De Camjo, Jack of All Trades, Master of None?

De Toekomst...

Sinds zijn komst is de camjo onderwerp van menig discussie. Veel gehoord argument is dat de camjo enkel maar goed is om een bedrijf toe te laten meer winst te maken. Maar gaat dit wel volledig op? Een blik op de toekomst van de videojournalist.

Het klopt dat de camjo besparend werkt. Bedrijven sparen 2/3 tot 80 procent van de productiekosten uit, alleen al door de vermindering in de loonkosten. Het inzetten van camjo's is immers veel goedkoper dan een driemanscameraploeg. De meeste regionale zenders hebben te weinig middelen. De inkomsten vallen tegen en televisie is een zeer kostelijk medium. Een uitzending van een uur kost gemiddeld 12.500 euro. De zenders zijn decretaal beperkt tot het uitzenden van 300 uur op jaarbasis, dus kan men gemakkelijk een productiekost van 2 tot 3,75 miljoen euro per zender per jaar verwachten. Op een enkele uitzondering na misschien, beschikken de zenders niet over een dergelijk bedrag. Videojournalisten bieden hier dus zeker een oplossing.

De keerzijde van de medaille is echter een verlies aan kwaliteit. Critici vrezen niet enkel een visueel verlies aan kwaliteit, maar ook een journalistiek. Martha Stone van Online Journalism Review parafraseert het als volgt: "Inevitably, most backpack journalists are a Jack Of all trades, and masters of none." Ze beheersen misschien wel alles, maar het resultaat is middelmatig... Michael Rosenblum ziet het echter rooskleuriger: "In my opinion, within ten years all broadcast journalists will work in this way." Bovendien: "There is simply no place in the future for any television journalist who cannot do their work - any more than there is any place in the world of print for a print reporter who cannot read or write or operate a pencil or a laptop. It is simply unthinkable. As it should be."

Persoonlijk zie ik zeker een plaats voor de videojournalist in het Vlaamse medialandschap. Regionale zenders, die het al zo moeilijk hebben vanwege de soms penibele financiële situatie, kunnen zeker baat ondervinden bij een implementatie van het camjo-principe. Akkoord, de beeldkwaliteit van een DVCam is niet gelijk aan die van de superieurdere Betacam SX. Nu, het verschil is zeer klein, en moeilijk waarneembaar, zeker voor niet-professionelen. Bovendien moet niet zozeer de kwaliteit van het beeldformaat in de gaten gehouden worden, maar wel de kwaliteit van de beelden zelf: de cadrage, de hoeken, de witbalans, etc. Combineer goeie beelden met een goede montage, en je zult zien dat de reportages van een camjo zeer veel potentieel kunnen bevatten.
Men moet er echter voor opletten de videojournalist te bekijken als de "redder" van de televisie. De camjo kan niet overal op eender welke opdracht worden ingezet. Op vele plekken waar het nieuws zich afspeelt kunnen twee nu éénmaal meer dan één. Alleen al praktisch gezien komt een collega van pas bij het vinden van vervoer, het bemerken van details die een ander niet ziet, ... De videojournalist heeft echter het voordeel van de intimiteit. Hij kan op plaatsen filmen waar een een driekoppige ploeg nooit zou geraken. Hij kan ook een nauwer contact leggen met de mensen die hij volgt. Zo zullen mensen spontaner reageren tegenover een kleine DVcam, dan tegenover een logge Betacam.
De toekomst ziet er volgens mij wel rooskleurig uit voor de camjo. Als je merkt dat de "moeder van de televisie", de BBC, overschakelt op het systeem, dan weet je het wel. Ook de VRT, die wat aarzelend reageerde, gebruikt nu ook af en toe camjo's, vooral voor recentere documentaire-reeksen zoals "Ieder zijn wereld" of "De wereld is klein".

terug naar boven