| het spel | de scheidsrechter | de gemiddelde | kampioenstitel |

 

TORNOOIREGLEMENT

 

ALGEMEEN

  1. De wedstrijden zullen gespeeld worden in het lokaal op data en uur door de inrichtende club in de speelrooster vastgelegd.
  2. De wedstrijden worden gespeeld op een klein biljart (2,10m x 1,05m) in vrij spel met afgesneden hoeken van 21 cm.
  3. De wedstrijden worden gespeeld door 4 of 5 spelers van elke club. De namen en de te spelen punten van de spelers dienen aan de thuis-spelende club bekend gemaakt te worden vóór de aanvang van de eerste wedstrijd.
    Indien een club meer dan 1 ploeg opstelt, mogen de spelers onderling niet verwisselen van ploeg.
  4. Enkel de handicappunten van de laatste lijst van de A.B.V. zijn geldig.       
    Spelers die nog in een andere federatie spelen, spelen de handicappunten van de A.B.V. tenzij in het tornooireglement van de inrichtende club is bepaald dat naar de hoogste punten moet worden gespeeld.
  5. Voor een tornooi met 5 spelers moet er een totaal van minstens 225 punten worden behaald. Er mag slechts 1 speler van 25 tot 34 opgesteld worden. In dit geval speelt de laatste speler naar zijn werkelijk te spelen punten (verhoogd met het eventuele ploegtekort).
    Indien het tornooi gespeeld wordt met 4 spelers per ploeg mogen er maar 2 spelers beneden 41 punten spelen (jaarvergadering 2010).
    In beide gevallen mag de laatste speler niet meer dan 300 punten spelen.
  6. De samenstelling van een ploeg mag, vanaf de aanvang van de derde partij, niet meer gewijzigd of aangepast worden. In voorkomend geval zal de forfaitregel toegepast worden mits akkoord van beide partijen.
  7. Indien na het spelen van de wedstrijden toch mocht blijken dat art. 5 niet werd toegepast, zullen de behaalde punten van de winnaar of verliezer of van beide spelers, die niet naar de vereiste punten speelde(n), herberekend worden (art. 5 Reglement der gemiddelden) door de inrichter van het tornooi.
  8. Bij een forfait van een deelnemende club, worden de uitslagen van die club vernietigd en het klassement herzien door de inrichter van het tornooi.    
    De reeds gespeelde wedstrijden tellen mee voor de puntenberekening van de A.B.V.
  9. De clubs zullen bij de inrichting van een tornooi, in de mate van het mogelijke, de rooster zó indelen dat de clubs, die de finaleronde betwisten, in totaal minstens 4 wedstrijden zullen spelen.          
    Verder worden volgende methoden aanbevolen voor het inrichten van tornooien:
    1. Tornooien zonder beste verliezer zijn aan te bevelen. Dit is mogelijk door het inlassen van vooraf te spelen wedstrijden, zodat er in de eigenlijke voorronde een of meer ploegen kunnen afvallen.
    2. Spelen naar de meest behaalde punten in de voorronde. De ploegen met de meeste punten in de voorronde gaan over naar de finaleronde, onafgezien of ze over en weer wedstrijden gewonnen hebben of niet.
    3. AF TE RADEN: Na de voorronde de beste verliezer mee over te laten gaan naar de finaleronde.
  10. De inrichtende club beslist over de toekenning van de prijzen verbonden aan het tornooi. Indien de club beslist prijzen, veroverd door niet op de prijsuitreiking aanwezige winnaars, in te houden, zal zij dit voornemen op de contactvergadering bekend maken.      
    Prijswinnaars kunnen zich niettemin bij de inrichtende club, vóór de prijsuitreiking persoonlijk verontschuldigen ingeval van belet om alsnog hun prijs te kunnen ontvangen.
  11. Wanneer op een speelavond, ten laatste een half uur na het vastgesteld aanvangsuur, geen enkele speler van één van de twee clubs aanwezig is zonder voorafgaande verwittiging, zal de forfaitregel worden toegepast (0 voor elke niet aanwezige speler en 5,20 voor elke aanwezige speler).
    Indien echter wel één of meer spelers van beide clubs tijdig aanwezig zijn, doch er kan niet gestart worden omdat de rangorde van de tegenstrevers niet overeen komt, dan zal de forfaitregel (0 - 5,20) toegepast worden in het nadeel van de speler met het laagste gemiddelde, die zonder verwittiging afwezig is.
  12. De inrichtende club zal na afloop van het tornooi een samenvatting opmaken van al de gespeelde wedstrijden en uitslagen. Een kopie van de samenvatting zal zij afleveren aan elk der deelnemende clubs en aan de secretaris van de A.B.V.
  13. Een speler mag maar één wedstrijd per avond spelen.
  14. Iedere ploeg geeft voor de aanvang der wedstrijden de volgende inlichtingen aan de tegenpartij :
    - naam, voornaam en te spelen punten der spelers en eventueel reservespelers
    - totaal der te spelen punten
  15. Bij afwezigheid van een speler mag een reserve opgesteld worden. Is er geen reserve dan wint de tegenpartij met 5,200 – 0,000.
  16. Als er een hulpstuk (snooker hulpstuk) in het lokaal aanwezig is dan mag dit worden gebruikt (jaarvergadering 2003)
  17. Het recentste reglement moet steeds bij de thuisspelende club ter inzage zijn
  18. Door aansluiting bij A.B.V. en deelname aan tornooien verklaart elke club het huidige reglement te kennen en toe te passen.