|
Snoezelen |
|||||
|
De term snoezelen roept allerlei associaties op die te maken hebben met liefde,
zorgzaamheid en tederheid, met een sfeer van ontspannen zijn, met een sfeer waarin niets moet. |
|||||
|
* Doezelen verwijst naar een rustgevende activiteit. |
|||||
|
Via zintuiglijke prikkels nodigt men het kind met een handicap uit,
zijn zintuigen te gebruiken om zich langs die weg goed te voelen. |
|||||
|
Ik snoezel, Jij snoezelt, Wij snoezelen |
||||
|
|
||||
|
De ouder of begeleider snoezelt zelf als hij durft vertrouwen op de
taal van zijn eigen lichaam,als hijzelf de zintuiglijke prikkels
én het contact met het kind met een handicap kan beleven.
|
||||
|
|
||||
|
Het kind met een handicap ligt soms opgesloten in een eigen
innerlijke wereld. Dankzij hetsnoezelen wordt hem de mogelijkheid geboden
om contact te maken met zichzelf en met zijn omgeving.
|
||||
|
|
||||
|
Zintuiglijke prikkels aanbieden is noodzakelijk maar niet voldoende.
Beleven is immers wezenlijk een relationeel gebeuren.
Het kind met een handicap kan de zintuiglijke prikkels en het
lichamelijk contact maar toelaten in zijn wereld,
als hij de nabijheid voelt van de ouder of de begeleider.
De ouder of de begeleider zoekt contact om de signalen op te vangen
die aangeven wat deugd doet en wat niet, om het kind met een handicap
uit zijn isolement te halen.
Zo ontstaat een samen beleven en een samenzijn in nabijheid.
|
||||
|
Snoezelen is een proces |
|||||
|
|
|||||
|
De eerste stap in het snoezelen is het creëren van een sfeer, waarin de voorwaarden geschapen worden voor het opbouwen van geborgenheid en intimiteit. Deze sfeer wordt opgebouwd met zintuiglijke prikkels, vooral sfeerprikkels. |
|||||
|
* Het licht is warm en gedempt, |
|||||
|
Bij het praten gaat het niet om de inhoud van de woorden. Een zachte, warme en koesterende stem werkt rustgevend en uitnodigend. Ook zachtjes neuriën of zingen kan sfeervol overkomen.
De zintuiglijke prikkels zijn nog niet bedoeld om te stimuleren maar scheppen voorwaarden voor de volgende stap in het snoezelproces.
|
|||||
|
|
|||||
|
De primaire relationele voorwaarde is dat de ouder of begeleider zich goed voelt bij wat zij doen. Zij moeten zich ontspannen voelen en niet te veel bezig zijn met de juiste technieken. Niet hun technische vaardigheden, maar hun nabijheid in het contact tellen op dat moment.
|
|||||
|
* Respect is een houding, een manier van mensen te waarderen. |
|||||
|
Dit veronderstelt dat de ouder of de begeleider een grondig inzicht heeft in de persoon achter de handicap. |
|||||
|
|
|||||
|
De ouder of de begeleider gaat selectief prikkels aanbieden om het kind met een handicap meer naar buiten te richten. |
|||||
|
De snoezelruimte |
|||||||
|
In een snoezelruimte staat een uitgebreid arsenaal van zintuiglijke prikkels ter beschikking die gelijktijdig of afzonderlijk in te schakelen zijn.
|
|||||||
|
|
|||||||
|
* Het daglicht :
|
|||||||
|
Kan bijvoorbeeld verkleurd worden via aangepaste gordijnen of lichtdoorlatend gekleurd papier.
Wij kozen voor een volledig afgesloten ruimte.
|
|||||||
|
* Sfeervolle verlichting :
|
|||||||
|
Kan je bekomen door indirecte verlichting, kerstverlichting, gekleurde spots, enz
Wij kozen voor :
gekleurde spots : groene bij het begin en het einde en blauwe spots tijdens het snoezelmoment.
Zij worden bediend via dimmers zodat de overgang geleidelijk kan gebeuren.
black-lights : iedereen kent het effect op witte materialen. Wel moet men rekening houden dat
voor sommige kinderen de reflexie op overwegende witte materialen beangstigend kan overkomen.
|
|||||||
|
* Dia- en vloeistofprojectie :
|
|||||||
|
Hiermee kunnen prikkelende effecten bekomen worden. Deze kunnen op muren of plafond gericht worden, maar ook op het eigen lichaam, waardoor veelal grijpbewegingen worden uitgelokt.
Wij kozen voor een :
vloeistofprojector uitgerust met een schijf met dubbel glas waartussen verschillende kleuren vloeistof zijn aangebracht. Deze vloeistoffen hebben de eigenschap zich niet onderling te vermengen, waardoor de kleur helder blijft. De schijf wordt door een motortje aangedreven en de beweging veroorzaakt het langs elkaar lopen van de verschillende vloeistoffen en geeft een steeds wisselend patroon op de tegenovergestelde muur.
|
|||||||
|
* Een spiegelbol :
|
|||||||
|
Kan het licht van een puntspot weerkaatsen waardoor een sfeervolle bewegende sterrenhemel de ganse ruimte vult. De spiegelbol kan in snelheid variëren, maar snel draaien stimuleert te veel en maakt onrustig.
Wij kozen voor een spiegelbol die draait aan een constante snelheid van één omwenteling per 15 minuten.
|
|||||||
|
* De waterbellenkolom :
|
|||||||
|
Is een doorzichtige waterzuil met onderaan een lichtbron. Een draaiende kleurschijf en toevoer van lucht geeft een sprankelende stroom van kleurrijke luchtbellen. Dit nodigt uit om ernaar te graaien of er dromerig bij weg te doezelen.
Wij kozen voor drie waterbellenkolommen in groep geplaatst en omringt door twee spiegels, dit geeft het uitzicht van een eilandje. Bij het plaatsnemen tussen de zuilen kan men het rustgevend nog sterker ervaren.
|
|||||||
|
* Fluoline :
|
|||||||
|
Is een flexibele slang, die in combinatie met ultraviolet licht opgloeit in fluoricerende kleuren.
Wij kozen voor een toegepassing als gordijn, geplaatst voor een spiegel. De gekleurde slierten nodigen uit om er mee te spelen en bij het opzijschuiven ontdekt men, tot zijn verrassing, zichzelf in de spiegel.
|
|||||||
|
* Een licht en geluidswand :
|
|||||||
|
Bestaat uit aan elkaar gekoppelde elementen van 50 op 50cm. De lichtwand reageert op geluid dat hetzij door het kind hetzij ergens in de omgeving gemaakt wordt. De kleuren veranderen door het verschil in frequentie van het geluid. Door de ingebouwde digitale stuurelectronica ontstaat een niet voorspelbaar kleurenpatroon tussen de elementen. Bij aansluiting op de muziekinstallatie krijgt men een gecoördineerde samenhang tussen muziek en licht.
Wij kozen voor lichtwand bestaande uit 4 elementen. Deze werd vertikaal tegen de muur geplaatst. Hij reageert enkel op het omgevingsgeluid.
|
|||||||
|
* Een diepte of spiegeltunnel :
|
|||||||
|
Is een kast met achteraan een spiegel met rondom kleine lichtjes, vooraan afgesloten met een doorzichtige plaat. Deze tunnel levert een verrassend kijkspel, een oneindige tunnel met lichtpuntjes die veranderen naargelang de hoek waaruit gekeken wordt.
Wij kozen voor een spiegeltunnel die in één van de huizen in de snoezelruimte werd ingewerkt.
|
|||||||
|
* Een loop lichtslang :
|
|||||||
|
Is een leuk sfeervol lichtobject, de bewegende stroom van lichtjes zorgen voor een boeiend en stimulerend visueel effect. De snelheid van de voortschrijdende lichtpunten kan geregeld worden.
Wij kozen voor het plaatsen van de lichtslang als liaan in de bomen van onze snoezelruimte.
|
|||||||
|
|
|||||||
|
* Tastmateriaal : |
|||||||
|
Is zeer functioneel voor het aanbieden van stimulerende prikkels. Verschillend aanvoelend materiaal kan overal worden aangebracht. Het materiaal kan hard of zacht, ruw of glad, koud of warm zijn.
Het samenbrengen van verschillend aanvoelende lappen stof nodigen uit tot betasten en strelen. Het
naast elkaar plaatsen van (schuur)papier, karton, borstelharen, laten tastbare contrasten beleven. Hout,
plastic of metaal maken warmtebeleving meer bewust.
Wij kozen voor een tastwand waarop naast zachte materialen, zoals wol, vast tapijt, touw, ook als contrast, harde materialen werden aangebracht, zoals een spiegel, borstels enz.
Totaal andere tastbelevingen ontstaan door warme en / of koude luchtstromen, die ons meer bewust
maken van onze huid.
Deze zijn niet voorzien in onze snoezelruimte
|
|||||||
|
* De trilvloer of trilstoel : |
|||||||
|
Laat ons intense trillingen door ons totale lichaam voelen Ook kan men kleine trilapparaatjes of massagekussens hanteren. Het moet gaan om laagfrequente trillingen, die een rustgevend en ontspannend effect hebben op het kind met een handicap. Vibratorische prikkels of trilervaringen zijn zeer belangrijk. Zij leiden tot een zeer diepe vorm van ontspanning, omdat trillingen zeer nabij, aan het lichaam zelf waar genomen worden.
Wij kozen voor een trilvloer van 1,50 m op 2 m, aangesloten via een speciale versterker op de geluidsinstallatie. Hierop kan een micro aangesloten worden zodat de zelfuitgebrachte geluiden omgezet worden in direct voelbare trillingen.
Ook zonder specifieke hulpmiddelen kan men gelijkaardige belevingen oproepen. Trommelen met de
vingers, geeft analoge ervaringen als met trilapparaatjes.
Je kan ook met muziekinstrumenten en Tibetaanse schalen trillingen overbrengen op het lichaam. Met
handen of wang kan je het natrillen van een trommel, taboerijn of cimbaal voelen.
Tibetaanse schalen zijn koperen ronde schalen van verschillende grootte die door hun speciale
samenstelling, zoals een gong, langdurig intens trillen bij het aanslaan. Door deze op het lichaam te
plaatsen wordt de trilervaring intenser dan de geluidservaring.
|
|||||||
|
|
|||||||
|
* De geluidsprikkels :
|
|||||||
|
Muziek is meer dan een auditieve zintuiglijke prikkel. Iedereen van jong tot oud reageert op muziek.
|
|||||||
|
* Emotioneel beleven van muziek :
|
|||||||
|
Muziek kan emoties en gevoelens losmaken. Muziek kan ons verwarren of beangstigen, maar ook verblijden en opbeuren.
De zintuiglijke waarneming van muziek brengt in ons een proces op gang dat leidt tot het mee beleven van en het reageren op het muzikale klankspel. Hoe sterker de waarneming, hoe dieper de inwerking.
Het bewegingsspel van de muziek roept beweging op bij het kind met een handicap. Muziek maakt iets wakker en leidt tot lichamelijk reageren. Denk maar aan ritmische dansmuziek.
|
|||||||
|
* Contact door muziek :
|
|||||||
|
Bij het snoezelen wordt muziek op twee manieren gebruikt, namelijk als middel om een sfeer te scheppen én als middel om contact te maken. |
|||||||
|
* rustgevende muziek, |
|||||||
|
Het is belangrijk dat men de muziekkeuze telkens afstemt op de belevingswereld van het kind met een handicap. De ouder of begeleider zal een keuze maken tussen, ofwel de aanwezige stemming verder uit te lokken, ofwel de stemming te veranderen vanuit het aanvoelen van datgene waaraan het kind op dat ogenblik behoefte heeft. |
|||||||
|
|
|||||||
|
|
|||||||
|
|
|||||||
|
Doorheen vele van de vorige snoezelmogelijkheden zoekt de ouder of begeleider uiteraard contact via het lichaam. Op het ritme van de muziek kan de ouder of begeleider wiegen samen met het kind met een handicap, die in zijn schoot zit of ligt. Maar evenzeer kan men het kind niet alleen zacht strelen maar ook echt masseren op de golven van de muziek. |
|||||||
|
Snoezelen in de dagdagelijkse zorg |
|||
|
|
|||
|
Waarom een " snoezelruimte " in de Speel-O-Theek De Rinkelbel vzw |
|||
|
|
|||
|
Snoezelen in de Speel-O-Theek De Rinkelbel vzw |
|||
|
|
|||
|
* een vluchtplaats : bij grote drukte in de Speel-O-Theek, men trekt zich met het
gekozen stuk speelgoed terug om rustig te kunnen verder spelen. |
|||
|
Andere aandachtspunten, die ons als speel-o-theek, in functie van het snoezelen, bezig houden zijn : |
|||
|
* hoe kunnen wij het gegeven snoezelen overbrengen naar de ouders of begeleiders van onze
leden |
|||
|
Wij trachten hieraan tegemoet te komen door : |
|||
|
* het inrichten van info-avonden voor de ouders of begeleiders van onze leden |
|||
|
De medewerkers van de Speel-O-Theek De Rinkelbel vzw, denken dat het gegeven " snoezelen " belangrijk genoeg is om er ons verder in te verdiepen. |
|||