Logo Rinkelbel
  • Snoezelen
  • Ik snoezel, Jij snoezelt, Wij snoezelen
  • Snoezelen is een proces
  • De snoezelruimte
  • Snoezelen in de dagdagelijkse zorg.
  • Waarom een " snoezelruimte " in de Speel-O-Theek De Rinkelbel vzw
  • Snoezelen in de Speel-O-Theek De Rinkelbel vzw


  • Snoezelen
       

    De term snoezelen roept allerlei associaties op die te maken hebben met liefde, zorgzaamheid en tederheid, met een sfeer van ontspannen zijn, met een sfeer waarin niets moet.

    Snoezelen doet denken aan lekker lui liggen en niets doen of aan knuffelen, teder samen zijn. Snoezelen roept beelden op van een kind dat bij zijn moeder op de schoot zit en zich tegen haar aanvlijt.

    Het woord snoezelen is ontstaan uit een samentrekking van de woorden snuffelen en doezelen.

         

    * Doezelen verwijst naar een rustgevende activiteit.
    * Snuffelen geeft meer de dynamiek weer.

       

    Via zintuiglijke prikkels nodigt men het kind met een handicap uit, zijn zintuigen te gebruiken om zich langs die weg goed te voelen.

    Snoezelen is een activiteit gericht op zintuiglijk waarnemen en ervaren door middel van licht, geluid, smaak, geur en tast.

    Toen in 1967 snoezelen ingang vond, lag de nadruk op de activiteit, op de actieve stimulering van de zintuigen en op het gebruik van daartoe aangepaste materialen.

    Langzamerhand werd de klemtoon verschoven naar belevensgericht snoezelen, dat primair een ontmoeting is van mens tot mens.

    We spreken nu meer over een attitude, een houding in de toenadering tot de persoon en minder over technieken en materialen.

    Een meer belevingsgerichte invulling van snoezelen heeft als voordeel dat er expliciet wordt gekozen voor de innerlijke ervaring en de betekenis, die de aangeboden activiteit heeft voor het basale veiligheidsgevoel van het kind met een handicap.

    Als snoezelen alleen het zintuiglijk stimuleren zou inhouden, dan zou een belangrijke component ontbreken, namelijk het affectieve contact.

    Snoezelen moet én de zintuigen én het gevoel activeren.
    Snoezelen is geen doel op zich, maar een middel om te ontmoeten.
    Snoezelen heeft te maken met aanwezig zijn bij een zorg behoevende kind in een sfeervolle omgeving.
    Snoezelen heeft te maken met rust en ontspanning vinden in de nabijheid van iemand, die betrokken is.

    Het is niet meer voldoende om te weten hoe er gesnoezeld moet worden of hoe een aangename "snoezelruimte" moet worden ingericht.
    Wat meer en meer telt is de persoon van de ouder, van de begeleider. Hun houding zal bepalen of het kind met een handicap kan snoezelen en zich kan openen voor contact.

    Terug


    Ik snoezel, Jij snoezelt, Wij snoezelen
     


    Ik snoezel

       

    De ouder of begeleider snoezelt zelf als hij durft vertrouwen op de taal van zijn eigen lichaam,als hijzelf de zintuiglijke prikkels én het contact met het kind met een handicap kan beleven.

     


    Jij snoezelt

       

    Het kind met een handicap ligt soms opgesloten in een eigen innerlijke wereld. Dankzij hetsnoezelen wordt hem de mogelijkheid geboden om contact te maken met zichzelf en met zijn omgeving.

     


    Wij snoezelen

       

    Zintuiglijke prikkels aanbieden is noodzakelijk maar niet voldoende. Beleven is immers wezenlijk een relationeel gebeuren. Het kind met een handicap kan de zintuiglijke prikkels en het lichamelijk contact maar toelaten in zijn wereld, als hij de nabijheid voelt van de ouder of de begeleider. De ouder of de begeleider zoekt contact om de signalen op te vangen die aangeven wat deugd doet en wat niet, om het kind met een handicap uit zijn isolement te halen. Zo ontstaat een samen beleven en een samenzijn in nabijheid.

    Terug


    Snoezelen is een proces
     


    Opbouw van sfeer

       

    De eerste stap in het snoezelen is het creëren van een sfeer, waarin de voorwaarden geschapen worden voor het opbouwen van geborgenheid en intimiteit. Deze sfeer wordt opgebouwd met zintuiglijke prikkels, vooral sfeerprikkels.

         

    * Het licht is warm en gedempt,
    * Het geluid of de muziek is zacht en rustig,
    * De geur is rustgevend.
    * Het kind zit of ligt comfortabel.

       

    Bij het praten gaat het niet om de inhoud van de woorden. Een zachte, warme en koesterende stem werkt rustgevend en uitnodigend. Ook zachtjes neuriën of zingen kan sfeervol overkomen. De zintuiglijke prikkels zijn nog niet bedoeld om te stimuleren maar scheppen voorwaarden voor de volgende stap in het snoezelproces.

     


    Opbouwen van een affectief contact

       

    De primaire relationele voorwaarde is dat de ouder of begeleider zich goed voelt bij wat zij doen. Zij moeten zich ontspannen voelen en niet te veel bezig zijn met de juiste technieken. Niet hun technische vaardigheden, maar hun nabijheid in het contact tellen op dat moment.

    De relatie en het wederzijds vertrouwen zijn heel belangrijk.
    Doorheen het contact ontstaat de mogelijkheid om een relatie op te bouwen, niet van de ouder of de begeleider tot het kind met een handicap, maar wel van mens tot mens, in respect voor mekaars anders zijn.

         

    * Respect is een houding, een manier van mensen te waarderen.
    * Respect houdt in dat de ouder of de begeleider de ander primair waardeert om wat hij is en probeert hem te bereiken op zijn niveau, in zijn wereld.

       

    Dit veronderstelt dat de ouder of de begeleider een grondig inzicht heeft in de persoon achter de handicap.

    Hij moet die individuele mens goed kennen in zijn noden en behoeften, in zijn persoonlijkheid en in zijn levensloop.

    Hij moet vertrouwd zijn met de lichaamstaal van de andere, immers langs die weg uit de ander zijn noden en wensen.

    De ouder of de begeleider moet weten hoe bijvoorbeeld angst zich uitdrukt of hoe ontspanning zich manifesteert.

    Als iemand het contact als fijn ervaart, dan is dat te merken aan zijn lichaam. Zijn ledematen of gezicht ontspannen zich, of hij gaat zich meer toewenden naar de ouder of de begeleider, door hem bijvoorbeeld vast te nemen of hem met zijn blik te volgen.

     


    Uitbreiden van het waarnemingsveld

       

    De ouder of de begeleider gaat selectief prikkels aanbieden om het kind met een handicap meer naar buiten te richten.

    De intensiteit van de prikkels moet van die aard zijn dat iemand geprikkeld, uitgedaagd wordt om te exploreren, maar niet overprikkeld geraakt.

    Bij het snoezelen is het belangrijk dat een evenwicht gezocht wordt tussen stimuleren en relaxen, tussen prikkelen en rust bieden.

    Het stimuleren van de zintuigen moet op een zodanige manier gebeuren, dat dit niet tot overbelasting leidt.

    Als het snoezelen ontaardt in een te groot en te sterk aanbod aan prikkels, dan creëert dit angst.
    Deze angst versterkt juist het isolement, in plaats van het te doorbreken.

    Hoeveel prikkels en hoe snel deze elkaar moeten opvolgen, wordt bij een goed contact meestal voelbaar aangegeven door het kind met een handicap zelf. Het zal signalen geven dat het hem deugd doet, dat het hem raakt, dat het binnenkomt, m.a.w. hij zal de ander in zijn wereld toelaten.

    Tijdens het uitbreiden van het waarnemingsveld blijft de ouder of de begeleider steeds in voortdurend contact met het snoezelend kind, hetzij via direct lichamelijk contact, hetzij via oogcontact.

    Terug


    De snoezelruimte

    In een snoezelruimte staat een uitgebreid arsenaal van zintuiglijke prikkels ter beschikking die gelijktijdig of afzonderlijk in te schakelen zijn.

     


    Wat we zien

       

    * Het daglicht :

         

    Kan bijvoorbeeld verkleurd worden via aangepaste gordijnen of lichtdoorlatend gekleurd papier. Wij kozen voor een volledig afgesloten ruimte.

       

    * Sfeervolle verlichting :

         

    Kan je bekomen door indirecte verlichting, kerstverlichting, gekleurde spots, enz Wij kozen voor : gekleurde spots : groene bij het begin en het einde en blauwe spots tijdens het snoezelmoment. Zij worden bediend via dimmers zodat de overgang geleidelijk kan gebeuren. black-lights : iedereen kent het effect op witte materialen. Wel moet men rekening houden dat voor sommige kinderen de reflexie op overwegende witte materialen beangstigend kan overkomen.

       

    * Dia- en vloeistofprojectie :

         

    Hiermee kunnen prikkelende effecten bekomen worden. Deze kunnen op muren of plafond gericht worden, maar ook op het eigen lichaam, waardoor veelal grijpbewegingen worden uitgelokt. Wij kozen voor een : vloeistofprojector uitgerust met een schijf met dubbel glas waartussen verschillende kleuren vloeistof zijn aangebracht. Deze vloeistoffen hebben de eigenschap zich niet onderling te vermengen, waardoor de kleur helder blijft. De schijf wordt door een motortje aangedreven en de beweging veroorzaakt het langs elkaar lopen van de verschillende vloeistoffen en geeft een steeds wisselend patroon op de tegenovergestelde muur.

       

    * Een spiegelbol :

         

    Kan het licht van een puntspot weerkaatsen waardoor een sfeervolle bewegende sterrenhemel de ganse ruimte vult. De spiegelbol kan in snelheid variëren, maar snel draaien stimuleert te veel en maakt onrustig. Wij kozen voor een spiegelbol die draait aan een constante snelheid van één omwenteling per 15 minuten.

       

    * De waterbellenkolom :

         

    Is een doorzichtige waterzuil met onderaan een lichtbron. Een draaiende kleurschijf en toevoer van lucht geeft een sprankelende stroom van kleurrijke luchtbellen. Dit nodigt uit om ernaar te graaien of er dromerig bij weg te doezelen. Wij kozen voor drie waterbellenkolommen in groep geplaatst en omringt door twee spiegels, dit geeft het uitzicht van een eilandje. Bij het plaatsnemen tussen de zuilen kan men het rustgevend nog sterker ervaren.

       

    * Fluoline :

         

    Is een flexibele slang, die in combinatie met ultraviolet licht opgloeit in fluoricerende kleuren. Wij kozen voor een toegepassing als gordijn, geplaatst voor een spiegel. De gekleurde slierten nodigen uit om er mee te spelen en bij het opzijschuiven ontdekt men, tot zijn verrassing, zichzelf in de spiegel.

       

    * Een licht en geluidswand :

         

    Bestaat uit aan elkaar gekoppelde elementen van 50 op 50cm. De lichtwand reageert op geluid dat hetzij door het kind hetzij ergens in de omgeving gemaakt wordt. De kleuren veranderen door het verschil in frequentie van het geluid. Door de ingebouwde digitale stuurelectronica ontstaat een niet voorspelbaar kleurenpatroon tussen de elementen. Bij aansluiting op de muziekinstallatie krijgt men een gecoördineerde samenhang tussen muziek en licht. Wij kozen voor lichtwand bestaande uit 4 elementen. Deze werd vertikaal tegen de muur geplaatst. Hij reageert enkel op het omgevingsgeluid.

       

    * Een diepte of spiegeltunnel :

         

    Is een kast met achteraan een spiegel met rondom kleine lichtjes, vooraan afgesloten met een doorzichtige plaat. Deze tunnel levert een verrassend kijkspel, een oneindige tunnel met lichtpuntjes die veranderen naargelang de hoek waaruit gekeken wordt. Wij kozen voor een spiegeltunnel die in één van de huizen in de snoezelruimte werd ingewerkt.

       

    * Een loop lichtslang :

         

    Is een leuk sfeervol lichtobject, de bewegende stroom van lichtjes zorgen voor een boeiend en stimulerend visueel effect. De snelheid van de voortschrijdende lichtpunten kan geregeld worden. Wij kozen voor het plaatsen van de lichtslang als liaan in de bomen van onze snoezelruimte.

     


    Wat we voelen

       

    * Tastmateriaal :

         

    Is zeer functioneel voor het aanbieden van stimulerende prikkels. Verschillend aanvoelend materiaal kan overal worden aangebracht. Het materiaal kan hard of zacht, ruw of glad, koud of warm zijn. Het samenbrengen van verschillend aanvoelende lappen stof nodigen uit tot betasten en strelen. Het naast elkaar plaatsen van (schuur)papier, karton, borstelharen, laten tastbare contrasten beleven. Hout, plastic of metaal maken warmtebeleving meer bewust. Wij kozen voor een tastwand waarop naast zachte materialen, zoals wol, vast tapijt, touw, ook als contrast, harde materialen werden aangebracht, zoals een spiegel, borstels enz. Totaal andere tastbelevingen ontstaan door warme en / of koude luchtstromen, die ons meer bewust maken van onze huid. Deze zijn niet voorzien in onze snoezelruimte

       

    * De trilvloer of trilstoel :

         

    Laat ons intense trillingen door ons totale lichaam voelen Ook kan men kleine trilapparaatjes of massagekussens hanteren. Het moet gaan om laagfrequente trillingen, die een rustgevend en ontspannend effect hebben op het kind met een handicap. Vibratorische prikkels of trilervaringen zijn zeer belangrijk. Zij leiden tot een zeer diepe vorm van ontspanning, omdat trillingen zeer nabij, aan het lichaam zelf waar genomen worden. Wij kozen voor een trilvloer van 1,50 m op 2 m, aangesloten via een speciale versterker op de geluidsinstallatie. Hierop kan een micro aangesloten worden zodat de zelfuitgebrachte geluiden omgezet worden in direct voelbare trillingen. Ook zonder specifieke hulpmiddelen kan men gelijkaardige belevingen oproepen. Trommelen met de vingers, geeft analoge ervaringen als met trilapparaatjes. Je kan ook met muziekinstrumenten en Tibetaanse schalen trillingen overbrengen op het lichaam. Met handen of wang kan je het natrillen van een trommel, taboerijn of cimbaal voelen. Tibetaanse schalen zijn koperen ronde schalen van verschillende grootte die door hun speciale samenstelling, zoals een gong, langdurig intens trillen bij het aanslaan. Door deze op het lichaam te plaatsen wordt de trilervaring intenser dan de geluidservaring.

     


    Wat we horen

       

    * De geluidsprikkels :

         

    Muziek is meer dan een auditieve zintuiglijke prikkel. Iedereen van jong tot oud reageert op muziek.

       

    * Emotioneel beleven van muziek :

         

    Muziek kan emoties en gevoelens losmaken. Muziek kan ons verwarren of beangstigen, maar ook verblijden en opbeuren. De zintuiglijke waarneming van muziek brengt in ons een proces op gang dat leidt tot het mee beleven van en het reageren op het muzikale klankspel. Hoe sterker de waarneming, hoe dieper de inwerking. Het bewegingsspel van de muziek roept beweging op bij het kind met een handicap. Muziek maakt iets wakker en leidt tot lichamelijk reageren. Denk maar aan ritmische dansmuziek.

       

    * Contact door muziek :

         

    Bij het snoezelen wordt muziek op twee manieren gebruikt, namelijk als middel om een sfeer te scheppen én als middel om contact te maken.

    Muziek als sfeerschepper wordt vooral gebruikt om rust en ontspanning te creëren. De muziek die daartoe bruikbaar wordt geacht, zijn de meer mediatieve muziekstukken uit de new age muziek, maar ook instrumentale klassieke muziek. Ook de zogenaamde Gaiamuziek die bestaat uit vertrouwde natuurgeluiden werkt zeer rustgevend. Hierbij hanteert men geluiden zoals het gezang van vogels, de muziek van de wind, het ritme van de kletterende regen, het ruisen van een waterval.

    Echte snoezelmuziek bestaat niet, wel muziekstukken en geluiden die meer geschikt zijn voor het snoezelen.

    In vakliteratuur vindt je vaak overzichten van muziekstukken, geordend in drie categorieën. Er is :

           

    * rustgevende muziek,
    * de vrolijke opgewekte muziek
    * de ontroerende of droevige muziek.

         

    Het is belangrijk dat men de muziekkeuze telkens afstemt op de belevingswereld van het kind met een handicap. De ouder of begeleider zal een keuze maken tussen, ofwel de aanwezige stemming verder uit te lokken, ofwel de stemming te veranderen vanuit het aanvoelen van datgene waaraan het kind op dat ogenblik behoefte heeft.

    Het is tenslotte belangrijk dat bij het snoezelen muziek kan afgewisseld worden met STILTE.

    Men hoeft niet overspoeld te worden met allerlei zintuiglijke prikkels, ook niet met muziek. Een overdaad aan muziek neemt het verrassingseffect weg en zwakt de behoefte tot luisteren af. Het ervaren van stilte werkt ook zeer bevrijdend.

    Wij kozen voor de zachte en rustgevende muziek.

     


    Wat we ruiken

       


    Een snoezelruimte kan ook een geurige ruimte zijn, want geuren zijn ook belangrijk voor het creëren van een sfeer van rust en warmte. Hierbij gebruikt men vooral kalmerende oliën, zoals lavendel, kaneel, marjolein, jeneverbes. Men kan ook kiezen voor oliën die de ruimte fris en zuiver maken, bijvoorbeeld oliën van citroenschil, van dennen en sparren.

    Om deze geuren door de ruimte te verspreiden kan men gebruik maken van een aromalampje. Ook kunnen oliën gedruppeld worden op een verwarmingstoestel. Belangrijk is steeds dat de geur zacht aanwezig is. Een te sterk aroma heeft een averechts effect.

    Bovendien kan een ruimte ook niet zo snel weer reukvrij gemaakt worden, als het kind met een handicap signalen geeft dat de geur hem niet aanstaat. In vergelijking met muziek kan een geur zo maar niet afgezet of stilgelegd worden.

    Geuren hoeven niet uitsluitend via etherische oliën tot stand te komen. Ook het gebruik van alledaagse prikkels zoals bloemen, de geur van koffie zetten of iets bakken zijn aan te bevelen.

    Aromatische massage vindt hoe langer hoe meer toegang bij de snoezelactiviteiten. Het zacht strelen van het hoofd, een hand of voet, is een affectief contact, dat het kind met een handicap veiligheid of geborgenheid kan geven. Binnen deze context heeft een geurige massage zeker zijn plaats.

    Deze vorm van snoezelen wordt niet toegepast in onze speel-o-theek, het is onmogelijk de snoezelruimte onmiddellijk terug reukvrij te maken.


     


    Relaxeren door streling en aanraking.

       

    Doorheen vele van de vorige snoezelmogelijkheden zoekt de ouder of begeleider uiteraard contact via het lichaam. Op het ritme van de muziek kan de ouder of begeleider wiegen samen met het kind met een handicap, die in zijn schoot zit of ligt. Maar evenzeer kan men het kind niet alleen zacht strelen maar ook echt masseren op de golven van de muziek.

    De snelheid en rust waarmee de handelingen uitgevoerd worden bepalen in grote mate het resultaat. Door tegelijk en symmetrisch de twee handen te gebruiken voelt het contact voller en warmer aan.

    Terug


    Snoezelen in de dagdagelijkse zorg


    Snoezelen mag je niet zien als een losstaand gebeuren, dat af en toe aan bod komt.

    Snoezelen moet geïntegreerd worden in de dagelijkse zorg.

    Een afzonderlijke ruimte om te snoezelen is uitermate geschikt om het snoezelen te leren.

    Als je snoezelen opneemt in je visie op omgaan met kinderen met een handicap, dan kunnen heel wat elementen van het snoezelen toegepast worden in de gewone dagelijkse activiteiten.

    Gedurende de ganse dag kunnen selectief zintuiglijke prikkels aangeboden worden en geven vele situaties aanleiding tot affectief lichamelijk contact.
    Zorgsituaties, zoals een bad geven, worden tegelijkertijd kansen om samen te snoezelen, het beluisteren van het klaterende water of het ruisen van de sproeier, genieten van zachte sproeistralen overheen het ganse lichaam, enz..

    Ook de woonruimte kan je omvormen tot een sfeervolle ruimte.

    Indirecte verlichting, gekleurde spots waarvan je de lichtintensiteit kan dimmen, verschillende gekleurde stoffen om als alternatieve gordijnen te draperen voor het raam. Zet af en toe een geurverdamper aan.

    Zet vooral regelmatig die achtergrondmuziek af. Wees zuinig met gebruik van radio en cd speler.

    Richt eens een rusthoek in met een matras en veel kussens om samen liggend of wiegend wat zachte muziek te beluisteren.

    Nogmaals dient te worden benadrukt dat een rustige sfeer met een rustig afwisseling in zintuiglijke gewaarwordingen een voorwaarde is om contact te maken met zwak functionerende kinderen.




    Waarom een " snoezelruimte " in de Speel-O-Theek De Rinkelbel vzw


    Wij stelden ons de vraag: hoe kunnen wij als speel-o-theek, als uitleendienst van speelgoed hierop inspelen ?

    Wij willen bewust niet therapeutisch werken, daar dit de taak is van diegenen die hiervoor een specifieke opleiding genoten.

    Toch vonden wij het gegeven boeiend genoeg om de uitdaging aan te gaan en het snoezelen te introduceren in onze speel-o-theek.

    Het voldoet namelijk aan bepaalde doelstellingen van de speel-o-theek:

    * scheppen van een speelruimte die bijdraagt tot een gezonde spelontwikkeling en het laten opdoen van spelervaring.
    * het geven van informatie naar ouders en opvoeders over speelgoed en spelmogelijkheden.

    De basisidee is in de eerste plaats onze leden, hun ouders, hun begeleiders en onzepermanentieleden kennis te laten maken het snoezelen en zijn mogelijkheden.

    Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat snoezelen een gebeuren is dat zich niet beperkt tot de snoezelruimte maar ook kan geschieden in de dagdagelijkse bezigheden en bij het begeleiden van het kind met een handicap.

    Wanneer wij er in slagen deze boodschap via onze snoezelruimte door te geven aan de ouders en de begeleiders van het kind met een handicap, dan maken wij onze doelstellingen waar.

    Terug


    Snoezelen in de Speel-O-Theek De Rinkelbel vzw


    Tijdens de openingsuren van de speel-o-theek moet men rekening houden dat door het in- en uitlopen van de snoezelruimte, een opbouw en afbouw van een snoezelmoment niet te realiseren is.

    De ervaring leert ons dat tijdens deze uren de snoezelruimte gebruikt wordt als :

     

    * een vluchtplaats : bij grote drukte in de Speel-O-Theek, men trekt zich met het gekozen stuk speelgoed terug om rustig te kunnen verder spelen.
    * een uitwijkplaats : voor een rustmoment, als pauze na een drukke spelfase elders in de speel-o-theek.

    Andere aandachtspunten, die ons als speel-o-theek, in functie van het snoezelen, bezig houden zijn :

     

    * hoe kunnen wij het gegeven snoezelen overbrengen naar de ouders of begeleiders van onze leden
    * hoe kunnen wij hen de drempelvrees voor de snoezelruimte laten overwinnen, zodat ze samen met hun kind het snoezelen kunnen beleven
    * hoe kunnen wij hen in deze omgeving bepaalde nieuwe emoties bij hun kind laten ontdekken.

    Wij trachten hieraan tegemoet te komen door :


     

    * het inrichten van info-avonden voor de ouders of begeleiders van onze leden
    * het inrichten van bezoeken voor geïnteresseerde groepen, ouderverenigingen, scholen met een pedagogische opleiding, enz.
    * de mogelijkheid te bieden aan ouders, leefgroepen om de snoezelruimte te bezoeken buiten de normale openingsuren van de speel-o-theek, zodat zij specifieke snoezelmomenten kunnen opbouwen in functie van het kind met een handicap

    De medewerkers van de Speel-O-Theek De Rinkelbel vzw, denken dat het gegeven " snoezelen " belangrijk genoeg is om er ons verder in te verdiepen.

    Wel willen " snoezelen " steeds primair blijven zien als ontspanning, niet in de zin van recreatie, maar in de zin van een rustgevend element.

    Terug