Waarom
's zondags naar de mis gaan ?
Een van de redenen waarom men er niet toe komt naar de
zondagseucharistie te gaan is dat men er zo weinig van begrijpt.
Na alles wat nu al is gezegd, is hier misschien al wat meer licht
gaan schijnen. Maar er zijn nog andere redenen waarom men
wegblijft.
Hier zijn er enkele:
Ik bid liever alleen thuis.
"Ik bid liever alleen en thuis", zeggen sommige mensen. "De anderen hinderen me in de kerk: ik ben altijd verstrooid. Thuis gaat het veel beter. Dan kan ik ook kiezen hoe ik bid en wanneer".
Zeker, Jezus zelf heeft gezegd: "Als je bid, ga dan niet op de hoeken van de straten, maar ga in je binnenkamer; sluit de deur en bid tot je Vader in het verborgene" (Mt 6,7). Maar dan moeten we het ook echt doen: thuis bidden, alleen.
Jezus zegt dit vooral tot wie graag in de kijker staat als hij bidt. Maar is dit wel jouw probleem? J bent zeker niet zo gesteld op publiciteit in jouw bidden!
Jezus heeft ook gezegd dat we samen moeten bidden. Er is zelfs
een bijzondere belofte aan verbonden als we samen bidden: "Waar
twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun
midden!" (Mt 18,20). Jezus is méér aanwezig als we
samen bidden dan alleen. Hij is ook anders aanwezig wanneer we
samen eucharistie vieren: Hij is daar niet enkel in de Geest,
maar met zijn Lichaam en Bloed.
Dat heb je thuis nooit.
Alleen bidden en enkel alleen, doet je gebed vaak
verschrompelen: Je verarmt jezelf. Je wordt niet gevoed, noch
geholpen. Niemand zegt je een goed woord vanwege God in de
homilie, er zijn geen mensen rondom je om je te steunen. Vaak hou
je dan na een tijd ook op met bidden: er komt niets meer van als
je alleen bent.
Ook in het bidden hebben we mekaar nodig.
En dan: "de anderen helpen me niet tijdens de mis: ze storen me". Misschien is dit inderdaad zo. Maar de vraag is niet enkel: "Wat doen de anderen voor mij?". Ze is ook: "Doe ik iets voor de anderen?". Als je plaats altijd leeg blijft dan hebben zij ook niets aan jou. Je bent er nodig in de zondagmis. Niet enkel voor jouzelf. Nog veel meer voor de anderen!
Als de mis een feest is,
waarom staat ze dan zo ver af van het leven ?
De mis is een 'feest', maar geen feest zoals alle andere. Het is geen happening. Want de mis is ook ernstig: Jezus komt er aanwezig in zijn lijden, dood en verrijzenis. Het kan dus zo maar niet loslopen, alsof het puur kijkspel of ontspanning was.
Maar staat de mis daardoor ver van het leven?
De ernst staat toch midden in ons leven?
In de mis doen we alle grote dingen waarop het in ons leven
aankomt. We komen samen om ons aan mekaar op te trekken: de mis
is een sociaal gebeuren. Iedereen is er trouwens welkom: groot en
klein, arm en rijk, geleerd en ongeletterd. Je bent met velen in
de kerk, maar je mag er jezelf blijven.
Je hoort er ook iets om van te leven. Want om te leven heb je licht nodig, je moet klaar zien. "Wie wijst me de weg?", zeggen duizenden mensen in onze tijd. In de mis wijst het evangelie je de weg en de homilie helpt je om wat klaarder te zien in je leven en waarheen het verder moet. "Wie mijn woord aanhoort en mijn woord onderhoudt, zal leven", zegt Jezus.
Om te leven heb je ook kracht nodig en impulsen om te doen. Moed en energie om verder te kunnen. De communie geeft je Christus zelf tot krachtbron voor het leven. "Zonder Mij kunt ge niets", zegt Jezus (Jo 15,5).
Maar er is nog meer. De mis heeft alles te maken met 'leven'. Hoezo? Het leven waar wij het spontaan over hebben blijft niet duren: dat leven eindigt met de dood waaraan niemand ontsnapt. Er is een ander leven na de dood; dat eindigt nooit. En om dat leven binnen te gaan heb je ander voedsel nodig: "Wie mijn vlees eet", zegt Jezus, "en mijn Bloed drinkt, zal in eeuwigheid niet sterven, maar leven".
Heeft de mis dan echt niets te maken met het 'leven'?
Waarom naar de mis gaan ?
Ik geloof maar half. Is dit geen komedie ?
"Ik weet echt niet goed meer waar ik sta. Mijn levenswijze is echt niet zo christelijk en het gaat met me zelfs bergaf. Ik geloof maar half. Is dit geen komedie? En toch ... ik wil niet alles loslaten".
De behoefte om in de waarheid te leven en geen spelletjes te spelen is nobel. Maar soms kom je maar ten halve waar je zou willen komen. Je bent nog op weg. Moet je stoppen omdat je er nog niet bent? Neen, voortgaan om er te komen!
Veel gehuwden gaan ook door die woestijn: "Ik voel niet meer dat ik liefheb. Is het geen huichelarij dat we nog samen blijven?" Waarom niet blijven zoeken naar de bron om je liefde er aan te voeden? Waarom niet blijven voortdoen? Zei Jezus niet: "Wie de lamp aanstak, steekt ze toch ook niet weer weg onder het bed, maar laat ze verder schijnen".
Ik kan toch niet communiceren.
Waarom dan nog naar de mis gaan ?
"Waarom nog naar de mis gaan, als ik me echt niet in de vereiste gesteltenissen voel om te kunnen communiceren? Wat voor zin heeft het deel te nemen aan een maaltijd, als je van de spijs niet neemt?".
Er steekt iets heel moois in deze bewustwording dat je hart niet gereed is voor de ontmoeting met de Heer. Dat is op zichzelf al een gebed: dat van de tollenaar die achteraan bleef staan in de tempel. Zo moeten we allen zijn. Er zijn in de mis geen drie minuten na elkaar, zonder dat er ergens vergiffenis wordt gevraagd: "Ik belijd " - "Heer ontferm u" - "Heer ik ben niet waardig". Heeft Christus niet gezegd: "Ik ben niet gekomen voor de gezonden maar voor de zieken ...". Op zich is dit gevoel van onwaardigheid nog geen absolute reden om niet te communiceren.
Maar ook als er een echt beletsel zou zijn in je hart om te communiceren of omwille van je situatie in de Kerk, het feit alleen al van naar de eucharistie te komen is een gebaar van gemeenschap (communio) met de Christus. Je verenigt je met Hem door onder de gelovigen te gaan plaats nemen, door naar zijn woord te luisteren, door zijn barmhartigheid te willen ontvangen.
Veel mensen komen naar de eucharistie bij een uitvaart of bij een huwelijk. Ze gaan niet te communie omdat ze niet geloven of zelfs niet gedoopt zijn. Hun aanwezigheid heeft zin en betekenis: ze steunen hun vrienden, bekenden of geliefden door er te zijn. Er is meer: de Heer is daar ook voor hen ook al realiseren ze zich dat niet. De zon houdt immers ook niet op te schijnen voor een blinde die ze niet ziet. Misschien raakt de Heer wel hun hart door zijn woord of door het teken van zijn levensgave in de eucharistie. Dat kan ook jou overkomen!
En de kinderen dan ?
Ze zijn nog veel te klein ...
Kinderen zijn eigenlijk nooit te klein om naar de mis te komen.
De apostelen dachten van wel. Maar de Heer wees ze terecht:
"Laat de kinderen tot mij komen en houdt ze niet tegen"
(Lc 18,16).
Maar soms hebben de mensen in de kerk ze er liever niet. Dat is
fout: kinderen hebben hun plaats in de viering en het recht van
daar kind aan huis te zijn. Een kerk zonder kinderen zou Jezus'
kerk niet meer zijn. Natuurlijk hebben ouders met kleine kinderen
in de kerk de handen soms vol. Ze willen ook wel eens rustiger
kunnen bidden. Dan is er maar één oplossing: afspreken met een
aantal echtparen die ook kleine kinderen hebben om er beurtelings
op te letten, hetzij ergens in een zijlokaal van de kerk, hetzij
op een plaatsje in de kerk zelf. De eucharistie is de zon in ons
leven: van haar komt gezondheid en warmte. Zullen we aan kinderen
zomaar toestaan dat ze zich van die bron gaan verwijderen?
Wel moeten we ze helpen om graag in de zon te gaan staan. Het is
belangrijk dat we een goed familiaal klimaat scheppen voor we
vertrekken naar de kerk. Kinderen moeten voor de mis klaar
gemaakt worden om de Heer te gaan ontmoeten. Hun hart moet op het
juiste ritme gaan kloppen en hun oor op de juiste golflengte
afgestemd worden. Daarom is het goed de avond tevoren iets met
hen te doen: samen wat bidden, voorlezen uit de kinderbijbel, een
kaars aansteken in de gebedshoek. Soms zal het goed zijn ze ook
tijdens de viering te helpen: als ze klein zijn, kan je ze een
religieus platenboek geven om in te kijken.
Kinderen wensen ook mee te doen: zingen in een kinderkoor, een instrument bespelen, acoliet zijn, de gaven aanbrengen, de collecte doen, enz.
De jongeren ?
Moet je ze helemaal vrijlaten ?
Hun eerste reacties om autonoom te worden zijn vaak een soort uitdaging voor de ouders: "Waarom willen ze dat ik meega? Is het voor hun gewetensrust of voor mij?". Jongeren testen hun ouders. Ze kijken uit naar een authentiek getuigenis van vader en moeder. Je bent natuurlijk als ouder al je wapens kwijt, als je zelf niet naar de mis gaat.
Soms is het goed naar een viering te gaan die hen meer ligt, waar ze zich thuisvoelen of met meer vreugde kunnen zingen en bidden. Al blijft het waar dat hun ook moet worden gezegd dat de mis de mis blijft, wie de celebrant ook is en wij ook de aanwezigen zijn.
Het is van groot belang dat men in de liturgie ruimte maakt voor jongeren. De mis zal nochtans nooit kunnen concurreren met de feestjes en party's waar ze tijdens hetzelfde weekend naartoe gaan.
Jongeren leven langs een breuklijn in hun leven, ze hebben hun onwennigheid bij het zoeken naar autonomie. Daarom hebben ze vaak geen goesting om hun ouders te vergezellen, waarheen dan ook: ze voelen zich dan teveel kind. Het is dus niet altijd uit weerzin tegen de mis dat ze niet meegaan. Ze zouden wellicht wel elders gaan waar nog jongeren zijn.
Zoals op alle gebieden waar er iets groeit, is het ook hier belangrijk jonge mensen te helpen om te begrijpen wat er in hen omgaat. Ze vragen hen te vertrouwen en krediet te geven, zonder dat ouders daarom hoeven te verzwijgen wat zij denken of verlangen van hun kinderen. Jongeren zoeken soms meer dan men denkt naar verankeringspunten en wegwijzers. We moeten pogen hun hart open te houden voor de roep van de Heer en te zorgen dat ze het contact met de zondagsgemeenschap niet geheel verliezen. Zo kan hun trouw rijper worden zij het dan helaas ook langs de doolwegen van enige ontrouw.
Naar de mis als ik goesting heb !
Soms hoor je jongeren zeggen: "De mis is een rendez-vous uit liefde. Waarom me dan verplichten? Liefde verdraagt geen dwang".
Ja en neen. Liefde is geen louter sentiment. Dat komt er bij.
Liefde is een beslissing: "Ik wil je graag zien".
Liefde zit in de wil, niet in de emoties, al komen die er normaal
wel bij. Daarom is de eerste kwaliteit van de liefde trouw. Trouw
blijven liefhebben over de sprongen van het humeur heen.
Naar de mis gaan is inderdaad een zaak van zulke liefde. En dus
ook van trouw. Het is ook willen, meer dan voelen. Het is
luisteren naar wat Jezus gezegd heeft: "Blijft dit doen
om Mij te gedenken".
Bij de priester of in de kerk die me ligt.
Ieder kan naar de mis gaan bij de priester die hij verkiest. Je kan inderdaad je kerk en je celebrant kiezen. Maar moet je ook niet aan iets anders denken? De mis is geen snack of self-service waar je naartoe gaat uitsluitend om voor jezelf te zorgen. De mis is niet enkel genieten, maar ook geven. Geven aan God om te beginnen: me aansluiten bij Jezus' offer en mezelf aanbieden met Hem aan de Vader. Geven ook aan mijn broeders en zusters in het geloof. De medegelovigen hebben recht op mij en op mijn inbreng. Daarom is het nodig dat ik ergens in een gemeenschap geworteld blijf. Ik moet niet enkel vruchten plukken, ik moet er zelf ook voortbrengen. Mijn parochie of gemeenschap heeft recht op mij. Christenen zijn geen bijen die alle bloemen aandoen om alleen van de beste honing te snoepen.
En de mis op TV ?
'Naar de mis gaan' veronderstelt dat je 'gaat', dat je je huis verlaat, je bezigheden en ook je TV, om bij broeders en zusters aan te sluiten. Een TV-mis kan mooi zijn en boeiend. Maar langs TV vier je de mis niet mee, je volgt er alleen de reportage van. Je kan eventueel goed bidden, maar het is enkel 'ter gelegenheid van een mis': je neemt er niet ten volle aan deel. Vooral als je ziek bent of gehandicapt of oud, is zo'n TV-mis een kostbare hulp. Maar je kan niet communiceren en de Heer is niet eucharistisch aanwezig in je huiskamer. Het blijft bij bidden thuis en daar hebben we het hoger al over gehad.
Een woorddienst met communie:
ligt daar de toekomst ?
In onze streken is er nog bijna overal elk weekend minstens
één eucharistieviering. Door het priestergebrek kan dit in de
toekomst anders worden. Wat moeten we dan doen?
Ieder zal moeten zien of het voor hem niet mogelijk is aan te
sluiten bij een andere parochiegemeenschap waar nog eucharistie
mogelijk is. Dat zal in steden nauwelijks een probleem zijn. Maar
op de buiten?
Het zal soms nodig zijn hier en daar tijdens het weekend, bij afwezigheid van een priester, een andere liturgie te houden: een woorddienst met uitdeling van de communie. Dit is geen variant van de mis, het is iets geheel anders en het is altijd een noodoplossing. Het mag niet als er in die kerk tijdens hetzelfde weekend, nog een eucharistieviering plaats vindt.
Sommige mensen zullen zo'n woorddienst met communie aanvankelijk misschien liever hebben dan de mis. Er is daar inderdaad meer tijd om de bijbel te beluisteren; de leken zijn er meer bij betrokken. Zo'n dienst is echter geen eucharistie: noch het laatste avondmaal, noch het kruisoffer van Christus, noch zijn verrijzenis komen er tegenwoordig. Deze viering is wel een maaltijd, maar niet het eucharistisch offer. Er ontbreekt hier iets heel belangrijks. We blijven om zo te zeggen op onze honger.
Een woorddienst met communie vervangt nooit de eucharistie. Hij houdt alleen het verlangen ernaar wakker. De diaken en de leken vervangen de priester niet in dit soort viering. Dat blijkt al uit het feit dat de stoel van de priester onbezet blijft. Een gemeenschap zonder zondagmis blijft naar de priester uitzien en bidt dat de Heer spoedig zijn belofte zou nakomen: "Ik zal u herders geven", dat Hij een priester zendt.
Die naar de mis gaan
zijn toch niet beter dan de anderen.
Christenen zijn ook zondaars. Ze zijn 'broze vaten', zwak zoals jij en ik. Maar in die 'broze vaten' dragen ze de schat van het geloof. En dat maakt ze wel anders: ze nemen Gods gaven gelovig en deemoedig aan.
In de eucharistie dragen ze zich met Christus op aan God en aan de mensen. En als ze struikelen in hun leven of diep vallen, getuigen ze door te komen tot bij de tafel van de zondaars dat ze echt blijven verlangen om zich te bekeren. Ze hebben een onwankelbaar vertrouwen dat God groter zal zijn dan hun eigen hart dat hen beschuldigt. Christenen leven uit de hand van Gods barmhartigheid.
De eucharistie is de plaats waar ze als vrijgesproken zondaars samenzijn. Ze voelen zich solidair met alle zwakken, armen en afgedwaalden. Ze ontvangen er uit de hand van de Kerk Christus' Lichaam en Bloed, gebroken en vergoten tot vergeving van de zonden. De hunne en die van de hele wereld.
Christenen zijn inderdaad anders. Of ze beter zijn? Alleen God leest in de harten. Want 'ons leven is geborgen in Christus'. Het zal ooit blijken of ze beter zijn, de dag dat Hij terugkeert.
Niemand heeft nu tijd om te denken aan zijn voortreffelijkheid: zijn bekering slorpt alle energie op.
* * *
Broeders en zusters, de zondagmis is het hart van de
christelijke gemeenschap:
ze is onmisbaar voor de 'gezondheid' van de Kerk.
Zien we mekaar dan zondag ?
En in de kerk voor de zondagsmis ?
Want de zondag is een tijd voor de mens,
maar ook een tijd voor God.
(+ Godfried Kardinaal DANNEELS, Aartsbisschop van Mechelen-Brussel).
* * *