| Uit het verleden | |
| van de Sint-Norbertusparochie. |
In de tweede helft van de 19de eeuw waren er op
Zurenborg enkel de Provincie-, Rolwagen-, Brouwerij- (thans
Kruikstraat), Magdalenastraat- en Van Ruusbroecstraten als
wegenis aangelegd. Over de rest van het gebied strekten zich
weilanden, akkers en boomgaarden uit en stonden er enige
verspreide boerderijen, waarvan de laatste omtrent 1890 verdwenen.
Nabij een van die pachthoeven bevond zich tot in 1887 een 16de
eeuwse "Hof van Plaisantie" of "Lusthof"
voorzien van torentjes; dit voornaam uitziend buitenverblijf was
in de loop der tijden bewoond geweest door verrijkte stedelingen,
die in navolging van adellijke lieden, in een soort burcht,
borcht of borg wensten te verblijven om er zich "Heer"
van te noemen.
Vandaar dan ook dat "Suerenborch" vele jaren een "Heerlijkheid"
is geweest.
Hieraan herinnert trouwens de huisbenaming "Heerlyckheit van
Suerenborgt", samen met de wapenschilden van vroegere
Zurenborgse geslachten, aan gebracht op de voorgevel van de
woning aan de Cogels-Osylei nr 24.
De betekenis van het woordje "zuur"
in de samengestelde plaatsnaam "Zurenborg" zou kunnen
betrekking hebben met de gesteldheid van een bodem met moeilijke
waterafvoer, zodat de grond er drassig en zuur (suer) werd en de
er bestaande landerijen weldra "suerbeemden" gingen
heten.
Anderzijds kan het toponiem "Suerenborch" afkomstig
zijn van een geslachtsnaam : in de 14de eeuw verbleef te
Antwerpen een welingezeten familie "van Suers" die een
hoeve op het naar haar genoemde "Suerenborch" zou
bewoond hebben.
Een in 1881 gestichte immobiliënvennootschap, bestaande uit onder meer vertegenwoordigers van de adellijke families Cogels en Osy, zou zich ten doel stellen het toenmalige landelijke Zurenborg om te vormen tot een voorname stedelijke woonbuurt, waarbij het op Antwerps grondgebied gelegen gedeelte eerst aan de beurt kwam.
Reeds na voltooiing van de eerste woningen werd aan de Dageraadplaats, ter hoogte van het huidig pand nr. 4, waar nu "De Nieuwe Zurenborger" is, op 24 juli 1883, een kapel geopend waarvan E.H. Van Aerden, komende uit de Sint-Antoniusparochie aan de Paardenmarkt te Antwerpen, de bediening kreeg toegewezen.
Als vurig vereerder van O.L. Vrouw van
Altijddurende Bijstand, plaatste E.H. Van Aerden een door hemzelf
uit Rome meegebrachte O.L. Vrouw-icoon in de Zurenborgse kapel,
die hij uiteraard toewijdde aan O.L. Vrouw van Altijddurende
Bijstand.
Tevens beijverde E.H. Van Aerden zich om die bijzondere
Mariaverering onder de plaatselijke bevolking te verbreiden, wat
leidde tot de plechtige instelling op 6 januari 1884 van een
Broederschap van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, die bij
pauselijke bulle van Leo XIII met talrijke geestelijke
voorrechten werd begunstigd. Sindsdien wordt op de eerste
zaterdag van elke maand en jaarlijks na de eerste zondag van de
vasten met een driedaagse plechtigheid de herinnering aan het
ontstaan der Broederschap van Altijddurende Bijstand bestendigd.
Met de verdere ontsluiting van de Zurenborgwijk groeide onder de bevolking het verlangen om een echt zelfstandige parochiegemeenschap te worden, gans onafhankelijk van de aangrenzende parochiekerken. Een verzoek ter zaken werd aan de bevoegde instanties gericht en een Koninklijk Besluit d.d. 11 februari 1886 verhief de voorlopige kapel van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand tot een succursale parochiekerk met de voormalige rector E.H. Van Aerden als eerste herder.
Bij de aanduiding van de parochiepatroon liet het aartsbisdom echter zijn voorkeur blijken voor de Heilige Norbertus en dit om redenen van historische aard. Immers sinds de verdwijning in 1797 van de reeds in 1124 gestichte Premonstratenzer Sint-Michielsabdij (eertijds gevestigd op de rechter Scheldeoever te Antwerpen tussen de huidige Kloosterstraat en de Sint-Michielskaai nabij de Sint-Jansvliet) was de gedachtenis aan de 12de eeuwse stichter van de Witherenorde teloor gegaan. Daar reeds talrijke parochiekerken uit het Antwerpse de namen droegen van andere geloofsijveraars als Amandus, Eligius, Lambertus en Willibrordus, die in de 8ste eeuw nauw betrokken waren bij de kerstening van onze gewesten, bleek het dus maar billijk de jonge Zurenborgse parochie onder de hoede te stellen van de Heilige Norbertus.
Een "Vriendenkring" van parochianen bevorderde het ontstaan en de groei van instellingen en verenigingen, die reeds einde tachtiger jaren van de 18de eeuw over een feestzaal, een patronaat en een Tehuis voor Weeskinderen beschikten.
Na de bebouwing van de Zurenborggronden, gelegen aan de andere zijde van de spoorweg naar Nederland, steeg gestadig het aantal inwoners van de Zurenborgbuurt, zodat omtrent de eeuwwisseling een ruimer kerkgebouw noodzakelijk bleek.
Pastoor Karel Van Aerden (overleden in april
1899) en zijn opvolger E.H. Lauwers, stond met zijn Kerkfabriek
voor de zware taak een groter kerkgebouw te laten optrekken.
Meningsverschillen omtrent de vestigingsplaats van de nieuwe
tempel verdaagden evenwel de spoedige verwezenlijking van dit
opzet.
Tenslotte kwam een vergelijk onder de betrokken partijen tot
stand en zou een statige bedeplaats oprijzen op een beschikbaar
gekomen terrein van ongeveer 1.400 m2 zich
uitstrekkend langsheen de Dageraadplaats en Korte Altaarstraat.
De Sint-Norbertuskerk.

De Sint-Norbertuskerk aan de dageraadplaats is een Neogotisch gebouw, gerealiseerd volgens de plannen van architect Ernest Dieltiens.
De aanbesteding
gebeurde op 20 september 1901. En werd toegewezen aan Louis G.
Jansen-Van der Veeken.
Eens de bouwvergunning verleend konden op 15 december 1901 de
grondwerken beginnen.
De eerste steenlegging van deze kerk had plaats op 15 mei 1902
door Mgr. Goossens, aartsbisschop van Mechelen.
Op zaterdag 7 mei 1904 zegende deken Roucourt uit Berchem voorlopig het nieuwe kerkgebouw, dat de volgende zondag ter beschikking van de eredienst werd gesteld.
De wijding van twee klokken geschiedde op 8 september 1904, de derde klok werd gewijd in januari 1905.
Uiteindelijk had op donderdag 29 september 1904 de plechtige kerkwijding plaats, geleid door kardinaal Goossens.
Milde schenkers hadden het interieur van het kerkgebouw begiftigd met prachtig mobilair, vervaardigd door bekwame vaklieden en kunstenaars met faam.
Firma P. Pellarin uit Molenbeek bij Brussel legde de mozaïekvloeren.
Het werkhuis J.D. Facchina uit Parijs installeerde de
evangelische taferelen in kunstmozaïek op gouden achtergrond
boven de drie portalen.
Kunstschilder Jos Ratinckx, directeur van de Berchemse
Kunstacademie, borstelde de bijbelse figuren, die het bovendeel
der muren in het hoogkoor sieren.
De kunstglasramen boven hoogkoor en middenbeuk kwamen uit het
atelier van de glazenierfirma F. Comère en J. Capronnier uit
Brussel.
In de dwarsbeuken bewonderen we de grootste brandglasramen van de
Brugse glazenier Jules Dobbelaere.
De gekende Antwerpse beeldhouwer Jan Gerrits (1844-1922)
vervaardigde het door bouwmeester Ernest Dieltiens ontworpen
hoogaltaar.
Dezelfde beeldhouwer beitelde tevens de statiën van de kruisweg,
de predikstoel en het boven het hoogaltaar geplaatste beeld van
de H. Norbertus.
De zijaltaren, volgens plan van architect E. Dieltiens, werden uitgevoerd door beeldhouwer V. Mutsaers uit Antwerpen in samenwerking met de gebroeders Van Beylen uit Borgerhout. Laatstgenoemde beide broers waren ook de uitvoerders van de door E. Dieltiens ontworpen biechtstoelen.
Voor de retabels boven de zijaltaren penseelde Jan Anthony (1854-1930) vier taferelen uit het leven van de Zaligmaker: de Boodschap van de Engel aan Maria, het Wonder op de Bruiloft te Kana, de Vermenigvuldiging der Broden en de Voetwassing van Jezus door Maria Magdalena.
De beelden van de H. Joachim, de H. Anna, de H. Jozef, de H. Antonius en de H. Gerardus zijn van de hand van Jules Weyns en het beeld der H. Theresia en van het Kind Jezus is werk van de Borgerhoutse beeldhouwer Rik Sauter.
De reeds hoger vermelde kunstenaar Jos Ratinckx leverde de ontwerpen voor tien paneelschilderingen, die hoofdmomenten uit het leven van de parochieschutsheilige uitbeelden en die werden geplaatst boven de spitsbogen in de middenbeuk; de uitvoering van de projecten werd toevertrouwd aan kunstschilders Tony Van Os en K. Van de Oever.
Beide wereldoorlogen teisterden de Sint-Norbertuskerk; alhoewel bij de beschieting van de stad op 7 oktober 1914 te 11 uur 's avonds en volgende twee dagen de aangerichte schade enigszins beperkt bleef, des te erger had het kerkgebouw te verduren tijdens de periode van half oktober 1944 tot einde maart 1945 wanneer ettelijke vliegende bommen in de onmiddellijke omgeving van de Dageraadplaats tot neerstorten.
De vijandelijke bezettende overheid ontzag evenmin de nochtans gewijde drie luidklokken, die respectievelijk op 27 mei 1943, op 5 november 1943 en op 3 februari 1944 werden weggehaald, gepaard gaande met het berokkenen van heel wat schade aan het metselaarswerk binnen de kerktoren.
Ter vervanging van de ontvreemde klokken wijde Mgr. De Smedt, destijds hulpbisschop van Mechelen en later bisschop van Brugge, op 1 juli 1951 drie gloednieuwe klokken, gegoten door de firma Georges Slegers uit Tellin.
Rouw trof de Sint-Norbertusparochie in juni 1926 bij het
overlijden van haar herder, Z.E.H. Lauwers.
Opvolger Z.E.H. Gerard Denteneer bleef in dienst van de parochie
tot aan zijn dood in januari 1944.
Nadien werd het herderlijk ambt waargenomen door Z.E.H. Edgard
Van Roy, die twintig jaar lang tot aan zijn opruststelling in
april 1964 fungeerde.
Op 7 mei 1964 werd Z.E.H. Maurits Lenaerts pastoor van de Sint-Norbertusparochie.
Na zijn opruststelling in juli 1994 kwam in augustus 1994 Z.E.H.
Jozef Bloquaux.
Op zondag 14 september 1997 volgde dan de aanstelling van Z.E.H.
Marcel Willem, de huidige pastoor.
Versie II.
Een historische schets van de
Zurenborgbuurt,
met haar Sint Norbertuskerk.
Als aanloop tot parochiale inrichting van de nieuwe buurt, werd aan de centraal gelegen Dageraadplaats ter hoogte van het huidig pand nr. 4 (nu 'De Nieuwe Zurenborger') op 24 juli 1883 een voorlopige kapel geopend, waarvan E.H. Karel Van Aerden, komend van de Sint-Antoniusparochie aan de paardenmarkt te Antwerpen, de bediening met de titel van rektor kreeg toegewezen.
In 1881 had paus Pius IX een uit Kreta afkomstig Byzantijnse Madonna-ikoon toevertrouwd aan de paters Redemptoristen van Rome, die ze onder de benaming van O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand in hun Sint-Alfonsuskerk, ter verering opstelden. Pater Mauron, algemeen overste der Redemptoristen, liet getrouwe reproducties van de Maria-afbeelding plaatsen in al de bedehuizen van zijn kloosterorde.
E.H. Van Aerde wenst de devotie tot O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand op Zurenborg in te planten. Met dit opzet ondernam hij een reis naar Rome waar hij een exemplaar van de gereproduceerde O.L.Vrouw-ikoon kon verwerven om ze mee te brengen naar de Zurenborgse kapel, die hij meteen plaatste onder de schutse van O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand.
Deze bijzondere Mariaverering vond weldra ingang bij de gelovigen van de Zurenborgbuurt en zelfs daarbuiten, wat aanleiding gaf tot de oprichting van een Broederschap van O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand, die wegens de groei van het aantal leden, plechtig werd ingesteld op 6 januari 1884 en reeds een pauselijke bulle van Leo XIII, gedagtekend 20 november 1883, kerkrechtelijke erkenning met talrijke geestelijke voorrechten had bekomen. Het oorspronkelijke document terzake, gesteld in het Latijn, met bijgaande Nederlandse vertaling, bevind zich nog altijd in de huidige parochiekerk. Jaarlijks vanaf de eerste zondag van de vasten, herinnert een triduüm of driedaagse plechtigheid aan de stichting van de Broederschap van O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand.
Het grondgebied van de Zurenborgwijk behoorde
kerkelijk in feite bij gedeelten tot drie onderscheiden parochiën
waarvan de kerkgebouwen zich tamelijk veraf bevonden, namelijk:
Sint-Willibrordus aan de Kerkstraat te Antwerpen, Sint-Jozef
nabij het Stadspark en Sint-Willibrordus aan de Grote Steenweg te
Berchem. De snel aangroeiende bevolking van Zurenborg verlangde
dan ook een zelfstandige parochiegemeenschap te worden, ofschoon
E.H. Karel Van Aerden in de kapel van O.L.Vrouw van Altijddurende
Bijstand aan de Dageraadplaats rechtsgeldig mocht dopen,
huwelijken inzegenen en uitvaartdiensten celebreren.
Na de vereiste formaliteiten bij de bevoegde overheden werd de
voorlopige kapel van Zurenborg bij Koninklijk Besluit van 11
februari 1886 verheven tot succursale parochiekerk onder het
beleid van Z.E.H. Karel Van Aerden.

Bij de definitieve aanduiding van de beschermheilige der nieuwe parochie liet kardinaal Goossens, aartsbisschop van Mechelen, echter zijn voorkeur blijken voor Sint-Norbertus (1080-1134) en dit om historische redenen. De kardinaal wees er onder meer op dat sinds het verdwijnen in 1797 van de reeds in 1124 gestichte Premonstratenzer Sint-Michielsabdij, (eertijds gelegen op de rechter Scheldeoever te Antwerpen tussen de Kloosterstraat en de Sint-Michielskaai, nabij de Sint-Jansvliet, thans Kleine Tunnelplaats) de gedachtenis aan de stichter uit de 12de eeuw van de Witherenorde was teloor gegaan. Het bleek dus billijk de pas opgerichte Zurenborgse parochie te wijden aan de herinnering van de H. Norbertus. Verder deed kardinaal Goossens gelden dat reeds talrijke parochiekerken uit het Antwerpse de namen van andere geloofsijveraars als Amandus, Eligius, Lambertus en Willibrordus, die in de 8ste eeuw nauw bij de kerstening van onze gewesten waren betrokken.
Met het oog op een verkaveling van de Zurenborggronden gelegen generzijds de spoorlijn van Antwerpen naar Borgerhout tot aan de voormalige Brialmontvestigingsgordel uit 1859-1865, thans Singel-Noord, werd te Antwerpen op 13 augustus 1886 overgegaan tot de stichting van de "Société Anonyme pour la Construction de Maisons Bourgeoises" en abrégé "Maisons Bourgeoses" of "Naamloze Maatschappij voor het bouwen van Burgershuizen" in 't kort "Burgershuizen", waarvan het opzet op pagina 1001 van het Staatsblad uit 1886 onder de rubriek "Société Commerciales" luide: "... la construction de maisons et provisoirement leur location ou leur exploitation comme cafés, restaurants ou débits de biéres ou autres commerces ou industries".
Andermaal ontaarde deze doelstelling van zuiver commerciële aard in het verwezenlijken van groots opgevatte woningen. Hierbij werd beroep gedaan op talentvolle bouwmeesters uit het Antwerpse, die blijk gaven van hun kundigheden in het toepassen van alle denkbare bouwstijlen van de "Art Nouveau", die in de "Belle Epoque" omstreeks de eeuwwisseling opgang maakten; tevens dragen vele huizen een naam met aangepaste versiering in schilder- of beeldhouwwerk.
De bewoners van de nog jonge Sint-Norbertusparochie vormden een Vriendenkring ter bevordering van de groei der parochiale instellingen, die reeds op het einde der tachtiger jaren beschikten over een feestzaal, bekend als de "Volkskring" en gelegen aan de Korte Altaarstraat 17 terwijl een jongenspatronaat was ondergebracht in het pand nr. 21 van dezelfde straat. Een Tehuis voor Weeskinderen opgericht in 1889 was gevestigd in de Lange Altaarstraat 12 vanwaar de inrichting wegens overbevolking in 1912 verhuisde naar de Turnhoutsebaan, hoek Ter Rivierenlaan te Deurne.
De bouw van talrijke nieuwe prachtwoningen lokte vele inwijkelingen naar de Zurenborgbuurt, zodat rond de eeuwwisseling de kapel aan de Dageraadplaats geen voldoende plaats meer bood aan het steeds stijgende aantal kerkgangers. Het bleek noodzakelijk over een ruimer kerkgebouw te kunnen beschikken
Z.E.H. Lauwers, opvolger van de in april 1889 overleden pastoor-parochiestichter Van Aerden stond geplaatst voor de eervolle doch zware taak een nieuwe parochiekerk op te richten, waarvan de verwezenlijking wel enige tijd aansleepte tengevolge meningsverschillen omtrent de bouwplaats. Uiteindelijk werd eensgezind door de betrokken verantwoordelijke partijen aanvaard dat een statige tempel zou oprijzen, hoek Dageraadplaats en Korte Altaarstraat, alwaar echter reeds gebouwde huizen dienden aangekocht om nadien te worden gesloopt.
Architect Ernest Dieltiens (1848-1920) uit de Cogels Osylei 34, eerste laureaat van de afdeling bouwkunde in de "Prijs van Rome 1871" en leraar bij de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen, kreeg opdracht de plannen voor de nieuwe Sint-Norbertuskerk te ontwerpen.
Na goedkeuring van het ingediende project door de bevoegde instanties en na het verlenen van de bouwvergunning had op 20 september 1901 ter pastorie aan de Korte Altaarstraat 14, de officiële aanbesteding plaats van de bouwwerken. Deze werd toegewezen aan Louis G. Jansen-Van der Veeken, aannemer van openbare werken te Antwerpen.
Op 15december 1901 werd begonnen met de grondwerken van de Sint-Norbertuskerk te Zurenborg die snel vorderden want reeds op 15 mei 1902 kwam kardinaal Goossens, aartsbisschop van Mechelen, de plechtige wijding van de hoeksteen voltrekken.
In de lente van het jaar 1903 stond het nieuwe
gebouw onder dak en was de toren voltooid.
Tijdens de bouwwerken geschiedden de goddelijke diensten in de
tot noodkapellen omgevormde lokalen van de patronage en de
parochiale volkskring aan de Korte Altaarstraat, daar de
voorlopige kapel aan de Dageraadplaats 4 inmiddels was gesloopt.
De materialen voortkomend van de afbraak der kapel werden
grotendeels benuttigd om op de binnenplaats van de immobiliënmaatschappij
aan de Grote Hondstraat 44, een werkhuis te bouwen waarvan de
voorgevel geheel gelijk is aan die van de voormalige kapel aan de
Dageraadplaats. Het hoogaltaar en het gestoelte uit de kapel
werden geschonken aan de toen pas gestichte parochiekerk van het
gehucht Hellegat der gemeente Niel aan de rupel. De
gespecialiseerde firma Anneessens gelastte zich met het
uiteennemen van het orgel der kapel en het tussentijds bewaren in
bergplaatsen aan de Ketstraat 20.
Op zaterdag 7 mei 1904 verricht Z.E.H. Theophiel Jan Emmanuel Roucourt, pastoor-deken van Sint-Willibrordus Berchem, de voorlopige wijding van de nieuwe Sint-Norbertuskerk, die de volgende zondag 8 mei 1904 ter beschikking van de eredienst werd gesteld, precies wanneer de kinderen van de parochie de plechtigheid van hun eerste H.Communie zouden vieren.
De zegening van twee klokken gebeurde op 8 september 1904 eveneens door deken Roucourt, die nog een derde klok kwam wijden in januari 1905.
Kerkfabriek en milde schenkers begiftigden het fonkelnieuwe kerkgebouw met een smaakvolle binnenversiering en een prachtig mobilair, dit alles ontworpen, uitgevoerd en vervaardigd door bekwame vaklieden en kunstenaars met faam.

De oorspronkelijke veelkleurige sieraadschildering der binnenmuren van de kerk, thans met witte verf bedekt, werd uitgevoerd door het huis- en sieraadschildersatelier van A. en F. Veranneman uit het Kipdorp 15 te Antwerpen.
De firma P. Pellarin uit de Prinsesstraat 8 te Molenbeek bij Brussel legde de mozaïekvloeren volgens ontwerp van architect Ernest Dieltiens terwijl het atelier J.D. Facchina uit rue Cardinet 47 te Parijs de evangelische taferelen in kunstmozaïek achteraan in de kerk plaatste.
Kunstschilder Jos Ratinckx uit de Waterfordstraat te Berchem borstelde de Bijbelse figuren, die het bovenste gedeelte van de muren in het hoogkoor sieren. De kunstglasramen boven hoogkoor en middenbeuk kwamen uit het werkhuis van de glazeniersfirma F.Comère en J.Capronnier uit de Rogierstraat 251 te Brussel en de grootste brandglasramen in de zijbeuken zijn het werk van glazenier Jules Dobbelaere van de Walplaats 33 te Brugge.
Beeldhouwer Jan Gerrits (1844-1922) uit de Nachtegaalstraat 38 te Antwerpen vervaardigde het door bouwmeester Ernest Dieltiens opgevatte hoogaltaar, waarvan de plaatsing werd toevertrouwd aan ondernemer L.G. Jansen-Van der Veeken uit de Grote Hondstraat 95 te Antwerpen. Dezelfde beeldhouwer beitelde insgelijks de 14 statiën van de Kruisweg, de predikstoel alsmede een beeld van de H. Norbertus.
De zijaltaren, volgens plan van architect E.Dieltiens, werden uitgevoerd door beeldhouwer V. Mutsaerts uit de toenmalige Leopoldlei 27 (thans Belgiëlei) en de gebroeders Van Beylen uit de Vaartstraat 35 te Borgerhout. Laatstgenoemde beide broeders waren ook de uitvoerders van de door E.Dieltiens ontworpen biechtstoelen.
Voor de retabels der zijaltaren penseelde kunstschilder Jan Anthony (1854-1930) vier taferelen uit het leven van de Zaligmaker: de Boodschap van de Engel aan Maria, het Wonder op de Bruiloft te Kana, de Vermenigvuldiging der Broden en de Voetwassing van Jezus door Maria Magdalena.
De firma voor kunstbronswerk van W.H. Haan en zoon uit de Lange Kievitstraat 5 te Antwerpen leverden zes koperen kandelaars, een godslamp, het bekleedsel voor het tabernakel en een gotische kelk.
Edelsmid Jos Junes uit de Pelgrimstraat 24 te Antwerpen bezorgde een remonstrans en koperen luchters.
De reeds hoger vermelde kunstenaar Jos Ratinckx leverde de ontwerpen voor tien paneelschilderingen, die hoofdmomenten uit het leven van de parochie-schutsheilige Norbertus uitbeelden en die werden geplaatst boven in de middenbeuk; de uitvoering van de projecten werd toevertrouwd aan kunstschilder Tony Van Os (1886-1945) en K. Van de Oever.
Het was een hoogdag voor de Zurenborgbuurt toen op donderdag 29 september 1904, tevens de vijftigste verjaardag der afkondiging van het geloofspunt der Onbevlekte Ontvangenis van O.L.Vrouw, kardinaal Goossens de wijdingsplechtigheden van de nieuw gebouwde Sint-Norbertuskerk leidde.
De Sint-Norbertuskerk werd tijdens beide
wereldoorlogen geteisterd.
Alhoewel bij de beschieting van de stad op 8 oktober 1914 en de
volgende dagen de aangerichte schade eerder gering bleek, des te
erger had het kerkgebouw geleden onder de vliegende bommen, die
van half oktober 1944 tot einde maart 1945 meermaals in de
onmiddellijke omgeving van de Dageraadplaats tot ontploffing
neerkwamen.
De vijandelijke bezettingstroepen ontzagen evenmin de drie
klokken die respectievelijk op 27 mei 1943, op 5 november 1943 en
op 3 februari 1944 uit de kerktoren werden weggehaald.
Ter vervanging kwamen drie gloednieuwe klokken, gegoten door de
firma Georges Slegers uit Tellin en op 1 juli 1951 plechtig
gewijd door Mgr. De Smedt, destijds hulpbisschop van Mechelen en
later bisschop van Brugge.
Bij haar stichting maakte de Sint-Norbertusparochie
deel uit van de dekenij Berchem Sint-Willibrordus.
In 1968, bij de herindeling van het Antwerps stadsgebied in
dekenaten, ging Sint-Norbertuskerk behoren tot het dekenaat
Antwerpen-Noord, waarvan Z.E.H. Maurits Lenaerts, pastoor van de
Sint-Norbertusparochie, de dekenale functie kreeg toevertrouwd.
Vanaf september 1997 behoort de Sint-Norbertuskerk terug bij het
dekenaat Berchem.
(Naar een tekst van Arthur Vuylsteke, en met dank aan Jos Aernout.)