Het gebeurt ieder van ons wel eens dat we
tekeer gaan tegen het vijandige lot,
tegen het ongeluk dat ons lijkt te achtervolgen,
tegen de kleine ergernissen die het leven ons elke dag
voorschotelt.
Ik heb een tekst gelezen, verspreid tijdens de "Internationale
week van de vriendschap",
die me heeft laten nadenken, en ik geef u enkele passages:
Als u nog nooit het gevaar van een gevecht hebt
gevoeld,
de eenzaamheid van de gevangenis,
de kwelling van foltering,
een bijtende honger,
dan hebt u meer geluk dan 500 miljoen inwoners van deze wereld.
Als u vanmorgen bent wakker geworden met meer
gezondheid dan ziekte,
dan hebt u meer geluk dan het miljoen mensen dat volgende week
niet meer zal halen.
Als u eten in de koelkast hebt,
kleren om te dragen,
een dak boven het hoofd en een plek om te slapen,
dan bent u rijker dan 75% van de inwoners van deze wereld.
Als u geld op de bank hebt,
in uw portefeuille,
en wat centjes ergens in een schoendoos,
dan behoort u tot de 8% meestwelstellende mensen ter wereld.
Laten wij dus proberen wat ruimer te denken dan onze navel en we zullen er ons bewust van worden dat we veel te vaak klagen over het vet van de soep.
"T.V. Sorrisi e Canzoni" - 8 juli
2001
Pierluigi Ronchetti.
(Vertaling: Karel Beullens).
Stilstaan bij de Tien Geboden !
I
Keer steeds weer naar de levensbron
en hou van haar als van uw hemelse Vader en Moeder !
Bemin uw God
met heel uw hart en heel uw ziel
en met al uw krachten !
II
Reinig uw lippen als jullie de Here bij Name
noemen !
Zoek steeds de waarheid als uw grote schat
en zweer slechts als anderen
er het recht op hebben gehad.
Vloek niet als het leven tegenvalt
omdat God zwijgt,
maar vraag Hem kracht !
Spot niet met God
als Hij trouw wacht
tot zijn mensen in vrijheid
leven naar zijn hart !
III
Op de dag des Heren
kom samen en maak tijd voor God !
Vier samen Jezus' nieuwe leven !
Gedenk en doe, wat Hijzelf deed:
Zichzelf geven !
IV
Hou van uw ouders,
ook als jullie hen niet meer verstaan !
Sluit hen nooit uit,
zij zijn echt met jullie begaan
en zonder hen wordt uw ziel verweesd
en is er voor uw toekomst
iets tekort geweest !
V
Bezweer de dood !
Gun uw medemens het leven
en zorg dat door jullie
niemands wanhoop vergroot,
want mensen gaan ook geestelijk dood !
VI
Zorg goed voor uw lichaam !
Hou het voor alle mensen minzaam !
Laat het stralend verhalen
dat iedereen bij jullie
eerbied en geborgenheid,
liefde en vertrouwen
mag halen !
VII
Als jullie menswaardig kunnen leven,
poog dan niet door bedriegen en stelen
nog veel meer uit te geven !
Leer delen !
VIII
Verdoe uw tijd niet met roddels en wilde
verhalen,
die mensen menigmaal breken en neerhalen
of met leugens,
die het echte samenleven
doen opgeven !
IX
Spreek rechtuit een heldere taal
en noem het kwaad rustig bij zijn naam !
Beluister Gods verhaal:
laat het goede en de liefde winnen:
laat ze in uw leven binnen !
X
Speel niet met de boze gedachte
dat het leven zijn zin verliest,
als jullie tegen uw begeerten in
voor een betere wereld kiest !
J.M. Willem.
Terug naar het begin van de pagina.
Fragmentjes uit de 18e toespraak over
het hooglied
door Bernardus van
Clairvaux.
Wees verstandig
en maak jezelf tot een waterbekken
en niet tot een afwateringskanaal.
Kijk maar eens naar een afwateringskanaal.
Een afwateringskanaal loost het water
onmiddellijk zodra het water binnenkomt.
Bij een waterbekken is dat anders.
Een waterbekken wacht
totdat het geheel vol is.
Dan pas begint het over te lopen.
Een waterbekken deelt uit van eigen volheid
terwijl het zelf gevuld blijft.
Liefde vloeit over.
Ze houdt voor zichzelf
wat ze zelf nodig heeft.
En wat ze heeft
wil ze in overvloed hebben
om rijk te kunnen zijn voor anderen.
Kijk naar de bron!
Kijk naar de bron zelf
van het leven!
Laat eerst jezelf vullen.
Laat daarna wat de bron je nog meer geeft
overvloeien naar anderen.
Liefde stroomt over.
Je leeg laten lopen
is niet wat de liefde vraagt.
Voor wie kun je goed zijn
als je voor jezelf slecht bent?
Zie naar de bron van het leven.
Vul eerst jezelf
zoveel dat je overvloeit
naar anderen.
Dan zal ik graag genieten
van jouw overvloed.
(Wachters bij de Bron.)
Terug naar het begin van de pagina.
Macht, geld en erotiek.
Wij leven in een wereld die meer dan ooit beheerst en behekst
wordt door het driemanschap : macht, geld en erotiek.
In deze wereld staan we met het woord van Paulus: 'Weest
niet gelijkvormig aan deze wereld, wordt nieuwe mensen door de
vernieuwing van uw denken'.
Het gebod om ons niet te laten leiden door de normen van de wereld, om niet 'gelijkvormig' te zijn, komt niet alleen door Paulus tot ons, maar ook door Jezus Christus, die meer dan wie ter wereld niet-gelijkvormig is geweest en wiens leven nog altijd een uitdaging is voor het geweten van de mensheid.
Als de welvaartsmaatschappij ons suggereert dat het geluk afhankelijk is van het formaat van onze auto, het aanzien van onze woning of de duurte van onze kleren, dan waarschuwt Jezus: 'Wacht u voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit'.
Als wij ons gewonnen geven aan de vloed van seksueel begeren die onze wereld overspoelt, dan zegt Jezus: 'Wie een vrouw beziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd'.
Als wij ons tegenover minder-bedeelden een goed geweten menen te verschaffen met een aalmoes die nergens ons bezit aantast, dan horen we Jezus zeggen: 'Wat gij aan de minsten der mijnen gedaan hebt - of niet hebt gedaan - dat hebt gij aan Mij gedaan - of verwaarloosd te doen ...'.
Als wij de afgunst aan ons hart voelen knagen omdat anderen meer 'hebben' dan wij, dan zegt diezelfde Jezus: 'Wie onder u de grootste wil zijn, moet de dienaar van allen worden, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen en zijn leven te geven tot redding van velen'.
God onze Heer,
Gij hebt de wereld geschapen
tot geluk en leven voor alle mensen.
Maar wat klaar is, maken wij vuil,
wat helder is, maken wij duister,
en het gezonde maken wij ziek.
Wij bidden U, breng ons tot inkeer,
zodat wij de wereld niet herscheppen
tot een stenen woestenij
vol ernst en verveling.
Geef dat wij ruimte laten
voor vele nutteloze dingen,
zodat onze kinderen nog kunnen spelen
en grote mensen elkaar zouden toelachen.
Dat er een boom kan groeien
en groen met bloemen in.
Laat er straten zijn
waar de zon nog schijnt
en stranden die proper blijven,
en een plekje waar nog stilte hangt...
Heb dank, mijn God,
dat Gij dit gebed verhoren wilt.
OVER WAT
GELOVEN IS
Vrij naar een tekst van
Bonhoeffer.
Godsdienstige mensen spreken over God,
zodra hun menselijke kennis hen in de steek laat,
of zodra menselijke krachten tekort schieten.
Ze laten God opdraven als schijnoplossing voor onoplosbare
problemen,
of als kracht waar de mens zelf tekort schiet.
De menselijke zwakheid en de grenzen van het menselijk kennen
zijn redenen om God erbij te halen.
Ik heb de indruk dat we hiermee angstig ruimte uitsparen voor God.
Ik zou van God willen spreken, niet bij zwakheid, niet bij dood
of schuld,
maar bij het leven en bij het goede van de mens.
Je leert pas geloven, als je midden in de
aardsheid van dit leven staat,
als je er volledig van afziet iets van jezelf te maken:
een heilige, een bekeerde zondaar, iemand van de kerk,
een rechtvaardige of onrechtvaardige, een zieke of gezonde.
Je leert pas geloven, als je aards leeft en dat met alle taken en
problemen,
met alle successen en mislukkingen, met alle ervaringen en
twijfels.
Want dan geef je je over aan God,
dan neem je niet langer je eigen lijden in de wereld au serieus,
dan waak je met Christus in Getsemane.
Dat is, meen ik, geloven,
dat is bekering,
zo word je een mens, een christen.
*******************
Geloven ?
Al moet ik voor U sterven, ik verloochen U niet !
Méér dan een eeuw neemt het welvarende Westen
ons al op sleeptouw. - Zucht over India de Bengaalse dichter
Tagore op zijn levensavond. - Wij stikken in de materie. Lawaai
verdooft onze oren. Wij voelen ons vernederd om onze onmacht. De
helse vaart doet ons duizelen. We meenden dat die wedren ons
vooruitstuwen zou en dat die ons veredeling bijbrengen kon. Een
tijd verwachtte ik dat bronnen van beschaving zouden ontspringen
in het hart van Europa.
Die hoop is echter nu totaal ingestort.
Onderstel eens dat het christendom verboden
werd en elke gelovige vervolgd.
Hoe zou ik dan reageren ?
Indertijd verwekte Jezus met de twaalf een aardverschuiving.
Zoals hij gaven zij en ook duizenden hun leven voor hém.
Riskeren ook wij dat, nu lusteloosheid onze weerbaarheid heeft
afgezwakt ?
Feitelijk is die vervolging al bezig.
Radio en teevee voeren geniepige aanvallen uit: kerkje pesten,
christelijke symbolen tot kolder degraderen, gelovigen zo onder
druk zetten dat ze in hun schelp kruipen.
Die worden dan zo 'ruimdenkend' dat ze alvast uit allerlei
titulatuur de 'C' schrappen die ongewenst kan verwijzen naar
Christus !
Straks moeten ook onzelieveheersbeestjes er aan geloven,
enkel om hun naam !
Geloven is: uw hart verliezen aan God.
Aan Jezus' evangelie verbrandt ge minstens uw vingers.
Hoopten wij zonder kruis, loutering en leed de hemel op aarde te
realiseren ?
Maar Jezus is zelf de dwaas die de pijn niet ontvluchte. Zo mee-lijdend
was hij dat hij de pijn van allen aanvoelde als zijn eigen leed.
Zijn doel: het leed van anderen te helen, door er liever zelf aan
te sterven als hij hiermee anderen kon verlossen.
Zo is hij een teken van tegenspraak, maar ook voor ons een
uitdaging: En gij? Hoeveel inzet is het evangelie u waard? Mgr. De
Smedt zei reeds: Nu slaat het uur van de moed!
Maar de mens Jezus, in alles ons gelijk,
behalve de zonde, schrok zelf terug voor het lijden. Eerst moet
ikzelf nog een doop van vuur ondergaan. Als een bloedig doopsel
overspoelen haat en boosheid hem. In dit duister gebeuren legt
Jezus geheel zijn bestaan vol vertrouwen in handen van de Vader.
Zo wordt hij onze gangmaker, pionier, wegbereider, aanvoerder en
voltooier van ons geloof, om ons in te wijden in de dwaasheid van
het kruis.
Het sjaloom van God vervult enkel maar gelouterde mensen. Daarom komt Jezus met zijn brand-project: Vuur breng ik op aarde en mijn verlangen is dat het oplaait: de Geest die alles loutert en herschept. Jezus zelf is de lont die Gods gloed in ons ontsteekt.
Wie oprecht christen wil zijn, kan met het
evangelie niet schipperen, niet links of rechts lavéren.
Vaar uit in het diepe.
Riskeer u aan het Rijk Gods zoals Mgr. Romero, Damiaan, de
duizenden missionarissen en strijders voor liefde, recht en vrede.
Of zijn wij met onze mond zo moedig als de
twaalf op het avondmaal ?
Al moet ik voor U sterven, U verlaat ik nooit !
Bekering is de opdracht.
Straks zullen tv en krant ons weer jaaroverzichten
voorschotelen. .We weten nu al wat we te zien gaan krijgen:
terroristische aanslagen, corruptie, politiek gesjoemel, sociale
onrust door ontslagen, seksueel perverse praktijken,
mensenhandel, en ga zo maar door.
Het is de droeve balans van 'hoe' het er in onze wereld aan toe
gaat.
Temidden van deze sombere revue zijn er de tegendraadse berichten
van de Advent, die ons willen doen stilstaan bij een hoopvol
alternatief, de verwachte komst van de Messias.
De profeet Jesaja behartigt dat visioen.
Hoe donker het in de wereld ook mag lijken, er ontspruit een
klein groen twijgje op de doodgewaande stam. Jesaja is geen
dromer, hij schrijft vanuit een duistere situatie. Zijn land ging
ten onder omdat er een goddeloze (en dus mens-onterende) politiek
werd gevoerd. Hij voorspeld die Komende, in wie het licht zal
doorbreken: Jezus, de Messias, Gods naamkaartje van liefde voor
de wereld.
Maar dat toegezegde heil komt niet zomaar uit de lucht vallen.
Het vergt ommekeer en bekering.
In dezelfde lijn klinkt het ook bij Johannes de Doper: "Bekeert
u, want het Rijk Gods is nabij!"
Onverbloemd roept deze ruige woestijnprediker op tot een
wijziging van levensstijl.
Jesaja en Johannes: twee figuren die 'goed nieuws' brengen
Krijgt hun programma onze belangstelling? Of zappen we liever
naar een andere zender? Aan ons de keuze.
Straks is het Kerstmis en dromen we wereldwijd van vrede. Maar
die droom zal opnieuw bedrog blijken als we ons niet bekeren tot
goedwillige mensen die, gedoopt en bezield door de Geest, bereid
zijn om mee te werken aan Gods alternatief voor de wereld van
morgen.
Paul Smets.
In de naam van de Almachtige, die alomtegenwoordig is, van de
zoon, de Boodschapper en Drager van de nieuwe hoop, en van de
Geest, de Verkenner en Beschermer van het Licht.
Niet ons Heer, niet ons, maar Uw Naam komt alle eer en
glorie toe.
Vanuit onze diepe duisternis en vervuld met angst en
deemoed, smeken wij U, Gij die volmaakt en oppermachtig zijt, om
Uw zegen.
Blaas Uw adem over ons, die opgetekend staan in de palm van Uw
hand.
Laat de hemelen Uw genade dauwen, opdat de oprechte nederigheid
mag ontluiken op het dorre veld van onze hoogmoed.
Schenk ons de verwachting en de hoop op Uw vrede, Heer, waar ons
hart naar dorst, als de akker naar regen in droge dagen.
Laat ons de vruchten zijn van Uw belofte, opdat iedereen Uw
grootheid kan aanschouwen.
Zegen mijn broeders en zusters, en zaai Uw vreugde over ons uit,
Schepper van al wat eerlijk en goed is.
Opdat Uw rechtvaardig mededogen doordringt tot de verborgen
plaatsen van Uw wereld, tot de verdorde harten, de verzegelde
lippen, en de gesloten ogen.
Laat de rivieren en de bossen, de bergen en de zeeën, het water
en het vuur, de eindeloze woestijn en de nachtelijke hemel, de
bloemen en de vogels, en al Uw schepselen Uw getuigen zijn.
Dat zij Uw hooglied mogen zingen, in brede Cherubijnse akkoorden
als het zwellen van de oceaan, het rollen van de golven op het
wachtende strand.
Wij danken U voor de weelde die Gij schenkt.
Voor de vreugde om deel te mogen uitmaken van de wereld die Gij
geschapen hebt als Uw troon.
Voor de tranen, die voedsel zijn voor de vrede en de pijn, de
hoeksteen van Uw Huis.
Wij danken U voor het licht dat ons pad mag beschijnen, en ons
behoed voor valstrikken, om de weg te vinden naar Uw Tempel.
Voor de nacht die ons koelte en verkwikking schenkt na onze verre
barre reis.
Het licht van degenen die ons zijn voorgegaan hult Uw Tempel in
een gouden gloed, als een baken in de donkere nacht, waarin de
graal van de vrede, en de ark van Uw verbond, ons wachten.
Wij brengen U Heer ons schamele offer met onzekere handen, en
bidden dat Gij het wilt aanvaarden, zoals het offer van Abraham
en Abel.
Wij smeken U Heer dat Gij Uw overvloedige gunsten over ons
uitstort, zoals Gij het licht over Uw apostelen liet schijnen, en
Uw volk in de woestijn te eten gaf.
Geef ons het vertrouwen dat Gij schonk aan Uw profeten.
Geef ons de liefde die Gij beloofde aan Uw boodschapper, die met
ons leefde en Uw vrede predikte.
Verleen ons toegang tot Uw Tempel.
Opdat wij de gelofte die ons bindt ten uitvoer kunnen brengen.
Opdat wij, eindelijk, na dit lange zoeken, deelachtig mogen
worden aan de genade van Uw barmhartigheid en Uw oneindige vrede.
Amen.
*****
Leid,vriendelijk licht,
door 't duister om mij heen,
leid gij mij voort!
De nacht is donker en 'k ben ver van huis,
leid gij mij voort!
Richt gij mijn schreden.
Neen, ik vraag u niet de horizon te zien:
één stap is mij genoeg.
Zo was ik niet altijd, noch vroeg ik u:
leid gij mij voort!
Graag koos ik zelf mijn weg, maar nu:
lei gij mij voort!
Ik hield van schittering;
ondanks mijn vrees dreef mij de trots.
Denk niet meer aan die tijd.
Gij zijt zolang mijn heil geweest.
Wijs dan ook nu mij nog de weg,
door bos of drasland en ravijn,
tot weer de morgen gloort
en mij 't gezicht der engelen tegenlacht,
waarvan 'k zo hield en toch een tijd verstoken was.
(John Henry Newman)
*****
Met U zijn er geen verten meer en alles is nabij.
Des levens aanvang glinstert weer,
geen gisteren en geen morgen meer,
geen tijd meer en geen uren,
geen grenzen en geen muren;
en alle angst voorbij,
verlost van schaduw en van schijn,
wordt pijn en smart tot vreugd verheven!
Hoe kan het zo eenvoudig zijn!
Hoe kan het leven Hemel zijn,
met U, o kern van alle leven!
(Felix Timmermans)
*****
Prijst de Heer in de kosmos,
het is zijn tempel, 100.000 lichtjaren groot.
Prijs Hem,
om de sterren en de interstellaire ruimten.
Prijs Hem,
om de melkwegstelsels en de ruimten daartussen.
Prijst Hem,
om de atomen en de ruimte tussen de atomen.
Prijst Hem,
met violen met fluit en saxofoon.
Prijst Hem,
met hoorns en cornetten, met waldhoorn en piston,
met trombones en trompetten.
Prijst Hem,
met bas en cello, met klavecimbel en piano.
Prijst Hem,
met blues en jazz, met symfonieën, met negro-spirituals,
met de vijfde van Beethoven, met gitaar en drum.
Prijst Hem,
met pick-up en bandrecorder.
Alles wat adem heeft prijze de Heer,
iedere levende cel.
Alleluja.
(Ernesto Cardenal)
*****
Wij bidden om de Geest,
het talent om mens te zijn,
mens naar de bedoeling van God.
Wij bidden om de Geest,
de vreugde om Gods Woord,
de bezieling tot liturgie.
Wij bidden om de Geest,
de kracht om te geloven,
de macht om te hopen.
Wij bidden om de Geest,
het vuur om lief te hebben,
de moed van de dienstbaarheid.
Wij bidden om de Geest,
het verlangen om brood,
een broeder, een naaste te zijn.
Wij bidden om de Geest,
de inspiratie om Jezus te volgen,
goede herder, vredevorst.
licht der wereld, brood en wijn,
weg, waarheid en leven,
mens naar de bedoeling van God.
(Hans Bouma)
*****
De Geest van God waait als een wind
op vleugels van de vrede,
als adem die ons leven doet,
deelt ons een onrust mede
die soms als storm durft op te staan,
geweld en kwaad durft tegengaan,
een koele bries die zuivert.
De Geest van God is als een vuur,
als vlammen felbewogen,
verterend wat aan onrecht leeft,
een gloed vol mededogen.
Een vonk van hoop in onze nacht,
een wenkend licht dat op ons wacht,
een warmt' in hart en ogen.
In stilte werkt de Geest van God,
stuwt voort met zachte brachten,
een wijze moeder die ons hoedt,
een bron van goede machten.
Zij geeft ons moed om door te gaan
doet mensen weer elkaar verstaan,
omgeeft ons als een mantel.
(Marijke Koijck-de Bruijne)
*****
De Geest waait waar hij wil
en staat nooit stil.
Nu eens bij u, dan bij een ander.
Waarom bezien wij zo elkander?
Zie, wat bij u is, is bij mij.
't Komt uit hetzelfde klaar getij,
gelijk de waatren van de beken
zich voeden aan denzelfden stroom
of uit dezelfde bronne breken.
Wij zijn de takken van één boom,
van 't zelfde huis en gangen,
de aders van het eendre bloed.
En of de geest met vlam en zangen
bij u nu, dan bij mij verwijlt,
of weer verterend naar een ander ijlt,
Hij is in ons! In ons! Zo is het goed!
En laat ons zwijgen en verlangen.
(Felix Timmermans)
God !
Jouw Naam wordt gebeden,
in oeverloze discussies verkwanseld,
als een oerkreet uitgeschreeuwd
en meermaals vervloekt
als het weer eens mis gaat...
Ons bidden en vloeken
hebben met mekaar gemeen
dat Gods vertrouwde aanwezigheid
vanzelfsprekend is !
Bidden is het omzetten van Godsvisie,
soms onderhuids aangevoeld,
in leven.
Vloeken is onze barse reactie
op het weerbarstige leven
en op God,
die niet naar onze pijpen danst !
We leerden spreken met een dubbele tong.
Onze platte taal
gaat de werkelijkheid redden.
Onze geladen taal
maakt ons tot kunstenaars
en mensen met een ziel !
We wachten op een stilte,
die luisteren doet,
op een woord dat beklijft,
op een duiven, die Gods vrede brengen,
op de stem vanbinnen,
die klinkt als uit de hemel :
"Dit is mijn welbeminde Zoon als mens :
Leer naar Hem luisteren !"
Op het einde van het hemelgapen,
het begin van het ontdekken
dat het leven rijk wordt aan God,
op het vuur dat Heilige Geest binnenlaat
en uitstraalt !
J.M. Willem.
GOD.
Met heel die lange mensengeschiedenis, die wij
zijn,
is ook dat kleine woord "God" meegekomen.
Eens moet de mens dat voor het eerst gezegd hebben,
primitief-oorspronkelijk.
Alle hoop en vrees samengebald in één woord:
God.
Alle verwondering en ontzetting in één kreet: God.
Alle macht en onmacht in één naam: God.
Alle liefde en overgave in één zucht: God.
Toen begon het woord "God" zijn tocht
door wereld en geschiedenis:
een tocht van wording en verwording,
van diepgang en neergang.
De mensen werden verzameld, opgeroepen ter
aanbidding,
een wereld van godsdiensten,
iedere stam en ieder land een eigen God.
En je moest eraan geloven want je werd ermee geboren.
Van toen af waren er maar weinig mensen meer
die God ontdekten, want ze moesten hem leren,
met alle gedachten en bedenksels van buiten leren,
hem opzeggen, niet meer vergeten en nooit meer twijfelen.
Van ontdekking zonder einde werd God het duur
bezit
van landen en culturen, met torens en piramiden:
een God om mee te pronken, te sussen of te dreigen,
een God om mee te donderjagen.
En zo geraakte God - ondanks zichzelf -
verwikkeld
in het wrede spel om de macht, en in de ogen van de meesten
werd hij een God naast de andere Goden;
even onbestaanbaar en toch gevreesd,
openlijk geprezen, maar in stilte vervloekt ...
God, wij worden dikwijls geleefd door dingen om
ons heen:
de tijd die geld kost, het werk dat moet gedaan worden.
Vervreemding en onvrijheid, sleur en geld
beheersen ons leven en leggen ons aan banden.
Wij vragen U:
wees in ons midden en doorbreek onze verlamming.
Wees een God van ruimte en vrijheid.
Maak U bekend als een God die vastheid geeft aan het werk van
onze handen.
Als een God die de wereld in Zijne handen houdt.
Laat ieder van ons bevrijding vinden van de
lasten die hem drukken.
Dat wij kunnen herademen in de rust die U ons geeft,
nu al, telkens opnieuw in onze tijd,
en straks in de eeuwen der eeuwen,
Amen.
LIEFDE.
Liefde zoekt
wat zij verloor
door eeuwig weg te dromen
en het herboren worden
in aardse onbestendigheid.
Zij wil de volle ledigheid
in vervulde heelheid vinden:
het zelf
en het vervreemde
worden vrienden!
J.M. Willem..
THEOS ATHANATOS! - (Onsterfelijk God)
Blijf oneindig
naar mij zien,
mijn God,
'k wil eeuwig leven!
Ook ik wil Jou
echt gaarne zien:
zo zal ook Jij
minder doodgaan
misschien!
J.M. Willem.
ONVERVREEMBARE GOD!
Ik heb gejuicht
en wel eens wrevelig gezucht,
als onder klokkentorenklanken
wel en wee,
lief en leed
werden bevrucht.
God, mijn rijkste verbeelding
en veel vertrouwde beelden
hebben Jou nooit kunnen binden!
Zelfs al werd ik hopeloos verward
en door valse intellectualiteit
van de wijs gebracht:
Jij hebt geduldig op mij gewacht
en mij een nieuwe weg
naar de thuis van mijn ziel
doen vinden!
Door Jou geboeid blijf ik samenkomen
een beetje verloren tussen de vromen!
Jij geeft de ruimte,
omdat Jij mij binnenstebuiten gekeerd
van binnenuit ervaren deed,
dat Jij altijd
als Vader en Moeder zorgt
en geen van jouw schepselen vergeet!
J.M. Willem.
MY PROCESSING GOD! - (Mijn Dynamische God)
Wegwijzers hebben het heil beloofd
langs de kronkelpaden van het leven.
Ze werden verdraaid, soms weggedaan,
enkel de kruisen in de bochten
bleven onafgebroken staan!
God ?
In Hem wordt nu veel minder geloofd!
Wij, gelukgulzige mensen gingen vrezen
dat de pijn van het bestaan
nooit echt over zou gaan.
In het voorbijgaan
heeft God zijn nieuw leven aanvaard:
'IK ZAL ZIJN? IK BEN EN IK WAS'
is niet meer in rook en vuur vooraan.
In onsterfelijk onvermogen
laat Hij zich nu vinden
in het leven gans achteraan
met onvoorstelbaar mededogen.
Als in de woestenij
vandaag
zijn volk Hem weer wilt eren,
hoeft het zich gewoon maar
om te keren!
J.M. Willem.
DEUS IBI EST! - (Daar is God)
Gewoeld heb ik,
met Gods Engel geworsteld
dagen en nachten,
't leek een eeuwigheid lang!
Vreemde goden doemen op,
ze hielden feest
in mijn overladen geest,
maar nooit maakten zij mij echt bang.
De zware orakels hebben het niet gehaald,
ook in mijn eigen huis van geloof
hebben woordenvloed en woordenspel gefaald.
Als mijn bloedeigen God
wil worden verstaan,
zal Hij in hemelse eenvoud voorgaan!
Zijn mensgeworden Liefde
werd zich onder mensen bewust
van haar eeuwig blijven reizen.
Zelfs de heilige boeken
dragen maar bij tot het heil
als hun woorden naar de stilte verwijzen,
naar de Heer,
die in de tijd zijn warmte laat voelen,
telkens wij met alwat wij zijnde doen
in de kern liefde bedoelen,
zoals Hij in het Heilig Land van toen!
J.M. Willem.
Terug naar het begin van de pagina.
Ja, elke keer als je naar het
journaal kijkt of in de krant leest, komt de vraag weer boven:
Als er een God is, waarom doet Hij dan niks aan al die ellende? Het is allemaal
maar moord en doodslag wat de klok slaat. En het lijkt wel alsof het steeds maar
erger wordt.
Tja, wat moet je daar nou op zeggen? Er gebeuren vreselijke dingen. Dat is waar. En God houdt de mensen die dat veroorzaken, blijkbaar niet tegen. Ook jou en mij niet. Als je persé iemand zou willen vermoorden, dan zou God je echt niet tegenhouden. Natuurlijk, er is geen haar op je hoofd die daaraan zou denken. Maar in principe zou je dat toch zomaar kunnen doen. Zonder dat God je tegen hield. Vind je dat niet raar? Als er een God zou zijn, dan zou Hij je toch tegen moeten houden? Of vind je van niet?
Stel je nou eens voor dat je God
een advies zou mogen geven. Dat je Hem zou mogen zeggen wat Hij zou moeten doen
met iemand die op het punt staat om iemand anders te vermoorden.
Wat zou je dan zeggen?
Even nadenken: iemand staat dus op het punt om iemand anders te vermoorden. Wat zou je God dan aanraden? Wat zou Hij met die persoon moeten doen om hem of haar tegen te houden?
Nou, je zou Hem kunnen aanraden om die persoon dan maar ter plekke dood neer te laten vallen. Wel een paardenmiddel, maar dat helpt het beste. Erg definitief.
Maar is dat wel helemaal eerlijk? Want je wordt op die manier gestraft voor een moord die je nog niet gepleegd hebt! En straffen vooraf is nou niet direct het toppunt van rechtvaardigheid.
Nee, je kunt vast wel een betere manier bedenken waarop God iemand zou kunnen tegenhouden. Wat dacht je van een tijdelijke verlamming? God zou iemand bijvoorbeeld even kunnen verlammen, net op het moment dat hij op het punt staat de moord te begaan. Maar dan wel lang genoeg natuurlijk. Net zo lang totdat zijn moordlust een beetje bekoeld is.
Zou dat helpen? 't Zou kunnen. Misschien dat hij daardoor tot bezinning zou komen. Maar het is waarschijnlijker dat precies het tegenovergestelde gebeurt. Dat hij nog doller wordt omdat hij wordt tegengehouden! Want het is natuurlijk niet voor niks dat hij die ander van kant wil maken. Dan gaat hij vast en zeker zoeken naar een andere manier om de ander het leven te vergallen. En dan zou God hem weer moeten tegenhouden. Ook niet zo'n ideaal voorstel dus.
Nog een ander advies? Nou, je zou
God kunnen voorstellen om eens te luisteren naar het verhaal van de persoon in
kwestie. Want als je iemand wilt vermoorden, dan is dat niet zomaar.
Daar is natuurlijk een heel verhaal aan vooraf gegaan. Vreselijk onrecht
misschien dat iemand hem heeft aangedaan. Kijk, als God dàt nou eens had tegen
gehouden!
Ja, God had de ander eigenlijk
moeten tegenhouden om hem zo onrechtvaardig te behandelen.
Want dan had hij op zijn beurt geen enkele behoefte gehad om die ander om zeep
te helpen.
Maar hòe had God die ander dan
moeten tegenhouden? Want dat is nou net het probleem: hoe God iemand zou moeten
tegenhouden om een ander het leven zuur te maken! Want als Hij dat op een
aanvaardbare manier zou kunnen doen bij iedereen, dan zou het probleem opgelost
zijn.
Als niemand meer iets zou kunnen doen waar een ander zich aan zou kunnen
ergeren, dan zou de wereld een paradijs zijn!
Zou dat mogelijk zijn? Zou God iedereen op de één of andere sympathieke en aanvaardbare manier kunnen tegenhouden om iets te doen waar een ander last van heeft?
Ik dacht van niet. Want wanneer je van buitenaf elke keer in je vrijheid wordt belemmerd, dan ga je je daar toch aan ergeren, ook al gebeurt dat nog zo sympathiek. Dan heb je constant het gevoel dat je in de gaten gehouden wordt. En als ik God was, zou dat dan ook het laatste zijn wat ik zou willen: iedereen alsmaar in de gaten houden en terugfluiten.
Nee, eigenlijk is er maar één
echte goede oplossing. Niet van buitenaf, maar van binnenuit.
Dat we dus van binnen veranderen. Dat we van binnen zo veranderen, dat we zin
krijgen om alleen maar het goede te doen voor elkaar. Dat we vol worden van
liefde voor iedereen. Dan gaat het ook niet meer ten koste van je vrijheid. Want
dan kun je doen waar je zin in hebt. Gewoon omdat je dan alleen nog maar zin
hebt om het goede te doen, ook voor de ander.
Kijk, en dat is dan ook het enige wat God wil. Dat we van binnen zo veranderen, dat we een hekel krijgen aan alles wat verkeerd is. En dat we een groot verlangen krijgen om alleen maar het goede te doen.
Maar hoe krijgt God ons ooit
zover? Ik denk dat Hij hoopt dat we door schade en schande wijs worden. Dat we
een verlangen krijgen naar een veel beter leven dan dat we hebben. Jezus
Christus heeft ons laten zien hoe zo'n leven eruit ziet. Het is een leven dat
helemaal open staat voor de invloed van God. En weet je, dat ligt helemaal
binnen ons bereik. Daar kunnen we voor kiezen.
Het maakt niet uit hoe slecht het er van binnen bij je uitziet en wat voor
puinhoop het er is.
En wat er in het verleden allemaal is gebeurd, hoeft ook geen belemmering te
zijn. Iedereen die eerlijk verlangt naar een nieuw begin en zo wil leren leven,
die is welkom. God heeft Jezus Christus gegeven om alles tussen ons en Hem in
orde te maken zodat het ook kan. In de loop der eeuwen hebben miljoenen mensen
dat beleefd. En dat dat ook nu nog kan, kun je zelf ervaren.
Wat je dan moet doen om zo'n leven
te beginnen? Drie dingen.
In de eerste plaats moet je aan Jezus Christus eerlijk zeggen wat er verkeerd
zit bij je en wat er allemaal mis is gegaan. Misschien vind je het moeilijk
tegen Iemand te praten die je niet ziet, maar als je het probeert en je meent
het eerlijk, dan zul je merken dat Hij er is en dat je het kunt.
Het tweede wat je moet doen is,
dat je je leven aan zijn zorg toevertrouwt en Hem uitnodigt om je leven binnen
te komen. Dan zul je merken dat Hij je hart vervult met zijn vrede en
blijdschap.
Dat is dan het begin van dat nieuwe leven.
En het derde wat je moet doen is: zoek contact met anderen die ook zo leven, zodat ze je kunnen helpen om te leren bidden en de Bijbel te gebruiken. Dat leren bidden en de Bijbel leren gebruiken, is namelijk erg belangrijk.
Dus als je een nieuw leven wilt beginnen met God, dan zou je nu de eerste drie stappen kunnen zetten:
- Ten eerste: eerlijk zeggen wat er allemaal verkeerd is gegaan. Dus je hart uitstorten bij Jezus Christus. Alles wat je eerlijk bekent, wordt je honderd procent vergeven.
- Ten tweede: Hem uitnodigen om je leven binnen te komen. Hoe dat gebeurt, is moeilijk onder woorden te brengen. Maar als je dat doet, dan zul je merken dat dat ook gebeurt.
- En tenslotte: contact zoeken met mensen die ook zo proberen te leven met Jezus en met God.
Ik kan me voorstellen dat vooral dat laatste een behoorlijke drempel voor je is om overheen te komen. Maar het lijkt moeilijker dan dat het is hoor.
Alleen de vraag waar we mee begonnen zijn, daar hebben we nog geen antwoord op gegeven. Wanneer komt er nou eens een eind aan alle ellende? Hoe lang heeft God nog geduld met de wereld? Wanneer zal Hij ingrijpen?
Nou, zolang er nog steeds mensen zijn die tot bezinning komen en voor een nieuw leven willen kiezen, heeft Hij nog geduld met de wereld. Hij wil niet dat er mensen verloren gaan, maar dat ze tot bekering komen. En die kans wil Hij ze geven.
Maar dat betekent wel dat er nog steeds vreselijke dingen gebeuren. En of je nou gelovig bent of niet, daar kunnen we allemaal mee te maken krijgen. Maar dan maakt het wel een groot verschil of je dat samen met God verwerkt of dat je daar alleen doorheen moet...
Terug naar het begin van de pagina.
Bidder: Onze Vader die...
God: Ja?
Bidder: Wil je me alsjeblieft niet storen! Ik bid.
God: Maar je riep Me.
Bidder: Riep ik U? Ik riep U helemaal niet. Ik was aan het bidden. Onze
Vader die in de hemelen zijt...
God: Zie je wel, je deed het weer.
Bidder: Wat deed ik?
God: Je riep Mij. Je zei: "Onze Vader die in de hemelen zijt". Hier ben
Ik. Wat is er?
Bidder: Maar ik bedoelde daar helemaal niets mee. Ik heb het toch al
gezegd: ik deed gewoon mijn gebed. Ik bid altijd het Onze Vader. Ik voel me daar
goed bij; ik vind het mijn plicht om mijn gebed te doen.
God: Goed zo. Ga verder.
Bidder: ...uw naam worde geheiligd...
God: Wat bedoel je daarmee?
Bidder: Wat bedoel ik waarmee?
God: Met "uw naam worde geheiligd"?
Bidder: Het betekent... wel euh... Hemeltje zeg! Hoe moet ik nu weten wat
dat betekent?
Het is gewoon een deel van dat gebed. (Pauze) Ja, wat betekent het eigenlijk?
God: Het betekent eervol, heilig, wonderlijk.
Bidder: Oh; ja, dat lijkt me zinvol. Ik heb me vroeger nooit afgevraagd
wat geheiligd eigenlijk betekende. Uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk
in de hemel alzo ook op de aarde.
God: Meen je dat werkelijk?
Bidder: Natuurlijk! Waarom zou ik dat niet menen?
God: Wat ga je daar dan mee doen?
Bidder: Doen? Niets denk ik. Ik denk alleen dat het goed zou zijn als U
echt alles onder controle had;
als mensen hier op de wereld zouden leven volgens Uw wil.
God: Leef jij volgens mijn wil?
Bidder: Wel... ik ga naar de kerk.
God: Dat was mijn vraag niet. Ik heb het bijvoorbeeld over je opvliegend
karakter;
je hebt daar echt problemen mee, weet je?
Bidder: Waarom begint U nu op mij te vitten?
Ik ben zeker niet slechter dan heel wat van die hypocrieten in de kerk, weet U
dat wel!
God: Verontschuldig Me... maar ik dacht dat je bad dat Mijn wil zou
geschieden? Als dat moet gebeuren, dan moet het beginnen in het leven van
diegenen die ervoor bidden. Zoals jij, bijvoorbeeld.
Bidder: Oh... OK dan! Ik weet dat ik nog wel een paar gebreken heb.
Ik kan er zeker nog een paar opnoemen.
God: Ik ook.
Bidder: Ik heb daar vroeger nooit zo over nagedacht, maar ik zou echt wel
een paar dingen in mijn leven willen veranderen. Ik zou echt wel van sommige
dingen willen bevrijd zijn.
God: Goed zo! Zo gaan we er nog komen! We kunnen samenwerken, jij en Ik.
We kunnen een paar echte overwinningen behalen. Ik ben fier op je!
Bidder: Ja maar, Heer, ik moet nu echt ophouden hoor. Het duurt nu al
veel langer dan gewoonlijk!
Geef ons heden ons dagelijks brood...
God: Het is misschien beter dat je wat minder eet; je bent nu al te
zwaar!
Bidder: He... wacht nu eens even! Wat betekent dit allemaal? Ik wil
gewoon mijn godsdienstige plichten doen en dan begint U me te onderbreken en mij
op mijn gebreken te wijzen!
God: Bidden is inderdaad gevaarlijk. Het kan je veranderen, weet je. Dat
is wat Ik je probeer duidelijk te maken. Je riep Me, en hier ben Ik. Het is nu
te laat om nog te stoppen. Blijf verder bidden. Ik ben echt benieuwd naar het
vervolg van je gebed. (Pauze) Wel... ga verder!
Bidder: Ik durf niet...
God: Waarom durf je niet?
Bidder: Omdat ik weet wat U gaat zeggen!
God: Probeer het dan.
Bidder: ...en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze
schuldenaren.
God: En Peter dan?
Bidder: Zie je nu wel! Ik wist dat U daarover zou beginnen! Waarom, Heer?
Waarom vertelt Peter altijd leugens over mij? En hij is me nog geld schuldig
ook! Reken er maar op dat ik met hem ga afrekenen.
God: En je gebed dan? Hoe kun je dit dan bidden?
Bidder: Ik meende het niet.
God: Nu ben je tenminste eerlijk! Maar het valt niet mee om heel de tijd
met zoveel bitterheid te moeten verder leven, is het niet?
Bidder: Neen. Maar ik zal me beter voelen als ik met hem heb afgerekend.
Ik weet al hoe ik Peter kan te pakken krijgen!
God: Dan zul je je niet beter voelen. Je zult je zelfs nog slechter
voelen. Wraak is nooit zoet. Denk eens na hoe ongelukkig je je nu wel voelt.
Maar Ik kan dat veranderen.
Bidder: Kunt U dat? Hoe?
God: Vergeef Peter. Dan zal Ik jou vergeven. Dan zullen de haat en de
schuld Peter's probleem zijn en niet langer jouw probleem. Je zult er misschien
wel wat geld aan verspelen, maar je zult je hart sparen.
Bidder: Het lijkt me wel niet gemakkelijk, maar ik geef toe dat het de
moeite waard is. Dank U, Heer, omdat U me daar doorheen wilt helpen. En leid ons
niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Amen.
Hitpalalti is de eerste persoon enkelvoud van de verleden tijd
(avar) van het Hebreeuwse werkwoord 'hitpaleel' en betekent dus:
'ik bad'.
De eerste voorwaarde om een jaar lang na te denken en te spreken
over het gebed of over de verschillende wijzen van traditioneel
of creatief bidden is een hele tijd van bidden achter je te
hebben of heel veel moeite gedaan te hebben om tot gebed te komen.
In het Hebreeuws heeft 'hitpaleel' iets van een heel intens
verkeer tussen God en mens enerzijds en de mens en God anderzijds
om uiteindelijk mekaar beter te ontmoeten.
Voor de christen komt daar nog bij, dat het gebed in geest en
waarheid tot stand komt in Jezus Christus: God bidt in ons.
Graag had ik een jaar lang korte reflecties op mijn bidden
verzameld en ze aan mijn parochie voorgelegd voor wat ze waard
zijn.
Ook hoop ik dat er op gereageerd kan worden en ook parochianen en
andere lezers hun reflecties op hun bidden zouden optekenen.
De volgorde is vooralsnog die van het optekenen.
(1)
Bidden is
afleren
de scherpte van je godsbeelden
te overdrijven,
in stilte sprakeloos
God zichzelf laten zijn
in zijn beeldend mens-
en hemels anders-zijn:
hier en daar mag een heilige
het wonder beschrijven.
(2)
Bidden is
het beste uit jezelf,
je naasten
en de schepping halen
en het bezinksel
naar de bodem laten gaar:
zo wordt Jezus' wijn van vreugd
aan de voet van het kruis
het best verstaan.
(3)
Bidden is
heel goed jezelf kennen,
te zwak
om in het nauw gedreven
toch liefde te geven
uit eigen kracht
en nood hebben aan God,
die dat nog eens uitdrukkelijk vraagt
en veel van jou verwacht.
(4)
Bidden is
naar woorden zoeken
om toch maar niet te veel te zeggen,
opdat het samenzijn
van God en mens
niet worde verstoord
door het te veel uit te leggen.
(5)
Bidden is
het niet meer weten
wat gezegd,
Gods eigen Woord
in de mond nemen
en voortdurend het lied zingen
van leven, dood en verrijzenis,
zo juist mogelijk op de toon
die de Heer opgeeft.
(6)
Bidden is
weer een plaats geven
aan hem, haar of hen,
die jij wat zou moeten vergeven
om aan Gods kant te staan,
die ook met jou
en zoveel andere zwakke mensen
leerde leven
en echt heel veel geeft
om jouw bestaan.
(7)
Bidden is
God en allen
die het horen willen
liefst hardop vertellen
dat diep in jou
een stem blijft roepen: 'Stop!'
als jij alleen wil tellen.
(8)
Bidden is
na het 'afgod spelen'
weer op jouw plaats
in de kosmos staan
waar God jou uit het oog verloor
en jou met een roeping uitverkoos.
(9)
Bidden is
op tijd en stond
heel hard uitvaren
dat het leven geen hemel is
en als het hart gelucht werd,
de storm geluwd
en de sfeer van donder gezuiverd,
genieten van Gods fluisteren
dat de wereld zonder hemel
als zijn schepping
niet heel meer is.
(10)
Bidden is
met God mensen volhouden
als zijn beeld,
ook als zij door onberispte burgers
en in de donkere gaten van ons hart
worden gedemoniseerd
en aan de galg gepraat.
(11)
Bidden is
dankbaar en heel lief
zllen en alles namen en naampjes geven
om niemand of niets
uit Gods schepping te vergeten:
van God en klein Pierke
tot de zandkorrels van de zee
en de dauwdruppels op wat onkruid.
(12)
Bidden is
bij God onthaasten
omdat het tijdelijke
ook eeuwig is
en zalig kan worden.
(13)
Bidden is
het opengaan van de hemel
zo meemaken
dat je handen gaan jeuken
om nog vlug
wat aan het Rijk Gods te doen.
(14)
Bidden is
op tijd en stond
je ogen sluiten
om beter de wereld
van binnenuit te zien.
(15)
Bidden is
God nodig hebben
opdat zijn beeld in jou
nooit weg zou ebben.
(16)
Bidden is
je toevertrouwen
aan een verweven leven
van Gods liefde voor jou
en al wat leeft
en je geloof in Hem
dat groeien moet
om het ooit eens
en één te worden.
(17)
Bidden is
met God
over zijn en jouw vrijheid
marchanderen
en toch altijd je eigen aard
van schepsel
blijven respecteren.
(18)
Bidden is
de smaak van het hemelse
als sterveling
nooit verliezen
door met de Mensenzoon
voor het leven
als bezit van God
te kiezen.
(19)
Bidden is
met velen tekeer gaan
tegen het kwaad
met woorden en gerichte daden
en weten dat God
aan je zijde staat.
(20)
Bidden is
leren minder hebberig leven
en iemand worden
die minder hartpijn krijgt
als hij anderen wat wil geven.
(21)
Bidden is
door het Woord
de wereld
als schepping
ervaren
en in dat geloof
de hoop
op Gods heil
bewaren.
(22)
Bidden is
opruimen
als de drukte
van 't bedienen
zoveel
van zijn plaats deed gaan
en God vragen
waar alles
weer moet staan.
J.M. Willem.
2006.
Deel 1:
Zusters en Broeders,
Tijdens het triduüm van O.L.V. van Altijddurende Bijstand
volgen wij zo trouw mogelijk de liturgische kalender van de
Wereldkerk.
Vandaag vieren wij het feest van de Heilige
Engelbewaarders in, het aanschijn van de icoon van Maria.
Als gelovigen voelen wij ons niet enkel afhankelijk van Moeder Aarde, maar kregen wij in het doopsel de H. Geest om in een groeiend besef ook kinderen te zijn van de Hemelse Vader.
Die geborgenheid in de liefde van God leerden wij kennen door
de natuur te zien als schepping, langs de engelen, in de
geschiedenis van de aartsvaders, door Mozes en de profeten, door
de komst van Jezus Messias, Maria en de heiligen.
Samen met o.a. de islamieten hebben wij Gods parate hulp gaan
ervaren als de werking van onze Engelbewaarder.
Ook Maria wordt in onze icoon vooral benadrukt als de Hemelse
Moeder, die Gods hulp voor de mensen vraagt en doorgeeft.
In haar tijd kende Maria de engelencultuur van de joden,
vooral van de Farizeeën en ook haar roeping vernam zij van de
engel Gabriël en engelen worden meermaals vernoemd in de
evangelies.
Maria vertrouwde op Gods doorlopende aanwezig in haar leven om
door de goede en kwade dagen te raken.
De icoon toont ons Maria met een heel ongerust kind op haar arm,
weg van haar geborgenheid zag Hij de engelen al aankomen met de
instrumenten van het lijden.
Maria legt haar jawoord neer in het Magnificat, dat zij samen met
Elisabeth voorzeker goed kende van het gebed van de dankbare
Hanna voor de komst van haar zoon Samuël.
Maria vertrouwde op God om haar en zijn Zoon op te laten groeien
volgens zijn wil: in alles aan mensen gelijk, behalve in de zonde.
Als Maria meerdere kinderen had gehad, was Jezus zeker een
buitenbeentje!
"Wist je niet dat ik met de zaken van mijn Vader bezig moest
zijn?"
"Vrouw, is dat soms uw zaak?"
"Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broeders... ?"
De Weesgegroet, voortkomende uit de groet van de
engel Gabriël en nicht Elisabeth, werd bekroond door de Kerk met
'Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van
onze dood. Amen (Ik geloof dat het zo gaat).
In de zestiger jaren was ik op het seminarie van Mechelen en
we kregen cursus dogmatiek van professor Geshé van Leuwen. In
die jaren leek het christelijk geloof en het kerkleven uit haar
Palace Pluche te moeten geholpen worden.
De gewijde geschiedenis moest er aan geloven voor de realiteit
achter de verhalen.
Sacramenten moesten gesneden brood zijn met heel veel eigen
woorden en materiaal.
De vasten werd een gewetensbelasting, een Wiedergutmachung
tegenover de Derde Wereld en het kolonialisme en het eigenlijke
vasten verschrompelde in vrijheid.
Maria's rol werd geherwaardeerd in de bijbelse en oecumenische Eerste
Gelovige in Jezus Christus.
De 'Moeder Gods' (Theotokos) ging op de katholieke achtergrond.
De engelen waren ook erg moeilijke figuren: personen anders dan
de mensen.
In feite waren de engelen even beeldrijk als de figuur van God
als 'Vader' en als de Heilige Geest als vrouw of duif en als de
Verrezen Heer als de communie van mannen en vrouwen, die door de
H. Geest levende bouwstenen worden rond Hem als hoeksteen.
Als wij professor Geshé vroegen om toch rechtstreeks zonder
engelen bij de liefde van God te komen, antwoordde hij kort en
bondig: "Schaf de engelen niet af. Onze geloofsboodschap kan
schraalheid missen als de pest."
Ik denk dat die prof tegen stroom in heel wijze woorden gesproken
heeft.
We hebben dikwijls zijn raad in de wind geslagen en kwamen uit op
psychologismen met wierook en een religiositeit, die de
ongelovige kunstenaar gelukkig ook heeft als een menselijke
geestelijke kwaliteit.
De iconen hebben aan de computer het woordgebruik van
'icoontjes' gegeven en dit gebruik van icoontjes op de computer
leert ons iets over de waarde van de icoon van O.L.V. van
Altijddurende Bijstand.
Om Maria in de hemel te redden moesten de iconoclasten in het
Byzantijnse Rijk van de 9de eeuw de iconen niet verwoesten,
iedereen moest natuurlijk weten dat men met de verering van
iconen te ver kon gaan en er geen magie rond de iconen mocht
ontstaan, maar later werd duidelijk dat iconen geholpen hebben om
de rubrieken 'liturgie', 'Gods Rijk', 'Maria's bijstand' en de
hulp van vele heiligen aan te toetsen in het hart van de
gelovigen.
Evenmin moesten Maria en de heiligen wijken uit de omgeving van
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest om God God te laten zijn:
God treedt met ons in dialoog langs beelden, die zijn mysterie
verbeelden, langs engelen en engelbewaarders en aartsengelen met
en zonder name, langs een schare van heiligen en de vele mensen
met zijn beeld langs onze levensweg.
Laten wij de icoon van O.L.V. van Altijddurende Bijstand regelmatig bezoeken en haar als toegang tot Gods liefde langs Maria met dankbaarheid in ons midden bewaren!
Deel 2:
Zusters en Broeders,
De lezingen van deze tweede dag van het triduüm geven ons een
tekst uit het Boek Job, dat de ontreddering van Job als een
spiegel voorhoudt aan allen, die lijden, leed veroorzaken of
weigeren het leed van de medemensen te begrijpen en een passage
uit het evangelie van Lucas, waarin fanatieke leerlingen hun
frustraties willen kwijtraken door over de weerbarstige
toehoorders de straffen van de hemel af te willen roepen.
Gisteren, op het feest van de Engelbewaarders, hebben wij O.L.V.
van Altijddurende Bijstand gesitueerd in de straalverbinding van
hemel en aarde.
Maria kan God dichter bij mensen brengen en God wil wel door haar
dichter bij de mensen en in het leven van de mensen komen.
God zocht al contact langs de schepping, de engelen, de
godservaringen van Abraham, Izaak en Jacob, langs het Verbond met
Mozes, langs zijn levend Woord in Jezus Christus en langs de hulp
van de Heilige Geest tot in de kerk van vandaag met heiligen en
een feest van Allerheiligen en zondaars met hun feest van
Allerzielen, maar ook langs elke rechtgeaard mens uit eender
welke godsdienst of cultuur.
Vandaag wou ik deze tweede triduümdag Maria belichten als ons
voorbeeld, als de eerste gelovige in Jezus als mensgeworden Woord.
We gaan Maria beschouwen als diegene, die door het concilie
Vaticanum II werd aangeduid als de eerste gelovige, die dan ook
als eerste het volle leven van de nieuwe Adam met Jezus deelt.
Wij gaan Maria trachten te volgen in haar bijstaan van
mensen in deze wereld.
Inderdaad wij kunnen ook van de icoon gaan houden, omdat ze
uitdrukt dat uiteindelijk God en Jezus Christus overschot van
gelijk krijgen en dat de heilsgeschiedenis toekomst heeft.
Het lijden en het zorgen overspoelen het op post zijn van God
niet: Jahwe (Jehova) zal er zijn in de stille ruimte van ons
leven en aan de aankomst van de heilsgeschiedenis.
Het was in het verleden al duidelijk dat Hij er altijd was en Hij
is erbij onderweg.
Al zouden bepaalde religieuze strekkingen uit de Middeleeuwen dat wel gewaardeerd hebben, Jezus was geen zelfkweller, die zich sterk voelde dank zij zijn slachtofferrol en die niet op kon tegen de wereld en wel een stille dood zal moeten sterven na tweeduizend jaar Europese en koloniale kerkgeschiedenis.
Maria is geen Moeder van Smarten, omdat zij het idee had dat
zij van God niet van haar leven mocht genieten als moeder van de
grootste profeet van haar godsdienst, die in de ogen van God
maagdelijk mooi bleef, als gehuwde met Jozef.
Maria was trouw aan God vanaf haar geboorte, doorheen haar jeugd,
haar uithuwelijking, haar moederleven van de Heer en in haar
wedergeboorte door de H. Geest en haar opname in het verrezen
leven van haar zoon.
De evangelies doen ons de diepe vreugde van Maria te sterk als
postuum aanvoelen.
Als je de evangelies aandachtig leest, heeft zij ook in haar
leven heel veel blijheid gekend om haar roeping en om haar kind.
De bemoediging en de bevestiging, die ze kreeg van haar zwangere
nicht Elisabeth, al die goede lieve attenties van herders en
wijzen en al het liefs en waardevols dat er over haar
eerstgeborene werd uitgesproken door Simeon en dat zij als
reserve bewaarde in haar hart.
Het evangelie van Johannes toont ons een moeder van een dertiger,
die dacht Hem al te begrijpen en die op een bruiloft zei: "Doe
maar, wat Hij u zeggen zal."
Aan de voet van het kruis heeft ze waarschijnlijk door haar
tranen heen nog eenmaal naar Jezus en daarna heel dikwijls naar
Johannes geglimlacht om het "Vrouw, ziedaar uw zoon". (Ik
blijf uw kind in de kinderen van de Kerk).
Waarschijnlijk heeft Maria tijdens het leven van Jezus veel
schrik uitgestaan om de profetenexploten van haar Zoon, maar
achteraf zal zij wel genoten hebben van de herinnering aan het
welslagen van haar gekruisigde Zoon en zijn nieuwe aanwezigheid
in de Kerk tot op vandaag.
Op de icoon zien wij Maria met de sterke arm: zoonlief mocht
tegen wringen en van haar wegkijken in de boze dromen van zijn
kruisdood: zij liet Hem niet vallen, hoogstens een geloste
sandaal kon vallen.
Maria gebruikte al haar krachten om Jezus' Moeder te zijn.
Zij was steeds de niet storende stand-by en ze was er als Hij het
nodig had en de sterke beren van leerlingen al lang op de loop
waren.
Wie bid voor de icoon van O.L.V. van Altijddurende Bijstand
moet ook de herbronning van het tweede Vaticaans Concilie au sérieux
nemen.
Maria is ons voorgegaan in het geloof van woord en daad.
Bijstaan is niet hetzelfde als mensen alle leed besparen, in de plaats van anderen hun problemen oplossen, miracleworker te zijn, een oplossingenboek aan de kinderen geven in plaats van hen aan te sporen hun huiswerk zelf te maken.
Bijstaan is medemensen opvolgen op een afstand, die niet
benauwd maakt, die het initiatief niet doodt, handen uitsteken
als onze naasten echt niet meer recht kunnen.
Bijstaan is supporteren, bewonderen, wat mensen in moeilijke
omstandigheden toch nog voor mekaar krijgen.
Het is wijzen op het feit dat deelnemen aan het leven meer waard
is dan winnen en dat geen mens verloren gaat, omdat Gods liefde
niet gerantsoeneerd is en niet haarfijn verdeeld moet worden,
maar dat zij de echte bron van leven is.
Als je zo voor Maria's icoon gaat staan, ga je met de kennis
van de Bijbel, de Kerkelijke Traditie en de vroomheid(het dialect
van het geloof) heel nauw verbonden met Maria naar de naasten en
zullen zij iets van de Jezus' verrijzenisleven mogen ervaren.
Je kan in haar bijstand ook de humanisten terugvinden in hun
medemenselijkheid.
De icoon is niet enkel de klaagmuur of de vraagbak, ook op
momenten dat het ons goed gaat en wij anderen kunnen bijstaan
moet dit bijstandsicoontje aangetikt worden op onze
levenscomputer.
Op de parochie mocht ik een reeks niet-pratikerende gedoopte
leren kennen, die praktisch heel hun leven investeren in zwakke
medemensen met fysieke, psychische en financiële problemen.
Moeders en vaders van kinderen met een aangeboren handicap,
ouders, die hun pas volwassen kind zien belanden in een rolstoel
levenslang.
Ouders, die na zoveel aandacht hun groot geworden kind, hun zoon
of dochter zien grijpen naar zelfdoding als einde van de strijd.
Grootouders, die zorgen voor hun kleinkinderen, omdat de moeder
stierf of nooit rijp werd om op te voeden.
Echtgenoten van heel zieke partners, die teer werden als een
serreplantje.
Echtgenoten, die dagelijks optrekken naar een R.V.T. om hun
demente partner gezelschap te houden met dagelijks vraagteken of
ze die dag gekend zullen worden.
Zoveel vrijwilligers, die de harde kanten van de economische maatschappij afronden om, als naaste, vriend te worden van armen, zieken, gedetineerden, moeilijk opvoedbare jongeren...
Maria daagt met haar bijstand alle probleemmensen uit om al te doen, wat ze zelf al kunnen en zij inspireert meer dan wij denken.
Maria zorgt ervoor dat wij niet ontploffen door het gifgas van hebzucht, eerzucht, heerszucht, kortom van zelfgenoegzaamheid en wij als wereldse winnaars energieoverschot kwijtraken aan hen, die beproefd worden als Job.
De Broederschap bidt voor het verstaan van de icoon van O.L.V.
van Altijddurende Bijstand als een bron van hulp van de hemel en
een uitdaging tot zelfhulp en hulp aan hulpbehoevenden.
De Kapel heeft de taak om mensen samen te brengen, die de icoon
samen verstaan en die mekaar bemoedigen om op tocht te blijven
gaan en dienst te bewijzen aan een samenleving, waarin liefde
broodnodig is.
Alleen christen zijn is een contradictie en alleen de icoon van
Maria van Altijddurende Bijstand vlees en bloed laten worden en
gestalte geven in onze gemeenschap is tevens een innerlijke
tegenspraak, want Maria is Moeder van allen.
Deel 3:
Zusters en Broeders,
Deze derde dag van het triduüm van O.L.V. van Altijddurende
Bijstand brengt de Wereldkerk ons het feest van de Heilige
Franciscus van Assisi.
In het evangelie hoorden wij: "Kom tot mij allen, die onder
lasten gebukt gaat: neem mijn juk op en leer dat mijn last licht
is en mijn juk zacht."
We zullen Sint Franciscus omwille van zijn feest een plaats geven
in onze bezinning.
De eerste dag belichten wij de icoon als één van de vele straalverbindingen van Gods liefde met de mensen, waarin God omwille van Jezus zijn welbehagen heeft en die ook van goede wil kunnen zijn.
De tweede dag belichten wij O.L.V. van Altijddurende Bijstand als ons historisch en eeuwig voorbeeld, als eerste gelovige in Jezus Christus. We zagen dat het bijstaan van Maria door de aanroeping van de icoon ons ook kan uitdagen om van haar paraatheid om mensen bij te staan, te leren om zelf op onze beurt mensen te willen bijstaan.
Vandaag, op het feest van Sint Franciscus, willen wij
stilstaan bij de juiste ingesteldheid, de juiste attitude, als
wij anderen willen bijstaan in navolging van Maria.
De icoon zelf spreekt van de hemelse bevestiging van de wijze
waarop Maria dienst betoont in de kerkgeschiedenis tot op
vandaag, maar ook toen zij haar jawoord tegenover God uitsprak en
voor Jezus en de apostelen bereidwillig aanwezig was.
Voor de icoon is haar leven heilig en dat wordt weergegeven door
de aurea en werd haar ter beschikking staan van de mensen
gekroond: de icoon heeft ook een kroon, die nog verder kan
versierd worden met de kroontjes van edelstenen. Op haar
hoofddoek ontdekken wij een ster en dat zou over haar bijstand
kunnen willen zeggen dat zij de morgenster is, de stella
matutina, die Gods nieuwe morgen in het vooruitzicht plaatst.
Voor de ingesteldheid van Maria's bijstand en om zelf de juiste geest te ontwikkelen, waarmee wij anderen bijstand verlenen, moeten we terug naar het geloofsgetuigenis van de evangelies.
De houding van de juiste dienstbaarheid, de juiste sfeer om 'ja' te zeggen tegen God en naasten is een houding van dankbaarheid, omdat je er voor kan en mag dienen en beseffen dat je maar kan geven wat God jou toevertrouwde om het verantwoordelijk te gebruiken en te delen.
Het mooist werd dit uitgedrukt in het Magnificat.
Ook in de Hebreeuwse naam van Maria 'Miriam' zien wij dat
Maria God niet uit de moeilijkheden heeft gehaald om mens te
worden, maar dat God haar verheven heeft om 'ja' te kunnen zeggen
en om het te doen voor haar volk en de mensheid.
De stambetekenis van Miriam heeft alles te maken met het
werkwoord verheffen.
Om opgericht te willen worden moet de mens zich goed in zijn vel
voelen, als hij met al zijn hebben en houden en kunnen toch
afhankelijk leeft van God en als Hij beseft dat God het grootste
werk blijft doen.
De mensen, die erin slagen, zijn de armen van geest door hun
spiraliteit en de echte armen of noodlijdenden doorhun lot.
Ik vind het tof dat wij beide versies vinden in de synoptici bij
Mateüs en Lucas.
De rijke kan de spiritualiteit van de nederigheid en de
afhankelijkheid met de armen delen of het moeilijk krijgen en met
Gods genade door het oog van de naald te raken.
Ook de armen kunnen hovaardig worden in onze maatschappij, met al
de uitstalramen van de stad in hun hoofd lopen en met het geld
van de Lotto, die ze niet eens gewonnen hebben.
De juiste houding van het bijstaan en ter beschikking staan is
dus de dankbare en blije dienstbaarheid.
De juiste attitude van onze bijstand van de naasten vanuit de
zaligheden en het magnificat is ook de kenosis, de geestelijke
grote kuis, waardoor bijzaken wijken voor de liefde tot God en de
naasten.
Hiervoor kunnen wij ook aansluiting vinden bij Franciscus,
wiens feest wij vandaag met de Kerk vieren.
Ik heb in de geschriften over Franciscus heel weinig expliciet
notities aangetroffen over de Mariadevotie van Franciscus, maar
ze is er zeker geweest in die tijd van de hoofse minnelyriek,
waarin Maria niet zo sterk meer werd vereerd als een alternatieve
Isis of oermoeder, maar wel als Onze Lieve Vrouw, die zo warm
liefde kon geven aan de gelovigen.
Wel zie ik dat de spiritualiteit van Franciscus er een was van de
mindere broeder en dat die goed aansluit bij de houding van de
evangelische Maria.
Voor Franciscus was de weelde, de rijkdom en de oververzorging
een afgodendienst, waaronder de liefde tot God en medemens moest
lijden.
Franciscus was voor de Kerk een hulp voor haar antwoord op de
ketterijen van het nieuw-manicheïsme van de albigenzen en
katharen van de twaalfde eeuw.
In de Kerk was er ook bij de vrome rijken, de rijke prelaten en
kardinalen een grote bewondering voor de franciscanen. Monniken
werden bereidwillig opgenomen om door hun handenarbeid bij rijke
gelovigen hun brood te verdienen.
Toen Franciscus te Rome te gast was voor de goedkeuring van zijn
kloosterregel door de paus bij kardinaal Hugolinus, ging
Franciscus toch bedelen in de stad en gaf aan een banket brokken
van het zwarte brood, dat hij gekregen had, aan de disgenoten.
Hugolinus kon dat vanuit zijn gastvrijheid niet appreciëren, maar
enkele genodigden namen wat van het armenbrood mee als aandenken
aan Franciscus.
De rijken waren vol bewondering voor het charisma van de
nederigheid en eenvoud van de franciscanen, maar zij behielden
liever hun eigen bevoorrechte positie.
Franciscus wou niet te lang bij de rijke Hugolinus te gast zijn
om geen misverstanden te kweken bij zijn broeders. Het is niet
omdat men meer kan doen met wat men van de rijken kan krijgen,
dat men zijn spiritualiteit van leven bij Gods genade moet
verliezen.
De christen, die mensen wil bijstaan in de goede mentaliteit moet dus heel veel eerbied opbrengen voor de noodlijdenden en zich dankbaar opstellen tegenover God, die het hem allemaal mogelijk maakt.
Zoals Maria en haar Zoon, God zelf en heel de hemel respect
heeft voor de mensen met het moeilijke levenslot, zo heeft
Franciscus gehouden van het kerstfeest als de geboorte van Jezus
in nood en armoede.
Hij werd de uitvinder van onze kerststal.
Hij liet die in de bergen van Greccio bouwen en vroeg aan zijn
vriend Jean Vilta er ook een echte os en ezel in te plaatsen. Op
Kerstmis vroeg hij aan de priester in die stal de mis op te
dragen. De beelden van Maria, Jozef en het kind waren er niet bij.
Als iemand vroeg of er op het feest van kerstmis, dat op een
vrijdag viel, vlees moest gederfd worden, antwoordde Franciscus:
'Zeker niet!'.
In de fioretti lezen wij het visioen van broeder Petrus van
Monticello, die op een afbeelding van Maria met de apostel
Johannes en Franciscus zag, dat Franciscus de mooiste kleren aan
had.
Hij liet de apostel dit verklaren: "Weet dat de Moeder van
Christus en ik meer dan ieder schepsel hebben geleden onder het
lijden van Christus, maar na ons had Sint Franciscus er meer
verdriet om dan wie ook, daarom zie je hem omstraald met zoveel
glorie".
We kunnen het lijden van Christus in de noodlijdenden
terugvinden en het kan ons echt beroeren en we kunnen een houding
ontwikkelen dat zoals Cardijn zei: "Al het goud van heel de
wereld is niet zoveel waard als het leven van één arbeider.
De arbeiders krijgen het echt veel beter, maar de rij van
noodlijdenden blijft groeien met nieuwe categorieën.
Maria leert ons vanaf haar icoon, dat eenvoudige mensen met heel weinig middelen wonderen doen op humaan vlak en dat zij de wereld verzetten naar het Rijk Gods, als zij God betrekken in hun doen en laten.
Pastoor J.M. Willem.
Bekende mensen over de opstanding van Christus.
Terug naar het begin van de pagina.
Lord Darling, oud-opperrechter van
Engeland:
“de bewijzen voor de opstanding van Jezus Christus uit de dood zijn zo sterk,
dat geen enkele weldenkende jury ter wereld tot een andere conclusie zou kunnen
komen dan dat het verhaal van de opstanding de waarheid is”
Chuck Colson, oud medewerker van Nixon ten
tijde van het Watergate schandaal. Daarna christen geworden:
“Ik bevond me temidden van de machtigste mannen ter wereld maar de waarheid
konden we niet tegenhouden (Colson doelt hier op het watergate-schandaal waar
men trachtte de waarheid te verdoezelen). Als het verhaal van de opstanding niet
waar zou zijn, zouden die eerste discipelen er nooit zo lang aan hebben kunnen
vasthouden. Er zou altijd wel iemand opdagen die met het bewijs van het
tegendeel op de proppen kwam”
Thomas Arnold,
schrijver van het beroemde driedelige werk ‘de geschiedenis van Rome’:
“Ik ben al jaren gewend om de geschiedenis van andere tijden te bestuderen en om
de argumenten van hen die daarover geschreven hebben te onderzoeken en op hun
waarde te schatten; ik ken geen enkel feit in de geschiedenis der mensheid dat
voor de denkbeelden van een onbevooroordeeld onderzoeker door beter en
vollediger argumenten wordt bewezen, dan het grote teken van God aan ons dat
Christus is gestorven en weer uit de dood is opgestaan”
Dr Simon Greenleaf,
een van de grootste rechtsgeleerden die Amerika ooit heeft gehad:
“De opstanding van Christus is één van de best gestaafde gebeurtenissen in de
geschiedenis, gerekend naar de maatstaven van juridisch bewijs zoals die worden
toegepast in gerechtshoven”
Pinchas Lapide, een vooraanstaand
Joods-Orthodox wetenschapper:
“als dit groepje geschrokken en bange apostelen op het punt stond alles te laten
voor wat het was en uit wanhoop naar Galilea te vluchten; als deze boeren,
herders en vissers, die hun meester verraden en verloochend hadden en Hem aan
zijn lot hadden overgelaten, plotseling konden veranderen in een sterke
zendingsgemeenschap, overtuigd van de redding en in staat om na Pasen met veel
meer succes te werk te gaan dan voor Pasen, dan voldoet geen enkel visioen of
hallunicatie om zo’n radicale verandering te verklaren”
De apostel Paulus, schrijver van het
grootste deel van het NT:
“als u nu het heerlijke nieuws hebt gehoord dat Christus weer levend is
geworden, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat er geen enkele dode ooit weer
levend wordt? als zij gelijk hebben, is Christus ook niet uit de dood
teruggekomen. En als Hij niet uit de dood teruggekomen is, kunnen wij wel
ophouden Hem bekend te maken; dan is het zinloos in Hem te geloven”
Christendom: Eenvoudige Waarheid
Het Christendom stijgt snel naar de top wanneer je de andere theorieën,
filosofieën, bewegingen en religies in de wereld op een eerlijke manier
onderzoekt. Jazeker, hoe moeilijk dit ook te horen is in onze pluralistische
wereldgemeenschap, het Christendom is anders dan alle anderen.
Het mag misschien wel vreselijk dogmatisch en bekrompen klinken, maar de
eenvoudige waarheid is dat het Christendom de enige ware religie is.
Christendom: Wij Geloven dat het de
Enige Manier is
Het Christendom is niet gebaseerd op bewijs...maar het wordt ondersteund door
bewijs.
Het mag duidelijk zijn dat iedereen zomaar zou kunnen "beweren" om God te zijn.
Het verschil met Jezus is dat Zijn leven volledig door deze beweringen werd
ondersteund.
Onderzoek de geschiedenis, onderzoek de beweringen - het is absoluut een
fenomenale studie.
Een belangrijk brandpunt voor je studie is dat Jezus meer dan 300
messiaanse profetieën vervulde die in
de schriftteksten van het Oude Testament waren opgeschreven.
Met de ontdekking van de
Dode Zee Rollen en de betrouwbaarheid
van de
Septuagint versie van het Oude
Testament kun je er verzekerd van zijn dat deze profetieën niet na de feiten "in
elkaar werden gestoken". Immers, van beide is het bewezen dat deze al vóór de
tijd dat Jezus de aarde bewandelde bestonden.
Deze profetieën werden werkelijk door de Messias, Jezus Christus, vervuld.
Onderzoek eens de kans dat één enkele man slechts een handvol van de meest
specifieke profetieën zou kunnen vervullen, en je zal versteld staan. "Hij
[Jezus] zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd
dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij
geschreven staat in vervulling moest gaan.’” (Lucas 24:44)
Een ander brandpunt voor je studie is het begrijpen wat Jezus als een
historische figuur zei en deed.
Geen legitieme schriftgeleerde zal tegenwoordig ontkennen dat Jezus ongeveer
2000 jaar geleden leefde,
een groots leraar en weldoener was, en dat Hij aan een Romeins kruis werd
gekruisigd voor de misdaad van godslastering onder de Joden. Het enige geschil
dat er bestaat heeft te maken met de vraag of Jezus nu wel of niet drie dagen na
zijn
kruisiging weer uit de dood opstond en
dat Hij feitelijk de vleesgeworden God was. Dit is waar iedereen het bewijs voor
de
herrijzenis op de proef moet stellen,
zijn hart moet onderzoeken, en een beslissing maken over wie Jezus werkelijk
was.
Jezus zei dat Hij de enige weg naar de Vader was (Johannes 14:6), dat alleen Hij
de Vader openbaarde (Matteüs 11:27; Lucas 10:22). Christenen zeggen niet zomaar
dat het Christendom de enige manier is omdat ze arrogant, dom of veroordelend
zijn. Zij doen dit omdat ze, gebaseerd op het beschikbare bewijs, geloven wat
Jezus zei. Christenen geloven in Jezus, die beweerde God te zijn (Johannes 8:58;
Exodus 3:14), die zonden vergaf (Marcus 2:5; Lucas 5:20; 7:48), en die uit de
dood opstond (Lucas 24:24-29; Johannes 2:19 en verder). Jezus zei dat
Hij de enige weg was. Jezus is uniek. Of Hij vertelde de waarheid, of Hij
was gek, of Hij was een leugenaar.
Maar omdat iedereen het er over eens is dat Jezus "een goed mens" was, hoe zou
Hij dan zowel goed als gek kunnen zijn, of goed en een leugenaar?
Hij moet de waarheid wel hebben verteld. Hij is de enige weg.
Boeddha herrees niet uit de dood, noch Confucius of Zoroaster. Mohammed vervulde
geen gedetailleerde voorspellingen. Alexander de Grote deed de doden niet
opstaan en hij kon ook de zieken niet genezen.
En hoewel er veel minder betrouwbare informatie over deze "religieuze" leiders
is geschreven, wordt er in hen geloofd en volgen miljoenen hen.
Christendom: Geen Religie – Een
Relatie
Het Christendom is niet slechts een religie; het is een relatie met God.
Het is vertrouwen op Jezus en wat Hij aan het kruis voor jou heeft gedaan (1
Korintiërs 15:1-4), niet op wat je voor jezelf kunt doen (Efeziërs 2:8-9). Het
Christendom heeft niets te maken met rijk versierde gebouwen, flamboyante
predikers, of traditionele rituelen.
Het Christendom heeft te maken met het werkelijk accepteren van Jezus als je
Heer en Verlosser.
Jezus
Christus: Veel Dingen voor Veel Mensen
Jezus Christus is al door veel mensen veel verschillende namen gegeven,
waaronder een groot mens, een groots leraar, en een grootse profeet.
Er is vandaag de dag geen legitieme schriftgeleerde die ontkent dat Jezus Christus een historische figuur was die ongeveer 2,000 jaar geleden de aarde bewandelde, dat Hij opmerkelijke wonderen verrichtte en daden van liefdadigheid uitvoerde, en dat Hij een afschuwelijke dood stierf aan een Romeins kruis, net buiten Jeruzalem. Het enige geschil dat er bestaat gaat over de vraag of Jezus al dan niet de vleesgeworden God was die drie dagen na Zijn kruisiging uit de dood opstond.
Dit zijn
allemaal kwesties die betrekking hebben op historische verslagen en die allemaal
op een eerlijke manier ontdekt en beproefd kunnen worden. Jezus vertelde ons wie
Hij was - Hij was daar niet vaag over. "Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand kan bij de Vader komen dan door mij." (Johannes 14:6)
Jezus Christus: Hij is de Weg
Jezus Christus verklaarde "Ik ben de weg", maar het mag duidelijk zijn dat niet
iedereen Hem gelooft.
Waar zijn we dan allemaal zo bang voor? Het bewijs voor Jezus en Zijn machtige werken zijn in zowel de Bijbel als in niet-Bijbelse werken goed gedocumenteerd.
Het bewijs voor Zijn kruisiging aan het kruis, de lege graftombe drie dagen daarna, en Zijn verschijningen aan meer dan 500 ooggetuigen na Zijn wederopstanding is zeer dwingend.
Jezus vervulde meer dan 300 Messiaanse profetieën die in de schriftteksten van het Oude Testament waren geschreven. Met de ontdekking van de Dode Zee Rollen en de betrouwbaarheid van de Septuagint versie van het Oude Testament, welke beiden bewezen zijn te zijn geschreven vóór de tijd dat Jezus op aarde was, kun je er zeker van zijn dat deze profetieën niet na de gebeurtenissen "in elkaar werden gestoken".
Deze werden
werkelijk vervuld door de Messias, Jezus Christus.
Feitelijk, als je naar enquête-resultaten kijkt, dan zie je dat mensen helemaal
niet bang zijn voor Jezus.
Ze zijn bang
voor Christenen. Kijk eens naar hoe vele Christenen zich gedragen, en wie kan
deze angst dan ontkennen. Mysterieuze rituelen, flamboyante predikanten, geld,
macht, hypocrisie - Geven deze werkelijk een reële voorstelling van wie Jezus
is, en wie Hij wil dat wij zijn? Nee. Maar, Jezus vroeg ons dan ook niet om
mensen en religie te volgen, Hij vroeg ons om Hem te volgen.
Jezus Christus: Hij is de Waarheid
Jezus Christus stelde "Ik ben de waarheid" maar het is duidelijk dat velen onder
ons onze eigen concepten over waarheid hebben geschapen.
Onze cultuur is doordrongen van moreel relativisme en religieus pluralisme.
De waarheid wordt dagelijks opnieuw gedefiniëerd.
Maar Jezus gaf ons door middel van Zijn woord - de Bijbel - de absolute waarheid.
Dankzij de archeologie van tegenwoordig en bewijs uit de geschiedenis en de manuscripten bestaan er veel minder redenen om de oorsprong van de Bijbel en zijn goddelijke authenticiteit in twijfel te trekken dan om de legitimiteit van de werken van Homerus, Plato en Aristoteles te ontkennen.
Hoe zit het met je eigen zoektocht naar de waarheid? Is het ook maar een prioriteit in je leven?
Hoe ontdek je
de waarheid over Christus, vraag je je misschien af? Hij vertelt ons in Matteüs
7:7, "Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal
voor je worden opengedaan."
Jezus Christus: Hij is het Leven
In Filippenzen 3:8 vat Paulus het goed samen wanneer hij beweert dat alle andere
dingen waardeloos zijn als deze worden vergeleken met de onschatbare waarde van
het kennen van Jezus Christus. "Want God had de wereld zo lief dat hij zijn
enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat,
maar eeuwig leven heeft." (Johannes 3:16).
Jezus Christus: Hij is Wie Hij Beweerde te Zijn
Jezus Christus zei dat Hij de enige weg was. Jezus is uniek. Of Hij vertelde de
waarheid, of Hij was gek, of Hij was een leugenaar. Maar omdat iedereen het er
over eens is dat Jezus een "goed mens" was, hoe kan Hij dan zowel goed als gek
zijn, of goed en een leugenaar? Er bestaat maar één logisch alternatief - Hij
moet de waarheid verteld hebben. Jezus is wie Hij beweerde te zijn - Hij is de
enige weg naar God!
De historische Jezus:
(Randall Riles)
Jezus uit de geschiedenis is door velen al veel verschillende namen gegeven,
waaronder ‘een groots man’, ‘een groots leraar’, ‘een groots profeet’. Er is
tegenwoordig geen enkele legitieme geleerde die ontkent dat Jezus een historisch
figuur is die de Aarde zo’n 2000 jaar geleden bewandelde, dat hij opmerkelijke
wonderen en goede daden uitvoerde, en dat hij een vreselijke dood stierf aan een
Romeins kruis juist buiten Jeruzalem. Net als deze “geleerden” had ik eigenlijk
zelf nooit een probleem met deze “historische Jezus”. Net als Boeddha, Confucius,
Zoroaster of Mohammed beschouwde ik Jezus gewoon als nog een andere fundamentele
religieuze leider in de geschiedenis.
Ik moet erbij vermelden dat ik als “praktiserend atheïst” verscheidene mensen
heb ontmoet die Jezus compleet verwierpen als een historisch figuur. Vurig
verdedigen zij hun verscheidene mythe- en samenzweringstheorieën. Kom op zeg, de
hele Engels-sprekende wereld verdeelt de geschiedenis in twee principiële
perioden: BC (“Before Christ”, oftewel “Vóór Christus”) en AD (“Anno Domini”,
ofwel “Het jaar van de Heer”, oftewel “na Christus”). Of iemand nu deze BC/AD
scheiding aanhangt of de nieuwe “politiek correcte” scheiding BCE/CE (“Common
Era”, ofwel “Gemeenschappelijk Tijdperk”), de geboorte van Jezus Christus is
altijd al de scheidingslijn in de geschiedenis geweest.
Daarnaast kan niemand het feit ontkennen dat elke leider van elke belangrijke
wereldreligie de historische figuur van Jezus heeft aangekaart. Moslims
beschouwen Jezus als een profeet, terwijl de Joden hem zien als een
godlasterende rebel of een uitzonderlijk rabbijn die door afgoderij van de
niet-Joden tot een godheid was verheven. Vele Boeddhisten beschouwen Jezus als
een “bodhisattva” (een perfect geleerd wezen dat zich toewijdt aan het helpen
van anderen), terwijl er een Hindu traditie bestaat die zegt dat Jezus in feite
een goeroe was die in India Yoga-meditatie leerde.
OK, dus de persoon bekend als Jezus van Nazaret was een historisch figuur.
Nogmaals, ik had geen probleem met die realiteit. Maar hoe zit het met zijn
leven en dood zoals deze beschreven zijn in de Bijbel? Oh, wacht… hoe zit het
met al die voorspellingen uit het Oude Testament over een komende Messias (“Christos”
in het Grieks)…?
Messiaanse Profetie:
Messiaanse profetie is de verzameling van meer dan 300 voorspellingen in de
Joodse Geschriften over een toekomstige Messias (Verlosser) van het Joodse volk
en de wereld. Deze voorspellingen werden door meerdere auteurs geschreven, in
talrijke boeken, over een tijdsperiode van 1000 jaar.
Hoewel ik de Bijbel nu beschouwde als een geloofwaardige bron, en ik versteld
stond van sommige van de historische voorspellingen die ik had onderzocht in het
Oude Testament, toch kon ik het gat niet overbruggen dat bestond tussen die
voorspellingen uit het Oude Testament en de Jezus uit het Nieuwe Testament. Het
leek gewoon te gemakkelijk…. Of misschien was het wel te perfect… Ik moest dit
zelf nader gaan bekijken en voor mijzelf testen…
Ik begon de geschriften in kwestie te verzamelen en te lezen. Ik maakte een
overzicht van de passages uit het Oude Testament en zocht naar de
overeenstemmende teksten uit het Nieuwe Testament. Terwijl mijn kleine
notitieboek vorm kreeg, werd het erg overtuigend! De messias zou al deze
voorspellingen moeten vervullen – niet slechts een beperkt aantal ervan…
De statistische waarschijnlijkheden begonnen zich aan me te onthullen… Ik moest
zeggen, ik was compleet sprakeloos…
Hij zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd
dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over
mij geschreven staat in vervulling moest gaan.
Hier is een kort overzicht van enkele voorspellingen die ik onderzocht tijdens
de exercitie met mijn notitieboek:
- Hij zou geboren worden uit een maagd (Jesaja 7:14 / Matteüs 1:21-23; Lucas 1:26-35)
- Hij zou in Betlehem geboren worden (Micha 5:2 / Matteüs 2:1; Lucas 2:4-7)
- Hij zou aangekondigd worden door een gezant van de Heer (Johannes de Doper) (Jesaja 40:3-5; Maleachi 3:1 / Matteüs 3:1-3; 11:10; Marcus 1:2-3; Lucas 7:27)
- Hij zou wonderen uitvoeren (Jesaja 35:5-6; Matteüs 9:35, en door alle Evangelieboeken heen)
- Hij zou goed nieuws prediken (Jesaja 61:1-2 / Lucas 4:14-21)
- Hij zou zichzelf 173880 dagen na het decreet om Jeruzalem te herbouwen voor de eerste keer als koning presenteren (Daniël 9:25 / Matteüs 21:4-9; Marcus 11:1-10; Lucas 19:29-38)
- Hij zou Jeruzalem als koning rijdend op een ezel Jeruzalem binnengaan (Zacharia 9:9 / Matteüs 21:4-9; Marcus 11:1-10; Lucas 19:29-38)
- Hij zou een vernederende en pijnlijke dood sterven (Psalmen 22; Jesaja 53 / Matteüs 27; Marcus 15; Lucas 23; Johannes 19)
- Zijn handen en voeten zouden worden doorboord (Psalmen 22:16; / De kruisigingsverslagen van Matteüs 27; Marcus 15; Lucas 23; Johannes 19)
- Zijn beulen zouden om zijn kleren dobbelen (Psalmen 22:18; Johannes 19:23-24)
- Geen van zijn botten zouden tijdens zijn executie worden doorbroken (Psalmen 34:20 Johannes 19:32-36)
- Zijn zij zou doorboord worden (Zacharia 12:10; Johannes 19:34-37)
- Hij zou sterven met zondaars en begraven worden in de tombe van een rijk man (Jesaja 53:9; Matteüs 27:57-60)
Hoewel sommige van de andere voorspellingen die ik bekeek als “gegeneraliseerd” konden worden beschouwd, waren deze toch wel opmerkelijk voor mij! Ik kon niet om de waarschijnlijkheid heen dat een enkele man elk van deze Messiaanse voorspellingen zou doen uitkomen! Zelfs als ik nog een paar van de “eenvoudiger” voorspellingen niet mee zou tellen, dan was ik nog steeds absoluut verbijsterd door de statistische onmogelijkheid.
Profetie Over Jezus:
Dus, was de Jezus uit het Nieuwe Testament werkelijk
de beloofde Messias uit het Oude Testament? Wat mij betreft begon ik de
mathematische onmogelijkheid te erkennen dat slechts één man –Jezus- meer dan
300 voorspellingen, die honderden jaren voor zijn geboorte waren geschreven, per
ongeluk zou vervullen of deze met opzet zou kunnen manipuleren.
Professor Peter Stoner (1888-1980) ontdekte hetzelfde. Stoner was Voorzitter van
de Faculteiten Mathematica en Astronomie aan het Pasadena City College tot 1953,
en Voorzitter van de Afdeling Wetenschap aan het Westmont College van 1953 tot
1957. Stoner berekende de kans dat één man slechts een handvol van de meer dan
300 Messiaanse voorspellingen zou vervullen. In 1944 publiceerde hij zijn
onderzoeksresultaten in "Science Speaks: Scientific Proof of the Accuracy of
Prophecy and the Bible" (“De wetenschap spreekt: Wetenschappelijk bewijs
voor de nauwkeurigheid van profetie en de Bijbel”).
Stoner concludeerde dat de kans dat één persoon slechts acht van de gespecificeerde voorspellingen zou vervullen 1 op 10 was (een één gevolgd door 17 nullen). Hoe zit het met slechts één persoon die slechts 48 van de meer dan 300 voorspellingen zou vervullen?
Stoner berekende deze kans als 1 op
10 – ver buiten het bereik van statistische onmogelijkheid![1]
OK, dit kan toch niet echt als statistische wetenschap worden gezien… Toch?
Maar in feite is het zo dat Stoner’s werk de goedkeuring heeft gekregen van de
American Scientific Affiliation:
Het manuscript voor Science Speaks is zorgvuldig beoordeeld door een commité
bestaande uit leden van de American Scientific Affiliation en door de
Uitvoerende Raad van dezelfde groep en het is bevonden, in het algemeen, dat het
betrouwbaar en accuraat is met betrekking tot het gepresenteerde
wetenschappelijke materiaal. De mathematische analyse die erin is opgenomen is
gebaseerd op principes van de waarschijnlijkheidsrekening die volledig robuust
zijn en Professor Stoner heeft deze principes op een geschikte en overtuigende
wijze toegepast.
Ik was met stomheid geslagen! Ik had nog nooit echt naar dit spul gekeken. Ik
had er nooit grondig over nagedacht…
Ik bedoel, dit was niet zomaar gegeneraliseerd materiaal!
Het Boek Daniël werd 500 jaar voor de geboorte van Jezus geschreven. In
hoofdstuk 9 voorspelt Daniël tot op de dag wanneer de Messias Jeruzalem zou
binnengaan en zichzelf voor de eerste keer als koning zou presenteren. De
voorspelling zegt dat 69 ‘weken van jaren’ (69 x 7 = 483 jaar) zouden
voorbijgaan tussen de verordening om Jeruzalem te herbouwen tot de komst van de
Messias. Omdat Daniël werd geschreven in Babylon gedurende de Joodse
gevangenschap na de val van Jeruzalem, was deze voorspelling gebaseerd op de
Babylonische kalender met 360 dagen. Du, 483 x 360 dagen = 173880 dagen.
Volgens de verslagen die gevonden werden in het Shushan (Susa) Paleis, en
bevestigd in Nehemiah 2:1, werd het decreet om Jeruzalem te herbouwen
uitgevaardigd door de Perzische koning Artaxerxes Longanimus op 5 Maart, 444
voor Christus. Het is opmerkelijk dat 173880 dagen later (schrikkeljaren in
rekening nemend) Jezus op een ezel Jeruzalem binnenrijdt op 30 Maart, 33 na
Christus (hiermee de voorspelling in Zacharia 9:9 vervullend).
Vijf dagen later wordt Jezus gekruisigd aan een Romeins kruis net buiten Jeruzalem (feitelijk werden ook de wijze van executie en zelfs zijn laatste woorden honderden jaren eerder voorspeld in Psalmen 22).
Drie dagen later, zo verklaren de
Nieuwe Testament-verslagen, herrees Jezus uit de dood op Paaszondag, hiermee
talrijke andere voorspellingen over de langverwachte Messias vervullend.
Ik moest even stoppen…
OK, dat is allemaal geweldig, maar iets hield me tegen… Ik had meer nodig… Ik
had iets nodig om mijn knagende twijfel de kop in te drukken… Waar is het bewijs
dat al deze Messiaanse voorspellingen niet geschreven waren ná de dood van Jezus
door een groep van fanaten die hun overleden religieus leider wilden
vergoddelijken…? Ik had iets anders nodig – ik had nog één bewijsstuk nodig dat
mij kon aantonen dat deze voorspellingen op papier stonden vóór de tijd van
Jezus… En daar was dat bewijs…
Wat Zijn De Dode Zee Rollen?
De Dode Zee Rollen zijn ook wel de grootste ontdekking van manuscripten in de
moderne tijd genoemd. Ze werden tussen 1947 en 1956 in elf grotten aan de
Noordwestelijke kust van de Dode Zee ontdekt. Dit is een droog gebied 21
kilometer ten Oosten van Jeruzalem en 1300 voet onder zeeniveau. De Dode Zee
Rollen bestaan uit de resten van ongeveer 825 tot 870 onafhankelijke rollen,
gerepresenteerd door tienduizenden fragmenten. De teksten zijn voor het grootste
deel gemaakt van dierenhuiden, maar ook van papyrus en één rol van koper.
De meeste teksten zijn geschreven in
Hebreeuws en Aramees, en enkelen in het Grieks.
De Dode Zee Rollen lijken de bibliotheek van een Joodse sekte te zijn, over het
algemeen wordt aangenomen dat dit de Essenen waren. Nabij de grotten bevinden
zich de oude ruïnes van Qumran, een dorp dat in de vroege jaren ’50 werd
uitgegraven en relaties vertoont met zowel de Essenen als de rollen. De Essenen
waren volgens strikte wetten levende Joodse schrijvers.
Het lijkt er op dat de bibliotheek
in de grotten werd verborgen tijdens de uitbraak van de Eerste Joodse Revolutie
(66-70 na Christus), toen het Romeinse leger opmarcheerde tegen de Joden.
De Dode Zee Rollen kunnen verdeeld worden in twee categorieën – Bijbels en
niet-Bijbels. Fragmenten van elk boek van de Joodse Geschriften (Oude Testament)
zijn ontdekt, behalve van het Boek Ester. Tot op heden zijn onder de rollen 19
fragmenten van Jesaja, 25 fragmenten van Deuteronomium en 30 fragmenten van de
Psalmen geïdentificeerd. De virtueel intacte Jesaja rol, die enkele van de meest
dramatische Messiaanse voorspellingen bevat, is 1000 jaar ouder dan elk tot dan
toe bekend manuscript van Jesaja.
Gebaseerd op verschillende dateringsmethoden, waaronder paleontografisch,
geschriftelijk, en carbon-14 datering, zijn de Dode Zee Rollen geschreven in de
periode tussen ongeveer 200 voor Christus en 68 na Christus. Met dit als gegeven
hebben de Dode Zee Rollen de tekstuele kritiek van het Oude Testament en de
Messiaanse profetie gerevolutioneerd. Het is fenomenaal te noemen dat de
Bijbelse teksten van Qumran substiantieel overeenstemmen met de Masoretische
tekst, de Septuagint, en verscheidene vertalingen van het Testament die we
vandaag de dag gebruiken.
Wauw, wat een vondst! Tot voor kort (in historische termen), bestond het extra
bewijsstuk dat ik “vereiste” niet eens. Maar nu wel! We hebben nu dramatisch
bewijs dat de Messiaanse sleutelvoorspellingen die in het Oude Testament van
tegenwoordig staan hetzelfde zijn als de Messiaanse voorspellingen die bestonden
vóór de tijd waarin Jezus deze aarde bewandelde.
Er was geen verzinsel na de
gebeurtenis… Er was geen samenzwering… Jezus vervulde eenvoudigweg de vereisten
van de Joodse Messias!
De cirkel van mijn archeologische studie was nu volledig rond… De Dode Zee
Rollen lagen 2000 jaar lang onaangeroerd in een perfecte, droge omgeving. In
1947 loopt een herder van de Bedoeïnen toevallig tegen de misschien wel meest
belangrijke archeologische ontdekking in de geschiedenis aan. Dan, een jaar
later, ondanks ongelooflijke onwaarschijnlijkheden, keert het Joodse volk terug
naar hun thuisland, voor het eerst een formele natie sinds 70 na Christus,
daarmee meerdere belangrijke historische voorspellingen vervullend.
Wauw, ik ervoer nu echt een miraculeus gevoel!
We leven echt in een opmerkelijke tijd in de geschiedenis…
Wat mij betrof had ik nu het grootst mogelijke vertrouwen dat het Oude Testament
zoals we dat vandaag de dag lezen hetzelfde is als hoe het was vóór de geboorte
van Jezus.
Dit betekent dat de meer dan 300 voorspellingen in het Oude Testament over de aankomende Messias ook al op papier stonden voordat de schrijvers van het Nieuwe Testament ten tonele kwamen.
Zelf-vervullende Profetie:
Stop. Ik zag hier nog een potentieel probleem… Ik heb zojuist vastgesteld dat de
voorspelling uit het Oude Testament over een komende Messias al bestonden vóór
Jezus, maar het enige dat me vertelt dat Jezus de persoon was die deze
voorspellingen vervulde is het Nieuwe Testament.
Ik heb dus een religieus boek dat gebruikt wordt om de voorspellingen in een ander religieus boek te ondersteunen – de verslagen in het Nieuwe Testament documenteren de vervullingen van de voorspellingen uit het Oude Testament. Is dit geen cirkelredenering?
Gebruiken we de Bijbel niet om de
Bijbel te valideren?
Ik ging een stap terug en bekeek mijn aantekeningen over de Bijbel… die
herinnerden mij eraan dat de Bijbel vaak beschouwd wordt als één boek, en daarom
bekritiseerd wordt op de basis van zelf-vervullende integriteit. Maar de Bijbel
bestaat uit 66 afzonderlijke en gescheiden teksten die door zo’n 40 auteurs zijn
geschreven die vaak niks met elkaar van doen hadden. Als we elke tekst op
zichzelf bekijken, dan is het niveau van geldigheid en bevestiging binnen het
Bijbelse werk als geheel opmerkelijk. Sterker nog, de Bijbel valideert zichzelf
door zijn inherente ontwerp, dat de 66 afzonderlijke boeken verbindt tot één
integraal werk.
Wanneer dit objectief geanalyseerd wordt, waarom zouden we dan een probleem
hebben met het gebruiken van de 27 teksten in het Nieuwe Testament om de 38
teksten uit het Oude Testament te valideren? Het enige dat we doen is het
gebruiken van een collectie van oude historische documenten om de echtheid vast
te stellen van een andere collectie van oude historische documenten….
Academische historici doen dit de hele tijd…
Ik moest mezelf weer even tegenhouden.
Ik bevatte dit concept weliswaar met betrekking tot de 39 boeken van het Oude
Testament, waarin de verscheidene auteurs en teksten door honderden jaren werden
gescheiden. Maar omdat de 27 boeken van het Nieuwe Testament in een relatief
korte tijd werden samengesteld, was het misschien voor deze teksten makkelijker
om tot één geheel te zijn samengevoegd door een groep samenzwerende fanaten. Hoe
zit het daarmee? Zijn er bevestigende bronnen buiten deze kleine religieuze
kliek?
Toen herinnerde ik me de originele studie van Tacitus (zie deel twee) en
herinnerde me dat andere schrijvers “Bijbelse” gebeurtenissen buiten de Bijbel
beschreven…
Dus hoewel ik goed op weg was om het “cirkelredenering-argument” met betrekking
tot de Bijbel te ontkrachten, realiseerde ik me dat ik deze kwestie compleet zou
kunnen vermijden door terug te gaan naar de “buiten-Bijbelse” historische
documentatie van de vervulling van de voorspellingen uit het Oude Testament.
Bijvoorbeeld, is er enige documentatie buiten het Nieuwe Testament dat aantoont
dat Jezus geëxecuteerd werd zoals voorspeld werd in de Joodse Geschriften zoals
Psalmen 22 en Jesaja 53?
Raad eens? Die documentatie is er inderdaad…
Ik ontdekte al gauw dat er talrijke Niet-Christelijke bronnen buiten de
Bijbelteksten bestaan die de gebeurtenissen uit het Nieuwe Testament bevestigen.
Sterker nog, er is een variëteit aan buiten-Bijbelse bronnen die Jezus Christus
en de opkomst van het Christendom direct vermelden. Ik vond dit verbijsterend!
Hoe kon ik bronnen van historisch bewijs ontkennen als deze niet sympathiek
waren tegenover de persoon Jezus of de drijfveer van het Christendom? In de
legale wereld kan een ooggetuige die ofwel onverschillig ofwel antagonistisch
tegenover een bepaalde zaak staat de meest overtuigende getuigenverklaring
afleggen.
Ik was meer dan geïntrigeerd. Ik begon enkele van deze vroege, ongeïnteresseerde
bronnen na te gaan…
Cornelius Tacitus (ca. 55-120
na Christus) werd als een groot historicus van het oude Rome gezien. Zijn
meesterwerk, Annalen, wordt gerepresenteerd door twee afzonderlijke delen
(hoofdstukken 1-7, met één overgebleven manuscript, en hoofdstukken 11-16,
bekend als de Historiae, met 32 overgebleven manuscripten).
Als achtergrond: op 19 Juli, 64 na Christus, brak een brand uit in Rome die
negen dagen lang woedde en uiteindelijk bijna driekwart van de stad verwoestte.
Volgens Tacitus verspreidde zich het gerucht dat de brand gepland was door de
boze onstabiele Keizer Nero zelf. Als reactie hierop creëerde Nero een afleiding
door op te roepen tot de foltering en executie van Christenen.
Derhalve, om van dit bericht af te komen, gaf Nero de schuld aan en voerde
hij de meest geraffineerde folteringen uit op een klasse die om hun slechtheid
gehaat wordt, door het volk Christenen genoemd. Christus, waarin de naam zijn
oorsprong had, leed de ultieme straf tijdens de heerschappij van Tiberius in de
handen van één van onze procurators, Pontius Pilatus, en een hoogst verderfelijk
bijgeloof, dat daardoor tijdelijk de kop werd ingedrukt maar dat later niet
alleen in Juda weer uitbrak, de eerste bron van het kwaad, maar zelfs in Rome,
waar alle dingen die afgrijselijk en schandelijk zijn uit alle hoeken van de
wereld hun centrum vinden en populair worden. Zodoende werden allen die schuld
bekenden gearresteerd; daarna werd, gebaseerd op hun informatie, een immense
massa veroordeeld, niet zozeer vanwege de misdaad om de stad in brand te steken,
maar om die van haat tegen de mensheid. Hoon van elke soort werd aan hun dood
toegevoegd. Gehuld in dierenhuiden werden ze verscheurd door honden en
vergingen, of ze werden aan kruisen genageld, of ze werden veroordeeld tot de
vlammen en verbrandden, om als nachtelijke verlichting te dienen, nadat het
daglicht was heengegaan.
Nero bood zijn tuinen aan voor dit spektakel, en liet een show in het circus
opvoeren, terwijl hij zich onder de mensen mengde in het gewaad van een
wagenmenner of bovenop een wagen stond. Hierdoor ontstond, zelfs voor criminelen
die een extreme voorbeeldstraf verdienden, een gevoel van compassie; want het
was niet, zoals het leek, voor het publieke goed, maar om de wreedheid van één
man te bevredigen, dat dezen werden vernietigd.
Uit de tekst van Tacitus, de leidende Romeinse historicus in die periode,
bestaat er geen twijfel dat Christenen bestonden in 64 na Christus. Daarbij
werden zij geconfronteerd met een afgrijselijke vervolging voor hun geloof in
Christus, een werkelijk historische figuur die in Juda werd geëxecuteerd tijdens
de heerschappij van Tiberius in de handen van Pontius Pilatus.
Flavius Josephus (37-100 na
Christus), een Joods generaal en een lid van de priesterlijke aristocratie van
de Joden, liep over naar het Romeinse Rijk in de grote Joodse opstand in 66-70
na Christus. Josephus wijdde de rest van zijn leven in of nabij Rome als een
adviseur en historicus voor drie keizers, Vespasianus, Titus en Domitianus.
Eeuwenlang werden de boeken van Josephus meer gelezen dan enig ander boek, met
uitzondering van de Bijbel. Zij zijn bronnen van onschatbare waarde voor
ooggetuigenverslagen van de ontwikkeling van de Westerse beschaving, inclusief
de oprichting en de groei van het Christendom in de 1e Eeuw.
Het is opmerkelijker dat Josephus in zijn werk gebeurtenissen en mensen uit het
Nieuwe Testament noemt.
Voor mij was dit één van de meest
significante bewijzen met betrekking tot de legende-theorieën die mijn kijk op
het vroege Christendom plaagden. Hier zijn enkele passages die ik fascinerend
vond:
Te dien tijde was er een zeker wijs man die Jezus werd genoemd. En zijn
gedrag was goed, en hij stond bekend als deugdzaam. En vele mensen onder de
Joden en andere naties werden zijn discipelen. Pilatus veroordeelde hem tot de
kruisiging en de dood. En zij die zijn discipelen waren geworden verlieten hem
na zijn dood niet; zij verklaarden dat hij drie dagen na zijn kruisiging aan hen
verschenen was en dat hij leefde; zodoende is hij misschien de Messias over wie
de profeten wonderlijke dingen voorzegd hadden.
***
Na de dood van de procurator Festus, toen Albinus op het punt stond hem op te volgen, vond de hogepriester Ananius het een gunstige gelegenheid om de Sanhedrin bij elkaar te roepen. Hij deed daarom Jakobus de broer van Jezus, die de Christus werd genoemd, en verscheidene anderen, voor zijn haastig bijeengeroepen raad verschijnen, en hij veroordeelde hen tot de dood door steniging. Alle wijze mannen en strenge volgelingen van de Wet die in Jeruzalem waren spraken hun afkeuring uit over deze daad. Sommigen gingen zelfs naar Albinus zelf, die vertrokken was naar Alexandrië, om deze inbreuk op de wet onder zijn aandacht te brengen, en om hem te informeren dat Ananius illegaal gehandeld had door de Sanhedrin bijeen te roepen zonder de Romeinse autoriteit.
***
Nu dachten sommige Joden dat de vernietiging van Herodus’ leger door God
kwam, en zeer terecht, als een straf voor wat hij met Johannes had gedaan, hij
die de Doper werd genoemd; want Herodus bracht hem om, hij die een goed man was,
en die de Joden beval om deugdzaamheid uit te oefenen, zowel wat betreft
rechtvaardigheid jegens elkaar als wat betreft vroomheid jegens God, en die dus
kwam om te dopen; omdat het wassen [met water] acceptabel voor hem zou zijn, als
zij er gebruik van zouden maken, niet om sommige zonden [alleen] te doen
verdwijnen [of vergeven], maar voor het reinigen van het lichaam; daarbij
aannemend dat de ziel daarvoor al voldoende gereinigd was door deugdzaamheid.
Deze drie citaten van
Josephus spreken echt voor zichzelf! Professor Shlomo Pines, een zeer bekend
Israëlisch geleerde, bediscussiëert het feit van Jezus’ historiciteit en de
referenties aan Jezus door Josephus:
Feitelijk, voor zover het om waarschijnlijkheden gaat, zou geen enkel
gelovend Christen zo’n neutrale tekst hebben geproduceerd: voor hem zou het
enige significante doel ervan het attesteren van het historische bewijs voor
Jezus zijn geweest. Maar het is een feit dat tot in moderne tijden deze bepaalde
gedachte (het verklaren dat Jezus bedriegerij is) nooit werd geuit. Zelfs de
meest bittere opponenten van het Christendom hebben nooit enige twijfel geuit
over de vraag of Jezus werkelijk geleefd heeft.
Plinius de Jongere (ca. 62 - ca. 113 na Christus) was de Romeins Gouverneur van Bithynië (het tegenwoordige Noordwestelijk Turkije). Rond 111 of 112 na Christus schreef hij de volgende brief aan Keizer Trajanus van Rome waarin hij advies vraagt over hoe met de Christenen om te gaan.
Het is voor mij gebruikelijk,
heer, om alles waarover ik twijfel, aan u voor te leggen. Wie immers kan mij
beter richting geven aan mijn besluiteloosheid of mijn onwetendheid
onderrichten? Gerechtelijke processen tegen de Christenen heb ik nooit
bijgewoond, daarom weet ik niet, wat en in hoeverre men de gewoonte heeft te
straffen of te onderzoeken. Ook heb ik nogal ernstig getwijfeld of er
onderscheid in leeftijd moet zijn, of dat mensen, hoe jong ook, in niets moeten
verschillen van volwassenen; [ik heb getwijfeld] of er gratie gegeven moet
worden aan berouw of dat er voor hem die eenmaal Christen is geweest, het niet
voordelig is ermee gestopt te zijn; ik heb getwijfeld of de naam alleen al
bestraft moet worden ook als er geen misdaden zijn begaan, of dat de misdaden,
die samenhangen met de naam, moeten worden bestraft.
Intussen heb ik deze procedure gevolgd bij hen, die bij mij als Christenen
waren aangegeven. Ik vroeg hen persoonlijk, of ze Christenen waren. Degenen die
bekenden, ondervroeg ik een tweede en een derde keer, bedreigend met de
doodstraf: zij die volhielden beval ik terecht te stellen. Ik had er namelijk
geen twijfel over dat halsstarrigheid en onbuigzame koppigheid in elk geval
bestraft moesten worden, wat het ook maar was dat ze bekenden. Er waren anderen,
van gelijke dwaasheid, waarvan ik, omdat het Romeinse burgers waren, heb laten
registreren, dat ze naar de stad (Rome) teruggestuurd moesten worden.
Snel daarna, juist door het in behandeling nemen, zoals pleegt te gebeuren,
deden zich meer bijzondere gevallen voor, omdat de misdaad zich verspreidde. Er
is een anonieme aanklacht ingediend, die de namen van velen bevatte. Ik was van
mening dat diegenen vrijgelaten moesten worden, die ontkenden dat ze Christenen
waren of waren geweest, toen ze, terwijl ik de gebedsformule voorzei, de goden
aanriepen en tot uw beeld, dat ik voor dit doel bevolen had hierheen te brengen
samen met de godenbeelden, baden met wierook en wijn en bovendien Christus
vervloekten, tot niets waarvan, naar men zegt dat zij die Christenen zijn,
gedwongen kunnen worden. Anderen die door de aanbrenger genoemd waren, zeiden
dat ze Christen waren en ontkenden het kort daarop; dat ze weliswaar Christen
waren geweest, maar dat ze gestopt waren, sommigen drie jaar geleden, sommigen
meer jaren geleden, enkelen zelfs twintig jaar geleden. Ook dezen hebben
allemaal jouw beeld en de beelden van de goden vereerd en Christus vervloekt.
Ze verzekerden echter dat dit de hoofdzaak was geweest, ofwel van hun schuld,
ofwel van hun fout dat ze gewoon waren op een bepaalde dag voor zonsopgang samen
te komen en om met elkaar om beurten een lied voor Christus als voor een god te
zeggen, en zich door een eed te verplichten tot geen enkele misdaad, opdat ze
geen diefstallen, geen roofovervallen, geen echtbreuken, geen woordbreuk te
plegen en om zich niet aan een schuld te onttrekken, wanneer ze worden
aangemaand [die te betalen]. Nadat ze dit hadden gedaan, was het voor hen de
gewoonte geweest om uit elkaar te gaan en weer samen te komen om te eten, echter
normaal en onschuldig. En dat ze waren opgehouden met juist dit te doen, na mijn
edict, waarin ik volgens uw bevelen verboden had dat er geheime genootschappen
waren. Des te meer geloofde ik dat het noodzakelijk was om van twee slavinnen,
die helpsters bij de eredienst werden genoemd, te vernemen wat waar was, en wel
onder martelingen. Ik vond niets anders dan een slechte en grenzeloze
bijgelovigheid.
Nadat het proces was uitgesteld, ben ik er daarom toe overgegaan, om u te
raadplegen. Want de zaak scheen mij het advies waard, vooral wegens het aantal
aangeklaagden. Velen immers van elke leeftijd, van iedere stand, en van beide
geslachten worden aangeklaagd en zullen worden aangeklaagd. De besmetting van
dit bijgeloof heeft zich echter niet alleen over steden verspreid, maar ook over
dorpen en het platteland en het schijnt tot staan gebracht en gecorrigeerd te
kunnen worden. Het staat in ieder geval genoeg vast dat tempels die al bijna
verlaten waren, begonnen zijn bezocht te worden en dat plechtigheden, die lange
tijd onderbroken waren
of in ere hersteld worden en dat
overal vlees van offerdieren wordt verkocht, waarvan tot nu een koper zeer
zelden gevonden werd. Op grond hiervan is het makkelijk te concluderen, wat een
menigte mensen op betere gedachten zou kunnen worden gebracht als er gelegenheid
zou zijn voor het tonen van berouw.
Dat is nogal een brief die uit de oudheid bewaard is gebleven. Ik heb er hier
een groot deel van overgenomen, omdat ik deze tekst in zijn geheel zo sterk vond
overkomen. Deze brief van Plinius de Jongere verhaalt over de verspreiding van
het Christendom door het Romeinse Rijk en behandelt de procedures om de
volgelingen uit dit “bijgeloof” te vervolgen. Christus wordt ook drie keer bij
naam genoemd als het centrum van het Christendom en Christelijke praktijken
worden beschreven, waaronder het vereren van Christus “als voor een God”.
Suetonius was een secretaris
en historicus voor Hadrianus, Keizer van Rome van 117 tot 138 na Christus. Over
Keizer Claudius (41-54 na Christus) en de Opstand van Rome in 49 na Christus
schrijft Suetonius:
Omdat de joden constant opwinding veroorzaakten op aandrang van Chrestus,
verbande hij (Claudius) hen uit Rome.
Dit is interessant omdat Handelingen 18:2 vertelt dat Paulus Aquila en zijn
vrouw Priscilla ontmoette juist nadat zij Italië hadden verlaten omdat Claudius
hen had verbannen.
Later schreef Suetonius over de grote brand in Rome in 64 na Christus:
Straffen werden door Nero opgelegd aan de Christenen, een klasse mensen die
zich had overgegeven aan een nieuw en boosaardig bijgeloof.[2]
Mara Bar-Serapion, een stoïsch filosoof uit Syrië, schreef vanuit de
gevangenis de volgende brief aan zijn zoon, ergens na 70 na Christus:
Wat gaf het de Atheners dat ze Socrates doodden? Hongersnood en ziekte kwamen
over hen als een oordeel over hun slechte daden. Wat hadden de mensen van Samos
eraan dat ze Pythagoras verbrandden? In een ogenblik werd hun land met zand
bedekt. Wat hadden de Joden eraan dat ze hun wijze Koning ter dood brachten?
Heel kort daarna is hun koninkrijk vernietigd. God heeft deze drie wijze mensen
op rechtvaardige wijze gewroken: de Atheners kwamen om door de honger; de
bewoners van Samos werden door de zee verzwolgen; de Joden, beroofd en uit hun
land verdreven, zijn overal verspreid. Maar Socrates stierf niet definitief; hij
leefde voort in de leer van Plato. Pythagoras is niet voorgoed dood; hij leefde
voort in het standbeeld van Hera. Ook de wijze Koning is niet voorgoed dood; Hij
leefde voort in de leer die Hij gegeven had.
Deze brief verwijst naar Jezus als de “wijze Koning”. De schrijver is
overduidelijk geen Christen omdat hij Jezus op een gelijk niveau plaatst met
Socrates en Pythagoras. Zonder vooringenomenheid in zijn referentie aan Jezus en
de kerk is deze brief een waardevolle historische bron met betrekking tot de
historiciteit van Jezus.
Lucianus van Samosata was een Grieks filosoof uit de 2e eeuw.
Deze bewaard gebleven tekst is overduidelijk satirisch, maar het is wel een
overtuigend stuk van buiten de Bijbel:
De Christenen, weet je wel, aanbidden tot op vandaag een man – het uitmuntend
personage dat hun nieuwe riten introduceerde, en op basis daarvan werd
gekruisigd… Kijk, deze misleide wezens begonnen met hun algemene overtuiging dat
ze voor alle tijden onsterfelijk zijn, wat hun minachting voor de dood en hun
vrijwillige zelftoewijding verklaart, die zo gewoon zijn onder hen; en toen was
aan hen door hun oorspronkelijke wettenmaker de indruk gewekt dat zij allemaal
broeders zijn, vanaf het moment dat ze bekeerd zijn, en de goden van Griekenland
ontkennen, en de gekruisigde wijsgeer aanbidden, en naar zijn wetten leven. Dit
alles nemen ze aan volledig gebaseerd op geloof, met het gevolg dat ze alle
wereldse goederen eender minachten, en deze slechts beschouwen als gemeengoed.
Dit stuk is op zijn best ‘niet erg vleiend’ te noemen, maar het ondersteunt
absoluut de persoon van Jezus Christus (“de gekruisigde wijsgeer”) en de
overleving van de Christelijke Kerk tot in de tweede eeuw.
De Joodse Traditie
Van alle oudheidkundige bronnen voor Jezus lijken de minst gunstig
bevooroordeelde die van rabbinale oorsprong te zijn. Er zijn feitelijk een
significant aantal verwijzingen naar Jezus, maar vele daarvan gebruiken namen
als “die man” wanneer ze refereren aan Jezus Christus.
Daarom worden sommige van deze
referenties nu als onbetrouwbaar beschouwd.
Toch, er is in de Babylonische Talmud, het formele commentaar op de Joodse
Wetten, samengesteld tussen 200-500 na Christus, een krachtige referentie aan
Jezus:
Er is een traditie, op de vooravond van de sabbat en Pascha hingen zij Yeshu
op. En de heraut ging veertig dagen voor hem uit al roepende: Yeshu zal worden
geëxecuteerd, want hij heeft toverij gepleegd en Israël verleidt en hen
vervreemd van God. Laat een ieder naar voren komen, die een rechtvaardigend
pleidooi voor hem kan houden; maar er werd niemand gevonden die een
rechtvaardigend pleidooi voor hem kon houden, dus werd hij opgehangen op de
vooravond van de sabbat en het Pascha.
Dit wordt beschouwd als een zeer geloofwaardige referentie aan Jezus (“Yeshu”).
Hier verifiëren rabbinale schrijvers dat Jezus een historisch figuur was, dat hij op de vooravond van de Pesach werd gekruisigd en dat hij wonderen verrichtte, hieraan refererend als “toverij”.
De gebeurtenissen rondom het leven
van Jezus werden niet ontkend, maar zeer zeker geverifiëerd.
Nou, ik zocht naar onbevooroordeelde bronnen, buiten de Bijbel, die over de
persoon van Jezus spraken, zijn doodstraf en zijn dood, en de opkomst van de
religie in zijn naam.
Het was opmerkelijk dat dat precies
was wat ik vond!
De niet-Christelijke historische verslagen van Cornelius Tacitus, Flavius
Josephus, Plinius de Jongere, Suetonius, Mara Bar-Serapion, Lucanius van
Samosata, en zelfs de geschriften van de extreem bevooroordeelde Joodse
Sanhedrin houden allemaal de Bijbelse verslagen over het leven en de dood van
Jezus Christus in de eerste eeuw in stand.
Naast de negen auteurs in het Nieuwe Testament die in afzonderlijke verslagen
over Jezus schreven, vond ik op zijn minst twintig andere vroege Christelijke
auteurs, vier ketterse geschriften, en zeven niet-Christelijke bronnen die Jezus
expliciet vermelden binnen een periode van 150 jaar na zijn leven. Dit brengt
het minimum aantal op 40 auteurs, die allen Jezus en de verspreiding van de
spirituele beweging in zijn naam expliciet vermelden.
Er zijn meer auteurs die Jezus Christus binnen 150 jaar na zijn leven vermelden
dan er auteurs zijn die de Romeinse Keizer vermelden die tijdens Zijn leven
heerste. Geleerden kennen slechts tien bronnen die Keizer Tiberius vermelden
binnen 150 jaar na zijn leven, waaronder Lucas, Tacitus, Suetonius, and
Paterculus. Dus, in dit korte tijdsbestek worden de schrijvers die de leider van
het gehele Romeinse Rijk noemen (effectief de wereldleider in die tijd)
overtroefd door de schrijvers die Jezus noemen, in een verhouding van 4:1!
Prima, dat is fantastisch bewijs voor het historische leven en de dood van een
religieus leider genaamd
Jezus Christus, maar hoe zit het met de rest?
Hoe zit het met die vermeende wonderen…?
Hoe zit het met het grootste mirakel – zijn wederopstanding uit de dood…?
De Wonderen van Jezus:
Eigenlijk overkwam ik deze horde erg snel. Wat mij betreft is de opheffing (of
overtreding) van natuurlijke wetten in de Bijbelse mirakels in feite niet anders
dan wat we dagelijks waarnemen. Er zijn inherente natuurlijke krachten
gerepresenteerd door de natuurwetten, chemische eigenschappen en mathematische
formules, en er zijn intentionele krachten die met de natuurlijke krachten in
interactie kunnen zijn of deze kunnen opheffen. Bijvoorbeeld, de wetten van de
zwaartekracht die een steen op de grond houden worden niet opgeheven (of
overtreden) wanneer een jongen deze zwaartekracht zou tegenwerken door een
grotere fysieke kracht uit te oefenen door de steen op te rapen en weg te
werpen. Dezelfde logica geldt wanneer we de ooggetuigenverslagen lezen over
Jezus die over water loopt en water in wijn verandert.
Denkend vanuit een rationele basis,
oefent hij slechts een intentionele kracht uit die buiten het bereik ligt van
wat wij kennen als de natuurwetten binnen onze vier materiële dimensies.
Ik mag dan wel filosofisch geneigd zijn om elke referentie aan bovennatuurlijke
gebeurtenissen af te wijzen, maar dat betekent niet zij niet voorkomen of kunnen
voorkomen. Als het bestaan van God een gegeven is, dan zijn mirakels zeer
redelijk. Een bovennatuurlijke actor is logisch gezien niet gelimiteerd door de
effecten van zijn bovennatuurlijke oorzaak – dus God is niet beperkt door de
naturalistische wetten die over ons universum heersen. De maker is niet gebonden
aan de grenzen van zijn schepping. Wanneer we een bovennatuurlijke actor in
overweging nemen, dan is het logisch om buiten deze grenzen te denken.
Met de realiteit van een bovennatuurlijke schepper als gegeven zijn de
Evangelie-verslagen over de
wonderen van Jezus zeer redelijk. Sommigen geloven dat deze teksten door God
zelf zijn ingegeven. Maar ongeacht of je deze nu zelf wel of niet zo hoog
aanslaat, de Evangelieboeken representeren op zijn minst wel vier afzonderlijke
verslagen geschreven door vier afzonderlijke auteurs die, volgens de wereldlijke
criteria, onafhankelijk historische gebeurtenissen hebben gedocumenteerd. Een
filosofische predispositie om alles wat theologisch of miraculeus is te negeren
is gewoonweg geen reden om de Evangelie-teksten te ontkennen.
Laten we de integriteit van de schrijvers van de Evangelies nog een keer
beschouwen, mannen die bereid waren intense vervolging te ondergaan en om zelfs
te sterven ter verdediging van hun individuele getuigenissen. Zoals ik eerder
heb besproken, wordt Lucas in het algemeen beschouwd als één van de meest
vooraanstaande historici van de oudheid.
Dr. John McRay, professor van het
Nieuwe Testament en Archeologie aan Wheaton University in Illinois, vat het goed
samen:
De algemene consensus onder zowel vrijzinnige als conservatieve geleerden is
dat Lucas zeer accuraat is als een historicus. Hij is erudiet, hij is
welsprekend, zijn Grieks benadert de klassieke kwaliteit, hij schrijft als een
geleerd man, en archeologische ontdekkingen tonen telkens weer aan dat Lucas
accuraat is in wat hij te zeggen heeft.
Sir William Ramsey, één van de beroemdste archeologen van de moderne tijd, stemt
daarmee in, “Lucas is een eersteklas historicus.”
Hebben we een goede reden om het verslag van Lucas over het leven van Jezus te
verwerpen?
Hoe zit het met de andere Evangelie-schrijvers die hun leven gaven voor hun
geschreven getuigenissen?
De Herrijzenis van Jezus
Christus
OK, nou dit is de grote vraag… de kern van de hele zaak…
Stond Jezus werkelijk op uit de dood, en waarom is deze gebeurtenis zo
belangrijk…?
Erg kort gezegd, het Nieuwe Testament is gebaseerd op Jezus Christus en de
kracht van de wederopstanding. Omdat Jezus Christus en Zijn wederopstanding de
fundering vormen voor het bijbelse Christendom, zijn de historische
werkelijkheid van zijn leven, dood en wederopstanding gelijkwaardig. Want, zoals
Paulus verklaarde in zijn brief aan de Korintiërs:
En als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw
geloof zinloos.
Dan blijkt dat wij als getuigen
van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus
heeft opgewekt.
Als een analytisch persoon met een opleiding in de Rechten, vond ik dat de enige
legitieme manier om de wederopstanding van Jezus te onderzoeken was om het
historische bewijs ervan zonder presuppositie of vooroordelen te testen. Daarom
besloot ik, om eerlijk te blijven, om het bewijs te beoordelen zoals voor elke
andere historische gebeurtenis.
Gebaseerd op de standaardregels voor bewijs, vormt een consistente getuigenis
door meerdere geloofwaardige getuigen de sterkste vorm van bewijs voor een
partij in een rechtszaak.
Dus als ik zo’n getuigenis zou
vinden in geloofwaardige historische verslagen, dan zou ik onder de traditionele
regels voldoen aan een zeer belangrijke maatstaf voor bewijsvoering.
Feitelijk vond ik meerdere ooggetuigenverslagen met betrekking tot de
wederopstanding van Jezus. In zijn brief aan de kerk in Korinthië betoogt Paulus
het volgende:
Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer
ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften
staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften
staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf
leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en
zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog
leven.
Studies van manuscripten geven aan dat dit een zeer vroeg geloofsprincipe was
van het Christelijk geloof, dat slechts enkele jaren na de dood van Jezus
Christus werd geschreven. Daarom is het dramatisch te noemen dat Paulus de
passage beëindigt met “maar de meesten nu nog leven”. Paulus nodigde hiermee
mensen uit om de feiten na te gaan.
Hij zou zo’n verklaring niet hebben
opgenomen als hij probeerde een samenzwering, oplichterij, mythe of legende te
verbergen.
De herrijzenis van Jezus werd ook in talrijke andere verklaringen vermeld,
waaronder de verschijning van Jezus aan Maria uit Magdala, aan andere vrouwen,
aan Kleopas en zijn metgezel, aan elf discipelen en anderen, aan tien apostelen
en anderen (behalve Thomas), aan de apostelen (inclusief Thomas), aan zeven
apostelen, aan de discipelen, en aan de apostelen op de Olijfberg.
Wat mij betreft was de ultieme geloofwaardigheidstest voor deze ooggetuigen dat
velen onder hen een gruwelijke dood tegemoet gingen voor hun ooggetuigenverslag.
Zoals ik eerder zei, dat is echt dramatisch! Deze getuigen kenden de waarheid!
Welk voordeel konden zij ooit halen uit het sterven voor een leugen?
Het bewijs spreekt voor zichzelf, deze mensen waren niet gewoon religieuze getrouwen die stierven voor een religieus geloof, dit waren volgelingen van Jezus die stierven voor een historische waarheid – Zijn wederopstanding die hem vestigde als de Christus, de Zoon van God.
Bewijs Voor De Herrijzenis:
Na verloop van tijd vond ik dat de
herrijzenis van Jezus Christus één van de best aangetoonde feiten uit de hele
oudheid is. Nadat hij herrees uit de dood en voordat hij weer naar de hemel
opsteeg, werd Jezus gezien door honderden ooggetuigen, waarvan velen resoluut
stierven omwille van hun getuigenis. De vroegste volgelingen van Christus waren
bereid om te lijden en te sterven voor hun verhaal. Dit vaststaand feit toont de
oprechtheid van hun geloof aan en ontkracht de mogelijkheid van bedrog van hun
kant. Sterker nog, met uitzondering van één van hen werden alle schrijvers van
het Nieuwe Testament geëxecuteerd voor het proclameren en verdedigen van de
wederopstanding van Christus (alleen Johannes bleef dit lot bespaard, maar hij
werd door de Romeinse Keizer Titus Flavius Domitianius verbannen).
Ik geef toe dat martelaarschap zelf niet uniek is – velen zijn door de
geschiedenis heen gestorven voor hun geloof. Maar wat het martelaarschap van de
discipelen voor mij uitzonderlijk maakt is dat deze mensen feitelijk in een
positie waren waarin zij daadwerkelijk konden weten of wat zij verklaarden waar
was of niet. Kijk, niemand wil bewust op een gruwelijke manier lijden en
uiteindelijk een afgrijselijke dood sterven om iets te verdedigen waarvan ze
weten dat het een leugen is. De zelfmoord-gijzelaars van 11 September (“9/11”)
bijvoorbeeld geloofden wellicht oprecht in waar ze voor stierven, maar zij waren
met zekerheid niet in een positie waarin ze konden weten of wat ze geloofden
waar was of niet. Ze geloofden volledig in religieuze tradities die hen over
vele generaties waren overgeleverd.
In contrast hiermee: de martelaren van het Nieuwe Testament zagen wat zij
beweerden te hebben gezien of zij zagen dit niet; duidelijk en simpel. Zij
hadden interacties met Jezus na zijn opstanding of zij hadden deze niet. Het is
dramatisch dat deze mannen bij hun getuigenissen bleven, zelfs tot hun wrede
dood in de handen van hun vervolgers, ondanks dat ze elke mogelijkheid hadden
gehad om hun verhaal te herroepen en er volledig van bewust waren of hun eigen
verhaal waar of onwaar was. Waarom zouden zo vele mannen bewust sterven voor een
leugen? Ze wonnen er niets mee door te liegen, maar het is overduidelijk dat ze
alles te verliezen hadden.
Naast de discipelen die ervoeren wat zij “opstandings-verschijningen” noemden,
waren er zelfs een aantal sceptici die geloofden dat Jezus na zijn kruisiging
aan hen levend verscheen.
De meeste bijbelse geleerden zijn
het tegenwoordig met elkaar eens dat Paulus een scepticus was en zelfs een
vervolger van de vroege Christelijke kerk voordat hij een
“opstandings-verschijning” meemaakte. De meeste geleerden zijn het er ook over
eens dat Jakobus een scepticus was voordat hij een dergelijke
“opstandings-verschijning” meemaakte.
De ondervinding van Paulus leidde bij hem onmiddelijk tot een verandering van
een kwaadaardige vervolger van het Christendom tot één van haar meest agressieve
pleitbezorgers. Hij beweerde dat deze verandering slechts plaatsvond na een
persoonlijke interactie met de herrezen Christus, en hij leed en stierf bewust
voor zijn getuigenis.
En vóór de wederopstanding van Jezus was zijn eigen broer, Jakobus, een
scepticus. Van zijn ervaring van een “opstandings-verschijning” werd binnen vijf
jaar na de kruisiging van Jezus verslag gemaakt. Na een persoonlijke interactie
met de herrezen Christus werd Jakobus een leider van de Christelijke kerk in
Jeruzalem. Jakobus stierf met genoegen voor zijn geloof dat Jezus de Messias was
die was gestorven en herrezen.
Ik moest mijzelf deze vraag stellen… Zou iemand die bereid was te lijden en een
vreselijke dood te sterven ter verdediging van de Geschriften schuldig zijn aan
het schenden van diezelfde Geschriften? Dat is te dwaas voor woorden! En als die
persoon de geschriften zou schenden (of zelfs zou toestaan dat deze geschonden
werden) dan zou dat betekenen dat hij bewust leed en stierf voor een leugen!
Het is gewoon de menselijke natuur…. Niemand lijdt en sterft voor iets waarvan
hij weet dat het een leugen is! OK, misschien een gek, maar niet een hele groep
van ooggetuigen…!
Nogmaals, wanneer het kritisch bekeken wordt is het
bewijs voor de herrijzenis van Jezus Christus werkelijk dwingend.
De Lege Graftombe
Tenslotte wierp ik een blik op een gedeelte van de academische wereld. Ik was
oprecht verrast te ontdekken dat een groot aantal geleerden het tegenwoordig met
elkaar eens is dat het graf van Christus leeg werd gevonden. Overweeg dit eens…
De Jeruzalem Factor. Omdat Jezus publiekelijk werd terechtgesteld en begraven in Jeruzalem, zou het onmogelijk zijn geweest voor het Christendom om haar oorsprong in Jeruzalem te hebben als het lichaam nog steeds in het graf was geweest. De vijanden van Christus onder de Joodse leiders en de Romeinse regering hoefden slechts zijn lichaam op te graven en dit publiekelijk ten toon te stellen om de oplichterij aan het licht te brengen.
De Joodse reactie. In plaats van te wijzen op een graf met een lichaam er in, beschuldigde het Joodse leiderschap de discipelen van Christus er van het lichaam te hebben gestolen. Bevestigt deze strategie niet dat er inderdaad een verdwenen lijk was?
De getuigenis van vrouwen. In
alle vier de Evangelie-verslagen over het lege graf worden vrouwen genoemd als
de primaire getuigen. Dit zou een vreemd verzinsel zijn, omdat in zowel de
Joodse als de Romeinse culturen vrouwen niet in hoog aanzien stond en hun
getuigenissen niet toelaatbaar waren.
Als je de rol van vrouwen in de Joodse maatschappij in de eerste eeuw
begrijpt, dan is het bijzonder zonderling dat het verhaal over het lege graf
vrouwen als de eerste ontdekkers van het lege graf zou voorstellen.
Vrouwen stonden op een zeer lage trede van de sociale ladder in het Palestina van de eerste Eeuw. Er waren oude rabbinale spreekwoorden die zeiden: ‘Laat de woorden van de Wet eerder verbrand worden dan aan vrouwen worden bezorgd’ en ‘gezegend is hij wiens kinderen mannelijk zijn, maar wee hem wiens kinderen vrouwelijk zijn’. De getuigenis van vrouwen werd beschouwd als zo waardeloos dat hen niet eens werd toegestaan om als legale getuigen op te treden in een Joodse rechtbank. In deze context is het absoluut opmerkelijk dat de hoofdgetuigen van de lege tombe deze vrouwen waren… Elk later geschreven, legendarisch verslag zou met zekerheid de mannelijke discipelen het lege graf hebben laten ontdekken – Petrus of Johannes, bijvoorbeeld. Het feit dat vrouwen de eerste getuigen van het lege graf waren kan het meest plausibel worden verklaard door de realiteit dat –of je dit nu prettig vindt of niet- zij daadwerkelijk de ontdekkers van het lege graf waren! Dit toont aan dat de schrijvers van de Evangelieboeken getrouw vastlegden wat er gebeurde, zelfs als het beschamend was. Dit is eerder een teken voor de historiciteit van de traditie dan voor de legendarische status ervan.
Het Betoog Voor Christus
OK, als ik een advocaat ben en ik bekijk dit bewijs met een rechtskundige bril
op, wat mis ik dan? Iets…? Natuurlijk hebben andere analytische rechtskundige
hersenen
dit bewijs ook al gewogen…
Nogmaals, ik was echt verbijsterd dat vooraanstaande rechtskundige experts dit
ook al gedaan hadden…
Kijk eens naar deze jongens…
Simon Greenleaf (1783-1853) was één van de oprichters van Harvard Law
School. Hij schreef het gezaghebbende A Treatise on the Law of Evidence (Een
Uiteenzetting over de Wet van bewijs, 1842), in drie delen, dat nog steeds wordt
gezien als het “het meest vooraanstaande werk over bewijs in de gehele
literatuur van rechtskundige procedures.” Greenleaf schreef letterlijk de
bewijsregels voor het Amerikaanse rechtskundige systeem. Hij was zeer zeker een
man die wist hoe de feiten te wegen. Hij was een atheïst totdat hij een
uitdaging van zijn studenten aannam om het betoog voor de wederopstanding van
Christus te onderzoeken. Na persoonlijk het bewijs verzameld en gewogen te
hebben, gebaseerd op de bewijsregels die hij zelf tot stand had gebracht, werd
Greenleaf een Christen en schreef de klassieker Testimony of the Evangelists
(Getuigenis van de Evangelisten).
Laat de getuigenis [van de Evangelieboeken] gezeefd worden alsof deze in een
rechtbank van de zijde van de andere partij werd aangedragen, de getuige
blootgesteld aan een rigoureus kruisverhoor. Het resultaat, zo wordt met
stelligheid geloofd, is een overtuiging zonder twijfel over hun integriteit,
kunde en waarheid.
Sir Lionel Luckhoo (1914-1997) wordt beschouwd als één van de meest
vooraanstaande advocaten in de Britse geschiedenis. Hij staat in het Guinness
Book of World Records als de "Meest Succesvolle Advocaat van de Wereld,” met 245
opeenvolgende vrijspraken in moordzaken.. Hij werd door Koningin Elizabeth II
geridderd – twee keer. Luckhoo verklaarde:
Ik voeg er nederig aan toe dat ik meer dan 42 jaar als een advocaat voor de
verdediging heb doorgebracht in grote delen van de wereld en dat ik nog steeds
een praktiserend advocaat ben. Ik ben fortuinlijk genoeg geweest om een aantal
successen in juryzaken te hebben binnengehaald en ik zeg ondubbelzinnig dat het
bewijs voor de Herrijzenis van Jezus Christus zo overweldigend is dat het bewijs
dwingt tot acceptatie, absoluut geen ruimte voor twijfel toelatend.
Lee Strobel was een aan Yale opgeleide, onderscheiden journalist voor de
Chicago Tribune. Omdat hij een atheïst was, besloot hij een rechtskundige zaak
samen te stellen tegen Jezus Christus om deze gebaseerd op het verzamelde bewijs
als een fraude te ontmaskeren. Als Legaal Redacteur van de Tribune bestond
Strobel’s expertise uit rechtszaak-analyses. Om zijn betoog tegen Christus op te
stellen, onderwierp Strobel een aantal Christelijke autoriteiten, erkend in hun
eigen studierichtingen (waaronder PhD’s van enkele prestigieuze academies zoals
Cambridge, en Brandeis), aan een kruisverhoor. Hij voerde zijn onderzoek uit
zonder religieuze vooroordelen, met uitzondering van zijn predispositie voor
atheisme.
Opmerkelijk genoeg, nadat hij het bewijs had samengesteld en voor zichzelf had
onderzocht werd Strobel een Christen. Verbijsterd door zijn ontdekkingen
bundelde hij het bewijs in een boek met de titel The Case for Christ (Het betoog
voor Christus), waarvoor hij een Gold Medallion Book Award won. Strobel vraagt
slechts één ding van de lezer – blijf onbevooroordeeld in je beschouwing van het
bewijs.
Beoordeel uiteindelijk het bewijs
voor jezelf, optredend als een éénkoppige jury in de rechtszaak tegen Christus…
Als een “éénkoppige jury” , zat ik stil in mijn stoel…
Zoals juryleden zo vaak doen in een rechtszaak, vroeg ik om nog één keer terug
te kunnen gaan naar een provocerend bewijsstuk…
Vervolging Van De Christenen
Omdat dit voor mij zo’n sterk argument is, wil ik de vervolging en de dood nog
eens onder de loep nemen die zo’n dramatisch onderdeel vormden van de vroege
Christelijke geschiedenis. Net als ikzelf zou iedereen die het idee heeft dat de
herrijzenis van Jezus Christus een door mensen verzonnen legende is, die
achteraf door een groep religieuze fanaten in de wereld werd geholpen, op een
eerlijke manier de nalatenschap van het martelaarschap moeten nagaan. Elf van de
12 apostelen, en velen onder de overige vroege discipelen, stierven voor hun
loyaliteit aan dit verhaal. Dit is zo spectaculair omdat zij zelf getuige waren
geweest van alle vermeende gebeurtenissen rondom Jezus en zijn wederopstanding,
en deze toch tot hun dood bleven verdedigen. Waarom is dit spectaculair als zo
velen door de geschiedenis heen als martelaar zijn gestorven voor hun religieuze
geloof? Omdat mensen niet sterven voor een leugen. Kijk naar de menselijke
natuur in de geschiedenis. Geen samenzwering kan in stand worden gehouden als
leven of vrijheid op het spel staan. Sterven voor een geloof is het één, maar
talrijke ooggetuigen die sterven voor iets waarvan ze weten dat het een leugen
is, dat is heel wat anders.
OK, ik denk dat ik mijn argument wel duidelijk heb gemaakt…
Hier is een verslag van de vroege Christelijke vervolging, zoals deze uit
talrijke bronnen buiten de Bijbel is samengesteld, waarvan de belangrijkste
Christian Martyrs of the World (Christelijke Martelaren in de Wereld):
Rond 34 na Christus, een jaar na de kruisiging van Jezus, werd Stefanus
Jeruzalem uitgegooid en tot de dood gestenigd. Ongeveer 2000 Christenen
ondergingen het martelaarschap in Jeruzalem in deze tijd. Ongeveer 10 jaar later
werd Jakobus gedood, de zoon van Zebedeüs en de oudste broer van Johannes, toen
Herodus Agrippa aankwam als gouverneur van Juda. Agrippa verafschuwde de
Christelijke sekte van de Joden en vele vroege discipelen stierven tijdens zijn
heerschappij een martelaarsdood, waaronder Timon en Parmenas. Rond 54 na
Christus stierf Filippus, een discipel uit Betsaïda in Galilea, de
martelaarsdood in Heliopolis, in Phrygia.
Hij werd gefolterd, in de gevangenis gegooid, en daarna gekruisigd. Ongeveer zes jaar later stierf Matteüs, de belastinginner uit Nazaret die één van de Evangelieboeken schreef, in Ethopië de martelaarsdood door het zwaard toen hij daar aan het prediken was.
Jakobus, de broer van Jezus, was de
administrator van de vroege kerk in Jeruzalem en was de schrijver van de
Bijbeltekst met dezelfde naam. Op de leeftijd van 94 jaar werd hij geslagen en
gestenigd, en uiteindelijk werden zijn hersenen met een knuppel tot pulp
geslagen.
Mattias was de apostel die de vrijgekomen post van Judas invulde. Hij werd in
Jeruzalem gestenigd en vervolgens onthoofd. Andreas was de broer van Petrus die
door heel Azië heen preekte. Bij zijn aankomst in Edessa werd hij gearresteerd
en aan een kruis gehangen, waarvan de twee uiteinden overdwars in de grond
werden gestoken (dit is waar de naam “Andreaskruis” vandaan komt). Marcus werd
door Petrus tot Christen bekeerd en hij schreef Petrus’ verslag over Jezus in
zijn Evangelie. Marcus werd door de bevolking van Alexandrië in stukken
gescheurd voor Serapis, hun heidense idool.
Het lijkt er op dat Petrus in Rome ter dood werd veroordeeld en gekruisigd. Jerome stelt dat Petrus op eigen verzoek ondersteboven werd gekruisigd, omdat hij zei niet waardig te zijn om op dezelfde manier als zijn Heer te worden gekruisigd.
Paulus leed in de eerste vervolging
onder Nero. Het geloof van Paulus was zo dramatisch, zelfs met het
martelaarschap in het vooruitzicht, dat de autoriteiten hem naar een besloten
plaats brachten om daar door het zwaard geëxecuteerd te worden.
In ongeveer 72 na Christus werd Judas, de broer van Jakobus die gewoonlijk
Taddeüs werd genoemd, in Edessa gekruisigd. Bartolomeüs preekte in verschillende
landen en vertaalde het Evangelie van Matteüs in het Indisch. Hij werd barbaars
afgeranseld en toen door de heidenen aldaar gekruisigd. Tomas, ook wel Didymus
genoemd, preekte in Parthia en India, waar hij door een groep heidense priesters
met een speer werd doorboord. Lucas was de auteur van het Evangelie met zijn
naam. Hij reisde met Paulus door verscheidene landen en wordt verondersteld door
heidense priesters in Griekenland aan een olijfboom te zijn opgehangen.
Barnabas, uit Cyprus, werd in 73 na
Christus zonder veel bekende feiten vermoord. Simon, met de achternaam Zelotes,
preekte in Mauretanië, Afrika en zelfs in Groot-Brittannië, waar hij in ongeveer
74 na Christus werd gekruisigd. Johannes, de “geliefde discipel”, was de broer
van Jakobus. Vanuit Ephesus werd hij naar Rome bevolen, waar hij in een ketel
met kokende olie werd gegooid. Als door een mirakel ontsnapte hij, zonder
verwondingen. Domitianus verbande hem daarna tot het eiland Patmos, waar
Johannes het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, schreef. Hij was de enige
apostel die aan een gewelddadige dood ontsnapte.
Maar de vervolging van Christenen remde de groei van het Christelijk geloof niet
af gedurende de eerste paar eeuwen na Jezus. Zelfs nadat de vroege leiders hun
afschuwelijke dood stierven, bloeide het Christendom in het hele Romeinse Rijk.
Hoe kan deze historische registratie van martelaarschap gezien worden als iets
anders dan krachtig bewijs voor de waarheid van het Christelijk geloof – een
geloof dat gefundeerd is op historische feiten en ooggetuigenverslagen?
Wat Is Overtuiging?
Nou, waar sta ik nu met dit alles…? Waar heeft deze reis me naartoe gebracht, en
hoe zou dit mijn leven moeten beïnvloeden? Ik geloofde intellectueel dat
bepaalde dingen in de geschiedenis gebeurd waren, maar wat betekende dat nu in
de werkelijkheid van mijn leven op dit moment…?
Wat is geloof? Wat is overtuiging?
Hoewel een Christelijk overtuiging niet puur is gebaseerd op bewijs, wordt het
zeer zeker ondersteund door bewijs. Het gaat er bij overtuiging niet om om het
brein uit te schakelen en alleen op het hart te vertrouwen, of om rede te
verdrukken in het voordeel van emotie.
Nee, Christelijke overtuiging gaat
over het zoeken en kennen van Jezus met alle facetten van de menselijke natuur.
Het is geen “blind vertrouwen” zoals ik ooit dacht… het is een “gecalculeerd
vertrouwen” gebaseerd op een overwicht aan bewijs. Nou, ik heb het bewijs
verzameld, en ik heb het in de beklaagdenbank gezet…. Na een paar maanden in de
jury-kamer ben ik naar buiten gekomen met een persoonlijk oordeel… Jezus
Christus is wie hij beweert te zijn… de Zoon van God die zo’n 2000 jaar geleden
naar deze Aarde kwam om een echte en altijddurende hoop aan de mensheid aan te
bieden.
OK, wat nu…? Ik geloof op een intellectuele manier, door een overwicht van het
bewijs, dat God bestaat, dat de Bijbel waar is, en dat Jezus zijn Zoon is… Hoe
gaat dat me beïnvloeden?
Ik vind de metafoor van de stoel erg goed… Kijk in je kamer naar de
dichtstbijzijnde stoel. Bekijk hem goed. Bestudeer zijn ontwerp. Is het
structureel in orde? Is het voldoende berekend? Zullen de materialen die door de
fabrikant gekozen zijn je gewicht kunnen dragen?
Het zit er dik in dat je een stoel koos waarvan je gelooft dat deze je gewicht
zal dragen. Dat is geloof. Je paste logica toe, kennis en ervaring om een
geïnformeerde beslissing te maken.
Ga nu in de stoel zitten…. Dat is overtuiging! Je bereikt een bepaald punt waar
intellectuele instemming niet meer toereikend is. Oprecht leven vereist dat we
ons geloof in actie brengen. Intellectueel geloof zonder overtuiging met acties
is leeg en betekenisloos…
Daar heb je het… Geloof versus Overtuiging…!
Is Jezus God?
Waarom heeft de naam “Jezus Christus” meer verdeeldheid, agitatie en controverse
veroorzaakt dan welke andere naam in de geschiedenis dan ook?
Kom op, waarom…?
Als ik God noem in een discussie in een koffieshop, dan is niemand echt
beledigd. Als ik spreek over Boeddha, Brahman, Mozes of Mohammed, dan irriteer
ik de luisteraar niet echt. Maar de naam Jezus Christus lijkt rechtstreeks in de
ziel te snijden. Dat deed het voor mij ook altijd! Wanneer mensen over andere
religieuze of filosofische leiders uit de geschiedenis begonnen, dan nam ik
gewoonlijk deel in een soort van intellectuele discussie.
Maar wanneer mensen probeerden om
met mij over Jezus te discussiëren, dan voelde ik me alsof iemand mijn
privé-cirkel was binnengetreden! Welk recht had die persoon om mij en mijn
wereldbeeld uit te dagen? Ik heb ontdekt dat er iets is dat Jezus
controversiëler en veroordelender maakt dan alle andere religieuze leiders
samen.
Nee serieus, wat is dat ‘iets’…?
In tegenstelling tot alle andere veel gevolgde religieuze leiders in de
geschiedenis, maakte Jezus Christus een unieke claim. Hij verklaarde zichzelf
God. Niet een god, niet goddelijk, maar de vleesgeworden God – de schepper van
het universum in menselijk vlees. Dat is intellectueel erg verontrustend. En
spiritueel is het een directe aanval op alles wat comfortabel en coëxisterend is
in mijn veilige kleine wereld. Maar,
is Jezus God?
Wat mijzelf betreft, ik trok me terug in de typische reacties op het leven en de
claims van Jezus. Afhankelijk van de fase in mijn leven, klonk dit ongeveer als
volgt:
"Jezus was een groots man."
"Jezus was een aardig moreel model."
"Jezus was een zeer geacht leraar."
"Jezus was een religieuze profeet."
Maar, zoals Christelijk geleerde
Josh McDowell zegt in zijn boek, "More than a Carpenter" (Meer dan een
timmerman), zorgen dit soort stellingen voor een overtuigend “trilemma”. Wanneer
je de feitelijke claims van Jezus en zijn ooggetuigen/volgelingen onderzoekt,
dan zijn er slechts drie alternatieven voor wie hij werkelijk is – Jezus
Christus was of een leugenaar, of een gek, of onze Heer.
De kwestie van deze drie alternatieven is niet welke er mogelijk is, want het
is overduidelijk dat alle drie mogelijk zijn. Maar de vraag is veeleer, ‘welke
is meer waarschijnlijk’? Wie jij besluit dat Jezus Christus is, moet niet een
ijdele intellectuele oefening zijn. Je kan Hem niet op een schap plaatsen als
een groots moreel leraar. Dat is geen geldige optie. Hij is of een leugenaar, of
een gek, of Heer en God. Je moet een keuze maken. ‘Maar, ‘, zoals de Apostel
Johannes schreef, ‘deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias
is, de Zoon van God, en’ – en dit is belangrijker- ‘opdat u door te geloven
leeft door zijn naam (Johannes 20:31).
C.S. Lewis, een populair Brits theoloog, gaat verder:
Ik probeer hiermee te voorkomen dat iemand de werkelijk dwaze uitspraak doet
die mensen vaak over hem zeggen: ‘Ik ben bereid om Jezus als een groots moreel
leraar te accepteren, maar ik accepteer Zijn claim dat hij God is niet.’ Dat is
het enige dat we niet kunnen zeggen.
Een man die slechts een man was en die het soort dingen zei die Jezus zei, zou geen groots moreel leraar zijn. Hij zou ofwel een gek zijn –op het niveau van de man die zegt dat hij een gekookt ei is- ofwel de Duivel uit de Hel. Je moet een keuze maken. Of deze man was, en is, de Zoon van God: of hij was een gek of iets ergers. Je kan Hem als een gek opsluiten, je kan naar Hem spugen en Hem als een demon doden; of je kan aan Zijn voeten neervallen en hem Heer en God noemen. Maar laten we niet met neerbuigende nonsens aankomen over hoe Hij een groots menselijk leraar zou zijn. Hij heeft die optie niet voor ons opengelaten.
Dat was ook niet Zijn bedoeling.
Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet
opgewekt.
En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud,
en zonder inhoud is ook uw geloof.". Paulus schrijft hier tegen mensen, die
uit reactie tegen de Joodse opstandingsleer de voorstelling van een
onsterfelijke ziel koesterden en het lichaam beschouwden als een kwaad of als
minderwaardig.
Later schrijft hij in vers 32: "Indien er geen doden worden
opgewekt, laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij.", hij wil
aangeven dat in Jezus' opstanding de opstanding van alle doden ligt verankerd,
ook die van ons.
Waarom is het nog meer belangrijk dat Jezus opstond uit de dood? Omdat Jezus
door Zijn lichamelijke opstanding, naast al de wonderen die Hij gedaan heeft,
doorslaggevend bewees dat Hij God was, geïncarneerd in Jezus als mens (dit is op
zich al een heel artikel waard, maar daar wil ik nu niet op in gaan). Jezus
voorspelt trouwens in Zijn missie-prediking verschillende malen dat Hij zal
opstaan:
Matt.12:40 - "Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het
zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen
en drie nachten."
Marc 8:31 - "En Hij begon hen te leren, dat de Zoon des mensen veel moest
lijden en verworpen worden door de oudsten en de overpriesters en de
schriftgeleerden, en gedood worden en na drie dagen opstaan."
Jezus deed een zeer risicovolle voorspelling over Zijn eigen opstanding. De
filosoof Karl Popper heeft eens gezegd dat wanneer een voorspelling is vervuld,
het een bewijs is van de theorie. Als het niet uitgekomen was wat Jezus had
gezegd dan was Hij óf allang vergeten óf Hij had veel minder invloed gehad dan
nu.
Verstandelijke benadering:
Waarom deze verstandelijke benadering van dit onderwerp? Aan de
ene kant heeft geloof te maken met hopen en met vertrouwen. Anderzijds is het
geloof niet blind, zonder het verstand (dat zou heel onbijbels zijn): "Gij
zult de Here, uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met
GEHEEL uw verstand". - Mattheus 22:37. Het meer verstandelijk bestuderen
van de geschiedenis is een belangrijk aspect van het geloof: Jezus leren kennen
in Zijn cultuur en in Zijn tijd: Wat is er werkelijk bekend van Hem? Wie was
Hij? Wat kan de archeologie bijdragen aan onze kennis van Jezus vanuit de
Bijbel? en andere belangrijke vragen.
Het is niet mogelijk een scheiding maken tussen de Christus van het geloof en de Jezus uit de geschiedenis. Te veel christenen doen dat, door gewoon te geloven. Voor veel sceptici is dat niet aanvaardbaar. Want wie is de Christus van het geloof? De Christus van het Nationaal Socialistisch Duitsland, de Christus van de extremisten onder katholieken en protestanten in Noord-Ierland, de Christus van de Mormonen, Jehovah-getuigen, Jim Jones of David Koresh? De Christus van een collega? Iedereen zal oprecht overtuigd zijn van zijn Christusbeeld en men laat de ander verder met rust. Dat gebeurt omdat men in deze tijd snel in de valkuil van het postmodernisme stapt, met het idee dat ieder zijn eigen subjectieve werkelijkheid schept, en dat ieder gevangen in de taal geen objectieve werkelijkheid meer buiten zichzelf kan onderzoeken en leren kennen.
De historische Jezus en de Jezus van het geloof zijn niet te scheiden. De Jezus van het geloof was een mens in de geschiedenis, dat is een centraal gegeven van het Christelijk geloof. Er zijn mensen die beweren dat het gaat om de betékenis van Jezus voor Zijn aanhangers van tóen. Dit is niet in overeenstemming met wat Jezus wilde laten zien door Zijn leven, Zijn dood en Zijn opstanding aan alle mensen tot aan alle einden der aarde: Het is niet afgelopen met de dood, máár er is leven na de dood; de dood is door Jezus overwonnen! Over de verdere betekenis van de opstanding van Jezus is nog veel meer te zeggen, maar dat wordt verder in dit artikel uitgewerkt.
Nog een algemeen opmerking vooraf: Ik ga ervan uit dat het Nieuwe Testament historisch betrouwbaar is (ik verwijs naar een komend artikel op deze site). Tegenwoordig denken veel mensen dat het om mythen gaat. In dit artikel ga ik uit van NT passages die als historisch betrouwbaar worden aangenomen door de meeste historici en theologen, ook liberale theologen.
Bij het nadenken over dit onderwerp, is het belangrijk te realiseren met
welke vooronderstellingen men denkt: Is er de openheid voor de mogelijkheid dat
een dood lichaam weer levend kan worden, door welke macht of intelligentie dan
ook veroorzaakt?
Is er enkel de beslotenheid van het wetenschappelijk paradigma, welke op vooronderstellingen gebaseerd is die buiten het
wetenschappelijk paradigma zelf vallen, of is er de openheid voor alle waarheid?
Ik ben zelf wetenschapper/arts en ben zelf nog steeds overtuigd van de
lichamelijke opstanding van Jezus, zijn maagdelijke geboorte enz., omdat er
goede argumenten voor zijn.
Zijn er bewijzen?
Ik wil allereerst beginnen met twee citaten van twee mensen:
"Hoe meer we de traditie bestuderen ten aanzien van de verschijningen, hoe
steviger de rots blijkt te zijn op welke ze zijn gebaseerd" - de skeptische
Nieuwtestamenticus Norman Perrin.
"Het is bijna onmogelijk te beweren dat aan de historische wortels van het
Christelijk geloof sommige visioenaire ervaringen van de eerste Christenen
liggen, welke zij verstaan als verschijningen van Jezus, door God uit de dood
verrezen." - Dunn, professor godgeleerdheid aan de Universiteit van Durham,
Engeland.
Er zijn genoeg bewijzen zijn voor Jezus' opstanding. Dit in tegenstelling tot bepaalde mensen die beweren, dat de discipelen hallucinaties/visioenen/dromen hebben gehad en dat het lichaam van Jezus ergens anders terecht is gekomen. Ik zal eerst mijn aandacht richten op het onderwerp hallucinaties in relatie tot Jezus' opstanding, vervolgens wil ik het hebben over het wereldbeeld van de Joden, Jezus' vervloeking en de grafroof en tot slot zullen nog acht andere argumenten de revue passeren.
Psychologie van hallucinaties:
Het is nuttig iets te zeggen over de psychologie van hallucinaties,
welke niet beantwoordt aan de beschrijvingen van de verschijningen van Jezus.
Voor de volledigheid: hallucinaties zijn een verzamelnaam voor visioenen (zijn
visueel), 'stemmen' (auditief, gehoor), enz.
Géén hallucinaties:
Géén van bovenstaande kenmerken beschrijven adequaat de
Nieuwtestamentische ervaringen. Opvallend is dat de verschijningen al na 40
dagen stoppen (Hand 1:3), met uitzondering van de ervaring van Paulus.
De discipelen waren mannen die vele mogelijkheden hadden in de tientallen jaren
daarna om te reflecteren over het waarheidsgehalte van hun ervaringen. Het is
moeilijk te geloven dat de intelligente Paulus (eerst vijand/skepticus van het
Christelijk geloof) niet nagedacht en gereflecteerd heeft over zijn ervaring van
Jezus' verschijning tijdens ontberingen, vervolgingen en meerdere keren de dood
voor ogen. Paulus schrijft aan Timótheüs: "Want er komt een tijd, dat de
mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend
is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun
oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar verdichtsels (=mythen,
sprookjes, fabeltjes, verzinsels, leugens) keren. Blijft gij echter nuchter
onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw
dienst ten volle."- 2 Tim.4:3-5. Een simpele hallucinatie kan hem en zoveel
anderen niet hebben veranderd, en hun motivatie zo lang hebben ondersteund. De
discipelen tonen te veel scepsis en nuchterheid ten aanzien van de geruchten dat
Jezus is opgestaan, om te denken dat het hier om visioenen gaat:
De discipelen die de vrouwen niet geloven. Thomas geloofde ook niet, hij was er
niet bij toen Jezus aan de andere discipelen verschenen was: hij wilde het pas
geloven, als hij zijn vingers in de littekens kon steken enz..: "Indien ik
in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet steek in de
plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins
geloven." - Joh.20:25 ......."Daarna zeide Jezus tot Thomas: Breng uw vinger
hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees
niet ongelovig, maar gelovig. Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Here en
mijn God! Jezus zeide tot hem : Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd?
Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven." De discipelen
veranderen in hele korte tijd: na eerst allemaal op de vlucht te zijn gegaan
toen Jezus werd gevangen en gekruisigd, is het Petrus die na enkele weken na al
deze gebeurtenissen , midden in Jeruzalem, in het hol van de leeuw, voor meer
dan 3000 mensen een preek houdt. Petrus had voorheen Jezus drie maal
verloochend. Andere veranderingen: de gevangenneming van apostelen, vanwege hun
vrijmoedigheid over Jezus; Paulus' ommekeer; de ommekeer van de broer van Jezus,
Jacobus, ook een skepticus tijdens het leven van Jezus: Josephus de Joodse
historicus uit de 1e eeuw beschrijft dat hij als martelaar stierf voor zijn
geloof in zijn broer, zie o.a. 1 Cor. 15:7; enz. (lees de geschiedenis van de
vroege kerk in het boek Handelingen). De meeste apostelen zijn om hun geloof in
de opstanding van Jezus gedood.
Over de mogelijkheid dat er sprake is van een massavisioen, wil ik het volgende opmerken: alle overleveringen, die we hebben, wekken de suggestie dat Jezus verscheen op verschillende tijden en verschillende plaatsen aan verschillende personen (met Paulus als laatste). Daarnaast nog de opmerking dat er normaal gesproken geen basis bestaat voor "besmettelijke" hallucinaties, wat het geval lijkt te zijn in de schriftelijke getuigenissen.
Nog een argument tegen hallucinaties: De opstandingservaringen, met ook die van Paulus, worden nooit "visioenen" (optasia) genoemd in de Evangelieën of Brieven. Als er sprake is van visioenen in het Nieuwe Testament dan wordt dat zo aangeduid: bijv. Lucas 24:23 - verschijning van engelen ("optasian aggelon") , of Hand.26:19 - hemelse gezicht ("ouranio optasia") enz.
Wereldbeeld van de Joden:
Over de predispositie door het wereldbeeld van de discipelen, vrouwen,
inwoners van Jeruzalem, moet ingegaan worden op de Joodse gedachten in die tijd
rond de opstanding. Deze vond altijd plaats aan het einde van de wereld, en niet
op een bepaald moment voor het einde. Er was geen begrip of idee van geïsoleerde
individuen die uit de dood opstonden. De opstanding werd gezien als een algemene
opstanding van alle mensen. De opstanding werd gezien als een primitieve,
fysieke manier van het opnieuw verzamelen van delen van vroeger doodgegane
lichamen. Dit alles past niet in het beeld van Jezus' lichamelijke opstanding.
Verder valt op te merken dat het Joodse verstaan van visioenen twee elementen bevat: ze werden verstaan als visioenen van mensen die direct in de hemel werden opgenomen en niet een opstanding van de doden, en in de Joodse traditie werden visioenen altijd door individuen en niet door groepen ontvangen (zeker niet een groep van 500, die nog steeds in leven waren op het moment dat Paulus zijn brief aan Corinthe schrijft rond 50 na Christus, 1 Cor.15:6! skeptische lezers konden dat dus nachecken). De opstanding van Jezus was dus cultureel gezien een vreemd concept, en lag niet voor de hand om voor hallucinaties te dienen van zeer veel mensen (Joden!). Wel is het belangrijk te wijzen op het fysieke aspect van de opstanding in de Joodse gedachten in die tijd. De Joodse Nieuwtestamenticus Pinchas Lapide heeft diverse scholen met het Joodse gedachtegoed bestudeerd gedurende en voor de Nieuwtestamentische periode en hij concludeerde dat alle scholen overeen komen in hun begrip van een lichamelijke opstanding. De Sadduceën ontkenden wel de opstanding, maar ze beweerden wel dat als er een opstanding zou zijn, deze lichamelijk zou zijn. Lapide: "Elk leven moet gezien worden als lichamelijk en ruimtelijk." (Dit wordt trouwens ook bevestigd door de archeologie, wat ik hier nu niet verder uitwerk). Als er dus gepredikt werd kort na de kruisiging, dat Jezus is opgestaan, moest het duidelijk zijn dat zijn graf waar de fysieke Jezus ingelegen heeft leeg was.
Jezus door God vervloekt
Voortbouwend op de vorige alinea: In het Oude Testament in
Deuteronomium 21:23 staat geschreven dat een gehangene aan een paal door
God vervloekt was, het vers ervoor gaat over een zonde waarop de
doodstraf staat. Deze zonde had Jezus gedaan, waarop ook zijn vonnis geveld kon
worden ("Hij is des doods schuldig" - Mattheüs 26:66) . De zonde van
Jezus wordt ervoor genoemd: "En de hogepriester zeide tot hem: Ik bezweer U
bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van
God. Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg u, van nu aan zult
gij den Zoon des mens en zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende
op de wolken des hemels.
Toen scheurde de hogepriester zijn klederen (opmerking: Het scheuren van de
kleren was een teken van rouw over dood en verderf. Deze kleren van deze
hogepriester zullen ook heel mooi en duur geweest zijn) en zeide: Hij heeft
God gelasterd! Waartoe hebben wij nog getuigen nodig? Zie nu hebt gij
de godslastering gehoord. Wat dunkt u? Zij antwoordden en zeiden: Hij is des
doods schuldig." Godslastering eiste volgens Joods recht dood door
steniging met daarop volgende ophanging aan een hout, een kruis. Omdat de
Romeinen (Pilatus) de macht hadden, konden alleen zij Jezus doden, dit deden zij
naar hun gewoonte door kruisiging, ophanging aan een hout, een kruis (Deut.
21:23).
De Joden waren en zijn van mening dat de zielen van de rechtvaardigen naar
Abraham's schoot (het paradijs) gingen (lees o.a. Lucas 16:19-31 waarin
Jezus hierover spreekt), en dat zij daar verblijven tot de algemene opstanding
aan het einde van de wereld. Als de discipelen (en anderen) hallucineerden dan
was de kans mijns inziens kleiner dat ze visioenen van Jezus in Abrahams schoot
zouden zien dan dat ze visioenen zouden hebben van Jezus' vervloekt door God in
het dodenrijk. (Jezus schreeuwt aan het kruis: "Mijn God, Mijn God, Waarom
hebt Gij Mij verlaten?").
Maar als de discipelen en vrouwen toch overtuigd waren van zijn goedheid,
zondeloosheid enz.. dat Jezus ondanks zijn hangen aan een hout toch niet
vervloekt was door God (en die mogelijkheid moet je openhouden) dan hadden ze
zeker visioenen gehad van Jezus die direct naar de hemel was gegaan, naar
Abraham's schoot. Maar over een dergelijk visioen, evenmin over een visioen van
Jezus in het dodenrijk, wordt nergens gesproken, dat is bijzonder. Het lag zeer
in de verwachtingen. Ik verwijs hierbij naar mijn punt twee over de psychologie
van hallucinaties. Daarentegen wordt er wel gesproken over dat hij uit de doden
is opgestaan, dat velen hem zagen, hoorden en zelfs aanraakten of betasten (zijn
wonden) , hij at zelfs meerdere malen met hen om te laten zien dat Hij geen
geest was, maar een echt lichaam had (ik zal enkele belangrijke teksten noemen
die je kan lezen hierover: Matt.28:1-10, 16-20, Marc.16:14-18, Lucas
24:13-49, Joh.20:10-31, hst.21, Hand.1:4-8, 9:1-9, 1 Cor.15:5-8). En pas na
40 dagen is Hij na de hemel gegaan, waarvan in de Schriften wordt getuigd.
Grafroof?
Dat er sprake zou zijn geweest van grafroof, is ook een veelgehoord
argument. Ik ga niet lang in op dit onderwerp:
Een belangrijk tegenargument is: grafroof lag niet in de aard van de discipelen:
ze hadden een hoog moreel gehalte, mede gelet op wat ze drie jaren lang van
Jezus geleerd hadden. Petrus schrijft het volgende in zijn tweede brief : "Want
wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels (=sprookjes, mythen,
fabeltjes, verzinsels, leugens) nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst
van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd, maar zijn ooggetuigen geweest
van zijn majesteit."- 2 Petr.1:16. En als zijn volgelingen Hem hebben
weggenomen, bijvoorbeeld door een stuk of zes discipelen die het lichaam van
Jezus ergens anders heensjouwden en verstopten, waarom verscheen Jezus dan aan
zoveel meer mensen: Maria Magdalena, Maria en andere vrouwen, de Emmaüsgangers,
de 500 broeders, Thomas, Jacobus de broer van Jezus, Paulus en anderen. Hoe
konden zij het verhaal geloven, die lieden waren niet gek dat ze alles van
anderen zomaar aannamen, zij hadden ook net als wij gewoon een gezond verstand.
Zij wilden Jezus' lichaam vast ook zien en bij "Hem" zijn, zoals ook echtgenoten
van partners die gestorven zijn graag naar het graf van hun geliefden gaan om
bij haar of hem te zijn (zie ook 'Andere Argumenten' no.1). Het kon nooit geheim
blijven waar het lichaam van Jezus was verstopt, voor de Romeinen, Joden, het
Sanhedrin en anderen die het sprookje van de opstanding wilden stoppen (denk aan
Paulus die Jezus' kerk ging vervolgen en kapot maken). Dit zogenaamde sprookje
heeft wonder(!)baarlijk geresulteerd in wat geworden is de grootste beweging uit
de geschiedenis, gelet op het aantal christenen ter wereld: rond de 2 miljard!).
Lees ook het boek Handelingen dat in zijn geheel gaat over de beginperiode van
deze beweging, de kerk van Jezus Christus.
In Luc.24:12 staat dat de windsels nog liggen in het lege graf, betekent dat dat ze Jezus uitgepakt hebben en later weer ergens anders ingepakt? De discipelen zouden zoiets nooit doen met een wegterend, misschien al stinkend lijk. Het is onlogisch dat ze Jezus uitgepakt zouden hebben, want als ze daarmee over straat liepen, herkenden de mensen zo Jezus, het is ook onhygiënisch. (voorgaande klinkt misschien erg plastisch, maar het is nodig om een voorstelling te maken wat er is gebeurd).
Andere Argumenten:
Na de onderwerpen hallucinaties, wereldbeeld van de Joden, Jezus'
vervloeking en grafroof besproken te hebben, nog een reeks belangrijke
argumenten die pleiten voor Jezus' opstanding uit de dood:
1. In Israël van Jezus' tijd, bestonden er tenminste 50 graven van profeten of andere heilige personen, die als plaatsen van religieuze verering dienden. Er bestaan geen aanwijzingen dat er zulk een praktijk is geweest rond een graf waarin Jezus' lichaam lag. Dat valt goed te verklaren als Hij is opgestaan, dan ga je niet meer naar het graf om te kijken of het leeg is, en je gaat geen leeg, "dood" graf vereren, maar een levende Jezus, wat ook gebeurd is. Nu gaan er wel velen naar het graf in Jeruzalem waarin Hij gelegen zou hebben, en dat is niet verkeerd, zolang het graf op zich niet vereerd wordt.
2. Er is een sterk bewijs dat het graf, waar Jezus in lag, leeg was. Als je Mattheüs 28:11-15 leest: "Toen zij onderweg waren, zie enigen van de wacht kwamen in de stad om de overpriesters al het gebeurde te berichten. En in een vergadering met de oudsten kwamen zij tot een besluit en zij gaven de soldaten veel geld, en zij zeiden: Zegt, zijn discipelen zijn des nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. En indien dit de stadhouder ter ore komt, wij zullen het in orde brengen en maken dat gij buiten moeite blijft. En zij namen het geld aan en deden zoals gezegd was. En dit gerucht is onder de Joden verbreid tot de dag van heden toe (op het moment dat Mattheüs dit schrijft)." Deze tekst had niet geschreven kunnen zijn, in de tijd dat deze tekst geschreven is, als er geen Joods tegenargument was van de Christelijke opvatting dat er het lege graf bestond. De Joden ontkenden niet het lege graf , maar gaven er een alternatieve verklaring voor. Zowel voor-als tegenstanders van de opstanding van Jezus lijken het erover eens te zijn, dat het graf leeg was.
3. Er bestaan geen andere begrafenisverhalen over Jezus. Als namelijk de N.T.-begrafenisverhalen niet betrouwbaar zouden zijn, dan is het opvallend dat er geen andere verhalen zijn gevonden, ook niet in de Joodse geschriften, waar een alternatief verhaal verwacht wordt.
4. De meeste geleerden zijn het erover eens dat Jozef van Arimathea een historische persoon was , en dat Jezus werkelijk in het graf van deze persoon is begraven. Hij was volgens de Evangelieën lid van het Sanhedrin, een groep van 71 leiders welke zeer zeker bekend waren onder de bevolking. Niemand gaat een persoon verzinnen die niet bestaan heeft en dan zeggen dat hij van het Sanhedrin lid was. Zijn naam had aan het verhaal van Jezus gekoppeld kunnen zijn om zijn autoriteit als leider in de jonge kerk te verhogen. Er is echter geen bewijs dat Jozef van Arimathea een belangrijke leider was in de jonge kerken. Het lag meer voor de hand andere kandidaten te verzinnen, als zijnde de eigenaar van het graf waar Jezus begraven was. Als Jezus niet in zijn graf was begraven, dan was dat makkelijk na te gaan, want men wist waar deze publieke figuur woonde. De meeste geleerden denken dan ook dat het zeer waarschijnlijk is dat Jezus in Jozefs graf is begraven. Het graf was ook dichtbij Golgotha - Joh.19:42- "daar dan legden zij Jezus neder wegens de Voorbereiding der Joden, omdat het graf dichtbij was"; er moest grote haast gemaakt worden , want het was bijna sabbat.
5. Uit archeologische ontdekkingen blijkt de nauwkeurigheid van de beschrijving van het graf van Jezus. Drie verschillende soorten graven zijn ontdekt. Ik citeer William L. Craig "Three different kinds of tombs have been discovered, but the description of Jesus' tomb indicates that it was either an acrosolia tomb or a bench tomb. Such tombs were scarce in Jesus' day and were reserved for rich and prominent people. Furthermore, near the traditional site for Jesus' grave, acrosolia tombs from Jesus' day have been found. Jesus' tomb was located in a garden, and one of the gates in the North Wall of Jerusalem was called the Garden Gate. Tombs of the Jewish high priests John Hyrcanus and Alexander Jannaeus were in that area, so it could easily have been a prestigious burial location."
6. De aanwezigheid van vrouwen. Het feit dat getuigenissen van vrouwen gekoppeld zijn aan het opstandingsverhaal, maken dat de Evangelieën weinig kans van slagen hadden om geloofwaardig te zijn. In die tijd was de plaats van de vrouw nog erg laag, in vergelijking met de man. Bijvoorbeeld, een getuigenis van een vrouw in een gerechtshof werd niet geaccepteerd. Anno 1999 zou dat onacceptabel zijn. Daarnaast maakt het volgende het verhaal nog ongeloofwaardiger: Jezus verscheen als EERSTE aan vrouwen. Bovendien verscheen Hij ALLEREERST aan Maria Magdalena. Zij was een vrouw die in het bezit was geweest van demonen (Lucas 8:2 - "Maria, met de bijnaam: van Magdala, van wie zeven boze geesten uitgegaan waren"), iemand die in de macht was geweest van duistere machten. Dit laatste maakt het opstandingsverhaal nog ongeloofwaardiger, als het om visioenen zou gaan. Waarom werd in het verhaal niet Petrus de eerste figuur die Jezus ontmoette, hij was tenslotte een heel belangrijke leider, dat zou geen aanleiding geven voor mensen die dit verhaal hoorden om bij deze nieuwe sekte weg te blijven. Maar wilde men in die tijd geloofwaardig overkomen als nieuwe religieuze groepering (en misschien wel nieuwe wereldgodsdienst???), dan schreef men dit soort "onzin" over vrouwen die een "verhaaltje" hadden niet op. Lucas 24:11 - "En deze woorden schenen hun zotteklap en zij geloofden haar niet." In de patriarchale samenleving van die tijd, verzint men niet zo'n verhaal als eerste christenen. Zij hadden immers een grote missiedrang om Jezus' boodschap te "verkopen", omdat Hij inderdaad een uitzonderlijk goede, moreel zeer hoogstaande boodschap had (als men toen een beetje markt gericht wil zijn, dan in ieder geval een boodschap zónder vrouwen, in tegenstelling tot nu met veel vrouwen in reclames); de mannelijke evangelisten zouden dat niet verzinnen, het lijkt althans zeer onwaarschijnlijk.
7. De afwezigheid van late theologische reflectie in het verhaal. Het beschrijving is oorspronkelijk, eenvoudig en nauwkeurig. Met theologische reflectie bedoel ik: de vervulling van Oudtestamentische profetie, het begin van een nieuw tijdperk, Jezus nederdaling in de hel, christologische titels aan Jezus gegeven, enz.. Dit in tegenstelling met de Apocriefen, die gedetailleerde (onaannemelijke) verklaringen gegeven hebben over hoe de opstanding plaatsgevonden heeft. bijv. Het "evangelie" van Petrus (midden 2e eeuw) heeft het over een kruis dat uit het graf komt achter Jezus, en Jezus is zo lang dat hij boven de wolken uitkomt. Dat lijkt onaannemelijk in vergelijking tot de sobere beschrijving van de evangelisten.
8. Petrus verwijst in zijn preek kort na alle gebeurtenissen naar het graf van David dat nog steeds bij hen is: "Mannen broeder, men mag vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij èn gestorven èn begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag." dit wordt in twee verzen verder vergeleken met Jezus dood: "de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien. Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn." (Hand. 2:29&31,32). Dit als argument dat het gaat om een werkelijke opstanding uit de dood, en niet om visioenen of iets dergelijks.
Slot:
Concluderend mogen we zeggen dat bovenstaande argumenten erop wijzen
dat Jezus Christus fysiek is opgestaan uit de dood, dit is geen fictie, maar een
feit. De getuigenissen van de Evangelisten zijn betrouwbaar gebleken. Het goede
nieuws is waar: Jezus leeft, toen, nu en voor altijd:
"Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid." -
Hebreeën 13:8. Het volgende vers vervolgt met: "Laat u niet
medeslepen door allerlei vreemde leringen." En in vers 15 staat er:
"Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de
vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden."
Jezus'
Wederopstanding - Essentieel voor het Christelijk Geloof
De Wederopstanding van Jezus uit de dood is net zo essentieel voor het
Christelijk geloof als Zijn dood aan het kruis.
Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de Korintiërs "Het belangrijkste dat
ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor
onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op
de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat" (1 Korintiërs
15:3-4).
Paulus benadrukt het belang van de Herrijzenis met zijn uitspraak "en als
Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof
zinloos. Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat
we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden
worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan." (1 Korintiërs
15:14-15).
Jezus'
Wederopstanding - Een Historische Gebeurtenis?
Nou, is de Wederopstanding van Jezus uit de dood een historische gebeurtenis?
Deze wordt door de vier Evangelieboeken heen verkondigd, net als in
correspondenties in de oudheid. Als deze werken de historische documenten zijn
die zij beweren te zijn, dan zijn zij getuigen van een historische gebeurtenis.
Volgens het Dictum van Aristoteles voldoen deze teksten aan de criteria voor
legitieme historische documenten.
Maar wanneer deze miraculeuze gebeurtenissen beschrijven, dan worden deze door
de wereldlijke maatschappij niet als een geldige getuigenis erkend. Hoe kunnen
deze verslagen dan bevestigd worden? Twee vragen moeten gesteld worden. Ten
eerste, brengen de auteurs van deze literaire teksten hun werk in diskrediet, of
verlenen hun levens geloofwaardigheid aan hun getuigenis?
Ten tweede, stemmen geaccepteerde historische autoriteiten overeen met deze
verslagen?
Jezus'
Wederopstanding - De Getuigenis van de Discipelen
De mannen die geloofden in de Wederopstanding van Jezus uit de dood, die vandaag
de dag bekend staan als de Discipelen van Christus, zagen hun getuigenis,
alsmede hun overtuigingen, op de proef gesteld door hen die dit niet geloofden.
Met de uitzondering van Johannes werd elk van deze mannen ter dood gebracht.
Hun sterven was zeer pijnlijk en genadeloos. Zo was ook hun leven, omdat deze
mannen door de wereldlijke maatschappij werden vervolgd en veel leden voor het
verspreiden van hun geliefde Evangelie, die zij verkondigden.
Paulus legt dit in
zijn tweede brief aan de Korintiërs vast: "Door de Joden ben ik vijfmaal met
veertig min één zweepslagen gestraft, ik ben driemaal met stokslagen gestraft,
ik ben eenmaal met stenen bekogeld en heb driemaal schipbreuk geleden. Eén keer
heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven. Voortdurend was ik onderweg,
bedreigd door rivieren, rovers, volksgenoten en vreemdelingen, in gevaar in de
stad, in de woestijn, op zee en te midden van schijngelovigen.
Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak
zonder te eten, verkleumd en zonder kleren."
(2 Korintiërs 11:24-27).
Paulus werd later onthoofd na jarenlang in een Romeinse kelder te hebben geleden. Zijn dood was bij lange na niet zo wreed als die van zijn broeders omdat Hij een Romeins staatsburger was en zij waren dit in de meeste gevallen niet. Deze mensen geloofden dat de Heer hen in staat stelde om veel lijden te ondergaan, want er is geen beter bewijs voor hun oprechtheid en de waarheid van hun boodschap dan hun uithoudingsvermogen en hun volharding zonder hoop op een aardse beloning. Ieder van hen had aan een dergelijke foltering en vernedering kunnen ontsnappen door eenvoudigweg de Wederopstanding van Christus te ontkennen. Dit was het doel van hun folteraars. Maar geen enkele van hen gaf toe aan hun vervolgers, en dit is treffend bewijs dat de samenzweringstheorie ontkracht.
Jezus'
Wederopstanding - Vervolging
In 115 na Christus beschreef de Romeinse historicus Cornelius Tacitus het lijden
van de vroege Christenen in de handen van hun hun folteraars.
Keizer Nero had, om zijn Paleis uit te kunnen breiden, delen van Rome in brand
gezet.
Deze branden raakten oncontroleerbaar en werden later bekend als "de Grote Brand
van Rome". Vervolgens gaf hij de Christenen de schuld van de branden en hiermee
begon door het hele Romeinse Rijk heen een golf van vervolging. Hoewel de viool
pas enkele jaren later werd uitgevonden, was dit de geboorte van het oude
gezegde, "Nero speelde de viool terwijl Rome afbrandde".
Tacitus schrijft: "Derhalve, om van dit bericht [dat Nero de brand zelf had
gesticht] af te komen, gaf Nero de schuld aan en voerde hij de meest
geraffineerde folteringen uit op een klasse die om hun slechtheid gehaat wordt,
door het volk Christenen genoemd.
Christus, waarin de naam zijn oorsprong had, leed de ultieme straf tijdens de
heerschappij van Tiberius in de handen van één van onze procurators, Pontius
Pilatus, en een hoogst verderfelijk bijgeloof, dat daardoor tijdelijk de kop
werd ingedrukt maar dat later niet alleen in Juda weer uitbrak, de eerste bron
van het kwaad, maar zelfs in Rome, waar alle dingen die afgrijselijk en
schandelijk zijn uit alle hoeken van de wereld hun centrum vinden en populair
worden.
Zodoende werden allen die schuld bekenden gearresteerd; daarna werd, gebaseerd
op hun informatie, een immense massa veroordeeld, niet zozeer vanwege de misdaad
om de stad in brand te steken, maar om die van haat tegen de mensheid.
Hoon van elke soort werd aan hun dood toegevoegd. Gehuld in dierenhuiden werden
ze verscheurd door honden en vergingen, of ze werden aan kruisen genageld, of ze
werden veroordeeld tot de vlammen en verbrandden, om als nachtelijke verlichting
te dienen, nadat het daglicht was heengegaan.
Nero bood zijn tuinen aan voor dit spektakel, en liet een show in het circus
opvoeren, terwijl hij zich onder de mensen mengde in het gewaad van een
wagenmenner of bovenop een wagen stond. Hierdoor ontstond, zelfs voor criminelen
die een extreme voorbeeldstraf verdienden, een gevoel van compassie; want het
was niet, zoals het leek, voor het publieke goed, maar om de wreedheid van één
man te bevredigen, dat dezen werden vernietigd."
Jezus'
Wederopstanding - Historische Autoriteiten
De Wederopstanding van Jezus en/of de vervolging van Zijn volgelingen werden
buiten de Bijbel door de volgende historische autoriteiten vastgelegd: Gaius
Suetonius Tranquillas, Flavius Josephus, Thallus, Plinius de Jongere, Justin
Martyr, Tertullianus, en de Joodse Sanhedrin.
Naast deze historici uit de oudheid, bestaan er ook documenten uit andere
bronnen zoals de Griekse satirist Lucianus uit de 2e eeuw.
John Foxe schreef het klassieke Foxe's Book of Martyrs (oftewel Het
Boek van Foxe over de Martelaren), dat in detail het Christelijk lijden
beschrijft van de dood van de Christenen in de 1e eeuw tot aan de
vervolgingen tijdens de heerschappij van Koningin "Bloody Mary" in Engeland.
De Inquisitie doodde tussen 1200 en 1800 na Christus 68 miljoen Christenen vanwege hun overtuigingen wat betreft de faalbaarheid van de Pausen en hun godslasteringen tegenover Christus. Ook nu weer konden zij die ter dood werden veroordeeld hun leven redden door hun overtuigingen af te zweren en de Paus te aanbidden.
Jezus'
Wederopstanding - Individuele Beslissingen
De mannen die getuige waren van de Wederopstanding van Christus hebben hun
getuigenis met de dood moeten bekopen. Hun getuigenis heeft, samen met het
overtuigende bewijs dat door de Bijbel zelf wordt aangeleverd (zoals
ongelooflijke voorspellingen), miljoenen mensen aangezet om in hun voetsporen te
treden -- Om vervolging en dood te ondergaan in de handen van een ongelovige
wereld, als gevolg van hun wetenschap dat Jezus Christus de Zoon van de
Almachtige God is.
Dat Hij naar de aarde kwam om voor onze zonden te sterven zoals honderden jaren
vóór Zijn geboorte al was voorspeld in de Bijbel. Dat Hij aan een kruis stierf
en uit de dood herrees.
Dat Hij zichzelf vervolgens aan honderden discipelen toonde voordat Hij
terugkeerde naar de hemel. Dat Hij aan het einde der tijden zal terugkeren.
Deze mannen verkondigden hun geliefde Evangelie niet met woorden.
Zij schreeuwden de wereld toe door hun eigen leven hiervoor te geven.
Net als de gedetailleerde profetieën en het overtuigend bewijs, zoals de lege
graftombe zelf, levert dit bewijs voor hun beweringen. De mensheid over de hele
wereld heeft dus de mogelijkheid om de Herrijzenis of te accepteren of af te
wijzen, gebaseerd op hun eigen overtuigingen.
Maar er is wat dit onderwerp betreft geen gebrek aan getuigen van deze
gebeurtenis, noch een gebrek aan bewijs.
Wie is Jezus voor mij ...
(Jaak Vandenbulcke)
Laat mij vooraf zeggen, dat ik hoop een
echt gelovige mens te zijn - zelfs een christelijk gelovige. Een persoonlijke
God en Jezus van Nazareth zijn de twee centra van mijn gelovig zijn.
Ik ben een gelovige, maar ik ben ook een denkend mens. Van opleiding ben ik
zelfs filosoof.
Mijn hoofdleeropdracht aan het Centrum voor kerkelijke studies en het latere
Agora was zelfs 'Wijsgerige Godsleer' of zoals ik het graag uitdrukte:
'Wijsgerig spreken over God'.
Als ik erover nadenk, wat ik nu het meest ben: gelovige of denkend mens, heb ik de indruk dat ik op de eerste plaats denkend mens ben. Daarvan ben ik het zekerst.
Die zelfervaring is voor mij het duidelijkst. Dat betekent voor mij, dat ik bij al mijn denken en spreken probeer uit te gaan van mijn ervaring. Niet vanuit mijn aller-individueelste ervaring, waarover moeilijk te spreken valt, maar vanuit mijn ervaring, waarvan ik meen dat ik ze gemeenschappelijk heb met alle mensen.
Ook mijn geloof benader ik vanuit mijn ervaring. Het gaat mij in eerste instantie niet om het mij vertelde geloof met zijn verhalen, aansporingen en opwekkingen. Natuurlijk begon het ook bij mij met het geloof dat ik van mijn ouders en van de parochiepriesters meekreeg.
Maar achteraf ben ik gaan inzien, dat wat ik daar meekreeg, moest worden getoetst aan zijn ervaarbaarheid in mijn leven. Mijn vraag is dus niet zozeer: hoe werd God mij verteld, maar hoe laat Hij zich in mijn leven ervaren. Mijn vraag is dus niet zozeer: hoe werd Jezus verkondigd, maar hoe werd Jezus ervaren door de mensen die hem hebben gekend en hem op een bepaald moment zijn gevolgd.
Mijn thema wil ik opdelen in drie beschouwingen: Jezus en de exegese; Jezus en de theologie; Jezus en de spiritualiteit.
Jezus en de exegese
Over wie Jezus van Nazareth, de
joodse man van 2000 jaar geleden, was, weten we heel wat.
Voor mijn eerste beschouwing maak ik hoofdzakelijk gebruik van E.P. Sanders,
Jezus, mythe en werkelijkheid, Altiora, Averbode, 1996. De getallen in de
tekst verwijzen naar deze uitgave.
In de laatste 200 jaar zijn een hele serie levens van Jezus geschreven en de
beelden van Jezus waren zeer verschillend. Dat bracht velen ertoe, te denken dat
we eigenlijk niets met zekerheid weten over de historische mens Jezus. Maar dat
is een te snel besluit. Voor een figuur van 2000 jaar geleden hebben we
eigenlijk vrij veel wetenschappelijk betrouwbaar documentatiemateriaal.
Met de gewone methodes van het historisch onderzoek, die we ook toepassen voor
Napoleon of voor Churchill, kunnen we veel over Jezus te weten komen. We moeten
dan vooreerst proberen zoveel mogelijk van elkaar onafhankelijke bronnen over
Jezus met elkaar te confronteren.
Zo hebben we het geluk dat er in de geschriften van het Nieuwe Testament twee
van elkaar onafhankelijke groepen bestaan: de brieven van Paulus enerzijds en de
evangeliën en de andere brieven anderzijds. De brieven van Paulus waren
geschreven, vóórdat de evangeliën werden gepubliceerd. Van de andere kant
werden de brieven van Paulus eerst maar verzameld en gepubliceerd, nadat
de evangeliën waren geschreven en gepubliceerd.
Hieruit kunnen we besluiten dat Paulus de evangeliën nog niet kende en dat de
evangelisten de brieven van Paulus als geschreven teksten niet vóór zich hadden.
Dus kunnen we werken met twee onafhankelijke bronnen.
Paulus
Een van de vroegste getuigenissen over ons christelijk verrijzenisgeloof
komt uit de mond van Paulus. Volgens de Romeinse landvoogd Festus, beweerde
Paulus over een zekere Jezus die dood is, dat hij leeft (Handelingen 25,19). Dit
is een sobere uitspraak. Hij is gestorven, maar toch leeft hij. Paulus moet dat
hebben gezegd, een tiental jaren vóórdat onze evangeliën werden geschreven.
Waarschijnlijk is dat de eerste manier, waarop men over onze verrezen Heer heeft
gesproken: de Heer leeft! Hij leefde door God bij God.
En hij leeft daar als onze voorspreker.
Wie dat gelooft, lijkt mij een van de kernen van ons christelijk geloof vast te
houden.
De verrijzenisverhalen uit de evangeliën van tien of meer jaren later zetten
deze overtuiging van Paulus en de eerste christenen om in beeldrijke verhalen,
die de pakkende realiteitswaarde van de belijdenis: 'hij leeft', in het licht
wilden stellen.
Evangelies
Bovendien zitten in de geschriften
van het Nieuwe Testament - zoals in alle geschriften - bepaalde passages, die
meer zekerheid bieden dan andere. We moeten dan de zekere passages gebruiken als
controle voor de onzekerder passages. Zo kunnen we met methoden van de
literatuurwetenschap uitmaken dat de synoptici - Marcus, Matteüs en Lucas - veel
minder hun historische gegevens bewerkten dan de evangelist Johannes het deed
(96). In verband met de historische betrouwbaarheid van de verstrekte gegevens
moeten we dus in de regel aan de synoptici de voorrang geven op het evangelie
van Johannes.
Bovendien hebben we drie synoptische evangeliën, die de feiten
verschillend weergeven.
Uit de onderlinge vergelijking kunnen we dikwijls de harde historische kern
vastleggen. Een heel goede illustratie van deze methode en haar mogelijkheden
biedt Adelbert Denaux en Marc Vervenne, Synopsis van de eerste drie
evangeliën van, Leuven, Vlaamse Bijbelstichting; Turnhout, Brepols, 1986.
In verband met zekerder passages, die kunnen dienen als controle voor minder
zekere passages, kunnen we de synoptische verhalen over de bekoringen van Jezus
in de woestijn gebruiken.
Daar zegt Jezus dat hij aarzelt om een show op te voeren, waardoor hij zichzelf
kan bewijzen door tekenen. Daar blijkt ook zijn zelfopvatting. Hij was een
dienaar van God, die werkte binnen de context van de ideeën over God en Israël,
die het Oude Testament aanreikte.
Hij wijst dan ook niet naar zichzelf, maar naar God. Zo zegt hij niet: "Dat is
niet de manier waarop ik de dingen doe", maar "dat is niet volgens
Gods wil, die in de Schrift is geopenbaard".
Bij Matteüs en Lucas begint het antwoord van Jezus dan ook telkens met: Er staat
geschreven. Wat Jezus zegt zijn telkens citaten uit het Oude Testament.
Tegenover de sterk op zijn zelfbewustzijn gecentreerde uitspraken van Jezus in
het evangelie van Johannes, helpen deze synoptische uitspraken om de juiste
draagwijdte van de zogezegde uitspraken van Jezus uit Johannes te bepalen. Het
zijn vergevorderde interpretaties van Johannes vanuit zijn heel specifieke
theologie, die Jezus heel sterk naar God toetrekken.
In hun context
Het is ook belangrijk dat we zien
dat de evangelies vanuit twee contexten geschreven zijn: de context van Jezus'
historische levensloop en de context van de hele heilsgeschiedenis van het Oude
Testament. In de historische context werd Jezus geboren in Nazareth, in de
heilshistorische moest hij in Bethlehem geboren zijn.
We moeten ook goed zien dat de evangelisten kinderen van hun tijd waren, die
werkten met de methoden van de niet-christelijke joodse schrijvers van hun tijd.
Als ze niet veel historische gegevens hadden - zoals voor de geboorte van Jezus
- grepen ze terug op de verhalen van het Oude Testament. Ze stelden dan Jezus in
de heilshistorische context en vulden hun verhaal met omgewerkte verhalen en
verhaaltjes uit het Oude Testament.
Zo ging ook de joodse - niet-christelijke - historische schrijver Josephus te
werk, als hij niet veel historische gegevens had. Dergelijke werkwijze werd niet
als bedrog aangezien.
Het is ook belangrijk dat we er oog voor hebben, dat in de tijd van Jezus de
mirakels van Jezus niet werden gezien als bewijzen van zijn Messias-zijn. Jezus
deed wonderen, maar dat zei niets over een bovenmenselijke status. Men
kon wonderen doen en toch alleen maar mens zijn.
Hier vallen twee dingen op.
Van de ene kant beschrijven de verwachtingen van de komende Messias in de joodse
- niet-christelijke - literatuur van Jezus' tijd de Messias niet als een
mirakelman. Van de andere kant kan men mirakelen doen en toch niet doen denken
aan Messiasschap.
Jezus
Uit een nauwkeurige lezing van de
evangelies kunnen we ook opmaken, dat Jezus hoogstwaarschijnlijk zelf het
spoedig einde van de wereld verwachtte en dat deze verwachting niet komt van de
leerlingen. In de eerste decennia na Jezus' dood moesten de leerlingen van Jezus
deze verwachting verschillende keren herzien. Dat ze deze verwachting niet
gewoonweg lieten vallen, wijst erop dat ze dat niet durfden doen, omdat Jezus
zelf deze verwachting uitgesproken had. Was het een visie van henzelf geweest,
hadden ze deze lastige leer gemakkelijk kunnen laten vallen. Deze verwachting
van Jezus van een spoedig einde van de wereld toont, dat Jezus een
beoordelingsfout van de werkelijkheid maakte.
Maar het feit dat de eerste christenen deze fout van Jezus niet verdoezelden,
toont anderzijds dat het christendom deze vroege ontdekking vrij goed heeft
overleefd.
Uit de onderlinge vergelijking van passages uit het Nieuwe Testament kunnen we
ook een licht werpen op de vraag of Jezus zelf een strenge moraal hield of niet.
De meeste strenge uitspraken van Jezus staan in de bergrede van Matteüs - zoals
"alwie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk
met haar gepleegd".
Als we alleen Marcus en Lucas zouden kennen, krijgen we een heel ander beeld.
Jezus veroordeelt daar geen innerlijke toorn of lustgevoelens.
Aansporingen om algemeen menselijke gevoelens uit te schakelen lijken bij Marcus
en Lucas niet te behoren tot de karakteristieken van Jezus' prediking. Jezus is
bij hen geconcentreerd op de vraag hoe mensen elkaar behandelen en niet
op welke gedachten er in de harten van de mensen schuilen.
De eis naar morele perfectie komt waarschijnlijk van Matteüs.
Door de toepassing van deze historische en literair-kritische methodes krijgen
we een beeld van Jezus als van een heel menselijk gelovig man.
Jezus en de theologie
In onze eerste beschouwing hebben we
een heel menselijk beeld van Jezus leren kennen.
Wat heeft de theologie en het dogma daar nu van gemaakt? De twee markantste
uitspraken zijn: Jezus is de zoon van God, de mensgeworden tweede persoon van de
drie-eenheid (de theologie van Cyrillus van Alexandrieë) en Jezus is
tegelijkertijd én waarachtig God én waarachtig mens (de formule van het concilie
van Chalcedon).
In mijn houding tegenover de theologische en dogmatische uitspraken laat ik mij
leiden door drie principes.
1) Alles wat van boven komt, komt van beneden (Kuitert). D.w.z. alle spreken van
en over God komt van mensen. Noch de bijbel, noch de kerkelijke dogma's kunnen
onveranderlijkheid opeisen.
2) De historisch ervaarbare werkelijkheid moet het uitgangspunt zijn van alle spreken over Jezus. D.w.z. alles wat het Nieuwe Testament zegt is menselijke interpretatie van de historische Jezus en kan dit uitgangspunt niet fundamenteel tegenspreken.
3) Ook het religieuze en dogmatische spreken moet contradictievrij zijn.
Zoals in alle werkelijkheid is er in Jezus mysterie, maar ook in hem kan er geen contradictie zijn. Ook in hem kan het eindige niet oneindig worden en het oneindige niet eindig worden.
Het evangelie van Johannes: bron van dogmatische teksten
We moeten vooraf stellen dat deze
uitspraken niet louter uit de lucht zijn komen vallen. Ze sluiten dicht aan bij
het beeld van Jezus, dat in het Johannesevangelie domineert. Voor onze
beschouwingen over het Johannesevangelie maken we hoofdzakelijk gebruik van de
inleiding op Ch.K. Barrett, Das Evangelium nach Johannes in Meyers
Kommentar, 1990, p. 21-174.
Vooreerst moeten we erop wijzen dat het Johannesevangelie naar alle
waarschijnlijkheid niet van de hand van de apostel Johannes is, maar van iemand,
die tot de kring van de apostel Johannes in Efese behoorde en die blijkbaar
openstond voor populair platoonse en stoïsche ideeën.
De apostel Johannes zelf komt niet in aanmerking, omdat de taal en de denkwereld
te Grieks zijn voor een Arameeër. Bovendien is het moeilijk begrijpelijk, dat -
als het Johannesevangelie werkelijk rond het jaar honderd door de
beroemde apostel Johannes zou geschreven zijn - dit evangelie in de eerste helft
van de tweede eeuw (100-150) zo schoorvoetend opgenomen werd door de kerk.
Ligt dit niet aan het feit dat het niet van de apostel Johannes was, maar van
een toen onbekend figuur, en dat daarin bovendien een gevaarlijke ontwikkeling
aan het woord kwam?
Dit evangelie geeft een meer gevorderde theologische ontwikkeling, waarin
meditaties over de persoon en het werk van Jezus in de eerste persoon worden
gepresenteerd, alsof Jezus ze zelf heeft gezegd. Hoe ontstond deze verdere
theologische ontwikkeling?
Bij de synoptici gaat het vooral om het rijk Gods, dat door de komst en de
werking van Jezus werkelijkheid begon te worden. Jezus verkondigde het evangelie
van het rijk Gods.
Wat Johannes met veel grotere klaarheid dan wie anders van zijn voorgangers
beklemtoonde, was: Jezus is het evangelie, en het evangelie is
Jezus. De hoogste zegening van dit rijk Gods was - zoals reeds Paulus gezien had
- het leven in gemeenschap met Jezus de Christus: "Christus is mijn leven" (Filippenzen
1,21).
Dat betekent dat, als het evangelie aan de mensen aangeboden werd, Christus zelf
hen werd aangeboden en door hen aangenomen. Daarom werd het op de duur
onverdraaglijk dat de persoon van Christus onbepaald zou blijven.
Geen van de synoptische evangeliën biedt een ontwikkelde en systematische leer
over de persoon van Christus. Het evangelie van Johannes zal dit wel doen.
Dat is een natuurlijke ontwikkeling, maar toch een gevaarlijke ontwikkeling.
De verkondiging van het rijk Gods, waarom het Jezus zelf te doen was, werd voor
een wezenlijk deel vervangen door de verkondiging van Jezus' persoon. Door het
grote enthousiasme, dat Jezus opwekte en door de voorbeelden van
vergoddelijkingen van religieuze figuren in andere culturen en godsdiensten werd
de weg aangebaand naar een loslaten van de echte, volledige mensheid van Jezus.
Vanuit een populair platonisme, dat tot de cultuursfeer van de schrijver van het
Johannesevangelie behoorde, kwam deze schrijver tot een scherpe tegenstelling
tussen Jezus, die van boven kwam en zijn tegenstanders van deze wereld, die van
beneden zijn. Vanuit de Griekse Stoa, die eveneens tot de ideeënwereld van de
schrijver van het Johannesevangelie behoort, was aan deze schrijver ook een Zoon
van God bekend, die Zoon van God is op grond van een goddelijke vonk, die in hem
woont.
De dogmatische strijd rond Chalcedon
We zagen reeds dat het
Johannesevangelie in de eerste helft van de tweede eeuw maar schoorvoetend door
de kerk werd aangenomen. Een wetenschappelijk onderzochte verklaring van deze
weigerachtigheid ken ik niet. Ik vermoed echter dat in die tijd in de kerk nog
een sterk bewustzijn leefde van de volledige en ware menselijkheid van de Jezus,
met wie de leerlingen waren opgetrokken. 350 jaar later - rond het concilie van
Chalcedon - doet zich een gelijkaardige situatie voor: klemtoon op de echte
menselijkheid van Jezus tegenover beklemtoning van de goddelijkheid van Jezus.
Maar nu is die situatie langs beide kanten veel sterker geprononceerd. Bovendien
wordt de situatie gecompliceerd doordat ook de klemtoon van de Nestorianen op de
menselijkheid van Jezus wordt geformuleerd binnen de algemene theologische
overtuiging van die tijd van de goddelijkheid van Jezus. Dat zal logische
moeilijkheden meebrengen.
Zijn we de context van Chalcedon kwijt, dan zullen deze moeilijkheden
verdwijnen.
Voor mijn beschouwingen rond het concilie van Chalcedon maak ik gebruik van A.
Grillmeier en H. Bacht, Das Konzil von Chalkedon, Band I. Geschichte
und Gegenwart, Würzburg, Echter, 1951; en van Chalkedon. Geschichte und
Aktualität. Studien zur Rezeption der christologischen Formel von Chalkedon,
uitgegeven door J. van Oort en J. Roldanus, Leuven, Peeters, 1998.
In Cyrillus van Alexandrieë (vóór 400 - 444) leeft duidelijk de Johanneïsche
positie verder.
De kroontekst voor de christologie van Cyrillus is Johannes 1,14: "En het Woord
is vlees geworden". Cyrillus spreekt van Christus als van de éne mensgeworden
natuur van God het Woord. Hij gaat niet uit van de godmenselijke gestalte
Jezus Christus, maar van god het Woord. Abstract gezien waren er vóór de
incarnatie twee naturen (de goddelijke natuur en het menselijke lichaam). Maar
bij de conceptie werd de menselijke natuur onmiddellijk door de goddelijke
opgenomen. Na de incarnatie leeft Christus eigenlijk uit één
natuur: zijn mensgeworden goddelijke natuur. Na de incarnatie wordt het
onderscheid tussen de beide naturen als ’t ware uitgewist. Voor Cyrillus was
Maria dan ook zonder enige moeilijkheid de ‘Moeder van God’. Jezus zelf was God.
Maar hoe wordt hier de ware menselijkheid van Jezus gevrijwaard?
Hiertegenover stond Nestorius (na 381 - niet vóór 451). Om binnen de context van
de goddelijkheid van Jezus zijn menselijkheid onverkort te bewaren sprak hij van
twee personen in Christus: een volledig menselijke persoon en een goddelijke
persoon. Als Jezus geen menselijke persoon was kon hij geen echte mens zijn.
De meest in het oog springende uitspraak van Nestorius is, dat Maria niet god
heeft gebaard. Voor hem baarde Maria Christus.
Isjodad van Merv, een nestoriaanse exegeet uit de 9de eeuw, wijst
erop dat in Mt. 1,16 wordt gezegd dat uit Maria Jezus werd geboren, die Christus
wordt genoemd, en niet dat God uit haar werd geboren. Voor Nestorius is Christus
een mens, die men door zijn vereniging met God het Woord van God noemt. In
Christus onderscheidt hij – tegenover de éne natuur van Cyrillus – duidelijk
twee naturen. Ze zijn twee als men naar de naturen kijkt. Ze zijn één als
men de autoriteit beschouwt. De autoriteit van de naturen is één, omwille van
hun samenvoeging, d.w.z. omdat god de menselijke natuur als de zijne
aangenomen heeft.
Volgens de grote Nestoriaanse theoloog Babai (die stierf in 628) zijn er in
Christus twee natuurlijke personen en niet één goddelijke persoon en zijn
mensgeworden natuur zoals bij Cyrillus. Volgens Babai zijn de twee personen één
door de vereniging, die is geschied, niet in één natuur, maar vrijwillig en
persoonlijk door verknochtheid en inwoning, opdat God het Woord in de mens Jezus
zou worden geopenbaard.
En het spreken van Cyrillus van Alexandrieë én dat van Nestorius roepe grote
moeilijkheden op. Hoe kan één persoon twee naturen dragen zonder dat die naturen
in elkaar gaan vervloeien (Cyrillus)? Hoe kunnen twee personen met elk hun eigen
natuur werkelijk persoonlijke eenheid worden (Nestorius)?
Toch zou ik willen kiezen voor Nestorius, omdat hij de echte menselijkheid van
Jezus duidelijk bewaart tegen de grote autoriteit van Cyrillus in, die de
godheid van Jezus centraal plaatste. Tenslotte gaat het in de hele christologie
om een interpretatie van het ervaringsgegeven: Jezus van Nazareth, de
joodse man van 2000 jaar geleden.
En dan nog deze bedenking: zou de totale realiteit van Jezus niet kunnen bestaan
in een mystieke eenheid tussen de mens Jezus en zijn God, die dan beide
onderscheiden personen zijn en blijven? Mensen die heel veel van elkaar houden,
zijn ook heel sterk door elkaar tot eenheid getekend – dat is hun totale
persoonlijkheid – en blijven toch twee personen.
Wat de uitspraak van Chalcedon betreft, dat Jezus én waarachtig God én
waarachtig mens is, zou ik hier een bedenking van E.P. Sanders willen aanhalen:
"Het ligt boven mijn schamele mogelijkheden, als interpretator van dogmatische
theologie, uit te leggen, hoe het mogelijk is dat één persoon 100% menselijk en
100% goddelijk kan zijn, zonder dat beide door elkaar vloeien" (166-167). Dat
brengt een innerlijke contradictie voort: het oneindige kan niet tezelfdertijd
eindig zijn.
De moeilijkheden én van Cyrillus én van Nestorius komen voort uit de beginfout
van de ontdubbeling, die in de historische Jezus werd binnen gebracht door de
schrijver van het Johannesevangelie. Een mens kan immers maar een mens zijn,
hoezeer hij ook met God verbonden is. Een mens kan geen God worden zonder zijn
menszijn te verliezen.
Jezus en de spiritualiteit
De situatie zoals ze uit het
voorgaande naar voren komt dwingt ons te zoeken naar een nieuwe
verhouding tot Jezus en naar een nieuwe verering. Dat Jezus mens is zoals wij -
en dus geen God: God alleen is God - is voor mij de richtingswijzer. Het zal een
verhouding en verering in bescheidenheid moeten worden. Maar daarom kan
ze des te reëler worden.
Het klassieke grote dat we in het verleden aan Jezus hebben toegeschreven,
moeten we teruggeven aan God. Doen we dat niet, dan ontwrichten we de
fundamentele eindigheid van Jezus en kunnen we niet meer zeggen, dat hij mens is
zoals wij.
We hebben vroeger te veel vergeten dat echte menselijkheid fundamentele
eindigheid insluit. Daarbij komt dat we zo beter kunnen staande houden dat God -
en alleen God - de Schepper en de heerser in nederigheid over de wereld is.
Moeten we dan maar Jezus uit onze spiritualiteit buitensluiten? Helemaal niet.
Dat zou vooreerst niet passen bij de God, die wij belijden. Wij belijden hem
immers als een God van menslievendheid. Hij is de Geest, die mensen innerlijk
omvormt en oproept tot het goede.
Dat deed Hij op een uitmuntende wijze in onze mensenbroeder Jezus. Jezus uit
onze spiritualiteit buitensluiten, zou ook niet passen bij onze ervaring van de
mens Jezus van Nazareth.
Wij zijn allemaal mens, maar toch bekleedt ieder van ons een eigen trap in de
verwezenlijking van dat menszijn. Alle mensen zijn door God persoonlijk
aangesproken, maar sommige mensen hebben zich veel dieper voor die uitnodiging
geopend. Jezus is daarin heel ver gegaan.
Met Gods hulp werd hij als mens volledig door Gods aanwezigheid vervuld. Maar
hij bleef wel mens. Was hij iets anders geworden - een soort Godmens - dan zou
hij voor ons geen voorbeeld meer kunnen zijn van wat God met mensen zoals
wij kan teweeg brengen.
We zouden dan immers kunnen zeggen: Jezus kon zo onbaatzuchtig zijn, maar dat
was alleen omdat hij geen echte mens meer was. Geef ons ook het Jezusstatuut en
wij zullen ook onbaatzuchtig zijn. Maar zo is het niet. Het is als door God
gegrepen mens - en niets dan mens - dat Jezus onbaatzuchtig kon zijn. Ook wij
kunnen dus als door God aangegrepen mensen onbaatzuchtig zijn. Jezus wekt onze
verering op op grond van zijn diepe in God gedrenkte menselijkheid.
Sceptische vragen
Jezus ons voorbeeld. Hier komt dan
de eerste sceptische vraag: is hij maar dat?
We mogen echter niet te vlug oordelen. De traditie heeft vroeger gezegd dat
Jezus de geschiedenis leidde. Dat deed hij toen als God. Maar als een God de
geschiedenis leiden, kan hij niet meer. Trouwens, wat is de goddelijke leiding
van de geschiedenis? Ook dat is geen leiding met vlag en wimpel. Ook God blijkt
schaakmat te worden gezet: waar komt anders al het lijden vandaan, dat niet op
de zondigheid van de mens kan worden teruggeleid? In de lijn van zijn en onze
God brengt Jezus wel iets teweeg in onze geschiedenis. Het is onooglijk maar
reëel.
De kwetsbare mens van God, Jezus van Nazareth, brengt door zijn leer en het
voorbeeld van zijn leven, in de geschiedenis wel degelijk iets teweeg. Dat doet
hij vooreerst door de kerk, die zich op hem beroept: er gebeurt heel wat goeds
door de kerk. Maar dat doet hij ook meer dan eens tegen deze kerk in: waar zij
te veel een machtsinstituut wordt.
Jezus werd zuurdesem in de geschiedenis door zijn visie op God en op de mens.
In de geschiedenis van de godsdiensten is Jezus' visie op God als de vader, die
zijn zon laat opgaan over goeden en kwaden en die met de mensen meelijdt, een
bron van innerlijke kracht. Wat de mens betreft, stelde hij de zwakke en kleine
mens boven de sabbat. Hij leerde ons niet te vlug te oordelen en zeker niet te
veroordelen. Hij leerde ons geduld te hebben, om niet te vlug het onkruid tussen
de tarwe uit te wieden. Hij verlangt, dat we niet tot zeven maal toe, maar tot
zeventig maal zeven maal zouden vergeven. Hij kwam niet om te worden gediend,
maar om te dienen. Het geknakte riet wil hij niet breken en de smeulende vlaspit
niet doven. Jezus leerde dit alles niet alleen, maar beleefde het ook. Waar zo
iets geschiedt, wordt iets ten goede veranderd. Dat zijn dan geen slogans, maar
reële veranderingen. Dat is de reële grootheid van Jezus.
Nu nog een tweede sceptische vraag. Deden Mozes en David, Mohammed en Boeddha
niet gelijkaardige dingen? Ja, dat deden ze. Maar het moet nog telkens in
concreto worden uitgemaakt, hoe het goede, dat in alle godsdiensten verschijnt,
samengevoegd een sterker geheel kan worden.
We moeten ons bewust blijven dat er in het huis van God vele kamers zijn.
God is niet het eigendom van de christenen, trouwens van geen enkele godsdienst
of wereldbeschouwing.
En wat eigen is aan de andere godsdiensten, moeten we hen laten.
We mogen het niet zien als voorafschaduwingen of gevolgen van het christendom.
Dan blijven wij te veel het criterium.
Scherpen we als christenen dit bewustzijn aan, dan zullen we met een brede
glimlach kunnen opstappen naar het Vaderhuis naast de Hindoe en alle andere
Godsgelovigen en zeggen: "Wij hebben een volwaardige heilsweg; op ons pad kunnen
we op een authentieke manier de Transcendente ervaren en de aanwezigheid die
roept beantwoorden", zoals Winand Callewaert schreef in De wijzen gaven Het
vele namen, Leuven, 1998, p. 147. Dan wordt onze Jezusspiritualiteit een
spiritualiteit, die groot is door haar bescheidenheid.
VASTENBEZINNING SINT NORBERTUS ZURENBORG 2008.
Inleiding:
Woensdag 13 februari waren wij met
enkele parochianen en gelovigen van de federatie Berchem te Westmalle voor een
vastenbezinning met onze bisschop Paul Van den Berghe in 'Ter Dennen'. De twee
uiteenzettingen handelden over vasten en offer.
Toen ik het eerste onderwerp hoorde aankondigen, dacht ik dadelijk aan de
parabel van de eigenaar van de wijngaard, die vruchteloos vijgen zocht aan zijn
boom en de wijngaardenier opdracht gaf die vijgenboom maar om te hakken en aan
de wijngaardenier, die met een groot hart voor zijn planten pleitte om de
vijgenboom nog een jaartje te laten staan en er nog wat meer mest en zorgen aan
te besteden (Lucas 13, 6-9).
Ik vond de vastenpraktijk van onze Westerse kerk meteen de vijgenboom zonder
vruchten, onze bisschop leek mij de lieve wijngaardenier met een link naar Jezus
en de eigenaar van de wijngaard: daar ben ik nog niet uit of het God of de
Westerse maatschappij kon zijn!
Ik heb mezelf op sleeptouw laten nemen door de bisschop en ben mee gaan denken
over de vasten na de recollectie!
Er zijn veel taaie invloeden van oeroude denkbeelden op onze religiositeit en op onze geestelijke oefening van de vasten. Voor de actuele grote godsdiensten er kwamen, waren er al toonaangevende krachtlijnen, die de mensheid ontwikkeld had om haar leven in de kosmos te verstaan!
Er is zeker een stroming die de
onzichtbare wereld hoger quoteert dan de zichtbare wereld.
We vinden dat o.a. bij de Grieken, in Babylon, in Egypte...
Die stroming leert ons versterving, begeerteloos leven, het aardse op zijn
plaats houden en ook: in de wereld en niet van de wereld zijn...
Het vasten steunt je om jezelf niet te laten opgaan in de wereld.
Een tweede stroming als houvast voor
een zinvol leven is wel het ervaren van het leven als een doorlopend
recycleren, als een opeenvolging van cycli en herboren worden.
Het is als met de seizoenen, de dag en de, nacht, met generatievorming ... We
vinden dat terug in reïncarnatie, in mysteriespelen, in orakels, in de liturgie,
in de bedevaarten van de godenbeelden op de Nijl, in vruchtbaarheidsrituelen,
enz.
De vasten kan iets te maken hebben met het vroegere wachten op het opheffen van
het voedseltaboe, vooraleer de nieuwe oogst binnengehaald werd om ervan
te eten en voorraad op te slaan in een tijd zonder pekel, weckpotten en
diepvriezers.
Er was een overdaad aan eten als de voorraden pas werden aangelegd en als deze
dreigden te bederven (carnaval). Er is een periode van schaamte en soberheid om
het nieuwe voedsel te nemen en te verdelen (denk aan de rantsoenen in oorlog en
hongersnood en b.v. aan 'Het Achterhuis van Anne Frank'). Zelfs in ons lichaam
zouden indicatoren zijn dat wij bij het aanbreken van de lente voor onze
gezondheid soberder zouden moeten leven....
Onze vasten kan in deze cycli op verhaal komen met de noodzaak van onze dood en
de hoop op opstanding, van onze ondergang en bekering, ook door ons te bedwingen
en soberheid na te streven om vrijer te leven en te denken...
Een derde denkpiste van de mensheid
is de opvatting van het leven van mens en wereld als een geschiedenis met een
vaag begin en een nog flou einde!
Al zegt men wel eens: 'l'Histoire se répète!', er
is toch een groot verschil tussen de wetmatigheid van de herhaling van de cycli
en de opvatting van de schakels van eenmalige historische gegevens die met
mekaar verbonden zijn.
Wij christenen zien Jezus Christus als de alfa van het prille begin, de nieuwe
Adam en de omega van de voltooiing van de heilsgeschiedenis van de schepping en
de mensheid.
Vooruitgaan in de heilsgeschiedenis vooronderstelt een positieve kracht, God,
liefdevolle schepping en men leert die kennen door tekenen, mythen, profeten, de
Mensenzoon en de medemensen.
De evolutieleer gaf aan die positieve opvatting van de geschiedenis een
onverwachte steun: in de evolutie wordt alles complexer en mag men er meer van
verwachten. Teilhard de Chardin legde de brug tussen de evolutieleer en de
heilsgeschiedenis door te spreken van de groei van bewustzijn (la céphalisation),
toename van gemeenschapsopbouw (la socialisation) en kansen tot toename van
liefde en verbondenheid (l'amorisation). Vooruitgaan in de heilsgeschiedenis
betekent ook het verlost worden van de te grote druk van de lichamelijkheid en
de stoffelijkheid op de geest. De vasten kan de weg van de geest openhouden.
(voor dit eerste deel legde ik ook mijn oor te luisteren bij Mircea Eliade: 'Le Mythe de l'éternel retour.' Gallimard Parijs 1949)
Voor de typisch christelijke vasten
wil ik graag teruggrijpen naar de Bijbel.
Het boek Jona is fantastisch lichtgevend voor onze
vasten. (O.T.)
In het boek Jona in het Oude Testament lezen wij duidelijk dat mensen die
afglijden in een liederlijk leven zoals de Ninivieten in de ogen van Gods
gezonde boeren profeet Joan geen genade vinden, maar dat zij mits bekering toch
op Gods verzoening kunnen rekenen.
God maakt korte metten met Jonas en zijn woord moest een kans krijgen te Ninive!
De Ninivieten op hun beurt maakten korte metten met hun morele decadentie en
gingen samen met hun dieren vasten als teken van spijt en rouw, van berouw en
bekering en Gods verzoening kwam. Gods therapie was de profetische aanspraak en
de kans geven tot bekering, Jonas gaf die mensen op en geloofde enkel in een
straf die schoonschip zou maken met die zondaars!
Onze vasten wordt kinderachtig, als wij
onszelf al goed genoeg vinden en glimmen van eigenwaan, als onze vasten een
vermageringskuur van veertig dagen wordt of een machobedoening om anderen te
imponeren, als wij jaloers zijn op de moslims en een machtsreveil van het
christendom zouden nastreven met een nieuwe aanpak van de vasten, als anderen
thuis en op het werk voor onze vasten moeten opdraaien en onze humeurigheid
moeten ondergaan...
In onze vasten moet het eten ,fuiven en druk doen in feite ons minder afgaan,
omdat we ons herinneren dat wij kwetsbaar en van stof zijn en tot stof zullen
wederkeren, omdat wij tegenover God zo hopeloos in het krijt staan met onze
roeping en wij van Hem als Adam een schort van vijgenbladeren verwachten om
opnieuw operationeel te worden voor Hem in de schepping en in de
geloofsgemeenschap: onze vasten is de rouw om het laag pitje, waarop ons geloof
staat.
De verhalen van Jezus' vasten in de
woestijn voor de aanvang van zijn openbaar leven zijn een duidelijke oproep om
te vasten als Kerk en als gedoopte en geeft de inhoud aan van de motivatie van
de vasten (Matteüs 4, 1-11; Marcus 1, 12-13; Lucas 4, 1-13).
De verhalen van de vasten van Jezus in de woestijn
laten Jezus vasten verstaan als de inspanning om Gods Wil te volbrengen als de
nieuwe Adam en als het nieuwe volk van God: Jezus valt niet voor de bekering van
hebzucht, eerzucht en heerszucht.
Marcus is heel kort met de vermelding van het vasten van Jezus en geeft zo aan
Jezus' vasten een historischer karakter. De invulling van Matteüs en Lucas
veronderstellen geen verborgen camera, maar een beeldvorming over wat het in de
vasten van Jezus gegaan is!
Onze vasten moet ook een keuze zijn om Jezus na te volgen en om onze hebzucht,
eerzucht en heerszucht te beteugelen en de weg te vinden naar goddelijk leven
tussen menswording en overleven enerzijds en zelfgave en opname in Gods leven
anderzijds.
In het evangelie van Johannes vinden
we geen vasten van Jezus in de woestijn bij de aanvang van zijn openbaar leven,
maar wel het verhaal van de bruiloft te Kana. (Johannes 2, 1-10)
De vasten van de christenen kan eruit leren dat
God en Jezus Christus hun uur hebben, dat gelovig smeken op wreveligheid
onthaald kan worden, maar ook dat Gods uur kan vervroegen en dat gelovigen een
gave van hogere kwaliteit krijgen dan zij verwachtten .
In onze vasten kunnen wij ook de voorrang geven aan Gods heilsplan en dankbaar
genieten van de meerwaarde van zijn gave, het echte christelijke leven en
beseffen dat wij dat nooit zouden meemaken als we ons leven op automatische
piloot van het maatschappijverkeer hadden gezet en vlot oppervlakkig door het
leven waren blijven zoeven!
We halen ook heel graag de discussie
van de leerlingen van Jezus met deze van Johannes de Doper aan, waarin getwist
wordt over het al of niet vasten. Jezus' antwoord is van primordiaal belang:
'Als de bruidegom weggenomen zal zijn, zullen zij ook vasten!'
(Matteüs 9, 14-17, Marcus 2, 18-22 en Lucas 5, 33-39).
Vasten om te vasten is uit den boze, vasten om de
aandacht te trekken en de gemeenschap een zuur gezicht te laten trekken is ook
uit den boze (Matteüs 6, 14-18).
Het gaat over de bruiloft van God met de gelovigen, met het godsvolk met de
volgelingen van Jezus : dat huwelijk mag nooit verloren gaan en als de
aanwezigheid van de bruidegom uit het oog en uit het hart dreigt te verdwijnen,
moeten wij met God zitstonde houden, vasten en meer aandacht geven aan onze
relatie!
Nu nog de vastenacties!
Onze vasten is niet vervangen door Broederlijk Delen
langs de omhalingen in de kerk en de overschrijvingen en zeker niet op de
kleine schaal, waarin wij dat doen!
Met het lagere consumptiepeil van een echte vasten kunnen wij beter veel
goed doen dan voor onszelf besparingen realiseren! Er is echter nog zoveel meer
te doen in dat gevecht met die hebzucht, eerzucht en heerszucht dan wat geld te
geven aan Broederlijk Delen.
De gaven lijken wel dikwijls op de penninkjes van de arme weduwe, maar je zou er
van versteld staan, hoe rijk de mensen zijn, die in de kerk een rood kopertje
symbolisch genoeg vinden! Het is ook zeker waar, dat wij, als we in de familie
of in onze kring iemand echt gaan helpen, dat we dan veel meer kwijt zijn dan
vijftig, honderd en duizend Euro en dat dan een schaal van Broederlijk Delen van
minimum 200 Euro en maximum 1.000 Euro een bleke indruk maakt.
Mensen die zich niet bemind voelen,
moeten als surrogaat heel veel uitgeven voor zichzelf en zichzelf vertroetelen.
Kinderen van ouders zonder tijd voor hun kinderen
verstikken in het speelgoed!
Gelovigen zijn echter nooit zonder liefde want God blijft op post en we kunnen
onszelf forceren om naar medemensen te blijven gaan. Je doet dit nooit zonder
inspanning en o.a. kan gebed de lijn van de liefde open houden!
We kunnen in de vasten erop letten dat God in ons leven groter wordt en wij
nederiger, beseffen dat wij wel eens van het goede genoeg en teveel kunnen
hebben en anderen veel te weinig.
Broederlijk Delen is een
gemeenschappelijk initiatief van de Kerk om onszelf ervan te vergewissen dat het
menens is met onze vasten en ons toegewijdaan God en medemensen willen leven: we
laten ons op onze woorden pakken door de buitenwereld!
De vasten doet ons opstaan uit godsdienstige
lamlendigheid en wil ons overhalen om de roeping van tsaddik (gerechtige
in de ogen van God) te volgen.
De tsaddik staat veel verder dan de rechtvaardige, die zijn rechten en plichten
in harmonie kan houden met zijn maatschappij en medemensen.
De tsaddik is gerechtig in de ogen van God en Gods keuze van zijn tsaddikken is
ons onbekend, over onze rechtvaardigheid beslist wel onze socio-culturele en
religieuze context.
Een Joods verhaal:
God zou de wereld nooit laten vergaan als er in
zijn ogen nog 36 tsaddikken overblijven onder de mensen (3 = het getal van God
en 12 = het aantal stammen van Israël): 3 x12 = 36!
Vasten kan ook politiek iets
losweken: de waarde van een eis kan versterkt worden door vasten en
hongerstaking.
Onze vasten mag gerust de massa een geweten
schoppen. Hongerstaking is echter zeker niet het gepaste wapen voor het behoud
van een serie bomen of een nostalgisch gebouw en mag als paardenmiddel voor de
heiligste zaken niet gebannaliseerd worden! Ook is het noodzakelijk geen
chantage te plegen en de vrijheid van hen, die het vasten en de hongerstaking
zien en moeten interpreteren, te eerbiedigen.
Dat dit ver kan gaan leerde Bobby Sands en zijn gezellen in Ierland, toen ze met
verscheidene gevangenen met hongerstaking het statuut van politieke gevangenen
opeisten en doorgingen tot de dood. Massada blijft voor de joden een
dubbelzinnigheid in het kiezen voor God door het kiezen van een gezamenlijke
dood.
Broederlijk Delen zou meer kunnen betekenen dan holle propaganda, als één
miljard katholieken daadwerkelijk een teken van solidariteit zouden stellen, zou
er niet getwijfeld worden aan het leven van Jezus en zou men ons gerust rond de
oren mogen slaan met ons verminderd kerkbezoek: het zou zo zeer niet meer doen!
Zelfs een voedseltaboe (b.v. vlees) van één miljard mensen wereldwijd gedurende
veertig dagen per jaar zou het voedseltekort van de armsten kunnen verminderen!
J.M. WILLEM
Terug naar het begin van de pagina.
Religie met prik...
(tussendoortjes
voor de appelflauwte van het geloofsleven.)
Zelfs gewapend met het evangelie heeft ook de christen de wijsheid van Gods menswording niet in pacht: wel kreeg hij energie om anders te gaan leven dan mondain!
Wie beter zou kunnen bidden als het nog eens oorlog wou worden, laat het best zo en zette zich in voor een betere wereld totdat hij het doorheeft dat je er niet alleen mag voorstaan!
Vertel niet teveel over uw God of goden, men zal ze wel ontdekken, als men u bezig ziet!
Onze opvoeding was nogal discreet in het meegeven van Gods beeld! Soms komt Gods leven toch aan het licht in mensen en een tijdsgeest, waarvan men dat niet had verwacht!
Religieuze mensen verstaan mekaar, ook al leerden zij hun levenskunst aan zoveel verschillende academies!
Heil en heiligheid willen ontdekken in levenden en doden, dat is geloven in het beeld van God en elke vergissing die aan het licht komt is een afgod minder!
Gebeden zijn als woorden die we slechts blijven spreken uit vrees dat de andere al weg zou willen: wie God beter kent, weet dat hij gerust een poos mag zwijgen!
Wie in het gebed te sterk zichzelf wil horen, zal zijn ontvangst van God en zijn Korps ernstig verstoren!
Wees niet bang voor het 'niets' voor zover dat iets is dat je nog niet kent!
Voor Gods liefde is al veel menselijk niets zo echt iets voor Hem geworden!
Soms moet je langs de wolken om van de oceaan terug bij de bron te raken!
Gods liefde voor de mens en het menszijn heeft de dood erbij genomen en gaat nooit dood!
Stilte wordt pas akelig als zij ophoudt veelzeggend te zijn!
Weer tijd maken voor God en medemens is je verloren tijd recycleren!
Als je hart het opgeeft te geloven, kom je dat met je verstand nooit te boven!
Er is geen 'Dieu à la carte', maar in godsdienstvrijheid kan God echt in de smaak vallen!
Mensen met veel vuur missen spijtig genoeg dikwijls het heilig vuur!
Wie zijn best doet, ontdekt dat God een plan heeft en dat Hij nooit opdraait voor onze ijdele plannen!
Wie uit rationalistisch fatsoen niet meer durft hunkeren naar onbegrensd geluk, zou wel eens kunnen doodgaan aan claustrofobie!
Vasten is een paardenmiddel tegen het opgeblazen gevoel van je lijf en ziel! Als hij na twee weken niet werkt: geld terug!
Godsdiensten leggen de puzzel van het volle mens zijn en mogen God zeker niet in stukjes willen doen!
De wetenschap gaat erop vooruit: aanvankelijk waren wij wetenschappelijk maar
een hoger ontwikkeld zoogdier en nu zijn we al uiterst fijne robotten!
Het
blijft echter nog steeds taboe de mens weer beeld van God te laten zijn: de mens
zou eens te edel kunnen worden!
Geloofsopvoeding mag niet op smetvrees gaan lijken: het kleine mostaardzaadje heeft nood aan humus en is bang van stofzuigers en droogkuis!
Wie door de drukke conversatie God en de niet herkende Mens voorbij liet gaan, zal de nacht ingaan zonder zijn diepste roerselen te verstaan!
De smaak van God gaat verloren door een te lege of een te overladen maag: Broederlijk Delen doet wonderen!
Enkel naar de kerk gaan is niet alles en humanisme zonder God is niet niets!
Als de godsdiensten en de 'Verlichting' maar halve waarheden verkondigen, dan maakt het niet uit in welk kamp men geboren werd: 'L'Homme, qui pense souffre!' en 'Wie zijn kruis niet opneemt, kan mijn leerling niet zijn!'
Het is met de kerkelijke instellingen als met een kunstgebit: ze zitten zelden perfect, maar zonder is het geen gezicht!
Voor het realiseren van het goede heb je nooit meer volk dan mensen nodig, maar supporters: dat helpt!
Kerk zijn is zich samen vergissen in dag en uur, waarop Jezus komt, maar leven van de hoop dat Hij zeker niet weg zal blijven!
Je kan parochiewerk uitgeven aan gewijden en of toegewijden, maar de Kerk zal maar zichzelf blijven met genoeg toegewijde gewijden!
Priesters en kloosterlingen zijn zelden wonderkinderen, maar God doet er toch veel wonderen mee!
Jezus' woorden, losgeweekt van zijn daden, zijn licht ontvlambaar en zo weer gedoofd!
Blijf maar aangesloten op de noodcentrale van je kleine geloofsgemeenschap, want je zou wel eens zonder stroom kunnen vallen!
Wie zijn armoede kent, is rijker dan hij denkt!
Als je er nog nooit de pest in had dat het leven maar is, wat het is, kan je moeilijk opstaan met paasgeloof en geeft elk halleluja je een kater!
Ja, de zondagen worden niet meegeteld voor de veertigdagentijd, maar hou de stimulans voor Pasen en de vasten maar in leven vanuit uw bed met een hoofd, waarrond de rook nog niet is verdwenen!
Sacramenten zijn voor de hemel als de witte steentjes van Klein Duimpje: de weg naar huis terugvinden is een kwestie van ze bij te hebben, ze te deponeren en ze terug te vinden!
Als onze eerste communicanten echt kind moge zijn in onze kerk, zal de eerste communie niet de laatste zijn en toch kan de laatste de mooiste zijn!
Liturgie ( leitourgia in het Grieks) zou wel eens het levensspel kunnen worden, waar het christelijk humanisme weer mee op gang kan komen!
Het is zonde dat fanatieke mensen enkel nog de fouten zien die voor hen een ver-van-hun-bed-show zijn!
De heiligheid is veel te onzichtbaar om er tekeningetjes van te maken, maar je merkt dadelijk als zij er niet meer is!
Je moet de capaciteit van je medegelovigen niet overschatten: misschien zijn ze toch te weinig talrijk en geëngageerd om jouw kerk open te houden totdat jij er met je gezin nog eens in wil!
Een goede nar of clown heeft het leven door.
Jezus moet ook een goede
entertainer geweest zijn: zoals Hij het volle leven doorhad en iedereen vond dat
Hij het leven te sterk en te goddelijk had uitvergroot!
Geen mensen vinden om mee om te gaan is de luxe van een overbevolkte aarde: als schipbreukelingen op een verre planeet zullen we minder kieskeurig worden!
Op T.V., radio en in de pers is alle geweld gewoon 'reality', maar o wee, als ze onze brieventas eens pikken!
Als je mededogen begint te voelen voor hen die jou helemaal niet liggen, ga je op de duur nog leren leven met de prikkels in je eigen vlees!
Velen willen om geen geld de christelijke waarden kwijt, maar als deze niet op de juiste wijze bewaard en eigentijds ontwikkeld worden, gaan ze voos smaken en worden ze onverteerbaar!
Er worden zelden levens gered door mensen die juist hun plicht doen en soms is uw best doen nog net niet genoeg!
Wees niet te krenterig als het over de naastenliefde gaat, wees eerder wat kieskeuriger als je vlinders in je buik voelt!
'Bemin je naaste als jezelf!': het wordt pas echt een probleem als je jezelf niet meer gaarne ziet!
Sterven zou zo iets moeten kunnen worden als helemaal niets meer te begeren hebben, opdat God nog eens helemaal opnieuw zou kunnen beginnen!
Een leven lang lijkt ballast onmisbare bagage en hopelijk laten we ze tijdig genoeg los om niet verongelijkt dood te gaan!
Er is zoveel meer om onder mensen te bespreken dan het weerbericht en toch helpt het kouten over het weer om de anderen te laten voelen dat ze jou niet koud laten!
Zet de bloemetjes ook eens buiten als anderen dat nodig hebben!
In een wereld van bevrediging wordt innerlijke vrede een onbetaalbare delicatesse!
De mens is het zoogdier dat zich traag ontwikkelt... hou je vast als hij overhaast te werk gaat!
Verslaving is de obsessie van het geluk dat verder van huis is dan ooit!
Liever echt slecht dan onecht? Vergeet dit vooral niet als je nog eens nood krijgt aan iemand, die zichzelf moet overtreffen!
De showbizz is de mond-op-mondbeademing voor de drenkelingen van de verveling en luiheid is het oorkussen van de duivel, toch?
Spijtig genoeg wordt het leven van onze naasten dikwijls pas interessant, als zij voorgoed weg zijn!
In de Bijbel werd het uiteengroeien van man en vrouw pas een feit na de zondeval: daarvoor was de symbiose van man en vrouw een geschenk van God om gelukkig te worden!
Als de wereld door je straat stroomt, moet je echt niet lang vliegen om wereldburger te worden!
Het is immoreel omwille van de moraal mensen dood en zelfs monddood te maken!
Het is zoveel gemakkelijker de essentie van de mens te vinden in God, die wij nooit zagen, dan deze van God in de mens, die wij elke dag zien!
Waarom kan de massa nu zo vlot leven
zonder God?
God heeft zich goed geïntegreerd en vraagt dat de mensen Hem echt of helemaal
niet zouden missen!
Geloof zou geen mooi verpakt geschenk mogen zijn dat wij uiterst geschikt vinden om ongeopend door te geven!
God liet toe dat mensen met een hoog IQ zo ontzettend moeilijk over hem gingen doen: daarom neemt Hij het geen mens kwalijk dat hij of zij vrijzinnig werd!
Transcendentie is pas echt, als het hemelse het aardse meerwaarde geeft en zij heeft niets van doen met hoge woorden, dichterlijke overdrijving en megalomanie!
Leven is even uit de eeuwigheid glippen en een ommetje maken in de tijd om zichzelf te vinden en terug te keren!
Voor gelovigen zou godsdienstvrijheid kunnen betekenen dat God vrij is om langs verschillende wegen de mensen dichter bij zijn mysterie te brengen!
Voor christenen zou godsdienstvrijheid kunnen betekenen dat hun leven op verhaal kwam met het evangelie van Jezus en dat voor hen zijn levensduiding de vergelijking met alle andere best kon doorstaan!
Voor atheïsten zou godsdienstvrijheid kunnen betekenen dat geen mens verplicht mag worden mee te dromen of zijn dromen op te geven en iedereen het recht moet krijgen op eigen wijze de veerkracht van zijn leven te ondersteunen!
Voor de massamens zouden de vele godsdiensten en filosofieën de mogelijkheid kunnen openhouden voor het feit dat de mens voor meer zou kunnen leven dan alleen maar voor brood en spelen!
Ik droom van een vrijzinnigheid die op de schoot van de godsdiensten geleerd werd en die de godsdiensten behoedt voor vanzelfsprekendheid!
Gelovigen voelen Gods genade om zich niet in het nauw te laten drijven door hen die hen hen trachten te demoniseren of heilig verklaren!
Als jij in jezelf en je leefwereld vastzit, ga je vanzelf vloeken en bidden: je ziel heeft nu eenmaal meer ruimte nodig dan je lijf!
Het leven van de Kerk is gelukkig toch meer dan wij ervan zien, maar als we er te weinig van zien,wordt het uiterst moeilijk te geloven in wat wij nu nog niet kunnen zien!
Ik betwijfel of het een goed idee was de Dag des Heren te herleiden tot het bijwonen van de mis en mensen met het idee doodzonde op te zadelen als zij niet kwamen opdagen: God weet toch wie er van Hem en zijn Kerk houdt of vervreemdt!
In feite moet iedere parochie zich afvragen of de minder gewone vrienden van Jezus ook welkom zijn en zich goed voelen onder de toren!
Toch wordt het stilaan tijd dat onze geprivatiseerde christelijkheid weer haar Kerk ontdekt!
Last van depressieve buien? Herstel het leefklimaat!
Het leven is een geschenk dat nooit vanzelfsprekend, verworven recht of doodgewoon en banaal mag worden: te velen moeten het missen of te vroeg loslaten!
Wat een samenleving, waarin de wijzen het ideaal huldigen ongemoeid gelaten te worden en waarin de meest dwaze wereldveroveraars ongebreideld over de media beschikken en mogen scoren!
Sacramenten zijn geen hemelse medicamenten voor aardse kwalen, maar tekenen van geloof dat de wereld schepping blijft en Gods Geest steeds aan het werk is!
Het is niet zo mis samen wat minder
ongelukkig te zijn,
als wij maar blijven geloven dat het geluk toch nog wat anders is!
Ja, we moeten goed zijn voor mekaar,
maar niet zo goed dat wij op niets meer trekken!
Liefde is voor de christen veel meer dan de hartstocht, waarin hij zich helemaal kan uitleven, liefde is vooral leven overhouden om te delen als het nodig wordt!
Als jij steeds onder hoogspanning staat, mag jij van anderen niet verlangen dat zij graag met jou in aanraking zouden komen: zoek toch eerst een goede aarding in geduldige goedaardigheid! (gedeeltelijk overgenomen van 'Muurkranten)
Fout bekennen doet aanvankelijk pijn, maar ten onder gaan is nog veel erger: het is meestal een onafwendbare operatie zonder verdoving!
De vrijwillige versobering, geleerd op de schoot van de grote godsdiensten, is een bedreiging voor een onverzadigbare economie en de redding van onze blauwe planeet!
De goede werken zullen nooit helemaal vervangen worden door sociale rechten en ze houden de gemeenschap alert voor de armoede en eenzaamheid als spijtige accidenten van onze maatschappij met haar christelijke wortels!
Als armoede en rijkdom evident dreigen te worden, moet je ervoor zorgen dat jij geen van beide gaat ervaren als een 'must'!
We zouden meer gestoord moeten zijn, als rijken de arme uithangen, dan als armen ook eens bij gelegenheid hun nek willen uitsteken en zich even rijk willen voelen!
Er is zoveel plaatselijk oorlogsgeweld
dat het resultaat van slachtoffers en wapenhandel gaat lijken op dat van een
gefragmenteerde W.O. III.
Is er dan helemaal geen geld te verdienen met investeringen in duurzame vrede?
Het is wijs te blijven bidden, opdat mensenkinderen minder met vuur zouden spelen, maar er tevens voor te zorgen dat de lucifers buiten hun bereik worden gehouden!
Vrede is als de harmonie van klanken, waarvoor niet alleen de muziek goed en geïnspireerd moet zijn, maar ook de instrumenten gestemd!
J.M. Willem
Terug naar het begin van de pagina.