Verbreding en verdieping Boudewijnkanaal

 

Geacht  College van Burgemeester en Schepenen,

             

De milieuvereniging Groen vzw gaat niet akkoord met de voorgestelde verbreding en verdieping van het Boudewijnkanaal om volgende redenen:

 

1) Onvoldoende of ontbrekende boomcompensatie

 

    Volgens de omgevingsvergunning zullen er 60 bomen gekapt worden.

    Deze worden nu nergens gecompenseerd. Deze moeten wel gecompenseerd worden.

Dit in tijden dat het klimaat zo belangrijk is en dat tienduizenden mensen betogen voor het klimaat.

  

-Ze filteren koolstofdioxide (CO2) uit de lucht, zetten het vast in het hout en geven zuurstof vrij.             

-Bomen zijn niet enkel van groot belang voor onze luchtkwaliteit. De bladeren houden bij regen een deel van het water vast en laten dit verdampen na de regenbui waardoor er minder snel wateroverlast optreedt.

-Het wortelgestel houdt de bovenste grondlaag bijeen en zorgt voor een grote wateropname zodat er geen snelle irrigatie optreedt. 

-Bomen houden met hun bladerdek het directe zonlicht tegen zodat overtollige verdamping en uitdroging van de bodem voorkomen worden.

-Bomen bieden schaduw aan mens en dier op warme dagen en voorkomen het ontstaan van zogenaamde ‘hitte-eilanden’, met het actuele feit dat de opwarming van de aarde steeds erger wordt met het gevolg van grotere hittegolven.

-Bomen vormen een geluidsbarrière langs drukke banen en wegen.

-Bomen creëren een rustgevende sfeer en hebben een grote esthetische waarde.

-Bomen zorgen voor een enorme biodiversiteit en geven beschutting en voedsel aan heel wat dieren. Vogels bouwen er hun nest, insecten leven van de bladeren of het hout, eekhoorntjes eten hun vruchten en zaden, enz.…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2) Habitatrichtlijn(deel)gebieden worden geschonden

 

Bron: Geopunt-kaart Vlaanderen op 7-02-2019 (groen ingekleurde delen  zijn Habitatrichtlijngebieden)

 

Habitatrichtlijn(deel)gebieden Dataset

Alternatieve titel: Speciale Beschermingszones in Vlaanderen in uitvoering van 92/43/EEG (Habitatrichtlijn)

Dataset gepubliceerd op: 7/01/2014
Versie dataset: Toestand 18/01/2013

Samenvatting:

Dit bestand bevat de afbakeningen van de habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 4 mei 2001, bekrachtigd op 24 mei 2002 en gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 17 augustus 2002. Op 15 februari 2008 werd door de Vlaamse Regering ook de waterzone van het IJzer- en Schelde-estuarium bij de Commissie voorgesteld als bijkomende gebieden van communautair belang. Na openbaar onderzoek beslist de Vlaamse regering op 15 januari 2013 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 04 februari 2013) tot definitieve vaststelling van de afbakening van het deelgebied 11 'Boterakker' van de speciale beschermingszone BE2200037 'Uiterwaarden van de Limburgse Maas met Vijverbroek' als speciale beschermingszone in toepassing van de Habitatrichtlijn. Deze zone wordt thans aan de Europese Commissie voorgesteld als bijkomend gebied van communautair belang. De habitatrichtlijn of de Europese Richtlijn 92/43/EEG heeft tot doel de biodiversiteit in de lidstaten te behouden en streeft naar de instandhouding en het herstel van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna die hiervan deel uitmaken. De belangrijkste maatregel is de aanduiding van Speciale Beschermingszones. Dit bestand vervangt het vroeger verspreide bestand met de afbakeningen van de Habitatrichtlijngebieden en bevat aanvullende afbakeningen ten opzichte van de afbakeningen van de Habitatrichtlijngebieden op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 24/05/2002. Deze dataset wordt op twee manieren ontsloten: -De habitatrichtlijngebieden, waarin gebieden die bestaan uit meerdere polygonen worden beschouwd als één element. Dit resultaat wordt bekomen door een dissolve-operatie uit te voeren op de oorspronkelijke dataset. -De habitatrichtlijndeelgebieden, waarbij er afzonderlijke polygonen zijn per deelgebied.

 

Ter hoogte van de biologisch waardevolle polders ten NO van Lissewege (westelijke kant Boudewijnkanaal) wordt aan de oostelijke kant van het Boudewijnkanaal een belangrijk habitatrichtlijngebied ingenomen. Dat heeft als gevolg dat niet alleen de natuur vernietigd wordt aan de oostelijke kant van het Boudewijnkanaal, maar dat ook aan de westelijke kant van het Boudewijnkanaal de negatieve gevolgen zullen merkbaar zijn door inkrimping van de totale habitatoppervlakte.

Deze negatieve gevolgen voor het geheel van het habitatrichtlijngebied zijn onvoldoende gecompenseerd.

 

3) Vogelrichtlijngebied in de Dudzeelse Polder wordt geschonden

 

 

Bron: Geopunt-kaart Vlaanderen op 7-02-2019 (blauw ingekleurde delen zijn Vogelrichtlijngebied)

 

Vogelrichtlijngebieden Dataset

Alternatieve titel: Speciale Beschermingszones in Vlaanderen in uitvoering van 2009/147/EG (Vogelrichtlijn)

Dataset gepubliceerd op: 1/07/2005
Versie dataset: Toestand 22/07/2005

Samenvatting:

Dit bestand bevat de afbakeningen van de vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 17 oktober 1988, 20 september 1996, 23 juni 1998, 17 juli 2000 en 22 juli 2005. De vogelrichtlijn of de Europese Richtlijn 2009/147/EG heeft tot doel de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten te bevorderen. De belangrijkste maatregel is de aanduiding van Speciale Beschermingszones. In deze gebieden dienen maatregelen getroffen te worden voor de bescherming van de vogelsoorten en van hun leefgebieden. De aanduiding of afbakening van de gebieden is gebeurd op het terrein op analoge kaarten. De digitalisering is gebeurd op het scherm met behulp van middenschalig kaartmateriaal op schaal 1/25.000 of op 1/50.000.

BESCHERMINGSZONES, VOGELRICHTLIJNGEBIEDEN, VOGELRICHTLIJNGEBIED, VOGELSOORTEN, HABITATRICHTLIJN, VOGELRICHTLIJN, SBZ-V, LEEFGEBIEDEN, EUROPESE RICHTLIJN, SBZ-V_22072005, AGENTSCHAP VOOR NATUUR EN BOS, NATURA2000, NATURA 2000, RAADPLEEGDIENST, WMS, WEB MAP SERVICE (WMS), Metadata GDI-Vl-conform, Toegevoegd GDI-Vl, Vlaamse Open data, Herbruikbaar, Kosteloos

 

-Vogelrichtlijngebied

De zilte weiden zijn een uitstekend broedgebied voor steltlopers zoals kievit, grutto, turuluur, kluut en scholekster. Ook andere weidevogels zoals kuifeend, slobeend en bergeend gebruiken deze gebieden als broedgebied. Vooral de bultige structuur met de vele kleine waterlopen maken dit gebied uiterst geschikt voor deze vogels. Bovendien gaat het hier over zilte weiden en dit biotoop komt nog zeer weinig voor. Het gebied vormt als het ware één geheel met de zilte weiden rond Lissewege en hoe groter de oppervlakte van bepaalde gebieden, hoe beter de kansen voor de vogels om te overleven.

 

De lange strook naast Boudewijnkanaal vanaf de Herdersbrug tot aan het insteekdok : blauwborst, rietzanger, kleine karekiet, graszanger, snor en sprinkhaanriet­zanger. De laatste drie soorten zijn trouwens Zuid-Europese soorten die hier een plaats gevonden hebben.

 Ook voor doortrekkende soorten is het gebied uiterst waardevol: vooral zangvogels en steltlopers zijn hier belangrijk. Enkele steltlopers bijvoorbeeld: zwarte ruiter, groenpootruiter, witgatje, oeverloper, bosruiter, bonte strandloper, kleine strandloper en temmicks strandloper. Dit is maar een beperkte opsomming van de meest voorkomende soorten.

Men kan dus stellen dat dit Europees Vogelrichtlijngebied terecht deze functie heeft gekregen. Goede broedgebieden, overwinteringsgebieden en rustgebieden voor doortrekkers zijn essentieel voor de overleving van de soorten. De gebieden die door de regering ter compensatie worden voorgesteld missen deze multifunctionaliteit en daarom kunnen er ernstige vragen gesteld worden bij deze compensaties.

De zone van het bouwdok en bergingslocatie 1 bevinden zich (gedeeltelijk) in de zogenaamde noordelijke strook van de Dudzeele polder. Compensaties voor deze strook die uitgewerkt en uitgevoerd zijn binnen de Dudzeelse polder zijn erg betwistbaar, daar dit geen feitelijke oppervlaktewinst voor de natuur oplevert. Verlies aan Vogelrichtlijngebied compenseren in reeds bestaand Vogelrichtlijngebied is alleszins een eigenaardige manier van werken en natuurwetenschappelijk niet correct.

 

In de oostelijke oever van het huidige Boudewijnkanaal bevinden zich nestlocaties van oeverzwaluwen.

De Dudzeelse Polder op rechteroever is nog een typische polderweide met de kenmerkende water- en weide-vogels, amfibieën en vochtminnende planten.

In de afgekalfde oevers ter hoogte van Lisssewege en Zwankendamme broeden dan weer oeverzwaluwen en sporadisch ook een ijsvogel.

De oeverzwaluwen kiezen zelf hun beste locatie uit. Het is niet zo evident om daar zelf een alternatief voor aan te leggen. Dat is in de Waaslandhaven al geprobeerd (tegen een aanzienlijke prijs de juiste specie aan te brengen), maar zonder succes.

Het project situeert zich in vogelrichtlijngebied en in habitatrichtlijngebied.

Zicht op het kanaal vanuit oostelijke richting met links het verbindingsdok met zicht op de oevers waar de oeverzwaluwen broeden.

 

 

 

 

 

Tellingen van Overzwaluwen

Zeekanaal (Oostelijke oever) tussen Herdersbrug en Insteekdok  West te Zeebrugge

Periode van 01/07/2005 tot en met 30/06/2018.  Toestand op 09/02/2019.

Oeverzwaluw (Riparia riparia riparia)

BROEDGEVALLEN:

08/06/2006:   65 broedkoppels schatting: 65 BN op ca 130 nestgangen. B. (FDS) Rec. 16189.

12/06/2007:   62 broedkoppels  62 B op 90 Nestholtes. B. (WJ) Rec. 44913.

30/06/2008:   90 broedkoppels 90 bezette N op 108 gangen. B. (WJ, MKA) Rec. 48142.

30/06/2009:   45 broedkoppels 45z. B. (WJ) Rec. 51946.

30/06/2010:  215 broedkoppels 77(ISD)+110(hoek ISD)+23 (3de WindM)+5(FD). B. (WJ) Rec. 55892.

30/06/2011:  178 broedkoppels B. (WJ) Rec. 56663.

30/06/2012:   44 broedkoppels (FDS) Rec. 62158.

30/06/2013:   58 broedkoppels 58z. B. (WJ) Rec. 62197.

30/06/2014:  200 broedkoppels (WJ) Rec. 65043.

30/06/2015:  100 broedkoppels (WJ) Rec. 72925.

30/06/2016:  147 broedkoppels (WJ) Rec. 72962.

30/06/2017:  130 broedkoppels  (WJ) Rec. 77027.

30/06/2018:   82 broedkoppels net voor Insteekdok West B. (WJ) Rec. 83228.

Lijst van de gebruikte afkortingen van de waarnemers

(FDS) - Frank De Scheemaeker, Ronselarestraat 105, 8380 Dudzele, Tel.: 339609   

(MKA) - Machteld Kaesemans, Fazantenlaan 66, 8210 Zedelgem

(WJ) - Wim Jans, Lange Vesting, 101, 8200 Brugge, Tel.: 050316965

 

Een volwassen oeverzwaluw heeft een gemiddelde lichaamslengte van twaalf centimeter en is daarmee relatief klein in vergelijking tot de meeste zwaluwen. De korte, lichtgevorkte staart en de bovenzijde is dof grijsbruin en de onder- of buikzijde is vrijwel wit. De oeverzwaluw heeft een bruine borstband, een relatief kleine zwarte snavel en donkerbruine poten. Een juveniel van een oeverzwaluw is te herkennen aan de rossige vlekken op de staartveren.

De vlucht van de oeverzwaluw is snel en schokkerig, waarmee hij zich onderscheid van andere gelijksoortige zwaluwen, zoals de meeste andere zwaluwen van het geslacht Riparia, de huiszwaluw (Delichon urbicum) en de Amerikaanse klifzwaluw (Petrochelidon pyrrhonota). De oeverzwaluw lijkt verder sterk op de witbrauwzwaluw (R. cincta), maar hun verspreidingsgebieden overlappen elkaar alleen 's winters in Sub-Saharisch Afrika.

De oeverzwaluw laat een kwetterend en zoemend lied horen dat tijdens de vlucht continu doorgaat. Wanneer de oeverzwaluw is neergestreken daalt het volume en zijn er meer pauzes in de zang. Wanneer een roofvogel of een andere natuurlijke vijand nadert laat de oeverzwaluw luide alarmkreten horen.

 

-De unieke zilte graslanden zijn nooit maar nooit te compenseren.

-Oeverzwaluwen zijn beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn.

 

4) Biologische Waarderingskaart en Natura 2000 Habitatkaart

Bron: Geopunt-kaart Vlaanderen op 7-02-2019

 Biologische Waarderingskaart en Natura 2000 Habitatkaart - Toestand 2018 Dataset

Dataset gepubliceerd op: 5/02/2019 Versie dataset: Toestand 2018

De Biologische Waarderingskaart (BWK) is een uniforme inventarisatie en evaluatie van het gehele Vlaamse grondgebied aan de hand van een set karteringseenheden die staan voor vegetaties, bodembedekking en kleine landschapselementen (lijn- en puntvormige elementen). Ook met de aanwezigheid van belangrijke fauna-elementen is er rekening gehouden. De vernieuwde BWK, versie 2, probeert, in vergelijking met de versie 1, aan meer vereisten en noden te voldoen, zowel inhoudelijk als op het gebied van nauwkeurigheid. In deze versie van de BWK zijn ook de Natura 2000 habitattypen opgenomen. In Vlaanderen komen actueel 47 Natura 2000 habitattypen van de Bijlage I van de Habitatrichtlijn voor. Daarnaast zijn er in Vlaanderen ook 15 regionaal belangrijke biotopen gedefinieerd. Dit zijn biotopen die naar biologische waarden en belang voor de biodiversiteit vergelijkbaar zijn met habitattypen, maar die op Europees niveau minder bedreigd zijn. Deze kaart geeft de best beschikbare informatie anno 2018 over de verspreiding van de Natura 2000 habitattypen, de regionaal belangrijke biotopen en de karteringseenheden van de Biologische Waarderingskaart. Dit kan een vereenvoudiging zijn van de werkelijkheid op terrein. Ten allen tijde geldt de reële situatie op terrein voor toepassing t.b.v. het beleidsmatig en wettelijk kader.

Behoort tot serie: Biologische Waarderingskaart en Natura 2000 Habitatkaart Datasetserie

Habitats en biotopen, natuurwaarde, biodiversiteit, waterkwaliteit, natuurlijk landschap, biotoop, (rivier)oevervegetatie, flora (gezamenlijke vegetatie), fauna, natuurlijke fauna, plantensoorten, habitat, biodiversiteit, biologische waardering, biologische waarderingskaart, biotoop, biotoopinformatie, biotoopzeldzaamheid, diversiteit, ecotopen, fauna, faunistisch belangrijk gebied, habitat, habitattype, landschapselement, natuurbehoud, natuurbeleid, natuurwaarde, zeldzame diersoorten, bodembedekking, bwk, ecotoop, flora, kwetsbaarheid, landschapselementen, Natura 2000 habitat, plantensoorten, vegetatietypen, zeldzame soorten, plantengemeenschap, habitat 3260, karteringseenheid, Metadata INSPIRE-conform, Lijst M&R INSPIRE, Vlaamse Open data, Herbruikbaar, Kosteloos, Toegevoegd GDI-Vl, Metadata GDI-Vl-conform

De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vormen de juridische pijlers van Natura 2000.

De Vogelrichtlijn heeft als doel alle wilde vogels en hun belangrijkste habitats in de hele Europese Unie te beschermen. Ze verplicht de lidstaten de gebieden te beschermen die belangrijk zijn voor alle trekvogelsoorten en voor meer dan 190 bijzonder bedreigde soorten.

De maatregelen van de Habitatrichtlijn zijn vergelijkbaar, maar ze hebben betrekking op een veel groter aantal Europese soorten. De Habitatrichtlijn vraagt bovendien een doelgerichte bescherming van zeldzame en bijzondere habitattypen, gaande van Scandinavische natuurlijke bossen, over kalkhoudende rotsbodems aan de Atlantische kust tot de heidegebieden in de Vlaamse Kempen.

 

De kaart toont heel duidelijk de grote natuurwaarde van de oostelijke oever van het Boudewijnkanaal tussen Zwankendamme en Lissewege. Op het terrein werden beschermde orchideeën aangetroffen.

De aanwezige beschermde orchideeënsoorten betreffen Bijenorchis (ca. 6 stuks => 2m²) en Rietorchis (ca. 25 stuks => 20 m²).

Het is precies in deze strook dat de voorgestelde verbreding en verdieping van het Boudewijnkanaal zal gebeuren met totale vernietiging van de plaatselijke mogelijkheden voor flora en fauna. De vernietiging van de rijke, bestaande biodiversiteit langs de oostelijke oever van het Boudewijnkanaal is onomkeerbaar.

 

5) Strijdig met de wettelijk opgelegde zorgplicht

 

Het natuur decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijke milieu stelt in artikel  14 de zorgplicht in:

"Iedereen die handelingen verricht of hiertoe de opdracht verleent, en die weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat de natuurelementen in de onmiddellijke omgeving daardoor kunnen worden vernietigd of ernstig geschaad, is verplicht om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijze van hem kunnen worden gevergd om de vernietiging of de schade te voorkomen, te beperken of te herstellen. "

Artikel 16 voorziet verder:

"§ 1. In het geval van een vergunningsplichtige activiteit, draagt de bevoegde overheid er zorg voor dat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan door de vergunning of toestemming te weigeren of door redelijkerwijze voorwaarden op te leggen om de schade te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen.

§ 2. Een activiteit waarvoor een kennisgeving of melding aan de overheid vereist is, kan enkel uitgevoerd worden indien geen vermijdbare schade kan ontstaan en voor zover de aanvrager  zich in  voorkomend  geval gedraagt  naar de code van goede   natuurpraktijk."

Besluit:

-Hier kunnen we dus besluiten dat er sprake is van onzorgvuldig onderzoek en derhalve een overhaaste beslissing.

 

Deze opmerkingen zijn niet in het Project-MER meegenomen en is derhalve onwettig.

 

6) Onnodige ruimte-inname in de achterhaven

 

 Het havengebied van Zeebrugge is nu één platte parking terwijl men de capaciteit kan verdubbelen en verdrievoudigen, verviervoudigen of vervijfvoudigen door simpelweg in de hoogte te gaan zodat geen verdere ruimte moet worden ingenomen en er geen verdere druk op de woonkernen van Lissewege en Zwankendamme komt.

Het kan wel in andere Europese havens, waarom kan het niet in Zeebrugge?

Er moet met onze schaarse open ruimten zorgzamer omgesprongen worden, en niet gemakkelijk halve gewoon gebied innemen zonder een goed overlegd plan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorbeeld:Haven van Rotterdam, auto’s gestald over 5 verdiepingen



 

7) Verantwoording van het project

In de MER studie worden de argumenten ter verantwoording van de aanleg van het bouwdok ter hoogte van het Boudewijnkanaal gezocht in enerzijds de ambitie om de Oosterweel tunnelelementen in Zeebrugge te bouwen en anderzijds in de wens om extra terminaloppervlakte voor de automotive sector te realiseren.

Bij het eerste argument dat in de MER aangebracht wordt is de noodzakelijkheid om de bouwelementen voor de Oosterweelverbinding in de achterhaven van Zeebrugge te bouwen onvoldoende onderbouwd. Waarom zou het bouwen van de tunnelelementen op meer dan 100 kilometer van de bestemming, in het uiterst beschermde habitat en vogelrichtlijngebied moet gebeuren. Uit de opsomming en motivering van de locatiealternatieven in de MER studie blijkt dat er een beperkte selectie gemaakt van alternatieven, die daarna om subjectieve redenen uitgesloten werden.

In de MER wordt de wens om nieuwe terminalgronden te realiseren voorgesteld als een economische noodzakelijkheid. Zoals in de MER aangehaald staat in het strategisch plan voor de haven dat er zuinig moet omgesprongen worden met ruimte. Deze doelstelling wordt in Zeebrugge nergens omgezet in concessievoorwaarden of andere reglementering, waardoor er voor de bedrijven geen reden is om te investeren in ruimtebeperkende alternatieven, zoals wagenparken met verdiepingen. In de belangrijkste Europese autohavens zoals Bremen en Rotterdam is het echter een normale zaak om wagenparkings te hebben die tot 5 verdiepen hebben. In Zeebrugge is de parking van C.RO (Toyota) echter de enige. Het constant op de markt brengen van te goedkope, ruimte verslindende nieuwe terminalgronden creëert een onnatuurlijke vraag. Deze situatie zorgt er immers voor dat de Zeebrugse terminals steeds meer gebruikt worden als stockageruimte voor nieuwe wagens, in plaats van transitruimte waarvoor de havenomgeving voorzien is.

 

8) MER studie houdt geen rekening met beslissing van het complex project ‘verbeteren nautische toegang achterhaven Zeebrugge’

De MER studie houdt geen rekening met de gevolgen van de beslissing van de Vlaamse regering rond het complex project ‘verbeteren nautische toegang achterhaven Zeebrugge’. Op 02.03.2018 werd door Vlaams minister Ben Weyts beslist dat:

Op basis van de verschillende onderzoeken en de resultaten van het gevoerde overleg wordt gekozen voor het alternatief waarbij de nieuwe sluis op de Visartsite ‘huidige locatie’ komt te liggen en waarbij de NX in een tunnel komt te liggen (voorontwerp voorkeursbesluit complex project Zeebrugge).

https://nieuwesluiszeebrugge.login.kanooh.be/sites/default/files/atoms/files/voorontwerp%20voorkeursbesluit%20CP%20NSZ_180302.pdf

Deze beslissing om een tweede, volwaardige toegang te voorzien tot de achterhaven heeft een enorme impact op de trafiek die via het Boudewijnkanaal naar het verbindingsdok zal varen. De combinatie van deze nieuwe omstandigheden met het aanleggen van nieuwe aanlegkades en bouwwerven moet in de MER onderzocht worden om de negatieve impact op de nabijgelegen woonkernen  van Zwankendamme, Zeebrugge en Lisssewege  in kaart te brengen. Hierbij moet ook opgemerkt worden dat er in deze zone een nieuw woonproject is met 41 nieuwe gezinswoningen, een school en sportaccommodaties. De impact op deze nieuwe woonontwikkelingen is in de MER studie niet terug te vinden.  

 

9) Locatiealternatieven voor het tijdelijke bouwdok

De selectie van locatiealternatieven voor de inrichting van een tijdelijk bouwdok die in de MER beschreven worden baseren zich op een MER studie van 10 jaar geleden, en limiteren zich tot de alternatieven die bekeken werden “Vooraleer de huidige beslissing werd genomen om het bouwdok als tussenfase binnen het te verbreden en te verdiepen Boudewijnkanaal in Zeebrugge te realiseren”. (MER p62). Deze passage geeft aan dat in het MER onderzoek de beslissing voor de locatie reeds gevallen was voordat de alternatieve locaties onderzocht werden. Deze vaststelling blijkt ook uit de opsomming van niet weerhouden alternatieven.

-        Alternatief Saefinghedok: de MER gaat ervan uit dat de locatie juridisch te onzeker is, en geeft als onderbouwing hiervoor dat de locatie ‘maatschappelijk te gevoelig ligt’. Deze, beide erg subjectieve beschrijvingen, gaan voorbij aan het feit dat minister Ben Weyts op 25/10/2018 het voorontwerp voorkeursbesluit nam in het kader van het complex project ECA. Deze erg belangrijke stap toont aan dat er concrete vooruitgang is in het dossier van de 9e ‘Saeftinghedok’ variant. Bij de beschrijving van dit alternatief wordt in de MER volledig voorbij gegaan aan de voordelen van deze locatie, zoals de nabijheid van de bouwsite die ongeveer 100km dichter is.

-        De opsomming van locatiealternatieven is te gelimiteerd, en gaat voorbij aan mogelijke alternatieven zoals de Zuiderkanaalhaven (Terneuzen), de locatie aan de Axelse vlakte (Terneuzen), Kluizendok (Rieme, Gent) en Rodenhuizendok (Gent).

-        Indien toch voor Zeebrugge zou moeten gekozen worden biedt de reconversiezone aan het Prins Filip en Ferrydok voldoende mogelijkheden. In het strategisch plan van de haven (2004, 2006) wordt beschreven dat de terreinen in het noordwestelijk deel van de haven aangewend kunnen worden. In de MER studie wordt er geen vermelding gemaakt van het complex project kustvisie. Het is in dit opzicht belangrijk dat ook deze piste onderzocht wordt.

Ook de locatie aan het Zuidelijk Insteekdok in de achterhaven van Zeebrugge biedt mogelijkheden.

-        Het alternatief Verrebroekdok wordt omschreven als juridisch te onzeker, gezien een nodige compensatie van de natuuraantasting. Gezien de locatie aan het Boudewijnkanaal zowel habitat als vogelrichtlijngebied is kan voor deze locatie hetzelfde argument gebruikt worden.

10) Bedreiging van de polderdorpen door luchtvervuiling

De betoncentrale en de tijdelijke grondstockage zullen onvermijdelijk stofhinder veroorzaken voor de omgeving, mede afhankelijk van de windsterkte en de windrichting. Stofemissies van de omliggende (onverharde) wegen kunnen eveneens hinder opleveren voor de omliggende bedrijven.

 

Er is in die studie geen rekening gehouden met gevolgen van luchtvervuiling door schepen voor de woonkernen. Men heeft het gewoonweg niet bekeken. Nochtans krijgen wie hier op een boogscheut van Zwankendamme en Lissewege een kade waar constant grote autoboten gaan liggen uitstoten.

De MBZ plooit gewoon naar de eisen van iedere mogelijke en onmogelijke concessiehouder zonder ook maar één voorwaarde te stellen en maakt op die manier van de haven van Zeebrugge een vergaarbak voor alles wat andere havens niet willen of niet kunnen. Of dat veel extra jobs zal opleveren is nog maar de vraag.

De zeventien grootste containerschepen stoten samen net zoveel zwaveloxiden uit als alle auto’s die wereldwijd rondrijden. De scheepvaart zorgt voor ongeveer 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot.

De meeste schepen varen op goedkope bunkerolie. Dit is een dikke stookolie die overblijft na de raffinage van autobrandstoffen. “In feite is het brandstof uit het afvalputje van de raffinaderijen”, aldus Bernice Notenboom. De goedkope bunkerolie is zwaar vervuilend: per liter kan het tot 2.000 keer meer zwavel bevatten dan gewone diesel.

 

Luchtvervuiling door schepen kost jaarlijks tienduizenden levens

https://www.mo.be/artikel/luchtvervuiling-door-schepen-kost-jaarlijks-tienduizenden-levens

Algemeen wordt aangenomen dat de zilte zeelucht goed is voor de gezondheid, maar uit nieuw onderzoek blijkt dat grote zeeschepen de luchtkwaliteit geen goed doen. De rook van de schepen bevat giftige partikels en kan vooral in havensteden erg schadelijk zijn.

Joren Gettemans . 20 augustus 2008

Tot die verrassende conclusie komen wetenschappers van de University of California in San Diego (UCSD) in een artikel in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. De auteurs onderzochten sulfaatpartikels in de atmosfeer en gingen na welk gedeelte daarvan afkomstig was van zeeschepen. Ze kwamen tot de conclusie dat de schepen veel meer partikels uitstoten dan tot nog toe werd aangenomen.
In Californië bleek 44 procent van de sulfaatvervuiling afkomstig van zeeschepen, en vooral in de havens van Los Angeles, Long Beach en San Diego was de concentratie erg sterk. De hoge concentraties zijn een gevolg van het gebrek aan regels voor de uitstoot van schepen en van de keuze voor een goedkope maar erg vervuilende brandstof die “bunker olie” genoemd wordt.

Klein maar gevaarlijk

De minuscule deeltjes, minder dan 1,5 micron groot, kunnen door de wind erg ver meegevoerd worden en komen bij inademing diep in de longen terecht.
De partikels veroorzaken er onder meer schade aan de longen, bronchitis en astma. Ze kunnen ook de bloedvaten irriteren en een vernauwing van de arteriën veroorzaken, wat kan leiden tot een hartaanval. Volgens de studie is de vervuiling door zeeschepen op die manier verantwoordelijk voor 60.000 doden per jaar.

Deze opmerkingen zijn niet in het Project-MER meegenomen en is derhalve onwettig.

Bij de MER werd geen onderzoek gedaan naar de impact van het project op de luchtkwaliteit.

Dit is nefast voor de dicht bijgelegen dorpskernen van Lissewege en Zwankendamme.

Anno 2019 en in het licht van de consensus die inmiddels bestaat over het belang van luchtkwaliteit en de gevolgen op de volksgezondheid valt dit niet te verantwoorden.

 

 

 

 

 

11) Bedreiging van de polderdorpen door geluidsoverlast

 

De geluidsoverlast van de aanvankelijke werken zal voor Zwankendamme en Lissewege substantieel zijn. Het slaan van de palen, een betoncentrale, bemalingsinstallaties,... Een keer de kade in gebruik is gaan we het geluid van de autoboten hebben.

Geen antwoord op bezorgdheden omtrent geluidsoverlast (auto's die van de boten rijden op laadkleppen) en vervuiling. Dat is allemaal geen probleem, ze gaan dat later wel een keer bekijken. Dit is niet uitgewerkt in het MER rapport.

 

Deze opmerkingen zijn niet in het Project-MER meegenomen en is derhalve onwettig.


12) Ongeremde havenuitbreiding in het achterland is onverantwoord

 

De MBZ deelt kwistig concessies uit en laat dan de concessiehouder ook nog een keer beslissen hoe die gronden moeten ontsloten worden. Gevolg : men komt met het havengebied steeds dichter bij alle omliggende woonkernen (Lissewege, Zwankendamme en Zeebrugge) zonder ook maar één moment rekening te houden met de bevolking van die woonkernen.
Blijkbaar geeft men concessies zonder dat er voorwaarden gesteld worden aan de manier waarop die concessies moeten worden uitgebaat en zonder de gevolgen ervan op korte en lange termijn voor de menselijke en de natuurlijke omgeving goed in te schatten.

Zoals nu het geval is, kunnen bij elke stap dwingende redenen van groot openbaar belang worden ingeroepen om de verloedering van ons polderland verder te zetten. Economie en ecologie worden nog steeds niet op gelijke voet behandeld. Grenzen stellen aan de economische groei in de achterhaven wordt in het havenbeleid ten onrechte niet aanvaard, maar is dringend nodig.

 Bij de huidige ontwikkeling van de haven eerder dient te worden gekeken naar het rationeel gebruik van de reeds aangesneden ruimtes.

Men negeert, bij het concipiëren van het project, systematisch het gegeven dat de inname van open ruimte een prijs heeft op vele vlakken. Die prijs, naar milieu en omwonenden toe, wordt niet doorgerekend.

De gevolgde strategie kan op lange termijn catastrofale gevolgen  hebben voor de natuur in heel de Dudzeelse Polder, maar vernietigt op korte termijn onomkeerbaar een van de meest waardevolle delen van het Europees Vogel- en Habitatrichtlijngebied, waarbij een gelijkwaardige natuurcompensatie onmogelijk is.

Deze manier van handelen is bovendien strijdig met een efficiënt klimaatbeleid, waarbij de zorg voor de instandhouding van de groene ruimte van het grootste belang is.

 

13) Lissewege dorp is Unesco werelderfgoed.

 

Ze worden steeds zeldzamer, maar toch bestaan er nog plekken waar je de geschiedenis haast kunt proeven, of waar je kan genieten van de meest pittoreske en charmante omgevingen.

Lissewege is eén van de tien mooiste dorpen van Vlaanderen! In het witte polderdorp is de tijd blijven stilstaan en lijkt alles nog zoals het hoort. Het Lisseweegs Vaartje is misschien wel het lieflijkste prentkaartzicht. Bedwing de 264 treden van de 13de eeuwse kerk en geniet van een uniek panorama. Het bezoekerscentrum is de ideale uitvalsbasis voor je bezoek.

Dit vlakke land inspireert kunstenaars, al eeuwenlang. Schilders, musici, schrijvers. De op deze abdijgrond verwekte en verluchte manuscripten, zijn werelderfgoed.

De historische kern situeert zich rond de Onze-Lieve-Vrouw-Bezoekingskerk, de *toren is beschermd bij Koninklijk Besluit van 19/04/1937, de *kerk bij Koninklijk Besluit van 22/09/1986. Ten zuiden ligt de site van Ter Doest. De 13de-eeuwse *schuur is beschermd bij Koninklijk Besluit van 25/03/1938. De omgeving met de hoeve is beschermd als landschap bij Koninklijk Besluit van 23/09/1981.
Tot aan het begin van de 20ste eeuw hebben dorp en landschap het eeuwenoude uitzicht kunnen behouden. Heden leeft het oude polderdorp Lissewege onder de invloedssfeer van de Zeebrugse haven. Het Lisseweegs Vaartje slingert zich door het dorp en omringend landschap.

Buiten de dorpskern liggen huizen en hoeves in het landschap verspreid. Belangrijk is de aanwezigheid van de voormalige abdij "Ter Doest". Deze heeft mede, door ontginning, het uitzicht van de omgeving bepaald.

-Het uitzicht vanuit Zwankendamme en Lissewege wordt er één van autoboten en bouwwerven.

Dit project tast op zeer ernstige wijze het uitzicht aan en raakt aan de waarde van Lissewege als één van de mooiste dorpen van Vlaanderen met een specifiek historisch karakter.

 

14) Lichtpollutie:

De haven is nu al een overbelichte omgeving waarvan de lichtgloed te zien is tot in Damme. Het zijn overbelichte parkeerplaatsen die de ganse nacht onnodig verlicht worden. Als deze nieuwe verlichte los- en laadkaaien met aanhorende verlichte parkeerplaatsen erbij komen dan zal dit de leefbaarheid van de dorpen Lissewege en Zwankendamme verder aantasten. Ook zal dit een negatieve invloed hebben op de vogelrichtlijngebieden in de omgeving.

Deze opmerkingen zijn niet in het Project-MER meegenomen en is derhalve onwettig.

 

15) Alternatieve mogelijkheden door een efficiënter gebruik van de voorhaven zijn niet onderzocht

Het is duidelijk dat de voorhaven van Zeebrugge economisch het meest interessant is door de afwezigheid van tijdrovende sluizen. Nochtans hebben de aanlegkaden momenteel een grotere overslagcapaciteit dan waarvoor ze momenteel ingeschakeld zijn. Een studie om de kaaien een meer polyvalente functie te geven om te komen tot meer efficiëntie bij de schommelingen in bepaalde trafieken is wenselijk.

Op lange termijn is de relatief gevaarlijke LNG-terminal bij omschakeling naar niet-fossiele energiebronnen eerder voorbijgestreefd en kan een alternatief voor deze site de haven nieuwe mogelijkheden geven, zonder verdere aanslagen te plegen op de natuurlijke, culturele en historische waarde van het achterland.

16) Toenemende waterverontreiniging in het erkend viswater van het Boudewijnkanaal

 

Bij de bouw van het bouwdok leiden verhoogde concentraties van zware metalen (o.a. arseen) en zouten, door verzilting aanwezig in het grondwater, bij lozing van tijdelijk bemalingswater tot ongewenste, bijkomende waterverontreiniging van het Boudewijnkanaal. Er zijn onvoldoende maatregelen genomen om verontreiniging van dit erkend viswater te voorkomen.

 

17) Mogelijke negatieve invloed op de waterhuishouding in de Dudzeelse Polder

 

In zuidoostelijke richting reikt de bemalingskegel zonder retourbemaling van de bemaling van het bouwdok tot in de noordelijke rand van de Dudzeelse polder en bestaat de kans dat de zilte kwel afneemt, waardoor een verschuiving in het voorkomend vegetatietype (zilte graslanden) kan verwacht worden. De voorkomende vegetaties in de noordrand van de Dudzeelse polder zijn afhankelijk van zilte kwel. Tijdens het bemalen van het bouwdok dient bijgevolg retourbemaling toegepast worden om de verlaging van het grondwater in het noordelijk deel van de Dudzeelse polder tegen te gaan.

Gezien de complexiteit zal het zeker van belang zijn de grondwaterstand op zijn minst tijdens de volledige duur van de tussenfase (aanleg en exploitatie van het bouwdok) te monitoren ter hoogte van de noordelijke zone van de Dudzeelse polder. Het best kan hier reeds mee gestart worden voor de aanvang van de werken. Indien er te grote schommelingen in de grondwaterstand of in de zoet-zoutverdeling zouden optreden dienen bijgevolg bijkomende maatregelen genomen te worden (vb. aanpassen van het aantal retourputten of het debiet ervan, graven van drainerende sloten naast Bergingslocatie 1,…)

Het is twijfelachtig of hier voldoende voorzorgsmaatregelen zullen genomen worden.

 

18) Verstoring van de landschappelijke zichten vanuit de open ruimte

 

De kranen bij het bouwdok steken ca. 43 m uit boven het maaiveldniveau. Het tweede hoogste element zijn de cementsilo’s bij de betoncentrale op exploitatiezone 1, deze zijn 25 m hoog en zijn op een lijn opgesteld. De mengtoren van de betoncentrale zelf is 15 m hoog. Vanaf de westzijde van het Boudewijnkanaal en in het havengebied zullen de (tijdelijke) kranen en betoncentrale met silo’s de vlakke horizon aan de oostelijke oever van het Boudewijnkanaal ingrijpend wijzigen. Het groen en vlak karakter van de oostelijke kanaaloever verdwijnt. Bovendien kan de tijdelijke grondstockage 14 jaar duren. Deze vormt storende heuvels en bermen (tot 16m hoog boven het reeds hoger gelegen oostelijk maaiveldniveau) in het vlakke polderland en heeft een negatieve impact op de open ruimte ten westen en in de Dudzeelse Polder. Vanaf de westelijke oever van het Boudewijnkanaal wordt het zicht op het oostelijk polderland helemaal weggenomen. Nergens wordt vermeld wat er nadien met deze grondoverschotten zal gebeuren. In het ergste geval kunnen ze verspreid worden in de Dudzeelse Polder.

Het landschapszicht op de haven wordt in de project-MER als minder waardevol beschouwd. Deze vroegere aantasting van het polderlanduitzicht mag geen argument zijn om de aantasting te kunnen verder zetten.

 

Visualisatie van tijdelijke bergingslocatie 1 (zicht vanaf de westelijke oever van het Boudewijnkanaal)

 

 

 

 

 

19) Vernietiging van het cultuurhistorisch patrimonium

 

Er worden geen inspanningen gedaan voor een meer uitgebreid archeologisch onderzoek waarvan de archeologisch vondsten dateren tot in de Romeinse tijd. De archeologische restanten worden door de verdieping en verbreding van het Boudewijnkanaal volledig vernietigd.

Ook de sloping van de polderhoeve getuigt van weinig respect voor het cultuurhistorisch patrimonium.

Het verlies van dit patrimonium wordt niet in rekening gebracht bij de beslissing voor de voorziene havenwerken. De beslissing is eenzijdig en ook daarom verwerpelijk.

 

 

 

De Vzw Groen zet zich onder meer in voor het maximaal behoud van natuur, open ruimte en bomen in Brugge en omgeving en pleit er dan ook voor dat de Stad niet “gemakkelijkheidhalve” deze omgevingsvergunning zou goedkeuren.

 

Mogen wij u vragen om een bevestiging van het ontvangen van dit schrijven.


Hopend op een gunstig gevolg aan dit schrijven,

 

 

Voor Groen vzw­­,

 

 

 

         Erik Ver Eecke                                      Ivan De Clerck

               

 

 

         Bestuurder- Voorzitter                         Bestuurder- Commissaris

 

 

 

Groen vzw                                                                                                   Brugge,  4 sept.  2018

Vier Uitersten 1, 8200 Sint-Andries

050/31 15 62  groenvzw@telenet.be

http://users.telenet.be/a150254

 

 

OPEN BRIEF AAN HET BRUGS STADSBESTUUR

STOP DE TELOORGANG VAN HET GROEN

 

De milieuvereniging Groen vzw doet hiermee een dringende oproep tot het Brugs Stadsbestuur meer respect op te brengen voor het groen in Brugge bij het verlenen van kapvergunningen bij openbare werken en verkavelingen.

Met de regelmaat van een klok worden we geconfronteerd met bouwplannen waarbij telkens gezonde, volwassen bomen moeten sneuvelen. Veelal gebeurt dit in woonparken zoals nabij de Maalse Steenweg te Sint-Kruis, Tillegembos te Sint-Michiels en de Doornstraat te Sint-Andries. Percelen worden opgesplitst of zelfs mooie en nog zeldzame open ruimten nabij natuurgebieden (zoals Klein Appelmoes te Assebroek) of nabij waardevolle cultuurhistorische sites (zoals langs de Lodewijk van Malestraat te Sint-Kruis en in het Chartreusegebied te Sint-Michiels) of in zeldzame open ruimte en groen nabij de binnenstad (zoals de geplande Katelijneparking) dreigen door projectontwikkelaars of de overheid zelf  overgeleverd te worden aan verstening en verkaling.

Groen vzw heeft de laatste maanden tal van bezwaarschriften ingediend en beroep aangetekend bij de Provincie tegen deze verdere aftakeling van het noodzakelijke groen dat onze leefkwaliteit op peil houdt en de klimaatopwarming vertraagt. Verscheidene vergunningen werden tot nu toe geweigerd (kappen populieren in de Koestraat, bouwplannen Canadastraat 20, verkaveling Lodewijk van Malestraat 24-26-40, kappen bomen in de Koolkerkesteenweg, kappen linden in de Kerkhofblommestraat, verkaveling De Mispelaar), maar de promotoren en zelfs het stadsbestuur geven niet op en dienen nieuwe aanvragen in of maken nieuwe plannen op. Het is bijna een full-time job om het gebrekkig groenbeleid bij te sturen. Uit onvrede met het milieubeleid te Brugge komt de Brugse milieuraad trouwens sedert maanden niet meer samen.

Het huidige beleid creëert betonvlaktes: zie verbouwingen bij nieuwe Delhaize langs de Maalse Steenweg. Vroeger stonden daar nog 30 bomen die bijna allemaal gekapt zijn. Dit gebied is nu één grote betonvlakte geworden. Er is zelfs niet nagedacht om voor de parking te werken met waterdoorlatende stenen. Er is niet nagedacht om toch zeker een 20 % groen te creëren.

In een recente studie over het betonneren van Vlaanderen uitgevoerd door Natuurpunt blijkt dat Brugge bij de slechtste leerlingen behoort. Er verdwijnt in Brugge  500 tot 700 m² open ruimte die gebetonneerd wordt per dag.

Spijtig genoeg hebben we niet  een overheid die milieubewust genoeg is om zonder druk van de plaatselijke bevolking of van milieugroepen strenger op te treden als open ruimte en groen in het gedrang komen. Bovendien zijn er grote tekorten in de wetgeving die weinig bescherming biedt aan het  groen in woongebieden. Het ontbreekt de overheid aan visie om daar iets aan te doen.

 We wachten nog steeds op het beloofde nieuw Ruimtelijk Structuurplan voor Brugge. Er is tevens een dringende nood aan een “Open ruimte beleidsplan” voor de Brugse Rand en er moet werk gemaakt worden van RUP’S die verdere aftakeling van het groen onmogelijk maken. Méér dan ooit laat de noodzaak van strengere maatregelen voor de bescherming van het groen zich voelen bij het streven naar een gezonde leefomgeving en onder druk van een onheilspellende klimaatopwarming.

Met het oog op de verkiezingen zullen de nieuw verkozenen in dialoog met de milieuverenigingen met een aangepaste en degelijke visie moeten zorgen voor een kentering in het groenbeleid.

 

                                                                               Voor Groen vzw

 

                                                                               Erik Ver Eecke, voorzitter 

 

 

Steun Open Ruimte Brugge #ORB

 

Neen aan het GRUP, ja aan een leefbare Brugse regio

Half september werd het GRUP, gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge”, door de Vlaamse regering goedgekeurd. Het plan wil beslag leggen op meer dan 200 hectare open ruimte.

 

Open Ruimte Brugge reageert

Het platform Open Ruimte Brugge, gesteund door 9 organisaties uit de Brugse regio, onderneemt nu actie. Samen willen we het GRUP aanvechten bij de Raad van State. We pleiten voor:

·         een kantoorzone aan het station, niet in de groene gordel (Chartreuse)

·         een voetbalstadion waar kantoren, winkels en sport zorgen voor bruisende activiteit zonder inname van nieuwe open ruimte

·         het efficiënter benutten van bestaande bedrijventerreinen

·         gestapelde bedrijfsruimte die minder hectaren in beslag neemt

·         duurzame mobiliteit en duurzaam grondgebruik

·         beperking van de betonnen uitwassen in de Brugse rand

·         het behoud van de groene gordel die ademruimte geeft voor vandaag en morgen

Raadpleeg het GRUP hier: https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/GRUPS/GRUPS-Detail/rid/RUP_02000_212_00447_00001

 

Uw steun telt

Om deze eisen kracht bij te zetten willen we naar de Raad van State trekken. Daarvoor hebben we uw steun nodig. Via crowdfunding willen we de middelen bijeenrapen om dit ruimteverslindende GRUP aan te vechten. Want open ruimten en groene zones zijn (te) schaars om er kwistig mee om te springen.

 

Steun het initiatief van ORB vandaag nog. Help ons centen verzamelen om naar de Raad van Sate te stappen.

Mogen we op uw steun rekenen?

Stort je bijdrage op rekening BE32 9731 8400 5802 ten gunste van Open Ruimte Brugge en geef hiermee de Brugse regio zuurstof voor de toekomst. Eventuele overschotten gaan naar een ander goed doel, zoals de aankoop van natuurgebied.

 

Namens #ORB,

Brugge laat je bomen leven
Brugse landbouwers
Groen vzw
JNM Brugge
Lappersfort Poets Society & Poëziebosnetwerk
Natuurpunt Brugge
Natuurpunt Brugs Ommeland
Velt Brugge
West-Vlaamse Milieufederatie (WMF)

 

Contacteer #ORB:

Mail:    openruimtebrugge@gmail.com

Website:  http://openruimtebrugge.droppages.com/

 

 

Waarom “OPEN RUIMTE BRUGGE”?

 

 

ALS DE OVERHEID HET GEMENE GOED NIET BEHARTIGT MOETEN DE BURGERS HET DOEN

 

Het in september 2017 door de Vlaamse regering definitief vastgestelde  Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) “Afbakening Regionaal Stedelijk Gebied Brugge” is een verontrustend document dat van weinig visie getuigt. Niet minder dan 214 ha open ruimte wordt bedreigd. Het brengt op pijnlijke wijze aan het licht dat, alle mooie verklaringen ten spijt, de Vlaamse overheid niet van plan is een trendbreuk richting betonstop en duurzaamheid te realiseren. Het GRUP geeft groen licht aan verschillende ‘high impact’ projecten die vooral schitteren door overbodigheid.

 

De politici die de krachtlijnen van het GRUP uittekenden en de ambtenaren die deze omzetten in soliede teksten, leven op dezelfde planeet als wijzelf. Zij beschikken over net dezelfde informatie met betrekking tot klimaatopwarming, soortensterfte,  ruimteversnippering, waterhuishoudingsproblemen, pollutie en andere impact-indicatoren die  alle oproepen tot een OMMEKEER zonder verder uitstel op het gebied van ruimtelijke ordening. Onze politici missen helaas de verantwoordelijkheidszin en moed om hun ‘business as usual’ comfortzone te verlaten en het harde gevecht voor een duurzame toekomst aan te gaan.

 

Daarom is het zinvol naar de Raad van State te stappen. Het voorliggende  GRUP dat werd geïnspireerd, zo niet meebepaald door projectontwikkelaars die alleen hun eigen belang nastreven, moet worden vernietigd. Wij willen dat de Vlaamse overheid een nieuw creatief en innoverend GRUP “Afbakening Regionaal Stedelijk Gebied Brugge”  uitwerkt dat maximaal inzet op het behoud van open ruimte. Dus zonder kantoren of fabrieken op uitgesproken C-locaties (Auto-locaties) zoals de Chartreuse of de Spie (die bovendien kunnen bogen op een groot ecologisch en historisch belang) en zonder industriële compensaties in Sint-Elooi (Zedelgem). Dus zonder twee voetbalstadions waar één prachtig gerenoveerd stadion - Jan Breydel - kan volstaan.

 

Een door bekwame advocaten gevoerde procedure bij de Raad van State kost een pak geld. Daarom willen wij met natuur- en milieuverenigingen en met landbouwers, die Brugge en Ommeland willen behoeden voor een grootschalige verminking, via het platform “Open Ruimte Brugge” de nodige financiële middelen verzamelen.

 

Mogen we op uw steun rekenen?

 

Stort je bijdrage op rekening BE32 9731 8400 5802 ten gunste van Open Ruimte Brugge en geef hiermee de Brugse regio zuurstof voor de toekomst. Eventuele overschotten gaan naar een ander goed doel, zoals de aankoop van natuurgebied.

 

Namens Open Ruimte Brugge (#ORB),

 

Brugge laat je bomen leven
Brugse landbouwers
Groen vzw
JNM Brugge
Lappersfort Poets Society & Poëziebosnetwerk
Natuurpunt Brugge
Natuurpunt Brugs Ommeland
Velt Brugge
West-Vlaamse Milieufederatie (WMF)

 

Contacteer #ORB:

Mail:    openruimtebrugge@gmail.com

 

Website:  http://openruimtebrugge.droppages.com/

 

 

Persbericht

Einde Openbaar Onderzoek Ontwerp GRUP Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge:

Brugse Natuur- en milieuverenigingen overhandigen 2104 bezwaren aan de Vlaamse Regering, via de secretarie in het stadhuis te Brugge op 9 februari 2017.

“. Met 2104 bezwaren, verzameld via een petitie en informatieve mails, willen Natuurpunt Brugs Ommeland ; Westvlaamse milieufederatie (WMF) en Groen VZW aantonen dat het draagvlak voor de plannen van de Vlaamse Regering (GRUP Brugge) sterk afkalft. “

Op 10 februari sluit het Openbaar Onderzoek voor het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan van Brugge. Dit plan wil zaken als een nieuw stadion voor Club Brugge, maar ook bijkomende bedrijventerreinen regelen, als vervolg op een eerder geschorste versie. Maar Natuurpunt Brugs Ommeland , WMF , Groen VZW ….en anderen   hebben hier heel wat vragen bij.

In ons volgebouwde landje behoeft de noodzaak van een goede ruimtelijke ordening allicht geen verklaring. Zulke ordening heeft ook belangrijke economische en ecologische consequenties. Zo is er de laatste tijd steeds meer aandacht voor de grote economische kosten die lintbebouwing en ‘wonen op de buiten’ met zich meebrengen (bv. Dure rioleringswerken, financiële- en milieukosten van de mobiliteit, toenemende files ….).
Doordachte planning van de beschikbare ruimte kan die kosten drukken en de leefbaarheid van een verstedelijkt gebied vergroten.

In dit GRUP vinden we van deze nieuwe beleidsvisies  echter niets  terug . 214 hectare open ruimte , vooral goede landbouwgrond wordt  omgezet voor aanleg van 114 hectare nieuwe industrieterreinen en een voetbalstadion met een ruim bemeten parking.

Aandacht voor de woonomgeving, het tegengaan van de versnippering van groengebieden horen cruciale aandachtspunten te zijn. Helaas blijkt dit in de praktijk dode letter.
Na elk nieuw gewestplan krimpt de open ruimte. Ook in dit GRUP wordt de groene gordel rond de stad ondermijnd door groenruimtes te verkleinen, in te perken (Chartreuse) of worden  polders en andere agrarische gebieden  onteigend op simpele vraag van ‘ondernemers. (Blankenbergse steenweg, de Spie, St. Elooi in Zedelgem)

“We ontkennen niet dat bedrijven plaats moeten hebben om zich te ontwikkelen maar dit moet op een andere manier kunnen. Want op de bestaande bedrijventerreinen is er nog onbenutte ruimte en leegstand en met een ander beleid  kan o.a. op het bedrijventerrein de Blauwe Toren ook efficiënter met de ruimte worden omgesprongen door bijvoorbeeld in de hoogte te gaan bouwen.”

Wat het  voetbalstadion langs de  Blankenbergse Steenweg betreft :

Te weinig onderzoek werd verricht om een goed afgewogen keuze te kunnen maken tussen ofwel de inplanting van een nieuw stadion  ofwel  de verbouwing van het oude stadion op de site Jan Breydel De negatieve impact door het verdwijnen van extra open ruimte weegt niet op  tegen de huidige mobiliteitsproblemen in Sint-Andries, waarvoor een oplossing mogelijk is.

Tevens is het niet te begrijpen dat men niet opteert voor een multifunctioneel stadion  zoals in de eerste ontwerpen  (Stadion in de Chartreuse ) was voorzien . Ook de haalbaarheidsstudie (2007) van de toenmalige Vlaamse Bouwmeester Marcel Smets, voor aanpassing van het Jan Breydelstadion en op vraag van stad Brugge, voorzag een multifunctioneel stadion.

Met het ontwerp-GRUP voor Brugge, waarin zowel poldergrasland als  bos wordt geschrapt, leeft de Vlaamse regering haar eigen engagement met betrekking tot natuurbehoud en compensatie niet na. Het omzetten van de Spie tot industrieterrein,  waar pas beschermde graslanden zullen verdwijnen,  en de Chartreuse, waar de groene long van Brugge weer inkrimpt en bos verdwijnt,  zijn daar treurige voorbeelden van.

 “Burgers moeten de keuze hebben: kies je voor het verderzetten van het huidig ruimtelijk beleid, waarbij bedrijven onbeperkt ruimte mogen blijven vragen en je als burger de wateroverlast, mindere luchtkwaliteit, verlies aan open ruimte,  groen en biodiversiteit, maar ook de files erbij moet nemen. Of kies je voor een beleid dat bedrijven verplicht de ruimte goed in te zetten: zuinig en met respect voor de omgeving?

 Natuurpunt Brugs Ommeland;  Groen VZW; WMF en andere verenigingen verzamelden  2104 bezwaren. Op 9 februari geeft ze deze af aan het Brugse beleid, samen met de vraag naar een toekomstgericht en dus ‘minder verspillend’ ruimtegebruik voor de regio.

 


Natuurpunt Brugs Ommeland

West Vlaamse Milieufederatie

Groen VZW

Natuurpunt Brugge

JNM Brugge

Velt Brugge

Lappersfort Poets Society & Poëziebosnetwerk

 

 

Verscheidene verenigingen dienen tegen 10 februari bezwaar in tegen het Ontwerp GRUP Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge. (zie bovenstaand persbericht)

De verenigingen onderschrijven begin januari onderstaand persbericht van Groen vzw.

 

Groen vzw

http://users.telenet.be/a150254                                                Brugge, 6 januari 2017

groenvzw@telenet.be

 

Persbericht

 

 

Brugge ruilt groen voor beton

 

 

De milieuvereniging Groen vzw, gesteund door onderstaande groepen en verenigingen, is ontgoocheld over het gebrek aan een toekomstgerichte visie over het voorgestelde ruimtegebruik binnen het voorlopig vastgestelde Ontwerp GRUP Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge. Ondanks de aangekondigde betonstop tegen 2040 dreigt de ruimtelijke ordening in de regio Brugge op korte termijn totaal te ontsporen.

 

Ten noorden van de Brugse agglomeratie worden tietallen ha open polderruimte bedreigd door de aanleg van bedrijventerreinen en een voetbalstadion met bijhorende grote parkeeroppervlakten. Deze gronden zijn momenteel enerzijds de beschermde poldergraslanden in het deelgebied de Spie en anderzijds de vruchtbaarste akkerlanden van Brugge tussen de Blankenbergse Steenweg en de Expresweg N31. Landbouwgrond is een onderschatte rijkdom van ons sociaal-economisch patrimonium en zal in de toekomst nog belangrijker worden in het kader van onze voedselvoorziening. Familiale bedrijven zorgen niet alleen voor voedsel, ze zorgen ook voor de draagkracht van een samenleving.

 

Ten zuiden van de Brugse agglomeratie wordt de zo gewaardeerde groene gordel rond Brugge beschadigd door de inplanting van zgn. hoogwaardige bedrijven binnen hoge kantoorgebouwen in het Chartreusegebied. Dit komt bovenop de Vlaamse ruimtevraag voor de industrie en is eerder een vraag van de stad Brugge. Daarbij wordt ook een deel van het Chartreusebos en de open ruimte opgeofferd. Bomen kappen en landelijke open ruimte innemen voor kantoren is niet meer van deze tijd. Het Chartreusegebied heeft een belangrijke strategische waarde binnen de zuidelijke Brugse groene gordel met name de "open ruimte", de ecologische functie als verbindings- en verwevingsgebied en de intrinsieke archeologische waarden. Bijkomende gebouwen zijn strijdig met natuurverweving en zijn een gevaar voor wateroverlast in de nabije Kerkebeek.

De bestemming als gemengd open ruimtegebied is de enige aanvaardbare in deze zuidelijke groene gordel van Brugge. Ook de meer zuidelijk gelegen wijk Sint-Elooi te Zedelgem dreigt het slachtoffer te worden van een agressieve ruimtebezetting door industrie.

De Zuidelijke Chartreuse Groene Gordel kent een lange geschiedenis van bedreigng. De overheidsplannen werden reeds tweemaal door de Raad van State vernietigd door juridische actie van ondermeer Groen vzw (2009) en de Witte Pion (2013).

 

In het Plan-MER en het voorlopig vastgestelde GRUP zijn er belangrijke tekortkomingen.

Er is geen klimaattoets waarbij de gevolgen van de concentratie van bijkomende bedrijven en sportinfrastructuur aan autolocaties in rekening gebracht worden.

Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de door de Dienst Ruimtelijke Ordening gewenste langetermijnplanning waarbij gesteld wordt dat het verder opvullen van onze schaarse open ruimte nefast is voor de door iedereen gewenste leefbaarheid in eigen streek.

Er is onvoldoende gezocht naar milieuvriendelijke alternatieven voor inplanting en zuinig ruimtegebruik van zowel bedrijven als voetbalinfrastructuur.

 

Het concept van het voorlopig vastgestelde GRUP past bovendien niet binnen de visie van het RSV om de bestaande stedelijke infrastructuur van de stadskern optimaal te benutten.

“Kantoorvoorzieningen genereren niet te verwaarlozen verkeersstromen. Daarom worden deze voorzieningen zoveel als mogelijk geconcentreerd op belangrijke knooppunten van openbaar vervoer.”(p. 366 RSV) (A-locatie)

De stationsomgeving van Brugge zou voor kantoorachtige bedrijfsgebouwen ook beter geschikt zijn in de nabijheid van hogeschool Vives en een toekomstige afdeling van de K.U. Leuven aangezien het de bedoeling is om de interactie tussen het bedrijfsleven en het onderwijs te stimuleren.

 

Kantoren kunnen eventueel ook in een multifunctioneel stadion.

Er is onvoldoende bestudeerd in hoever het Jan Breydelstadion daarvoor in aanmerking komt. Uit de haalbaarheidsstudie (2007) voor de uitbouw van het Jan Breydelstadion o.l.v. Vlaams Bouwmeester Marcel Smets weten we dat het verder onderzoek  naar de mogelijkheden van de huidige locatie absoluut de moeite loont in tegenstelling tot een aantal andere visies. Het behoud van het huidige stadion is een belangrijke vorm van duurzaamheid, alleen al vanuit het oogpunt van zuinig ruimtegebruik. Investeringen in meerlagige randparkings en openbaar vervoer kunnen wellicht het mobiliteitsprobleem aldaar oplossen, zoals in tal van andere Europese steden. Het valt te betwijfelen of de inname van open ruimte voor een nieuw voetbalstadion (privédoeleinden) aan een autolocatie de duurzaamheidstest zou doorstaan.

 

Leegstand: Juiste onderbouwing van de behoefte inzake bijkomende bedrijventerreinen ontbreekt.

Het aanbod aan bedrijfsruimte is onderschat. De gevolgde methode overschat de vraag naar nieuwe terreinen. In de regio Brugge is er volgens Voka momenteel geen aanbod meer aan bedrijfsruimte, terwijl een optelsom van ongebruikte percelen in het stedelijk binnenhavengebied van Brugge tussen de ringlaan op Sint-Pieters en de Herdersbrug over het Boudewijnkanaal reeds een industrieruimte van 41 ha oplevert, volgens berekeningen van de milieuvereniging Groen vzw in 2015. Deze industrieruimte bevindt zich binnen de periferie van de agglomeratie Brugge en verdient van opgenomen te worden binnen de industriële planning van het GRUP Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge. Een volledige inventaris van alle industrieterreinen in de omgeving is belangrijk om een discussie te kunnen voeren over de bedrijventerreinen.

Daarnaast is er ook nog de onderbenutte ruimte, dus de ruimte die niet intensief wordt gebruikt.

Wij stellen voor om eerst en vooral de onbenutte en onderbenutte ruimte te gebruiken vooraleer nieuwe terreinen te ontwikkelen. Een juiste behoeftestudie is noodzakelijk.

 

 

 

Contact: Erik Ver Eecke, voorzitter Groen vzw           050/311562

 

Onderschrijvende groepen:

 

Groen vzw,

Brugse landbouwers,

Natuurpunt Brugge,

Natuurpunt Brugs Ommeland,

West-Vlaamse Milieufederatie (WMF),

JNM Brugge,

Velt Brugge,

Lappersfort Poets Society & Poëziebosnetwerk,

Bos+,

Brugge laat je bomen leven,

vzw ’t Groot Gedelf.

 

 

Groen vzw                                                                                                     Brugge, 4 nov. 2016

Vier Uitersten 1, 8200 Sint-Andries

groenvzw@telenet.be  http://users.telenet.be/a150254

 

Aan het departement Mobiliteit en Openbare Werken,

Koning Albert II-laan 20, bus 2,

1000 Brussel

 

Betreft: Publieke inspraak van 5/10 /2016 tot en met 5/11/2016 over de Alternatievenonderzoeksnota: verbeteren van de nautische toegankelijkheid tot de (achter)haven van Zeebrugge

 

Geachte heer, mevrouw,

 

Namens de milieuvereniging Groen vzw wil ik hierbij enkele opmerkingen en bekommernissen formuleren waarmee rekening kan gehouden worden.

Op basis van deze overwegingen kiest Groen vzw voor het alternatief Vandammesluis-oost.

 

De haven van Zeebrugge moet een snelle en veilige overslaghaven blijven waarbij zijn ontwikkeling vooral gesitueerd moet worden in de voorhaven. Daarbij moeten de mogelijkheden voor de groei van de kustvaart ten volle benut worden, zodat het goederenverkeer minder afgestemd wordt op het autoverkeer en de havenontsluiting van Zeebrugge milieuvriendelijker wordt zonder aantasting van de natuur en de landbouw langs waardevolle kanaalzones.

 

In de achterhaven moet zuiniger omgesprongen worden met de beschikbare ruimte zodat de niet opgespoten Dudzeelse Polder zijn ecologische functie ook op lange termijn kan blijven behouden. Het is belangrijk dat de haven evolueert zonder inname van Europese Vogelrichtlijn- en habitat gebieden, want een volwaardige compensatie bieden voor het verlies aan de rijke natuurlijke biotoop in het Zeebrugs achterhavengebied is onmogelijk.

 

Er moeten maatregelen voorgesteld worden om het wonen in de woonwijken van Zeebrugge leefbaar te maken. Aan het vrijwaren en het ontwikkelen van de Zeebrugse woonkernen moet een grotere prioriteit verleend worden, rekening houdend met de vraag naar woonruimte en verkavelingen op andere plaatsen in de streek ten koste van natuur en landbouwgrond. De woonkernen moeten kunnen uitgroeien tot één geheel. De voorgestelde en gewenste Nx die het zwaar verkeer zal scheiden van het kustverkeer moet ver genoeg van de bewoning aangelegd worden.

 

De inrichting van de autowegen-, trein- en traminfrastructuur moet zo eenvoudig en rechtlijnig mogelijk gehouden worden, met eveneens aandacht voor de veiligheid en het comfort van de zwakke weggebruikers en van de wijkbewoners.

 

De bouw van een nieuwe zeesluis mag niet tussen de Zeebrugse woonkernen gelegen zijn. Verlies aan haveninfrastructuur door de nieuwe zeesluis moet gecompenseerd worden in de voorhaven.

De nieuwe zeesluis mag niet in de huidige achterhaven gelegen zijn om veiligheidsredenen en omwille van het risico op toekomstige ongewenste havenuitbreidingen.

 

Een gedeeltelijke aantasting van de kleiputten van Heist moet op andere plaatsen gecompenseerd worden. De waarde van zowel landbouw als natuur in het achterland moet in de ecologische afwegingen geherwaardeerd worden.

 

Een raming van de weerslag van de voorgestelde nieuwe zeesluis op de verzilting in het binnenland moet in kaart gebracht worden, zowel voor wat de ecologische gevolgen als de gevolgen voor de landbouw betreft.

 

Bij de bouw van de sluis moet rekening gehouden worden met de modernste methodes voor vismigratie van en naar zee voor diverse vissoorten (dus niet uitsluitend paling!). Daartoe dient het INBO gecontacteerd te worden in de fase van ontwerp. Dit dient zo schriftelijk vastgelegd te worden in de bouwvergunning.

 

Uit de bovenstaande opmerkingen blijkt dat een nieuwe Vandammesluis-oost wellicht het beste alternatief is om de nautische toegankelijkheid tot de achterhaven van Zeebrugge op een mensvriendelijke en duurzame manier te verzekeren.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Erik Ver Eecke, voorzitter Groen vzw

 

 

Groen vzw                                                                                          Brugge, 28 september 2016

Vier Uitersten 1, 8200 Sint-Andries

050/31 15 62 

groenvzw@telenet.be

http://users.telenet.be/a150254

 

                                                Aan het College van Burgemeester en Schepenen,

                                                Aan de gemeenteraadsleden

                                                Stadhuis, Burg 12, 8000 Brugge.

                                               

Geachte heer Burgemeester en leden van het Schepencollege en de gemeenteraad,

 

VZW GROEN PROTESTEERT TEGEN EVENTUELE KAPPING VAN GEZONDE BOMEN IN WISPELTUIN

 

Op 1 augustus 2016 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van 6 esdoorns en 1 es in de tuin van het Rode Nonnenklooster (nu Wispeltuin genoemd). De bewoners van de Visspaanstraat, die liever uitkijken op bomen dan op de nieuwbouw die hoog uitsteekt boven de kloostermuur, reageerden verontwaardigd.

De VZW Groen stelt met spijt vast dat de Stad Brugge al te vaak kapvergunningen aflevert die zowel natuuronvriendelijk als mensonvriendelijk zijn. Een boom is geen ding, het is een mooi en interessant levend wezen. Het gemak waarmee in Brugge vergunningen worden verleend voor het kappen van gezonde bomen met vaak nog een lange levensverwachting is dan ook stuitend. Bomen dragen op velerlei wijze bij tot onze gezondheid en ons psychisch welbevinden. Ze verminderen onze stress, slaan C02 op, verbeteren de luchtkwaliteit en milderen hittepieken in het versteende stadscentrum. Bomen zijn waardevolle metgezellen van mensen. Het getuigt van arrogantie en harteloosheid om administratieve doodsvonnissen uit te spreken over bomen zonder ook maar in het minst hun betekenis voor de omwonenden in rekening te brengen. De bewoners van de Visspaanstraat (de straat met de lange oude kloostermuur) reageerden vol  ongeloof op de kapvergunning van 1 augustus. Waarom moeten de bomen verdwijnen die het uitzicht op de nieuwe hoogbouw op de Rode Nonnen site ietwat verdoezelen? Waarom werd deze vergunning enkel uitgehangen in de Katelijnestraat (wat volgens de letter van de wet inderdaad volstaat) en niet in de Visspaanstraat van waaruit de bomen zichtbaar zijn?

De kapvergunning van 1 augustus laatstleden roept spontaan protest op om verschillende redenen. Vooreerst omdat zij, naast twee dode esdoorns, verscheidene levenskrachtige bomen treft. Ten tweede, omdat deze vergunning kadert in een dossier (De Wispeltuin) dat een droevig voorbeeld vormt van de ondermaatse bescherming door de stedelijke overheid van het waardevolle Brugse bouwkundig en groen erfgoed. De Oostkampse projectontwikkelaar van de Wispeltuin beging overtredingen bij het streven naar een maximale dimensie van de woningblokken in de tuin. Dat nu nog eens bomen zouden geveld worden, die mede het uitzicht bepalen van de site gezien vanuit de Visspaanstraat, is ontoelaatbaar. Het argument dat deze bomen in minder goede toestand zouden verkeren omdat ze begroeid zijn met klimop, is schraal. Klimop valt gemakkelijk te verwijderen. Het gaat bovendien om bomen die expliciet vermeld worden in het beschermingsbesluit van de Rode Nonnen kloostersite.

De VZW Groen richt zich dan ook met aandrang tot het College van Burgemeester en Schepenen met het verzoek de verleende kapvergunning van 1 augustus laatstleden voor de bomen in de Wispeltuin in te trekken, in zoverre deze vergunning  slaat op de niet-afgestorven bomen.

 

Namens Groen vzw,

 

Erik Ver Eecke, voorzitter

 

Administratief beroep tegen het vellen van 13 linden in de Kerkhofblommestraat te Assebroek

St-Andries, (Brugge), 27 april 2016

 

 

Van:  Groen VZW,  Vier Uitersten 1, 8200 Sint-Andries

  Tel: 050/ 311562

  groenvzw@telenet.be

 

-          Aan: - Bestendige deputatie van de Provincie West-Vlaanderen,

            Koning Leopold III Laan 41,  8200 Sint-Andries (Brugge)

 

Geachte,

Wij namen kennis van de Stedenbouwkundige vergunning nr. 20161228 voor het vellen van 13 linden in de Kerkhofblommestraat te Assebroek, die op 16 maart 2016 werd verleend door Stad Brugge, Burg 12 Brugge, en werd uitgehangen vanaf 31 maart 2016 voor de duur van 30 dagen.

  De termijn van 30 dagen start de dag na de aanplakking.

 

 

Ontvankelijkheid

 

 

De statuten van Groen Vzw (Stuk 3) tonen aan dat het opkomen voor de ecologische belangen van mens en natuur in Brugge en nabije omgeving de reden van bestaan van deze organisatie is. Zij acht zich dan ook gerechtigd en zelfs genoodzaakt actie te voeren bij elke aantasting van die ecologische belangen, zoals bij het voeren van een kapbeleid dat tot gevolg heeft dat bomen op Brugs grondgebied onnodig worden gekapt.

 

-          Tegen dit besluit tekenen wij beroep aan op basis van de volgende gronden.

 

1)Het aanvragen van een kapvergunning door stad Brugge voor het vellen van 13 lindes langs de Kerkhofblommestraat is het rechtstreekse gevolg van een voorgaande (slordige) vergunning.
Enkele jaren geleden werd een zeer ruim fietspad langs de centrale begraafplaats in Brugge aangelegd. Op zich een lovenswaardig initiatief.
Bij de aanleg van dit fietspad werd echter geen rekening gehouden met de bestaande rij veterane lindebomen. Het fietspad uit bitumen werd aangelegd tot tegen de bomenrij, waardoor het wortelgestel van deze bomen ernstig beschadigd werd en nu geen uitwisseling van water en zuurstof met de ondergrond meer mogelijk is.
Daarnaast werden ook parkings en fietsentallingen voorzien onder de bomen, waardoor de overgebleven wortelruimte grondig gecompacteerd wordt.
De bomen hebben op deze drastische ingrepen gereageerd door vanop de stam jonge takken aan te maken.
Dit bewijst dat deze bomen nog gezond genoeg zijn om -mits een vakkundige veteraansnoei- nog jaren lang het beeld te bepalen langs dit mooie kerkhof.

In plaats van deze bomen te kappen stellen we dan ook voor ze door een erkend European Treeworker te laten snoeien, de fietstallingen te verplaatsen en de gecompacteerde zones rond de bomen te vervangen door boomborders waarin er zich een gezonde bodem kan ontwikkelen.
Gezien de centrale begraafplaats opgenomen is in de inventaris van bouwkundig erfgoed als relict lijkt ons deze inspanning meer verantwoord dan drastisch kappen van de veteraanbomen.

2) Burgemeester Renaat Landuyt ondertekende dit Convenant op 1 december 2014, waardoor de Stad Brugge er zich toe verbond  om minstens 20% CO2 reductie te realiseren  tegen 2020. Brugge heeft bovendien de ambitie om tegen 2050 een klimaat-neutrale stad te zijn. Mooie beloften die niet stroken met de lichtzinnige beslissing van de Stad om gezonde bomen te laten kappen. Een staaltje van ‘greenwashing’ dus.

Zie ook: https://www.brugge.be/ondertekening-burgemeesters-convenant-en-installering-klimaatforum

 

     Nadeel  “actio popularis” voor Groen Vzw

Groen Vzw voelt zich op het gebied van haar doelstellingen benadeeld door het onnodig kappen van 13 linden in de Kerkhofblommestraat . De aantasting van deze mooie dreef zal onder meer een negatief effect hebben op ‘het dreefeffect’ . Mooie dreven dragen bij tot de leef-kwaliteit van de bewoners en verhogen ‘de liefde voor de natuur’ van de passanten en moeten daarom gekoesterd worden.

 

Groen Vzw wil de nadruk leggen op de mentaliteitswijziging en gedragsverandering die nodig is bij lokale en hogere overheden bij hun kapbeleid. Er moet onder meer een ‘duurzaam’ beleid gevoerd worden met betrekking tot bomen in dreven, ook wat betreft de optimale handhaving van de esthetische uitstraling van dreven.

 

Groen Vzw laat ook gelden dat het kappen van de 13 linden in de Kerkhofblommestraat  om zeer twijfelachtige redenen- uiteraard het milieu aantast en dus de belangen schaadt waarvoor de Groen Vzw zich in Brugge en omgeving inzet.

De ambitie om  minstens 20% CO2 reductie te realiseren op het grondgebied tegen 2020 en om van Brugge een klimaatneutrale stad te maken tegen 2050, wordt vanzelfsprekend niet gediend door het kappen van deze linden.

________________________________________________________________________________

1)             Oplossingen voor het broeikaseffect.

Kortgeleden nog in het nieuws. De aarde warmt steeds sneller op.

 

West-Vlaanderen is met een bosindex van 2,3 % het meest bosarme gebied van Europa bv. Duitsland heeft een bosindex van 32 %.
Het noordelijke deel van België (Vlaanderen) is qua luchtvervuiling één van de meest vervuilde regio’s van Europa en de situatie wordt met de dag nog erger.
Bomen capteren NO2 en CO2 en zetten dit om in zuurstof. Fijne roetdeeltjes (stofdeeltjes) hechten zich vast aan de bladeren

Onderstaande kaart van Europa toont de gebieden met de hoogste concentraties stikstofdioxide (NO2).
Het noordelijke deel van België (Vlaanderen) is één van de meest vervuilde regio’s van Europa.
Wij hebben iedere boom nodig.

Een boom van 100 jaar oud produceert evenveel zuurstof als 2500  jonge bomen.

bron: Universiteit van Heidelberg

Dat ziektes zoals kanker, borstkanker, astma enz. met deze hoge concentraties NO2 en CO2 rechtstreeks in verband staan wordt als een bewezen feit beschouwd.

Daarom is het belangrijk dat we de bestaande bomen koesteren en ze niet lichtzinnig kappen (ook al worden ze vervangen door nieuwe exemplaren, want deze produceren gedurende een lange periode veel minder zuurstof).

 

Uit het verslag van de Bond Beter Leefmilieu

Er zijn in ons land één miljoen astmapatiënten, 200.000 daarvan zijn kinderen. Dat zei de Belgische Vereniging voor Pneumologie op een persconferentie naar aanleiding van Wereld Astmadag op 6 mei 2014.

Ons land heeft een van de hoogste hospitalisatiegraden als gevolg van astma in Europa. Hoewel de behandeling van de ziekte de laatste jaren enorm is verbeterd en het aantal ziekenhuisopnames in Europa daalde, steeg het aantal opgenomen patiënten in België. Dat komt vooral omdat ons land zo dicht bebouwd is en we veel druk verkeer hebben. Daardoor is de luchtkwaliteit slechter. Er is al meermaals aangetoond dat kinderen die leven in gebieden met vervuilde lucht een hoger risico hebben op het ontwikkelen van allergieën en astma. De afstand tot een drukke verkeersweg is daarbij van groot belang.

 

      Nadeel  “actio popularis” voor Groen Vzw

Groen Vzw betreurt dat het bewustzijn over de toekomstige gevolgen van on-ecologisch gedrag, onder meer resulterend in ongewenste broeikaseffecten, slechts langzaam toeneemt in Brugge. Nochtans zou de ligging van Brugge vlakbij de zee een bijkomende reden tot langetermijndenken moeten zijn.  Tijdens een werkbezoek aan Kopenhagen in juli 2014 stelden leden van Groen Vzw vast dat het bestuur van de Deense hoofdstad nu al een uitgebreide reeks concrete maatregelen treft om de gevolgen van de klimaatverandering het hoofd te bieden. In Brugge kan geen vergelijkbare  ‘sense of urgency’ worden waargenomen. Was dit gevoel er wel, dan zouden op Brugs grondgebied geen bomen meer onder valse voorwendsels gekapt worden en zouden wél ernstige inspanningen worden geleverd tot herbebossing, aanplanting van dreven, en stimulering van boomplantingen zowel in landbouwzones als in gezinstuinen (via een op biodiversiteit en CO2-opname gerichte anti-gazon politiek).

Aantasting van ecosystemen.

Meer extreem weer.

Klimaatmodellen geven aan dat de temperatuur met 1,1 tot 6,4 graden C kan stijgen tussen 1990 en 2100. Vooral temperatuurstijgingen van meer dan 2 °C zouden grote veranderingen met zich meebrengen voor mens en milieu, door een stijging van de zeespiegel, een toename van droogte- en hitteperioden, extreme neerslag en andere effecten.

 

 

 

 

2)       Maatregel in strijd met de inspanning vereist om te voldoen aan de Kyoto-normen.

 Om aan de Kyoto-normen te voldoen, heeft ons land al voor 202 miljoen euro aan zuivere lucht gekocht in het buitenland, terwijl wij hier bomen kappen die CO2 omzetten in  zuurstof.

 

Nadeel  “actio popularis” voor VZW-Groen

Het kappen van bomen gebeurt met ons aller belastinggeld , terwijl de 13 linden in de Kerkhofblommestraat  best kunnen blijven staan. Door het vermijden van onnodige kappingen zal minder belastinggeld moeten gebruikt worden om zuivere lucht aan te kopen.

Groen Vzw onderschrijft in dezen ook het pleidooi  voor een tax shift waarbij belastinggeld niet langer dient om milieuvervuilende activiteiten aan te moedigen (zie de recente, mei 2015, IMF-update betreffende energiesubsidies: deze worden geschat op 6,5% van het wereldwijde BNP en helpen, in België en andere landen, de koolstofeconomie bestendigen) maar bijvoorbeeld om een zorgvuldig bomenbeleid te voeren. Belastinggeld dat aangewend wordt voor het deskundig monitoren en in stand houden van zuurstof genererende bomen is goed besteed belastinggeld. Gezonde bomen kappen van 13 linden in de Kerkhofblommestraat  is duidelijk een voorbeeld van contra-productief aangewend belastinggeld.

___________________________________________________________

3)      Een groene omgeving heeft een gunstig effect op onze gezondheid. Meer groen in de woonomgeving zorgt trouwens niet alleen voor minder depressies, het vermindert ook het aantal mensen met een angststoornis, overgewicht en diabetes.

Minder groen heeft een ongunstig effect op de gezondheid van de bewoners en omwonenden.

 

Nadeel  “actio popularis” voor Groen Vzw

Zoals de naam zelf van  Groen Vzw suggereert erkent onze organisatie de vele voordelen van groen in en rond Brugge en voelt zij zich benadeeld als door onnodige kappingen het groen verdwijnt.

Minder groen heeft een ongunstig effect op de gezondheid van de omwonenden.

 

Besluit:

          Verzoeker Groen VZW

 

De verzoeker Groen Vzw, gevestigd op het adres Vier Uitersten 1, 8200 Sint-Andries, is een vereniging die gemachtigd is beroep in te dienen bij de Bestendige deputatie van de provincie West-Vlaanderen . Inderdaad, volgens Art. 4.7.21. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan beroep bij de Bestendige deputatie van de provincie West-Vlaanderen  worden ingediend door procesbekwame verenigingen die optreden namens een groep wiens collectieve belangen door de vergunnings-, validerings- of registratiebeslissing zijn bedreigd of geschaad, voor zover zij beschikken over een duurzame en effectieve werking overeenkomstig de statuten.

 

Artikel 2,§1 van de Statuten van de Groen Vzw stipuleert dat de vereniging tot doel heeft om (in fusiegemeente Brugge en omgeving) het menselijk en natuurlijk leefmilieu te beschermen en te verbeteren. Deze doelstelling omvat onder meer (zie art. 2 §2) het behoud en herstel van de natuur en van een leefbare woonomgeving. Daarbij verleent de Groen Vzw haar medewerking aan alle personen, groeperingen en instellingen die een gelijkaardig of complementair doel nastreven. Waar het de bescherming van de met kappen bedreigde,  stabiele en leefbare 13 linden in de Kerkhofblommestraat elzen betreft, verleent de Groen Vzw met volle overtuiging haar medewerking aan de bewoners die tegen de kapping zijn.

 

OM DEZE REDENEN en alle andere,

Behage het de Bestendige Deputatie,

De stedenbouwkundige vergunning van 14 maart-2016 van de Stad Brugge, onder voorwaarden, tot het vellen van13 linden, gelegen in Kerkhofblommestraat te Assebroek, te vernietigen.

 

-          Wij willen in deze zaak zeker gehoord worden.

 

Dit document en deze informatiemappen (volledige bundel)  zijn aangetekend verstuurd naar:

- Provincie West-Vlaanderen, Koning Leopold III Laan 41, 8200 Sint-Andries (Brugge) met referte "bouwberoep".

- College van Burgemeester & Schepenen, Burg 12, 8000 Brugge met referte "bouwberoep".

- Stad Brugge- Groendienst, Burg 12, 8000 Brugge met referte "bouwberoep".

 

Bijgevoegde Documenten:

1)  Hierbij bewijs van de betaling van 62,5 Euro op naam van de Provincie West-Vlaanderen op rekening nummer BE21 0910 1313 1203 op 26-05-2015

2) Kopie van aangetekende schrijven aan de verschillende partijen.

3) Statuten van de Groen Vzw. Identificatienummer 9324179,

       ondernemingsnummer 0419646942

4) Beslissing Stad Brugge dd. stedenbouwkundige vergunning van 14 maart-2016 van de Stad Brugge, voor het vellen van13 linden, gelegen in Kerkhofblommestraat

5) Attest van aanplakking van stedenbouwkundige vergunning.

6) BESLISSING RAAD VAN BEHEER VAN Groen vzw

 

 

 

Voor verzoeker:

 

Groen Vzw

 

            Erik Ver Eecke, voorzitter                                             Jozef De Coster, commissaris

 

 

Groen vzw                                                                                                 Brugge, 10 maart 2016

Vier Uitersten 1,

8200 Sint-Andries

050/31 15 62 

groenvzw@telenet.be

http://users.telenet.be/a150254

 

                                           Aan het College van Burgemeester en Schepenen van Oostkamp,

                                           Siemenslaan 1

                                           8020 Oostkamp.

 

Betreft :   Bezwaar tegen de aanvraag ingediend door Hobbycenter Paridaen BVBA.  Deze aanvraag omvat het verkavelen van een perceel grond in 16 kavels voor ééngezinswoningen met inbegrip van het uitvoeren van reliëfwijzigingen, het aanleggen van wegenis en riolering met infrastructuurwerken, het rooien van bomen en terreinaanlegwerken.

 

 

Geachte heer Burgemeester en leden van het Schepencollege,

De milieuvereniging Groen vzw is bezorgd om de bedreiging van het milieu en de woonkwaliteit in de omgeving van de Erkegemse put. Groen vzw tekent bezwaar aan tegen de verkavelingsaanvraag omdat deze een onverantwoorde aanslag betekent op de publieke en sociale functie van de Erkegemse put, de aanwezige biodiversiteit en de huidige ruimtelijke ordening aldaar. Bovendien kunnen problemen oprijzen met de waterhuishouding en lijkt dit een voorbeeld van verwerpelijke grondspeculatie.

 

1. Aanslag op de sociale functie:

De vijver geraakt helemaal ingesloten door privé-woningen en verliest hiermee zijn publieke functie als rust- en ontmoetingsplaats voor bewoners en recreanten vanuit meerdere omliggende straten en zelfs daarbuiten. Bovendien ontstaat het risico van ongewenste inkijk in elkaars huizen en tuinen, daar de vijveroppervlakte fel verminderd wordt en de bouwhoogte 3 bouwlagen kan bevatten.

Veel omwonenden worden getroffen in hun tot nu toe aangename woonomgeving met de Erkegemse put als een vrij natuurlijk, rustig, stil en gemakkelijk bereikbaar recreatief element (wandelruimte en natuur), dat voor hen een stimulans is geweest om daar te komen wonen. De verkavelingsvoorschriften in de Rietkraagstraat werden vroeger zelfs zo opgemaakt dat de openheid naar de put moest verzekerd worden. Er wordt nu in de huidige verkavelingsaanvraag vermeld dat de tuinen “STILLE TUINEN” moeten worden. In realiteit is dat met spelende kinderen onmogelijk en zal ook op die manier de rust verstoord worden. De put is nu gekend als een visvijver. De gemeente pronkt in haar gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS)  met het recreatief medebruik van de vijvers als visvijvers. Daarin wordt duidelijk de Erkegemse put vermeld.

De Wollestraat naast de put  is reeds 30 jaar openbaar weg. Ook al is de eigenaar op vandaag de verkavelaar, hij kan en mag dit nooit afsluiten.

Het autoverkeer moet in deze mooie omgeving eerder afgeremd worden, wat bij de uitvoering van de plannen onhaalbaar is. De MER screening zegt niets over de effecten van mobiliteit, ook niet de mobiliteit veroorzaakt door de werken zelf, nl dempen van een deel van de put. Voor dit project is geen enkele mobiliteitsstudie ingediend; ook niet voor de uitvoering van de werken. Hoe zal dit project op een veilige en verantwoorde manier uitgevoerd worden?  Alles lijkt in functie te staan van geldgewin. Uitzicht naar de vijver wordt weggenomen.

Het rustige, landelijk karakter van de woonbuurt wordt er door bedreigd. De put is meer dan 80 jaar zichtbaar geweest vanop straat. Nu plots de put laten verdwijnen, verscholen achter huizen, totaal onzichtbaar vanop de straat, afgesloten met een hekken en toegangscodes betekent een aanslag op de herkenning en het sociaal karakter van de wijk. De Erkegemse put is mede bepalend voor de identiteit van de wijk en daaraan mag niet geraakt worden.

 

2. Aanslag op de aanwezige biodiversiteit:

Op de biologische waarderingskaart staat het water van de visvijver aangeduid als “biologisch zeer waardevol” en de plantengroei daarrond als “biologisch waardevol”.

Moerassen en waterrijke gebieden zijn ‘kwetsbare vegetaties’ die niet mogen gewijzigd worden, ongeacht hun ruimtelijke bestemming. De plas functioneert als foerageergebied voor vleermuizen, die via de habitatrichtlijn (Annex IV) overal moeten beschermd worden.

Er is in de verkavelingsaanvraag geen enkele garantie voorzien om deze natuurwaarden in stand te houden of te herstellen, integendeel! Veel planten werden de laatste jaren reeds vernietigd.

Bewoners van de Rietkraagstraat hebben in het verleden proces-verbaal en boetes gekregen omwille van het aanleggen van een terrasje aan de idyllische put. De belangrijkste toenmalige reden was, dat de natuurwaarde van de put zou dalen of in gevaar zou komen. 5 jaar later wordt er niet meer gesproken over de natuurwaarde van de put, integendeel. Vandaag wordt er enkel nagedacht in termen van grof  geldgewin.

In het actieplan van de gemeente Oostkamp wordt nochtans gestreefd om  “minstens de actuele natuurwaarden te behouden (het “stand still - principe”) en buiten de officiële natuurgebieden streeft de gemeente  naar een basisnatuur en een basis milieukwaliteit”. De gemeente Oostkamp heeft in 2010 ook het “Charter voor behoud van de biodiversiteit” ondertekend.

In de MER screening vinden we wel terug: plangebied; biologisch zeer waardevol gebied, langs de Erkegemstraat, biologisch waardevolle bomenrij met gemengd loofhout.

Er wordt in de aangevraagde verkaveling met geen enkel woord gerept over welke GROND zal gebruikt worden om de put op te vullen. Hoe de put zal gedempt worden is ook absoluut niet duidelijk. Volgens de verkavelingsaanvraag worden alle bomen gerooid rondom de put. Er wordt ook in de MER-screening niet gesproken over het grondverzet, aanvoer van grond, welke grond enz, OVAM dient hierover uitsluitsel te geven en minstens advies.

In de Wollestraat worden er nieuwe bomen voorzien, ook rond de verkleinde put.  Het aanplanten van enkele nieuwe bomen kan het verlies aan natuur (1,2 ha groen) niet goedmaken. De vernieuwde en verkleinde put is echter niet opgenomen in de verkavelingsaanvraag, zodat in de verdere toekomst het voortbestaan van de put niet zeker is. Een gedempte vijver zou een onomkeerbare schade veroorzaken.

Bij het verdwijnen van “bijzonder waardevolle groene gebieden” moet de natuur door de verkavelaar gecompenseerd worden op een andere plaats.  Volwassen bomen rooien voor aanplant van nieuwe: het duurt jaren vooraleer weer normale wasdom.

Vernietiging van de natuur gaat snel, terwijl herstel en compensatie tientallen jaren in beslag neemt. Wij vinden van deze compensaties niets terug in het dossier. Er dient ook advies te zijn over het rooien van de bomen.

Het behoud van de aanwezige biodiversiteit is daarenboven bijzonder nodig en actueel in het kader van de strijd tegen de klimaatopwarming.

 

3. Aanslag op de ruimtelijke ordening

De Erkegemse put is woongebied op het gewestplan. Het is echter de taak van de overheid om binnen de woongebieden te zorgen voor een goede ruimtelijke ordening. Daarin is de vrijwaring van de visvijver essentieel. Het is een noodzakelijk en gemeenschappelijk open ruimtegebied die de woonkwaliteit van heel de wijk ten goede komt. Binnen de Dienst Ruimtelijke Ordening van de Vlaamse Gemeenschap wil men dat er maatregelen genomen worden om Vlaanderen tegen 2050 leefbaar te houden door de open ruimtes meer dan vroeger in stand te houden. Het is de taak van de gemeenten daaraan mee te werken.

In oktober 2014 werd in de gemeenteraad beslist om een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op te maken om de “VIJVERS TE BESCHERMEN”. We zijn ondertussen  16 maanden  verder. De einddatum wordt continue opgeschoven (eerst sprak men van het voorjaar 2016, nu spreekt men reeds van eind 2016). Het is onaanvaardbaar dat de huidige verkavelingsaanvraag voorrang krijgt op het in opmaak zijnde RUP omdat de verkavelingsaanvraag indruist tegen de actuele ruimtelijke intenties van het RUP. Een goedkeuring verlenen aan de huidige verkavelingsaanvraag zou getuigen van een onaanvaardbare medeplichtigheid van het gemeentebestuur aan de verdere verloedering van het ruimtegebruik.

 

4. Waterhuishouding

Inzake waterhuishouding zal het dempen van de put hopelijk het watersysteem niet schaden. De bewoners van de Walbrugstraat bevinden zich echter  in een overstromingsgebied. De bufferplaats  van regen- en grondwater die de Erkegemseput nu is, verdwijnt voor 60%. Onderzoek naar de gevolgen is wenselijk. Het is zo dat als je een klimaatprojectie doet naar 2100, de verkaveling er eigenlijk voor een groot deel onder water komt te liggen.

Wel zou door het dempen van de put de drainerende werking ervan verstoord kunnen worden, de grondwatertafel in de buurt kunnen stijgen, en effecten kunnen hebben op ondergrondse constructies, zoals kelders. Doordat het niveau van de put laag gehouden werd, werd a.h.w. een drainage gecreëerd. De natuurlijke grondwatertafel is a.h.w. verstoord geworden ten gunste van bewoning. Mocht de put gedempt worden, en mocht men bij het dempen geen/onvoldoende aandacht hebben voor de drainage problematiek, dan zou het kunnen zijn dat kelders, doordat ze niet waterdicht zijn, of nutsleidingen hebben die op een bepaalde diepte binnenkomen, water binnenkrijgen. Dit geldt in het bijzonder voor bewoners van de Rietkraagstraat : Indien de vijver gedempt wordt, of blijft bestaan maar met verhoogde bermen dan bestaat er gevaar voor de afwatering van de tuinen. De vijver is steeds lager gebied geweest, en het water moet dus kunnen afvloeien naar een lager gedeelte.  Afwatering is gekwalificeerd in het Burgerlijk Wetboek als erfdienstbaarheid van afvloeiing. Dat betekent dat een lager gelegen erf het water van het hoger perceel moet ontvangen. Zal dit nog kunnen gebeuren ?

In concreto dient de overheid voorafgaandelijk aan de vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan een watertoets uit te voeren ingeval van een risico op een schadelijk effect op de waterhuishouding.

In het dossier zit wel een hydrologische studie en een MER screening, deze laatste is uiterst beperkt en betreft enkel een standaardformulier. Hydrologische studie: er wordt wel rekening gehouden met de bijkomende verharding, doch niet met afname van buffer door verkleinen van de vijver. Het is een grondwaterstromingsgevoelig gebied, type 2.

Er dient volgens de Hemelwaterverordening gebufferd te worden op eigen terrein

Wat met de afvloei van het regenwater ? Er moet 330 m3 gebufferd worden, hoe gaat men dit voorzien ? Niet te vinden in het dossier. Geen aanleg van een buffer voorzien.

Er moet ook nagegaan worden of het lozingsdebiet van de riolering wel voldoende is.

 

5. Grondspeculatie

De put werd verkocht door de familie Van der Plancke aan de verkavelaar als een eeuwigdurend RUSTPUNT binnen de wijk (in de ruimste zin van het woord). Een paar jaar later wordt er van deze afspraak afgeweken en blijkt het rustpunt plots niet meer te moeten bestaan. Het rustpunt werd duidelijk omschreven in de verkoopsakte van de verkoop van de put .

Het is ook duidelijk te zien aan de verkoopprijs: bouwgrond aan 5€ /m2 is bestaat niet in de huidige verkoopsector van bouwgronden.  Het is goed dat het gemeentebestuur beseft dat ze best niet meewerkt aan deze gang van zaken, ja zelfs deze gang van zaken verhindert!

 

 

De milieuvereniging Groen vzw vraagt hiermee aan het Schepencollege dat zij de verkavelingsaanvraag zou afkeuren.

 

 

 

                                               Met vriendelijke groeten,

 

                                               Voor Groen vzw met de steun van de West-Vlaamse Milieufederatie,

 

Erik Ver Eecke, voorzitter                                                      Liesje Hermans, secretaris

 

 

Groen vzw                                                                   Brugge, 9 febr. 2015

Vier Uitersten 1

8200 Sint-Andries

 

Aan de Vlaamse Overheid

Departement Leefmilieu, Natuur en Energie

Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid

Dienst Milieueffectrapportagebeheer

Plan-MER actualisatieplan-MER herneming regionaalstedelijk gebied Brugge (PL0198)

Koning Albert II-laan 20 bus 8

1000 BRUSSEL

 

Reactie van Groen vzw op het kennisgevingsdossier ‘Actualisatieplan-MER herneming regionaalstedelijk gebied Brugge’.

 

Het nulalternatief

 

We stellen aan de hand van dit kennisgevingsdossier een gebrek aan langetermijnvisie vast over de bescherming van de open ruimte in het regionaalstedelijk gebied Brugge. Ook binnen de Dienst Ruimtelijke Ordening van de Vlaamse Gemeenschap wil men dat er maatregelen genomen worden om Vlaanderen tegen 2050 leefbaar te houden door de open ruimtes meer dan vroeger in stand te houden.

 

De noodzaak om onze open ruimte beter te vrijwaren wordt ingegeven door zowel de plaatselijke noden als door de bredere visie van de FAO die een beroep wenst te doen op alle overheden en beleidsvoerders om lokaal werk te maken van een daadwerkelijk beleid dat familiale landbouw beschermt.

 

Tegen 2050 wil de Stad Brugge klimaatneutraal zijn. De Stad heeft daartoe in het Klimaatplan 2014-18 aangekondigd zijn veerkracht tegen de gevolgen van klimaatverandering te zullen verhogen door meer groen in de stad te brengen.

 

In het groenboek voor het Vlaams beleidsplan Ruimte wordt de klimaatuitdaging gekaderd en wordt aangegeven dat de veerkracht van de ruimte tegen 2050 gevoelig verhoogd moet worden door een fijnmazig maar robuust groen en blauw netwerk dat de klimaatveranderingen tempert en de gevolgen ervan kan opvangen. 'Natuurgebieden met elkaar verbinden, vergroten en robuuster maken is tevens een opdracht uit het Vlaams Adaptatieplan.

 

Ook zouden ruimtelijke maatregelen beoordeeld moeten worden op hun impact op klimaat, wat gezien kan worden als een implementatie van de klimaatreflex. Meer technisch wordt aangegeven dat klimaatverandering baat heeft bij compacte nederzettingen en infrastructuur en het vrijwaren van open ruimte.

 

Dit streven naar behoud van open ruimte en meer groen moet in het plan-MER meegenomen worden in afweging van de verschillende alternatieven.

 

In dit kader moet ook het nulalternatief als een volwaardig alternatief beschouwd en onderzocht worden.

 

De zgn. aangetoonde behoefte aan nieuwe terreinen steunt op voorbijgestreefde methodes en op schattingen die zoals van oudsher groei-dogmatisch zijn en veel te weinig rekening houden met bestaande onderbenutte voorraden en met de mogelijkheden tot inbreiding.

Een nieuwe behoeftestudie is noodzakelijk.

De economische behoefte kan veelal worden ingevuld op reeds bestaande zones. Er moet werk worden gemaakt van een dynamisch economisch ontwikkelingsbeleid dat ervoor moet zorgen dat leegstaande en niet volledig benutte panden en gronden ter beschikking worden gesteld aan concurrentiële prijzen.

 

Landbouwgrond

 

Bij de discipline mens en ruimtelijke aspecten moet het plan-MER bijzondere aandacht besteden aan de actuele en toekomstige waarde van de landbouwgrond. In de kaartbundel van bijlage 2 krijgen de landbouwgronden aan de Blankenbergse Steenweg een zeer hoge waardering.

Landbouwgrond is een onderschatte rijkdom van ons sociaal-economisch patrimonium en zal in de toekomst nog belangrijker worden in het kader van onze voedselvoorziening in een ecologische, regionale transitie-economie waar de korte (voedsel)keten een belangrijke bijdrage kan leveren aan zowel de lokale economie als aan een gereduceerde ecologische voetafdruk (zie ook standpunt van de FAO in 2014, het Internationaal Jaar van de Familiale Landbouw van de Verenigde Naties).  Familiale bedrijven zorgen niet alleen voor voedsel, ze zorgen ook voor de draagkracht van een dorp en een samenleving.

Om een gezonde transitie naar een duurzame economie mogelijk te maken mag er niet meer geknaagd worden aan onze bestaande en gebruikte landbouwoppervlakte.

 

Wij vragen dat het plan-MER het eventueel verlies aan landbouwgrond voldoende laat doorwegen als een belangrijk negatief gevolg van de plannen voor nieuwe bedrijventerreinen, kantoorgebouwen en voetbalstadions.

 

Een globaal financieel-economisch onderzoek moet een beeld geven van de schade die toegebracht wordt, rekening houdend met landbouw, natuur en verlies aan open ruimte.

 

Locatie Jan Breydel

 

We stellen vast dat de voorgestelde ruimten voor een multifunctionele sportsite niet het gevolg zijn van een taakstelling vanuit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Dit pleit in het voordeel van een herwaardering van de Jan Breydel site als alternatief.

Bovendien was de site Jan Breydel, waarbij de Vlaamse Bouwmeester ook de capaciteit van 40000 toeschouwers heeft onderzocht, als alternatief belangrijk in het vorige (plan) MER.

 

Er is geen valabele motivatie waarom de site Jan Breydel niet meer als redelijk alternatief voorgesteld en onderzocht zou worden in het plan-MER.

 

Maar ook zonder capaciteitsverhoging kan een gerenoveerd Jan Breydelstadion zijn functie als thuisbasis voor beide Brugse voetbalclubs uitstekend verder blijven vervullen. Onder meer de nieuwe Ghelamco Arena (het Arteveldestadion) van AA Gent met een capaciteit van 20.000 toeschouwers toont aan dat de beleveniskwaliteit beter is in een stadion waarvan de dimensie niet afgestemd is op de schaarse piekdagen maar op een gemiddelde supportersopkomst.

 

Een nieuw onderzoek naar het opvangen van een eventuele capaciteitsverhoging t.a.v. een mobiliteitsconcept dat de leefbaarheid van de omgeving garandeert is precies de taak van een aangepast en geactualiseerd plan-MER.

 

Er werd door de Vlaamse Bouwmeester wel degelijk een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd, dat in het vorig planMER is opgenomen geweest en besproken.

 

Er werd een haalbaarheidstudie uitgewerkt met betrekking tot de mogelijke uitbreiding en vernieuwing van het huidige stadion.

De onderdeel bevatte;

-onderzoek van de huidige toestand

-technische haalbaarheid van een verhoging van 30.000 naar 40.000 toeschouwers

-mogelijkheden tot verbetering van de commerciele exploitatie

-optimalisatie bestaande terreinen bij capacteitsverhoging

-weerslag op bestaande installaties, mobiliteit en bereikbaarheid, parkeerdruk, omgeving,…

-advies met voor- en nadelen.

 

Naast een vernieuwing van het voetbalstadion werd een specifieke invulling door de Bouwmeester voorzien aan de totale site. Hierbij werd zelfs gedacht aan een mutifinctioneel in- en outdoor sportpark.

 

Met betrekking tot de aanpak van de piekbelastingen inzake mobiliteit, werd de opmaak van een evenementen-vervoersplan voorzien, met klemtoon op multi-modale verkeersafwikkeling.

Er werd een onderscheid gemaakt tussen het permanent functioneren van de site en piekbelastingen tijdens wedstrijden.

 

De resultaten van de haalbaarheidsstudie van de bouwmeester gaven naar dat voor de huidige site van het Jan Brydelstadion een gemengde ontwikkeling zowel op vlak van ruimtelijke, planologische, commerciele als fiinanciele haalbaarheid realistisch was.

 

Er is in de kennisgevingsnota geen enkele valabele motivatie en onderbouwing aanwezig, waarom het Jan Breydelstation, op zijn  huidige locatie als alternatief zou dienen verlaten te worden.

Dit is duidelijk een inbreuk op de bepalingen van het Merdecreet vervat in het DABM.

 

In het RUP Kinepolis wordt de mogelijkheid voorzien om het stuk braakliggende grond dat niet behoort tot de site van het cinemacomplex voor te behouden als te ontwikkelen park-and-ridezone vanwaar met shuttlebussen naar het centrum kan gereden worden. Shuttlebussen kunnen van daar ook ingelegd worden naar het nabije Jan Breydelstadion. Hetzelfde geldt voor een eventuele randparking op de Veemarkt (parkeergebouw i.p.v. ruimteverslindende gelijkvloerse parkeerplaats) te Sint-Michiels, ook al werd deze niet opgenomen in de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Brugge. Dit moet in het plan-MER onderzocht worden. Zo kunnen wellicht ook nog andere randparkings ingeschakeld worden om het mobiliteitsprobleem te verminderen.

 

We zijn dus niet akkoord met de niet-opname in het oorspronkelijk (deels vernietigd) GRUP van het huidig Jan Breydelstadion, alsook van de aanpalende veemarkt te Sint-Michiels, die mogelijkheden biedt als randparking en de uitbouw van flankerende faciliteiten.

In bijlage 1 van het kennisgevingsdossier wordt gesteld dat de locatie Jan Breydel afhankelijk is van initiatieven voor maatregelen inzake mobiliteit. Het is duidelijk dat daarin meerdere initiatieven kunnen genomen worden. Een van de geformuleerde randvoorwaarden, nl. het beperken van de frequentie van evenementen met een bezoekersaantal van 40.000 personen is wellicht gemakkelijk haalbaar, want het is weinig waarschijnlijk dat de kaap van 40000 dikwijls gehaald wordt.

 

Lucht

 

Klimaatadaptatie en de bijbehorende klimaatreflex moeten opgenomen worden in de MER richtlijnen.

In de discipline lucht moet het plan-MER onderzoeken hoe met een goede organisatie kan gezorgd worden voor minder CO2-uitstoot dan momenteel het geval is. Hierin kunnen verplichte randparkings en shuttlebussen voor de voetbalsupporters een grote rol spelen.

 

Ecologie en waterhuishouding

 

In het streefbeeld van de provincie West-Vlaanderen wil de provincie door middel van een RUP Blankenbergse Dijk de beeldkwaliteit verhogen en een herkenbaar historisch, landschappelijk en ecologisch lint in het polderlandschap creëren.

Het plan-MER moet onderzoeken in hoever een multifunctionele sportsite in deze omgeving niet strijdig is met dit provinciaal streefbeeld inzake ruimtelijke ordening en de nodige milderende maatregelen voorstellen. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met de omgeving van de Sint-Pietersplas met biologisch waardevolle elementen en hoeven als erfgoed.

 

Het Waterhuishoudplan Nieuwe Polder van Blankenberge dateert van vóór de plannen voor een mogelijke combinatie van een multifunctionele sportsite met regionale bedrijventerreinen.

Het plan-MER moet onderzoeken in hoever het Waterhuishoudplan Nieuwe Polder van Blankenberge moet aangepast worden en eventueel bijkomende voorwaarden inzake waterhuishouding voor realisatie van de sportsite formuleren. Daarbij moet extra onderzocht worden welke ecologische gevolgen een versnelde waterafvoer heeft op de omliggende landbouwgronden en op de Sint-Pietersplas.

Er moet tevens onderzocht worden hoe en waar eventueel bijkomende verharde oppervlakten het best kunnen gecompenseerd worden.

Het plan-MER moet ook de gevolgen voor de waterhuishouding van een eventuele ondergrondse parkeeroplossing op voorhand onderzoeken.

 

Mobiliteit

 

Ondanks de aanleg van de A11 en de herinrichting van de N31 en de N49 zullen de mobiliteitsproblemen op de Blankenbergse steenweg wellicht het grootst zijn. Rekening houdend met de ontwikkeling van de woonwijk Sint-Pietersmolen, het toeristisch verkeer van en naar de kust en het reeds druk verkeer naar het nabijgelegen regionaal bedrijventerrein moet het plan-MER onderzoeken of de combinatie van nieuwe stadions en bijkomende bedrijven wel haalbaar is qua mobiliteit. Er zijn o.m. tellingen nodig van het verkeer op de Blankenbergse Steenweg, met inbegrip van de pieken van het toeristisch verkeer.

Er moet onderzocht worden in welke mate de A11, de N31 en de N49 in staat zullen zijn alle bijkomende verkeersstromen op te vangen, naast het havenverkeer, waarbij de verdere invulling van de Zeebrugse achterhaven met havenactiviteiten voortdurend meer verkeer genereert.

Er moet tevens onderzocht worden welke de effecten zijn als er alleen een bedrijvenzone en geen sportsite gerealiseerd wordt.

 

Tevens dient onderzocht te worden wat de negatieve effecten kunnen zijn op de nabij gelegen St-Pietersplas en de Blankenbergse Dijk.

 

Zowel de vijver van de St-Pietersplas als de omliggende gronden hebben natuurpotenties.

Dit gebied dient dienst te doen als groengebied en dient herbestemd te worden als gemengd open ruimtegebied met natuurverweving.

 

De cumulatieve effecten van toenemende mobiliteit, als gevolg van inplanting bedrijvenzone, voetbalstadion(s) en uitbreiding wonen, op de St-Pietersplan en omgeving dienen onderzocht te worden.

 

Er zullen ook negatieve effecten zijn op de Blankenbergse Dijk. De negatieve impact van een bedrijventerrein, in combinatie met voetbalstadion, dient desnoods door middel van een buffer opgevangen te worden. In ieder geval zullen voldoende milderende maatregelen moeten worden voorzien.

Bij de aanleg van een buffering, zal dan moeten rekening gehouden worden met de historische context en het typerende landschapsbeeld van de Blankenbergse Dijk.

 

Locatie Sint-Elooi

 

Op termijn wordt in Zedelgem een herinrichting voorzien om de woon- en

leefkwaliteit in Sint-Elooi te verbeteren, waardoor bestaande bestemmingen

bedrijventerrein kunnen geschrapt worden.

Het lijkt dan ook niet verstandig om op andere plaatsen deze wijk te belasten met nieuwe bedrijventerreinen als compensatie voor een kleinere oppervlakte aan bedrijventerreinen aan de Blankenbergse Steenweg.

 

Het plan-MER moet de negatieve gevolgen van een eventuele inplanting van nieuwe bedrijventerreinen nabij deze woonomgeving ten gronde onderzoeken.

 

Alternatief voor bedrijventerreinen

 

Voor de locatie van nieuwe bedrijventerreinen moet het plan-MER onderzoeken of klaar liggende industriezones in de achterhaven een redelijk alternatief kunnen zijn. Zo wordt de zone ‘entrepot’, gelegen thv de L.Coiseaukaai, niet langer opgenomen in zeehavengebied en is opgenomen in de afbakening van het regionaalstedelijk gebied. Het is wenselijk dat dit voor nog meer achterhavenzones gebeurt. Dit zou, indien echt noodzakelijk, meer ruimte scheppen voor de afbakening van bedrijventerreinen in het regionaalstedelijk gebied.

 

Wij zijn van mening dat het plan-MER hierin nieuwe voorstellen kan doen naar de stad Brugge en het havenbestuur.

 

Rekening houdend met de voortschrijdende verschuiving van industriële naar tertiaire economische activiteiten en met de zichtbare onderbenutting van een aantal industriegronden en –gebouwen moet het plan-MER onderzoeken of in het regionaalstedelijk gebied Brugge de in beslagname van nieuwe gronden voor bedrijventerreinen nog wel verantwoord is.

 

De locatie Chartreuse en Oostkampse Baan

 

Op de locatie Chartreuse wordt een programma van regionale bedrijvigheid en een programma hoogwaardige bedrijvigheid / kantoren en kantoorachtigen onderzocht, samen met de overige programma-elementen uit het GRUP, gelet op het programma dat voorgesteld werd voor de locatie van de Chartreuse (cf. bestaand plan-MER).

Daarnaast wordt ook de optie onderzocht om de zone die in het GRUP werd opgenomen als gebied voor stedelijke activiteiten te bestemmen als gemengd openruimte gebied.

 

De bestemming als gemengd open ruimtegebied is de enige aanvaardbare in deze zuidelijke groene gordel van Brugge die zowel ecologisch als landschappelijk en archeologisch waardevol is.

 

Hierbij dient rekening te worden gehouden met de bevindingen van het vorig plan-Mer nopens de Chartreuse, waarbij werd gewezen op de aantasting van de draagkracht van het watersysteem, en dus onmiskenbaar een negatief effect.

 

Kantoren betekent bijkomende verharding, met als gevolg een hoge belasting van de Kerkebeek, zodat zeker maatregelen inzake infiltratie, bufffering en vertraagde afvoer op de site zullen noodzakelijk zijn, zelfs in geval van een beperkte verharding.

 

Hoe dan ook, een versnippering van de groene gordel ten zuiden van Brugge is zeker niet wenselijk en dit is reeds duidelijk gebleken uit het vorige plan-MER

 

Het Chartreusegebied heeft een belangrijke strategische waarde binnen de zuidelijke Brugse groene gordel met name de "open ruimte", de ecologische functie als verbindings- en verwevingsgebied en de intrinsieke archeologische waarden. In de omgeving bevinden zich waardevolle gebieden: in het westen liggen de bossen van Sint-Michiels en Sint-Andries en in het oosten liggen belangrijke meersengebieden zoals Wulgenbroeken en Assebroekse meersen. Het gebied zelf vormt het interfluvium tussen de Kerkebeek en de Lijsterbeek. De Chartreusemeersen vervullen een belangrijke functie als ecologische corridor voor heel wat planten en dieren.

Het Chartreusegebied is een ankerplaats: een waardevol landschap met een geheel van erfgoedelementen (biologisch, landschappelijk, bouwkundig, archeologisch).

 

Het plan-MER moet de veelzijdige belevingswaarde en de totale economische waarde van het Chartreusegebied als deel van de zuidelijke groene gordel grondig onderzoeken en een globale waardering van de ecosysteemdiensten van dit gebied naar voor brengen.

 

Het is hier aangewezen om het standstill-beginsel toe te passen zowel wat betreft de kwaliteit als de kwantiteit van de natuur, overeenkomstig het Natuurbehoudsdecreet. Daarenboven kan de natuur er verweven worden binnen andere functies om daarmee een ecologische basisstructuur te realiseren. Groene infrastructuur en de natuurlijke werking van ecosystemen leveren namelijk heel wat diensten voor de mens en liggen aan de basis van de welvaart en het welzijn van mens en maatschappij.

 

De aantasting (inname en verstoring) van de groene gordel door bedrijven en kantoren met bijkomende ontsluitingswegen beschouwen wij als ontoelaatbaar.

De locatie Chartreuse (autolocatie) voor bedrijven en kantoren zou tevens te veel autoverkeer genereren van en naar de kantoren en bijgevolg een te grote CO2-uitstoot.

Het is belangrijk dat een klimaatstrategie ontwikkeld wordt binnen het Nieuw Industrieel Beleid. Kantoren horen thuis in een A-locatie (bijvoorbeeld een stationsomgeving).

Daarenboven is er de vraag of er wel behoefte is aan nog meer kantoren en kantoorachtigen.

 

Wij vragen dat hierin een nieuw behoeftenonderzoek uitgevoerd wordt, rekening houdend met de aanwezigheid van de effectieve voorraad en de mogelijkheid tot inbreiding.

 

Voor het gebied Oostkampse Baan nemen wij hetzelfde standpunt in als voor de Chartreuse.

 

De locatie Klein Appelmoes

 

Woongebied “Klein Appelmoes” past niet in de globale ontwikkeling van goede ruimtelijke ordening.

 

Waar men tot op vandaag een opsplitsing maakte tussen het gebied ‘Gemene Weidebeek’ en ‘Klein Appelmoes’, dit laatste duidend op de geplande woonzone, blijkt men die beide delen vandaag én terecht, samengevoegd te hebben in de Kennisgevingsnota. Het gehele gebied heet nu Klein Appelmoes. Het behoud van het Gemene Weidebeekgebied met Klein Appelmoes als één geheel getuigt van een hedendaagse visie in Ruimtelijke Ordening. Het oorspronkelijk gebied Klein Appelmoes kan en mag niet bebouwd worden en moet zoals in de kennisgevingnota aangegeven, een zelfde functie krijgen als natuur-, bos- of landbouwgebied (weiland).

Het oorspronkelijk gebied Klein Appelmoes doet momenteel dienst o.a. als bufferzone voor het natuurgebied “Gemene Weidebeek” en is bijzonder belangrijk in het kader van het behoud en de verbetering van de biodiversiteit.

 

Het plan-MER moet voor heel de locatie Klein Appelmoes de mogelijkheden voor verbetering van de biodiversiteit onderzoeken en dit naar waarde schatten.

 

Woongebied “Klein Appelmoes” zoals in huidig GRUP is niet echt verenigbaar met de omgeving in Assebroek.

 

- De geplande woonzone kwam tot stand zonder diepgaand onderzoek naar de watergevoeligheid (ref. vorig MER-plan) van het gebied in relatie tot de gehele omgeving. De waterproblematiek is net de reden waarom er historisch nooit gebouwd werd.

MER dient aandacht te hebben voor het nieuwe afwateringsplan dat de waterhuishouding van het gebied volledig wijzigde. De ‘Hydrografische studie’ uitgevoerd in opdracht van stad Brugge toont heel wat fundamentele gebreken. Het is een observatie van een bestaande toestand die intussen volledig gewijzigd werd.

Sedert begin 2013 zijn er nieuwe elementen opgedoken die ons  nog meer ongerust maken voor het risico op wateroverlast:  we hebben vastgesteld dat nog steeds niet al het water uit het gebied van de Gemene Weidebeek  gescheiden afgevoerd wordt. Het 'Kikkerplan' is dus nog niet volledig uitgevoerd. Het gescheiden rioleringsstelsel van Geervelde werd vorig jaar in de Zomerstraat op de Gemene Weidebeek aangesloten; het is blijkbaar de bedoeling dat de gescheiden rioleringsstelsels van nog meer straten in de toekomst op de Gemeende Weidebeek aangesloten worden. De Gemene Weidebeek zou dan deel uitmaken van een 'collector' voor de gescheiden afvoer van water door Assebroek naar het Zuidervaartje.

 

- De verkeersknoop van de Brugse ring met dé invalsweg van Assebroek is een knelpunt tijdens de spitsuren. De planning voor een bijkomende woonzone parallel met de Astridlaan verergert dit probleem. In het vorig MER plan werd ontsluiting naar de Engelendalelaan onderzocht a.h.v. een indicatief verkavelingsplan. In tussentijd werden voorstellen gedaan die ontsluiting van het gebied rechtstreeks op de Astridlaan laat komen. Het gedeelte Astridlaan waarop evt. een extra baan zou uitkomen is bijzonder gevaarlijk, omwille van een misleidende bocht en overdreven rijsnelheden. Het grenzende deel Astridlaan wordt gekenmerkt door bijzonder veel lichte en zware accidenten.

 

- De geplande woonzone maakt deel uit van de groene enclave van de Gemene Weidebeek (ref. MER). De zone is tevens deels geklasseerd als kwetsbaar eco-systeem (ref. AGIV). Het werd onterecht afgesplitst van het Gemene Weidebeekgebied. Het behoud van het natuurgebied als één geheel is de enige logische stap.

 

- Assebroek als aangrenzende deelgemeente van Brugge heeft de kleinste oppervlakte en de grootste bevolkingsdichtheid. Niettegenstaande dit feit worden er verschillende nieuwe woonzones gepland. Open ruimte wordt niet gerespecteerd noch gereserveerd voor de toekomstige generaties.

 

- In Assebroek wordt de norm van de luchtkwaliteit op verschillende plaatsen, zo ook voor de geplande woonzone, overschreden (ref. vorig MERplan). Er werd gesteld dat het behoud van een deel van de zone als natuur een mitigerende maatregel te verbetering van de luchtkwaliteit zou zijn. Dit kan nooit het geval zijn gezien de norm vandaag zonder bebouwing op bepaalde dagen reeds niet gehaald wordt.

 

Het inkleuren van “Klein Appelmoes” als woongebied is negatief voor de waterhuishouding en vergroot het gevaar voor wateroverlast.

 

Assebroek wordt gekenmerkt door waterzieke gronden, vandaar de naam “broek”. De resterende weiden lopen in de winter onder water en dienen als waterbuffer. Een volgebouwd Klein Appelmoes houdt een risico van overstroming in voor de huizen langs de oude loop van de Gemene Weidebeek richting Tramstraat en Zuidervaartje. Het is niet duidelijk of de nieuwe riolering wel voldoende rekening hield met de nieuwbouwprojecten in Klein Appelmoes en de Assebroekse bevolking.

De geplande woonzone ligt aan de rand van een vroeger overstromingsgebied (ref. Watertoets) en is ook zeer watergevoelig (o.m. ten gevolge van zandwinningen). Eenmaal bebouwd is het een groot oppervlak dat bijna geen water meer zal doorlaten zodat plaatselijke infiltratie van regenwater in de bodem belemmerd wordt. Het regenwater wordt te snel via riolen en kanalen afgevoerd, zodat er plaatselijk uitdroging kan ontstaan en het aansluitende natuurdomein in de zomer zal verdorren. Tegelijk verhoogt het risico op overstromingen van de laaggelegen buurt op piekmomenten van regen, omdat het enige afvoerkanaal de watertoevoer bij frequentere hevige stortbuien op het Brugs grondgebied, ten gevolge van de klimaatopwarming, niet zal kunnen slikken. Er is hier dan ook duidelijk sprake van een potentieel “schadelijk effect”.

Een aandachtspunt dat steeds over het hoofd gezien wordt is de hoogteligging van de huizen langsheen de Astridlaan. Veel huizen zijn vandaag onderkelderd. Wijziging van het waterniveau kan resulteren in vochtige tot ondergelopen kelders zodat de schade voor een aantal mensen veroorzaakt door nieuwe bouwplannen onoverzichtelijk wordt.

 

Wij vragen dat het plan-MER hier zowel met de vroeger verwaarloosde gegevens als met de nieuwe vaststellingen rekening houdt.

 

 

 

                                                                                     Voor Groen vzw,

 

 

 

 

Erik Ver Eecke, voorzitter                                     Liesje Hermans, secretaris

 

 

 

Verstening (dec. 2014)

 

Nieuwe, grote verkavelingen worden gepland te Zwankendamme, Lissewege, Sint-Pieters, Varsenare, Oostkamp… . Bovendien soms moeilijk bereikbaar met het openbaar vervoer.

De slechte ruimtelijke planning in Vlaanderen lijkt wel een traditie die niet te stoppen is. Over enkele decennia wordt volgebouwd Vlaanderen op die manier zo goed als onleefbaar. Gebrek aan open ruimte alom… .

De meeste politici vinden het helaas nog steeds niet zo erg dat onze schaarse open ruimte verder versnipperd wordt. Nieuwe ruimtelijke uitvoeringsplannen zijn in de maak en telkens leiden nieuwe projecten tot afkalving van onze leefruimte.

Nieuwe, onnodige voetbalstadions worden gepland in de vruchtbaarste landbouwgrond. Door stelselmatige vermindering van onze landbouwgrond wordt tevens een hypotheek gelegd op onze mogelijkheid om in de toekomst voor onze eigen bevolking voldoende gezond voedsel te produceren.

Ondanks de onvolledige benutting, onvoldoende sanering en de leegstand van bepaalde bedrijfsterreinen wordt nog steeds geschreeuwd om nieuwe terreinen in te palmen. (bv. Chartreuse)

Een nederlaag bij de Raad van State schrikt projectontwikkelaars niet af om het opnieuw te proberen met de hulp van meewerkende politici.

In Brugge negeert het Schepencollege zelfs een unanieme vraag van de milieuraad naar een overzichtsplan van de openbare ruimte te Brugge en de vraag om als adviesorgaan mee te denken over de  nieuwe ruimtelijke bestemmingen van gronden. Volgens het stadsbestuur  is beleidsvoorbereidend werk alleen de taak van de administratie. Op die manier blijft echte inspraak en participatie een dode letter.

 

                                                                                     Erik Ver Eecke

 

 

 

 

Geen inspraak van Minara-B (De Brugse milieuadviesraad)

Crisissituatie in de milieuraad van 27 november 2014: zin van de milieuraad in twijfel getrokken.

Vragen uit Minara-B van 24 februari 2014 aan het Schepencollege blijven nog steeds onbeantwoord of krijgen een negatieve reactie.

Openbare ruimte

Er werd door Eric en Bart een visietekst opgemaakt. Deze wordt door de leden unaniem goedgekeurd. De tekst werd overgemaakt aan het College samen met de vraag tot opmaak van een overzichtsplan openbare ruimte te Brugge.

 

Uit de open ruimte adviestekst van Minara-B:

(werd gewoon genegeerd)

 

Het is onwaarschijnlijk dat goede ruimtelijke afwegingen op vandaag werden gemaakt bij het overwegen van de verplaatsing van het voetbalstadion naar bestaande landbouwgronden die in de toekomst steeds belangrijker zullen worden in het kader van onze voedselvoorziening. 

 

Graag zou de minaraad een overzicht krijgen van de op vandaag beschikbare gronden (te weinig benut en onbenut, ijzeren voorraad, brownfields) die als bedrijvenzone zouden kunnen worden benut. De minaraad is daarenboven ook vragende partij om als adviesorgaan mee na te denken over nieuwe ruimtelijke bestemmingen van gronden. "

 

Andere vragen van de Minara-B:

Vraag van de Minara-B  aan het bestuur van de stad Brugge en IVBO om een thema vergadering rond afval voor hen te organiseren waar men dieper kan ingaan op de verhouding prijs afvalzakken/PMD zak, gemeentebelasting, tarifiëring containerparken versus de vervuiler betaalt,….Aan het College wordt gevraagd om deze vergadering concreet te mogen voorbereiding door in samenwerking met de diensten (in hoofdzaak milieudienst) alle cijfers op te vragen die nodig zijn inzake de exploitatie van het afvalbeleid (financieel + organisatorisch – vb. KG afvalstoffen). Er dient gestreefd om een systeem uit te werken die meer gericht is op het principe “de vervuiler betaalt”.

Vraag van de Minara-B om een brief te versturen naar IVBO met vraag om bij de volgende aanbesteding  compostvaten meer nadruk te leggen op de kwaliteit en werking van het compostvat en minder op de prijs.

Minara-B vraagt meer aandacht voor het uitwerken van een beleid richting autoluwe stad. Er kan hierop eens dieper ingegaan worden tijdens een thema vergadering mobiliteit. Aan het College word gevraagd om dit inhoudelijk te mogen voorbereiden. Welke instanties kunnen hierbij worden betrokken?

Vraag van de Minara-B inzake het stadiondossier: - Nu een deel van de site Blankenbergse Steenweg (voorbehouden voor inplanting industrie) zal aangewend worden voor de inplanting van de 2 voetbalstadions kan er naar aanleiding van deze beslissing gezocht worden naar andere zones voor inplanting industrie en dit opnieuw ten koste van landbouwzones. Het is aangewezen om in eerste instantie de bezettingsgraad van de huidige industrieterreinen in kaart te brengen en deze te optimaliseren. Ook in samenspraak met de MBZ  betreffende de optie gebied achterhaven t.h.v. Boudewijnkanaal:  te verwachten uitbreiding van de haven in kaart te brengen , is de in het verleden genomen beslissing om ter hoogte van het Boudewijnkanaal enkel haven gebonden bedrijven toe te laten nog een up to date visie ? (waarop geen reactie)

De indruk bestaat dat men soms iets te snel overgaat tot het kappen van bomen. Aan het college wordt gevraagd om een themavergadering aan dit onderwerp te kunnen wijden. Graag hadden we een toelichting bekomen vanwege de groendienst omtrent de verdere plannen voor het “revitaliseren van de vesten”.

Voor reactie: zie uittreksel hieronder.

UITTREKSEL UIT HET PROCES-VERBAAL DER ZITTING

VAN DE GEMEENTERAAD VAN 24 JUNI 2014

Openbare Vergadering

Gelet op het advies van de dienst leefmilieu met betrekking tot de themavergaderingen:

Ongunstig advies om in te gaan op de themavergaderingen afval en mobiliteit: ondanks de niet limitatieve oplijsting van taken in de statuten van de MINA-raad is dienst leefmilieu van oordeel dat beleidsvoorbereiding een taak is voor de administratie in opdracht van het bestuur, en dat de MINA-raad in dit proces adviserend of aanbevelend kan tussenkomen op basis van stukken die een afgewerkte (niet persé besliste) status hebben.

In die zin zou ingaan op de vraag van de MINA-raad een voorafname zijn op die beleidsvoorbereiding, waarbij de vraag rijst of het bestuur dit wenselijk acht en of de inspanning die dit vraagt aan de betrokken dienst(en) om dergelijke themavergadering voor te bereiden (verzameling cijfermateriaal enz) te verantwoorden is.

Wat betreft de vraag van MINA-raad voor de themavergadering natuur inzake het kapbeleid van de stad, kan ingegaan worden, in die zin dat het zich beperkt tot informatie delen over beslist beleid.

 

Ons besluit: De milieuraad kan niet deelnemen aan de besluitvorming in het beleid. Er is geen politieke wil om inspraak te verlenen aan Minara-B.

 

 

Leidraad voor een betere ruimtelijke ordening

 

(Open ruimte adviestekst febr. 2014 voor Minara-B)

 

 

"De stad Brugge heeft het voorrecht om over nog heel wat open ruimte te beschikken. Hoewel de Brugse kernstad en haar bebouwing steeds meer uitzwermt naar de buitenranden toe, behoudt het Brugse Ommeland een schoonheid die alom geroemd wordt. Hoewel het bevolkingsaantal eerder stabiel blijft, neemt de druk op die open ruimte steeds meer toe. De redenen lijken evident, maar nemen niet alle factoren in weging. Economische groei en jobs worden per definitie gelijkgesteld met inname van open ruimte. Hoewel onderzoek uit 2008 (laatst beschikbare cijfers) van de POM West-Vlaanderen aangeeft dat alleen al in deze provincie 1200 hectare bedrijfsgrond onbenut blijkt, blijft de honger naar nieuwe gronden pertinent. Daarenboven is de invulling van de gebruikte gronden veelal niet optimaal en zou inbreiding en rationeel ruimtegebruik voor het aansnijden van nieuwe open ruimte moeten komen. Een nieuwe behoeftestudie is wenselijk en dient daar rekening mee te houden. Dossiers als het aansnijden van de Blankenbergse Steenweg, De Spie, Chartreuse,... dienen tegen het licht van rationeel ruimtegebruik gehouden te worden gehouden.

 

Bewijs van de gevolgen van, onder andere, een kwistig ruimtelijk beleid, tonen zich nu al in stijgende kosten voor tegengaan van wateroverlast, in een problematische verkeersafwikkeling in de versnipperde gebieden, in problemen op het vlak van fijn stof in onze regio,... Er moet bijgevolg dringend werk worden gemaakt van een dynamisch economisch ontwikkelingsbeleid dat ervoor moet zorgen dat leegstaande en niet volledig benutte panden en gronden ter beschikking worden gesteld aan concurrentiële prijzen.

 

Als het dan toch niet anders kan en er open ruimte moet sneuvelen (ondanks verantwoorde inbreiding, rationeel ruimtegebruik op de kavels,...), dan kan dit best in aansluiting met bestaande bebouwde gebieden, rekening houdend met de kwetsbaarheid van het gebied, de extra verkeersdruk (dus ook kosten voor duurzame ontsluiting), de effecten op de waterhuishouding van de regio (in relatie met de effecten door klimaatverandering (zeker in Brugge)), mét ruimte voor voorafgaande participatie van de bevolking, gepaste begeleiding voor de getroffen landbouwers en respect voor de verdere uitbouw van het Vlaams-ecologisch netwerk, de aangeduide verbindingsgebieden en formele en informele natuurgebieden. De maatschappelijke opbrengsten van open ruimte dienen dan ook beter overwogen te worden (landbouw, waterhuishouding, biodiversiteit, natuurlijke waterzuivering en infiltratie, recreatie, lucht zuivering,...) Open ruimte is immers een onderschatte rijkdom van ons sociaal-economisch patrimonium.

 

In die optiek is het onwaarschijnlijk dat deze afwegingen op vandaag werden gemaakt bij het overwegen van de verplaatsing van het voetbalstadion naar bestaande landbouwgronden die in de toekomst steeds belangrijker zullen worden in het kader van onze voedselvoorziening. 

 

Graag zou de minaraad een overzicht krijgen van de op vandaag beschikbare gronden (te weinig benut en onbenut, ijzeren voorraad, brownfields) die als bedrijvenzone zouden kunnen worden benut. De minaraad is daarenboven ook vragende partij om als adviesorgaan mee na te denken over nieuwe ruimtelijke bestemmingen van gronden. "

 

 

DE TOEKOMST VAN BRUGGE                                                Toekomstdag, 15.09.2014

ENKELE DUURZAAMHEIDSIDEEËN UIT KOPENHAGEN   (stadsbezoek in juli 2014 door de Vzw Groen)

                                              

Ter Inleiding : waarom de Vzw Groen inspiratie zocht in Denemarken

Actiegroepen zijn vaak niet geliefd bij politici. Zij verstoren de illusie dat de getrapte democratie perfect werkt.  In Brugge hebben wij geluk: er zijn tekenen, in woord* en daad, die er op wijzen dat in de Brugse politiek het traditionele competitief en bureaucratisch denken gecorrigeerd wordt door oprecht empathie-denken. De Stad manifesteert uitdrukkelijk zijn bereidheid om rekening te houden met de voorstellen en verzuchtingen van de inwoners. Daarom loont het zeker de moeite voor Brugse actiegroepen om hun mening kenbaar te maken en constructieve voorstellen te doen.

*“Het stadsbestuur wil daarbij (bij het vorm geven aan de Toekomst van Brugge) alle Bruggelingen betrekken en nieuwe vormen van inspraak en projectmatige participatie stimuleren. Onder de noemer ‘De Toekomst van Brugge’ wil het bestuur verenigingen, belangenorganisaties, individuen en bedrijven samenbrengen op netwerkmomenten en zo bekijken welke ideeën we samen kunnen realiseren.”   (Stad Brugge, Algemeen beleidsprogramma 2013-2018, p. 3)

Na het onderhoud, op  23 september 2013,  van de Vzw Groen met Burgemeester Renaat Landuyt en enkele Schepenen, suggereerde Philippe Pierins, Schepen van Openbare werken, stadsreiniging en groen, dat wij er goed zouden aan doen voor interessante ideeën betreffende ‘Stad en duurzaamheid’ ons licht op te steken in Freiburg, vaak ‘de ecologische hoofdstad van Duitsland’ genoemd.  Dat  is en blijft een goed idee.

Maar deze zomer klonk de roep van de Kleine Zeemeermin sterker dan het lied van de Lorelei. Op zoek naar inspirerende duurzaamheidsideeën belandden wij niet in Duitsland maar in Denemarken.  We hebben het ons niet beklaagd. Het kleine Denemarken werpt zich stoutmoedig op als een leider in de transitie naar een Groene Groei Economie (Cf www.stateofgreen.com). Vooral de hoofdstad Kopenhagen vormt een rijke bron van inspiratie.  

Foto:  Het windmolenpark Middelgrunden in de haven van Kopenhagen. Individuele aandeelhouders uit Kopenhagen financierden de helft van de turbines. De Stad plant de komende jaren nog een honderdtal windmolens bij te plaatsen, met de bedoeling windenergie te exporteren (ter compensatie van Kopenhagens resterende CO2 emissies).

 

DENEMARKEN, EEN LAND WAAR KWALITEIT PRIMEERT BOVEN KWANTITEIT

Denemarken is in menig opzicht een land waar kwaliteit primeert boven kwantiteit.

-Het is een tamelijk klein land dat zich uitstekend leent tot een verkenning per fiets.  Als men de Faroër Eilanden en het immense Groenland niet in rekening neemt, beslaat Denemarken slechts een oppervlakte van 43.000 km2, hetzij 40% meer dan België. Het telt slechts half zoveel inwoners als België  (5,6 miljoen versus 11,2 miljoen). Dit impliceert dat de bevolkingsdichtheid  er veel lager ligt: gemiddeld 130 inwoners per km2 tegenover 366 in België  (462 in Vlaanderen,  zonder Brussel). 

-Indrukwekkende bergmassieven, fjorden, wouden of andere landschapselementen moet men niet gaan zoeken in Denemarken. De hoogste heuveltop is amper 171 meter. Toch is Denemarken een paradijs voor sportieve fietsers want grote delen van het land zijn golvend tot heuvelachtig.

-Ook erg hoge gebouwen tref je in Denemarken nauwelijks aan.  Lange tijd stonden er slechts twee gebouwen van méér dan 100 meter hoog in het land (het hospitaal van Herlev, 120 m,  en het appartementsgebouw Domus Vista in Frederiksberg/Groot Kopenhagen, 102 m). Een paar hogere gebouwen zijn momenteel  onder constructie, maar van een megalomane wedijver (hoog-hoger-hoogst) is geen sprake. Ook de nieuwe hoogbouw blijft beduidend onder de 150 m.

C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07328.jpg    C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07317.jpg

Foto’s :

Links: ‘De Zwarte Diamant’, de Koninklijke Bibliotheek in Kopenhagen, beoogt een architecturale blikvanger te zijn, maar niet in de vorm van een macho fallussymbool. 

Rechts: De 12 verdiepingen hoge Portland Towers in Nordhavn, een zone die in ijltempo ontwikkeld wordt van een verwaarloosd havengebied tot een aantrekkelijk woon- en werkgebied,  is een gecertificeerde ‘Greenbuilding’.

 

-Met een BBP van 331 miljard dollar in 2013 (België: 506 miljard dollar) is Denemarken geen grote economie.  Maar het land is wel een goed voorbeeld van het zogenaamde ‘Scandinavische Welvaartsmodel’ dat aan alle burgers gelijke rechten op sociale bescherming biedt.  Gezondheidszorg en onderwijs zijn er in principe gratis. De werkloosheidsuitkeringen  zijn hoog en de regering voert een actieve arbeidsmarktpolitiek. De grote rol die de overheid speelt in het Deense maatschappelijk model resulteert uiteraard in een hoge belastingdruk.  Maar de Denen erkennen dat zij waar krijgen  voor hun belastinggeld. Op de Index van Menselijke Ontwikkeling 2014 staat Denemarken op de 10e plaats, België op de 21e plaats. Op de Index van de ‘Tevredenheid met het Leven’ staat Denemarken aan de top.

-Denemarken staat niet bekend als een exporteur van volumineuze producten (met uitzondering van windmolens), maar eerder van ingenieuze producten zoals Legoblokjes, Deens design en mode, de sprookjes van Hans Christian Andersen, en zelfs mannelijk zaad (het Vikingenland exporteert meer sperma dan eender welk ander land).

 

 

 

VERGELIJKING KOPENHAGEN – BRUGGE

Kopenhagen is met 1,25 miljoen inwoners  (bijna 2 miljoen als de hele agglomeratie in rekening wordt gebracht) een veel grotere stad dan Brugge.  Bovendien is Kopenhagen de hoofdstad van het Koninkrijk Denemarken, terwijl Brugge een provinciehoofdstad is.  Sinds in 2000 een brug/tunnelverbinding met de naburige Zweedse stad Malmö tot stand is gebracht fungeert  Kopenhagen als het centrum van een Deens-Zweedse metropolis van 2,6 miljoen inwoners.

Het verschil in dimensie en status tussen beide steden heeft uiteraard gevolgen, onder meer  voor de grootte van de financiële middelen die kunnen worden ingezet en de technologische partners die kunnen worden aangetrokken. 

Beide steden vertonen een aantal opvallende gelijkenissen die tot overeenstemmende uitdagingen leiden.  Zowel Kopenhagen (althans het oude centrum) als Brugge zijn historische steden die er belang aan hechten hun erfgoed op de best mogelijke wijze in stand te houden voor de huidige en de komende generaties.  Ze besteden in hun beleid veel  aandacht aan cultuur en toerisme.  Het zijn allebei milieuvriendelijke steden  die een goed evenwicht nastreven tussen economische en ecologische doelstellingen.  Na een competitie met 17 andere steden behaalde Kopenhagen  dit jaar de titel van ‘Groene Europese Hoofdstad 2014’. Zowel Brugge als Kopenhagen zijn opvallend fietsvriendelijke steden; ze voeren een actief beleid om het fietsen in en buiten de stad aan te moedigen.  Beide steden hebben een rijkdom aan zogenaamde ‘blauwe’ en ’groene zones’  die in sterke mate identiteitsbepalend zijn (voor Brugge stad: onder meer de Reitjes, de vestingen, de Groene Gordel) en die positief bijdragen tot de levenskwaliteit in de stad.  Zowel Kopenhagen als Brugge zijn overstromingsgevoelig.  Beide steden zijn dicht bij de zee gelegen en hebben een haven.

Grote ambities

Zonder grote ambities geen grote prestaties, geen reden tot fierheid, geen hoop op bewondering.  De Stad Kopenhagen is niet bang om de aandacht van de hele wereld  te vestigen op zijn duurzaamheidsambities.  Uit gesprekken met personeelsleden van de Stad blijkt dat het besef dagelijks mee te werken aan de realisatie van deze ambities erg motiverend is.

Enkele van de meest in het oog springende ambities van Kopenhagen zijn: 

-De beste fietsstad van de wereld zijn (Amsterdam is een niet zo gemakkelijk te kloppen mededinger).

-De netste hoofdstad van Europa worden tegen 2015.

-Zich ontwikkelen tot het meest innovatieve cleantech cluster ter wereld.

-Als eerste hoofdstad in de wereld koolstofneutraal zijn tegen 2025.

Het is niet meteen duidelijk of het voor een relatief kleine stad als Brugge gemakkelijker of juist moeilijker is dan voor Kopenhagen om een pioniersrol te spelen op het vlak van ecologische en sociale duurzaamheid. Uiteraard beschikt Brugge over minder financiële, menselijke en technische  middelen, maar anderzijds slaan de benodigde duurzaamheidsinvesteringen ook op veel minder inwoners, woningen, infrastructuren,…

Tip voor Brugge

Brugge zou zich kunnen spiegelen aan Kopenhagen om met lef de lat zeer hoog te leggen, om zich publiekelijk te vergelijken met andere ambitieuze steden (in Vlaanderen bijvoorbeeld met Leuven, Gent,…) en om ze uit te dagen met duurzaamheidsdoelstellingen die tot de verbeelding spreken.  Bravo voor Brugge als het zichzelf tot doel durft stellen “de beste fietsstad van Vlaanderen” en  “de eerste koolstof-neutrale stad in Vlaanderen” te worden.  

ENKELE OPMERKELIJKE KOPENHAAGSE DUURZAAMHEIDSDOELSTELLINGEN 

DOELSTELLING: BESTE FIETSSTAD VAN DE WERELD WORDEN

De doelstelling om van Kopenhagen de beste fietsstad van de wereld te maken werd unaniem en duidelijk geformuleerd door de Gemeenteraad. Deze doelstelling maakt integraal deel uit van de visie van de stad Kopenhagen om een echte Milieuhoofdstad te zijn. Een buitengewone fietsstad zijn wordt daarbij net zo belangrijk geacht als van Kopenhagen tegen 2025 een CO2-neutrale stad te maken. Bovendien  maakt de creatie van goede fietsvoorwaarden ook deel uit van de officiële gezondheidspolitiek van de stad.  Een fietsende burger is een gezondere, productiever en minder van gezondheidszorg afhankelijke burger.

http://e360.yale.edu/images/slideshows/gerdes_gallery_bicycles_copenhagen.jpg

Foto: Net als in Brugge is de fiets in Kopenhagen een plezieriger en efficiënter transportmiddel dan de auto.

 

 

 

Enkele decennia geleden kon je in Kopenhagen net zo veel autofiles aantreffen als in eender welke andere grote stad. Welnu, tijdens ons zesdaags verblijf in Kopenhagen, in juli 2014, zagen wij géén enkele autofile.  Wel zagen wij overal grote aantallen gewone fietsen, koersfietsen en  bakfietsen die zich meestal tegen een zeer vlot tempo  (gemiddeld 5 tot 10 km/u sneller dan in Brugge) door de stad bewogen.  De Nørrebrogade in Kopenhagen is momenteel de drukste fietsstraat ter wereld.  Het percentage van de Kopenhagenaars die dagelijks per fiets naar hun werk of naar school rijden steeg van 36% in 2012 tot 41% in 2013. Wellicht wordt de doelstelling van de Stad om dit percentage tegen 2015 op te trekken tot 50% niet gehaald. Maar Kopenhagen blijft fors investeren in infrastructuur en veiligheidsmaatregelen voor fietsers: nieuwe fietspaden, zogenaamde ‘snelwegen’ voor fietsers die de voorsteden van Kopenhagen verbinden met het centrum, nieuwe fietsverbindingen in het centrum waaronder architecturaal aantrekkelijke fietsbruggen in de haven.

 

     C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07361.jpg

Foto’s :

Links: De fietsbruggen in Kopenhagen zijn veilig, goed berijdbaar en esthetisch.

Rechts:  Nieuwe fietsbruggen over het water leveren de fietsende woon- werkpendelaars dagelijks heel wat tijdwinst op.

 

De verschuiving van auto naar fiets levert de inwoners van Kopenhagen  tijdswinst en verplaatsingsgemak op (voor 88% van de Kopenhagenaars hét motief om de fiets te prefereren) en bovendien een betere gezondheid (iedere gereden kilometer zou volgens de Stad de kosten voor gezondheidszorg van een fietser met 0,77 euro doen dalen, bijna niet te geloven). Niet enkel de individuele fietsers halen profijt uit de verschuiving van auto naar fiets, maar ook de financiën van Kopenhagen. Volgens berekeningen van de Stad levert iedere extra kilometer die inwoners fietsen in plaats van de wagen te gebruiken een nettowinst op van 0,16 euro.  Daarbij werden de kosten vergeleken die gepaard gaan met luchtvervuiling, accidenten, verkeersopstoppingen, verkeerslawaai, en de slijtage van de wegeninfrastructuur.

          C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07323.jpg

Foto’s: Op piekuren komen meer dan 20.000 fietsers Kopenhagen binnengereden.

De meest fietsvriendelijke steden in de wereld,  volgens de Copenhagenize Index 2013 (www.copenhagenize.eu/index) waren net als in de voorgaande Index (2011) Amsterdam en Kopenhagen. Er werden in 2013 wereldwijd in totaal 150 steden onderzocht tegen slechts 80 in 2011. Utrecht kreeg de bronzen medaille. Bordeaux behaalde de vierde plaats dankzij de hoge waardering voor het politieke leiderschap en het fietsdeelsysteem. Antwerpen stond verrassenderwijze op de vijfde plaats, nog vóór de fietsvriendelijke Duitse hoofdstad Berlijn (8e plaats). 

In zijn boek ‘Cargo Bike Nation’ (2013) presenteert  Mikael Colville-Andersen, een expert in stadsmobiliteit, tevens CEO van Copenhagenize Design Co.  en in Denemarken bekend als groot ‘fietsambassadeur’, 725 foto’s die de verschillende rollen illustreren die bakfietsen kunnen vervullen in een moderne stad, onder meer  als familiaal vervoermiddel, voor de postbedeling, als vervoermiddel voor de stadsdiensten, voor levering van kleine goederen en voor recreatie.  De meeste foto’s werden in Kopenhagen genomen.  Mikael Colville-Andersen adviseert verschillende steden elders in de wereld die zich tot doel stellen fietsvriendelijker te worden door inspanningen op gebied van infrastructuur, planning en communicatie.

C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07302.jpg

Foto:  Op een van de talrijke wijkspeelpleintjes in Kopenhagen speelt een vader met een kleuter waarmee hij een ritje maakte per bakfiets.

Elke dag begeven talrijke fietsers zich naar de metrostations van Kopenhagen.  Daar zijn rekken voorzien voor de fietsen, maar sommige haastige fietsers plaatsen hun fietsen liever eender waar (ook waar zij de toegang van brandweer- of ambulancediensten zouden kunnen hinderen). In april  2010 startte de Stad een charme offensief met de bedoeling het gebruik van de fietsrekken te verhogen. Een ploeg van ‘Fietsbutlers’ bracht dagelijks de slecht geparkeerde fietsen over naar de rekken en liet een briefje achter met de vriendelijke vraag in de toekomst de fietsrekken te gebruiken.  De ‘wildplaatsers’ kregen geen boete aangesmeerd, maar vonden hun fietsen terug met gesmeerde ketting en keurig opgepompte banden. Een staaltje van emotionele intelligentie vanwege de Stad. Het resultaat van dit charmeoffensief bleef niet uit. Het aantal verkeerd geplaatste fietsen daalde snel van 150 per dag naar 30 à 50. 

 

Mogelijke tips voor Brugge

Vooreerst dient benadrukt dat Brugge de afgelopen decennia heel wat inspanningen heeft geleverd om het fietsverkeer in en rond de stad gemakkelijker en veiliger te maken. Deze inspanningen worden ook door het huidige stadsbestuur verder gezet.  Brugge profileert zich als een echte Fietsstad.

 “De fiets is het ideale vervoersmiddel naar en in de binnenstad. Het stadsbestuur zorgt voor een omkadering die het fietsverkeer aanmoedigt. Er wordt een ‘Fietsplan Brugge’ opgesteld waar de grote lijnen worden in uitgezet om Brugge veel fietsvriendelijker en vooral fietsveiliger te maken.” (Stad Brugge, Algemeen Beleidsprogramma 2013-2018, p. 34-36).

Wat Brugge eventueel nog van Kopenhagen kan afkijken:

-Het instellen van ‘groene golven’ voor fietsers:  in Kopenhagen wordt langs sommige drukke wegen voorrang gegeven aan vlotter verkeer voor fietsers (niet voor wagens). De ‘groene golven’ voor fietsers zijn afgestemd op een gemiddelde fietssnelheid van 20 km/u.

-Het opstellen van fietsentellers langs belangrijke fietswegen. Op deze tellers kan men aflezen hoeveel fietsers er al gepasseerd zijn op de betreffende dag en tijdens het lopende jaar (evenals het totaal aantal getelde fietsers tijdens het vorige jaar). Deze tellers brengen de boodschap dat fietsers meetellen in Kopenhagen. Tegelijkertijd leveren zij de Stad actuele gegevens over de stedelijke fietsactiviteit.

-Het creëren van een geïntegreerd fietsvriendelijk openbaar transportnetwerk.  In Kopenhagen is in de metro- en treinstellen voldoende ruimte voorzien voor de fietsen van passagiers. Het zou ook  fietsers, vertrekkend vanuit Brugge, gemakkelijker moeten worden gemaakt om met de fiets gebruik te maken van treinen en lange afstandsbussen. 

DOELSTELLING: DE STAD AANPASSEN AAN DE KLIMAATVERANDERINGEN

Het Klimaataanpassingsplan dat in 2011 door de Stad Kopenhagen werd opgesteld en in augustus 2012 werd goedgekeurd, houdt doelbewust rekening met de hoogste schattingen i.v.m. overstromingsgevaar die voorkomen in de scenario’s van het IPPC (Intergovernmental Panel on Climate Change) van de Verenigde Naties.  Dit plan is gerelateerd aan het Plan ‘Kopenhagen Koolstofneutraal in 2025’.

Het Klimaataanpassingsplan van Kopenhagen ziet twee grote uitdagingen voor de stad:  extreem hevige regenval en overstromingen vanuit de zee.

Het is algemeen bekend  dat waar ook ter wereld weinig politici enthousiast zijn om vandaag plannen (en de daarmee gepaard gaande openbare uitgaven)  goed te keuren waarvan niet zijzelf en hun potentiële kiezers zullen genieten.  In Kopenhagen hebben de overstromingen van 2 juli 2011 echter een ommekeer teweeg gebracht.  Door een hevige wolkbreuk stonden toen in drie uur tijd grote delen van de stad twintig cm onder water.  Jan Rasmussen, de verantwoordelijke voor het Klimaataanpassingsplan  van de Stad schatte de schade op 6 miljard Kronen,  of bijna 1 miljard euro.

Het Klimaataanpassingsplan van Kopenhagen, dat na de overstromingen in recordtempo werd opgesteld en goedgekeurd, voorziet in drie niveaus van actie:

1)      Indien mogelijk, schade voorkomen,  bijvoorbeeld door beschermende dijken te bouwen, door in de stad hoger boven de zeespiegel te bouwen, en door de capaciteit van de riolen te vergroten.

2)      Als preventie onmogelijk is, de schade beperken bijvoorbeeld door de kelders waterdicht te maken, en door zones te voorzien waar regenwater kan opgeslagen worden.

3)      De kwetsbaarheid van de stad verminderen,  bijvoorbeeld door voldoende waterpompen te installeren,  en door nieuwe gebouwen met platte daken te voorzien van een groene laag die veel regenwater kan absorberen.

C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07334.jpg   C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07347.jpg

Foto’s : Een ook per fiets te berijden grotendeels groene dakbedekking tussen de SEB Bank en het Tivoli Hotel in Kopenhagen.

De Stad gaat er van uit dat er in de toekomst boven Kopenhagen frequenter regenval zal zijn in de winter en minder regenbuien in de zomer. Maar de zomerse regenbuien worden wél heviger.  De inwoners moeten er zich op voorbereiden dat zij regelmatig met overmatige regenval  zullen geconfronteerd worden.  De stedelijke overheid neemt echter maatregelen om het water zoveel mogelijk weg te houden van de wegen, de kelders en de commerciële gebouwen en het te richten naar parkeerplaatsen, sportvelden en parken waar het veel minder schade zal aanrichten.

Wat mogelijke overstromingen vanuit de zee betreft gaat de Stad Kopenhagen er van uit dat het zeeniveau de komende 100 jaar met 1 meter zal stijgen. Er is nog tijd om de nodige dijken te bouwen en de havenmuren te verhogen.

C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07315.jpg

Foto: Dijkverstevigingswerken in de ontwikkelingszone Nordhavn, waar de Stad Kopenhagen plannen heeft voor 40.000 nieuwe inwoners en evenveel jobs.

Tip voor Brugge

Net als Kopenhagen zou ook Brugge dynamische overstromingsmodellen kunnen ontwikkelen en verder verfijnen zodat  de Stad steeds over een up-to-date instrument beschikt om de impact van eventuele overstromingen en de gerelateerde economische én erfgoedschade realistisch in te schatten.  Op basis daarvan kan dan het Brugse klimaatactieplan, dat momenteel  nogal  eenzijdig focust op “energiebewust wonen en bouwen, en groene energie in stad en haven”, verder worden ontwikkeld.

DOELSTELLING: DUURZAAM BOUWEN

Uitgaande van de vaststelling dat 40% van de koolstofdioxide-emissies in Denemarken door gebouwen veroorzaakt worden zet de Stad Kopenhagen zwaar in op ‘duurzame’ nieuwbouw en renovatie. De technische oplossingen zijn grotendeels voorhanden en worden voortdurend verder ontwikkeld. De voordelen zijn bijzonder groot: minder CO2-uitstoot,  grote energiebesparingen over de hele levenscyclus van de gebouwen, positieve impact op de gezondheid van de inwoners, meer families die in de stad willen blijven. Leven en werken in duurzame gebouwen blijkt volwassenen en kinderen te stimuleren om zelf klimaatvriendelijke initiatieven te nemen. Bovendien stimuleren overheidsinvesteringen in gebouwen gelijkaardige privé-investeringen (gemiddeld tot  5 keer groter).

 

C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07309.jpg

Foto: Het duurzaam gebouwde ‘Harbour House’ in Nordhavn (Kopenhagen) dat zowel een ecologische als een schoonheidsprijs kreeg.

Tip voor Brugge

De duurzame renovatie van oude gebouwen in een historische stad als Brugge verdient alle aandacht.  De uitdaging bestaat er in met respect voor de esthetische en historische waarde van de oude gebouwen de energie-efficiëntie toch sterk te verhogen. De woonkwaliteit en de vastgoedwaarde van het woningpark zullen er wel bij varen. In Kopenhagen verwacht men dat de renovatie-inspanningen tussen 2010 en 2025 zullen leiden tot een vermindering met 10% van het elektriciteitsverbruik en met 20% van de verwarmingskosten.  

DOELSTELLING: EEN DUURZAAM VOEDSELBELEID 

Begin 2014 was al 79% van het voedsel dat in de stadsinstellingen van Kopenhagen werd klaargemaakt ‘organisch’ voedsel.  De Stad mikt nog hoger en wil dit percentage optrekken tot 90%.  Momenteel weet de Stad niet precies welk gedeelte van het voedsel dat wordt opgediend in de restaurants, cafés en privé kantines in Kopenhagen organisch is. Maar Kopenhagen wil zijn inwoners blijven aanmoedigen om meer organische producten te kopen zodat minstens 20% van het voedsel dat geconsumeerd wordt in Kopenhagen organisch is.

Tip voor Brugge

In de discussie over duurzaamheid is voedselvoorziening één van de hoofdthema's . Ook een stad als Brugge kan een rol spelen bij het creëren of althans promoten van een voedselsysteem dat klimaatneutraal en sociaal rechtvaardig is. Om te beginnen kan de Stad zelf al bij alle voedselaankopen duurzaamheid voorop stellen en zijn vorderingen jaar na jaar (bv. via het Stadsmagazine Brugge Inspraak) bekend maken en toelichten. 

DOELSTELLING: HET VERKEERSLAWAAI REDUCEREN

Om de vijf jaar brengt Kopenhagen het stadslawaai in kaart, door  ’s nachts aan de voorgevels van de woningen metingen te laten uitvoeren. Uit de laatste metingen bleek dat het aantal woningen dat blootgesteld is aan buitensporig hoog verkeerslawaai (meer dan 65 dB ’s nachts) gedaald was tot 1%. Nog 24% van de woningen hadden af te rekenen met lawaai tussen 55 en 65 dB.

In 2013 ontwikkelde Kopenhagen een lawaaiactieplan dat onder meer volgende maatregelen inhield: sommige stadsvernieuwingsprojecten voorzien in subsidies bij de vervanging van ramen (door geluidswerende ramen); bij een verkeersdrukte met meer dan 2.000 voertuigen per dag en een snelheid van meer dan 40 km/u wordt lawaai-reducerend asfalt gelegd; op diverse drukke wegen wordt de maximum snelheid verminderd van 60 km/u tot 50 km/u of van 50 km/u tot 40 km/u; bij de renovatie van scholen in drukke buurten is lawaaibestrijding een prioriteit.

Tip voor Brugge

Brugge zou een lawaaiactieplan kunnen ontwikkelen dat beter is dan dat van Kopenhagen doordat het niet enkel op nachtelijke metingen wordt gebaseerd, maar ook op geluidsmetingen gedurende de dag (bv. om het lawaai te monitoren dat veroorzaakt wordt door het auto- en busverkeer, de koetsen voor toeristen en de bootjesgidsen).

DOELSTELLING: REDUCTIE VAN HET ENERGIEVERBRUIK

Denemarken was een pionier in de ontwikkeling van windenergie gedurende de zeventiger jaren. Vandaag zijn er diverse leidende windturbineconstructeurs actief,  waaronder Vestas en Siemens Wind Power, en is er een sterke aanbodketting van onderdelenleveranciers.  In 2012 verklaarde de regering dat Denemarken tegen 2020 het aandeel van de windenergie in de totale elektriciteitsproductie wil verhogen tot 50 procent. Dit lijkt een haalbare kaart. In 2013 stond windenergie al in voor 33 percent van het  nationale elektriciteitsverbruik. Tijdens de winderige maand december 2013 overtrof het aandeel van windenergie zelfs 50 percent. 

Kopenhagen geniet uiteraard mee van de nationale inspanningen en maatregelen op het gebied van energiereductie en verduurzaming van het energieverbruik. Maar de Stad levert ook eigen inspanningen. Zo startte Kopenhagen in 2013 een actie om 20.000 lampen en 8.000 lampposten te vervangen, wat tegen 2016 zal resulteren in 50% besparing.  Belangrijker nog zijn de moderne installaties waar afvalhitte van elektriciteitscentrales gebruikt wordt om gebouwen warm te houden via het Kopenhaagse netwerk voor wijkverwarming (het grootste ter wereld). De helft van de binnenhuisverwarming in Kopenhagen komt van de verbranding van afval. Een significante energiebesparing wordt ook gerealiseerd dankzij het gebruik van water dat vanuit de haven naar de stad wordt geleid om er grootwarenhuizen, kantoorgebouwen, hotels en data centers af te koelen. 

Tip voor Brugge

Brugge wil tegen 2020 de energie-efficiëntie op zijn grondgebied met 20% verbeteren. 

Brugge sluit zich aan bij het Europees netwerk ‘Covenant of Mayors (Burgemeestersconvenant)’. Hiermee engageert het stadsbestuur zich om de energie-efficiëntie en het gebruik van duurzame energiebronnen op het grondgebied te verhogen en zo zijn bijdrage te leveren aan het behalen van de doelstelling van de Europese Unie om tegen 2020 de CO2-uitstoot met 20% te verminderen, de energie-efficiëntie met 20% te verhogen en het aandeel van duurzame energiebronnen in de totale energiemix tot 20% te verhogen.  (Stad Brugge, Algemeen Beleidsprogramma, p. 11).

 

De Stad Brugge zou Kopenhagen de loef kunnen afsteken door sneller dan de Deense hoofdstad een oplossing te vinden voor de zogenaamde ‘eigenaar-huurder’ val.  Momenteel hebben eigenaars er noch in Kopenhagen noch in Brugge een groot financieel belang bij woningen of kantoorgebouwen door renovatie energie-efficiënter te maken.  Eigenaars die veel geld investeren in de energie-efficiëntie van hun verhuurde eigendommen zien de gerealiseerde besparingen naar hun huurders gaan. Brugge zou een methode moeten uitwerken waarbij de kosten en besparingen van energie-efficiënte renovaties billijk verdeeld worden tussen eigenaars en huurders.

 

DOELSTELLING: WONEN, ZWEMMEN EN ZONNEBADEN IN DE HAVEN

Vijftien jaar geleden was er zelfs geen denken aan dat haven en waterwegen in Kopenhagen gebruikt zouden worden om te zwemmen.  Rioolwater stroomde via bijna 100 overvloei-kanalen de haven en waterwegen binnen. Dankzij een doelgerichte inspanning om het rioolsysteem te moderniseren kon de waterkwaliteit sterk verbeterd worden.  Op warme dagen wordt thans op diverse, daartoe uitgeruste plaatsen, gezwommen in Kopenhagen terwijl het aantal zonnebaders niet te tellen is. 

C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07364.jpg

Foto:  Op warme zomerdagen komen duizenden Kopenhagenaars zonnebaden langs de ligweiden in de havenzone.

Gevolg van de verrichte investeringen: recreatie en toerisme rond het water namen sterk toe. De vastgoedsector profiteerde van de opwaardering van de havenomgeving.  De prijzen van appartementen in de havenzone stegen met 50% tot 100%, en in de aanpalende straten met 10%. Vele Kopenhagenaars verkiezen nu waterrecreatie in de stad boven een verplaatsing naar een strand.

C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07365.jpg

Foto:  Zwemmen, zonnebaden, wandelen, fietsen, het kan allemaal in de opgewaardeerde havenzone van Kopenhagen.

Tips voor Brugge

Het lijdt geen twijfel dat het mogelijk maken van ‘wonen aan het water’ Brugge enorme kansen kan bieden. Er zou een grondig debat moeten gevoerd worden over de toekomst van de Brugse Binnenhaven die er nu al decennia zwaar onderbenut bijligt. Het aantrekken van ‘watergebonden bedrijvigheid’ was geen succes. Waarom deze uitgestrekte  site dan niet her-plannen voor residentiële hoogbouw, kantoren en recreatieve functies?

 “Bij de opmaak van RUP’s (Ruimtelijke Uitvoeringsplannen) wordt ook rekening gehouden met de rijke aanwezigheid van water op  het grondgebied van Brugge. Er wordt via de RUP’s nagegaan of wonen aan het water een opportuniteit kan zijn.”   (Stad Brugge, Algemeen Beleidsprogramma, p.28)

In Brugge stelt zich de vraag of het upgraden van de waterkwaliteit, met het oog op openluchtzwemmen, beperkt moet blijven tot een gedeelte van de Reitjes.  Mits voldoende saneringsinspanningen moet het wellicht mogelijk zijn ook zwem- en zonnebadmogelijkheden te creëren langs de Vesting (bv. van Boeveriepoort tot Bloedput).

DOELSTELLING: GROTE KANTOORGEBOUWEN INPLANTEN DICHTBIJ EEN STATION 

De drie pijlers van de stadsplanning in Kopenhagen zijn : slimme planning methodes, voortdurende dialoog met de burgers, gebalanceerde financiering .

Een van de slimme planning methodes is  het toestaan van hogere bewoningsdensiteit in de buurt van metro- en treinstations. Tevens wordt er op toegekeken dat grote kantoorgebouwen ingeplant worden binnen een straal van 500 meter rond een station.

Tip voor Brugge

Ingeval de Stad, uit andere dan holle prestigeoverwegingen, een hoofdkwartierenzone zou willen oprichten, dan is de Chartreuse –ver van het station van Brugge gelegen- niet de juiste plaats. Ook de vervanging van het bestaande Jan Breydel voetbalstadion door twee nieuwe voetbalstadions op diverse kilometers van station en stadscentrum is geen goede keuze. 

 

DOELSTELLING: GOEDE BETREKKINGEN ONDERHOUDEN MET VRIJSTAD CHRISTIANA

De anarchistische Vrijstad Christiana, in het Kopenhaagse stadsdeel Christianshavn , kan men qua sfeer en uitzicht enigszins vergelijken met de voormalige nederzetting van de Lappersforters in Brugge (de idealistische jongeren die het met kapping bedreigde gedeelte van het Lappersfortbos bezetten). Christiana is echter veel groter: zo’n 850 mannen, vrouwen en kinderen wonen er op een gebied van 34 hectaren.

C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07379.jpg   C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07371.jpg   C:\Users\Ikke\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Word\DSC07376.jpg

Foto:  De Vrijstad Christiana was onder meer een pionier voor het vervaardigen en gebruiken van bakfietsen.

Tip voor Brugge

Wat inspirerend kan zijn voor het Brugse stadsbestuur in zijn contacten met actiegroepen, jeugdbewegingen, feestende jongeren en alternatieve burgers en groepen allerhande, is de geduldige, niet op confrontatie gerichte aanpak van de Stad Kopenhagen. De Stad erkent de waarde van het ‘sociaal experiment’ Christiana (bijvoorbeeld  de organisatie van vormen van directe democratie en van collectieve eigendom), maar neemt zijn verantwoordelijkheid op waar het de veiligheid en gezondheid van de inwoners van Christiana betreft.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Groen vzw                                                                                       Brugge, 12 dec. 2013

Vier Uitersten 1

8200 Sint-Andries

Tel . 050/311562

groenvzw@telenet.be

http://users.telenet.be/a150254

 

 

STADIONWAANZIN

 

De milieuvereniging Groen vzw betreurt de goedkeuring (die van een groot gebrek aan ruimtelijke visie getuigt) van het Brugs Stadsbestuur om twee nieuwe voetbalstadions te laten bouwen aan de Blankenbergse Steenweg te Brugge. Zij vraagt bij de herziening van het GRUP Afbakening Regionaalstedelijk gebied Brugge het integraal behoud van de akkerbouwgronden aan de Blankenbergse Steenweg die tot de vruchtbaarste van onze streek behoren.

 

De houding van het Stadsbestuur leidt tot een zoveelste aanslag op onze schaarse open ruimte. In een duurzame langetermijnvisie wordt het behoud van landbouwgrond en open ruimte door planologen momenteel als noodzakelijk beschouwd. Dit inzicht, dat opteert voor een leefbaar Vlaanderen in 2050, steekt schril af tegen de besluiten van onze politici die een verdere versnippering van de leefruimte in de hand werken. Willen we de volgende generatie behoeden voor nog grotere milieuproblemen, dan moet de oude verloederingspolitiek nu stopgezet worden.

 

Landbouwgrond is een onderschatte rijkdom van ons sociaal-economisch patrimonium en zal in de toekomst steeds belangrijker worden in het kader van een meer onafhankelijke voedselvoorziening in een ecologische, regionale economie.

 

Groen vzw doet een oproep tot de mogelijks getroffen landbouwers om geen opties te ondertekenen, indien zij in de nabije toekomst benaderd worden door projectontwikkelaars. Hetzelfde geldt voor de aldaar liggende gronden van het OCMW.

 

Wat de stadionplannen betreft, is de aanpassing van het bestaande stadion volgens het voorstel van de Vlaamse bouwmeester de meest aanvaardbare oplossing. Twee nieuwe stadions bouwen in Brugge is een waanzinnige verspilling van kapitaal dat beter voor andere doeleinden kan gebruikt worden.

 

Groen vzw laakt de holderdebolderpolitiek van het stadsbestuur op maat van kapitaalkrachtige lobby’s. Dit staat haaks tegenover een goed participatiebeleid dat vooral duurzame en milieuvriendelijke opties meer kansen geeft. De overheid loopt het risico voor de derde keer geconfronteerd te worden met juridische procedures, na de in 2009 afgevoerde plannen voor een hoofdkwartierenzone in het Chartreusegebied en de in 2013 vernietigde stadionplannen.

 

 

 

                                                                                                        Voor Groen vzw,

 

                                                                                                        Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

 

 

Groen vzw                                                                                          Brugge, 24 sept. 2013

Vier Uitersten 1

8200 Sint-Andries

Tel . 050/311562

groenvzw@telenet.be

http://users.telenet.be/a150254

 

 

Gebruikte landbouwgrond moet blijven.

 

De vernietiging van het RUP Afbakening Regionaalstedelijk gebied Brugge wat betreft deelgebied 24 Oostkampse baan-Chartreuse, alsook deelgebied 16, Blankenbergse Steenweg West-De Spie biedt de mogelijkheid oude bestemmingsopties uit het verleden aan te passen aan nieuwe inzichten voor een betere ruimtelijke ordening.

Er is een dringende nood aan een nieuwe visie op industrieplanning en verkavelingen en een moratorium op het aansnijden van open ruimte. De huidige industrieplanning en nieuwe verkavelingen leiden tot het verdwijnen van vooral heel veel landbouwgrond.

 

De milieuvereniging Groen vzw vraagt bij de herziening van het RUP Afbakening Regionaalstedelijk gebied Brugge het integraal behoud van de landbouwgrond in de deelgebieden 24, Oostkampse baan-Chartreuse en 16, Blankenbergse Steenweg West-De Spie, waarvan de akkerbouwgronden aan de Blankenbergse Steenweg tot de vruchtbaarste van onze streek behoren.

 

Landbouwgrond is een onderschatte rijkdom van ons sociaal-economisch patrimonium en zal in de toekomst nog belangrijker worden in het kader van onze voedselvoorziening in een ecologische, regionale transitie-economie waar de korte (voedsel)keten een belangrijke bijdrage kan leveren aan zowel de lokale economie als aan een gereduceerde ecologische voertafdruk.

Groen vzw vraagt een moratorium op het aansnijden van landbouwgrond. Om een gezonde transitie naar een duurzame economie mogelijk te maken mag er niet meer geknaagd worden aan onze bestaande en gebruikte landbouwoppervlakte.

In tijden van klimaatverandering, concurrentiële problemen op wereldvlak, crisis, verarming en noodzakelijke omschakeling zullen de opbrengsten van onze landbouwgrond in de toekomst van onschatbare waarde zijn voor onze eigen gezonde voedselvoorziening.

Groen vzw wil dat de overheid haar plannen aanpast aan een duurzame langetermijnvisie.

 

Momenteel gaan de gemeenten in concurrentie met elkaar met eigen industrieterreinen en verkavelingen. Dit is nefast voor open ruimte en mobiliteit. Het vormt een bedreiging voor ons leefmilieu en onze levenskwaliteit.

De behoeftestudie die nu gebruikt wordt geeft een overschatting van de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen en nieuwe woonzones.  Een nieuwe behoeftestudie dient meer rekening te houden met de aanwezigheid van de effectieve voorraad en de mogelijkheden tot inbreiding. De economische behoefte kan veelal worden ingevuld op reeds bestaande zones. Er moet werk worden gemaakt van een dynamisch economisch ontwikkelingsbeleid dat ervoor moet zorgen dat leegstaande, niet volledig benutte panden en gronden ter beschikking worden gesteld aan concurrentiële prijzen.

 

Wat de stadionplannen betreft, is de aanpassing van het bestaande stadion de meest aanvaardbare oplossing.

 

                                                                                                        Voor Groen vzw,

 

                                                                                                        Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

 

 Groen vzw                                                                                              Brugge, 4 juni 2013

Vier Uitersten 1

8200 Sint-Andries

O50/311562

groenvzw@telenet.be

http://users.telenet.be/a150254

 

 

 

Zinloze snelheidsverhoging op de N31

 

De milieuvereniging Groen vzw betreurt de geplande maatregel om de snelheid op de expresweg N31 te Sint-Andries en Sint-Michiels op te trekken van 70 naar 90 km/u.

Een eventuele geringe tijdswinst voor het autoverkeer weegt naar onze mening niet op tegen de toename van de verkeersonveiligheid en de lawaaihinder bij het optrekken van de snelheidsbeperking van 70 tot 90 km/u op de N31 te Sint-Andries en Sint-Michiels.

Als je 1 km aan de volle snelheid kan rijden win je bij 90 km/u t.o.v de huidige 70 km/u maximum 11 seconden, wat met de kort achter elkaar gelegen invoeging van de ventwegen reeds weinig waarschijnlijk is.

Dit betekent dat het optrekken van de snelheid tot 90 km/u ter hoogte van Sint-Andries en Sint-Michiels (5 à 6 km) een tijdswinst kan opleveren van maximum 1 minuut, wat als economisch belang te verwaarlozen is.

Daarentegen kan de verkeersonveiligheid veel sterker toenemen door binnen de agglomeratie Brugge 20km/u sneller te gaan rijden. De op- en afritten naast de N31 zijn zeer kort om van de aldaar beperkte 50 km/u op te trekken tot 90 à 100 km/u op de N31. Ook liggen sommige op- en afritten dicht bij elkaar (bv. de afrit Gistelsesteenweg, met net daarvoor, komende van de E40, de invoegende wagens van de ventweg vanaf de Torhoutsesteenweg). Zo zijn er meerdere gevaarlijke plaatsen op te sommen.

De N31 verwerkt  bovendien heel wat vrachtwagenverkeer naar en van Zeebrugge. Vrachtwagens hebben een langere remafstand. Iedereen weet dat bij dit nerveus verkeer het gevaarlijk kan zijn zich met een personenwagen tussen twee zware vrachtwagens te bevinden die aan 90 km/u over de N31 razen.

Waarom de overheid dit verhoogd risico binnen de agglomeratie Brugge nog wil stimuleren is ons niet duidelijk.

 

 

                                                                                                 Voor Groen vzw,

 

                                                                                                 Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

Groen vzw                                                                                        Brugge, 13 februari 2013

Vier Uitersten 1, 8200 Sint-Andries

 

                                        Aan het College van Burgemeester en Schepenen

                                        Stadhuis, Burg 12, 8000 Brugge

 

                                        Geachte heer Burgemeester en Schepenen,

 

Hierbij vraag ik namens de milieuvereniging Groen vzw een onderhoud aan bij het Schepencollege betreffende het milieubeleid in de brede zin van het woord.

De onderstaande, meest aanverwante bevoegdheden zijn gespreid over volgende zes leden van het Schepencollege, waarmee wij graag op hetzelfde moment samen in dialoog zouden willen treden. Voor Groen vzw zouden naar schatting vijf personen deelnemen.

Ter voorbereiding van het gesprek heb ik bij elke bevoegdheid enkele beleidspunten geplaatst die wij zouden willen ter sprake brengen.

 

Burgemeester Renaat Landuyt:

Communicatie: regeling van contact en inspraak

-         Projectmatige participatie op basis van principes in een werk- en meetinstrument: de participatiewijzer van de nationale Nederlandse ombudsman?

 

Vervolgingsbeleid:  opvragen van lijst van geseponeerde milieumisdrijven van laatste 15 jaar

 

Stedenbeleid:

-         principe van ruimtelijke ordening bij afbakening en ontwikkeling: open ruimte tussen woonkernen respecteren

-         behoeftevraag te hoog ingeschat: andere financiering van gemeenten nodig

-         meer bijkomende wooneenheden in de binnenstad i.p.v. in de rand (zie RSV: kernversterkend beleid)

-         concrete taken voor een stadsontwikkelingsbedrijf?

-         Durft Brugge de uitdaging aan om zichzelf uit te roepen tot Transitiestad?

 

Vergunningen:

-         GSM-masten?

 

Haven: nieuwe infrastructuur, vervoersbeleid, industrie

-         Haventerreinen in berekening industriële oppervlakte (rekening houden met de effectieve voorraden industriegrond)

-         Industriële inbreiding

-         Verhuur industrieterreinen i.p.v. verkoop, wederinkooprecht

-         Bewaren van het Europees Vogelrichtlijngebied in de achterhaven

-         Stimuleren van kustvaart

-         Gevolgen van nieuwe zeesluis en nieuwe wegeninfrastructuur inschatten

 

Annick Lambrecht:

Mobiliteit: verkeersveiligheid en intensiteit

-         Parkeerproblemen oplossen  Randparkings: waar?

-         Mobiliteitsplannen koppelen aan realisatiemogelijkheden

-         Wegen ontlasten van geparkeerde wagens

-         Openbaar vervoer stimuleren

-         Plattelandswegen auto-arm maken

-         Uitbreiding fietspaden

-         Verkeersdrempels i.p.v. wegversmallingen

-         Beter gebruik van de Vaartdijkstraat?

-         Oplossen bruggenmiserie

-         Standpunt inzake het Schipdonkkanaal? (1) herinrichting van deze vaarten met oog op zachte recreatie én waardevollere natuur dan nu het geval is (: ifv nachtegaal die nog zeer lokaal aanwezig is of tot recent nog was; ifv oeverzwaluwen; ifv rietbewoners op in te richten plasdraszones; ....) en (2) opstellen van een korte, middellange termijn en lange termijn plan voor overslagplaatsen op zee voor schepen die aan estuaire vaart doen (idee van prof. Patrick Meire)

-         kleine wendbare boten op reien en Ringvaart (evt. stuk Oostendse vaart) ten behoeve van scholieren van en naar de binnenstad, die aanmeren aan “kiss- - drive” zones waar ouders kinderen kunnen “lossen” (bvb aan de busparking onder de hoge brug; aan Scheepsdalebrug; of elders wat verder van de binnenstad als dit kan). Vergelijk met toeristenboten Amsterdam

 

Energie: plannen voor besparing en groene energie

-         Klimaatplan en Lichtplan

 

Philip Pierins:

Openbare werken: nauwkeurige aanbesteding en kwaliteitscontrole

-         Ondergrondse parkings in de binnenstad?

-         Randparkings

-         Fietspaden en voetpaden

-         Optimalisering van de bestaande wegeninfrastructuur i.p.v. nieuwe bv. N31

 

Groen: onderhoud, natuurbehoud en biodiversiteit, uitbreiding

-         Bos- en natuurbeheer

-         Boombeschadiging bij het maaien

-         Stambescherming

 

Mieke Hoste:

Leefmilieu: milieukwaliteit

-         Klimaatplan

-         Meer groen zichtbaar maken en behoud van binnentuinen

-         Samenwerking met andere steden: kijken of Brugge zaken kan leren van steden die CO2-neutraal proberen te zijn.

-         Brugge waar mogelijk al voorbereiden op de komst van de radarauto

-         Doeltreffende metingen

 

Franky Demon:

Ruimtelijke ordening: bedreigingen, herzieningsmogelijkheden en planning

-         Zuidelijke en noordelijke Groene Gordel intact houden overeenkomstig

" Het Charter Groene Gordel Brugge " van 13/10/2010 .

Door de ondertekening van dit Charter, erkennen de overheden en organisaties het belang en de waarde van de groene gordel Brugge en engageren zich tot het samen investeren in de verdere ontwikkeling van een kwaliteitsvolle en leefbare groene gordel Brugge, met specifieke aandacht voor:

1. de omgevingskwaliteit van openruimtegebieden in het randstedelijke gebied Brugge;

2. het behouden en versterken van de leefbaarheid van het randstedelijk gebied Brugge;

3. de ontsluiting van het randstedelijk gebied Brugge en de verbinding tussen de verschillende deelgebieden;

4. openheid om in dialoog te gaan over de kwaliteit en de leefbaarheid tussen de verschillende deelgebieden;

om te komen tot een Groene gordel Brugge waar het goed is om te wonen, te werken en te ontspannen.

-         Gelijke behandeling van Club en Cercle Brugge op het bestaande stadion

-         Bufferzones rond natuurgebieden (bv. Klein Appelmoes) behouden

-         Bestemming groene strook tussen Baron Ruzettelaan en Kanaal Brugge-Gent (ten zuiden van de hoge brug aan de Kathelijnepoort).

-         Functieuitbreiding van het Kanaaleiland (waarvoor het best geschikt?)

-         Open Ruimte Beleidsplan voor de binnenstad

-         Het behoud van de groene zones in de binnenstad. Een gedeelte van de tuin van de Rode Nonnen (Kathelijnestraat) zal worden bebouwd.

-         de plannen voor ondermeer de grote tuin van het OCMW-rustoord Ter Potterie (langs de Peterseliestraat, nu gesloopt) en voor de kloostertuin van de Kapucijnen?

-          Corrigeren van fouten uit het verleden: bv. schrappen van woonuitbreidingsgebieden (bv. het drassige en niet-ontsloten gebied Klein Appelmoes) en functiewijziging van oude of geplande industriegebieden overwegen

-         Integreren van nieuwe inzichten bv. inzake bestemming in deelplannen Chartreuse, de Spie, de Blankengergse Steenweg…

 

Huisvesting en stadsontwikkeling: inbreiding

-         Renovatie

-         Nieuwe sociale huurwoningen koppelen aan inbreiding

-         Kangoeroe woningen of andere nieuwe woonvormen stimuleren met verlaging van het kadastraal inkomen

-         Inventarisatie en nieuwe behoeftenstudie nodig

-         Leegstaande panden ter beschikking stellen

-         Brugge studentenstad

-         Behoud van de polderdorpen

-         Streekstijl

-         Idee hoogbouw Zeebrugge

-         Congrescentrum: nieuwe eigenaars van Slot van Male aanschrijven?

 

Urbanisatie: invloed van de bevolkingsevolutie, afnemende gezinsverdunning

-         Verkavelingen versus inbreiding

 

Hilde Decleer:

Brugge-winkelstad: autoverkeersvrije delen

 

Landbouw: herwaarderingsmogelijkheden van deze onderschatte rijkdom

-         Noordelijke Groene Gordel bedreigd (deelplannen Spie en Blankenbergse Steenweg)

-         Helpen met contactadressen voor landbouwers voor “vermarkting” van bepaalde producten. (met medewerking van landbouwraden)

 

Stadsgebouwen: functionele verbeteringen en respect voor historisch erfgoed

-         Brugge werelderfgoedstad

-         Concrete taken van nieuwe stadswinkels? Waar?

 

Wij hopen met dit initiatief de aanzet te geven voor een permanente dialoog met het schepencollege om het leefmilieu in Brugge in zijn totaliteit te helpen verbeteren. Uit de botsing en uitwisseling van ideeën ontstaat een aanvaardbaar beleid.

 

Geachte heer burgemeester en Schepenen, wij zijn er van overtuigd dat u geen moeite zal sparen om te komen tot een toekomstgericht, progressief  milieubeleid.

Wij zouden het dan ook als milieuvereniging ten zeerste waarderen indien wij van u op korte termijn plaats en datum mochten vernemen van een eerste dialoog.

 

 

                                                                                 Met vriendelijke groeten,

 

 

 

                                                                                 Erik Ver Eecke, voorzitter van Groen vzw

 

 

 

Enkele groene beleidsaccenten voor onze politici n.a.v. de gemeenteraadsverkiezingen 2012

 

Een groen beleid is een kosteloze verzekering voor een leefbare toekomst.

 

Wij willen te Brugge resoluut kiezen voor wat de laatste jaren steeds meer in de verdrukking is geraakt: voor een betere ruimtelijke ordening, meer biodiversiteit, behoud van bufferzones rond natuur- en bosgebieden, aanpassing van bestemmingsplannen tot behoud van zonevreemde bossen, behoud van onze schaars geworden open ruimten, sociale huisvesting door betaalbare renovatie i.p.v. steeds nieuwe verkavelingen, geen havenuitbreiding meer in het hinterland, herwaardering en gezondmaking van de woonfunctie in onze bedreigde polderdorpen Zeebrugge, Zwankendamme, Lissewege en Dudzele, inbreiding van industriële ontwikkeling op bestaande industrieterreinen, verkeersvrije winkelstraten, meer veilige en comfortabele fietspaden, optimalisatie van de bestaande verkeerswegen i.p.v. aanleg van nieuwe, herwaardering en behoud van onze vruchtbare landbouwgronden, meer gezonde ontspanningsmogelijkheden voor de jeugd, meer energiebesparing en hernieuwbare energie, meer goederenverkeer via spoor en kustvaart i.p.v. langs autowegen, meer deelname van de burger aan de opmaak van de beleidsplannen... kortom: voor een leefbare toekomst.

 

Wij willen een blijvend streven naar de uitvoering van bovenstaande milieu- en mensvriendelijke beleidspunten.

De beleidspartijen van de voorbije jaren hebben bewezen op velerlei domeinen in gebreke te zijn gebleven. Het kappen van het zonevreemde deel van het Lappersfortbos, de aanleg van een autoverkeersweg naast het Lappersfortbos, de plannen voor verkaveling van de bufferzone (Klein Appelmoes) van het natuurgebied "Gemene Weidebeek" te

 

Assebroek, de leefbaarheidsproblemen te Zeebrugge en Zwankendamme, de stadsvlucht van onze jeugd en het gebrek aan ontspanningsmogelijkheden, de dreigende teloorgang van vruchtbare landbouwgronden nabij de Blauwe Toren, de dreigende teloorgang van de open ruimte in het Chartreusegebied voor winkelketen en

voetbalstadion, de plannen voor een nieuwe autosnelweg nabij Dudzele, de fietsonvriendelijke situatie in onze meeste winkelstraten... enz. ... zijn enkele voorbeelden van een beleid dat de leefbaarheid voor de burger veelal in de weg staat omdat andere, minder milieu- en mensvriendelijke belangen (veelal financiële) primeren. Zo'n beleid staat mijlen ver af van een consequent groen beleid.

 

Wij willen de politiek als hefboom gebruiken ter verbetering van de samenleving, waarbij wij er ons van bewust zijn dat het noodzakelijk is ook anders te gaan leven om op lange termijn ons doel te naderen: een milieu- en mensvriendelijke samenleving die tevens duurzaam is.

 

Erik Ver Eecke

 

 

Evaluatiebrief aan Burgemeester Moenaert en zijn opvolger

 

Aan de heer Patrick Moenaert, burgemeester van Brugge

 

Geachte heer Moenaert,

 

Ik ben blij om in zo'n mooie stad als Brugge te mogen leven. Niet alleen veel toeristen, maar ook de bewoners waarderen onze stad. Maar niets is perfect. Het is altijd mogelijk om dingen te verbeteren  en ik weet dat u uw best doet om het leven aangenaam te maken in uw stad. Dat is de reden dat ik met deze brief een aantal suggesties voor verbetering wil voorstellen om door te geven aan uw opvolger.

Zoals in bijna elke stad is er meer verkeer in Brugge dan we willen. Voetgangers die gaan winkelen en ook fietsers worden verstoord door tal van passerende auto's. Is het geen goed idee om op sommige drukke uren auto's te verbieden in dit centrum van de stad? Winkelen wordt daardoor aantrekkelijker en veiliger. In veel Europese winkelcentra zijn geen auto's toegestaan ​​en dit helpt mensen om te wennen aan het gebruik van meer openbaar vervoer. Zo kan u vermijden dat nog meer parkeerproblemen ontstaan in de binnenstad in plaats van te investeren in dure ondergrondse parkeerplaatsen die nog meer autoverkeer aantrekken. Parkeerplaatsen moeten zich aan de rand van de agglomeratie Brugge bevinden in combinatie met een goed openbaar vervoer. Er is veel werk te doen. Er zijn niet genoeg fietspaden en buslijnen. Vooral de buslijnen van de rand naar de ringlaan moeten geïntensiveerd worden. In de binnenstad zijn kleine busjes nodig, want de grote rijden de kasseien kapot. Op basis van de vragen aan u in het radioprogramma Peeters & Pichal van een tijdje geleden, zal u het zeker met mij eens zijn dat het publiek zo snel mogelijk een oplossing wil voor deze verkeersproblemen.

In tegenstelling tot sommige andere steden, heeft Brugge nog steeds een prachtige groene gordel om van rust en natuur te genieten. Het is de moei-

 

te waard om deze gordel intact te houden, o.a. in het Chartreusegebied. Helaas werden in het verleden veel bomen gekapt en open ruimte ingenomen voor de industrie of voor nieuwe woonwijken. Het is tijd om onze industrie te vernieuwen, niet in bosgebied en open ruimte, maar in oude industrieterreinen waar fabrieken werden gesloten of de ruimte niet optimaal gebruikt wordt. Industrieterreinen mogen niet meer verkocht worden, maar moeten verhuurd worden om ze later gemakkelijker te kunnen vrij maken voor vernieuwing. Het is tijd om de oude verlaten gebouwen (woningen en kantoren) te renoveren en ze bewoonbaar te maken, in plaats van het bouwen van nieuwe woonwijken.

De meest spectaculaire vernietiging van de natuur in Brugge was het kappen van 3 ha bomen aan de rand van het Lappersfortbos.

Een nieuw probleem van ruimtelijke ordening doet zich nu voor op de zuidelijke rand van het natuurgebied “Gemene Weidebeek"   in Assebroek, waar de bouw van nieuwe huizen is gepland. De lokale bevolking verzamelde 1850 petities tegen de plannen. Mensen zijn bang van overstromingen, aantasting van het natuurgebied en zijn open ruimte als bufferzone errond en ook van het toenemend verkeer. Ik hoop dat u naar hen luistert en hen inspraak zal verlenen als een goed bestuurder en een vriend van mens en natuur.

Tot slot moeten we meer de kwaliteit cotroleren van de openbare werken in onze stad. Tegels van voetpaden komen los, kasseistraten zijn zeer oneffen en gevaarlijk, zelfs een korte tijd na de bouw. Aannemers moeten  duurzaamheid en kwaliteit garanderen in hun bestek voor een openbaar werk kan beginnen. Stadsambtenaren moeten al deze activiteiten meer controleren om onze infrastructuur te verbeteren.

Ik hoop dat dit beperkt aantal suggesties u zal helpen om het beleid in Brugge verder te verbeteren.

 

Met vriendelijke groet,

 

Erik Ver Eecke

 

 

Stadiondossier – korte terugblik & huidige stand van zaken

 

14 oktober 2011 De schorsing door de Raad van State

 

Met het arrest nr. 215.768 van 14 oktober 2011 schorst de Raad van State gedeeltelijk de uitvoering van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge”, omdat bij de totstandkoming ervan onvoldoende rekening is gehouden met het milieueffectenrapport (MER).

Dit MER had de locaties Chartreuse/Oostkampse baan die door de Vlaamse regering werden gekozen voor de inplanting van een nieuw voetbalstadion met winkelcomplex en kantoren, uit een aantal mogelijke locaties beoordeeld als zijnde de site met de meeste ongunstige gevolgen voor ons leefmilieu. Toch werd van in den beginne het besluitvormingsproces door de Vlaamse regering uitsluitend gestuurd naar een inplanting van het stadion met “flankerend programma” op de Chartreuse-site en langs de Oostkampse Baan. De regering had onmiddellijk in het besluitvormings-proces de verschillende betrokken locaties met mekaar moeten vergelijken en motiveren waarom ze die site verkoos boven de andere sites die opmerkelijk beter scoorden mbt de gevolgen op het leefmilieu.

Op verzoekschrift van actiegroep Witte Pion schorst de Raad van State niet alleen deelgebied 24 “Oostkampse Baan - Chartreuse”, zijnde het gebied waarbinnen het stadion, winkelcomplex en kantoren worden voorzien, maar ook deelgebied 16 “Sint-Pietersplas - De Spie”. Dit deelgebied herbergt immers met “De Spie” en “Blankenbergse Steenweg West” twee locaties in Brugge Noord, die samen met de huidige Jan Breydelsite, door het milieueffectenrapport gunstiger werden beoordeeld. Witte Pion wou nadrukkelijk beide locaties vrijwaren van bebouwing als alternatief voor de inplanting van het stadioncomplex met flankerend programma.

 

 

Juni 2012 - Huidige stand van zaken

 

Op 22 april 2011 werd door onze raadsman Mr. Bienstman te Gent naast een vordering tot schorsing meteen ook een beroep tot nietigverklaring ingediend bij de Raad van State. Ook de gemeente Zedelgem en de politieke partij Groen! dienden een beroep tot nietigverklaring in.

Dit is zonder meer de belangrijkste stap. De Raad van State doet geen uitspraak of de site Chartreuse/Oostkampse baan al dan niet geschikt is voor een stadion- en winkelcomplex, maar enkel of er bij de totstandkoming van het ruimtelijk uitvoeringsplan inbreuken zijn gepleegd op de geldende wetgeving. In voorkomend geval zal de Raad van State het plan vernietigen en moet de Vlaamse Regering herbeginnen.

Het beroep tot nietigverklaring loopt momenteel.

De auditeur van de Raad van State dient voorafgaandelijk opnieuw advies te geven in zijn auditoraatsverslag, partijen kunnen daar nadien opmerkingen over geven en er wordt nog gepleit. En dan volgt de uitspraak. We verwachten deze alvast niet vóór de komende gemeenteraadsverkiezingen.

 

 

 

‘Verbreding Schipdonkkanaal tegen Europese richtlijn'  vrijdag 04 mei 2012

BRUGGE - ‘Het project om het Schipdonkkanaal te verbreden, is in strijd met de Europese richtlijnen in verband met de waterhuishouding', zegt actiegroep 't Groot Gedelf. Ook de Boerenbond blijft zich kanten tegen het controversiële project.

 

Actiegroep 't Groot Gedelf heeft gisteren in het Vlaams Parlement herhaald dat ze zich blijft kanten tegen de verbreding van het Schipdonkkanaal. De Vlaamse overheid onderzoekt een verbreding van dat kanaal tussen Zeebrugge en Deinze om de haven van Zeebrugge beter bereikbaar te maken.

‘Maar het project is in strijd met de Europese richtlijn rond water', zegt Paul Vansteelandt van 't Groot Gedelf. ‘Als het kanaal wordt verbreed, zou de grond rond het kanaal ook verzilten en dat is strijdig met de opgelegde zoutnormen.'

Een waterbalansstudie had geen onoverkomelijke problemen getoond, maar die conclusies vindt 't Groot Gedelf niet relevant. ‘Er is geen rekening gehouden met de klimaatsverandering of met de werkzaamheden die op stapel staan', zegt Vansteelandt.

Ook de Boerenbond is negatief. ‘Drie jaar geleden hadden we al grote twijfels en onze vragen zijn sindsdien niet beantwoord', zegt Leen Franchois van de Boerenbond.

 

 

 

Groen vzw                                                                                           Brugge, 28 sept. 2011

Vier Uitersten 1, 8200 Sint-Andries

groenvzw@pandora.be

http://users.pandora.be/a150254

 

Aan de Vlaamse Overheid

Departement Leefmilieu, Natuur en Energie

Dienst Mer, Project-MER SHIP Zeebrugge

Graaf de Ferrarisgebouw, Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel.

 

Betreft: Opmerkingen van Groen vzw in het kennisgevingsdossier voor een project MER voor het Strategisch Haveninfrastructuurproject in de westelijke achterhaven van Zeebrugge. (SHIP)

 

Geachte heer, mevrouw,

 

Groen vzw is bezorgd bij de kennismaking met de voorstellen voor het Project-MER SHIP Zeebrugge.

Zij vreest dat zowel bewoning, landbouw als natuur op een onmogelijk te compenseren wijze zullen in het gedrang komen.

 

Er moet onderzocht worden of het SHIP Zeebrugge in de westelijke achterhaven wel noodzakelijk is in Europees perspectief, rekening houdend met de reeds bestaande haveninfrastructuur op andere plaatsen, vooral in NW-Europa. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met de toekomstige groeimogelijkheden en infrastructuurprojecten in de voorhaven van Zeebrugge.

 

Er moeten maatregelen voorgesteld worden om het wonen in de stationswijk van Zeebrugge leefbaar te maken. Aan het vrijwaren van de bewoning moet een grotere prioriteit verleend worden, rekening houdend met de nood aan woonruimte op andere plaatsen in de streek. Dit moet in het Project-MER duidelijk afgewogen zijn.

Uit het kennisgevingsdossier blijkt dat te veel milieulast gelegd wordt op de Venetiënstraat. Er dient onderzocht te worden of de tunnels niet beter wat zuidelijker ter hoogte van de Lanceloot Blondeellaan aangelegd worden.

Daarenboven wordt de autowegenverbinding van de Stationswijk naar Zeebrugge-dorp geconfronteerd met een omweg van ongeveer 5 km. In het Project-MER moeten voorstellen uitgewerkt worden voor een betere lokale ontsluiting, waarbij een ophaalbrug tot de mogelijkheden behoort.

 

In het SHIP Zeebrugge wordt het goederentransport te veel afgestemd op het autoverkeer naar en van het binnenland. Er dient onderzocht te worden wat het effect zou zijn van een intensievere inschakeling van coasters voor kustvaart via de Westerschelde, zowel op het autowegenverkeer als op de noodzaak en het gebruik van de voorgestelde nieuwe sluis richting binnenland.

Dit zou kunnen leiden tot voorstellen voor een milieuvriendelijker, alternatieve ontsluiting van de haven, waarbij kustvaart prioritair aan bod komt.

 

Er dient onderzocht te worden hoe een SHIP Zeebrugge mogelijk is zonder inname van Europese Vogelrichtlijn- en habitat gebieden, want een volwaardige compensatie bieden voor het verlies aan natuur is voor het Zeebrugs achterhavengebied onmogelijk.

 

De waarde van zowel landbouw als natuur in het achterland moet in de ecologische afwegingen geherwaardeerd worden. De weerslag van de voorgestelde nieuwe zeesluis op de verzilting in het binnenland moet in kaart gebracht worden, zowel voor wat de ecologische gevolgen als de gevolgen voor de landbouw betreft.

 

Groen vzw vreest de uitbouw van een getijdenhaven in het achterland wegens het gevaar voor dominantie van de haven op andere streekgebonden waardevolle functies zoals bewoning, natuur, landbouw, toerisme, recreatie… In het MER moeten voldoende alternatieven die deze functies tot hun recht laten komen evenwaardig onderzocht worden.

 

Hoogachtend,

 

Voor Groen vzw, Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

 

 

Persmededeling Witte Pion n.a.v. advies auditeur Raad van State

5 sep. 11

 

Een sterke zet op het schaakbord

 

De auditeur bij de Raad van State geeft een positief advies, voor de schorsing van de afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge.

 

De auditeur meent dat de eerste drie middelen welke actiegroep de Witte Pion aanvoerde ernstig zijn; (1) de bevindingen uit het milieueffectrapport (MER) werden niet doorvertaald in het RUP, (2) het RUP geeft geen voldoende rechtszekere oplossing voor de mobiliteitsproblematiek en (3) de precaire waterhuishouding krijgt onvoldoende aandacht .Deze 3 punten zijn aanvaard. De overige middelen werden daarom niet meer onderzocht.

 

Verder meent de auditeur dat er in hoofde van de verzoekende partijen een “Moeilijk te Herstellen Ernstig Nadeel” (MTHEN) aanwezig is en dit omwille van de motivatie die de Witte Pion naar voor bracht.

 

Volgens onze advocaat, meester Thomas Bienstman, hekelt de auditeur vooral dat de ruimtelijke ordening wordt aangepast naar de wensen van een privaat ontwikkelaar. Het blijft vreemd dat de keuze op een locatie viel die als minst goede naar voor werd geschoven. In dit verband blijft actiegroep Witte Pion beklemtonen dat er betere alternatieven zijn voor de inplanting van een winkelcomplex met stadion.

 

De Witte Pion hoopt nu dat de Raad van State in alle sereniteit haar werk kan verder zetten maar blijft wel waakzaam.  Dit advies sterkt nogmaals ons vertrouwen in een goede afloop en betekent een hart onder de riem voor de vele burgers die begaan zijn met de leefbaarheid in onze regio op basis van een goede ruimtelijke ordening.

 

 

 

 

BOVEN KLEIN APPELMOES ZWEEFT MYSTERIE

 

Politici zijn niet te benijden. Zij worden verkozen en betaald om het algemeen belang te dienen. Maar hoe herken je ‘het algemeen belang’? Tijdens een exclusief interview in het Brugsch Handelsblad van 14 januari 2011 zei burgemeester Patrick Moenaert: “Wij gaan Klein Appelmoes niet onbebouwd laten.”  De burgemeester is er dus van overtuigd dat hij het algemeen belang dient door Klein Appelmoes te laten verkavelen en bebouwen. Curieus! Dat de bebouwing van Klein Appelmoes het belang dient van de projectontwikkelaars Novus, Immo Danneels en WVI, die zich in het gebied hebben ingekocht, dat valt voor iedereen gemakkelijk te begrijpen. Maar wellicht heb je een zeldzaam hoogontwikkelde visie op ‘het algemeen belang’ nodig om in te zien dat de bebouwing van Klein Appelmoes “datgene is dat voor het welzijn van het volk nuttig, gewenst of nodig is.”

Jawel, sociale woningbouw is nodig, maar toch liefst op drogere plaatsen dan Klein Appelmoes (op 14 januari, toen het interview met de burgemeester verscheen, stonden delen van het gebied onder water). Zeker, de Stad moet ook voor andere nieuwbouw voldoende plaats voorzien. In Assebroek is echter de laatste jaren zo verwoed gebouwd dat de Stad zich kon veroorloven vier woonuitbreidingsgebieden (Zuidervaartje, Gemene Weidebeek, Mispelaar, Kerkedreef) niet te ontwikkelen voor wonen maar te handhaven als open ruimte.

Waarom werd de omzetting tot woonzone van Klein Appelmoes, een onderdeel van de  unieke Gemene Weidebeek enclave, toch doorgezet? Een gezonde democratie hecht groot belang aan wat het volk kennelijk wil. Natuurliefhebbers en omwonenden van Klein Appelmoes (1850 bezwaarschriften) werden straal genegeerd. Waarom? Dat is een mysterie.

 

                                                                                                                      Jozef De Coster

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vandaag, herfst 2011. In Brugge dromen 12 verenigingen van lente in de stad !

 

de Bosdichters van de Lappersfort Poets Society * het Groene Gordel Front in Brugge & Ommeland/Poëziebosnetwerk * vzw Erfgoedforum Brugge * Groen vzw * vzw Leefbare Polderdorpen * Tlissewegenartje * vzw Wervel, Werkgroep voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw * bewonersgroep Klein Appelmoes * Wijkwereldwinkel St. Michiels * De Wakkere Burger, beweging voor participatie en lokale democratie * Website Regiobrugge.be * Natuurpunt Brugge dromen van een participatie-lente.

 

Twaalf verenigingen roepen de Brugse politiek op tot meer participatie. Ze zijn heel divers: verenigingen die bomen en landschappen met bossen willen bewaren; bewonersgroepen die leefbare polderdorpen willen en landbouw in boerenhanden;  mensen die Brugge Unesco Werelderfgoedstad voor latere generaties ongeschonden willen doorgeven; Bruggelingen die leegstand willen aanpakken en open ruimte als groene gordel ademruimte veiligstellen. Elk hebben we een afzonderlijk doel, maar ook een gezamenlijk streven:  een participatiewijzer Brugge in 2013!

 

Wij vragen de Brugse politieke partijen die aan de gemeenteraadsverkiezingen 2012 deelnemen of ze ons steunen door de participatiewijzer voor Brugge 2013 volledig/deels te onderschrijven en van commentaar te voorzien.

 

Graag kregen we uw antwoorden voor het begin van de lente 2012. U kan de participatiewijzer als geheel onderschrijven en eventueel van commentaar voorzien punt per punt. U kan ook enkele punten onderschrijven en commentaar geven punt per punt. Natuurlijk hopen wij dat u de participatiewijzer als meetinstrument mee opneemt in uw programma en meeneemt naar de onderhandelingen wanneer straks een nieuw bestuursakkoord voor Brugge wordt afgesloten.

 

hanzestadcoalitie@skynet.be 050/390957 Luc Vanneste, medewoordvoerder Hanzestadcoalitie

 

 

Dit is onze participatiewijzer voor Brugge 2013

 

De stad ademt in wat wij uitademen, laat het in hemelsnaam liefde zijn. (Italo Calvino) 

Als verenigingen en burgeractiegroepen willen wij het goede van Brugge waarderen en verfijnen. Ook de participatie. Burgerparticipatie omvat alle methoden om burgers bij het stedelijk beleid te betrekken. Het gaat daarbij zowel om de inbreng van burgers op het moment dat er nog beleidsruimte is als om de wettelijke inspraakprocedures. Burgerparticipatie kent veel verschijningsvormen. Dat gaat van het verstrekken van informatie aan burgers, het raadplegen van burgers, het vragen van advies aan burgers, burgers die samen met de stad beslissen tot − de meest vergaande vorm − burgers die zelf beslissen. Dank aan www.nationaleombudsman.nl voor inspiratie bij deze participatiewijzer Brugge 2013. Het gaat over 10 principes, door de ombudsman een participatiewijzer voor behoorlijke participatie genoemd (hierna de lange Nederlandse versie Downloaden). Deze spelregels zijn een houvast voor de stad en de  burgers, om het waardevolle concept van participatie in de dagelijkse praktijk in te vullen. Hopelijk een werk- en meetinstrument voor toekomstige dialoog in Brugge 2013. Onderschrijft uw politieke partij ze ook?

1. De stad motiveert of en zo ja hoe ze burgers betrekt bij beleids- en besluitvorming. Criteria daarbij zijn: heeft het invloed op de leefomgeving en is er ruimte voor participatie.

 

2. De stad maakt participatie een vast onderdeel van het politieke en bestuurlijke besluitvormingstraject.


3. De stad gaat zeer terughoudend om met de mogelijkheid participatie te beperken vanwege het algemeen belang.

 

4. De stad bepaalt, voordat het participatietraject van start gaat, welke rol de burger krijgt: meebeslissen; coproduceren; adviseren; raadplegen; informeren.

 

5. De stad zorgt voor een zorgvuldig vormgegeven participatieproces. Dit betekent dat de stad expliciet maakt: welk onderwerp ter discussie staat; wie ze bij de beleids/ besluitvorming betrekt, wie de belanghebbenden zijn; op welke wijze ze het participatieproces inricht, in overleg met de belanghebbenden; op welke wijze ze de burger het best kan bereiken.

 

6 . De stad is oprecht geïnteresseerd in wat burgers naar voren brengen en laat dat merken in woord en daad. Van burgers mag een constructieve bijdrage worden verwacht.

 

7. De stad weegt de inbreng van burgers mee in de uiteindelijke beslissing en maakt dat zichtbaar.

 

8. De stad levert extra inspanning om álle belanghebbenden actief te betrekken, ook degenen die zich niet meteen in eerste instantie zelf aanmelden.

 

9. De stad informeert de burger tijdig en volledig over het onderwerp van participatie, hun rol en de manier waarop het participatieproces vorm krijgt.

 

10. De stad informeert burgers gedurende het participatietraject regelmatig over wat er gebeurt met hun inbreng. De inbreng van burgers wordt schriftelijk vastgelegd. De stad informeert burgers over wijzigingen van voornemens of plannen van de stad. De stad motiveert haar besluit waarbij ze aandacht besteedt aan de door burgers naar voren gebrachte (tegen)argumenten.

 

Deze participatiewijzer werd onderschreven door de Hanzestadcoalitie voor een duurzame & dierbare werelderfgoedstad bestaande uit : de Bosdichters van de Lappersfort Poets Society http://www.regiobrugge.be/lappersfortpoets.php  * het Groene Gordel Front in Brugge & Omme-land/Poëziebosnetwerk www.ggf.be * vzw Erfgoedforum Brugge www.erfgoedforumbrugge.be * Groen vzw http://users.telenet.be/a150254/ * vzw Leefbare Polderdorpen www.leefbarepolderdorpen.be  * Tlissewegenartje http://tlissewegenartje.bloggen.be * vzw Wervel, Werkgroep voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw www.wervel.be * bewonersgroep Klein Appelmoes www.actiegemeneweidebeek.tk * Wijkwereldwinkel St. Michiels * De Wakkere Burger, beweging voor participatie en lokale democratie www.dewakkereburger.be * Regiobrugge.be www.regiobrugge.be * Natuurpunt Brugge www.natuurpunt.be/brugge

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Achtergrond : de Hanzestadcoalitie gelooft in politiek van goede wil en bundelt krachten nav. lokale verkiezingen. In  2006 voor het eerst nav. de Brugse gemeenteraadsverkiezingen. 14/09/2006Klaar om veel te doen voor bos stad en groen 25/06/2006Rondvraag Hanzestadpolitici Brugge 08/05/2006Kies voor het Hanzestadprogramma 2006 26/04/2006Zetelzetting voor Brugge 2007  ·  Press Releases September 2006 - "Klaar om veel te doen met Hart voor bos, mens & stad" ·  Press Releases September 2006 - "H - antwoorden groenen Brugse Samenwerking"

·  Press Releases September 2006 - "H - antwoorden B.U.B." ·  Press Releases September 2006 - "H - antwoorden Bron & Decoorne" ·  Press Releases September 2006 - "H - antwoorden CD & V" ·  Press Releases September 2006 - "H - antwoorden Groen!" ·  Press Releases September 2006 - "H - antwoorden SP.a" ·  Press Releases September 2006 - "H - antwoorden Spirit"

·  Press Releases September 2006 - "H - antwoorden VLD" Participatie niet beperken, wel verbeteren Diverse middenveld- en burgerorganisaties vragen aandacht voor de kwaliteit van de organisatie van inspraak en betrokkenheid. De betrokken organisaties formuleerden hun aandachtspunten (zoals de burgers sneller betrekken in het proces of ruimte bieden voor alternatieven) in een platformtekst. De landelijke context dus.

( Bij dit tijdelijk verenigen met een algemeen participatieverhaal behoudt elke vereniging eigen bezwaren en accenten; zonder daarom de concrete acties of standpunten van de andere vereniging te onderschrijven )

 

 

 

 

 Wij bouwen de menselijke stad. Misschien hebben wij het ons te eenvoudig voorgesteld toen we destijds vertrokken voor de lange tocht door de woestijn ? Wij hebben vrienden nodig : misschien hebben we ze al ? Veel mensen horen de roep van de vrede. Laat ons de oude opdracht vervullen en mensen vissen ! Feministische Protestantse bevrijdingsteologe Dorothee Sölle & auteur van ‘ speel toch van brood & rozen ‘.

 

 

Evaluatie verzoekschrift , herfst 2011

 

Geachte burgemeester, fractieleiders, schepenen en gemeenteraadsleden van Brugge,

Beste medewerkers civil servants van de stad; de diensten & adviesraden, de secretarie,

 

Na vijf verzoekschriften (on line op www.ggf.be tussen september 2009 & mei 2011) willen wij de balans van de participatie in onze stad opmaken. We zijn met 117.000 Bruggelingen in onze stad en voor Brugge dient goed gezorgd te worden. Brugge dat zijn wij: overheid & burgers samen. De aanloop naar de gemeente- en provincieraads-verkiezingen van 2012 is een goed moment om daar verder over na te denken. We hopen dat een “participatiewijzer Brugge 2013” hoog op de agenda komt en ook in de  bestuursakkoorden opgenomen wordt. Daarom moet het verzoekschrift, het nieuwe beleidsinstrument tot participatie, een evaluatie krijgen. Hierbij onze analyse en ervaringen, als spiegel voor u. Laat ons weten of u zich erin herkent en de analyse deelt. En droom met ons mee van een meer op participatie gericht Brugge. Zoals steeds zijn wij bereid om dit evaluatieverzoekschrift te verdedigen op plaatsen waar men ons uitnodigt.

 

Vooraf moeten wij duidelijk stellen dat veel zaken goed en constructief verlopen in onze streek en dat dankzij de inzet van velen. Ons stadhuis richt hoorzittingen en bewoners-vergaderingen in. Anderzijds voelen toch heel wat groepen en burgers zich niet altijd echt begrepen en betrokken. Doorheen al die jaren zijn er positieve en negatieve participatie-ervaringen met de lokale bestuurders. Elke legislatuur kent betere en mindere periodes. Ook zijn er altijd schepenen en gemeenteraadsleden die uitmunten of niet. Zo is het ook met burgervaders. Uit al die ervaringen kan Brugge leren om het nog beter te doen. Dialoogstad worden, ook met ‘alle’ mondige burgers & wakkere actiegroepen.

 

De evaluatie zelf

 

Omtrent de drie participatie-verzoekschriften bestaat enige wrevel bij de indieners. Het gevoel nooit echt beluisterd te zijn blijft hangen. De diverse ambtenaren die de antwoorden op de verzoekschriften dienden voor te bereiden hebben nooit enige toenadering gezocht. Het is blijkbaar een heel moeilijk thema. De twee Lappersfortbos-verzoekschriften worden door ons eerder positief geëvalueerd en het betreffende berek was er één om u tegen te zeggen. Ook omwille van de voorbereiding & de opvolging door de diensten en de schepenen Van Volcem & Demon.

 

Secretarie : het schriftelijk indienen van het verzoekschrift samen met de lijst van ondertekenende Bruggelingen verliep elke keer beter. De contacten via e-mail en de telefoongesprekken waren goed. Bij deze een pluim voor de mensen van de secretarie. Zij leverden goede diensten. Ook werden de schriftelijke overheidsantwoorden per brief en e-mail tijdig bezorgd.

 

Voorzitters van de partijen van de meerderheid: er was een constructief gesprek ten huize van indieners naar aanleiding van het derde participatieverzoekschrift. Dit was rele-vant en zinvol. De ontgoocheling was echter groot toen geen enkel gemeenteraadslid op de gemeenteraad de discussie aanging en iedereen klakkeloos het schepencollege volgde.

 

Voorzitters berek: de twee voorzitters hadden elk een andere aanpak. Het tweede Lappersfort-verzoekschrift was maximaal voorbereid samen met de diensten en de behandeling duurde lang, met een insteek van sommige aanwezige raadsleden. De participatie-verzoekschriften waren te minimaal voorbereid en de behandeling duurde kort. Bij het Lappersfort-verzoekschrift voelden we ons welkom op berek. Bij de participatieverzoek-schriften gingen we elke keer met een kater naar huis. Het tweede participatieberek dienden we de vergadering er ook op te wijzen dat de openbare procedure betekende dat het voorbereide antwoord door ons gehoord mocht worden. Weergave van de sfeer hoor je bij aanwezige stadsomroep http://www.stadsomroep.com/Detail.asp?NUM=31992 .

 

Geen gesprek met de kabinetschef & de communicatieambtenaar vooraf. Dit is jammer en nochtans werd daarom gevraagd. Ook al heeft het stadsbestuur van Brugge zeker al positieve contacten gelegd met burgeractiegroepen (deze dienen bestendigd en aangehouden te worden zo lang als de actiegroepen bestaan of het dossier loopt). Daar de indieners hun verzoekschrift 15 minuten mogen verdedigen, is het aangewezen dat de aanwezige gemeenteraadsleden op berek debatteren over het verzoekschrift en niet het antwoord van het schepencollege aanhoren zonder debat. Dit zou vermeden kunnen worden indien er gespreksvoorbereiders waren geweest. En indien het voorbereide antwoord echt kon ingaan op de vragen. Het moet meer zijn dan brieven sturen aan elkaar. Misschien moeten het schepencollege & de raadsleden eerst luisteren en pas dan een antwoord formuleren. Dit zou kunnen door het berek over het verzoekschrift te laten doorgaan in de maand vóór het antwoord op de gemeenteraad.

 

De indieners van de verzoekschriften waren individuele burgers & burgeressen actief in het middenveld van nieuwe en oude actiegroepen in onze stad. De secretaris van het GGF was één van de trekkers. Hij werd evenwel door andere organisaties gesteund. Het laatste verzoekschrift was breed gedragen door de Hanzestadcoalitie voor een duurzame & dierbare werelderfgoedstad, met zelfs één oud-gemeenteraadslid van Brugge, helaas recent veel te vroeg overleden.

 

Het is een verzoekschrift aan de gemeenteraad, maar in de feiten is het vooral het schepencollege van burgemeester & schepenen dat antwoordt. Staan de gemeenteraadsleden en de politieke partijen dan niet op hun eigen inbreng? Of zijn ze toch een beetje gemuilkorfd door bestuursakkoorden in geheime kamers? 

 

• De drie participatieverzoekschriften waren duidelijk en goed voorbereid door een groep mensen en een tekstschrijver.  De overheidsantwoorden waren iedere keer te veel naast de kwestie. Alsof de overheid niet kan lezen, horen en luisteren. De overheidsantwoorden waren telkens interessant, zinvol en niet irrelevant, maar boden vaak geen echt antwoord op de vragen. Ze hadden meestal een te sterk goednieuwsshow gehalte. Ook werd participatie ingewisseld voor informatie. Vaak werden de vragen niet ernstig genoeg genomen. Alsof wij verzoekschriften indienen om onze tijd te doden of dovemansgesprekken te voeren. Er is dus meer dan ooit behoefte aan een thuisinde-stadambtenaar en een duurzame blijvende rondetafel waar overheid en actiegroepen echt communiceren met elkaar. Zie ook http://www.ggf.be/partici/partstart.htm

 

• Cijfers: opvallend is dat men vaak karig is met cijfers. Dat die er vaak niet echt zijn (verdwenen bos & groen over de voorbije 30 jaar) of dat ze niet vrij gegeven worden (mobiliteit) of gedeeltelijk onjuist zijn (leegstand) en vatbaar voor interpretatie.

 

• Betrokkenheid & opvolging na het verzoekschrift is belangrijk. Contact houden.

Er is natuurlijk het verbindingsinstrument dat Bruggespraak heet. Helaas kan dit niet kort op de bal spelen en wensen bewonersgroepen een persoonlijk duurzaam contact. Een BDW (bruggedezeweek) wekelijks digitaal E-zine van de stad Brugge? Een wekelijkse participatie-bladzijde huren in het handelsblad van Brugge om ook de mensen zonder internet niet te vergeten. Een thuisindestad-ambtenaar in de secretarie huisvesten? Een dialoogambtenaar als luistervink en connecting point? Een goed-contact-medewerker aan elke schepen en burgemeester toekennen? Een publieksgezicht als uitlegger per dienst? Een eigen voorzitter voor de gemeenteraad die ook het gezicht, contact- en aanspreek-punt, spreekbuis is voor het middenveld? Moet een burgemeester vaak niet teveel tegen-strijdige belangen dienen en is ondersteuning voor taken van algemeen belang hier mis-schien relevant? Ook zou een oplijsting van inspraakmogelijkheden een soort participatie-gids, een nuttig educatie-instrument kunnen zijn. Overzicht houden op de versnippering.

 

• Concluderend dient gezegd te worden dat verzoekschriften aan de Brugse gemeenteraad kwaliteiten en kansen inhouden met reële mogelijkheden tot dialoog en inspraak . De procedures moeten echter verfijnder en de aanpak laagdrempeliger, burger-vriendelijker en duidelijker worden. De politieke partijen en raadsleden die ons vertegen-woordigen zouden best wat mondiger, wakkerder en verbondener mogen worden. Trans-parant over wat men doet met de stem van de burgers ! Democratie wortels geven.

 

• In die zin sturen we ons verzoekschrift informatief door aan de West-Vlaamse Gouverneur die waakt over deugdelijk bestuur en aan de ombudsmannen van de stad, provincie/resoc/wvi & Vlaanderen; omdat veel projecten natuurlijk transversaal zijn, dwars door alles heen. En de agentschappen en provinciale diensten dus ook betrokken zijn.

 

http://www.apache.be/2010/03/de-weg-naar-een-meer-participatieve-besluitvorming/  Tot slot willen wij hier niet de aanval inzetten maar doen we een constructieve

oproep tot bezinning van alle kanten. Er is behoefte aan een gedeelde publieke ruimte van overheid & burgers die de vriend-vijand-tegenstelling overstijgt. Waar éénmalige contacten kunnen uitgroeien tot blijvende inspiratie van en wisselwerking met elkaar. Interactie & uitwisseling in een beter Brugge. Wees niet bang van ons, maar laten we samen stad zijn : elkaar leren vertrouwen & begrijpen. Gemeentepolitiek moet toch meer zijn  dan een georganiseerd dovemansgesprek? Brugge, plus est en nous ! Want er komen andere tijden…en menselijke steden waar we samen thuis in de stad worden…

 

Luc Vanneste & mede onderschreven door Ingrid Fockedey, beiden BosGezellen in Hanzestadcoalitie voor een duurzame & dierbare werelderfgoedstad www.ggf.be http://www.regiobrugge.be/lappersfortpoets.php www.erfgoedforumbrugge.be

 

PS. Voorgeschiedenis Participatie Press releases op www.ggf.be

Burgeractiegroepen & gemeenteraad Brugge zetten verkiezingscampagne in om participatiewijzer te worden in 2013  Geef ons de ruimte : boompje van de participatie bij Dirk De Fauw Rond de tafel : overheden & burgers ! Lees hier de verdedigingsteksten bij vijfde verzoekschrift participatie Participatiewijzer voor Brugge : een spiegel voor de dialoog ? Twee getuigenissen rond participatie Persbericht '23 wakkere burgers dromen van een Brugge van dialoog & luisteren' Lees hier het vijfde verzoekschrift 'Participatie' aan de gemeenteraad van Brugge Vlaamse wetgeving verzoekschriften in Brugge Participatiewijzer Nationale Ombudsman Nederland (met dank voor de inspiratie)  Lees hier het verzoekschrift aan de gemeenteraad over actiegroepen & communicatie in Brugge Antwoord op verzoekschrift communicatieraad van de burger door de Brugse gemeenteraad Burgers actief in actiegroepen dienen participatie-verzoekschrift in bij gemeenteraad Brugge Antwoord op verzoekschrift participatie van de burgemeester & de gemeenteraad van B http://www.youtube.com/watch?v=w_mnDsgj0hE&feature=related ( de sos leefmilieu & erfgoed betoging 008 )

 

Participatie niet beperken, wel verbeteren

Diverse middenveld- en burgerorganisaties vragen aandacht voor de kwaliteit van de organisatie van inspraak en betrokkenheid. De betrokken organisaties formuleerden hun aandachtspunten (zoals de burgers sneller betrekken in het proces of ruimte bieden voor alternatieven) in een platformtekst. De landelijke context dus.  www.adviesraden.be

 

 

 

 

GROEN VZW ZORGT VOOR DE OPVANG VAN DAKLOZE VOGELS

 

Met een ludieke actie op 2 mei 2010 heeft Groen vzw naast de zondagsmarkt het kappen van een deel van het Lappersfortbos aan de kaak gesteld door de inplanting van 13 nesten op wilgenstokken in het braakliggend gekapt terrein aan Ten Briele. Op spandoeken wordt verwezen naar de opvang voor dakloze vogels. Groen vzw vraagt zich daarbij af of het kappen van dit zonevreemd bos wel nodig was.

In Vlaanderen wordt de behoefte aan nieuwe industrieterreinen geschat op 6000 ha, terwijl er niet minder dan 12000 ha industrieterrein ofwel leeg staan ofwel onvoldoende benut worden.

Groen vzw pleit er bij alle politieke partijen voor dat het zonevreemd deel gekapte bos planologisch tijdelijk zou omgezet worden in “bosuitbreidingsgebied” om het daarna als volwaardig bosgebied in zijn eer te herstellen.

Daartoe heeft Groen vzw met haar noodactie voor méér nestruimte voor vogels een eerste aanzet gegeven.

 

 

                                                                                             Voor Groen vzw,

 

                                                                                             Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

PIJNLIJKE WONDE

 

Groen vzw betreurt de ontruiming van het Lappersfortbos en de zielige vernietiging van bomen die ermee gepaard gaat.

De politionele uitdrijving van de bosbezetters is het gevolg van jarenlange politieke onwil. Nooit heeft de overheid het initiatief genomen noch voor een bestemmingswijziging van de 3,5 ha zonevreemd bos aan de kant van Ten Briele, noch voor een mogelijke grondenruil in de tientallen ha nieuw industrieterrein die in de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Brugge voorgesteld wordt.

De zogenaamde compensatie is een doekje tegen het bloeden.

In dit jaar van de biodiversiteit doet de overheid het tegenovergestelde van wat we voor de bescherming van onze zonevreemde bossen zouden mogen verwachten, alle mooie verklaringen ten spijt.

De bedreiging van zonevreemde bossen en open ruimten in Vlaanderen gaat gestadig verder. De ruimtelijke structuur- en uitvoeringsplannen die de jongste tijd voorgesteld worden zijn een alibi en oogverblinding om plaatselijk de natuur nog zieker te maken en onze schaars geworden open ruimten verder in te palmen.

Om dit ontij te doen keren is een radicaal halt nodig aan elke aantasting van bos en open ruimten. Ook industriële inbreiding moet prioritair aangepakt worden. Zonevreemde bossen komen daar zeker niet voor in aanmerking!

 

Voor Groen vzw,

 

Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

JAN BREYDELSTADION: KEUZE VAN HET GEZOND VERSTAND

 

De Vlaamse regering heeft op vrijdag 30 oktober 2009 de precieze locatie vastgelegd voor het nieuwe stadion van Club Brugge, samen met kantoor- en winkelruimte. De keuze is gevallen op het gebied Chartreuse.

Deze optie is bijzonder duur en kan bovendien leiden tot een enorme verspilling van kapitaal dat reeds in het bestaande Jan Breydel-stadion door de overheid werd geïnvesteerd. Verkoop van de bestaande stadsgrond-sportterreinen voor verkaveling en woningbouw zou neerkomen op een verkwanseling van eigen stedelijke sportinfrastructuur en een kortetermijnpolitiek ten nadele van het stedelijk patrimonium.

 

De keuze van de Vlaamse regering toont echter vooral weinig respect voor het eigen Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

 

 

De regeringsoptie (inpalming van het Chartreusegebied) is in strijd met volgende bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV):

 

1. Het concentreren van kantoren aan knooppunten van het openbaar vervoer

 

Volgens het RSV dient de inplanting van kantoren die veel mensen aantrekken te gebeuren op locaties die perfect bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en gelegen zijn aan knooppunten van openbaar vervoer (de zogenaamde A-locaties). Dit ontraadt immers het autoverkeer.

Het Chartreusegebied is geen dergelijke locatie.

Aangezien men slechts spreekt over een toekomstige ontsluiting via buslijnen en de mogelijkheid om een klein spoorwegstation te bouwen, maar er nog geen concrete plannen zijn, is het nog niet zeker dat er in het plangebied een knooppunt van openbaar vervoer zal komen te liggen (hetgeen het RSV nochtans vereist voor kantoorvoorzieningen).

 

2. Behoud en ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden

 

Het RSV stelt in de richtinggevende bepalingen (p. 372):

“Omwille van hun belang voor de stedelijke leefbaarheid moeten de stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden worden behouden en ontwikkeld.”

 

Van de richtinggevende bepalingen van het RSV kan niet afgeweken worden, tenzij onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen (artikel 19 §3 decreet van 18 mei 1999).

 

De voorziene verwijdering van natuurgebied is in ieder geval een aanleiding om de duurzame ontwikkeling van het Chartreusegebied in het gedrang te brengen.

 

De Vlaamse regering kan aldus zelfs met een uitgebreide motivatie, die evenwel niet voorhanden is, niet afwijken van de bovenvermelde bepaling van het RSV.

 

3. Gedeconcentreerde bundeling

 

Door de regeringsbeslissing wordt een sport-, winkel- en kantorenterrein voorgesteld in het groene randgebied rond Brugge, waar geen enkele stedelijke infrastructuur voorhanden is.

 

Dit regeringsconcept past niet binnen de visie van het RSV om de bestaande stedelijke infrastructuur van de stadskern optimaal te benutten.

Het RSV stelt inzake de ontwikkeling van stedelijke gebieden in haar richtinggevend deel (p. 334):

 

een gericht en doordacht verweven en bundelen van functies en activiteiten en een goed gebruik en beheer van de bestaande stedelijke voorzieningen en infrastructuur”.

 

De optie om een voetbalstadion buiten de bebouwde agglomeratie te combineren met een winkelcentrum en kantoren betekent een aftakeling van het optimaal gebruik van de stedelijke infrastructuur van de stadskern.

 

 

De regeringsoptie is tevens in strijd met het decreet op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (21/10/97)

 

De voorliggende optie grijpt op een drastische wijze in op de groene gordel rond Brugge en hypothekeert daarmee het behoud en de verdere ontwikkeling in functie van de natuur- en landschapswaarden. Daardoor worden het behoud en de ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden tegengewerkt.

 

Door het oprichten van een nieuw terrein en de bijhorende voorzieningen in de groene gordel rond Brugge, waarbij een aantal ha natuurgebied wordt verwijderd, is het Chartreusevoorstel in strijd met het Natuurbehoudsdecreet.

 

De beslissing schendt artikel 8 van het Natuurbehoudsdecreet die stelt:

 

De Vlaamse Regering neemt alle nodige maatregelen ter aanvulling van de bestaande regelgeving om over het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest de milieukwaliteit te vrijwaren die vereist is voor het behoud van de natuur en om het standstill-beginsel toe te passen zowel wat betreft de kwaliteit als de kwantiteit van de natuur”.

 

Een verdere achteruitgang van de toestand van het milieu moet door de Vlaamse Regering worden tegengegaan. Zij moet niet alleen een kwantitieve, maar ook een kwalitatieve achteruitgang van natuur- en landschapswaarden voorkomen.

 

 

Alternatief: Dit van de Vlaamse Bouwmeester = aanpassing van het Jan Breydelstadion

 

Er moet in de eerste plaats voor gezorgd worden dat de bestaande infrastructuur optimaal functioneert. Dit is momenteel niet het geval. Meer inschakelen van bewonersparkeren, gecombineerd met betere busverbindingen vanuit de randparkings zou de bestaande hinder in de woonwijken aanzienlijk verminderen. Indien aan een aantal ruimtelijke voorwaarden inzake verkeersafwikkeling voldaan wordt, kan een technisch perfect realiseerbare uitbreiding van de capaciteit van het bestaande stadion overwogen worden.

 

 

                                                                                             Voor Groen vzw,

 

                                                                                             Erik Ver Eecke, voorzitter

 

Beste sympathisanten van het Lappersfortbos,                   okt. 2009
 
Zoals jullie misschien al vernomen hebben via de pers, ziet de Vlaamse overheid
het niet zitten om een stuk grond beschikbaar te maken voor Fabricom Suez zodat
ook het laatste stukje bedreigde Lappersfort gered kan worden.
 
De veelbesproken grondenruil gaat dus niet door. De Vlaamse Overheid wil het
geld dat daarvoor nodig zou zijn liever gebruiken om andere bossen te
beschermen. Laten we hopen dat dit dan ook effectief gebeurt en het geen loos
argument is om geen geld te moeten uitgeven voor bosbehoud.
 
Het Lappersfortbos is echter nog niet gekapt. Daarvoor moeten de bezetters er
eerst uit. Een aantal bezetters heeft zich ertoe verbonden het bos te verlaten
als er tegen 18 oktober geen oplossing is, een andere deel blijft en wellicht
komen er nog heel wat bij in een laatste poging dit waardevolle stukje bos
volledig te behouden.
 
Laten we vooral de verantwoordelijkheid voor een mogelijke boskap niet enkel op
de Vlaamse Overheid afschuiven. De beslissing om het stuk in te kleuren als
industriegebied lag bij de Brugse gemeenteraad en Fabricom Suez heeft een
onhoudbare drang om er iets te bouwen. Hopelijk staan bij Fabricom Suez mensen
aan de top die beschikken over een dossis gezond verstand, langetermijnvisie en
overlevingsdrang. In deze tijd van economische en ecologische crissis is het
absurd om nog meer kantoorgebouwen te bouwen en zeker als daar bos moet voor
verdwijnen.
 
KRIMPEN OF VERZUIPEN
GROENFRONT!

 

AX  NEEN

 

BEROEP TOT NIETIGVERKLARING EN VORDERING TOT SCHORSING

 

In samenwerking met Groen vzw verzetten 11 landbouwers en eigenaars zich tegen de nakende aanleg van de AX tussen de Zeebrugse achterhaven en de N49 (baan Knokke-Antwerpen).

 

Op 7 september werd daartoe een verzoekschrift ingediend bij de Raad van State ter schorsing en vernietiging van het  GRUP Afbakening Zeehavengebied Zeebrugge.

Een van de belangrijkste elementen uit het plan is de aanleg van de AX-autosnelweg ter ontsluiting van de Zeebrugse achterhaven. Deze AX loopt dwars door de vruchtbaarste polders en schendt daarbij in grove mate de landbouwbedrijven ten zuiden en ten oosten van Westkapelle, alsook het Europees Vogelrichtlijngebied aldaar.

Als alternatief wordt een maximale aanpassing van de bestaande weg voorgesteld. Daartoe werd eerder ter hoogte van Westkapelle een viervaksbaan aangelegd. Onverantwoorde stedebouw liet daar bebouwing toe, waar de landbouwers nu het slachtoffer van dreigden te worden. Tevens moet méér goederenverkeer per trein of per schip kunnen gebeuren.

Een unieke samenwerking tussen Groen vzw en de plaatselijke landbouwers probeert nu de overheidsplannen te vernietigen via een juridische procedure voor de Raad van State. Dit kan jaren aanslepen. Gelijktijdig opteren de landbouwers voor een schorsingsprocedure, zodat er voorlopig geen sprake kan zijn van onteigeningen, noch van het starten van de werken.

Naar schatting zal de schorsingsprocedure wel zes maanden duren…

 

Intussen is er weer hoop gerezen in landbouwmiddens, temeer daar het verzoekschrift goed in elkaar steekt met een redelijke kans op slagen.

 

Ook de vzw Leefbare Polderdorpen heeft op zijn beurt de vernietigingsprocedure van het GRUP Afbakening Zeehavengebied Zeebrugge voor de Raad van State ingezet en wil daarmee beletten dat het toekomstig Rangeerstation te Zwankendamme de bewoning aldaar onleefbaar maakt.

De vzw Leefbare Polderdorpen organiseerde zelfs een persconferentie.

 

 

AANLEG AX NOG ZO ZEKER NIET                                   1 mei 2009

 

Het gebeurt wel eens dat ministriële intenties inzake openbare werken niet uitgevoerd worden zoals de N31- open tunnel ter hoogte van Sint-Andries en Sint-Michiels die in een mooie brochure door de vorige Vlaamse minister van openbare werken in mei 2004 aan de bevolking voorgesteld werd.

Ook de intenties van Minister Crevits inzake het onlangs definitief vastgelegd tracé van de AX dreigen eenzelfde lot te ondergaan.

In deze tijd van economische crisis en het Europees zoeken naar milieuvriendelijker oplossingen voor goederentransport dan deze over de autoweg is er momenteel geen geld voor de aanleg van een nieuwe autosnelweg in het kader van een publiek-private samenwerking zoals voor de AX is voorzien.

Het zogenaamd definitief tracé gaat dwars door bijzonder vruchtbare poldergrond én door Europees Vogelrichtlijngebied. Het is nog niet duidelijk hoe dit zal gecompenseerd worden.

Bovendien heeft de minister nagelaten, ondanks het aandringen van Groen vzw, de aanpassing van de bestaande wegen als volwaardig alternatief in het Plan-MER op te nemen, wat wellicht een juridisch aanvechtbare procedurefout is.

 

                                                                                                      Voor Groen vzw,

 

                                                                                                      Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

Definitief Tracé AX vastgelegd in RUP Zeehaven Brugge

Brugge, donderdag , 30/4/2009. Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) heeft aan de Vlaamse Regering de definitieve beslissing over het tracé meegedeeld voor de A11, beter bekend als de AX, tussen de N49 te Knokke-Heist en de expressweg N31 aan de Blauwe Toren. te Brugge. De minister koos voor "het tracé 5" op basis van een uitgebreide studie naar de milieueffecten. Dit tracé werd ook door de burgemeesters van Knokke-Heist, Brugge en Damme als minst slechte bestempeld.

Jaren wachten

Al jaren wordt er gesproken over de noodzaak van deze nieuwe wegverbinding, die één van de belangrijkste "missing links" is in ons wegennnet, en die werd geselecteerd om "versneld aan te pakken".

Het tracé 5 is een compromis dat inzake milieueffecten de meest aangewezen keuze is, vooral inzake geluidsreductie. De langere tunnellengte bij de kruisingen van de N376 en de N374, in combinatie met een tracé dat verder van de kern van Westkapelle ligt, dragen ook bij tot het beter scoren van het Tracé 5.

Aanbesteding nog dit jaar

Crevits gaf het Agentschap Wegen en Verkeer meteen al de opdracht te geven dit tracé verder uit te werken en de aanbesteding nog dit jaar op te starten.

Havenbestuur Zeebrugge tevreden

Het Zeebrugse Havenbestuur rageert uiteraard tevreden op de beslissing: "het is een belangrijke stap voor een verbeterde ontsluiting van de Zeebrugse haven en een betere bereikbaarheid van Noord-West-Vlaanderen. Met de aanleg van de AX wordt vooral ook een oplossing gegeven voor het verkeersknooppunt aan de Herdersbrug en dit door de bouw van een nieuwe hoge brug over het Boudewijnkanaal," zegt Havenvoorzitter Joachim Coens.

Burgemeester: "verheugd"

"Met de AX wordt er een belangrijke missing link in de Brugse regio aangepakt. Wie nu van op de expressweg (N31) aan de Blauwe Toren richting West-Kapelle-Knokke wil rijden, maakt het dagelijks mee. De verbinding is er ondermaats. De AX lost dit op. Via een nieuwe hoofdweg zal men vlot de verbinding kunnen maken tussen de N31 en de N41 te West-Kapelle. Na de recente beslissingen rond de aanpak van het kruispunt Legeweg en Koning Albert-I laan op de N31, is dit een nieuwe doorbraak voor de Brugse regio, die niet alleen belangrijk is de haven van Zeebrugge, het zorgt ook voor optimale verbinding tussen het noorden van Brugge en Oost-Vlaanderen en Antwerpen," reageert burgemeester Patrick Moenaert.

(FN-Meegedeeld-Vlareg / MBZ / Brugge)

 

 

BRUGS OMMELAND en VOETBALSTADION

 

Reactie van de natuurpuntafdelingen van het brugs ommeland (NBO) op het gesloten

akkoord rond de Charteuse en Oostkampse baan

 

GROENE GORDEL VAN BRUGGE WELDRA VERLEDEN TIJD!!

 

De afdelingen van natuurpunt brugs ommeland (NBO) zijn bijzonder teleurgesteld over het

gesloten akkoord van 3 april in de vlaamse regering betreffende Chartreuse en het project

Uplace (voetbalstadion voor Club Brugge met bijkomend winkelcentrum)

Door geheel dit open ruimtegebied tussen Loppem en Brugge aan te wijzen als zone voor

stedelijke activiteiten met parkkarakter slaagt men erin met één pennentrek de groene gordel

van Brugge in het zuiden volledig te niet te doen.

Waar men tot voor kort nog pogingen en beloftes deed om de megalomane projecten in te

perken is de vlaamse regering er al weer niet in geslaagd om enig respect te tonen voor open

ruimte. Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen wordt meer en meer uitgehold. Wat blijft er

over van de opzet “Vlaanderen open en stedelijk”??

Ook in het brugse heeft men blijkbaar het maar op een akkoord kunnen gooien door ieder

zijn zin te geven en geeft men zijn zegen voor alle mogelijke projecten zonder enig

beperking.

Want niet alleen wordt de mogelijkheid geschapen om een voetbalstadion, winkelcentrum en

grote kantoorgebouwen te realiseren. Ook allerhande sportaccommodaties, zoals een voetbal

oefencentrum wordt er ook nog bijgevoegd. En de inkt van het akkoord was nog niet droog of

VOKA kwam al met een verklaring dat langs de Vliegweg in Oostkamp industrieterreinen

onontbeerlijk zijn voor de toekomst van de regio.

Natuurpunt kan alleen maar vaststellen dat deze beslissing ieder projectontwikkelaar weer

doet dromen dat in Vlaanderen alles mogelijk is en in de zuidrand van Brugge nog veel te

realiseren is!!.Alleen de open ruimte die o zo noodzakelijk is voor de leefbaarheid van ons

stedelijk Vlaanderen is blijkbaar van geen tel

En wat met het duurbetaalde MER rapport die de zuidelijke rand als slechts keuze heeft

aangeduid?? Ook hier veegt de vlaamse regering zijn eigen studies onder de mat .

Waar deze studie alleen rekening heeft gehouden met een winkelcentrum en voetbalveld

komen er nu nog tal van projecten bij die de leefbaarheid van zuidelijke rand bijkomend

zullen bezwaren. Telt alleen de prestige van grootse projecten?? Met de gezondheid van

onze gestresseerde medemens wordt blijkbaar geen rekening gehouden.

Is het daarom dat men er vlug nog parkkarakter heeft aan toegevoegd?? Om de schijn op te

houden dat er ook nog ruimte moet zijn voor wat groen. Wellicht zullen de geplande

oefenvelden als groen schaamlapje moeten fungeren .

In een tijd waar het woord duurzaamheid iedere dag gebruikt en misbruikt wordt stelt

natuurpunt vast dat de vlaamse regering er in geslaagd is voor een project te kiezen waar

duurzaamheid van geen tel is.

Natuurpunt kijkt daarom nu reeds uit naar de officiële besluiten en belooft het nodige

weerwerk tijdens de openbare onderzoeken en andere democratische processen.

Natuurpunt Brugs ommeland

 

Contactadres: P. De Graeve Karel Custisstr. 4 8200 Brugge Tel. 050/390477

 

 

 

 

Groen vzw                                                                                        november 2008

Groene Gordel Front in Brugge en Ommeland

 

SOS LEEFMILIEU BETOGING

 

zondag 7 december 2008 • 14u • op 't Zand

 

 

Onder de duurzame paraplu SOS Leefmilieu willen we op de waarden leefbaarheid, erfgoed en inspraak focussen van de volgende dossiers & hun verdedigers.

Bovenaan leest U een korte dossierinhoud van onze actiegroep.

Daaronder zie je de info over de andere dossiers & actiegroepen.

Helemaal onderaan vindt U de algemene tekst kaderend in het algemeen belang. 

Wees welkom op 7.12 op het Brugse Zand om 14u. voor de starttoespraak.

Na de optocht zijn er slottoespraken.

 

Groen vzw & Groene Gordel Front (Chartreuse-gebied & groene gordel van Loppem, Oostkamp en Sint-Michiels)

 

De groene gordel is een begrip met geschiedenis. In 1964 introduceerde de groep ' Mens & Ruimte ' het begrip ' Groene Gordel ' in het eerste provinciaal structuurplan van de provincie Vlaams-Brabant. Het begrip " Groene Gordel " ( Green Belt ) kwam uit Engeland en werd in de Vlaamse rand consequent toegepast waar het nog mogelijk was. Dankzij dit beleid werd de suburbanisatie aan banden gelegd en wordt Brussel vandaag nog steeds omringd door een groene gordel van prachtige bossen, parken, tuinen, kasteeldomeinen, open kouters en landelijke dorpjes. Zie www.groenegordel.be Het is ook een internationaal begrip zie www.greenbeltmovement.org

 

In Brugge is de groene gordel vooral gekend van de strijd voor het behoud van de open ruimte in het Chartreusegebied. Zie http://users.pandora.be/a150254 en www.ggf.be .

Het is een waterbuffer, archeologische en cultuurhistorische site, randstedelijk landbouwgebied in een open-ruimtenatuurverbindingsgebied, landschappelijk waardevol verwevingsgebied en een plek waar je nog vrijuit kan ademen. Recent (zie www.wittepion.be) kwam de zuidelijke groene gordel ook naar voor als de ganse open ruimte tussen Loppem, Oostkamp en Sint-Michiels die we als strategische voorrraad natuur en buitengebied bij de afbakening van het regionaalstedelijk gebied voor de volgende generaties moeten bewaren. We willen er dus geen winkelcentra, noch hoofdkwartierenbedrijvenzones en voetbalstadia. Meer info krijg je bij Erik Ver Eecke op 050/311562 of bij Luc Vanneste op 050/390957

 

1. Actiecomité Klein Appelmoes & Gemene Weidebeek (klein appelmoes woongebied)

 

Tussen de Engelendalelaan, Vossensteert, Vooruitgangstraat, Astridlaan ligt in Assebroek een groene enclave van de Gemene Weidebeek en het Paalbos. Het is een overstromingsgevoelig gebied en sinds enkele jaren een erg gewaardeerd natuurbelevingsgebied.

 

Verrassend weinig mensen wisten dat het stadsbestuur sinds 2004 concrete verkavelings- en bouwplannen had voor dit gebied. Tien jaar leefde ieder, recreant en omwonende onwetend in de veronderstelling dat het gebied in het beleid als één groot natuurgebied opgetekend was. Recent werden we allen echter ruw wakker geschud. Toekomstdromen van de stad van één groot gebied van 50 ha zijn in plannen bijgestuurd en 10 ha natuur moet alvast wijken voor de "vooruitgang".

 

De actiegroep Klein Appelmoes pleit dat het Gemene Weidebeekgebied één stuk authentiek landschap is dat voor de toekomst in één geheel bewaard moet blijven. Niemand van de omwonenden is vragende partij voor opsplitsing. Argumentatie vóór een woonzone met een plan van woonuitbreidingsgebeid uit de jaren 70 is “passé”. We zijn 40 jaar verder, niemand leeft nog als toen, kijk op landschap en milieu is ingrijpend gewijzigd.

 

www.actiegemeneweidebeek.tk   

actiecomitekleinappelmoes@hotmail.com

 

2. Bewonersgroep parkje Fort Lapin (weghakken bomen aan ring)

 

Op maandag 3/10 is men in opdracht van het Vlaams Gewest gestart met het “onderhoud” van het parkje langs de Ring aan het Fort Lapin. 48 uren later was er geen groen meer te bespeuren, alle bomen (40-tal), hakhout en struiken zijn tot op de grond afgezaagd.

 

Als buren van het parkje betreuren wij de werkwijze van het Vlaamse Gewest ten zeerste. Het mooie groenscherm dat over decennia gegroeid was en ons beschermde tegen fijn stof, geluids- en lichtoverlast en ook visueel afschermde van Ring en gistfabriek is volledig verdwenen.

 

Hoewel wij reeds jaren geleden in een petitie onze argumenten aan het Gewest hadden doorgegeven en de verzekering hadden gekregen dat daar ten allen tijde rekening ging mee gehouden worden, worden wij nu toch geconfronteerd met een kaalslag.

 

Wij stellen ons dan ook als doel om voor de toekomst een duurzame oplossing te bepleiten voor het parkje, waarbij rekening wordt gehouden met milieu, buurt en natuur. Contact:  fortlapin@gmail.com

 

3. Bewonersgroep Paardenfokkerij Margareta Van Vlaanderenstraat (De doolhof, gebied waar de Maleleie ontspringt, waardevol agrarisch gebied in de overstromingszone)

 

Enkele mensen aan wie wij gevraagd hebben om mee te lopen in de betoging van 7/12 , maken er ons attent op dat de Stad Brugge bij de eerste milieu-en stedenbouwkundige aanvraag van 2006, zich verzet heeft tegen de paardenfokkerij en ook in beroep gegaan is tegen de vergunning afgeleverd door de Bestendige Deputatie van West - Vlaanderen. DAT IS VOLLEDIG JUIST ! Het resultaat hiervan was dat Minister Dirk Van Mechelen de bouwvergunning vernietigd heeft !

 

Wij zijn dus niet akkoord met de dagjespolitiek die door de leden van de bestendige deputatie gevoerd werd ! De milieu- en stedenbouwkundige vergunning werden immers enkele dagen voor de verkiezingen van 8/10/2006 afgeleverd ! Een milieu- en stedenbouwkundige vergunning afleveren was het resultaat van ELECTORALE BELOFTES, nog min nog meer. 

 

Wij verzetten ons tegen de plannen om in NATUURVERWEVINGSGEBIED

 - OVERSTROMINGSGEBIED EN WAARDEVOL AGRARISCH GEBIED MET HOOG ECOLOGISCH BELANG een paardenfokkerij in te planten. Feit is dat de Stad Brugge op 10/10/08 (bij de tweede poging om dit project te realiseren met dus nieuwe aanvragen) wél een milieuvergunning afgeleverd heeft ! Het is nu afwachten of de Stad Brugge een bouwvergunning aflevert. Indien de BOUWVERGUNNING GEWEIGERD WORDT, VERVALT AUTOMATISCH DE MILIEUVERGUNNING !

 

WIJ TEKENEN VOOR HET VOLGENDE;  

 

-  nieuwe constructies in deze RELIKTZONE zijn verboden  (cfr beslissing CBS 16/5/2007) , BESTENDIGE DEPUTATIE : " OVERSTIJG UW ELECTORALE BELOFTES EN NEEM UW VERANTWOORDELIJKHEID OP "  ,

 

- het ecologisch evenwicht van dit UITZONDERLIJK gebied waar de MALELEIE ontstaat mag NIET VERDER AANGETAST WORDEN,

 

- een bouwvergunning afleveren in NATUURVERWEVINGSGEBIED én  OVERSTROMINGSZONE  met hoog ecologisch belang, is een bewijs van onbekwaamheid , GEEN VISIE hebben en dagpolitiek voeren,

 

-  het ecologisch herinrichten van de overstromingszone van de Maleleie moet prioriteit krijgen, ( zie het goedgekeurde deelbekkenbeheerplan voor het deelbekken 02 - 03 Damse Polder - Sint - Trudoledeken )

 

- een bouwvallige woning met illegaal gebouwd schuurtje tot een voormalig BEDRIJF verheffen om door de mazen van het net te glippen is één van de GROVE LEUGENS waarvan dit dossier doorspekt is , 

 

- een manége opstarten onder het mom van een paardenfokkerij is een vaak toegepast trukje,  manége- of randactiviteiten zijn NIET uit te sluiten op grond van de Vlaremrubriek 32.4. die al die activiteiten overlapt,

 

4. Bosdichters Lappersfort Poets Society (de stem van de stemlozen: zorg voor dagelijkse landschap: bomen, bos, natuur, aarde, water, licht, lucht & Poëziebos)

 

De Lappersfort Poets Society is een kring van dichters en dichteressen die de bezorgdheid voor de aarde in poëzie heeft gegoten. Net zoals in de film Dead Poets Society van Peter Weir ervaren wij de natuur en de bossen als een onmisbare bron van leven. De stem van de bosdichters fluistert zich een weg naar het oor van de wereld. Ook wanneer stormen van protest zijn gaan liggen en iedereen zwijgt, blijven wij koppig fluisteren en formuleren. We richten standbeelden op voor gesneuvelde eiken, beuken en populieren, we schilderen miniatuurtjes voor uitgestorven vogels en vertrappelde paddenstoelen. We hamsteren metaforen, we bouwen machtige taalconstructies om het Lappersfortbos met het regenwoud te verbinden. We geven zuurstof aan het leven en houden dromen levendig. We geven eten en drinken aan idealen. Onze thuisplek is bij de muzes van het Lappersfort Poëziebos. De gedichtenwandelroute langs het Hugo Clauspad in het Lappersfortbos staat onder onze hoge bescherming. Het is een rust- en stilteplek die we koesteren. Iedereen kan er zijn batterijen opladen, om morgen weer onvermoeibaar verder te strijden voor een wereld van duurzaamheid en dierbaarheid.

 

EEN RERUM NOVARUM VOOR DE BOSSEN

Er moet een nieuwe wind waaien in het bosbeleid. Een nieuwe frisse geest. Om te beginnen moet men de bijlen opbergen. In een symboolbos als het Lappersfortbos is kappen geen goed bestuur, maar arrogante machtspolitiek.

 

Als bosdichters vragen wij dat in een erfgoedstad als Brugge minder slordig zou worden omgesprongen met de nog resterende bomen en natuur. Het beleid mag niet dweilen met de kraan open. Laat ons bomen planten en bestaande bossen en bomen behouden. Bomen zijn zuurstof voor het leven. Ze kleuren ons landschap en onze dag.

Vaak worden ze om de meest onnozele redenen weggehakt en dan rest vaak enkel nog beton en asfalt. De stad en zijn deelgemeentes worden fletser en grijzer. We roepen het stadsbestuur op om alle stukjes groen en bomen in de straten van heel groot Brugge in kaart te brengen en wat rest te bewaren. Er moet dringend een herbebomingsplan opgemaakt worden. In overleg met de bewoners, met de keuze voor het beste groen en met een onderhoudsgarantie (werkgelegenheid!). Bomen zijn zuurstof voor het leven. Ze geven ademruimte aan de ziel (geestelijke gezondheid & welzijn). We pleiten ook voor het behoud van dreven en groenelementen. Al te vlug wordt de bijl erin gezet en moeten de omwonenden opkomen voor het behoud van dit groen. Verder moet nog meer aandacht gaan naar het behoud van de groene stapstenen als parken, kasteeldomeinen, kloostertuinen, boomgaarden,… .

 

Onze gedichten lees je op http://www.regiobrugge.be/lappersfortpoets.php en op www.ggf.be (acties & poëzie) en meer info krijg je op 0486/737220 bij Peter Theunynck of bij Luc Vanneste op 050/390957

 

5. Groen vzw & Groene Gordel Front (Chartreuse-gebied & groene gordel van Loppem, Oostkamp en Sint-Michiels)

 

De groene gordel is een begrip met geschiedenis. In 1964 introduceerde de groep ' Mens & Ruimte ' het begrip ' Groene Gordel ' in het eerste provinciaal structuurplan van de provincie Vlaams-Brabant. Het begrip " Groene Gordel " ( Green Belt ) kwam uit Engeland en werd in de Vlaamse rand consequent toegepast waar het nog mogelijk was. Dankzij dit beleid werd de suburbanisatie aan banden gelegd en wordt Brussel vandaag nog steeds omringd door een groene gordel van prachtige bossen, parken, tuinen, kasteeldomeinen, open kouters en landelijke dorpjes. Zie www.groenegordel.be Het is ook een internationaal begrip zie www.greenbeltmovement.org

 

In Brugge is de groene gordel vooral gekend van de strijd voor het behoud van de open ruimte in het Chartreusegebied. Zie http://users.pandora.be/a150254 en www.ggf.be .

Het is een waterbuffer, archeologische en cultuurhistorische site, randstedelijk landbouwgebied in een open-ruimtenatuurverbindingsgebied, landschappelijk waardevol verwevingsgebied en een plek waar je nog vrijuit kan ademen. Recent (zie www.wittepion.be) kwam de zuidelijke groene gordel ook naar voor als de ganse open ruimte tussen Loppem, Oostkamp en Sint-Michiels die we als strategische voorrraad natuur en buitengebied bij de afbakening van het regionaalstedelijk gebied voor de volgende generaties moeten bewaren. We willen er dus geen winkelcentra, noch hoofdkwartierenbedrijvenzones en voetbalstadia. Meer info krijg je bij Erik Ver Eecke op 050/311562 of bij Luc Vanneste op 050/390957

 

6. GroenFront! & Uitgezonderd - Lappersforters (gesneuvelde bomen ontsluitingsweg 2-vaksbaan en bedreigde bomen van Lappersfortbos BPA Ten Briele & Schipdonkkanaal Damme tot Zomergem)

 

Wij komen als GroenFront! op voor de bedreigde bomen. Langs de Vaartdijkstraat zijn ze al gekapt voor een 2-vaksbaan. In het BPA Ten Briele, beter bekend als het industrieterrein dat in werkelijkheid het Lappersforbos is. In 2002 bezet door het Lappersfront en in 2008 door GroenFront! De geschiedenis herhaalt zich.

 

De bedreigde bomen in de moeder der zonevreemde bossen staan symbool voor één vierde van de vlaamse bossen die zonevreemd zijn. Waarvan 10.000 ha onmiddellijk bedreigd. Wij komen ook op voor de bescherming van alle bedreigde bomen langs het Schipdonkkanaal. Die verbreding is waanzin ten koste van een erfgoedlandschap tussen Damme en Zomergem. Laat ons een bos en wat gras dat nog groen is, de wereld die moet nog een eeuwigheid mee. U kan meer info over ons vinden op www.groenfront.be en een protestbrief aan Fabricom en de burgervader van Brugge kan U versturen via www.navanadi.com Op http://ggf.regiobrugge.be en www.uitgezonderd.tk vindt U veel archiefmateriaal. De site voor als ze kappen is www.lappersfort.tk

 

De onnodige 2-vaksbaan en industrie in het Lappersfortbos.

Sedert 2 september is men bezig met de aanleg van een weg in het Lappersfortbos. Er waren 250 agenten nodig om te voorkomen dat milieubewuste burgers de bomen zouden proberen te beschermen. Men zet ordediensten in om natuur te kunnen vernietigen!!!  Toch zaten op 3 september zes actievoerders van GroenFront! in de bomen. Er werd geweld gebruikt om de actievoerders uit de bomen te krijgen. Stel je voor, men slaat op mensen om bomen te kunnen kappen!

 

Sedert 20 september bezetten we opnieuw een deel van het Lappersfortbos, eigendom van Fabricom GTI/ Gdf Suez. Hiermee willen we voorkomen dat het gekapt wordt voor de bouw van loodsen, kantoorgebouwen en een parking. Een zestal jaren terug werd dit deel al bezet toen er sprake was van een busstelplaats van de Lijn. De busstelplaats komt nu vlakbij het station op de gronden van Bombardier, maar Fabricom wil per-see het zonevreemde deel van het bos ten gelde maken. In Brugge liggen een 30% van de bedrijfstereinen er ongebruikt bij en meer dan 60 bedrijfsgebouwen staan leeg. Fabricom heeft dan ook nog geen promotor of koper voor dit overbodige bouwproject.

De context van de verbreding van het Schipdonkkanaal: krimpen of verzuipen

 

De huidige crisis toont hoe kwetsbaar een wereldwijd economisch en financieel systeem wel is. Onze economie is gebaseerd op goedkope energie en olie, die stilaan opraken. Het financieel systeem werkt alleen als er iedere dag meer geproduceerd en geconsumeerd wordt en we vervuilen de planeet aan een razend tempo. GroenFront! vind dat het tijd is om op een andere manier met ons leefmilieu om te gaan. Geen compromissen over de leefbaarheid van de aarde! We zijn dan ook tegen de plannen van enkele Vlaamse ministers, gouverneurs, burgemeesters, bedrijfsleiders, banken, ... om Vlaanderen om te vormen tot de logistieke draaischijf van Europa en de wereld. Krimpen of Verzuipen is de boodschap ... want wat wil je antwoorden als je kleinkinderen je vragen wat je gedaan hebt om de wereld te redden van een milieucrisis? Dat je voor groenstroom gekozen had? Doe mee(r), handel zelf! (in het stemhokje, de bio-markt, op de oprit tussen fiets en auto, tijdens de kerstaankopen, ...)

Sites www.lappersfort.tk - www.groenfront.be

contacttelefoonnr. Shane ( huidige bosbezetters GroenFront! ) 0473/968261 Joke ( bosbezetters 2001 - 2002 Lappersfront ) 0495/499047

 

7. KasseiKomitéKristusKoning (respect voor inspraak en behoud van de kasseien op Kristus Koning)

 

Ondanks het luide protest van 87% van de bewoners van Kristus-Koning werden de plannen om in 8 kasseistraten op Kristus-Koning de kasseibestrating te vervangen door asfalt toch goedgekeurd.  Om deze aantasting van de buurt en haar historische erfgoedwaarde tegen te gaan, verzamelden de bewoners van de kasseistraten zich in het KasseiKomitéKristusKoning, dat KEIhard actie voert voor het hergebruik van de bestaande kasseien en het behoud van het huidig straatprofiel !

 

Gezien er geen kans geboden werd om een ERNSTIG debat te voeren met de politiek-verantwoordelijken hierover;

 

Gezien er niets gedaan werd met de uitdrukkelijke wil van 87% van de straatbewoners (en belastingsbetalers) om de kasseien in Kristus-Koning te behouden;

 

Gezien de Burgemeester en de Schepen van Openbare Werken hun antwoord pas na 5 maanden gaven op de door het actiecomité geformuleerde bezwaren en voorstellen; en intussen reeds hun beslissingen éénzijdig en in een spoedtempo doorvoerden;

 

Gezien de politieke wil er niet was om een eerlijk referendum te houden over de herinrichting van de buurt en een neutraal bureau aan te stellen om de kostprijs te herzien;

 

Gezien alles al vooraf beslist was, geen enkele inspraak geduld werd en het standpunt van de bewoners door de schepen van openbare werken afgeblaft werd als nostalgisch, onredelijk en onbespreekbaar;

 

Neemt het KasseiKomité deel aan de SOS-leefmilieu betoging om verenigd met tal van andere Brugse actiegroepen hun ongenoegen bekend te maken. Wij willen dan ook de ondemocratische aanpak door het Brugse Stadsbestuur hekelen en meestrijden voor eerlijke inspraak !

 

Website:  http://kasseiblogspot.com 

Contact : Geert D’haene, 050/ 31 85 27  of geert.dhaene@telenet.be Frank Demeester, 050/ 31 21 50 of katrienfrank@fulladsl.be

 

8. MOHneen! (actiegroep van het gebuurte "de brugse meersen" voor behoud van het erfgoed op de site Oud Sint-Jan en van de leefbaarheid en veiligheid van het gebuurte)

 

De aktie MOHneen!

 

De nv MOH plant een onherroepelijke verknoeiïng van de site Oud Sint-Jan in Brugge. MOH staat voor "Museum of History" . Deze taalvreemde benaming is misleidend, want het is geen museum. Het is een gebouw voor de ontvangst van toeristen met drie filmzalen op de eerste verdieping, voor het vertonen van een 10 minuten durende film over Brugge en een (commerciële?) ruimte van 1500 m² op het gelijkvloers. Helemaal niet in de benaming is de geplande 6 verdiepingen ondergrondse parking van 500 wagens en dit in een moerassig gebied: de Brugse meersen (Oost- en Westmeers en omgeving).

 

De parking wordt een rotatieparking met meer dan 2 autobewegingen per minuut bijkomend verkeer in de meersen, ongehoord in tegenspraak met het autoluw en het veilig maken van de binnenstad en ongeschikt voor de straten en woningen van de Meersen. De Brugse binnenstad scoort goed voor fijn stof op jaarbasis maar niet op dagbasis: meer auto's in de Meersen is meer fijn stof . Een put van zes verdiepingen onder de grond veroorzaakt een stabiliteitsprobleem voor de zwakgefunderde huizen in de Meersen. De stad bevestigt dit gevaar, maar wil niet instaan voor de eventuele schade.

 

Het MOH gebouw is te grootschalig en vernietigt de historische authenticiteit van de site . Het is voor de hand liggend dat de commercialisatie en banalisering van de site zal toenemen. Het is immers de weg die het Kunstcentrum in de 19de eeuwse gebouwen ( nu SEC @ Bruges) is ingeslaan, tegen de voorwaarden van het oorspronkelijk erfpachtcontract in.

We stellen voor dat het MOH zich bijv. vestigt op het Kanaaleiland , waar nu al een parking en trefpunt is voor de toeristen en waar een aansluiting is met de ontwikkeling van de stationssite.

 

SEC @ Bruges plant de ganse site van Sint-Jan in te palmen, inclusief op termijn de gebouwen van de stedenbouwkundige dienst en de verpleegsterschool. Er is daarvoor en werkggroep opgericht. Niettegenstaande beloftes werd het gebuurte tot nog toe niet uitgenodigd om aan die werkgroep deel te nemen. Nochtans is het gebuurte betrokken partij, zeker als het gerucht gaat dat er nog een grotere parking  en mogelijk storende activiteiten voorzien zouden  worden.

 

Inspraak is dat onze bezwaren op tijd kunnen wegen op de besluitvorming van een project dat ons beinvloedt voor het te laat is.

 

Het gebuurte heeft geen duidelijke informatie gekregen, laat staan inspraak. Volgens welke criteria weegt men de verschillende plannen af?  Er bestaat ook geen goedgekeurde globale visie (master plan) voor de site Oud Sint-Jan. Deze visie moet ook getoetst worden door de Vlaamse Bouwmeester  en moet voldoen aan de criteria voor het beschermen van het UNESCO erfgoed. Het gebuurte verwacht, zoals beloofd door de burgemeester, inspraak in het vastleggen van deze globale visie en de verschillende plannen in verband met de site Oud Sint-Jan.

 

9. Verontwaardigde bomenvrienden Nijverheidsstraat – Altebijstraat (stop de aanslag op ons groen langs ring & illegale kap)

 

http://www.stadsomroep.com/Detail.asp?NUM=26051 (politiek getouwtrek terwijl illegale kap doorgaat) http://nieuwsblad.typepad.com/brugge/2008/11/stad-schrijft-b.html  (stad en GGF schrijven brief over illegale kap)

 

Midden november kwam bij het mooie mini-bosje nabij de nieuwe Colruyt in de Nijver-heidsstraat ( tussen Gentpoort en Kruispoort ) een onderhoudsfirma aan. Zelf woon ik hier in de buurt en heb al altijd weet van het bestaan van dit unieke stukje natuur. Dat niet alleen als nestplaats voor taltrijke vogels fungeert, maar tevens de long- en luchtfilter voor CO2 en fijn stof is. Hiernaast geproduceerd door de talrijke wagens op de drukke ring. Een bosje als buffer dus tegen de drukke ringlaan en de talrijke woonhuizen hier.

 

Tot onze grote verbijstering zagen wij –vooraleer we goed beseften wat er gebeurde – dat deze onderhoudsfirma systematisch vrijwel ALLE prachtige bomen alhier gewoon begon te vellen en te vernietigen. Vele bomen staan hier reeds tientallen jaren en plots in één dag tijd wordt gans dit bosje gewoon vernietigd. Welk één rechtschapen mens haalt het nu in zijn hoofd om tot dergelijke vernietiging en aanslag op de natuur over te gaan, vraag je je dan af? En dit in een tijd waarin de luchtkwaliteit – door ondermeer een gebrek aan voldoende bossen om onze lucht te voorzien van de nodige zuurstof – in rasse schreden achteruit gaat?

 

Toen ik mij informeerde, wist men mij te vertellen dat dit alles enkel een “opkuisbeurt” betreft in opdracht van het Vlaamse Gewest…Daarna nam ik bijgevolg contact op met iemand van de groendienst van Brugge die mij dit bevestigde. Waarop betrokkene na de situatie ter plaatse te zijn gaan gadeslaan tot zijn consternatie tot de vaststelling kwam dat het hier niet over een opkuisactie ging; maar dat er wel degelijk talrijke bomen illegaal geveld worden waarvoor de groendienst of de stad Brugge geen kapvergunning heeft gegeven. Terwijl die wel nodig was. Kan dit dan zomaar ? Als buurtbewoner ben ik, en dit samen met vele mensen, erg onthutst door deze toestanden. Daarnaast zou zich - enkele weken geleden – in een buurtparkje nabij Fort Lapin aan de ringlaan iets gelijkaardigs hebben voorgedaan; en wel door dezelfde vernietigingsfirma van het Vlaamse Gewest. Ook daar zouden vele dikstammige bomen zonder enige vergunning zijn vernietigd. Kan deze vernietiging aub. stoppen of laten we ze ook passeren aan het Graaf Visart-park en het Stil Ende…? Laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is!! Is dit het topje van de ijsberg van het Vlaamse bomenbeleid? Meer info bij Alain op 0486/533650

 

10. Vzw Leefbare Polderdorpen (voor de bescherming van de leefbaarheid van onze polderdorpen Zeebrugge; Zwankendamme; Lissewege en Dudzele & de haven-problematiek)

 

Wij zijn vzw Leefbare Polderdorpen. Wij komen op voor de bescherming van de leefbaarheid van onze polderdorpen Zeebrugge; Zwankendamme; Lissewege en Dudzele.

Dit naar aanleiding van de ontsluiting van de haven van Zeebrugge.

 

Wij voeren actie rond het MER dossier: Locatiealternatief vormingsstation Zeebrugge vorming.

Wij voeren actie rond het MER dossier: Bocht Ter Doest.

Wij voeren actie rond het dossier: SHIP MER open getijzone en achterhaven

 

Wij lichten op de eerste plaats de mensen in waarmee zij in de toekomst zullen te maken hebben. In de tweede plaats helpen wij de verzuchtingen te vertalen naar politieke taal.

Wij proberen het beleid te beïnvloeden zodat men luistert naar de getroffen bewoners en er rekening mee houdt.

 

Wij proberen de gebreken in de dossiers aan de kaak te stellen

Maar vooral te vermijden dat alles wordt uitgevoerd zoals de heren in Brussel dit wensen.

 

Website : www.leefbarepolderdorpen.be

Contact : Johan Mistiaen: 0479/893623 Rudi Huyghebaert: 050/550426

 

SOS LEEFMILIEU BETOGING 

zondag 7 december 2008 • 14u • op 't Zand

ALGEMEEN MOTTO

 

Op zondag 7 december – de dag na Sinterklaas en de internationale klimaatactiedag –

komen diverse actiegroepen uit de Brugse regio op straat. Met deze optocht willen we ons ongenoegen uiten over het beleid van diverse overheden. Vaak ontbreekt het hen aan echte luisterbereidheid. Een toenemend aantal actiegroepen komt op voor de leefbaarheid van de buurt, stad of omgeving. Ze worden niet ernstig genomen. Dat kan zo niet langer. Onze spontane verenigingen zijn geen samenraapsel van gefrustreerde onverdraagzame mensen, maar wakkere burgers en burgeressen die hun schaarse vrije tijd opofferen om schendingen van ons leefmilieu en historisch erfgoed of de dreigende aantasting van onze leefbaarheid aan te kaarten.

 

Wij eisen echte inspraak in het beleid van onze wijken, dorpen, gemeenten en steden en geen hoorzittingen die de overheden voor de vorm organiseren. Wij laten ons niet met een kluitje in het riet sturen!  Als de overheden hun verantwoordelijkheid niet opnemen, zien wij ons, als wakkere burgers, genoodzaakt om zelf actie te ondernemen en SOS signalen uit te zenden. Wij eisen de integrale bescherming van alle bedreigde stukken groen, ook al zijn ze nu nog niet als dusdanig ingekleurd op de ruimtelijke kaarten. Gezien de wild-groei van beton in Vlaanderen kunnen we het ons niet meer veroorloven om ons schaarse zonevreemde groen te laten vernietigen. Wij komen op straat om zorgzaamheid hoog op de politieke agenda te zetten. Er is behoefte aan politici die een verstandig beleid durven voeren met respect voor ons leefmilieu en erfgoed en dit in samenspraak met de burgers. Meer en meer groeit het besef dat betonpolitiek ziek maakt en dat een gezond  en aan-genaam duurzaam leefmilieu een mensenrecht is. Het verdrag van Aarhus - sinds 21.

04.03 in werking in België - is onze bron van rechten inzake leefmilieu (www.aarhus.be).

 

Wij zijn ervan overtuigd dat een gezamenlijke actie veel verkozenen des volks kan wakker schudden uit hun politieke winterslaap. Het klimaat warmt op. Het is tijd voor een duur-zaam beleid. We vragen, wijlen Louis Neefs indachtig: laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is, onze leefbare buurt in dorpen en steden op onze aarde moet nog een eeuwigheid mee. Bij de komende afbakening van het regionaalstedelijk gebied is het enorm belangrijk het microniveau niet te vergeten. Planners en politici dienen goed te beseffen dat mensen, dieren, planten, beken,… er hun ruimte moeten krijgen. Ze verdienen een respectvolle waardering en zorgzame benadering.

 

Onder de duurzame paraplu SOS Leefmilieu willen we op de leefbaarheid  focussen van de volgende dossiers & hun verdedigers.    

 

 

Actiecomité Klein Appelmoes & Gemene Weidebeek (klein appelmoes woongebied) Be-

wonersgroep parkje Fort Lapin (weghakken bomen aan ring) Bewonersgroep Paardenfok-kerij Margareta Van Vlaanderenstraat (De doolhof, gebied waar de Maleleie ontspringt, waardevol agrarisch gebied in de overstromingszone) Bosdichters Lappersfort Poets Society (de stem van de stemlozen: zorg voor dagelijkse landschap: bomen, bos, natuur, aarde, water, licht, lucht & Poëziebos) Groen vzw & Groene Gordel Front (Chartreuse-gebied & groene gordel van Loppem, Oostkamp en Sint-Michiels) GroenFront! & Uitge-zonderd - Lappersforters (gesneuvelde bomen ontsluitingsweg 2-vaksbaan en bedreigde bomen van Lappersfortbos BPA Ten Briele & Schipdonkkanaal Damme tot Zomergem) KasseiKomitéKristusKoning (respect voor inspraak en behoud van de kasseien op Kristus Koning) MOHneen! (actiegroep van het gebuurte "de brugse meersen" voor behoud van het erfgoed op de site Oud Sint-Jan en van de leefbaarheid en veiligheid van het gebuur-te) Verontwaardigde bomenvrienden Nijverheidsstraat – Altebijstraat (stop de aanslag op ons groen langs ring & illegale kap) Vzw Leefbare Polderdorpen (voor de bescherming van de leefbaarheid van onze polderdorpen Zeebrugge; Zwankendamme; Lissewege en Dudzele & de haven-problematiek) & vele van hun sympatisanten uit Brugge & Ommeland.

 

( noot: de lijst van actiegroepen is niet limitatief en wordt aangevuld tot zes december )

 

(We hebben nog niet alle actiegroepen kunnen vinden/bereiken of overtuigen. Dossiers uit de regio Brugge kunnen toegevoegd worden bij onderschrijving van algemeen motto hierboven. Bezorg ze ons voor Sinterklaas 2008 op e-adres hanzestadcoalitie@skynet.be (050/390957) Bij dit tijdelijk verenigen om te manifesteren met enerzijds een algemene consensusboodschap behoudt elke actiegroep anderzijds zijn eigen bezwaren en accenten, zonder daarvoor de concrete acties of standpunten van de andere actiegroepen te onderschrijven)

 

 

Het algemeen motto van de SOS leefmilieu betoging heeft de sympathie van Men-sen uit Basisgroepen, Natuurpunt Brugge, VBV Vereniging voor Bos in Vlaanderen en Bond Beter Leefmilieu Bezorg ons andere sympatiebetuigingen voor Sinterklaas 2008 op e-adres hanzestadcoalitie@skynet.be

 

 

Namens het Groene Gordelfront (GGF) en Groen vzw,

 

Groene gordel groet, Peter Theunynck, voorzitter Groene Gordel Front in Brugge en Ommeland (GGF)   0486/737220  & Luc Vanneste, 050/390957, secretaris GGF, www.ggf.be

 

Erik Ver Eecke, 050/311562, voorzitter Groen vzw

http://users.pandora.be/a150254

 

 

 

 

 

Lappersfortbos weer bezet

 

Algemeen

 

Tijdens de nacht van vrijdag op zaterdag 20 september 2008 hebben tientallen milieuactivisten het door kap bedreigde deel van het Lappersfort opnieuw bezet.

 

De eigenaar van het bos, Fabricom, heeft sinds 2 september 2008 een kapvergunning op zak. De actievoerders die zich verzamelen onder de netwerknaam Groenfront! protesteren met deze actie niet alleen tegen de kap van het Lappersfort Bos, maar beschouwen dit bos als een symbooldossier voor de 10.000 andere hectare zonevreemde en onmiddellijk bedreigde bossen in Vlaanderen. Bovendien willen zij met deze actie het schijnheilige, politieke gedrag van Stad Brugge en de Vlaamse overheid hekelen. Ze vinden het absurd dat ook de laatste en weinige restjes bos in Vlaanderen plaats moeten ruimen voor industriezone terwijl er in Vlaanderen meer dan 30 % leegstand op afgebakende industrietereinen is en terwijl alleen in Brugge al 60 bedrijfsgebouwen leeg staan. Verder willen de activisten het hele dossier kaderen in de globale sociaal-ecologische crisis waar ook Fabricom medeplichtig aan is.

 

Zonevreemd, doch ecologisch waardevol bos

 

De kapvergunning laat Fabricom toe om na een sperperiode van 25 dagen (die ingaat vanaf 2 september) 3,5 bos een kopje kleiner te maken. Aangezien dit deel van het Lappersfort ingekleurd is als industrieterrein past het huidige gebruik van de grond (casu quo bos) niet in het plaatje van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Door de discrepantie tussen de reële ecologische waarde van gebieden en de bestemming die ambtenaren er vanuit hun bureau aan gegeven hebben, zijn meer dan 40.000 ha van onze Vlaamse bossen zonevreemd. Dat is meer dan één vierde van ons bosareaal. 10.000 hectare of bijna 4 miljoen bomen hiervan zijn onmiddellijk bedreigd.

De ecologische waarde van het te kappen Lappersfort bos valt nauwelijks te onderschatten. De natuur heeft de site waar vroeger gebouwen stonden totaal overwoekerd. Het te kappen gebied fungeert als een belangrijke bufferzone tussen het parkbos en de bestaande industrie van Bombardier. Bovendien zal de ecologische waarde van het aangrenzende parkbos door de aanleg van nieuw industrieterrein sterk in waarde dalen.

 

Brugge en schijnheiligheid

 

Op woensdag 3 september 2008 werd reeds 1,2 hectare bos door de stad Brugge gekapt. Het betreft de strook langs de Vaartdijkstraat. Deze straat is het oude jaagpad dat loopt langs het kanaal Brugge-Gent. In het kader van de Zuidelijke Ontsluiting wil de stad Brugge dit pad verbreden. Op die manier wordt letterlijk baan geruimd voor het zware vrachtverkeer dat zal toenemen door de aanleg van Fabricom's industrieterrein. 'T Stad Brugge stuurt de bevolking met een kluitje in het riet door als schijnreden op te geven dat de bomen geveld werden voor de aanleg van een breed, veilig fietspad, maar tezelfdertijd te zwijgen over de vrachtwagens die voortaan over de weg zullen denderen.

 

Het toppunt van schijnheiligheid werd bereikt op dinsdag 2 september. Op het zelfde moment dat burgemeester Moenaert een politieleger van 250 agenten had opgetrommeld om het Lappersfort en de Vaartdijkstraat af te zetten opdat de bulldozers en kettingzagen in alle rust hun kapwerk zouden kunnen uitvoeren, tekende dezelfde Moenaert in hartje Brugge tijdens de gemeenteraad een verkoopakte voor een ander deel van het bos. Volgens dit pact kochten het gemeenstebestuur van Brugge en het Vlaamse Gewest een deel van het bos over van Fabricom. Moenaert profileerde zich op deze manier als groot weldoener en redder van het grootste deel van het bos. Dit gebied werd echter niet door de aankoop gevrijwaard van de kap; 9 ha parkgebied was hoe dan ook reeds als parkbos ingekleurd, de andere 4 ha als KMO-zone.

 

Fabricom

 

Fabricom GTI (België) en Suez GTI (NL) is hetzelfde bedrijf met een andere merknaam en is een dochteronderneming van de Suez Holding. Deze Franse holdingmaatschappij is ooit opgericht als financieringsmaatschappij voor het graven van het Suezkanaal. Vooral de laatste jaren maakt deze holding een grote groei door. GTI staat voor Groep Technische Installaties. Automatisering, beveiliging, pijpleidingen, tunnels, offshore-installaties, brandmeldinstallaties, vliegveldverlichting, gasinstallaties, telecommunicatie is slechts een kleine greep uit de activiteiten van dit bedrijf.

 

In januari 2008 tekenden Total E&P Nederland en Suez-dochter Fabricom Oil & Gas een engineeringcontract voor 21 offshore boorplatforms in het Nederlandse deel van de Noordzee.[1]

 

In mei 2008 heeft een consortium onder leiding van Fabricom GTI een contract van € 250 miljoen in de wacht gesleept voor de toelevering aan een gasgestookte elektriciteitscentrale in het Nederlandse Eemshaven.[2]

 

Afvalverwerker SITA is gedeeltelijk eigendom van Suez, in 1997 werd het Franse waterleidingbedrijf overgenomen en in 2006 kocht Suez Holding Gaz de France op. Een jaar eerder (2005) nam Suez het Belgische energiebedrijf Electrabel over.[3] Electrabel is een van de bedrijven die in Nederland een nieuwe kolencentrale willen bouwen. Daarnaast staat Electrabel bekend als een van de bedrijven met de vuilste energiemix. Van al hun energie komt 55,3% uit kernenergie en 43,5% uit fossiele brandstoffen. Slechts 1,2% betreft uit duurzame energie.

 

Suez Holding is zich duidelijk op grote schaal aan het inkopen in de energiewereld. De reden waarom Belgische en Nederlandse Groenfront! activisten dit deel van het lappersfort opnieuw bezetten gaat dus veel verder dan het redden van een paar bomen. Met deze actie willen ze niet alleen het absurde van de Belgische wetgeving rond Ruimtelijke Ordening aankaarten, maar onder andere ook de globale wantoestanden die hiermee gepaard gaan hekelen.

 

Geschiedenis van de strijd

 

Op 7 augustus 2001 begonnen activisten het actiekamp in het Lappersfort. 250 dagen na de bezetting werd het Groene Gordel Front (GGF) opgericht. Op 14 oktober 2002 wordt het bos ontruimd. Er is veel kritiek op het gewelddadig handelen van de politie. Ruim 5000 verontwaardigde mensen en jonge gezinnen met kinderen betogen in Brugge en tonen dat ze het niet eens zijn met de plannen van Fabricom en burgemeester Moenaert.

Dertien activisten die betrokken waren bij het eerste actiekamp hangt nog steeds een boete van 50.000 euro boven het hoofd. Indien ze nog een keer in het bos zouden komen, zal Fabricom hen laten opdraaien voor de kosten van ontruiming van vijf jaar geleden. Hierdoor probeert de overheid nieuwe acties te voorkomen. Gelukkig blijken er genoeg andere activisten te zijn die graag de fakkel van hen willen nemen.

 

Groenfront!

 

Groenfront! is geen organisatie maar een netwerk waarin radicale milieuactivisten van wisselende samenstelling directe actie voeren. Het is de Nederlandstalige tak van het Britse Earth First! Direkte aktie komt in de praktijk meestal pas ter sprake wanneer andere middelen (bijvoorbeeld juridische) zijn uitgeput. GroenFront! is horizontaal georganiseerd, heeft geen ledenlijst of andere administratie, en ontvangt geen subsidies. De aankoop van (klim)materiaal gebeurt via donaties en het organiseren van benefieten.

 

Contact met de bezetters

 

U kunt met al uw vragen terecht op deze telefoonnummers:

0475 96 82 61 (voor perswoordvoerder in het bos)

en 0471 65 85 75 (voor perswoordvoerder uit het bos)

U kan ook mailen naar lappersfort@gmail.com

 

Bezoeken aan het bezette bos worden liefst vooraf gemeld, dan kunt u er ook zeker van zijn dat er iemand aanwezig zal zijn die bereid is u te woord te staan.

 

www.groenfront.be

 

 

 

 

INSPRAAKREACTIE OP HET KENNISGEVINGSDOSSIER

 

 

1. PLAN-MER RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED BRUGGE.

Scopingnota Projectnr 246157 leidt tot fundamentele kritiek.

 

Betreffende afbakening beantwoordt, noch in haar algemeenheid noch in detail, aan de doelstelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen om een TRENDBREUK te realiseren met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling.

Deze trendbreuk beoogt de versterking van de buitengebieden en het tegengaan van de versnippering door een optimaal gebruik en beheer van de stedelijke structuur.

 

Drie voorafgaande opmerkingen :

  1. Zelfs voor niet-specialisten is het duidelijk dat Vlaanderen qua ruimtelijke ordening een achtergebleven gebied is. Dat de bevoegde overheid een TRENDBREUK vooropstelt is niet meer dan redelijk. 
  2. Deze TRENDBREUK is niet enkel redelijk, maar ook dringend en onvermijdelijk. Vlaanderen is geen economisch/ecologische enclave in een wereld waar de have-nots tegen een nooit gezien tempo hun welvaart annex ecologische voetafdruk aan het  vermeerderen zijn. Gezien de precaire staat van de planeet is er in de toekomst enkel nog ruimte voor pijnlijke Zero Sum Games bij onderhandelingen over grensoverschrijdende voetafdrukken. Kyoto was maar een eerste schermutseling. Vlaanderen moet zonder verwijlen in velerlei opzicht –ook ruimtelijk- orde op zaken  stellen.  
  3. Het valt te betreuren dat het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen de wervende metafoor ‘Vlaanderen open en stedelijk’ niet omgezet heeft in ambitieuze, transparante, becijferde doelstellingen. Er is immers geen sprake van een TRENDBREUK indien een vadsige overheid vrede blijft nemen met ontwikkelingen waarbij Vlaanderen iets minder snel en iets minder chaotisch dan in het verleden wordt volgebouwd en doorgesneden.        

 

 

Beoordeling van het plan-MER bij de afbakening van het Regionaalstedelijk Gebied Brugge.

 

Er is geen becijferde balans (in aantal hectaren) opgemaakt van enerzijds de grondinname door de talrijke in het plan-MER vermelde bestemmingswijzigingen in verband met wonen, bedrijvigheid, recreatie, enz…., en anderzijds van de bestemmingswijzigingen die de groene gordel rond Brugge versterken. Maar het is wel duidelijk dat de balans zwaar doorslaat in de richting van bijkomende bebouwing en druk op de open ruimte. Dit is flagrant in tegenstrijd met de door het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen vooropgestelde TRENDBREUK.

 

Wat de keuze voor een mogelijke locatie van een commercieel project met compleet gesponsord voetbalstadion betreft (de formulering in het plan-MER ‘een voetbalstadion met bijhorend commercieel programma’ is foutief en misleidend : het voetbalstadion hoort als pure lobby-investering bij het geplande shoppingcomplex en niet omgekeerd), is het maar al te duidelijk dat de vooropgestelde locatie in Loppem niet beantwoordt aan de geest en inzonderheid aan de TRENDBREUK-doelstelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

De oplossing die door de Vlaamse Bouwmeester werd aangereikt -aanpassing en renovatie van het Breydelstadion te Sint-Andries en integratie van dit stadion in een multifunctioneel project- beantwoordt wel aan de principes van het RSV en ondermeer aan de doelstelling  ‘het tegengaan van de versnippering door een meer optimaal gebruik en  beheer van de stedelijke structuur’.

Zal de door de Vlaamse Bouwmeester voorgestelde aanpassing en integratie gemakkelijk zijn? Volstrekt niet. Maar wie gelooft dat een ruimtelijke TRENDBREUK (als onderdeel van een veel ruimer maatschappelijk transformatieproces) kan gerealiseerd worden binnen een knusse financiële en organisatorische comfortzone maakt zich illusies.

Dat de promotoren van een commercieel project tientallen miljoenen Euro sponsorgeld over hebben om een inplanting op een trendbevestigende locatie te forceren, zou degenen die in Vlaanderen verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke ordening, tweemaal moeten doen nadenken.   

Welke visie moet de voorrang krijgen als het om ruimtelijke ordening gaat? De visie die vervat is in het Structuurplan Vlaanderen of de visie van een uitgekookte marktspeler?    

 

Groen vzw vraagt dat de verschillende voorgestelde projecten getoetst worden aan de doelstellingen en principes van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en dat de projecten die daarmee strijdig zijn geschrapt worden.

 

 

2. Het PLAN-MER RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED BRUGGE. Scopingnota Projectnr 246157 is griefhoudend voor omwonenden van het Chartreusegebied en van het gebied Oostkampse Baan.

 

Het zal immers aanzienlijke implicaties op hun leefomgeving hebben.

 

Niet limitatief kan gewezen worden op:

 

-         De verkeersstromen die door de inplanting van het bedrijventerrein, het winkelcentrum, het voetbalstadion en de bouw van gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen ontstaan.

 

Door de zeer goede autobereikbaarheid (en slechte bereikbaarheid met het openbaar vervoer) zorgt de aanzienlijke tewerkstelling in het plangebied voor een dagelijkse toestroom en terugkeer van personeel.

 

In het gebied voor wegenis wordt de aanleg van op- en afrittencomplexen voor de N31 voorzien. In dit gebied voor wegenis zijn eveneens een P+R parkings toegelaten.

 

Daarenboven wordt de bouw van een station – alhoewel weinig realistisch om financieel-economische redenen – toegelaten in het agrarisch gebied met in overdruk een blauwe rand. Het plan stelt dat ook ruimte moet geboden worden voor de nodige stationsondersteunende activiteiten (o.a. parking, busstopplaats).

 

De aanleg van de bijkomende wegen- en spoorinfrastructuur brengt een grote passage met zich mee. Het landelijk en rustig karakter van de woonomgeving van de omwonenden wordt hierdoor onherroepelijk teniet gedaan. Bovendien vrezen omwonenden de onteigening van woningen wanneer het station zal worden gebouwd.

 

-         Het toenemende autoverkeer zal zorgen voor een grotere luchtvervuiling door de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid klein stof. De bewoners van het plangebied zullen hiervan het slachtoffer zijn.

 

-         De inplanting van een voetbalstadion, een winkelcentrum, een bedrijventerrein, gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen, de bouw van een stationhalte, alsook het toenemende autoverkeer zorgen voor een grote geluidsoverlast.

 

De rust die omwonenden nu genieten wordt hierdoor ernstig verstoord.          

 

-         Op vandaag kijken de tuinen van sommige woningen uit over de landelijke velden. Het Plan-MER plant in die achterliggende velden een bedrijventerrein waarvan de gebouwen volgens de stedenbouwkundige voorschriften een minimale hoogte van 18m dienen te hebben. Bovendien dient minstens één gebouw een minimale hoogte te hebben van 27m. De bedoeling is immers een zeer goede zichtbaarheid te creëren vanaf de E40. Ook het voetbalstadion en het winkelcentrum zullen een enorme impact hebben op het landschappelijk uitzicht.

 

Omwonenden zullen rechtstreeks zicht hebben op deze hoge gebouwen, waardoor de negatieve visuele impact aanzienlijk is.

 

-          Het bedrijventerrein, het winkelcentrum en het voetbalstadion  zijn zones waarin geen bewoning is toegelaten en die aldus gedeeltelijk ’s avonds en in het weekend volledig verlaten zullen zijn. Geen enkele sociale controle is mogelijk. Op die manier wordt het onveiligheidsgevoel in de hand gewerkt.

 

-          Volgens de stedenbouwkundige voorschriften m.b.t. het bedrijventerrein kunnen SEVESO-bedrijven worden toegelaten. Er bestaat aldus voor de omwonenden steeds een risico op zware ongevallen.

 

-          Al de bovenvermelde elementen brengen tevens de vrees mee voor de omwonenden dat hun woningen aanzienlijk in waarde zullen verminderen.

 

Groen vzw vraagt in het Plan-MER de opname van een studie die de mogelijke waardevermindering van de eigendommen van de omwonenden in kaart brengt, alsook een studie van de mogelijke financiële gevolgen voor de hele woonkern Loppem, in het bijzonder de te voorspellen negatieve gevolgen voor de plaatselijke handel.

 

Het Chartreusegebied en het gebied Oostkampse Baan zijn landschappelijk een nog vrij gaaf en goed aaneengesloten open gebied aan de zuidelijke rand van Brugge.

 

Door onder meer de inplanting van een gemengd regionaal bedrijventerrein en gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen, alsook door de inplanting van een winkelcomplex en een voetbalstadion, wordt deze open ruimte aangetast.

 

Groen vzw is van oordeel dat de bepalingen en de doelstelling van het plan regelrecht ingaan tegen haar statutair doel inzake het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de open ruimte in het arrondissement Brugge.

 

 

3. PLAN-MER RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED BRUGGE.

Scopingnota Projectnr 246157 geeft een verkeerde invulling aan het Chartreusegebied door de bepalingen uit het GRUP Chartreuse over te nemen.

 

Het besluit houdende definitieve goedkeuring van het GRUP Chartreuse waarvan in huidige procedure bij de Raad van State door Groen vzw de vernietiging gevraagd wordt, heeft als voorwerp de ontwikkeling van een hoogwaardig regionaal gemengd bedrijventerrein in het open Chartreusegebied.

 

Het betreft een onwettige voorafname op het afbakeningsproces van het regionaal stedelijk gebied Brugge om de ontwikkeling van het bedrijventerrein in de groene gordel rond Brugge op korte termijn mogelijk te maken.

 

In de Scopingnota van het kennisgevingsdossier wordt daar geen melding van gemaakt.

 

Groen vzw vraagt het dossier aan te vullen met de vermelding van bovenstaande juridische onzekerheid inzake het GRUP Chartreuse.

 

 

Het GRUP Chartreuse is in strijd met verschillende bepalingen van het RSV

 

 

1. Het concentreren van kantoren aan knooppunten van het openbaar vervoer

 

In het GRUP Chartreuse heeft men duidelijk ervoor gekozen het bedrijventerrein te lokaliseren aan de belangrijkste verkeersaders: de N31 (in het oosten), de E40 (in het zuiden en het westen).

 

Er is aldus een prima autobereikbaarheid (in het bijzonder via het op- en afrittencomplex van de E40).

Dit maakt een schending uit van het RSV waarin bepaald wordt dat kantoorvoorzieningen geconcentreerd worden op belangrijke knooppunten van het openbaar vervoer.

 

Het RSV bepaalt in het richtinggevend deel (p. 366):

 

Kantoorvoorzieningen zijn activiteiten met een groot aantal arbeidsplaatsen per oppervlakte-eenheid en dus met een dicht ruimtegebruik. Dergelijke voorzieningen genereren niet te verwaarlozen verkeersstromen. Daarom worden deze voorzieningen zoveel als mogelijk geconcentreerd op belangrijke knooppunten van openbaar vervoer”.

 

Volgens het RSV dient de inplanting van kantoren die veel mensen aantrekken te gebeuren op locaties die perfect bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en gelegen zijn aan knooppunten van openbaar vervoer (de zogenaamde A-locaties). Dit ontraadt immers het autoverkeer.

 

Het Chartreusegebied is geen dergelijke locatie.

 

 

Artikel 19 §3 van het decreet van 18 mei 1999 stelt dat van de richtinggevende bepalingen van het RSV niet kan afgeweken worden

 

tenzij onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen”.

 

De Vlaamse Regering trachtte de afwijking van het RSV in het voorlopig vastgestelde GRUP Chartreuse te motiveren. Deze motivering was evenwel onvoldoende.

 

Zo stelt Vlacoro in haar advies dd. 25 oktober 2005 (p. 7):

 

“(…) adviseert Vlacoro de Vlaamse regering tot een ruimere motivering van de keuze voor deze locatie Chartreuse als een hoogwaardig bedrijventerrein voor kantoorachtigen, vooral in vergelijking met de stationsomgeving (A-locatie) waar nu en vooral in de nabije toekomst, heel wat potenties (zullen) voorhanden zijn”.

 

Ook verder in het advies bepaalt Vlacoro in antwoord op de bezwaarschriften in het kader van het openbaar onderzoek ingediend door de Bond Beter Leefmilieu en Groen vzw (p. 9):

 

Vlacoro wijst erop dat de aangehaalde bepalingen van het RSV richtinggevend zijn, zodat aanvaardbare afwijkingsredenen kunnen worden opgegeven zoals vereist door art. 19 §3 van het decreet van 18 mei 1999.

 

Vlacoro adviseert de Vlaamse regering tot een ruimere motivering van de keuze voor deze locatie Chartreuse als een hoogwaardig bedrijventerrein voor kantoorachtigen. Ook de voorwaarden inzake behoefte-onderzoek en meerwaarde-creatie dienen beter te worden uitgewerkt”. 

 

Een bijkomend locatie-onderzoek was noodzakelijk, hetgeen is gebeurd en werd opgenomen in de motiveringsnota locatiekeuze hoogwaardig gemengd regionaal bedrijventerrein (GRUP Chartreuse – Brugge van februari 2006).

 

In deze motiveringsnota wordt echter niet grondig uitgelegd waarom een goede autobereikbaarheid van essentiële betekenis is.

 

Er wordt o.a. vermeld:

 

Het belang van een goede ontsluiting door het wegennet wordt onderstreept door de verwachting dat de aard van de activiteiten op de zone voor hoogwaardige activiteiten ertoe zal leiden dat de personeelsleden zich vaak en vlug moeten verplaatsen” (p. 6).

 

Er wordt geenszins verklaard waarom de activiteiten in het plangebied er voor zullen zorgen dat het personeel zich vaak en vlug zal moeten verplaatsen. Belangrijker nog, er wordt niet gemotiveerd waarom deze regelmatige en vlugge verplaatsing niet per openbaar vervoer zou kunnen gebeuren (de specifieke autogerichte nood wordt niet verklaard).

 

Er wordt geen uitleg verschaft omtrent het begrip: “bedrijven met specifieke autogerichte noden”.

 

In de motiveringsnota wordt wel ingegaan op de bereikbaarheid met het openbaar vervoer:

 

Het belang van een goede aansluiting op het autowegennet betekent uiteraard niet dat de ontsluiting door het openbaar vervoer niet van betekenis zou zijn. Het spoorwegstation van Brugge ligt op 5 km. Twee buslijnen (…) komen langs de voorgestelde zone (Heidelbergstraat) en rijden naar het station van Brugge. Over de toekomstige ontsluiting via buslijnen zijn al gesprekken gevoerd met De Lijn.

 

Aangezien de voorgestelde zone gelegen is langs een spoorlijn (Brugge-Kortrijk), bestaat bovendien de mogelijkheid om hier een (klein) spoorwegstation te bouwen en een treinverbinding (light rail) uit te bouwen naar het Brugs station (…)” (p.11).

 

Aangezien men slechts spreekt over een toekomstige ontsluiting via buslijnen en de mogelijkheid om een klein spoorwegstation te bouwen, maar er nog geen concrete plannen zijn, is het nog niet zeker dat er in het plangebied een knooppunt van openbaar vervoer zal komen te liggen (hetgeen het RSV nochtans vereist voor kantoorvoorzieningen).

 

De Vlaamse Regering heeft trouwens duidelijk niet de bedoeling om de openbaar vervoersmogelijkheden in het plangebied te ontwikkelen en aldus een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer te verzekeren:

 

De gewenste innovatieve functies, zoals research en development, innovatie- en kenniscentra, telecommunicatie en dergelijke meer, stellen specifieke eisen aan de vestigingsplek. Dergelijke functies hebben nood aan een autogerichte locatie, dit omwille van de nood aan snelle uitvalsmogelijkheden en door een lage bezoekersafhankelijkheid. Bijgevolg wordt vanuit de gewenste functies niet primordiaal gezocht naar een openbaarvervoerslocatie” (toelichtingsnota bij GRUP Chartreuse p. 6).

 

 

Tot slot dient erop gewezen te worden dat Vlacoro sterk de nadruk legt op een vergelijkend onderzoek met de stationsomgeving (A-locatie) en dat daaruit dient te blijken dat het Chartreusegebied het meest geschikt is.

 

In de motiveringsnota bij het plan staat te lezen:

 

De bedoeling is om, overeenkomstig de doelstellingen van het RSV, de Stationsomgeving te versterken en de stedelijkheid ervan optimaal te benutten. Dit vertaalt men in een gemengde bestemming (bewoning, kantoren, horeca, handel, recreatie, cultuur, …) (…). Overigens is, voor de beoogde activiteiten die gekenmerkt zijn door de nood aan snelle uitvalsmogelijkheden en door een lage bezoekersafhankelijkheid, een goede autobereikbaarheid belangrijker dan een goede spoor-bereikbaarheid.

 

(…) de Stationsomgeving zal worden uitgebouwd als toplocatie voor kantoren en grootschalige voorzieningen. (…). Het gaat steeds over functies die een hoge tewerkstellingsgraad en hoge bezoekersafhankelijkheid bezitten.” (p.16).

 

In de stedenbouwkundige voorschriften in het GRUP Chartreuse (bijlage II) staat in artikel 1 inzake het gemengd regionaal bedrijventerrein:

 

Het hoogwaardig gemengd regionaal bedrijventerrein is bestemd voor bedrijven van regionaal belang met de volgende hoogwaardige hoofdactiviteiten:

 

-         onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten

-         dienstverlening

-         kantooractiviteiten”.

 

Volgens het RSV zijn kantoorvoorzieningen activiteiten met een groot aantal arbeidsplaatsen. Het bedrijventerrein in het plangebied zal een hoge tewerkstellingsgraad met zich meebrengen. De stationslocatie is aldus conform de motivering van de Vlaamse Regering de meest geschikte plaats.

 

De Vlaamse Regering hanteert in de nota nog steeds geen uitgebreide motivering waaruit concrete onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of dringende sociale, economische of budgettaire redenen blijken.

 

 

 

2. Behoud en ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden

 

Het GRUP Chartreuse legt zeer sterk de nadruk op het ontwikkelen van parkgebied.

Daarvoor moet maar liefst 7,4 ha natuurgebied verdwijnen (toelichtingsnota bij het plan p. 39) en 2 ha bos.

 

Het voorliggend plan grijpt op een drastische wijze in op de groene gordel rond Brugge en hypothekeert daarmee het behoud en de verdere ontwikkeling in functie van de natuur- en landschapswaarden. Het behoud en de ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden worden tegengewerkt.

 

In haar advies dd. 25 oktober 2005 stelt Vlacoro (p.10):

 

Vlacoro wijst wel op de in het GRUP voorziene ontbossing van een deel van het openbaar bospatrimonium en vraagt ook de nodige aandacht voor een goede fysische boscompensatie naar aanleiding van de vergunningverlening”.

 

Het GRUP Chartreuse schendt het RSV die bepaalt dat stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden dienen behouden te worden, meer nog verder dienen ontwikkeld te worden.

 

Het RSV stelt in de richtinggevende bepalingen (p. 372):

“Omwille van hun belang voor de stedelijke leefbaarheid moeten de stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden worden behouden en ontwikkeld. Concreet betekent dit dat in de randstedelijke groengebieden de mogelijkheid moet bestaan dat de overheid (Vlaams Gewest, provincie of gemeente) - op basis van de visie voor het stedelijke gebied - ruimte voorziet voor de aanleg van speelbossen en -parken. Ook kan de ruimtelijke kwaliteit van de stedelijke gebieden worden verbeterd door de relatie met de rivier- en beekvalleien die onderdeel uitmaken van het stedelijk gebied te herwaarderen. Het is logisch om deze component van het fysisch systeem ook hier als ruimtelijk structurerend element te beschouwen en er te streven naar het herstel van de ecologische verbindingsfunctie.”

 

Van de richtinggevende bepalingen van het RSV kan niet afgeweken worden, “tenzij onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen” (artikel 19 §3 decreet van 18 mei 1999).

 

Het verwijderen van 7,4 ha natuurgebied is in ieder geval een aanleiding om de duurzame ontwikkeling van het Chartreusegebied in het gedrang te brengen.

 

De Vlaamse regering kan aldus zelfs met een uitgebreide motivatie, die evenwel niet voorhanden is, niet afwijken van de bovenvermelde bepaling van het RSV.

 

 

3. Gedeconcentreerde bundeling

 

Door de bestreden beslissing wordt een bedrijventerrein opgericht in het groene randgebied rond Brugge, waar geen enkele stedelijke infrastructuur voorhanden is.

 

Het GRUP Chartreuse behelst een stedenbouwkundig concept voor een bedrijventerrein dat gericht is op zichtlocaties en autobereikbaarheid, waarbij torenhoge gebouwen contrasteren met de open ruimte er rond.

 

Dit concept past niet binnen de visie van het RSV om de bestaande stedelijke infrastructuur van de stadskern optimaal te benutten.

 

Het GRUP Chartreuse maakt aldus een schending uit van het RSV die pleit voor de verweving van activiteiten binnen de bestaande stedelijke infrastructuur.

 

Het RSV stelt inzake de ontwikkeling van stedelijke gebieden in haar richtinggevend deel (p. 334):

 

een gericht en doordacht verweven en bundelen van functies en activiteiten en een goed gebruik en beheer van de bestaande stedelijke voorzieningen en infrastructuur”.

 

Ook in het informatief gedeelte van het RSV staat het volgende vermeld (p. 286):

 

Kantoren zijn dé stedelijke voorzieningen voor concentratie bij uitstek. Bovendien produceren zij niet te verwaarlozen verkeersstromen. Het gaat immers om een dicht ruimtegebruik. (…) Deze ruimtebehoefte richt zich niet naar bedrijventerreinen, maar is te situeren in verwevenheid met andere functies in stedelijke gebieden”.

 

Van de richtinggevende bepalingen van het RSV kan niet afgeweken worden, “tenzij onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen” (artikel 19 §3 decreet van 18 mei 1999).

 

Uit de motiveringsnota blijkt voornamelijk als reden naar voor gebracht te worden dat het bedrijventerrein niet kan ingebed worden in de “ouderwetse” stationsomgeving, alsook dat deze locatie niet zou passen bij het “imago” van een dergelijk hoogwaardig bedrijventerrein.

 

Vb.:“Deze gebruikersgroep van gebouwen met het uiterlijk van een traditioneel kantoorgebouw (…) zoeken een zichtlocatie in het groen als imagobuilding” (p.16).

 

De Vlaamse Regering vermeld in haar motivering noch onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften, noch de vereiste dringende redenen die kunnen aantonen waarom het voorziene bedrijventerrein niet binnen de bestaande stedelijke voorzieningen kan ingebed worden.

 

 

In strijd met het decreet op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (21/10/97)

 

Het GRUP Chartreuse legt zeer sterk de nadruk op het ontwikkelen van parkgebied.

Daarvoor moet 7,4 ha natuurgebied verdwijnen (“ruimteboekhouding” in bijlage III bij het plan) en 2 ha bos.

 

Het voorliggende plan grijpt op een drastische wijze in op de groene gordel rond Brugge en hypothekeert daarmee het behoud en de verdere ontwikkeling in functie van de natuur- en landschapswaarden. Daardoor worden het behoud en de ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden tegengewerkt.

 

Door het oprichten van een bedrijventerrein en de bijhorende voorzieningen in de groene gordel rond Brugge, waarbij 7,4 ha natuurgebied wordt verwijderd, is het GRUP Chartreuse in strijd met het Natuurbehoudsdecreet.

 

De bestreden beslissing schendt artikel 8 van het Natuurbehoudsdecreet die stelt:

 

De Vlaamse Regering neemt alle nodige maatregelen ter aanvulling van de bestaande regelgeving om over het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest de milieukwaliteit te vrijwaren die vereist is voor het behoud van de natuur en om het standstill-beginsel toe te passen zowel wat betreft de kwaliteit als de kwantiteit van de natuur”.

 

Een verdere achteruitgang van de toestand van het milieu moet door de Vlaamse Regering worden tegengegaan. Zij moet niet alleen een kwantitieve, maar ook een kwalitatieve achteruitgang van natuur- en landschapswaarden voorkomen.

 

In strijd met het subsidiariteitsbeginsel.

 

De locatiekeuze van het voorliggend plan is niet gebeurd op basis van een afweging op gewestelijk niveau  binnen het kader van het RSV, maar wel op basis van een doorvertaling van een politieke beslissing van een lokaal bestuur.

 

Het onderzoeken van alternatieven is in het voorliggend plan duidelijk niet gebeurd. Indien dit wel zou gebeurd zijn, dan zou zonder enige twijfel gebleken zijn dat er alternatieven te vinden zijn in het ontwikkelen van de Brugse stationsomgevingen en het verdichten van bestaande bedrijventerreinen.

 

 

Groen vzw vraagt bovenstaande strijdigheden en schendingen door het GRUP Chartreuse in de richtlijnen te vermelden en daar de passende conclusies uit te trekken voor een betere invulling van dit deel van de groene gordel, conform de principes en doelstellingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Bv. Het Chartreusegebied als buitengebied invullen.

 

Groen vzw vraagt tevens te onderzoeken in welke mate sommige van de bovengenoemde schendingen tevens kunnen ingeroepen worden voor de plannen van de inplanting van een voetbalstadion en van een winkelcomplex in het gebied Oostkampse Baan of in andere open-ruimte gebieden.

 

Groen vzw vraagt duidelijke garanties voor de versterking van de Groene Gordel. Flinterdunne groene aaneenschakelingen zijn geen optie.

 

Groen vzw vraagt naar een behoeftenstudie die meer kantoorruimte verantwoord

en daaraan gekoppeld voorstellen tot alternatieve sites die de groene gordel niet uithollen.

 

 

4. PLAN-MER RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED BRUGGE.

Scopingnota Projectnr 246157 schiet tekort inzake de benadering van de volksgezondheid, het duurzaamheidsprincipe en methode van beoordeling.

 

Het milieudomein “klimaat” ontbreekt als beoordelingscriterium. Zeker in het licht van Kyoto-normen  is dit een element dat zwaar zou moeten doorwegen. Ook de schadelijke ontwikkeling en verspreiding van fijn stof wordt door de in het plan voorgestelde autolocaties in de hand gewerkt in een gebied waar de wettelijke Europese normen reeds regelmatig overschreden worden.

Het negeren van de klimaatdoelstellingen door ruimtelijke planningsprocessen is een praktijk die hoe dan ook onverenigbaar is met de doelstelling van duurzame ruimtelijke ontwikkeling.

 

Groen vzw vraagt het milieudomein “klimaat” toe te voegen bij de beoordeling van projecten.

 

De negatieve relatie op de volksgezondheid door hoge concentraties vuiluitstoot wordt vandaag maatschappelijk algemeen aanvaard.

 

Groen vzw vraagt dat het belangrijk item als volksgezondheid en de effecten door megaprojecten volwaardig zouden worden onderzocht.

 

 

 

5. PLAN-MER RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED BRUGGE.

Scopingnota Projectnr 246157 is te sterk beïnvloed door de privébelangen van Uplace, promotor van een grootschalig winkelcomplex. De plannen moeten voor verscheidene facetten herbekeken of aangevuld worden.

 

Louter privébelangen mogen geen aanleiding zijn tot een ultieme wijziging van de grenzen van het regionaalstedelijk gebied Brugge ten koste van een goede ruimtelijke ordening.

Tot op heden is de planvorming voor de optie “Oostkampse Baan” op een volstrekt niet-transparante, niet-participatieve en demagogische manier gebeurd, waarbij één en slechts één private investeerder een perverse en egocentrische rol speelt en daarbij de voetbalwereld inschakelt en misbruikt als naïeve militant. Wij stellen dan ook dat de planvorming een democratische basis mist en als dusdanig geen rechtsgeldige basis kan vormen voor de goedkeuring van welk plan dan ook.

De locatiekeuze van het voorliggend plan is niet gebeurd op basis van een afweging op gewestelijk niveau  binnen het kader van het RSV, maar wel op basis van een opdringerige financiële macht. Dit is in strijd met het subsidiariteisbeginsel.

 

Groen vzw vraagt een herformulering van het stadionvraagstuk. Het voorstel voor een nieuw winkelcentrum op een perifere locatie moet hoe dan ook geschrapt worden uit het formuleren van alternatieve antwoorden op het stadionvraagstuk. Op basis van dit bijgestelde uitgangspunt (geen nieuw shoppingcenter) zouden de genoemde, zogenaamd onderzochte, locaties opnieuw onderzocht moeten worden.

 

Verder kan de vraag gesteld worden of regio Brugge een behoefte heeft aan een voetbalstadion van 40 000 zitplaatsen. Ook hier is geen enkele officiële studie voor handen. Het ware wenselijk moest de Vlaamse en/of federale overheid overgaan tot een behoeftestudie van moderne stadions in België.
Deze behoeftestudies lijken ons stap 1, vooraleer men locatiealternatieven begint uit te werken in de MER.

 

Groen vzw vraagt eerst de nodige behoeftestudies uit te voeren, vooraleer men locatiealternatieven in overweging neemt in het Plan-MER. Bij de grootschaligheid van deze projecten is het noodzakelijk dit eerst uit te voeren.

 

Als men de 5000 parkeerplaatsen in een parkeertoren bouwt, wordt de behoefte naar minimale oppervlakte gereduceerd tot 11 à 12 ha, wat de locatiebehoefte op 18 ha brengt.
Het winkelcentrum wordt in vraag gesteld, wat ook 4 ha inneemt.


Groen vzw vraagt dat de studie onder het principe van efficiënt-ruimtegebruik zou worden uitgebreid met kleinere locaties (14 ha i.p.v. 29,6 ha).

 

Woonfuncties en leefbaarheid in de onmiddellijke sfeer van megacomplexen (Oostkampse Baan en Chartreuse) worden onvoldoende gewogen in de scopingnota. De motivering is te zwak om de garanties te bieden over leefbaarheid.

 

Groen vzw vraagt de motivering van de alternatieven op het gebied van leefbaarheid (leefmilieu, volksgezondheid…) ernstig te nemen en grondiger uit te werken.

 

De vraag rijst of de studie over de mobiliteit al te gronde gevoerd is. Ook welke kosten er zullen ontstaan om het verkeer (en sluikverkeer) in goede banen te leiden met minimale overlast voor de lokale bevolking.


Groen vzw vraagt naar een meer gedetailleerde studie naar mobiliteit ten gevolge van het project stadion met winkelcentrum.

 

De impact op de waterhuishouding is geen ondersteunend criterium.

Men beoogt hierin enkel de kwantiteit van oppervlakte- en grondwater. De kwaliteit van water is niet aan de orde. Inherent aan megacomplexen met piekmomenten is de zeer sterke concentraties van vervuilde hemelwaterafstromingen en infiltraties ondermeer door neerslagpartikels van uitlaatgassen en slijtage van autobanden. Hierbij dient ondermeer de impact te worden geëvalueerd van beschermde en kwetsbare gebieden (mbt flora en fauna) in de directe omgeving. Het niet weerhouden van de impact op de waterhuishouding ondermijnt onzes inziens een objectief locatieonderzoek. Ondermeer voor de site Oostkampse Baan is dit een markant gegeven.

Over bronbemalingen en gevoelige grondwaterpeilschommelingen (waar trouwens niets over wordt gezegd) kunnen belangrijke consequenties inhouden voor de aan watergerelateerde flora (achterste deel kasteelpark van Loppem - site met oudste eiken van de zandstreek, echte gele dovenetel, boskortsteel, keverorchis enz). Grondwaterpeilverlagingen zullen nitrificatie veroorzaken van natte biotopen (oa hooilanden) met onherstelbare schade . Het doorbreken van de alluviale kleistrook die strekt van de wijk de Rietmeers vanaf de oude omwalling hof ter Steelant (met trouwens kweloverloop op riolering - Loppem dorp) tot het natuurlijke bergingsbekken Wilgenbroeken  (zie bodemkaarten) zullen ongetwijfeld nefaste gevolgen hebben voor de aan watergerelateerde planten en dieren door een verstoorde waterhuishouding (leegloop) van het achterste parkdeel (zeer waardevol volgens BWK)

 

Groen vzw vraagt dat er een screening gebeurt over de impact van de waterhuishouding zowel op kwaliteit en kwantiteit per locatie.

 

Binnen het kader van het Integraal Waterbeheer is er de erkenning van valleigebieden als locaties voor ruimte voor water. De locatie Oostkampse Baan ligt in de vallei van de Marsbeek. De Marsbeek vormt er min of meer de natuurlijke grens met de gemeente Oostkamp binnen de site. Opvallend bij hevig of langdurig regenweer is dat de Marsbeek soms uit haar oevers treedt. Het gebied wordt gekenmerkt met structuren van oude graslanden (permanent historisch grasland). Slinken (verlande grachten) en depressiezones vormen natuurlijke kommen die het water ophouden. In de scopingnota ontbreekt het aan een gebiedsomschrijving van de locaties. Los van het feit dat er een watertoets zal moeten gebeuren zou men verwachten dat er in het Merplan melding wordt gemaakt.

 

Groen vzw vraagt in het Merplan rekening te houden met de erkenning van valleigebieden binnen het Kader van het Integraal Waterbeheer.                                                      

 

Er wordt verondersteld dat een megacomplex voetbal/ winkelcomplex een lichtbaken zal zijn om veiligheidsoverwegingen. Voor een aantal lichtgevoelige diersoorten die in het gebied en het aangrenzende kasteelpark voorkomen zal dit gegeven nefast zijn door begrenzing of inkrimping van jachtgebied en obstructie als passagegebied. Het bestaande emigratie-isolement van het Kasteelpark van Loppem dreigt door het element “licht” nog versterkt te worden.
Ook is geweten dat een nachtelijke lichtvlek een negatieve invloed op de mens heeft, wat kan leiden tot stoornissen. O.a. de confrontatie van de aanpalende wooncluster dient in dit kader te worden onderzocht


Gelet op de belangrijke invloed van het deelaspect “licht” die het megaproject met zich meebrengt is het de vraag van Groen vzw om het item met betrekking tot de locaties volwaardig te behandelen en mee in de weegschaal te leggen.

 

In de lijst ontbreekt de Conventie van Bern mbt het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa.
België heeft zich hierin geëngageerd via de wet van 20 april 1989. De conventie beschermt zowel de soorten als de habitats en verplicht de ondertekenaars ertoe maatregelen te treffen om een populatie, aangepast aan de lokale omstandigheden, aan wilde flora en fauna te behouden.


Groen vzw vraagt om de Conventie van Bern mee in de lijst op te nemen van relevante juridische en beleidsmatige randvoorwaarden.

 

 

6. PLAN-MER RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED BRUGGE.

Scopingnota Projectnr 246157 geeft geen stimulansen voor voldoende optimalisering van de bestaande wegeninfrastructuur i.p.v. minimale verbeteringen of zelfs ontwerpen van nieuwe wegen.

 

Voor een volledige optimalisatie van de N31 is het 5 na 12. De verkeersproblemen van Brugge tot Zeebrugge worden dan ook dag na dag groter, waardoor een integrale en snelle aanpak van de N31 zich opdringt.

Vanuit het oogpunt verkeersdoorstroming is het een goede keuze om doorgaand verkeerd (van en naar Zeebrugge) ingegraven (intunnelingen) te laten verlopen en de radiale wegen voor lokale bediening op maaiveldniveau te houden. Voor een volledig ingegraven tracé met groenflanken heeft men weliswaar meer breedte nodig maar in functie van milieu- en visuele impact op de woonkernen maakt dit een hemelsbreed verschil uit. Het is ons duidelijk dat een ingegraven tracé over de ganse lengte nog moeilijk haalbaar is maar het spreekt voor zich dat de voorgestelde initiatieven ontoereikend zijn.

 

Groen vzw vraagt om voor de nieuwe initiatieven te kiezen voor zoveel mogelijk ingraving van de N31 in de plaats van beperkte intunneling ter hoogte van de radiale wegen.

 

Tal van scholen wachten al jaren op een oplossing voor de opwaardering van de voetgangerstunnel van de Diksmuidse Heirweg tot een fietsers- en voetgangerstunnel, zoals er momenteel één aan de Witte Molenstraat gerealiseerd wordt, en een passerelle aan de Zandstraat over de te realiseren open sleuf vanaf de Legeweg.

De plannen voor de aanpak van de kruispunten met de Charteuseweg, Koning Albert I laan, Tilleghemstraat en Bevrijdingslaan moeten snel worden aangepakt, want de Brugse regio dreigt stilletjes aan een totaal verkeersinfarct tegemoet te gaan.

Ook in Lissewege is er voor de leefbaarheid, het leefmilieu en de verkeersveiligheid een duurzame oplossing nodig in de vorm van een open sleuf of een tunnel.

 

IS AUTOSNELWEG AX WEL WENSELIJK ?

 

In het plan-MER AX (verbinding N49 – N31), dat door de Dienst Mer werd goedgekeurd en waarvoor onlangs voor de vastlegging van een tracé een politiek compromis tussen Minister Crevits en de plaatselijke burgemeesters bereikt werd, wordt stelselmatig voor alle voorgestelde autowegentracés te veel vruchtbare landbouwgrond en Vogelrichtlijngebied van het Poldercomplex door autowegen ingenomen.

Het 0-alternatief (oorspronkelijk door de voormalige minister Sauwens naar voor geschoven) betekent niet “niets doen”, maar kan gepaard gaan met belangrijke aanpassingen (verbredingen) van de bestaande weg en met de bouw van nevenwegen voor o.a. traag landbouwersverkeer, die wellicht een oplossing kunnen bieden aan de gestelde doelstellingen. Daarenboven is het de vraag of de optie uit het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen de AX als een hoofdweg te voorzien wel een goede keuze was. Dit laatste kan vanaf 2008 in vraag gesteld worden, met als gevolg dat er meer flexibele en milieuvriendelijke aanpassingsmogelijkheden kunnen overwogen worden. De AX is immers slechts een overblijfsel van de afgewezen internationale transportas van Nederland over Zeebrugge naar Frankrijk, die in de jaren negentig door het toenmalig Kabinet van minister Kelchtermans werd vooropgeschoven.

Het blijft nu meer dan ooit de vraag of een autosnelweg op die plaats wel nodig is ter ontsluiting van de Zeebrugse haven.

Moet men in ons klein wegenvol landje in een klimaat van opwarming en hoge concentraties aan ozon en kankerverwekkend fijn stof niet ophouden met het ontwerpen van nieuwe tracés ?

Moet de overheid niet veel meer energie en centen steken in de ontwikkeling van kustvaart op de Westerschelde en goederenverkeer per spoor om op die manier het hinterland van onze havens te bereiken ?

Het wordt dus tijd dat men ophoudt met landbouwgrondversnippering en natuurschending.

 

Groen vzw vraagt deze wegenoptimalisatievoorstellen in de richtlijnen op te nemen.

 

Ten slotte moet de Vlaamse Regering het wegverkeer ontlasten met realistische verkeersmodi zoals de kustvaart, het prefinancieren van het spoor met de beloofde investeringen van Zeebrugge tot Gent, en de optimalisatie van het bestaande kanaal Oostende-Gent met onder meer het snel realiseren van de nieuwe brug van Steenbrugge en het invoeren van nachtvaart op de Brugse ringvaart om de fileproblematiek aan de historische poorten van Brugge op te lossen. Liever snel in realistische verkeersmodi investeren dan in de financiële krater van Seine Schelde West te springen.

 

Groen vzw vraagt voorrang te verlenen aan de uitbreiding van de kustvaart op de Westerschelde ter ontsluiting van de Zeebrugse haven naar zijn achterland en dit in de richtlijnen op te nemen.

 

 

7. PLAN-MER RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED BRUGGE.

Scopingnota Projectnr 246157 springt ook in andere planelementen slordig om met de open ruimte en is in de waardering van de open ruimte aan heroriëntering toe.

 

De zogenaamde “spie” (planelement 18) wordt al te gemakkelijk als industriegebied ingekleurd. Er worden nauwelijks afwegingen gemaakt, en wat meer is: er wordt volledig abstractie gemaakt van de biologische waarde van het gebied. Op basis van de aanwezige ecologisch kwaliteiten en potenties willen we stellen dat dit gebied in het Vlaams Ecologisch Netwerk zou moeten opgenomen worden. Als dit gebied zou verdwijnen onder de KMO-expansiedrang dan moeten de aanwezige natuurwaarden elders gereconstrueerd/gecompenseerd worden.

 

Blankenbergsesteenweg West (planelement 18) wordt al te gemakkelijk nabestemd als gemengd regionaal bedrijventerrein. Dit is wederom een onomkeerbare aantasting van de open ruimte, waarbij de algemene indruk gecreëerd wordt dat bedrijventerreinen op vraag kunnen gecreëerd worden, waardoor bedrijven geen enkele stimulans ondervinden om zuiniger om te gaan met de beschikbare ruimte. Bovendien is het gebied Blankenbergsesteenweg West uitermate geschikt om vormen van hobbylandbouw te concentreren in een stedelijk landbouwgebied en zo de polder te ontlasten van deze activiteiten.

 

Vliegweg (planelement 19). De omzetting van dit open-ruimtegebied, belangrijk onderdeel van het landschap en de agrarische structuur tot bedrijventerrein, is onaanvaardbaar. Bijkomende bedrijventerreinen moeten, als ze al gewenst zijn, aansluiten bij bestaande industrie, bij bovenlokale ontsluitingswegen, en op een relatief korte afstand bij stedelijke concentraties zodat werknemers vlot te voet of met het openbaar vervoer ter plaatse kunnen komen. Het ontwikkelen van het gebied Vliegweg tot regionaal bedrijventerrein is onaanvaardbaar vanuit het gezichtspunt van duurzame ruimtelijke ordening en is strijdig met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

 

Golfterrein Damme (planelement 27). De uitbreiding van het golfterrein is een ruimteverslindend plan dat nauwelijks toegevoegde waarde genereert en slechts van nut is voor een zeer select publiek. Bijkomende ruimte en landschap innemen voor een dergelijke privéactiveit getuigt van weinig zin voor democratie en het toegeven van de overheid aan strikt private belangen.

 

Groen vzw vraagt dat een groter gewicht zou toegekend worden aan de factor “open ruimte” bij elke beoordeling en bij het afwegen van locaties. Vlaanderen dient op het vlak van de ruimtelijke ordening een inhaalbeweging te maken door de “open ruimten” te herwaarderen. Dit zal ook de natuurontwikkeling ten goede komen.

 

Groen vzw vraagt tevens dat ook landbouwgronden zouden geherwaardeerd worden. De voortschrijdende aftakeling van de landbouwgronden moet stopgezet worden. De stijging van de voedselprijzen en het inschakelen van bio-brandstof zijn de voorlopers van een levensbelangrijke, voelbare nood aan voldoende oppervlakte voor voedselproductie. Overheidsinitiatieven mogen deze primaire behoefte niet schaden.

 

 

8. PLAN-MER RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED BRUGGE.

Scopingnota Projectnr 246157 heeft nood aan een bijkomende studie voor herwaardering van de Olympiasite, m.i.v. een uitgekiende organisatie van het vervoer op de piekmomenten.

 

Als gevolg van een hoger aangegeven te hernieuwen waardenschaal is het méér dan de moeite waard de optie van de herwaardering van de Olympiasite meer in detail te overwegen.

Voor de inplanting van het voetbalstadion voor Club Brugge dringen zich 2 keuzes op:

 

-scheiden van Brugge

-of zich, in een ruimer bemeten jas, duurzaam integreren in de Brugse agglomeratie.  

 

De eerste keuze – scheiden – is de gemakkelijkste. Maar is ‘gemakkelijk’ noodzakelijkerwijze cool? Brugge verlaten betekent ondermeer :

 

-Afscheid nemen van het stadsweefsel. En dat omdat een greenfield-project gemakkelijker te realiseren valt dan een inbreidingsproject op een bestaande site?

-Afscheid nemen van het bestaande patrimonium. En dat omdat nieuw bouwen gemakkelijker is dan herbouwen?

-Afscheid nemen van de volkse wortels van Club. En dat  omdat meesurfen met commerciële tenoren  gemakkelijker én rendabeler is ?

 

De tweede keuze – Club inniger integreren in Brugge – is beduidend moeilijker, maar ook veel eigentijdser en uitdagend cool. Club Brugge duurzaam integreren is kiezen voor :

 

-Creatieve architectuur en ingenieuze mobiliteitsplanning, die bewijzen dat wonen, werken  en zich ontspannen in een moderne ‘compacte stad’ wel degelijk kunnen samengaan.

-Het respectvol gebruik van ruimte, gebouwen, financiële middelen.

-Het behoud van de groene gordel rond Brugge.

-Het behoud van de dorpse eigenheid van Loppem. 

-De versterking van de historische band tussen Bruggelingen en Club. 

-Onafhankelijkheid van sportvreemde commerciële en financiële belangen.  

 

De studie van de Vlaamse Bouwmeester moet verfijnd worden. Er is vooral te weinig werk gemaakt van het uitwerken van een betere bereikbaarheid van het stadion met het openbaar trein- en busvervoer, het benutten en coördineren van vervoer van en naar meerdere randparkings…

 

Groen vzw vraagt dat het Plan-MER de aanzet zou zijn om veel krachtiger dan voorheen voor het project voetbalstadion een duurzame, milieu-, natuur-, en mensvriendelijke oplossing te zoeken.

 

 

 

                                                                                                Voor Groen vzw,

 

                                                                                                Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

OPROEP TOT DE BETROKKEN OVERHEID

 

PLEIDOOI VOOR EEN BRUGSE VERANKERING VAN CLUB

 

Club Brugge groeit. En zoals het een club met een groots verleden betaamt droomt Club Brugge van een nog grootsere toekomst.

Meer en meer knelt echter de Breydel-jas. Club Brugge staat voor een moeilijke keuze :

 

-scheiden van Brugge

-of zich, in een ruimer bemeten jas, duurzaam integreren in de Brugse agglomeratie.  

 

De eerste keuze – scheiden – is de gemakkelijkste. Maar is ‘gemakkelijk’ noodzakelijkerwijze cool? Brugge verlaten betekent ondermeer :

 

-Afscheid nemen van het stadsweefsel. En dat omdat een greenfield-project gemakkelijker te realiseren valt dan een inbreidingsproject op een bestaande site?

-Afscheid nemen van het bestaande patrimonium. En dat omdat nieuw bouwen gemakkelijker is dan herbouwen?

-Afscheid nemen van de volkse wortels van Club. En dat  omdat meesurfen met commerciële tenoren  gemakkelijker én rendabeler is ?

 

De tweede keuze – Club inniger integreren in Brugge – is beduidend moeilijker, maar ook veel eigentijdser en uitdagend cool. Club Brugge duurzaam integreren is kiezen voor :

 

-Creatieve architectuur en ingenieuze mobiliteitsplanning, die bewijzen dat wonen, werken  en zich ontspannen in een moderne ‘compacte stad’ wel degelijk kunnen samengaan.

-Het respectvol gebruik van ruimte, gebouwen, financiële middelen.

-Het behoud van de groene gordel rond Brugge.

-Het behoud van de dorpse eigenheid van Loppem. 

-De versterking van de historische band tussen Bruggelingen en Club. 

-Onafhankelijkheid van sportvreemde commerciële en financiële belangen.  

 

THE ROAD NOT TAKEN

Two roads diverged in a wood, and I --
I took the one less travelled by, and that has made all the difference

Robert Frost

 

Dit pleidooi wordt in solidariteit met de Witte Pion onderschreven door volgende verenigingen:

 

- Groen vzw http://users.pandora.be/a150254

- Actiegroep Witte Pion www.wittepion.be

- Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen www.bblv.be/

- West-Vlaamse Milieufederatie vzw

- Natuurpunt Brugs Ommeland vzw

- Natuurpunt Brugge www.natuurpunt.be/brugge

- Natuurpunt Oostkamp

- Natuurpunt Jabbeke

- Natuurpunt inZIchT http://users.pandora.be/andre.vanhevel/

- Houtlandse Milieuvereniging vzw www.houtland.com

- Jeugdbond voor Natuur en Milieu afdeling Brugge www.jnm.be

- Hanzestadcoalitie voor een duurzame en dierbare stad http://ggf.regiobrugge.be

- Groene Gordel Front in Brugge en Ommeland www.ggf.be

- Lappersfort Poets Society http://www.regiobrugge.be/lappersfortpoets.php

- Mensen in Basisgroepen

                                                                                                            Namens Groen vzw,

 

                                                                                                            Erik Ver Eecke, voorzitter.

 

 

 

IS AUTOSNELWEG AX WEL WENSELIJK ?

 

In het plan-MER AX (verbinding N49 – N31), dat door de Dienst Mer werd goedgekeurd, wordt stelselmatig te veel vruchtbare landbouwgrond en Vogelrichtlijngebied van het Poldercomplex door autowegen ingenomen.

Het 0-alternatief (oorspronkelijk door de voormalige minister Sauwens naar voor geschoven) betekent niet “niets doen”, maar kan gepaard gaan met belangrijke aanpassingen (verbredingen) van de bestaande weg en met de bouw van nevenwegen, die wellicht een oplossing kunnen bieden aan de gestelde doelstellingen. Daarenboven is het de vraag of de optie uit het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen de AX als een hoofdweg te voorzien wel een goede keuze was. Dit laatste kan vanaf 2008 in vraag gesteld worden, met als gevolg dat er meer flexibele en milieuvriendelijke aanpassingsmogelijkheden kunnen overwogen worden. De AX is immers slechts een overblijfsel van de afgewezen internationale transportas van Nederland over Zeebrugge naar Frankrijk, die in de jaren negentig door het toenmalig Kabinet van minister Kelchtermans werd vooropgeschoven.

Het blijft nu meer dan ooit de vraag of een autosnelweg op die plaats wel nodig is ter ontsluiting van de Zeebrugse haven.

Moet men in ons klein wegenvol landje in een klimaat van opwarming en hoge concentraties aan ozon en kankerverwekkend fijn stof niet ophouden met het ontwerpen van nieuwe tracés ?

Moet de overheid niet veel meer energie en centen steken in de ontwikkeling van kustvaart op de Westerschelde en goederenverkeer per spoor om op die manier het hinterland van onze havens te bereiken ?

Het wordt dus tijd dat men ophoudt met landbouwgrondversnippering en natuurschending.

 

                                                                                                            Voor Groen vzw,

 

                                                                                                            Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

                            

 

Persbericht sept. 2007

 

Club Brugge kan ook een vooruitstrevend beleid voeren zonder groene ruimte aan te tasten.

 

Iedereen, die ook maar een beetje in voetbal geïnteresseerd is, weet onderhand dat Club Brugge een voetbalstadion met meer zitplaatsen en comfort wil. Samen met projectontwikkelaar U-Place verkoos men, uit 16 onderzochte locaties, de driehoek gelegen tussen de A17 en E40 en een spoorlijn te Loppem, pal in de groene gordel van Brugge.  Hier wil men een nieuw stadion voor 40.000 toeschouwers bouwen, samen met een shoppingcentrum van 45.000 m² en een parking voor 9.000 wagens. Club Brugge heeft ondertussen een MER-procedure voor deze locatie gestart. Tegelijkertijd heeft de Vlaamse bouwmeester opdracht gekregen om te onderzoeken of het  ombouwen van het bestaande stadion een haalbare piste is.  Deze studie is nu klaar en het blijkt dat dit inderdaad een mogelijkheid is.  Bond Beter Leefmilieu (BBL) en West-Vlaamse Milieufederatie (WMF), respectievelijk de Vlaamse en West-Vlaamse koepels van natuur- en milieuverenigingen, ondersteunen de bevindingen van deze studie om volgende reden :

 

“Bond Beter Leefmilieu en West-Vlaamse Milieufederatie begrijpen ten volle de ambitie van Club Brugge om een modern stadion met meer zitplaatsen en comfort te willen bouwen. Alleen kan het voor de milieubeweging NIET dat er daarvoor schaars groen erfgoed als de groene gordel rond Brugge wordt aangetast. Om nog maar te zwijgen over het sneeuwbaleffect, die het voetbalstadion en shoppingcenter ongetwijfeld teweeg zullen brengen, ten nadele van de rest van de groene gordel en de Brugse binnenstad.

 

Daarnaast struikelt de milieu- en natuurbeweging ook over het feit dat het voorgestelde gebied te Loppem een natuurlijk overstromingsgebied is. Natuurlijke overstromingsgebieden worden steeds zeldzamer, hoewel ze zeer belangrijk zijn voor infiltratie van water in de bodem en bijgevolg ook voor aanvulling van onze grondwatertafel. En met de stand van de grondwatertafel is het in West-Vlaanderen nu juist dramatisch gesteld. Bovendien zijn er meer natuurlijke overstromingsgebieden nodig ter voorkoming van wateroverlast. Zedelgem werd hier deze zomer al het slachtoffer van.  U-Place stelt voor het waterprobleem op te lossen door middel van kunstmatige waterbufferbekkens. Maar deze zullen enkel een dure pleister op de wonde zijn. Zij kunnen de teloorgang van het zoveelste natuurlijke overstrominggebied niet compenseren. 

 

Bovendien is er, volgens de plaatselijke natuurverenigingen, op de site te Loppem heel wat fauna en flora aanwezig. In het kader van het MER moet er dus ook zeker ook nog een inventarisatie van de op het terrein voorkomende beschermde dier- en plantensoorten gebeuren. 

 

Om te voorkomen dat het nieuwe stadion moet bekostigd worden met belastinggeld, heeft Club gezocht naar een manier om deze te laten dragen door privé-investeerders. Een plausibel streven.  Maar de voorgestelde oplossing is dan wel dat er ook nog een winkelcentrum op de locatie in de groene gordel moet komen. En dit terwijl men ten westen van Brugge gestart is met de bouw van een grootwarencomplex, het retailcentrum Blauwe Toren Noord en er de voorbije jaren ook heel wat nieuwe baanwinkels zijn bijgekomen, onder andere langs de N31. De klanten daarvoor zullen van ergens moeten komen. Een winkelcentrum van 45.000 m³ zal ongetwijfeld invloed hebben op de horeca en kleinhandel in de Brugse binnenstad en op die van de gemeenten in de omliggende regio. Het nieuwe stadion en het shoppingcenter zullen nieuwe jobs creëren, maar daar staat tegenover dat er ook zullen verdwijnen aan het Jan Breydelstadion, bij de middenstand in de binnenstad en in de omliggende gemeenten en steden. De milieu- en natuurbeweging is, omwille van de nefaste invloed op ruimtelijke ordening en leefbaarheid van de binnenstad, geen voorstander van nog meer winkels langs invalswegen aan de rand van de stad. Wij kiezen, net zoals het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, voor een kernversterkend beleid, waarbij commerciële activiteiten worden verweven in het bestaand stedelijk weefsel. Bond Beter Leefmilieu en West-Vlaamse Milieufederatie dringen er dan ook op aan dat er nog bijkomend onderzoek over de impact van een nieuw voetbalstadion en shoppingcentrum op ruimtelijke ordening, werkgelegenheid, het sociale weefsel, horeca en kleinhandel in de Brugse binnenstad wordt verricht.

 

BBL en WMF kunnen erin komen dat Club Brugge extra inkomsten wil genereren en een competitief beleid wil voeren door de bouw van een nieuw stadion met 40.000 comfortabele zitplaatsen. Alleen is Club Brugge niet de enige voetbalclub met een dergelijke ambitie. Dikwijls ook met bijbehorend winkelcentrum als privé-investeerder. Genk, Anderlecht, Antwerpen, Lierse en Sint-Truiden o.a. hebben eveneens soortgelijke plannen. En ook in Gent begint men binnenkort al aan de bouw van een nieuw voetbalstadion. De opgegeven reden voor de bouwplannen is meestal het feit dat men geen Europese wedstrijden meer in eigen stadion kan spelen, omwille van de UEFA-normen. Dat gaat dus in feite om enkele wedstrijden per jaar. Het kunnen spelen in moderne accommodatie op het thuisfront heeft duidelijk voordelen voor de prestige en inkomsten van een voetbalclub. Maar vanuit nuchter ruimtelijk standpunt bekeken, is het wel te gek dat in een minilandje als België elke zichzelf respecterende voetbalploeg een eigen nieuw stadion bouwt om enkele matchen per jaar thuis te kunnen spelen. Bovendien is het niet daarvoor dat Club Brugge 40.000 plaatsen dient te genereren. Het nieuwe stadion van Gent voldoet immers met zijn 20.000 zitplaatsen ook aan de UEFA-normen.

 

De milieu- en natuurbeweging verkiest om bovenstaande redenen de aanpassing van het Jan Breydelstadion of, als dat niet kan, de inname van een verlaten bedrijventerrein of “brownfield” om de nood van Club Brugge te laven. Het is voor Bond Beter Leefmilieu en West-Vlaamse Milieufederatie dan ook een absolute noodzaak dat het MER meerdere alternatieve locaties, waarvoor geen “greenfields” moeten sneuvelen, onderzoekt. We denken daarbij o.a. aan een studie naar potentiële locaties in de Zeebrugse achterhaven of het herbekijken van de reeds door U-Place onderzochte locaties. De Vlaamse regering heeft in juli van dit jaar nog een maatregel genomen, die privé-investeerders wil stimuleren om “brownfields” i.p.v. “greenfields”te ontwikkelen. Zij kunnen daardoor genieten van financiële en juridisch-administratieve ondersteuning. Met een modernisering van het bestaande stadion of de ontwikkeling van een zogenaamd brownfield of braakliggend bedrijventerrein, zou Club Brugge alvast een meer maatschappelijke verantwoorde keuze maken.

 

Club Brugge en U-Place hebben tot nu toe blijk gegeven van een open strategie. Zij contacteerden in het late voorjaar zelf Bond Beter Leefmilieu ten einde zoveel mogelijk tegemoet te kunnen komen aan onze potentiële bezwaren met betrekking tot milieu en natuur.  Blauw-zwart heeft dus al een hand uitgestoken om een meer maatschappelijk verantwoorde en duurzame kaart te kunnen trekken, maar of ze dit ook zullen doen is nog ten zeerste onze vraag.  Een consequent duurzaam beleid is ook wat we vragen van de Vlaamse regering bij de beslissing of de afbakeningslijn van het stedelijk gebied Brugge zal verlegd worden ten behoeve van de bouwplannen van Club Brugge en ten nadele van de historische groene gordel rond Brugge. 

 

Dit standpunt werd opgemaakt door de West-Vlaamse Milieufederatie vzw, i.s.m. Bond Beter Leefmilieu vzw en onderschreven door de volgende bij ons aangesloten plaatselijke natuur- en milieuverenigingen : Natuurpunt Brugge, Natuurpunt Oostkamp, Natuurpunt Inzicht (Ichtegem-Zedelgem), Houtlandse Milieuvereniging, Groene Gordel Front en Groen vzw.

 

Meer info :

Erik Grietens, beleidsmedewerker BBL : erik.grietens@bblv.be  ; tel : 02/282.17.34 of gsm : 0474/40.63.94

Katty De Wilde, coördinator WMF: katty.de.wilde@wmfkoepel.be  ; tel : 051/40.46.96

 

 

Standpunt SEINE-SCHELDE-WEST  juni 2007

 

Situering

In deze nota willen we de opinie over het project Seine-Schelde-West

verduidelijken van de onderstaande organisaties die werken rond natuur, milieu

en bos (verder kortweg “ de milieubeweging” genoemd).

Door het project Seine-Schelde-West zou de kusthaven van Zeebrugge via de

binnenwateren moeten aansluiten op de internationale verbinding Seine-Schelde.

De nota geeft een overzicht van de bezorgdheden en vragen en geeft aan welke

concrete aandachtpunten moeten meegenomen worden in de verdere

voorbereidende studies en in de besluitvorming over dit project.

 

Noodzaak aantonen – effecten goed onderzoeken

De milieubeweging erkent de problemen die vandaag bestaan inzake het

achterlandverkeer van de haven van Zeebrugge. Niettemin staat ze zeer

sceptisch tegenover het project Seine-Schelde-West. Binnen de milieubeweging

leven veel vragen over nut en noodzaak, de link met andere vervoersmodi, de

effecten op waterhuishouding, natuur, landschap en wonen.

 

1. Nut/noodzaak van een nieuwe binnenvaartontsluiting

Stand van zaken

Het nut en de noodzaak van het project zijn verre van evident. Eerdere studies

resulteerden telkens in een negatief maatschappelijk kosten/baten-saldo voor

alle onderzochte alternatieven van deze binnenvaartontsluiting. Bijgevolg werd

keer op keer beslist om het project af te voeren. In het strategisch plan voor de

haven van Zeebrugge werd dan ook eenduidig geopteerd voor de ontwikkeling

van de estuaire vaart als alternatieve ontsluiting van de haven. Bij estuaire vaart

varen zeewaardige binnenschepen voor een korte afstand langs de kust.

De vraag dient gesteld of het project Seine-Schelde-West, als uitbreiding van het

project Seine-Schelde, wel voldoende meerwaarde kan bieden in Europees

perspectief. De concurrentie tussen havens speelt immers op een Europese

schaal. Voor de milieubeweging moet samenwerking en complementariteit tussen

verschillende havens in de opmaak van de plannen nagestreefd te worden.

 

Opinie milieubeweging

In de verdere voorbereiding van dit project zal dus in de eerste plaats en

eenduidig het nut en de noodzaak van dit project moeten aangetoond worden,

De discussie over nut en noodzaak dient in een Europees perspectief te worden

gevoerd. Wij vragen dat daarbij de standaardmethodiek van de Maatschappelijke

Kosten Baten Analyse (MKBA) wordt toegepast.

Verder vragen we om betrokken te worden bij cruciale momenten in deze studie

(zoals keuze van de bestudeerde alternatieven, vastlegging vervoersprognose,

de waardering van de verschillende aspecten in geval een Multi Criteria Analyse

wordt toegepast, …..)

 

2. De verhouding tot de andere verkeersmodi en ontsluitingsinfrastructuur

Stand van zaken

In het strategisch plan van de haven van Zeebrugge worden tal van andere

infrastructuurprojecten voor de ontsluiting van de haven van Zeebrugge

vooropgesteld, in de eerste plaats de verbetering en uitbreiding van bestaande

wegen en spoorwegen en de aanleg van enkele missing links. Omtrent

verschillende van deze projecten bestaat reeds lang een consensus, maar de

uitvoering van deze projecten wordt keer op keer op de lange baan geschoven.

Wij willen pleiten om prioritair (en versneld) werk te maken van een betere

ontsluiting via het spoorverkeer door deze consensusprojecten uit te voeren.

 

Opinie milieubeweging

Het nut en de noodzaak van een nieuwe binnenvaartontsluiting zal niet enkel

vanuit de binnenvaartproblematiek (waarbij moet afgestemd worden met eerder

gemaakte afspraken rond de estuaire vaart) moeten aangetoond worden.

Ook vanuit de globale ontsluitingsproblematiek en de doelstellingen rond modal

split van de haven van Zeebrugge moet de meerwaarde aangetoond worden.

 

3. De weerslag van dit project op de verdere uitbouw van de achterhaven en de Brugse binnenhaven:

Stand van zaken

In het strategisch plan van de haven van Zeebrugge lag – voor wat betreft de

binnenvaartontsluiting naar het directe hinterland – de nadruk vooral op de

verdere ontwikkeling van het Boudewijnkanaal tussen de Zeebrugse en Brugse

havengebieden. Met dit project verschuift die nadruk naar het oostelijk gedeelte

van de achterhaven. In dit oostelijk gedeelte werden echter reeds een aantal

andere projecten voorzien, zoals de aanleg van ontsluitingswegen en de

buffering ten opzichte van de woongebieden van Knokke-Heist.

 

Opinie milieubeweging

In de verdere voorbereiding van dit project zal bijzondere aandacht moeten

geschonken worden aan de aansluiting van het nieuwe kanaal met de

achterhaven van Zeebrugge. Daarbij zal de impact van deze aansluiting op alle

andere kernbeslissingen en acties van het strategisch plan duidelijk in beeld

moeten worden gebracht (e.g. impact op de natuur- en buffergebieden aan de

oostzijde van achterhaven, impact op andere acties inzake

ontsluitingsinfrastructuur in deze zone, impact op de leefbaarheid van Heist,

enz…). In afwachting van deze verduidelijking pleit de milieubeweging voor een

volledige stand-still in deze zone.

 

4. De impact op de totale waterbalans en waterhuishouding van de regio

Stand van zaken

Naast dit project worden er in de West- en Oost-Vlaamse regio nog tal van

andere kanaal- en havenprojecten voorbereid die elk hun weerslag zullen hebben

op de waterhuishouding van de regio. Zo is er de impact van de Seine-Scheldeverbinding

via de Leie op de overstromingsproblematiek in het Gentse, de impact

van een mogelijke nieuwe sluis in Terneuzen op de zoet-zout-balans in het

achterland, enz… Er ontstaan in die zin grote vragen omtrent de cumulatieve

effecten van al deze ingrepen op het totale watersysteem dat gebonden is aan

dit kanalennetwerk. Dat systeem omvat ons inziens niet enkel de beschouwde

kanalen, maar ook het kanaal Gent-Terneuzen en het Schelde-Estuarium.

Naast deze globale effecten zijn er ook lokale / regionale effecten op de

waterhuishouding te verwachten. Uit de ervaringen met de verbreding van het

kanaal Gent-Brugge weten we dat deze gevolgen niet alleen voor de mens

(overstromingen waar ze voorheen nooit optraden) maar ook voor natuur en

landbouw belangrijk kunnen zijn.

 

Opinie milieubeweging

De milieubeweging vraagt om een totaalbeeld op te maken van de cumulatieve

impact op het watersysteem (waterbalans, verzilting, problemen en kansen, …)

veroorzaakt door alle geplande kanaal- en sluisprojecten in deze regio.

Daarnaast is een zeer grondige studie van de gewijzigde waterhuishouding

essentieel. Niet alleen de voorkoming van nieuwe ongewenste overstromingen

maar ook de relatie met het grondwaterregime en de impact van dit alles op de

natuur moet zeer grondig bestudeerd worden vooraleer een beslissing genomen

kan worden.

 

5. De gelijk- en volwaardige invulling van de natuurfunctie in de geïntegreerde benadering

Stand van zaken

De milieubeweging staat volledig achter de geïntegreerde en multifunctionele

benadering zoals die wordt vooropgesteld voor het Seine-Schelde-West project.

Het is positief dat bij de uitvoering van dit soort projecten tegenwoordig de

inrichting van natuurvriendelijke oevers en bermen en het verzekeren van vrije

vismigratie standaard als minimum wordt meegenomen.

De invulling van de functie natuur begint daar echter nog maar mee en mag daar

niet toe beperkt blijven. Ook de kansen en potenties voor natuurontwikkeling en

– herstel in gans het gebied dat via deze kanalen ontwaterd wordt, dienen

onderzocht en benut worden.

 

Opinie milieubeweging

De milieubeweging vraagt uitdrukkelijk voor een volwaardige invulling van de

functie natuur. We zijn van oordeel dat het project niet kan doorgaan zonder dat

verschillende maatregelen genomen worden om de globale ecologische en

landschappelijke kwaliteit van het gebied te behouden en waar mogelijk te

 

versterken. Dit kan door de natuur- en bosgebieden en hun verbindingen in de

omgeving van het kanaal te versterken. Deze maatregelen moeten ook de

negatieve impact van het kanaal op het landschap en de ecologie compenseren.

Wij wensen zeer nauw en actief betrokken te worden bij de verdere studies en

planning rond de invulling van het natuurluik van dit project.

 

6. De impact op het landschap en de woonomgeving

Stand van zaken

De milieubeweging vraagt bijzondere aandacht voor de maximale vrijwaring van

het omliggende landschap. De huidige kanalen en hun bermen zijn belangrijke

landschapselementen in een regio die gekenmerkt wordt door zijn open en

landelijk karakter. Ze dragen ook bij tot de rust en landelijk karakter van tal van

woonkernen.

Er bestaat een algemene vrees dat de aanpassing van de vaarweg onvermijdelijk

zal leiden tot een verregaande industrialisering van dit open landschap en een

verstoring van de rustige woonomgeving. We willen ook wijzen op de grote

impact die een verbreding zou betekenen voor heel wat bewoners van de

kanaalomgeving.

 

Opinie milieubeweging

Bij verdere voorbereiding van dit project zal de totale ruimtelijke impact van dit

project in beeld moeten worden gebracht, waarbij het behoud van het landschap

en respect voor de leefbaarheid van de woonkernen als bindende uitgangspunten

vooropgesteld moeten worden. Het kanaal mag de deur niet openzetten voor een

wildgroei aan nieuwe industrieterreinen midden in de landelijke gebieden die het

doorsnijdt.

 

7. Inspraak

Stand van zaken

De milieubeweging is, net als andere stakeholders, betrokken bij de

klankbordgroep van het project, en zal worden betrokken bij de verschillende

technische werkgroepen. Dat is een goede zaak, want het verhoogt de

betrokkenheid. We benadrukken het belang van een maximale openheid bij het

lopende onderzoek – dit is essentieel om het draagvlak voor deze studies te

garanderen.

 

Opinie milieubeweging

De rol en functie van de zogenaamde “territoriale werkgroepen” – en ook de

relatie tussen die werkgroepen en de zogenaamde “technische” werkgroepen - is

nog niet geheel duidelijk. Afhankelijk van de taakverdeling kan het nuttig /

noodzakelijk zijn om de stakeholders ook in deze territoriale werkgroepen op te

nemen.

 

Dit standpunt wordt ondersteund door:Groen vzw, Groene Gordel Front, Natuur en Landschap Meetjesland, West-Vlaamse MilieuFederatie, Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu.

 

 

 

Groen vzw                                                                            Brugge, 10 april 2007

 

 

                                                Aan het College van Burgemeester en Schepenen,

                                                Stadhuis, Burg 12, 8000 Brugge.

 

                                               

                                                Geachte heer Burgemeester en leden van het Schepencollege,

 

 

                                                Hierbij doe ik, namens onze milieuvereniging Groen vzw, een dringende oproep aan het voltallig Schepencollege van Brugge om een oplossing te zoeken voor de nog steeds bedreigde 3,5 ha zonevreemd Lappersfortbos aan Ten Briele.

Uit eerdere gesprekken met de directie van Fabricom blijkt dat voor dit bedrijf een gelijkwaardig stuk grond op een andere plaats ook tot de mogelijkheden behoort.

Wij zijn er van overtuigd dat een ruiloplossing mits wat politieke goede wil mogelijk is binnen de door de betrokken gemeentebesturen gewenste 119 ha nieuw bedrijventerrein in het kader van de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Brugge.

Wij vinden het zeer belangrijk dat Brugge ook een landelijk signaal geeft tot het behoud van de zonevreemde bossen want het kappen ervan is de voornaamste oorzaak van de ontbossing in Vlaanderen. Aan Ten Briele vormt dit bos één geheel met het Lappersfortbos als parkgebied en stadsbos, wat het behoud ervan nog méér waarde geeft. Brugge dient ook hier als pilootstad een rol te spelen.

Langs de Vaartdijkstraat dient het stadsbos integraal, zoniet maximaal behouden te blijven. Rekening houdend met een verbetering van de huidige (on)veiligheid voor de zwakke weggebruiker, kan het autoverkeer aldaar verboden worden of kan een afzonderlijk fietspad aangelegd worden. Een nieuwe tweevaksbaan is voor het milieu te schadelijk en leidt daarenboven verkeerstechnisch alleen maar naar een verschuiving van de autoverkeersoverlast.

 

Groen vzw hoopt dat het nieuwe stadsbestuur zich niet gebonden voelt aan eerder genomen opties en dat zij resoluut kiest voor een vernieuwde en milieuvriendelijke aanpak. Het is uiteraard meegenomen dat ook dit allemaal past als klein schakeltje in een noodzakelijke en vernieuwde klimaatpolitiek.

 

 

                                                            Met de meeste hoogachting en met vriendelijke groeten,

 

 

                                                                                             Erik Ver Eecke, voorzitter Groen vzw

 

 

Groen vzw                                                                                                         Brugge, 2 januari 2007

 

AAN  ALLE  VLAAMSE  POLITICI

 

NIEUWE LOCATIE VOOR CLUB BRUGGE ONAANVAARDBAAR

 

Groen vzw protesteert tegen de plannen van Club Brugge en grootschalige winkelketens om zich te vestigen in het landbouwgebied ten noorden van de woonkern Loppem, tussen de E40, de expresweg N31, de spoorweg Brugge-Kortrijk en de Heidelbergstraat.

Het betwiste gebied is planologisch niet alleen landbouwgebied, maar wordt in de procedure van de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Brugge tot nu toe algemeen aanvaard als “buitengebied” in de ruimtelijke ordening binnen de Brugse regio.

Dit buitengebied zomaar laten inpalmen door de voorstellen van rijke privé-instanties voor eigen geldgewin zou getuigen van wanbeleid inzake ruimtelijke ordening en is totaal in strijd met de principes en de doelstellingen uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Dit zou dan – zoals bij het GRUP Chartreuse – tevens aanvechtbaar zijn bij de Raad van State.

Het is ontoelaatbaar dat financiële belangengroepen in extremis een lopende procedure inzake ruimtelijke ordening naar hun hand zetten met de bedoeling schaars geworden open ruimten in te palmen.

Groen vzw roept de verantwoordelijke politici op het landbouwgebied niet prijs te geven aan een grootschalige infrastructuur die het algemeen belang op verschillende manieren schade toebrengt:

 

  1. Het project van Club Brugge en winkelketens is een duidelijke poging tot privatisering van de winsten en collectivisering van de lasten. De baten in privé-handen: grotere inkomsten door een stadion voor 40.000 mensen en bijkomende handelsactiviteiten komen ten goede aan de voetbalclub, financiële belangengroepen en grote distributie-ondernemingen. De belastingbetaler mag opdraaien voor wegenaanleg en méér kosten voor de handhaving van orde en veiligheid.
  2. Door de inplanting van grootschalige handel en consumptiemogelijkheden wordt een ongewenste concurrentie met de plaatselijke kleinhandel en horeca in de hand gewerkt.
  3. Het aantrekken van zo’n massa volk zal verkeersproblemen met zich meebrengen, waarvan vooral de woonkernen Loppem en Oostkamp de negatieve gevolgen zullen ondervinden. Nog méér autoverkeer wordt in de hand gewerkt. Autofiles zullen sluipwegen doen ontstaan die door woonkernen gaan. Het zou een aanslag zijn op de leefbaarheid van de nabije woonkernen.
  4. Een zwakke sector zoals de landbouw wordt door inpalming van grond nog zwakker gemaakt en zou niet minder dan 30 ha verliezen. Een politiek om in de toekomst het noodzakelijk gezond voedsel te produceren, springt niet kwistig om met bestaande landbouwgronden. Daarbij staan immers duurzaamheid, milieuvriendelijkheid en de zorg voor de landbouwbevolking voorop. Groen vzw roept de landbouworganisaties op om mee te werken om de bedreigde landbouwgronden te redden.
  5. Het project van Club Brugge leidt tot een enorme verspilling van kapitaal dat reeds in het bestaande Olympia-stadion door de overheid werd geïnvesteerd. Verkoop van de stadsgrond voor verkaveling en woningbouw zou neerkomen op een verkwanseling van eigen stedelijke sportinfrastructuur en een kortetermijnpolitiek ten nadele van het stedelijk patrimonium.
  6. De plannen van Club Brugge en winkelketens vormen een bedreiging voor het nabijgelegen natuurgebied van de natte Wulgenbroeken, dat zijn natuurlijke bufferzone kwijt speelt. Vooral bijkomende lawaaihinder en verkeersdrukte zijn storend voor de plaatselijke fauna. Bovendien komt weer een nieuwe autoweg door het natuurgebied opdoemen, om het verkeer te ontsluiten in de richting van de Kortrijkse baan. Deze weg werd vroeger om ecologische redenen geschrapt op het Gewestplan Brugge-Oostkust. Op die manier wordt de zuidelijke groene gordel rond Brugge aangetast en verliest de regio een groot deel van de noodzakelijke open ruimte tussen de woonkernen Sint-Michiels en Loppem.
  7. Het project zou een storing teweegbrengen in de waterhuishouding van het gebied. Door ophoging en verharding zou het waterpeil in de laag gelegen omliggende gebieden abnormaal vlug stijgen bij grote neerslaghoeveelheden. Daarenboven zouden overstromingen van de plaatselijke beken bepaalde woongebieden kunnen bedreigen. Schommelingen in het waterpeil, veroorzaakt door o.a. bronbemaling gedurende bouwwerken, kunnen nefast zijn voor enkele zeldzame plantensoorten uit het nabijgelegen botanisch zeer waardevol kasteelpark van Loppem.
  8. Het project zou het fiets-toerisme in de streek aantasten. De baan van Oostkamp naar de Heidelbergstraat in Loppem zou immers een drukke verkeersas worden die de fietsers afschrikt en ook het aantrekkelijk landelijk uitzicht zou helemaal verloren gaan. De betonoppervlakte van een enorme parking zou bovendien een bijzonder lelijke vlek betekenen in een groengebied dat voor zachte recreatie ten dode opgeschreven lijkt.
  9. De plannen van Club Brugge zetten de deur open voor grondspeculanten. Dure sportinfrastructuur wordt vernietigd en gronden worden verkaveld. Landbouwgrond verandert in dure bouw- en sportgrond. Bovendien wordt dit gestimuleerd door projectontwikkelaars die van een populaire sport misbruik maken om bestemmingswijzigingen van gronden door de overheid te doen aanvaarden.
  10. Het natuur- en cultuurhistorisch erfgoed zou onherstelbaar verloren gaan. De hoeve Klein Eeckhout langs de Arentsdreef is cultuurhistorisch van grote waarde in een waardevolle open landbouwruimte tussen het kasteel van Loppem, het kasteel Macieberg, de hoeve Stockvelde en het Magdalenagoed. Een aantal zeer oude weiden hebben een structuur met uitgesproken reliëf en zeldzaam wordende poelen die het gebied ook een waardevol natuurhistorisch karakter verlenen dat van aantasting moet gevrijwaard worden.

11.  Dat dorpen en steden helemaal aan elkaar groeien is een ongewenste situatie met (stads)landschappelijk identiteitsverlies als gevolg. Het behoud van de open ruimte tussen Brugge en Loppem, die van Brugge net Brugge maakt en van Loppem net Loppem, is op zich waardevol. Een immer uitdeinende periferie doet afbreuk aan een van de troeven van Brugge, nl. deze van stad op mensenmaat. (idem voor Loppem) Dit “ongewenste karakter van de verstedelijking” moet vermeden worden.

 

Alternatief: Voor een nieuw mega-handelsproject is in de Brugse regio geen plaats meer. Verantwoorde sportinbreiding op het bestaande sportterrein is prioritair. Er moet in de eerste plaats voor gezorgd worden dat de bestaande infrastructuur optimaal functioneert. Dit is momenteel niet het geval. Meer inschakelen van bewonersparkeren, gecombineerd met betere busverbindingen vanuit de randparkings zou de bestaande hinder in de woonwijken aanzienlijk verminderen. Indien aan een aantal ruimtelijke voorwaarden inzake verkeersafwikkeling voldaan wordt, kan een technisch perfect realiseerbare uitbreiding van de capaciteit van het bestaande stadion overwogen worden. Maar ook een voetbalclub moet beseffen dat er grenzen zijn aan de groei en dat de ecologische en sociale draagkracht van de regio niet mag overschreden worden.

 

Groen vzw roept iedereen op die nog respect heeft voor het behoud van ons streekeigen natuurlijk en cultureel patrimonium – politici inbegrepen – om zich met alle wettelijke middelen te verzetten tegen het gepland ruimtelijk wangedrocht, dat de sport en de handel degradeert tot een instrument voor roofbouw in de Brugse regio.

 

                                                                                                Voor Groen vzw,

 

                                                                                                Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

PERSNOTA

 

Vandaag 2 januari 2007 overhandigen het Bloemendaelecomité, Groen vzw, Expresweg Veiliger, de Fietsersbond, mensen uit de basisgemeenschappen en de SAK’s St-Michiels, St-Andries, St-Baafs en St-Willibrord hun nieuwjaarsbrief aan de nieuwe bewindsploeg van onze stad.

Onze nieuwjaarsbrief of charter “N31” leggen wij ter ondertekening voor aan de raadsleden, in de hoop dat zij tijdens deze legislatuur de nodige stappen zullen ondernemen om dit charter in de mate van het mogelijke te realiseren.

 

Vanuit het stadsbestuur werd in 2006 de nodige druk uitgeoefend op het kabinet van Minister Kris Peeters om de beveiligingswerken aan de Koningin Astridlaan en de Witte Molenstraat met spoed te realiseren. Het resultaat hiervan is reeds duidelijk op de werkvloer te zien!

 

De verschillende groeperingen zitten op éénzelfde lijn met het stadsbestuur: “De N31 moet integraal beveiligd worden!”. Aangezien Zeebrugge zich profileert als snelst groeiende haven tussen Le Havre en Hamburg, dringt een ingrijpende optimalisatie van de drukste gewestweg van Vlaanderen zich dan ook op.

 

Samen, maar elk op onze eigen manier, zullen wij hiervoor blijven ijveren. Wij hopen dan ook dat de nieuwe coalitie verder werk zal maken van de totale beveiliging van de N31.

 

Alvast van ons een toost op 2007!

 

Andries Neirynck namens het Bloemendalecomité

Karel de Goedestraat 17 - 8200 Sint-Andries - tel. 050/39.51.64 - andries.neirynck@telenet.be

Geert Demeyere namens Expresweg Veiliger en Fietsersbond Brugge

Manitobalaan 2 - 8200 Sint-Andries - tel. 050/39.66.70 -                demeyere.geert@scarlet.be

 

Erik Ver Eecke namens Groen vzw

Vier Uitersten 1 - 8200 Sint-Andries - tel. 050/31.15.62-                 erikvereecke@hotmail.com

Jozef De Coster namens Groen vzw                                                jozef.decoster@pandora.be

 

Stefan Grillet namens mensen uit de basisgemeenschappen

Noordveldstraat 7 - 8200 St-Andries - tel. 050/31.08.90 -               stefan.grillet@scarlet.be

 

Aimé Clarysse namens SAK Sint-Andries

Grote Ede 61 - 8200 Sint-Andries - tel: 050/39.12.68 -                     aime.clarysse@skynet.be

 

Vic Le Comte namens SAK Sint-Baafs

Hoge Lane 35 - 8200 Sint-Andries - tel: 050/31.21.57                      vic.le.comte@skynet.be

 

Guido Beuckels namens SAK Sint-Michiels

Leiselestraat 61 - 8200 Sint-Michiels - Tel: 050/38.02.75                  guido.beuckels@pandora.be

 

Noël Ramon namens de SAK’s

Karel de Goedestraat 10 - 8200 Sint-Andries - tel. 050/39.13.85 - noel ramon@pandora.be

 

 

 

GRUP Chartreuse juridisch

 

Advocaat Thomas Bienstman heeft voor Groen vzw op 4 dec. 2006 een memorie van wederantwoord ingediend bij de Raad van State. Het is nu wachten op het advies van de auditeur, maar dat kan nog wel een jaartje duren.

 

 

VAN ONGELOOF NAAR BITTERE WAARHEID  (4/12/2006)

 

Enkele maanden geleden werden de eerste balonnetjes opgelaten: Club Brugge zou een deel van het Chartreusegebied inpalmen. Het was onvoorstelbaar dat zo’n flagrante aantasting van onze zuidelijke groene gordel in Brugge een kans zou maken om ooit als realistisch project boven water te komen.

Een paar maanden later roepen we met Groen vzw alle hens aan dek tegen de macht van het geld en de grootschalige business die onze streek als wingewest ten prooi grijpt voor gewiekste zakenlui en hun politieke medestanders.

Inhoud van de plannen:

De schaarse open ruimte tussen St-Michiels en Loppem wordt verder afgetakeld, landbouwgrond verandert in dure bouw- en sportgrond, natuurgebieden zoals de Wulgenbroeken verliezen een deel van hun groene omgeving, de dorpsrust in Loppem wordt gestoord, nog méér autoverkeer wordt in de hand gewerkt, de baten in privé-handen, de lasten voor orde en veiligheid op kosten van de gemeenschap, enorme mogelijkheden voor grootgrondbezitters en grondspeculanten, bestaande, dure sportinfrastructuur wordt vernietigt en gronden worden verkaveld…

Groen vzw roept iedereen op die nog respect heeft voor het behoud van ons streekeigen natuurlijk en cultureel patrimonium zich met alle wettelijke middelen te verzetten tegen dit gepland ruimtelijk wangedrocht, die de sport degradeert tot een instrument voor roofbouw in de Brugse Regio.

 

                                                                                             

                                                                                                      Voor Groen vzw,

                                                                                                     

 

                                                                                                      Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

 

Persbericht Groen vzw & Groene Gordel Front in Brugge en Ommeland 25/11/06

 

Voetbal in de Chartreuse? Een ongemakkelijk doel ...

 

De vraag "of Club Brugge naar Loppem gaat" genoot onze volle aandacht. Wij zijn dan wel niet de voetbalclub van Brugge, maar wel een Brugse club die opkomt voor duurzaamheid & dierbaarheid, een beetje dus zoals de Club van Rome, die lang geleden als eerste stelde dat er wel degelijk grenzen zijn aan de groei.

 

Het Groene Gordel Front nam reeds een kijkje aan het Breydelstadion in Sint-Andries. Wat meteen opvalt is dat het stadion en het zwembad ingebed zijn in een uitgestrekte ruimte, die hoofdzakelijk gebruikt wordt voor parkings en oefenvelden. Parkings hoeven niet noodzakelijk bovengronds en oefenvelden hoeven niet noodzakelijk naast het stadion. Wij zullen een paar bekwame, voetbalminnende architecten met lef en verbeelding raadplegen en samen met Groen vzw een dossier ten gronde opmaken. Tevens zullen we contact opnemen met de overheid en de clubs van Brugge. Voor ons blijft de zuidelijke groene gordel een ongemakkelijk doel.

 

Wij zullen de piste van duurzame inbreidende alternatieven uitwerken van zodra we inzicht krijgen in het ganse dossier en de plannen bovengronds komen. Nu zitten we reeds met enkele belangrijke prangende vragen: zijn de bedreigde landbouwgronden aan de Chartreuse al verkocht? Is het compromis tussen Club Brugge en de grondeigenaar al getekend en wat zijn de opschortende voorwaarden? Zullen we het compromis mogen inkijken? Wat is een studie waard als de gronden al gekocht zijn in een voldongenfeitenpolitiek waar de baten van het project ten goede komen aan de bouwpromotoren en de lasten met gemeenschapsgelden moeten gedragen worden?

Staan we voor een tweede Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan Chartreuse met bestemmingswijziging van de gronden? Staan we voor een nu nog verdoken, grootschalige grondspeculatie?

 

Het is spijtig dat de huidige generatie politici en potentiële bouwheren zonder meer opteren voor open ruimten en goed bereikbare autolocaties, voor een 'greenfield' ontwikkeling dus, als oplossing voor de behoefte aan een groter voetbalstadion. Voor het welzijn van onze streek is het belangrijk dat er op de eerste plaats gedacht wordt aan het creatief gebruik van de reeds bebouwde ruimte en het vrijwaren van de open groene gordel rond Brugge. Een grondig maatschappelijk debat moet gevoerd worden vooraleer een definitieve keuze gemaakt wordt (tussen de gemakkelijkheidsoplossing van het aansnijden van alweer een stuk open ruimte of de toekomstgerichte oplossing van ingenieus in te breiden).

 

Parkeeroverlast en vandalisme rond een voetbalstadion zijn spijtige zaken. Het zijn evenwel problemen die men kan en moet aanpakken, wat natuurlijk weer een stuk lastiger is dan ze gewoon de stad uit te sturen. Waarom geen initiatieven nemen om de voetballiefhebbers na de match lokaal entertainment aan te bieden (ruimer dan het drinken van pinten) waar ook de plaatselijke economie iets aan heeft?

 

Waarom geen bewonersparkeren inschakelen en supporters met bussen vanuit randparkings naar het stadion brengen? Dit zou de last voor de omwonenden sterk verminderen.

 

Gelovend in de kracht van duurzame alternatieven willen wij daarom nu reeds een duidelijk NEEN zeggen tegen de verdere aantasting van de zuidelijke open Groene Gordel van bos, natuur, open ruimte en landbouwgronden tussen Oostkamp, St.-Michiels en Loppem. Uitbreiden van natuur en bos en inbreiden van bebouwing is ons motto. Duurzame alternatieven zijn zeker te vinden binnen het bestaande Euro 2000-stadion dat nu vaak nog maar half vol zit en het nog beter inschakelen van het openbaar vervoer. Wat is eigenlijk de bezettingsgraad? Er moeten duidelijke grenzen aan de groei gesteld worden, ter bescherming van het milieu, de plaatselijke leefbaarheid en de gemeenschapsbelangen.

 

Als milieu-, natuur- en bosbeweging wachten wij nog altijd op de uitspraak van de Raad van State in de rechtszaak die Groen vzw heeft aangespannen tegen de bestemmingswijziging van het Chartreusegebied. Als onze beweging zich (met argumenten en alternatieven) verzet tegen een hoofdkwartierenzone in het ene gedeelte van de zuidelijke groene long, dan is het logisch dat we ook opkomen voor het integraal behoud van het andere gedeelte van die long. Laat de Chartreuse over aan de landbouwers en de natuur, niet aan de marktlogica van het voetbal. Of gaan we de groene gordel dichtbouwen, net waar hij uitgebreid zou moeten worden?

 

Wij geven dus een rode kaart aan de voetbalplannen en doen een oproep tot duurzame stadsplanning. De Chartreuse speelt in de eerste klasse van de openruimtegebieden in het Brugse. En dat moet zo blijven!

 

Meer info over de Chartreuse op www.ggf.be

 

Erik Ver Eecke, voorzitter Groen vzw

Stef Boogaerts, voorzitter Groene Gordel Front in Brugge en Ommeland

Luc Vanneste, secretaris Groene Gordel Front in Brugge en Ommeland

 

 

 

Groen vzw met dringende vraag naar

Burgemeester Moenaert  (15/10/2006)

 

Groen vzw doet een oproep tot burgemeester Moenaert om bij de coalitiebesprekingen — naast de vele andere thema’s— ook een oplossing te zoeken voor het zonevreemde deel van het Lappersfortbos. De bomen kappen is voor onze vereniging en alle sypathisanten van het Groene Gordel Front onaanvaardbaar.

Wij vragen een ruiloperatie met een ander stuk industriegrond om het bos intact te houden. Waar een (goede) wil is, is een nieuwe weg. Dit laatste slaat uiteraard niet op een verbreding van de Vaartdijkstraat langs het Lappersfortbos, maar op de wens van Groen vzw voor een vernieuwde politiek van het stadsbestuur inzake ruimtelijke ordening.

Industriële inbreiding en optimalisering (bv. Bombardier heeft nog slechts 1/3 van zijn eigen oppervlakte nodig) moet leiden tot de nodige ruimte voor andere bedrijven, zodat men ophoudt met het kappen van onze zonevreemde bossen.

 

                                                                                                          Voor Groen vzw,

 

                                                                                                          Erik Ver Eecke, voorzitter

 

 

 

teken online petitie Lappersfort BOS blijft BOS ( zeg en mail het door aub )
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

http://www.ggf.be/petitie/petitie.htm
STOP DE OORLOG TEGEN DE ZONEVREEMDE BOSSEN
( teken online bospetitie integraal behoud Lappersfort nu )
Schaarste aan bedrijfsruimte in Brugge : feit of fictie ?
http://www.stadsomroep.com/detail.asp?NUM=19194 

 

Sometimes a scream is better than a thesis. - Ralph Waldo Emerson (1803-1882) 
Het LAPPERSFORTMUSEUM online 
http://ggf.regiobrugge.be    

 

groet van Luc, 050/390957                    

 

 

 

 

PERSBERICHT             Brugge, 24 augustus 2006

 

Bloemendaele Comité

Groen vzw

Werkgroep Expresweg Veiliger

 

Provincie West-Vlaanderen: Brugge, N31,

42.100 voertuigen per werkdag

 

Een week voor de start van het nieuwe schooljaar en de start van een nieuw werkjaar voor tal van jeugdverenigingen, voeren de 3 actiegroepen, die al jaren actief zijn rond de optimalisatie van de N31, samen met de Brugse Fietsersbond, actie op het kruispunt van de expresweg N31 en de Legeweg te Sint-Andries –Brugge. Binnenkort zullen terug duizenden scholieren, leden van jeugdbewegingen en tal van zwakke weggebruikers, de drukste gewestweg in Vlaanderen moeten kruisen op kruispunten die op zijn minst als levensgevaarlijk zijn te beschouwen. De cijfers die in augustus ’06 bekend gemaakt zijn, door de Afdeling Beheer Wegverkeer van de Vlaamse overheid, zijn dan ook hallucinant!

 

Maar er is een sprankel hoop, gezien de start van de werken voor de aanleg van een tunnel ter hoogte van de de Koningin Astridlaan en de aanleg van een gecombineerde voetgangers- en fietsertunnel ter hoogte van de Witte Molenstraat. Echter waren de plannen die in het voorjaar van 2004, na de opmaak van het MER, voorgesteld werden iets ambitieuzer vermits ze een totale aanpak voor de N31 voorstelden. Zolang de financiering voor de volledige optimalisatie van de N31 niet rond is, kunnen we niet anders dan dit dossier in Brussel te blijven bepleiten. 42.100 voertuigen per dag op deze gewestweg maken van deze gewestweg dan ook de drukste gewestweg van Vlaanderen. Gezien het belang van deze gewestweg voor een zeer snel groeiende Zeehaven en voor de ontsluiting van het stadsverkeer van Brugge is het dan ook niet te verwonderen dat de N31 helemaal bovenaan de lijst staat van het recente rapport van de Afdeling Beheer Wegverkeer van de Vlaamse overheid.

 

De mogelijke investering van de Chinese Shanghai International Ports Group in de nagelnieuwe terminal van APM in de Zeebrugse voorhaven, de komst van een hypermarkt aan het industrieterrein De Blauwe Toren, de komst van de KHBO, de druk draaiende Kinepolis en tal van andere katalysatoren zorgen ervoor dat het verkeer op deze N31 exponentieel aan het stijgen is. Het recente rapport van de Jonge Kamer (JCI) voorspelde reeds groeiverwachtingen voor de nabije toekomst voor de Zeebrugse groeipool die op zijn minst spectaculair te beschouwen zijn. Zeebrugge als diepzeehaven rendeert, het aanleggen van de grootste containerschepen ter wereld in deze Zeehaven illustreerde dit nog enkele weken geleden.

 

Dit zal slechts blijven duren als de ontsluiting naar het hinterland verbetert. Concreet voor de N31 betekent dit dat een volledige uitvoering van de plannen, zoals ze in mei 2004 aan de Brugse bevolking werden voorgesteld, absoluut noodzakelijk is. Bovendien moet er voor Lissewege ook een tunnel voorzien worden, wat jammer genoeg nog niet voorzien was in deze plannen.

 

We vragen dan ook aan alle kandidaten voor het Brugse Burgemeesterschap om van deze N31 een topprioriteit te maken de komende 6 jaar. We dringen dan ook verder aan bij de Ministers Kris Peeters en Kathleen Van Brempt en Minister President Yves Leterme om samen met het West-Vlaamse provinciebestuur, het Brugse stadsbestuur en onze streekparlementairen, dit dossier met bekwame spoed verder te behartigen.

 

Concreet vragen we een dringende financiering voor de volgende gevaarlijke punten:

 

-kruispunt Legeweg met aanleg van de open sleuf tot aan de Koningin Astridlaan

-kruispunt Bevrijdingslaan

-Kruispunt Koning Albertlaan

-Kruispunt Chartreuseweg

-heraanleg van fietsverbindingen over de open sleuf ter hoogte van de Zandstraat en de Diksmuidse Heirweg

-kruispunt N31 met centrum van Lissewege

 

In het belang van de economische groei en de verkeersveiligheid in de Brugse regio moeten deze zwarte punten op deze drukste gewestweg van Vlaanderen dan ook snel en zo veilig mogelijk aangepakt worden. Het is dan ook de hoogste tijd om van deze moordweg een voorbeeld gewestweg te maken!

 

Voor verdere uitleg zijn wij, zoals steeds, ter uwer beschikking.

 

Namens,

 

Bloemendaele Comité,                       Werkgroep Expresweg Veiliger,                   Groen vzw,

 

Andries Neirynck                                 Geert Demeyere                                                Erik Ver Eecke

Karel de Goedestraat 17                      Manitobalaan 2                                                Vier Uitersten 1

8200 Sint-Andries                                8200 Sint-Andries                                            8200 Sint-Andries

tel. 050/39 51 64                                    tel. + fax 050/39 66 70                                       tel. 050/31 15 62

andries.neirynck@skynet.be                                                                                        

 

 

 

 

 

 

Groen Vzw

t.a.v. de heer Erik Ver Eecke

 

Mevrouw Marie Jeanne VANDE VOORDE

 

De heer Jean Pierre OMBRECHT