NIEUWS :

 


 

Het Vaticaan over nieuwe mediatechnologieën

 

BRUSSEL (KerkNet/ChristianToday) –

Dit jaar staan nieuwe technologieën centraal tijdens de jaarlijkse Dag van de Media. In Rome wordt vandaag de boodschap van de Paus voor Mediazondag bekendgemaakt. Centraal thema is ‘Nieuwe technologieën, nieuwe verbindingen. Voor een cultuur van respect, dialoog en vriendschap’. Tijdens Mediazondag zal vooral nagegaan worden hoe nieuwe technologieën kunnen bijdragen tot een klimaat van dialoog en vertrouwen.

De nieuwe technologieën houden een enorm potentieël in als ze gebruikt worden om het begrip en de menselijke solidariteit re bevorderen. Deze technologieën zijn een echt geschenk voor de mensheid. Daarom moeten de voordelen ervan ten goede komen aan alle mensen en alle gemeenschappen.

Aldus de Paus Benedictus XVI in zijn vrijdag gepubliceerde boodschap.

 Vooral de jongeren hebben de enorme voordelen van de nieuwe media begrepen om de communicatie en het begrip tussen individuen en gemeenschappen te bevorderen, aldus de Paus.

De populariteit van de nieuwe technologieën moet ons niet verwonderen, stelt Benedictus XVI "omdat ze tegemoet komen aan het fundamentele verlangen van mensen om met elkaar in relatie te treden".

De kerkleider wijst er onder meer ook op dat de nieuwe technologieën de weg geopend hebben voor de dialoog tussen personen van verschillende landen, culturen en godsdiensten. De Paus is er ook blij mee dat er digitale netwerken zijn ontstaan die de menselijke solidariteit, de vrede en de rechtvaardigheid, de mensenrechten en het respect voor het leven en het goede van de schepping promoten.

 

Google

De aangekondigde samenwerking tussen de internetzoekmachine ‘Google’ en de Vaticaanse CTV voor de oprichting van wat nu al ‘Popetube’ wordt genoemd, met videobeelden, foto’s en teksten van de Paus, toont dat het Vaticaan almaar meer belang hecht aan nieuwe media. Rome ziet hierin ook een belangrijk middel om jongeren te bereiken. Videobeelden van de Paus konden in het verleden al geraadpleegd worden via de website van Radio Vaticaan, maar zij bereikten langs die weg amper een publiek.

De samenwerking met ‘Google’ heeft als bijkomend voorbeeld dat de Google-technologie sinds Kerstmis ook gebruikt wordt voor de zoekrobot op de website van het Vaticaan. Daardoor werden zoekacties op de website aanzienlijk versneld.

 

 

Publicatiedatum: 23 januari 2009

 


 

DE MEDIA: OP HET KRUISPUNT VAN ZELFPROMOTIE EN DIENSTBETOON. ZOEKEN NAAR DE WAARHEID OM HAAR MET ANDEREN TE DELEN.

 42e Wereldcommunicatiedag 2008

 (Soort document: Paus Benedictus XVI - Boodschap)

Paus Benedictus XVI - 24 januari 2008

 

 Dierbare broeders en zusters!

 Het thema van de Wereldcommunicatiedag van dit jaar – ‘De media: op het kruispunt van zelfpromotie en dienstbetoon. Zoeken naar de waarheid om haar met anderen te delen’ – belicht de belangrijke rol van de media in het leven van mensen en van de samenleving.

Er is werkelijk geen terrein van de menselijke ervaring meer, zeker gezien de immensiteit van de globalisering, waarop de media niet integraal onderdeel uitmaken van de relaties tussen mensen en van de sociale, economische, politieke en religieuze ontwikkelingen.

Zoals ik in mijn Boodschap voor de Wereldvredesdag van dit jaar schreef: "Met name de sociale communicatiemedia hebben, gezien hun educatieve mogelijkheden, een bijzondere verantwoordelijkheid voor de bevordering van het respect voor het gezin door duidelijk te maken wat de rechten en verwachtingen van het gezin zijn en het gezin in al zijn schoonheid weer te geven."

Door de bliksemsnelle technologische ontwikkeling beschikken de media over ongekende mogelijkheden, maar dat doet tegelijkertijd nieuwe en tot voor kort onvoorstelbare vragen en problemen ontstaan. De media kunnen zonder enige twijfel een belangrijke bijdrage leveren aan de verspreiding van nieuws, aan kennis van feiten en aan de verschaffing van informatie: de media hebben bijvoorbeeld een beslissende rol gespeeld in de verbreiding van de geletterdheid en in de socialisatie, evenals in de ontwikkeling van de democratie en de dialoog tussen de volken. Zonder hun bijdrage zou het werkelijk moeilijk zijn om het onderlinge begrip tussen de volken te bevorderen en te versterken, om een impuls te geven aan vredesonderhandelingen over heel de wereld, om iedereen de toegang tot informatie te garanderen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat ideeën, met name ideeën ter bevordering van de idealen van solidariteit en sociale gerechtigheid, vrijelijk kunnen circuleren.

De media zijn in hun algemeenheid niet alleen kanalen waarlangs ideeën kunnen worden verspreid: zij kunnen en moeten ook instrumenten zijn die ten dienste staan van een wereld van meer gerechtigheid en solidariteit. Zij dreigen helaas echter te veranderen in systemen die erop gericht zijn om de mensheid de agenda voor te schrijven die bepaald wordt door de waan van de dag. Dat is wat er gebeurt wanneer communicatie wordt gebruikt voor ideologische doeleinden of agressieve reclame voor consumptiegoederen. De media pretenderen de werkelijkheid weer te geven, maar vaak wordt er een vertekend beeld van het persoonlijke, sociale en het familieleven voorgespiegeld of gelegitimeerd. Om meer luisteraars te trekken en hogere kijkcijfers te halen, aarzelen de media soms ook niet om zich te bedienen van vulgariteit of geweld en daarmee over de schreef te gaan. De media kunnen ook ontwikkelingsmodellen propageren die de technologische kloof tussen rijke en arme landen eerder vergroten dan verkleinen.

De mensheid staat op een kruispunt. Op de media is ook van toepassing wat ik in de encycliek Spe Salvi - In hoop zijn wij gered schreef over de ambiguïteit van de vooruitgang: die biedt enerzijds nieuwe mogelijkheden voor het goede, maar opent tegelijkertijd ook verschrikkelijke, eerder niet bestaande mogelijkheden voor het kwaad. We moeten ons dan ook afvragen of het wijs is om toe te staan dat de sociale communicatiemiddelen worden gebruikt voor kritiekloze ‘zelfpromotie’ of in handen komen van mensen die ze gebruiken om het geweten van mensen te manipuleren. Moet de prioriteit niet zijn om ervoor te zorgen dat zij ten dienste blijven staan van de mens en van het algemeen belang en dat zij “de morele vorming ... de vernieuwing van het innerlijk leven"  bevorderen? De buitengewoon grote invloed van de media op het leven van mensen en op de samenleving wordt algemeen erkend. Toch is het nodig om te benadrukken dat er momenteel sprake is van een radicale verschuiving, men zou zelfs kunnen zeggen van een complete omslag in de functie van de media. De communicatiemedia lijken tegenwoordig de werkelijkheid niet alleen te willen weergeven, maar zelfs te willen bepalen door de invloed en kracht van suggestie.

Het is bijvoorbeeld duidelijk dat de media in bepaalde situaties niet worden gebruikt voor het eigenlijke doel van informatieverschaffing, maar om gebeurtenissen te ‘creëren’.

Deze gevaarlijke omslag in de functie van de media wordt door veel kerkelijk leiders met bezorgdheid gadegeslagen. Juist omdat we te maken hebben met realiteiten die grote invloed hebben op alle dimensies (morele, intellectuele, religieuze, relationele, affectieve en culturele) van het menselijk leven waarin het belang van de persoon op het spel staat, moeten we benadrukken dat niet alles wat technisch mogelijk is, ook ethisch verantwoord is.

Daarom doet de invloed van de communicatiemedia op het moderne leven onontkoombare vragen rijzen, die vragen om keuzes en oplossingen die we niet langer voor ons uit mogen schuiven.

De functie die de sociale communicatiemedia in de samenleving hebben gekregen, moet inmiddels worden beschouwd als een integraal onderdeel van het ‘antropologische’ vraagstuk dat de grootste uitdaging van het derde millennium vormt. Zoals we ook zien gebeuren op het terrein van het menselijk leven, van huwelijk en gezin en in de grote actuele vraagstukken rondom vrede, recht en de bescherming van de schepping, zo gaat het ook in de sector van de sociale communicatiemedia langzamerhand om essentiële dimensies van de menselijke persoon en om de waarheid ten aanzien van de mens. Wanneer de communicatie haar ethische grondslag verliest en zich onttrekt aan sturing vanuit de samenleving, is er uiteindelijk geen ruimte meer voor de centrale plaats en de onschendbare waardigheid van de menselijke persoon. Als gevolg daarvan dreigt zij dan een negatieve uitwerking te hebben op het geweten en de keuzes van mensen en hun vrijheid en leven te conditioneren. Daarom is het essentieel dat de sociale communicatiemedia de menselijke persoon altijd verdedigen en de menselijke waardigheid volledig respecteren. Veel mensen menen dat er in dit verband behoefte is aan een ‘info-ethiek’, zoals we ook een bio-ethiek hebben op het terrein van de geneeskunde en wetenschappelijk onderzoek ten aanzien van het leven.

De media moeten vermijden dat zij de spreekbuis worden van economisch materialisme en ethisch relativisme, de gesels van deze tijd. In plaats daarvan kunnen en moeten zij bijdragen aan de verkondiging van de waarheid over de mensheid en die verdedigen tegenover hen die deze waarheid ontkennen of willen vernietigen. Men zou zelfs kunnen zeggen dat het zoeken naar en het presenteren van de waarheid over de mensheid de hoogste roeping van de sociale communicatie vormt. Het is een prachtige taak om met het oog op dat doel gebruik te maken van de vele verfijnde en aantrekkelijke technieken die de media tot hun beschikking hebben,   in de eerste plaats een taak voor de bestuurders en medewerkers van deze sector.

Maar het is ook een taak die tot op zekere hoogte ons allen aangaat, omdat wij in deze tijd van globalisering allen consumenten van de sociale communicatiemedia zijn en die ook zelf bedienen. De nieuwe media, met name de telecommunicatie en het internet, veranderen het gezicht van de communicatie. Misschien is dit een waardevolle gelegenheid om dat gezicht opnieuw vorm te geven om, zoals mijn eerbiedwaardige voorganger paus Johannes Paulus II het zei, de essentiële en onmisbare elementen van de waarheid over de menselijke persoon zichtbaarder te maken.

De mens hunkert naar de waarheid, hij is op zoek naar de waarheid: dat feit wordt geïllustreerd door de aandacht en het succes dat wordt geoogst met vele publicaties, programma’s of kwaliteitsfictie waarin de waarheid, schoonheid en grootsheid van de menselijke persoon, inclusief de religieuze dimensie van de mens, worden erkend en op positieve wijze benaderd. Jezus zei: “Dan zult ge de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken" (Joh. 8, 32). De waarheid die ons vrijmaakt is Christus, omdat alleen Hij werkelijk de honger van het menselijk hart naar leven en liefde kan stillen. Zij die Hem hebben leren kennen en zijn boodschap met enthousiasme hebben ontvangen, ervaren een niet te onderdrukken verlangen om die waarheid te delen en uit te dragen. Zoals Johannes schrijft: “Het bestond vanaf het begin – we hebben het gehoord en met eigen ogen gezien; we hebben het aanschouwd en onze handen hebben het aangeraakt – dáárover spreken wij, over het woord dat leven is ... Wat wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij ook aan u, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons. En onze gemeenschap is er een met de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon. En wij schrijven dit om ons aller vreugde volkomen te maken (1 Joh. 1, 1-4).

Laten wij de heilige Geest vragen om moedige mensen op het terrein van de communicatie, om authentieke getuigen van de waarheid, die trouw zijn aan de opdracht van Christus en geestdriftig over de boodschap van het geloof, mensen die “de moderne culturele behoeften begrijpen en zich inzetten om het communicatietijdperk niet te benaderen als een tijd van vervreemding en verwarring, maar als een waardevolle tijd om te zoeken naar de waarheid en te streven naar gemeenschap tussen mensen en volken".

Met deze wensen zend ik u allen van harte mijn zegen.

 

Vanuit het Vaticaan, 24 januari 2008,
de gedachtenis van Franciscus van Sales.

Paus Benedictus XVI

 

 


 


Samen met christenen over heel de wereld
bidden wij in maart:

Mogen wij het sacrament van de verzoening
als een geschenk van Gods barmhartige liefde ervaren.

Je maakt fouten en schiet te kort, en dat vind je vervelend.
Je kunt dan twee kanten uit; naar boven of beneden. Je kunt doen alsof je alle problemen zelf kunt oplossen en drukt al je zwakke kanten hardnekkig weg. De meesten komen echter op deze weg vroeg of laat bedrogen uit. We zijn nu eenmaal niet perfect en als we onze zwakke kanten wegdrukken, verdwijnen ze niet echt.
Wanneer je durft erkennen dat je fout was en beperkt bent, dan kan God in zijn goedheid alle wonden helen. Als je zijn hulp vraagt, zal Hij die nooit weigeren. Je mag bij Hem nu eenmaal zijn wie je bent.
Altijd opnieuw en gratis.
Maar hoe beginnen we aan een deugddoend gesprek met Hem? Meestal weten we nauwelijks hoe we Hem kunnen aanspreken; hoe zouden we dan zijn antwoord horen? Gelukkig zijn er geestelijke begeleiders en biechtvaders die als tussenpersoon in Gods Naam vergeving mogen schenken. Vergeving krijgen of schenken is zich opnieuw verzoenen met het leven.

 

Gij zegt, Heer,
Heb je gezondigd? Was je, zuiver je!
Kom naar Mij, laat het ons uitpraten!
Niets kan U blijer maken
dan een nederig hart dat zegt:
'Het spijt me'
Gij laat ons in vrede gaan,
als mensen die door uw vergeving
bevrijd, veranderd en verjongd zijn.
Laten we dit feest van verzoening
als een kostbaar gebeuren mogen ervaren!

(Kerk & Wereld, maart 2003)

 

 


De decaloog van Assisi voor de vrede.

1. Wij verbinden er ons toe als vaste overtuiging te verkondigen dat geweld en terreur in strijd zijn met de geest van elke ware godsdienstigheid. Terwijl wij iedere toevlucht tot geweld en oorlog in de naam van God of godsdienst veroordelen, verbinden wij ons er toe al het mogelijke te doen om de oorzaken van terreur uit te roeien.

2. Wij verbinden er ons toe de mensen op te voeden tot wederkerige eerbied en waardering om zo een vredevol en solidair samenleven te bevorderen onder de leden van verschillende etnische groepen, culturen en godsdiensten.

3. Wij verbinden er ons toe een cultuur van dialoog te bevorderen zodat begrip en vertrouwen tussen individuen en volkeren groeien als voorwaarden voor een authentieke vrede.

4. Wij verbinden er ons toe op te komen voor het recht van elk mens om een waardig leven te leiden in overeenstemming met zijn culturele identiteit en om in vrijheid een eigen familie uit te bouwen.

5. Wij verbinden er ons toe te dialogeren met oprechtheid en geduld, zonder dat wat ons scheidt te beschouwen als een onoverkomelijke muur. De confrontatie met de verscheidenheid van de anderen biedt juist kansen tot grotere wederzijdse verstandhouding.

6. Wij verbinden er ons toe elkaars fouten en vooroordelen van vroeger nu te vergeven. Wij willen elkaar steunen in een gemeenschappelijke inspanning om egoïsme en misbruiken, haat en geweld te overwinnen en uit het verleden te leren dat vrede zonder gerechtigheid geen ware vrede is.

7. Wij verbinden er ons toe aan de zijde te staan van hen die lijden onder armoede en verlatenheid. Wij willen ons uitspreken ten gunste van hen die geen stem hebben en wij willen concrete acties voeren om zo'n situaties ongedaan te maken, in de overtuiging dat niemand alleen gelukkig kan zijn.

8. Wij verbinden er ons toe ons de schreeuw eigen te maken van hen die zich niet overgeven aan geweld en kwaad. Wij wensen met al onze krachten bij te dragen tot het geven van reële hoop op rechtvaardigheid en vrede voor de mensheid van onze tijd.

9. Wij verbinden er ons toe elk initiatief dat de vriendschap tussen volkeren bevordert aan te moedigen. Waar een sterk begrip tussen volkeren ontbreekt, beseffen wij heel goed dat de technologische vooruitgang de wereld ook blootstelt aan de groeiende gevaren van vernieling en dood.

10. Wij verbinden er ons toe om leiders van de naties te vragen alle mogelijke inspanningen te doen op nationaal en internationaal niveau om een wereld uit te bouwen van solidariteit en vrede gebaseerd op rechtvaardigheid.

 

Deze "decaloog voor de vrede" werd ondertekend door religieuze leiders uit de hele wereld bij het einde van de "dag van gebed voor vrede in de wereld" die gevierd werd in Assisi op 24 januari 2002 op initiatief van Johannes-Paulus II.

 

(vert. Pax Christi Vlaanderen)

 

 

 


 

Barmhartigheid als medicijn.

"Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars", zegt Jezus.
Met die uitspraak dient Hij niet alleen de Farizeeën van antwoord, die zich erover hadden beklaagd dat Hij aan tafel zat met tollenaars en zondaars, maar tegelijkertijd wil Hij ook verantwoorden waarom Hij Matteüs gevraagd heeft Hem te volgen.
Op zich was dat natuurlijk geen wereldschokkend nieuws, ware het niet dat Matteüs een tollenaar was en dat hij in dienst van de Romeinen belastingen moest innen. Het feit dat Jezus zo iemand uitkoos om leerling van Hem te worden, moet bij de Farizeeën hard zijn aangekomen. Farizeeën wilden immers niets met tollennaars te maken hebben, omdat zij in hun ogen meewerkten met de Romeinse bezetter.

Jezus wist dat uiteraard ook en Hij maakte van die vijandschap handig gebruik om zijn zending te verduidelijken en om de Farizeeën terzelfder tijd een veeg uit de pan te geven. Tussen de lijnen verwijt Hij hen dat ze zich beter achten dan hun medemensen en dat ze menen dat hun manier van leven de enige juiste is.
"Leer nu eens eindelijk inzien dat dat niet zo is", krijgen ze van Jezus naar het hoofd geslingerd. Wellicht heeft zo'n uitspraak hun wantrouwen alleen maar groter gemaakt. En als je dan nog weet dat de naam Matteüs letterlijk geschenk van God of de getrouwe betekent (woorden die voor de Farizeeën onmogelijk verbonden konden worden met tollenaars), dan begrijp je wellicht dat Jezus en de Farizeeën geen al te beste vrienden waren.

Dit verhaal gaat in mijn ogen dan ook niet zozeer over de roeping van Matteüs, maar wel over de roeping van de Farizeeën. Jezus wil hen duidelijk maken dat ook zij nood hebben aan barmhartigheid en Hij nodigt hen uit de kilte van hun hart in te ruilen voor de warmte van zijn tederheid. Voor het merendeel van de Farizeeën is dat echter niet vanzelfsprekend. Zij blijven zweren bij hun eigen gelijk en weigeren het masker van perfectie af te leggen.
Het is ook niet zo eenvoudig jezelf klein te maken en te erkennen dat je in je hart gekwetst bent en dat je genezing nodig hebt. Nochtans lijkt me dat de enige manier te zijn om te groeien in onze verbondenheid met God. Als we van onszelf denken dat we niemand nodig hebben, zal ook God zich niet opdringen. En als we onze kwetsbaarheid willen beschermen door niemand in ons leven binnen te laten, sluiten we ook God buiten. Ik vermoed dat er in die zin in ieder van ons wel een kleine Farizeeër leeft. Toch zegt dit evangelie mij dat we dat masker beter kunnen afzetten en dat we onszelf verder niets meer moeten wijsmaken.

Jezus is niet gekomen voor perfectionisten of voor bijna-heiligen. In het bijzonder wil Hij zijn liefde delen met kleine mensen en met hen die door het leven zo gekwetst zijn, dat ze meer dan anderen nood hebben aan barmhartigheid. Als ons hart vol is van ons 'grote gelijk', zullen we Jezus' stem niet horen. Maar als we durven zeggen dat we genezing nodig hebben, wil Hij ons zijn hand reiken.


Erwin Roosen.
(Kerl en Leven 5 juni 2002)

 

 


Niet Treuren en Troosten.

Pleidooien voor moed en vertrouwen.

Treuren en troosten, dat lijken vaak de meest beoefende bezigheden in roomse kringen. Men kijkt elkaar bedroefd aan wegens de leegloop en schuift dicht bij elkaar in de koestering van een kleine rest. Fout, zeggen steeds meer kerkwaarnemers en theologen. Het gaat met (de kansen voor) het geloof veel minder slecht dan vlugge cijfers laten vermoeden. Kerkmensen moeten ophouden met zich te bezatten aan treurnis. Het is tijd om op te staan en naar de wereld toe te gaan.

De Oostenrijkse godsdienst socioloog en pastorale theoloog Paul Zulehner is formeel: In tegenstelling tot de prognose dat religie en religiositeit zouden verdrinken in de secularisatie, is er veeleer een megatrend te merken van opwaardering van de spiritualiteit.
Uit vergelijkend onderzoek stelde hij vast dat bovenal in de Europese grootsteden de lijn van de achteruitgang ombuigt in een lichte toename.
Of hij hier een verklaring voor heeft ?
Zulehner noemt de trendbreuk "een opstand tegen de wassende ondraaglijkheid van de banale alledaagsheid". De maatschappelijke leugen dat je maximaal geluk zou kunnen bereiken in minimale tijd, heeft veel mensen ontgoocheld. Ze zijn nu op zoek naar heling (en heil).

Noten.

De vernieuwde belangstelling voor religiositeit en spiritualiteit heeft zich in de grootsteden, onder andere ook Brussel, vertaald in een lichte stijging van kerkbezoek, maar vooral in een toename van religieus doe-het-zelven.
Veel mensen zijn vandaag godsdienstcomponisten, zegt Zulehner. Vinden ze niet meteen de traditionele Kerk, ze halen er wel wat noten en akkoorden.

Het is de taak en de plicht van de Kerk om deze mensen tegemoet te komen door een aangepast aanbot van wat Zulehner noemt "mystiek voor beginners". Ook ziet hij het toegenomen belang van oorden van bedevaart, aanbidding en ontmoeting.

Ook onze liturgische kwaliteit moet dringend opgekrikt, vindt de Oostenrijker. De Kerk moet zich op de religieuze markt profileren als het beste adres voor kwaliteitzoekers. De Kerk heeft de know-how, het materiaal, de thema's en de rituelen in huis voor de dialoog met zinzoekers. Onze voorgangers moeten dan wel ophouden met in hun vieringen hun eigen goddeloosheid te enceneren.

De nieuwe religieuze belangstelling kruipt waar ze niet gaan kan.
In Duitsland schieten nieuwe Jezusgroepen als paddestoelen uit de grond, omdat in de ogen van de nieuwe Jezusaanhangers de Kerken dodelijk saai zijn. De lutherse bisschop van Hamburg, Maria Jespen, ziet in hun enthousiasme een uitdaging: Deze groepen geven ons nieuwe moed ons profiel aan te scherpen. Wij waren te bang.

Hertovering.

Ook (post)moderne mensen willen geloven, zegt de Amsterdamse godsdienstsocioloog Hijme Stoffels. Hij ziet een hertovering van de wereld, de intellectuele schaamte voorbij. In het postmoderne vervagen volgens hem de tegenstellingen tussen rede en gevoel, inheems en exotisch, schijn en werkelijkheid, religieus en seculier, sacraal en profaan. Hijme verwondert er zich dan ook niet langer over dat wonderen weer in zijn.

De belangstelling voor mirakel en innerlijkheid past volgens de Zwitserse godsdiensthistoricus Hubert Knoblauch in onze extasecultuur. Heel onze drang naar prestatie (niet alleen op professioneel vlak, maar ook op seksueel en sportief vlak) is gericht op het beleven van extase. Terwijl de extase historisch gezien (en in andere culturen) zich vooral voordeed aan de rand van de samenleving, lijkt ze vandaag de hoofdstroming van de cultuur te zijn geworden.

We moeten met onze christelijke boodschap niet beschaamd en beschroomd op de laatste rij staan dreutelen. Vooral moeten we ophouden, zegt de Engelse professor Alister McGrath, met ons te verdedigen, alsof we iets verkeerd voorhebben, en ook geen allerlei bochten nemen om het sympathiek voor te stellen. Je hoeft het christendom helemaal niet te verdedigen, want het is aangenaam van zichzelf. Je hoeft alleen maar uit te leggen waar dat aangename is bestaat. En dat doen we niet.

Fuseren.

De Kerk heeft door zelfbeklag de voeling met zijn klanten verloren. Hierdoor hebben veel gemeenten (parochies) hun bewoners verloren, zegt de Nederlandse manager Hans Kuijpers. Ze zijn gaan navelstaren binnen de kerkmuren. Het samenvoegen van plaatselijke kerkgemeenschappen - lees in ons geval parochies - vindt hij ook maar niks. Ik heb nog nooit gehoord dat drie noodlijdende bedrijven gaan fuseren in de hoop er zo beter uit te komen. De parochies moeten zich buigen over hun corebusiness, de verkondiging. Ze moeten duidelijk maken waar ze voor staan. zegt Huijbers, en op die wijze buitenkerkelijken aantrekken. De Kerk moet ook nadenken over haar rol in de samenleving: En dan vooral zoeken naar het gat in de markt van geestelijke volksgezondheid. Niet voor de kerkgroei, maar vanuit bewogenheid.

Immers, hoezeer de secularisatie nog toeneemt, ook het verlangen naar zingeving en mogelijkheden om het leven te vieren stijgt. Het religieus toebehoren wint aan belangstelling in de geseculariseerde samenleving, zeggen verschillende waarnemers. En daarom vorderen ze de Kerk op. Het is bijvoorbeeld verrassend dat in Duitsland, tot voor kort het land met de snelste ontkerkelijking, een toename van het geloof kent.

Eigenlijk zijn de mensen de materiële verlokkingen beu. Ze willen immateriële inhoud. Het merkwaardige is dat net de producenten van materiële goederen een tijdlang die behoefte hebben beantwoord. Merken zijn de nieuwe religie, blokletterde de Britse krant The Guardian nog niet zo lang geleden. Het kopen van merkproducten werd een religieuze daad

Mensen zwoeren bij merken, als waren ze hun religie. De merknamen op trui, jas of schoenen leken wel religieuze symbolen. Maar vandaag moet het symbool van Nike (of een ander merk) weer de concurrentie aan met het kruis.
Kettinkjes met een kruisje zijn weer in.

Bvba Zich

Volgens de Duitse cultuurfilosoof Horst Opaschowski hebben mensen die zelfbegoocheling van de merkadoratie vlug door. Merk in plaats van Kerk, dat blijft niet werken. Vandaag verlangen volgens Opaschowski mensen meer activiteiten met zinvolle duiding. Het zondagse shoppen voldoet niet aan de honger. Mensen nemen stilaan afscheid van het tijdperk van de nv 'Ik' en de bvba 'Zelf'.

Net op het moment dat mensen verlangen om uit zichzelf te treden, verdwijnt de Kerk onder het wateroppervlak. Opaschowski: Ze moet in het offensief gaan en de mensen in hun zoeken naar zingeving niet alleen laten. Ook moet de Kerk maatschappelijke initiatieven nemen die het tijdperk van de waardecocktail durven in vraag te stellen.

De Duitse - ongelovige - journalist Christian Nürnberger (süd-deutsche Zeitung) riep in zijn boek 'Kirche, wo bist du?' de Kerk op een meer publieke rol te spelen. Hij verwacht van haar nadenken, opheldering, duiding en weerstand. Weerstand tegen de vruchtbaarheidsgodsdienst. Duiding van ons tegenwoordig dansen rond het gouden kalf. Opheldering over wat met ons gebeurt, als we de afgoden van markt en techniek in de plaats zetten van de God van Abraham, Jakob en Isaäk. Ten slotte nadenken over het fenomeen van de 'nieuwe markt' die weliswaar gedreven wordt door waarden van hoop, maar die ons toont hoe verwaarloosd het woord hoop inmiddels is.

De Kerk moet opnieuw "het mysterie uitschreeuwen", zegt Opasschowski, en het plaatsen "in het midden van het leven". Dat betekent dat de Kerk moet terugkeren uit de koestering van de kleine rest.

Als ze er zou voor kiezen om een clubje van getrouwen te worden, dan wordt ze volgens de Zwitserse theoloog Michael Krüggeler "een sektarische Milieukerk". Het is evenwel haar plicht een "pluriforme Volkskerk" te blijven of opnieuw te worden.

 

Marc Van de Voorde.
(Kerk en Leven - 27 maart 2002)

 

 


Laatste Taboe.

Uit een enquête voor het Franstalige Belgische weekblad "Télémoustique" blijkt dat voor 87 procent van de mensen godsdienst hét onderwerp is waar je met een ander niet over praat.
Godsdienst en geloof zijn de grootste taboeonderwerpen van deze tijd.

Het onlangs geuite idee van onze minister van onderwijs, Marleen Vanderpoorten, om godsdienst en zedenleer uit het lessenpakket te halen, moet je dus op die zelfde lijn situeren. Geloof en levensbeschouwing, daarover heb je het niet met elkaar. Daarover praten is not done. Dus horen deze onderwerpen in de publieke ruimte die de school is, het liefst taboe te worden verklaard.

Stel eens dat de onderwijsminister zou voorstellen om seksuele voorlichting niet langer op school te geven, met het argument dat "dit op de eerste plaats thuishoort in het gezin" ... Zo dacht men er lang geleden over, toen praten over seks taboe was. Toch sprak men er thuis ook niet over. Het was immers een taboeonderwerp.

Een taboe wordt algauw maatschappelijk als kwaad ervaren. Seks was vroeger zonde. Godsdienst is vandaag zonde van de tijd die je erin stopt.

Religie heeft op dat punt seks vervangen: ze is taboe, privé, onwelvoeglijk, altijd en overal. Je doet dus alsof je er niets mee te maken hebt of je bent beschaamd om erover te beginnen. Maar je zit er wel mee, zoals mensen met hun seksualiteit vroeger, hoe goed ze ook veinsden er geen uitstaans mee te hebben. Geen mens is seksloos, geen mens ook gedachteloos.

Iedereen weet ten andere dat je levensbeschouwing net zoals seksualiteit niet uit een mens kunt snijden. Beiden hebben met de intimiteit en het wezen van het leven en de mens te maken: seksualiteit met lichaam, verlangen en relatie; godsdienst met geest, verlangen en relatie.

Wie de intimiteit van een mens taboe verklaart, verknalt het leven. Dat wreekt zich. Er was veel leed vroeger ten gevolge van de verdrongen seksualiteit, en bij velen was het seksleven een ramp.

Vandaag zitten mensen met onbeantwoorde levensvragen, en hun geloofsleven is een puinhoop. Nochtans hebben seksualiteit en geloof ook met elkaar gemeen dat ze, geïntegreerd in het leven, bijdragen tot geluk. Iedereen weet dat wie een goede relatie heeft, zich prettiger voelt.
Uit een recent onderzoek bij jongeren in de Verenigde Staten blijkt dat religieus engagement de beste indicator is van psychisch welvoelen.

Waarom is godsdienst dan zo'n taboeonderwerp? Misschien wel omdat we bang zijn van de confrontatie met het leven zelf. Was vroeger praten over het begin van het menselijk leven niet welvoeglijk, vandaag is een gesprek over de eindbestemming dat.

Wat we vandaag nodig hebben, is een nieuwe Sigmund Freud. De oude leerde ons onder meer dat veel van ons streven gesublimeerde seksualiteit is. De nieuwe zou kunnen aantonen dat veel van ons handelen verdrongen spiritualiteit is.

Wat we nog nodig hebben, zijn mensen die het taboe doorbreken en durven getuigen van hun geloof, gebedsleven en spiritualiteit, zoals eerstijds voor de seksuele bevrijding vrijwilligers nodig waren die over hun slaapkamergeheimen durfden vertellen.
Een taboe hef je maar op door ertegen in te gaan.

 

(Mark Van de Voorde)

 

 


Home


 

Over pastoorswedden en kerkbelastingen

Ten tijde van de Franse Revolutie (dat was in 1789) was de Kerk rijk genoeg om haar bedienaars zelf te betalen.
De pastoors waren dus vrijgestelden, die door hun baas, de Kerk, werden onderhouden, zodat ze hun taak, het godsvolk onderrichten en leiden naar het eeuwig heil, konden vervullen zonder dat ze moesten uit werken gaan om in hun eigen levensonderhoud te voorzien.
Precies hetzelfde gebeurt vandaag nog met de 'vrijgestelden' van syndicaten, ziekenfondsen en andere organisaties.
Maar, vraagt u zich wellicht af, heeft dat te maken met de Franse revolutie ?
Wel, toen werden de kerkelijke goederen (eigendommen), waarvan de pastoors moesten leven, door de staat aangeslagen, geconfisqueerd (versta : gestolen).
En daar zaten nu die arme pastoors, zelf 'vrijgesteld van inkomen'.
Die kerkelijke bezittingen werden inmiddels deels vernietigd, deels verkocht of verbeurd.
Deze situatie duurde zo'n 25 jaar.
En toen, ... (inmiddels was Napoleon aan de macht gekomen), in 1805 werd er vrede gesloten tussen Kerk en staat en die vrede werd plechtig bekrachtigd in wat tot op heden is gekend als "Het concordaat van Napoleon".
Een van de bepalingen van dit concordaat was, dat Napoleon, de Staat dus, restitutie zou doen van de gestolen goederen.
Maar dit was in de praktijk makkelijker gezegd dan gedaan.
Veel van die zaken (men noemde dat in de volksmond "zwart goed") waren vernietigd, verkocht of verdwenen.
Men kwam dan maar tot de volgende oplossing :
Aangezien de gestolen goederen en de opbrengsten ervan moesten dienen om in het levensonderhoud van de kerkelijke vrijgestelden (lees : pastoors) te voorzien, zou nu de staat bij wijze van restitutie instaan voor het levensonderhoud van de pastoors.
De staat deed dat en doet dat nog door aan de pastoors een maandelijkse vergoeding, bij wijze van restitutie, uit te betalen.
Van belang is te weten dat na Napoleon, bij de oprichting van België in 1830, de Belgische Staat die verplichting heeft overgenomen.

Tot hiertoe is alles dus eenvoudig, duidelijk en logisch, meen ik.
Het verloopt zo al die jaren reeds zonder grote problemen.

Helaas is men te Brussel in het Rekenhof (de officiële kassa van de Belgische Staat) die vergoeding aan de pastoors, gaan aanzien en gaan 'inschrijven' zoals dat heet, onder de rubriek "wedden", want er is in die boekhouding natuurlijk geen kolom restitutie voorzien, met het gevolg dat de pastoors maandelijks een cheque ontvangen waarop staat : "wedde voor de maand ..." (Eigenlijk zou er moeten staan "restitutie-vergoeding")

Voor wie van de hele voorgeschiedenis niet op de hoogte is, worden de pastoors (helemaal ten onrechte) beschouwd als weddetrekkenden, bezoldigd door de staat - "staatsambtenaren" zullen sommigen ze noemen.
Officieel heet het bedienaars van de eredienst, let op, van de Rooms-Katholieke eredienst.
En over die restitutie wordt niet meer gerept.

En ... wat zien wij nu gebeuren ?
Nu komen andere "bedienaren" van andere erediensten ook de vinger opsteken : joden, moslims, vrijzinnigen en zeggen : "wij ook!"
De "koek" moet eerlijk (???) verdeeld worden, zoals bijvoorbeeld in Duitsland via het systeem van de 'Kirchensteuer' - de kerkbelasting.
Maar die brave mensen, want dat zijn ze ongetwijfeld (ze zijn alleen onwetend op gebied van de kerkgeschiedenis en kerkelijk recht), vergeten dat "zij" (moslims, joden, vrijzinnigen, enz.) in 1789 niet door de staat werden bestolen en dat de staat tegenover hen géén restitutie-plicht heeft en dat "zij" helemaal niet vallen onder de bepalingen van het concordaat.

Let op! denk niet dat ik sectair wil doen en dat ik die mensen hun boterham niet gun!
Verre van!
Maar het is wel jammer, ja zelfs erg, dat terzake heel wat foutieve berichtgeving de wereld wordt ingestuurd.
En indien, zoals sommige menen, de tijd is gekomen om dat concordaat eens weer onder de loep te nemen, zal men eerlijkheidshalve toch niet om de hierbovenuiteengezette feiten en argumentatie heen kunnen.

Zo zit de vork aan de steel.
Helemaal niet zo ingewikkeld, wel zeer logisch.
De pastoors zijn dus helemaal geen profiteurs die leven op de kap van de belastingbetaler, zoals wel eens wordt beweerd.

Moge dit eens duidelijk gesteld zijn.



 

Home ->