| O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand. |
Onze icoon van O.L.V. van Altijddurende
Bijstand is een reproductie van de icoon in de 'San Alfonsokerk'
te Rome en ze werd overvloedig verspreid in het westen door de
redemptoristen.
Tijdens de tentoonstelling 'Gouden Licht' van
1988 in het museum van Schone Kunsten te Antwerpen werd een icoon
uit Kreta tentoon gesteld van 1635 met uitdrukkelijk
gelijklopende symbolen.
Deze icoon werd 'Moeder Gods van de Passie'
genoemd en de maker was een priester van Kreta : Emmanuel Tranes.
De icoon verteld ons dat Maria ons altijd wil bijstaan, wat er
ook gebeurd.
Haar kroon wijst erop dat haar kleinheid en haar armoede, haar
moed en haar hartzeer ingeruild werden voor het Rijk Gods, dat ze
met haar Zoon deelt.
Jezus houdt met zijn twee handen de duim van zijn Moeder vast,
alsof Hij haar nooit meer gaat loslaten.
Tegelijkertijd is deze Jezus een profetenkind, meer jongen dan
kind, die weet wat Hij wil.
Zijn blik gaat veelzeggend in de richting van Gabriël met het
passiekruis en Michaël met de hysopstengel en de spons met zure
wijn.
Jezus is genoeg mens om van schrik zijn schoentje te verliezen
bij het zien van zijn nabije toekomst.
Maria's blik spreekt van opgebrachte gelatenheid en bereidheid om
haar Zoon te volgen,
Hem niet in de weg te staan en Hem zijn weg te laten gaan.
Omwille van de manier, waarop Moeder en Zoon hun roeping volgden
werden zij samen gekroond.
De intuïtie voor de juiste afstaand en nabijheid van Maria
tegenover God en haar Zoon verlicht het duister van haar aardse
leven, waarin Gods licht doorbreekt als de poolster in de nacht
De zwarte of donkerblauwe mantel en keffarium en de ster op haar
haarlijn doen denken aan die intuïtie om op de juiste wijze ook
om te gaan met God en met de duisternis van de wereld.
Maria is hier de flinke vrouw, die haar aardse moederschap en
haar hemelse kind wil dragen en verdragen.
Maria leerde ons aan de hemel toe te vertrouwen, waar we in de
wereld geen raad mee weten.
Maria echt aards en echt hemels tegelijkertijd.
Zo blijft zij aanvoelen wat wij meemaken en zo vindt zij de weg
naar het hart van God.
Ze steunt de mensen door het leven voor te stellen als een gave,
een uitdaging en een groeiproces van God.
Maria is het verzet tegen uitzichtloosheid.
Haar moederliefde maakt God aanspreekbaar !
Maria, O.L.V. van Altijddurende
Bijstand,
houd de kracht van alles wat mensen in U vonden
als blanke en zwarte madonna
samen in uw heilige icoon !
Een vertaling van de oorkonde van Paus Leo XIII :
LEO PP XIII
Tot eeuwige heugenis.
Wij vernemen dat in de parochiale kerk van de H.Norbertus te
Antwerpen, bisdom Mechelen, ter openbare verering zal worden
opgesteld, een beeld van O.L.Vrouw van Gedurige Bijstand, dat
gelijkwaardig is aan het beeld dat vereerd wordt in de kerk van
de H.Alfonsius, op de Exquilias, in onze stad Rome.
Wij verlangen de godsvrucht van de gelovigen daarvoor op te
wekken en ze zo deelachtig te laten worden aan de hemelse
schatten van de H.Kerk.
Daarom hebben wij besloten aan al de gelovigen die met een
rouwmoedig hart en versterkt door de biecht en de H.Communie dit
beeld vereren een volle aflaat toe te staan zodat ze van de
goddelijke barmhartigheid volledige kwijtschelding verkrijgen van
al hun fouten.
En dit zo zij bedoelde kerk bezoeken en bedoelde beeltenis
vereren op de dag waarop dit beeld voor het eerst openbaar ter
verering zal uitgesteld worden en op de verjaardag hiervan..
Tevens ook verlenen wij, ieder jaar, dezelfde geestelijke gunsten
aan alle gelovigen op de zondag voor de feestdag van de geboorte
van de H.Joannes De Doper en wanneer het feest van deze h.beeltenis
na bekomen toestemming, zal gevierd worden; of - moest deze dag
belet zijn - de eerstvolgende zondag of een van de zeven onmiddellijk volgende dagen, die door eenieder vrijelijk mag
gekozen worden.
De gelovigen dienen dan bijzonder te bidden voor de eenheid onder
christelijke staatshoofden, de uitroeiing van de ketterij, de
bekering van de zondaars en de verheffing van onze Moeder de H.Kerk.
Verder verlenen wij aan alle gelovigen die met een rouwmoedig en
zuiver inzicht deze kerk bezoeken en bedoeld beeld vereren, 300
dagen kwijtschelding van zondestraffen voor zichzelf of voor
anderen, naar de gewone gebruiken van de H.Kerk.
Al deze weldaden, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van
zonden en zondestraffen zijn eveneens toepasselijk op de zielen
van de gelovigen die in Gods liefde uit dit leven weggingen en
door deze gunsten kunnen geholpen worden.
Dit alles zonder voorbehoud en ondanks mogelijke andere
schikkingen.
Wij verklaren tevens dat deze schikkingen blijvend zijn voor alle
toekomende tijden.
Gegeven te Rome bij Sint-Pieter, onder het zegel van de
vissersring, op 20 november 1883,
in het 6de jaar van ons Pontificaat.
Get. Pro Dno. Card.Mestel
A. Trinchien subst.
Gevonden in oude archieven:
O.L.V. van Altijddurende Bijstand.
Een oude en onderbroken overlevering
leert ons dat de H. Lucas een beeltenis van O.L. Vrouw schilderde. Deze
overlevering-legende zegt men, is zeer oud, maar kan niet wetenschappelijk
bewezen worden, al kan men evenmin wetenschappelijk aantonen dat ze op een
fictie zou berusten.
Wat er ook van zij, de godsvrucht tot onze Lieve Vrouw brengt reeds de eerste
christenen er toe menigvuldige heiligdommen onder Hare hoede te plaatsen en
tevens Haar beeld te vereren.
Op het einde van de vijfde eeuw bestond er te Constantinopel een wonderbeeld van
O.L. Vrouw, dat aan de H. Lucas werd toegeschreven, en dat bijzonder door het
volk werd vereerd. Vele wonderen en genezingen werden aan dit beeld geweten,
genezingen waarvan we de sporen terugvinden in oude bronnen van die tijd. De
godsvrucht tot deze Lieve Vrouw nam zulke afmetingen dat meer dan eens een
nieuwe, grotere en schonere kerk moest opgericht voor de Lieve Vrouw die de naam
kreeg van Hodigitria, dit is: Geleidster, Leidsvrouw, Gids.
Het is naar dit beeld dat later het beeld van O.L. Vrouw van Gedurige Bijstand
zal gemaakt worden.
Ook in de uiterlijke geschiedenis van de stad nam het beeld van O.L. Vrouw
Hodigitria een belangrijke plaats in. Constantinopel kende meermaals de gruwelen
van oorlog en beleg en dan ook werd het miraculeuze beeld plechtig rond
gedragen, zelfs op de vestigen van de stad om hulp en bijstand te bekomen.
Er werden dan ook vanzelfsprekend kopijen gemaakt van het beeld, niet enkel voor
kerken en particulieren van de stad zelf, maar ook voor andere plaatsen, zodat
een schrijver van die tijd kon zeggen: De Hodigitria is in feite de keizerin van
het Oosten.
De langzame ondergang van Constantinopel en vooral de godsdienstige deemstering
die zou uitlopen op het grote schisma, deden ook de luister van de verering voor
deze Lieve Vrouw in de stad zelf geleidelijk afnemen.
30 mei 1453 werd Constantinopel ingenomen door de Turken en deed Mahomed II zijn
plechtige intrede in de veroverde stad. In het Clara-klooster waar toen het
beeld van de Hodigitria bewaard werd, sloeg een Turks soldaat het beeld met zijn
kromzwaard in vier stukken waarop het lot geworpen werd en vier soldaten onder
elkaar de stukken verdeelden met de vele kleinodiën die er aan vast waren.
Dit betekende evenwel niet de definitieve verdwijning van het beeld, dat blijft
bestaan in de vele kopieën, en wel voornamelijk in deze die wij noemen van
Gedurige Bijstand.
Waar het echte en eerste beeld van Hodigitria vernield werd bij de inname van
Constantinopel, bleef de devotie tot deze Lieve Vrouw zeer levendig in het
Oosten, vooral dan als gevolg van de vele afbeeldingen van dit beeld. De
Byzantijnse schilderkunst, een van de rijkste en voornaamste die de
cultuurgeschiedenis kent, heeft met voorliefde dit beeld van O.L. Vrouw
uitgebeeld, zij het dan ook met lichte wijzigingen, elk volgens eigen strekking.
De Vlaming Joos van Gistel, die tussen 1481 en 1485 de Middellandse Zee bereisde, beschrijft deze Lieve Vrouw als volgt: 'Dit voorzijde beeld is bruin en kleur, luttel blozende door 't bruin, de neus wat langachtig, met een kuiltje in de kin en in de wangen, de mond klein, zwart van ogen en 't aanschijn wat groot'.
De voornaamste afbeelding onder al deze schilderijen is deze die wij nu kennen onder de naar 'O.L. Vrouw van Gedurige Bijstand'. Zij verschilt in détails van de oude Hodigitria, maar de zwierigheid in de voorstelling, zowel als enkele schaarse historische gegevens, laten ons toe te beweren dat zij gemaakt werd in de volle bloeitijd van de Byzantijnse School, en zeker niet na 1500, vermits zij dan in Rome was. Waar dit beeld geschilderd werd kan niet met zekerheid uitgemaakt worden. De meest waarschijnlijke mening is dat het ontstond op het eiland Kreta. Kreta was toentertijd niet enkel een brandpunt van de Byzantijnse beschaving, maar tevens, omwille van de bezetting ervan door Venetië en de aardrijkskundige ligging, een trefpunt waar Oosterse en Westelijke beschaving als het ware ineen vloeiden. Daar werd, naar de meest waarschijnlijke mening, in de eerste helft van de 14de eeuw het beeld van O.L. Vrouw van Gedurige Bijstand geschilderd door een van de talrijke, onbekende kloosterlingen. Het is uitgevoerd op een notelaren houtplaat van 41,5 op 53 cm. in tempera, dit is verfstof gemengd met eiwit, eigeel, gom, lijm en andere inlandse stoffen, maar geen olieverf. Gans de grond is 'Goud' want de grond van zo'n voorstelling moet 'De Hemel' zijn. De kleuren van het kleed van O.L. Vrouw zijn eigen aan de kleuren van het H. Land: rood voor het kleed, donker blauw voor de mantel. De mantel is groen gevoerd. De hoofdsluier van zacht blauwgroen. De tuniek van het goddelijk kind is groen, de gordel karmozijn rood, de mantel helbruin. De kleur van beide engelen is groen en violet. De goudlijnen op de kledij dienen, zoals gewoonlijk in Byzantijnse schilderwerken, om de plooien aan te duiden. Bij O.L. Vrouw zijn er tevens goudfranjes aan het uiteinde van een soort pelerine aangebracht.
Het nieuwe beeld van O. L. Vrouw, door
de onbekende schilder op het eiland Kreta vervaardigd, kende weldra een zeer
grote verering, want al was deze uitbeelding enigszins verschillend, toch deed
ze terug denken aan de oude gevierde en beminde Hodigidria. Het is dan ook niet
verwonderlijk dat spoedig vele kopijen werden vervaardigd en niet enkel over
heel het eiland, maar ook verder in de oosterse wereld, vereerd werden.
Geen enkel kopij, en wij kennen er nu nog vele honderden, is zo volmaakt als dit
moederbeeld, dat de rechtstreekse erfgenaam wordt van de wonderdadige Hodigitria
van Constantinopel.
Onder verschillende namen, en met kleine verschillen in uitvoering, vinden we
dit beeld van O.L.Vrouw o.a. terug in het H.Land, waar ze de typische Oosterse
naam kreeg van 'het Schrikwekkend visioen' en in Rusland waar ze de oorsprong is
van vele O.L.Vrouwen die als de vermaarde 'Strasdnaia' (lijdensbeeld) de
godsdienstige geschiedenis van dit land begeleid hebben.
Zeer lange tijd echter blijft dit wonder beeld niet in Kreta. Van uit dit eiland
zal het weldra naar het westen overkomen om dan, na vele en lange
wederwaardigheden, de Wereldkoningin van Bijstand te worden.
Het einde van de 15de eeuw is een zeer droeve periode in de
geschiedenis van de Kerk, waarin het oude christelijk geloof zowel van buiten
uit als van binnen uit aangevallen wordt en ogenschijnlijk tekenen van verval
begint ter vertonen.
De eerste historisch verantwoorde lotgevallen van het beeld van O.L.Vrouw van
Gedurigen Bijstand, laten ons toe klaar te zien in de geestestoestand van vele
gelovigen van die tijd, toestand die er niet voor terug schrok ook het heiligste
met een bijgelovig oog te beschouwen.
Zo staat het vast dat een 'vroom gelovige' koopman van Kreta dit beeld van de H.
Maagd uit een kerk van dit eiland wegnam in opdracht van een niet genoemde stad
in Italië. De verschillende steden van dit land streden rond die tijd
voortdurend om elkander in macht en aanzien te overtreffen. Zelfs de gewijde
gebouwen en de eredienst werden gebruikt om meer aanzien en macht over het
omliggende te verkrijgen. Een of andere stad dan wilde meer aanzien en glans
verschaffen aan een nieuwe kerk door er een bijzonder vereerd beeld van
O.L.Vrouw in op te stellen, om zo van die kerk een veel bezocht heiligdom of
bedevaartplaats te maken. Vanzelfsprekend werd die Lieve Vrouw gezocht in het
Oosten van waaruit reeds zoveel kunstschatten naar Italië waren overgebracht. En
zo kreeg de koopman van Kreta, ter gelegenheid van een rondreis, met de belofte
van een rijke beloning, de opdracht een 'heilig voorwerp', een beeld van
O.L.Vrouw mee te brengen, dat in staat was de volksdevotie aan te lokken. De
koopman, aangelokt door de hoge beloning, beloofde het nodige te doen en pleegde
inderdaad in de kerk van Kreta, waar het beeld van O.L.Vrouw van Gedurige
Bijstand vereerd werd, de heiligschennend diefstal. Voor de mensen van die tijd
evenwel had deze daad niet het ongelooflijke karakter dat wij er aan hechten. De
geesten waren toen zo verward dat een 'overdreven' godsvrucht hen er wel eens
toe bracht zelfs gewapenderhand en openbaar zulke heiligschennende diefstallen
te begaan, ten voordele van de eigen kerk of devotie. Zo spreken de bronnen van
die tijd over de 'godsvruchtige koopman uit Kreta die het beeld van O.L.Vrouw
daar weg nam om het meer eer en luister in Italië te bezorgen.
De zeereis verliep niet zeer gunstig. Allerhande tegenslagen en zware storm
vertraagden de reis en deden zelfs de bestemming veranderen en in plaats van te
landen in de voorziene haven, kwam de man met zijn beeld terecht aan de Roomse
kust, na bijna een jaar lang rondvaren van de ene have naar de andere, maar
zonder te geraken waar hij komen wilde. Hij trok dan Rome binnen, met het plan
zijn reis door te zetten om het beeld op zijn bestemming te brengen. Waar? De
geschiedenis verment het niet. Door een van de wondere beschikkingen, die wij
nog meermaals in de geschiedenis zullen aantreffen, kwam zo het beeld dat de
oude Hodigitria het naaste stond in Rome, waar het ook blijven zou om
geleidelijk de hele wereldkerk te gaan veroveren.
Reeds zeer vlug na zijn aankomst te Rome, waar hij bij een zakenvriend verbleef
werd de koopman zwaar ziek. Hij beschouwde zich wellicht niet als schuldig aan
een zwaar vergrijp omwille van de diefstal, want hij betrekt geen biechtvader in
de zaak, doet evenwel zijn vriend dat hij zich zal inspannen om het beeld, dat
hij hem nu pas toont, in Rome te houden en daar in een van de vele kerken
openlijk te laten vereren. Diep getroffen, beloofde de vriend alles stipt te
zullen uitvoeren en aanvaarde met eerbied de schat, die hem in pand werd
toevertrouwd. Na de dood van de Kretenzer schijnt de vriend inderdaad het plan
gekoesterd te hebben om zijn belofte gestand te doen, maar zijn vrouw was hier
minder voor te vinden. In de eigenaardige geestesgesteltenis van die beroerde
tijden vond zij ook voor zich zelf de nodige uitvluchten om het beeld, jaloers,
in het eigen huis te bewaren, zo zelfs dat het aan niemand getoond werd. De oude
kronieken verhalen dan hoe de man geplaagd werd door wroeging, doch niets
vermocht tegen de wiol van zijn vrouw. Tot driemaal toe zou O.L.Vrouw aan de man
verschenen zijn om hem zijn belofte te herinneren en hem te doen verstaan dat
het beeld aan heel de stad diende toe te behoren. En telkens beloofde de
rouwmoedige man zijn belofte na te leven, maar telkens ook bleef het bij goede
voornemens, omdat zijn vrouw er niet wilde van horen het kostbare en schone
beeld van O.L.Vrouw uit haar huis te laten gaan. Een vierde maal verscheen
O.L.Vrouw aan de ongelukkige en wees hem eens te meer op zijn plicht en op de
gerechte straf die zijn ongehoorzaamheid zou meebrengen. Kort daarop werd de
man ziek en overleed na een paar dagen. Ook dit gebeuren kon de vrouw er niet
toe brengen afstand te doen van het wondere beeld. Wantrouwig en koppig bewaarde
zij het geheim van het beeld voor iedereen, zelfs voor haar eigen dochtertje dat
niet eens wist dat er een bijzonder mooi beeld van O.L.Vrouw in huis was. De
oude kronieken verhalen dat hoe O.L.Vrouw zelf ingreep om althans het bestaan
van haar beeld niet in vergetelheid te laten brengen. In de beeldrijke stijl van
die jaren luidt het: 'Op zekere morgen snelt het dochtertje van de verstokte
weduwe in de hevigste ontroering naar haar moeder, verbergt haar gelaat aan haar
boezem en roept uit: O moeder, moeder, daar heb ik in huis een Dame gezien, o zo
schoon. In geheel Rome zag ik niemand zo schoon en beminnelijk als zij. En die
Dame riep mij tot zich en zijde: Ga en zeg aan uw moeder dat Onze Lieve Vrouw
van Altijddurende Bijstand verlangt dat haar beeltenis in een van de kerken in
Rome worde uitgestald.'
Hier vinden we voor de eerste maal in de teksten zelf de naam aangeduid
waaronder onze beeltenis nu nog vereerd wordt.
Deze naam zelf ligt ten slotte in de lijn van de geschiedenis van het beeld
zelf. Een bewerking van de Hodigitria, de Lieve Vrouw geleidster naar aard en
uitvoering verbonden met de Strasdnaia, de medelijdende Lieve Vrouw uit Rusland.
Zo krijgt dit beeld de alles omvattende benaming die evenwel nauw aansluit bij
de Lieve Vrouw geleidster en medelijdende hulp.
Na enige aarzeling, als gevolg van een slechte raad die een bijgeroepen vriendin
geeft, besluit de weduwe eindelijk toch de belofte van haar man te houden.
Dan bleef enkel nog de vraag op te lossen: waar moest het beeld geplaatst
worden?
De oude kroniek zegt ons dat ook hierin O.L.Vrouw zelf voorzag door een nieuwe
verschijning aan het begunstigde meisje waarbij Zij als Haar wil te kennen gaf
dat haar beeld zou geplaatst worden 'tussen mijn duurbare kerk Maria de Meerdere
en die van mijn welbeminde leerling Sint Jan van Lateranen'. Hiermee dan zou een
einde komen aan deze pelgrimage van het beeld dat van Rome uit de wereld zou
gaan veroveren.
Er is wel eens gevraagd of al die verschijningen wel historisch verantwoord
zijn, m.a.w. of zij wel de volle zekerheid hebben dat O.L.Vrouw inderdaad zo
dikwijls verschenen is in de geschiedenis van haar beeld.
Op de vraag naar de historische juistheid van het verhaal over de bewogen reis
van het beeld van O.L.Vrouw uit Kreta naar Rome kunnen wij hier antwoorden aan
de hand van een zeer oud document. Vanzelfsprekend deden na korten tijd heel wat
verhalen over dit beeld de ronde, verhalen die naar hartelust aangedikt en
bijgewerkt werden, zoals trouwens altijd gebeurd, ook op onze dagen, bij elk
belangrijk gebeuren en zeker bij bovennatuurlijke verschijningen of
gebeurtenissen.
Wijzen wij in verband hiermee op de vele, soms zeer felle, polemieken die voor
enige jaren ons land beroerden bij de verschijningen van O.L.Vrouw te Beauraing
en te Banneux.
Bij dit recente gebeuren hebben de kerkelijke overheden een zeer nauwkeurig
onderzoek ingesteld vooraleer de eredienst daar toegelaten werd.
De besluiten van de overheid houden dan ook niet in dat wij verplicht zijn deze
verschijningen als een geloofspunt te aanvaarden, maar wel dat na grondig
onderzoek, de echtheid van de verschijningen vast staat.
Soortgelijk onderzoek is vast en zeker niet gebeurd in het Rome van de 15de
eeuw. De kritische zin van de mensen van die tijd was nog niet zo scherp
ontwikkeld, evenmin trouwens als het historisch wetenschappelijk apparaat dat
dit onderzoek moest mogelijk maken. Wij zijn in deze dan aangewezen op het
onderzoek van eigentijdse documenten waarvan het resultaat is dat er zeer grote
waarschijnlijkheid bestaat dat er inderdaad een bovennatuurlijke tussenkomst in
de hele geschiedenis van het beeld te bespeuren valt. De huidige
geschiedschrijvers van het beeld van O.L.Vrouw van Gedurigen Bijstand benutten
daarvoor in hoofdzaak een oud document dat al zeer vroeg bij het beeld geplaatst
werd (omstreeks 1500) en dat in de loop van de jaren verween.
Een goede 30 jaar terug werden hiervan verschillende kopieën in de Vaticaanse
bibliotheek teruggevonden.
Het document werd grondig bestudeerd ben draagt alle kenmerken van echtheid, het
werd opgemaakt wanneer de meeste getuigen nog leefden en wij vinden nergens
sporen dat de echtheid ervan ooit werd aangevochten. Waar anderzijds de
kerkelijke overheid, zonder ooit uitspraak te doen, toegelaten heeft en nog
steeds toelaat dat het verhaal verspreid wordt, hebben we hier een gegeven te
meer om de hoogste waarschijnlijkheid toe te kennen zoal niet aan alle
bijzonderheden, toch aan de grote lijn van de geschiedenis van het beeld met de
bijzondere tussenkomst van O.L.Vrouw om haar beeld van Gedurigen Bijstand uit de
eerder lokale en begrensde sfeer van Kreta te laten overbrengen naar Rome, het
levende hart van heel de christenheid, van waaruit de godsvrucht tot O.L.Vrouw
van Gedurige Bijstand over heel de wereld zou gaan uitstralen.
Op het einde van de 15de eeuw was het oude deel van Rome dat in de
geschiedenis getreden is als de Esquilijnse heuvel schier verlaten. Enkel de
Basiliek van Sint Maria de Meerdere beheerste er de prachtige ruïnen van het
oude Rome. Een enkele weg, de uit de oudheid stammende Via Merulana, liep
rechtlijnig van deze basiliek naar de aloude kerk van Lateranen. Halfweg tussen
deze twee kerken stond een klein kerkje, 24 meter lang en 10 meter breed,
toegewijd aan de H. Matheüs. Dit zeer onaanzienlijk kerkgebouw, amper een kapel,
werd bediend door de paters Augustijnen.
In het begin van 1499 bood de weduwe haar beeld van O.L.Vrouw van Gedurigen
Bijstand aan de prior van het klooster aan en verhaalde hem de hele
geschiedenis. Na enige aarzeling, waarschijnlijk omdat de geschiedenis hem eerst
wat vreemd voorkwam, aanvaarde de pater het beeld en werd er beslist dat de
plaatsing van het beeld met grote plechtigheid moest geschieden.
De 27ste maart 1499 werd het wonderbare beeld door heel de
kloostergemeente, midden een grote toeloop van volk, eerst in processie gedragen
door verschillende wijken van de stad. Ook de geestelijkheid van de andere
kerken liet zich niet onbetuigd, zodat hier mag gesproken worden van een ware
triomftocht van O.L.Vrouw van Gedurigen Bijstand, door Rome.
Tijdens deze processie langs de versierde straten en midden een opgetogen en
enthousiaste menigte wist, zo zeggen ons de documenten, een vrouw met een
verlamde arm de beeltenis aan te raken en werd zij aanstonds genezen.
Na de plechtige rondgang werd de schilderij boven het hoogaltaar geplaatst onder
de benaming: De Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand.
Het hoeft geen betoog dat de devotie tot het wonderbare beeld onmiddellijk
insloeg en voor goed gevestigd scheen.
De aanvang van de officiële godsvrucht tot O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand
ligt dus op deze 27ste maart 1499, onder het pontificaat van Paus
Alexander VI.
Het vroeger onaanzienlijk heiligdom van de paters Augustijnen werd weldra een
van de meest geliefde heiligdommen van de stad en driehonderd jaar lang zou de
devotie tot het beeld onafgebroken groeien en in belang en volks geliefdheid
toenemen.
Oude documenten geven ons een
onafgebroken reeks uitdrukkelijke getuigenissen van dankbaarheid voor de vele
gunsten, zo naar het lichaam als vooral naar de ziel, die O.L. Vrouw van
Altijddurende Bijstand daar aan haar trouwe kinderen toestond. Deze documenten
lopen van 1502 tot kort voor het uitbreken van de Franse Revolutie en kunnen de
toets van de strengste tekstkritiek onderstaan. Dank zij de verering van het
beeld van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand werd de voorheen onaanzienlijke
St.Matheüskerk weldra een van de meest bezochte heiligdommen van Rome. Reeds op
1 juli 1517 schonk Paus Leo X, die toen 31 kardinalen benoemde, haar de
kardinaalstitel.
De godsvrucht tot O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand nam dus vele jaren lang
een aanzienlijke plaats in in het godsdienstige leven van de steden. De oude
kronieken leren ons hoe ook meer dan een Paus er aan hield bij deze Lieve Vrouw
te komen bidden om hulp en sterkte in zijn zware taak.
Een zeer diep verval zou deze godsvrucht kennen ten tijde van de Franse
Omwenteling. In 1798 maakte generaal Berthier zich meester van de Eeuwige Stad.
Paus Pius VI zag zich gedwongen in ballingschap te gaan en de Republiek werd
uitgeroepen door de bezetter. Deze steunde wel op een klein gedeelte van de
bevolking die gewonnen was voor de nieuwe leuze van die tijd, maar wist tevens
zeer goed dat enkel een streng militair regime in staat was de stad te behouden
voor de nieuwe meesters. Zo werd een groots plan van aanleg opgemaakt en werden
verschillende wijken van de stad onteigend, ten einde ze in te richten voor
militaire doeleinden. De Merulana met de oude St. Matheüskerk hoorde bij deze
onteigende stadsdelen. de derde juni reeds van dat jaar namen de slopingswerken
een aanvang en werd ook begonnen met de afbraak van het klooster van de paters
Augustijnen en de daarbij horende kerk. Zelfs het merendeel van de archieven van
de kerk en klooster gingen bij deze overhaaste ontruiming verloren.
De paters vluchten met de beroemde beeltenis naar het naastgelegen St.
Eusebiusklooster, waar nog slechts enkele Celestijnermonniken verbleven, om
enkele jaren later het beeld mee te dragen naar het klooster van St. Maria van
Posterule op de linker Tiberoever. Het beeld werd daar geplaatst in een bijkapel
van het klooster, want in de kerk werd reeds sedert 1573 een andere Madonna
vereerd.
Zo geraakte O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand ook bij de Romeinen in
vergetelheid.
Waar verschillende van de kloosterlingen die de grote tijd van het beeld nog
meegemaakt hadden, maar naar Ierland vertrokken, en de oudste in de Heer
ontsliepen, geraakte zelfs in het klooster deze devotie in onbruik.
De laatste overlevende van de kloostergemeenschap, Broeder Augustinus Orsetti
stierf te Brecciani in 1853, maar die evenwel aan een jonge vriend Michael
Marchi meer dan eens gesproken had over het wondere beeld en zijn heimwee naar
de vroegere tijden van grote toeloop en verering telkens weer had meegedeeld.
Deze jonge man zou in de geschiedenis van het beeld een grote rol spelen.
Ook in 1855 kocht pater Douglas een pand met villa op de Esquilijnse heuvel om
daar het hoofdhuis op te richten van de Congregatie van de Allerheiligste
Verlosser, dit is van de paters Redemptoristen. De villa, gelegen langs de via
Merulana, besloeg in haar tuinen heel de plaats van de verwoeste St.Matheüskerk.
Het huis werd betrokken en pater Mauron werd tot Generaal Overste gekozen. In
1862 tijdens een namiddagontspanning vertelde een van de paters over zijn
opzoekingen in de verschillende archieven van de stad. Hij had daar heel wat
gegevens gevonden omtrent de oude Matheüskerk die eens stond op de plaats waar
zij nu hun klooster hadden. Vooral was hij getroffen door de vele belangrijke
bijzonderheden omtrent een beroemd Mariabeeld, dat er door vele mirakelen gekend
was geweest en vereerd werd onder de naam O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand.
Jammer genoeg had hij evenwel geen spoor kunnen vinden van het verdwijnen of de
mogelijke plaats waar het beeld nog zou bewaard zijn. Toen werd de verhaler in
de rede gevallen door een van zijn confraters die wist te vertellen dat hij als
knaap het beeld zeer dikwijls had gezien en dat het zich moest bevinden in de
kloosterkapel van de Augustien in Postarule. Er werd dan druk nagepraat over dit
wonder samentreffen en de paters zagen uit naar mogelijkheden om het wondere
beeld terug op zijn oorspronkelijke plaats te krijgen. Nu zij de verblijfplaats
kenden stelden zij eerst een nauwkeurig onderzoek in naar de historische waarde
van de documenten die de wil van O.L. Vrouw weergaven.
Op 11 december 1865 verkreeg de Generaal overste pater Mauron, samen met pater
Marchi, een bijzondere audiëntie bij Paus Pius IX en bracht daar verslag uit
over al deze bijzonderheden. Hij verzocht tevens Zijne Heiligheid in het bezit
te worden gesteld van de miraculeuze schilderij.
Pius IX, geboren in 1792, herinnerde zich nog dat hij als kleine jongen, met
zijn godsvruchtige moeder, het wonderbeeld van O.L. Vrouw van Altijddurende
Bijstand was gaan vereren in de oude Matheüskerk. Hij was dan ook ontroerd door
het verhaal van pater Mauron en ging graag in op het verzoek van de generaal
Overste van de Redemptoristen, op voorwaarde nochtans dat de paters Augustijnen
op passende wijze zouden schadeloos gesteld worden voor het beeld dat opnieuw
naar zijn oorspronkelijke plaats zou terugkeren.
Zijne Heiligheid voegde bij zijn besluit de bijzondere opdracht voor de paters
Redemptoristen de godsvrucht tot O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand overal en
steeds te bevorderen. Het decreet, waarbij de overdracht van het beeld bepaald
werd, eindigt met deze woorden: 'Herstel het in eer en laat het over de wereld
in alle Redemptoristenkerken tronen, vergeet niet het op missietochten mee te
nemen, stel het tentoon, leer het kennen en huldigen en de zegen die Maria ver
aan gehecht heeft zal er bij blijven tot groter heil van de zielen, bijzonder
van de armste zondaars'.
Na de beslissing van de Paus werden de besprekingen met spoed doorgezet en op 19
januari 1866 werd het beeld door twee paters Redemptoristen afgehaald bij de
paters Augustijnen in het klooster van St.Maria vin Posterula waar het zich in
een zijkapel bevond.
Toen bleek dat het beeld in goede staat bewaard was. Enkel de gulden grond, de
twee engelen, de rechterarm en schouder van de H.Maagd waren enigszins
beschadigd. Men liet het beeld herstellen door de Poolse, in Munchen gevormde
schilder, Leopold Nowotny, die jammer genoeg meende ook het gelaat te moeten
restaureren en het verjongde, waarbij hij evenwel de subtiele, smartelijke
uitdrukking enigszins veranderde.
Een afdruk van voor die herstelling werd gelukkig bewaard en wordt tegenwoordig
veel gebruikt voor de reproducties.
Op 17 april 1886 richtte de Kardinaal Vicaris van Rome volgende oproep tot heel
de bevolking van de stad: 'Duurbare Romeinen, de aloude en wonderdadige
beeltenis van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, gedurende drie eeuwen door
uw voorvaderen in de St.Matheüskerk vereerd, zal weldra opnieuw aan de openbare
verering worden teruggeschonken.
Sinds de verwoesting van de St.Matheüskerk, bleef het eerbiedwaardige beeld in
een ongekend heiligdom verborgen.
Z.H. Pius IX heeft nu verordert: de Madona van Gedurige Bijstand moet op de
Esquilinus terug geplaatst worden. Voortaan zal zij terug ter verering
uitgesteld worden in de Sint Alfonsuskerk, welke kerk juist op de plaats gelegen
is waar vroeger de Sint Matheüskerk stond. De paters Redemptoristen, uit
dankbaarheid voor de gunst die Maria hun verleent met hun kerk tot haar
woonplaats uit te kiezen en hen zelf tot bewaarders van het beeld aan te
stellen, zullen op 27, 28, 29, deze maand, een plechtig Triduüm vieren om de
openbare verering van deze Madonna meer luister bij te zetten. op 26 zal het
beeld in de namiddag in processie langs de straten van Rome worden gedragen en
vervolgens op het hoogaltaar van de Sint Alfonsuskerk worden geplaatst.
Romeinen, toont u ware kinderen van Maria. Uw voorouders hebben dood hun
godsvrucht tot O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand uitgeblonken, volgt hun
voorbeeld na. Knielt neer voor haar troon. Zij zal voor u een hulp en machtige
beschermster wezen, tot Zij u in het hemelse paradijs de glorie zal doen
genieten, welke Zij u door haar gedurige Bijstand zal bezorgd hebben.
Deze geestdriftige oproep van de Kardinaal werd door het volk van Rome op
grootse wijze beantwoord. Het was, zeggen ons ooggetuigen, een ware triomftocht
die zich op 26 april 1866 door de straten van Rome bewoog. Uit het klooster en
langs de straten trekken duizenden mensen in triomfante begeleiding van de
teruggevonden moeder van Altijddurende Bijstand. De straten waren versierd met
bloemen en tapijten, de klokken van de vele kerken luiden ter opluistering van
de processie en ter ere van de H.Maagd en het juichende volk gaf uiting aan zijn
geestdrift en geloof door uren lang dankliederen te laten klinken door de
straten. De ganse dag door, zegt een tijdgenoot, werd de Sint Alfonsuskerk als
het ware bestormd.
De feestviering werd heel de maand mei voortgezet met bijzondere plechtigheden.
Op 5 mei kwam, tijdens de avondplechtigheid, Z.H. Paus Pius IX zelf het
wonderbare beeld van O.L. Vrouw vereren.
Het was dan ook niet verwonderlijk dat de godsvrucht tot O.L. Vrouw van
Altijddurende Bijstand aanstonds in het godsdienstig leven van Rome weer opnieuw
de plaats innam die zij er vroeger bekleedde, en het heiligdom van de H.
Alfonsus werd een van de meest bekende bedevaartkerken van de stad.
Een oud en schoon gebruik wil dat door de kerkelijke overheden de Mariabeelden
die door bijzondere verering, oudheid en mirakelen vermaard zijn, 'gekroond
worden', dit is in een bijzondere plechtigheid versierd worden met een kroon van
kostbare gesteenten. Van oudsher wordt het voorrecht van deze kroning toegekend
door het Kapittel van de Sint Pieters basiliek, hiertoe door Z.H. de Paus
afgevaardigd. Op 23 juni 1867, amper een jaar dus na de plechtige herstelling
van het beeld van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, werd het door de deken
van het Kapittel van de Sint Pieters, midden een grote toeloop van gelovigen en
kerkvorsten, plechtig gekroond.
Een van de eerste en blijvende 'ijveraars' voor de Godsvrucht was Paus Pius IX
zelf. Niet enkel had hij persoonlijk een grote godsvrucht voor dit beeld waarvan
hij vele afbeeldingen deed plaatsen, o.a. in al de kamers van de Pauselijke
Seminarie van Lateranen, maar voortduren was hij in de weer om deze godsvrucht
te verspreiden, en meer dan een bisschop wist te vertellen dat hij elk bezoek
aan de Paus, deze godsvrucht tot O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, altijd
weer aanprees. Hij verrijkte trouwens deze devotie met talrijke geestelijke
gunsten en stelde voor de Congregatie van de paters Redemptoristen een eigen mis
en office in van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. Hij drong ook aan op de
instelling van een Broederschap waarin hij zelf zich als eerste liet
inschrijven. En zohaast het aantal leden het mogelijk maakte, kende hij deze
vereniging de titel van aartsbroederschap toe, met al de gunsten er aan
verbonden. Honderden afbeeldingen van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand
werden door Paus Pius IX aan bezoekers geschonken en overal waar mogelijk
spoorde hij aan tot het plechtig instaleren van dit beeld.
Het zou onbegonnen werk zijn hier een lijst aan te leggen van de vele kerken
waar tijdens het pontificaat van deze Paus het beeld van O.L. Vrouw van
Altijddurende Bijstand vereerd werd. Vooral de snelle uitbreiding die de
Congregatie van de Redemptoristen in die tijden kende droeg machtig bij tot de
uitbreiding van de devotie.
Het eerste heiligdom in ons land, toegewijd aan O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, werd opgericht te Roeselare in 1868, waar in dat jaar de paters Redemptoristen een klooster oprichten en de kerk daarvan onder de bescherming van O.L. Vrouw stelden. In de loop van de jaren kende dit heiligdom een zeer grote toeloop en het wordt, ook nu nog, terecht beschouwd als een van de grote heiligdommen van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. Geleidelijk aan werd ook in de andere kloosterkerken van de paters Redemptoristen in ons land meer en meer aandacht besteed aan deze godsvrucht.
Op 4 juli 1883 werd E.H. Van Aerden
benoemd tot eerste pastoor van de nieuwe parochie die in het Oostkwartier
opgericht werd en reeds op 6 augustus werd de Broederschap van O.L. Vrouw van
Altijddurende Bijstand in alle kerkelijke vormen opgericht door Z.E. Kardinaal
Dechamps. op 15 november 1884 werd deze broederschap erkend een aangesloten bij
de aartsbroederschap te Rome door officieel schrijven van Z.E.P. Mauron,
algemeen overste van de paters Redemptoristen en algemeen bestuurder van de
aartsbroederschap.
Voor zover we kunnen nagaan werd het beeld dat nu nog in onze kerk het altaar
van O.L.Vrouw versierd en dat een officiële en authentiek verklaarde kopij is
van het wonderdadige beeld te Rome, plechtig ter verering geplaatst op 6 januari
1884. Wij hebben hiervoor geen afdoende bewijzen, maar meer een grote
waarschijnlijkheid.
De jonge broederschap bloeide zeer fel op, mede door het feit dat de nieuwe
kapel ook van meet af aan een soort bedevaartplaats werd voor vele vereerders
van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand in de stad en omstreken. Deze toeloop
was des te meer te verklaren omdat er te Antwerpen geen andere verering van O.L.
Vrouw van Altijddurende Bijstand bestond. Jaren lang, tot de huidige kerk zou
gebouwd worden en toegewijd aan de H.Norbertus, bleef deze devotie en het 'Kapelleke
van Zurenborg' een zeer gekende bedevaartsoord.
Begin 1929 wordt een plechtig Triduüm gehouden ter ere van O.L. Vrouw van
Altijddurende Bijstand. Dit eerste Triduüm kende een reuze bijval en leverde zo
een nieuw bewijs van de echte godsvrucht tot O.L. Vrouw van Altijddurende
Bijstand die bij de mensen van de parochie leefde.
In de loop van de jaren zou dan ook dit Triduüm blijven bestaan als een van de
meest verblijdende verworvenheden van ons parochiaal leven.
In 1933 werd de kapel van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand gesticht. De
kapelheren zouden de taak op zich nemen om voor het beeld te zorgen en het beeld
te dragen in de processie.
(tot zover de overname van een artikel uit de oude archieven.)
Onze Lieve Vrouw Van Altijddurende Bijstand.
Maria, die d'angst van uw Zoon hebt
gekend,
Zijn Kruis'ging, zijn dood in uw hart hebt geprent,
Gij kent de ellende van 't aardse bestaan
Hoe mensen elkander soms bitter belâan.
Keervers:
Ons Moeder zijt Gij
Als kind vragen wij:
Blijf onze bescherming
Sta altijd ons bij.
In Vlaanderen leeft er een jeugd die U
eert.
Bescherm hen toch Moeder opdat 't hen niet deert
De waanzin die over de wereld regeert
Maar manmoedig trouw blijft aan Outer en Heerd.
In Vlaanderen leeft nog het mooie gezin,
Daar heerst nog liefde, de plicht heeft nog zin,
Die last niet ontvlucht, het geloof evenmin
Maar 't kruisbeeld in d'haardstee plant, midden d'r in.
De tocht door het leven is schielijk
voorbij
De jeugd was zo mooi en de zomers zo blij
Want God gaf de dag. We gebruiken hem vrij
De jaren zijn heen nu… ons uur is nabij.
Slotvers:
Is alles voorbij?
Is alles voorbij?
O Moeder Maria
Maria sta bij.
E.C. Totté.