WANDELING ZURENBORG




«De Heerlyckheid van Suerenborgh»



SITUERING.

Zurenborg bevindt zich deels in het district Antwerpen, deels in het district Berchem.
De spoorlijn tussen de Tramplaats en de Draakplaats verdeelt Zurenborg in deze twee delen.
Het noordelijk deel (district Antwerpen) is het oudste deel en heeft als middelpunt de Dageraadplaats, met de Sint-Norbertus-kerk.
Het zuidelijk deel (district Berchem) situeert zich rond de Cogels-Osylei met zijn prachtige herenhuizen waarvan een groot deel tijdens de eeuwwisseling werd gebouwd.
Zurenborg kenmerkt zich sinds jaren door de aanwezigheid van openbaar vervoer. De eerste paardentram in Antwerpen verscheen in het stadsbeeld op 18 mei 1873 met als traject Zurenborg - Grote Markt.
Ook de latere stoomtram, en nog later de boerentram en de trolleybus hadden hun station op de Tramplaats op Zurenborg.

Zurenborg is ontstaan en groot geworden dankzij het openbaar vervoer, al zou men ook het omgekeerde kunnen zeggen, als zou het openbaar vervoer zo gegroeid zijn dankzij Zurenborg!
Nu nog wordt een groot deel van Zurenborg beheerst door het openbaar vervoer. De spoordriehoek van de NMBS, de stelplaatsen van de LIJN-bussen, de herstelplaatsen van de LIJN-trams en sporen, alsook de administratieve diensten van de LIJN bevinden zich alle op Zurenborg.

Vele Antwerpenaars zullen zich ook de vroegere gasketels herinneren waar nu nog kantoren en werkplaatsen zijn van de Gasmaatschappij.




DE GESCHIEDENIS VAN ZURENBORG EN VAN DE COGELS-OSYLEI.

Waar enkele eeuwen geleden Zurenborg nog een landelijk karakter had, kenmerkt de wijk zich nu als een verstedelijkt gebied.
Vanwaar die ommekeer?

Tot in de 16de eeuw betoonde niemand veel interesse voor het gebied dat nu Zurenborg heet.
Als gevolg van regelmatige overstromingen van de Herentalse Vaart (*1) en de Potvliet was de bodem (*2) in dit gebied voor een groot deel verzuurd en had bijgevolg economisch weinig waarde.
Dit veranderde echter op het ogenblik dat deze gronden in handen kwamen van één van de grootste grondspeculanten van Antwerpen uit de zestiende eeuw: Michiel Van der Heyden.
Van der Heyden bouwde in dit gebied een grote hoeve. Om de gronden te draineren liet hij in 1570 brede grachten graven, een deel van de grond ophogen en o.a. 180 hoge populieren aanplanten.
De benaming 'Zurenborg' stamt dan ook uit deze periode. Al werd het in die periode 'Suerenborgh' geschreven
Benamingen als Suerbosch, Suerbeemden, Suerblock gaven aanleiding om te spreken over de Suerenborger Hoeve.
Na enkele tijd evolueerde deze hoeve tot een hof van plaisantie, namelijk het Suerenborger Hof.
Michiel Van der Heyden gaf zichzelf de titel van 'Heer van Suerenborg' en riep zijn hof uit tot Heerlijkheid.
Het geeft meteen een beeld van de welvaart die er in onze gebieden heerste in de tweede helft van de 16de eeuw.

Het domein kende gedurende vele decennia verschillende eigenaars. In 1837 verwierf ene Baron Osy-Knijff, directeur van de Société Générale, het domein. Via nalatenschap kwam het goed in handen van de zuster van Baron Eduard Osy, die gehuwd was met senator John Cogels.

Deze personen waren meteen de stichters (*3)
van de "Naamloze Bouwmaatschappij van het Oosten van Antwerpen" (Compagnie de l'Est d'Anvers)

Nadat in 1860 onder impuls van Generaal Brialmont een groot deel van de gronden moest prijs gegeven worden aan de aanleg van de vestigingen rond Antwerpen, werd in 1882 door de Antwerpse gemeenteraad het stratenplan goedgekeurd.

Omstreeks de eeuwwisseling fusioneerde de bouwmaatschappij met de "Naamloze Maatschappij voor het Bouwen van Burgershuizen".
Deze nieuwe maatschappij doelde op een duidelijke klasse van burgers.
Ieder van deze burgers koos een eigen architect die de bouwstijl bepaalde.

Alle stijlen werden toegelaten als ze maar onder "neo" konden geklasseerd worden.
Voor de architecten uit die tijd werd het één groot festijn. Alle stijlen werden door mekaar vermengd. In vaktaal noemt men dit een eclectische bouwwijze.

Maar niet alleen op het gebied van de bouwstijl werden de talenten botgevierd.
Ook de tuinaanleg kreeg bijzonder veel aandacht, naast hekken, poortjes en ornamenten.
In de twintiger jaren werden deze tuintjes collectief onderhouden door de 'hovenier van de Burgers-huizen'. Vele ijzeren hekken en poortjes verdwenen later om plaats te maken voor inritten van garages.

Het valt op dat we in de vele versieringen op gevels en in tuinen vaak verwijzingen naar sterrenbeelden en hemelverschijnselen aantreffen. De Zurenborgse straatnamen komen meestal uit dezelfde sfeer: Kleine en Grote Beerstraat, Stierstraat, Ramstraat, Schorpioenstraat, ...
Zo dragen bijna alle straten die stergewijze op de Dageraadplaats uitkomen de namen van sterrenbeelden.

Op het einde van de jaren zestig onstond het plan om de buurt van de Cogels-Osylei met de grond gelijk te maken en er een nieuw hedendaags luxe wooncomplex in te planten.
Op de valreep hebben deze plannen gelukkig nooit doorgang gevonden.
Het heeft echter tot 1984 geduurd vooraleer het definitief beschermingsbesluit werd genomen.




(*1) De Herentalse vaart werd later overwelfd
waar zich nu de Plantin en Moretuslei bevindt.
(*2) De bodem bestaat uit leemgrond of potaarde:
cfr. de lange Leemstraat en de Potvliet.
(*3) De Cogels-Osylei heeft haar naam te danken aan deze stichters.

 

 

 

Zurenborg,
de schone parochie van Antwerpen.

De wijk van de Cogels-Osylei kwam tussen 1881 en 1914 tot stand door een kleine groep Antwerpse ondernemers van katholieke strekking, verenigd in een bouwmaatschappij.
Aanvankelijk was de opzet de realisatie van een industriepark, maar vanaf 1886 werd gestart met de massale bouw van steeds imposantere woningen.
Daar bleef het niet bij. Zurenborg werd voorzien van alle faciliteiten, die een voorstad met allure nodig had.

Sleutel op de deur.

De 'sociëté anonyme pour la construction de maisons bourgeoises' fungeerde slechts als opdrachtgever.
Om begrijpelijke praktische en economische redenen liet zij vooral huizengroepen bouwen: meerdere belendende panden werden tegelijkertijd ontworpen, aanbesteed en opgericht. In de Cogels-Osybuurt evolueerden deze groepen tot paleisachtige ensembles die nog steeds het straatbeeld beheersen. De directeur van de maatschappij - Louis Luyckx - was de spil van de ingewikkelde bouwprocedure. Hij werkte samen met een kleine groep architecten die hij beurtelings opdrachten toevertrouwde.
Ook de kandidaat-aannemers waren beperkt in aantal. Zo werd Zurenborg volgebouwd door een tiental bedrijfjes die in hoge mate van de maatschappij afhankelijk waren. De intense bouwactiviteit werkte bovendien als een magneet op vele onderaannemers. Zij huurden een huis nabij de Dageraadplaats, hopend op opdrachten van de maatschappij. Vaak met goed gevolg want bij herstellingen of verbouwingswerken deed Luyckx liefst een beroep op een vakman uit de eigen parochie. En hoewel hij niemand verplichtte, stelde hij het op prijs wanneer een aannemer een Zurenborger aan werk hielp. Een zeer lokale economie dus, waar iedereen iedereen kende.
Het toezien op de werven beschouwde Luyckx als één van zijn belangrijkste taken. Haast elke dag deed hij zijn ronde en geen enkele tekortkoming ontging hem. In kleurrijke klachtenbrieven werden de aannemers op de vingers getikt.
De huizen moesten immers de best mogelijke indruk maken: je ferais sourire les maisons aux amateurs. Een beetje oogverblinding kon daarbij nooit kwaad.
Wat extra lofwerk aan het plafond en een sierband meer aan de muren gaven het huis al snel "l'air comme if faut". Deze zienswijze werkte uiteraard de evolutie naar overladen eclecticisme in de hand.
Elk nieuw huis werd voorzien van een fraai tuintje met inlandse fruitsoorten en sierbomen als treurwilg, iep en populier.
In de voortuintjes van de Cogels-Osylei liet Luyckx geknotte acacia's planten zodat het straatperspektief niet geschaad werd.
De architecten van de Cogels-Osylei waren geniale kameleons. Zij beheersten de meest diverse stijlen en wisten ze handig te interpreteren. Ze werkten echter voor een publiek, dat cultureel conservatief was.
Daardoor konden ze geen nieuwe kunst creëren.
Hun namen bleven slechts lokaal bekend: Jos Bascourt, Ernest Dieltiens, Ernest Stordiau, Jacques de Weert, Jules Hofman, Frans Van Dijck en de architektenbureaus Bilmeyer & Van Riel en Cols & Defever. In de synthesewerken van de architectuurgeschiedenis worden ze nauwelijks vermeld. Ondanks haar exuberante verbeelding heeft de Cogels-Osybuurt weinig met avant-garde te maken.
Terwijl Horta in Brussel een streep trok onder de stijleruditie en een revolutionaire totaalkunst schiep, zagen de eclectici van Zurenborg de spaghettilijnen als een welkom nieuw register in hun stijlkakofonie.
Aan één en hetzelfde geveltje lieten zij art-nouveau verbroederen met neogotiek (Cogels-Osylei 70-72) of met de Tuinvazen van Lodewijk XIV (Waterloostraat 55-63).
En als er dan al een authentieke art nouveau gevel te vinden is, schuilt achter het geveldecor een rijk maar conventioneel binnenhuis.
Het verschil tussen een palais Stoclet of een maison Horta en de Zurenborgse art nouveau is het verschil tussen hoofdstad en provincie, tussen kunst en verlicht winstbejag.

Men kan het de bouwmaatschappij moeilijk verwijten, dat zij de traditionele burgerlijke smaak respecteerde en verhuurbare huizen liet ontwerpen.



Sporen.

De urbanisatie van Zurenborg viel samen met het ontstaan van de buurtspoorwegen en van het grootstedelijk tramnet. De bestuurders hebben er alles voor gedaan om de wijk te betrekken bij deze belangrijke evolutie.
In 1885 kocht de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen een terrein naast het goederenstation van Borgerhout voor de bouw van een eindstation.
(De huidige stel-plaats van De Lijn) Het station Zurenborg was vooral belangrijk voor het goederentransport met de Kempen.
In de schaduw van de Cogels-Osylei ontstond een druk overslagcentrum van steenkool, baksteen en dennenhout.
De bevoorrading van de melkboeren gebeurde met een speciale stoomtrein - de melktram - die 's morgens in Zurenborg arriveerde.
Ook de stadsmest werd met de buurtspoorwegen naar het platteland gebracht.
Bijna alle buurt-spoorwegen van de provincie werden in concessie gegeven aan de Antwerpse maatschappij voor de dienst van buurtspoorwegen, een vennootschap die financieel zeer nauw verbonden was met de projekt-ontwikkelaars van Zurenborg.
In 1890 achtte de directie de tijd rijp om haar wijk met het stadscentrum te verbinden.
Voor de exploitatie van een tramlijn was echter een stedelijke vergunning nodig. Om de daaraan verbonden belasting te omzeilen, richtte zij een omnibusmaatschappij op.
Omnibussen volgden, net als een tram, een vast traject door de stad maar liepen niet op rails.
Ze hadden een imperiaal en boden plaats aan een twintigtal personen.
De omnibusmaatschappij was een emanatie van de bouwmaatschappij, die in ruil voor aandelen een terrein inbracht aan de Draakplaats voor de bouw van een remise en paardenstallen.
Hetzelfde jaar echter kreeg een andere vennootschap - de société des tramways-omnibus - toelating een lijn naar Zurenborg te leggen.
De omnibustram was een paardentram, die op de sporen werd gehouden door een klein vijfde wiel. Indien nodig kon men - na intrekken van het wieltje - de tram ontsporen. Ook deze maatschappij bekwam een perceel aan de Draakplaats.
De rivaliteit tussen deze twee vervoerondernemingen leidde tot een zware confrontatie tussen liberalen en katholieken.
Daar de ontriggelbare tram werd weggeconcureerd door de goedkopere omnibusdienst, besloot het stadsbestuur ook deze laatste te belasten.
De omnibusmaatschappij legde zich daar niet bij neer en werd prompt gedagvaard.
Volgens de liberalen dreven de papen van het oostkwartier, die bij de omnibussen de lakens uitdeelden, de spot met het stadsbestuur.
Dat gouverneur Osy en de bestendige deputatie weigerden de nieuwe verordening te bekrachtigen, maakte hen woedend. De liberale krant "l'Opinion" toonde omstandig de belangen van de Osy's aan in de Zurenborgse vennootschappen.
De twee lijnen hadden hun terminus aan de Draakplaats maar na de afwerking van de spoorwegbrug werden ze verlengd tot voorbij de Cogels-Osylei.
In 1899 werden ze overgenomen door de Compagnie Générale des Tramways - voorloper van De Lijn - die alle Antwerpse tramlijnen onder één bestuur bracht en elektrificeerde.
De Compagnie Générale verwierf ook de gebouwen van de vroegere maatschappijen. De loods van de omnibustram, naast de omheining der statie van Borgerhout, bleef behouden maar de remise van de omnibussen werd gesloopt voor de nieuwe maatschappelijke zetel, hoek Draakplaats en Grote Hondstraat. Zo bleef de rotonde Tram- en Draak- plaats een knooppunt van het moderne vervoer. Tram, spoorweg en buurtspoorweg werkten er zij aan zij.
Men kan het belang van het openbaar vervoer voor Zurenborg moeilijk overschatten.
De tram bracht de huurders van de maatschappij op minder dan een half uur naar het centrum. Het gedreun van de voertuigen, noch het lawaai in de loodsen werd als rustverstoring ervaren.
Integendeel, het was een symbool van vooruitgang.
De goede verbindingen verhoogde de waarde van de gronden en maakten zo de weg vrij voor de herenhuizen en villa's in de Cogels-Osybuurt.

De hoofdzetel van "De Lijn" Entiteit Antwerpen.

In april 1890 startte men met de bouw van een lokaal, loodsen en stallingen in de Grote Hondstraat voor de S.A. des Omnibus d'Anvers.
Dit gebouw kende maar een kort bestaan en werd reeds afgebroken eind 1902 om plaats te maken voor het huidig bestaand gebouw, dat werd opgericht in 1903 en in september 1904 in gebruik genomen.

Het complex bestond uit een deel waarin de administratieve diensten gevestigd waren en een deel als Centrale Werkplaats.
Deze werkplaats werd uitgerust met de meest moderne werktuigen, die toen door de nijverheid konden geleverd worden, om een degelijk onderhoud van de rijtuigen te verzekeren.

In deze werkplaats werden tussen 1904 en 1930 vele tramrijtuigen gebouwd, voor vreemde tram-maatschappijen en overwegend geëxporteerd naar het buitenland, alsook voor eigen rekening.
De oude Centrale Werkplaats werd tijdens de maand juni 1975 ontruimd en overgebracht naar een nieuw opgerichte werkplaats te Hoboken.
De vrijgekomen ruimte kreeg tijdelijk een bestemming als magazijn voor de dienst "Weg en Werken".
Een gedeelte van de oude werkplaats werd in december 1978 gesloopt.

De nieuwbouw, ontworpen door architect P.Goossens uit Brasschaat, kon reeds gedeeltelijk in gebruik genomen worden vanaf november 1980. De afwerking was volledig voltooid eind 1981.
Sinds 1904 is dit gebouw onafgebroken de hoofdzetel geweest van de verschillende stadstram-maatschappijen.

Ingevolge de regionalisering van het stads- en streekvervoer en de oprichting van de Vlaamse Vervoersmaatschappij (De Lijn) werd het gebouw eveneens de nieuwe hoofdzetel voor De Lijn - entiteit Antwerpen.
Het personeel van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, dat sinds 1952 gehuisvest was in de bureaus gelegen Italiëlei 112, werd vanaf augustus 1991 eveneens geïntegreerd in de hoofdzetel van de Grote Hondstraat.

Tramloods.

In 1891 werd door de S.A. Compagnie Anversoise des Tramways-Omnibus aan de Draakplaats, op een grond, als inbreng in het maatschappelijk kapitaal door
de S.A. de Constructions de Quartier Est d'Anvers ter beschikking gesteld, woningen gebouwd voor de bestuurder en de stalbaas, alsook loodsen en stallingen.
Deze loods heeft een in- en uitgang langs de Dolfijnstraat, hier is een erfdienstbaarheid (recht) van doorgang onder de woningen 30/32.
De afbraak van de oude paardentraminstallaties in dit gebouw was volledig beëindigd in juli 1902.
Tijdens deze afbraak was men reeds gestart met de bouw van de thans bestaande dakconstructie en dit werk was voltooid in augustus 1902.
In januari 1905 werden in de achterbouw van de loods stallingen ingericht voor twee paarden, met plaats voor een montagewagen voor de bovenleiding.
Na het verdwijnen van de paardentractie voor de montagewagens werd de plaats ingenomen door de auto-ladderwagens en de vrachtwagens van de dienst "Weg en Werken".
In maart 1936 werd deze achterbouw volledig aangepast als garage voor een capaciteit van veertig auto's, en werd er tevens een gebouwtje ingericht als magazijn voor oliën, vetten, verven, enz...
De voorbouw van de loods werd gebruikt als ruimte voor het onderbrengen van het trammaterieel.
In de loop van 1908 werd de loods in twee verdeeld. De linkerkant (ongeveer 2/3de van de loods) bleef bewaard als loods voor de tramrijtuigen.
De rechterkant werd ingericht als schilderzaal voor het rollend materieel.
Na de ingebruikname van de nieuwe werkplaats te Hoboken werd de ganse loods ingenomen door de dienst van "Weg en Werken" De loods wordt thans gebruikt voor het opslaan van spoormaterialen en het stallen van het dienstmaterieel.

 

 

 

DE WANDELING.



Vanop de Tramplaats krijgen we een mooi uitzicht op de Cogels-Osylei.
Links van ons zien we de stelplaatsen van de LIJN-autobussen, waarachter de Krugerstraat loopt. Voorheen was daar een station van de Buurtspoorwegen gevestigd voor de stoomtram naar Oostmalle, Westmalle en Hoogstraten.

De straat links is de Pretoriastraat. Op de hoek van de Pretoriastraat en Cogels-Osylei werd een tankstation ingeplant. Dit is nu weer gesloten.
Voorheen bevond zich hier één van de mooiste cafés uit Antwerpen, met een met glas overkoepeld terras, waar het zo goed was bij een frisse pint te vertoeven of een 'biljareke te spelen'.

De straat rechts van de Cogels-Osylei is de Transvaalstraat. Deze straat loopt evenwijdig met de spoorlijn. Ze is niet zo groots maar zeker zo mooi als de Cogels-Osylei.
Pretoria-, Transvaal- en Krugerstraat: deze plaatsnamen verwijzen naar de Boerenoorlog in Zuid-Afrika.
Op de hoek van de Transvaalstraat met de Cogels-Osylei bevond zich de "Bakkerij Sainte Marie".
Het beeldje aan de gevel is een stille getuige.

DE COGELS-OSYLEI.

Wij stappen nu de Tramplaats over en komen in de Cogels-Osylei.
We houden de linkerkant.
1. Naast het (afgebroken) tankstation prijkt op een hoeksteen van het balkon een beeldje van Brabo. In de stad staan er meer van deze beeldjes met natuurlijk het bekendste beeld op de Grote Markt.
Deze geharnaste Brabo werd als vierde in het Antwerpse stadsbeeld geplaatst.
2-4 Aan de overzijde prijken aan een enorme gevel in het midden boven de schilden de namen van Jan Breydel en Pieter de Coninck.
3 De Overvloed.
5 De zeer mooie gevel aan huisnummer 5 heeft als naam 'Den Ooievaar' ... de vogel is echter al lang gaan vliegen.
8-10 Opnieuw aan de overzijde vinden we naast Breydel en De Coninck
een andere figuur uit onze vaderlandse geschiedenis terug:
Carolus Magnus of Karel de Grote.
11 Aanpalend werd aan de Ooievaar zeer stijlvol 'Het Moleken' gebouwd. Op de dakrand vinden we de naamgeving terug.
13-15 Twee huizen in Griekse stijl. Bovenop de dakrand staat de buste van Minerva, met helm op het hoofd. Zij was de krijgsgodin der Romeinen, die, naar gezegd wordt, de trompet zou uitgevonden hebben...
16 Drie woningen met tal van balkonnetjes en erkers in neo renaissancestijl. Het opgefriste nr. 16 (momenteel tearoom en mogelijkheid om het mooi gerenoveerde interieur te bezoeken) heeft aan de toegang een rondboogarcade. Op de zuil merk je het Antwerps wortelmotief.
Deze versiering is voor het eerst gebruikt in de 16de eeuw door Cornelis Floris (Antwerps bouwmeester).
In de 19de eeuw zal men deze versiering veelvuldig toepassen op gevels, Mechelse kasten, stukadoorswerk, enz...
Als je goed kijkt, vind je dit wortelmotief nog op tal van Zurenborgse gevels terug.
17 De Zevensterre is een prachtig huis met op een hoekpaal een beer, zittend met een schild met zeven sterren tussen de voorpoten.
19-23 Apollo met de lier; bij de Grieken gekend als god van de schone kunsten, vooral van de dichtkunst en muziek. Sinds de 17de en 18de eeuw was de figuur van Apollo geliefd als tuinbeeld en ornament aan paleizen en patriciërswoningen.
20 Aan de overzijde bewonderen we een zeer groot herenhuis met een al even grote tuin. Een vorige bewoner was een gepensioneerde dierentemmer, die geen afscheid kon nemen van zijn lieverdjes. Om die reden hield hij een aantal leeuwen in kooien in zijn tuin.
Het verhaal doet de ronde dat menig burger herhaaldelijk zijn hart vasthield bij het idee dat de leeuwen zouden ontsnappen.
Naast dit gebouw zien we een aantal wit geschilderde huizen.
22 Den Valk.
24 We lezen het opschrift: De Heerlykheid van Suerenborgh.
Merk aan de vensters het traliewerk met schild. Uit dit schild kunnen we afleiden dat Zurenborg de kleuren geel en rood zou gehanteerd hebben.
Als we de lei oversteken, krijgen wij van op de pui van deze huizen een overweldigend uitzicht op het bakstenen huis van daarnet,
De Zevensterre.
25-29 We krijgen eveneens een uitzicht op het meest merkwaardige gebouw in deze straat. Oorspronkelijk was dit gebouw bedoeld als driewoonst. Men wilde het middengedeelte immers als raadhuis voor Zurenborg gaan benutten. Maar later werd het omgebouwd tot vierwoonst. Deze huizengroep is uitgevoerd in neo vlaamse renaissance met een eclectisch sausje overgoten.
Prachtig samenspel van natuur- en baksteen. Twee zware traptorens, met speklagen, beheersen het gebouw. Ook deze gevel is niet helemaal symmetrisch. De bovenbouw is overvloedig versierd met architectuurelementen uit de 16de en 17de eeuw.
De portalen lijken op "Spaanse poortjes" zoals er in de oude stad nog vele te bewonderen zijn. Boeiend zijn de kruisvensters met natuurstenen bekroning op gelijkvloers en eerste verdieping.
De natuursteenblokken hebben vaak de vorm van diamantkoppen. Ook de schouwen zijn hier een onderdeel van de gevelarchitectuur.
25 In de Sterre: op de windwijzer stond een ster.
27 De Zonne: op de sierlijke balkonloggia werd in steen de zon gebeiteld.
29 En de Mane: op de windwijzer rechts bemerkt u de maan.
31 Deze gronden maakten nog deel uit van de Hoeve van Zurenborg. Het huis dat u hier ziet is een recentere villa. Het past duidelijk niet in het straatbeeld.

Als we het rond punt bereiken, kunnen we genieten van het heerlijk uitzicht op een reeks van viermaal schijnbaar identieke huizen in een elegante, rijke stijl uitgevoerd.
Een aantal van deze straten die op het rond punt uitkomen, werden in 1912 door Antwerpen aan Berchem afgestaan in ruil voor de Parken van de Nachtegaal, Middelheim en Den Brant.
Deze ruil is er niet zonder slag of stoot gekomen.
Er werd druk onderhandeld tussen Antwerpen, Berchem en Borgerhout.
Nooit tevoren had er een gebiedsruil van zulke omvang in Antwerpen plaats gevonden:
- Ongeveer 9 ha verhuisde van Borgerhout naar Antwerpen.
- Ongeveer 11 ha kwam van Berchem naar Antwerpen.
Dat alles in ruil voor een groot deel van Zurenborg.

DE GENERAAL CAPIAUMONTSTRAAT.

Links om de hoek stappen wij de Generaal Capiaumontstraat in.

1 Op de hoek met de Cogels-Osylei vinden we een prachtig huis.
Op de tweede verdieping zit een beer.
2 Het huis aan de andere zijde lijkt op een tempel. Vermoedelijk werd het huis gewijd aan de muze van de muziek, Euterpia, meer bepaald het fluitspel. Fier blaast zij op haar instrument. U zult eveneens in bewondering staan voor het mooie torentje.

Terwijl we de mooie patriciërswoningen voorbijgaan, komen we aan de kruising met de Velodroomstraat.

De Velodroomstraat heeft zijn naam te danken aan de wielerbaan die aldaar ingereden werd in 1895. In 1905 vonden er onder massale belangstelling de wereldkampioenschappen wielrennen plaats. Het is op deze baan dat Chareltje Verbist uit Wijnegem zo populair werd. Hij werd er kampioen van België achter derny's in 1908, en in 1909 brak hij er het werelduurrecord achter zware motoren.
Eind 1909 werd de Zurenborgse wielerbaan gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.
De wielerbaan heeft dus maar 15 jaar bestaan.

Slechts één van de vier hoekhuizen is overgebleven: 'De Aarde'.
De drie andere werden afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw.
We keren nu op onze stappen terug naar de Cogels-Osylei.



DE COGELS-OSYLEI.

36 De rotonde van de Cogels-Osylei is een rustpunt in de rusteloze architectuur van de omgeving. Er staan twaalf paleisachtige woningen omheen. Ze zijn in het wit gezet en opvallend zwaar geornamenteerd. Al lijken de hoeken gelijk, ze hebben wel degelijk verschillende volumes en decoratie. De architectuur is ontleend aan de Franse barok. Ze doet denken aan het kasteel van Chambord aan de Loire (zie o.m. het afgeknotte leiendak met smeed-ijzeren balustrade). Het hek aan de voortuinen is afgebakend met mooie arduinen posten (deels verdwenen). De tuinmuren, met daarboven een houten terras of prieel (grotendeels verdwenen) en de grote bomen geven een landschappelijk effect.
44 Bemerk aan de overzijde het huis met de prachtige Egyptische motieven.
47-49 Na enkele mooie woningen ontdekken we opnieuw een vierwoonst: Boudewijn met den IJzeren Arm.
61 Iets verder De Wereldbol die u zult zien boven op de daklijst.
50 Opnieuw aan de overzijde ziet u Huize Zonnebloem, een prachtig wit hoekhuis met een mooie zijgevel.
54 Even verder kunt u genieten van Het Klaverblad. Dit gebouw heeft één van de prachtigste gevels. Ook het interieur is merkwaardig.
56 Een ander hoekhuis is Het Trappenhuis of 't Torenhuis.
60-62 Vroeger heette dit huizencomplex 'De Zwaluwen'.
Met een beetje fantasie kunt u boven de middelste ramen van de eerste verdieping nog de omlijsting van de vroegere mozaïek ontdekken.
68 Sint-Jozef, de ambachtsman.
70-72 De Biekens. Ze worden op verschillende wijze afgebeeld in het midden van de twee gevels.
67-69 Bij het oversteken van de straat wacht ons een grote verrassing: het huis Scaldis (Schelde). Dit schitterend gebouw in Moorse gotiek doet u ongetwijfeld denken aan het Ca' d'Oro, het Gouden Huis, aan het Canal Grande in Venetië. Kijk naar de evenwichtigheid, de balkons, kolommen en de rondbogen.
80 Aan dezelfde zijde vinden we een pracht van een gevel in Art Nouveau stijl. Bemerk de balkons in smeedijzer. Het bovenste gedeelte is bijzonder mooi uitgewerkt: veel ijzer, glas en mooie ornamenten en bekroond met het hoofd van Quinten Matsijs.
86 De nieuwe gevel van de apotheek past niet in het geheel.
Deze vernieuwing gebeurde uiteraard vooraleer de straat geklasseerd werd.

Na de Cogels-Osylei doorwandeld te hebben, zult u ongetwijfeld ook de bedenking gemaakt hebben dat sommige waardevolle gebouwen dringend aan renovatie toe zijn. Het zou spijtig zijn dat dit brokje eigentijdse bouwkunst voor onze kinderen verloren zou gaan.
Aan de hoek slaan we rechts de Guldenvliesstraat in. Zo komen we, even verder, aan één van de mooiste zijstraten: de Waterloostraat.

WATERLOOSTRAAT

Vele huizen in deze straat hebben kleurrijke tegels aan de gevels, de ene al beter bewaard dan de andere.
63-55 Dit geheel van Avond, Nacht, Morgen en Dag, m.a.w. De Tijd, zijn nu afzonderlijke woningen.
63 Den Avond.
61 Den Nacht.
59 Den Tijd: De tegels hebben hun kleur aan weer en wind moeten prijsgeven.
57 Den Dag.
55 Den Morgend.
49 Dit huis is vooral te bewonderen omwille van zijn gevel met bloemenmotieven.
Het valt trouwens op dat in deze straat meerdere huizen een bloemenmotief hebben. U kunt dat o.m. merken aan de balkon versieringen.

39 In het midden, zelfde straatzijde, herkennen we de gevel van
Les Mouettes in Art Nouveau, gelijkend op deze van de Cogels Osylei (nr.80).
37 De Violier.
30 Daar tegenover op één van de gevels zien we een mozaïek van de buste van Napoleon.

We zijn gekomen aan het kruispunt met de Generaal Van Merlenstraat.
Op de hoeken bevinden zich vier identieke gebouwen. In mozaïek stellen zij op karakteristieke wijze de lente, de zomer, de herfst en de winter voor.
Deze seizoenen worden gesymboliseerd door hoofden, tekens van de dierenriem, fruit of bloemen.
Het project van de vier hoekhuizen "De Vier Seizoenen" geeft blijk van een scherpzinnig stedenbouwkundig inzicht.
Enerzijds aansluitend bij de rijbebouwing van de Waterloostraat hebben deze panden, net als de andere huizen in de wijk, een privé-tuin, die anderzijds met zijn gekanteelde muur de beslotenheid van het bouwblok doorbreekt, zijde Generaal Van Merlenstraat.

De architectonische samenhang van de vier huizen vloeit voort uit het feit dat hetzelfde idioom telkens op de vier volumes is toegepast geworden: de gevels zijn uitgevoerd in witte geglazuurde baksteen met afstekende baksteenlagen en houtwerk in groene kleur voor de huizen "Lente" en "Zomer" en bruine kleur voor de huizen "Herfst" en Winter".
Deze fungeren als bindmiddel in het asymmetrische ritme, dat van niveau tot niveau verschuift.
De hoge smalle vensters hebben een zichtbare ijzeren latei (de art nouveau schaamde zich niet voor het zichtbaar gebruiken van nieuwe materialen).
Van de in lantaarn-vorm uitgebouwde erkers, met lans en art nouveau-krullen, zijn vele sierelementen verdwenen. De speelse kroonlijsten waren oorspronkelijk prachtig versierd en beschilderd.
Symbolisch wordt de eenheid bewerkstelligd door de identificatie met de vier seizoenen wier naam met een passend embleem op de afgeschuinde hoeken prijkt, namelijk een vrouwenhoofd en tekens van de dierenriem op een goudkleurige achtergrond.
De zomer wordt gesymboliseerd door klaprozen en een roos in het haar van de vrouw; de lente door meiklokjes en hyacinten; de herfst door een roodharige dame met druiventrossen en purper-kleurige bloemen in de naammozaïek.
Voor de winter werd "Koning Winter" gekozen, omgeven door besneeuwde sparretakjes.
De huisnaam is versierd met hulst.
Deze schitterende mozaïeken zijn vermoedelijk het werk van kunstenaar-decorateur H.Verbuecken.
De gevels van het huis "De Winter" zijn terug in hun oorspronkelijke toestand hersteld.
Ook het interieur is deskundig gerestaureerd.
Naast het fraaie schilder- en stucwerk in kamers en hal, zorgen vooral de muurschilderingen in de "Moorse kamer" voor een prettige verrassing.
Dit interieur is te bewonderen tijden de "Open Monumenten Dag", er wordt dan ook deskundig uitleg gegeven over de restauratie-werken.
Vermelden wij terloops dat Generaal Van Merlen en Generaal Capiaumont legerbevelhebbers waren, betrokken in de slag van Waterloo (1815).
De huizen in dit mooie gedeelte van de Generaal Van Merlenstraat werden rond de eeuwwisseling bewoond door menig hoogwaardigheidsbekleder.

We vervolgen onze weg doorheen de Waterloostraat.

8-10 In het korte gedeelte van de Waterloostraat valt onze eerste blik op de huizen aan de overzijde van de straat met hun gevels in gele steen versierd met tegeltjes.
11 Dit gebouw in witte gevelsteen met veel mozaïek en merkwaardig torentje, dat in 1988 door de bliksem werd getroffen, heet De Slag Van Waterloo. Rond het enorme venster op de eerste verdieping ontwaren wij in mozaïek de beeltenissen van Wellington en Napoleon.
De bajonetten, vaandels, rokende kanonmonden en trommels laten over het onderwerp geen twijfel bestaan.
2 Vooraleer de Transvaalstraat naar links in te draaien, nemen wij notitie van de tuin aan het hoekhuis aan de Waterloostraat.

TRANSVAALSTRAAT.

15 In de Transvaalstraat zien we het grote gebouw: de Twaalf Apostelen.
Na alle apostelen zorgvuldig geteld te hebben, veranderen we van wandelrichting en keren terug.
27-33 U zult eveneens in bewondering staan voor de Griekse huizen in de Transvaalstraat. Men noemt ze ook Griekse tempels of paleizen. Oorspronkelijk waren zij versierd met loden versierselen aan de dakranden.
Er resten alleen nog een paar grote beelden van Griekse wijzen en filosofen. Ook op de andere gebouwen in deze straat verdwenen met de tijd heel wat torentjes en spitse leien dakbedekkingen.
Het is niet voor te stellen dat elk van deze Griekse gebouwen bewoond werd door slechts één gezin. Zulke grote huizen moesten natuurlijk onderhoudspersoneel in dienst nemen. Met een beetje fantasie kunt u zich de knechten en meiden in deze huizen inbeelden. Hun privé- vertrekken bevonden zich achter de kleine dakvenstertjes.
Kijk ook even achter de beplanting in de voortuintjes. U zult daar de kelderkeukens ontdekken. In tegenstelling tot vroeger zijn deze huizen nu onderverdeeld in verscheidene appartementen. De huizen leenden er zich goed toe: de zij-ingangen die vroeger toegang gaven tot de paardenstallen kunnen nu dienst doen als garages.
30 Even aandacht voor deze typische gevel, die zijn soortgenoten in de buurt heeft. Een minuutje aandachtig kijken maakt alle commentaar overbodig.
42 Het huis naast de blinde muur bezit een paar mooie kleurrijke gevelplaten boven de deur en venster.
52 De Lotusbloem. De architectuur werd opnieuw geïnspireerd door de Egyptische bouwcultuur. Bewonder het stijlvol embleem en de prachtige stutten van de dakrand.
56 Vervolgens krijgen we nu een uitzicht op het huis Boreas met zijn uitbeelding van de noorderwind. Merkwaardig is het spievenstertje met zijn rode stijlen.
59-60 We steken de straat over en komen aan 'De Duivelkens'.
Dit geheel bestaat uit twee huizen. Volgens sommigen heeft de tand des tijds één van de 13 duivels die het balkon stutten, naar de hel verwenst. U kunt nog de sporen zien waar hij verwijderd werd: er rest alleen nog een zielig buisje om de dakgoot te ontlasten.
Anderen beweren dat er nooit 13 duivels zijn geweest.
De 12 duivels zouden de tegenhangers zijn van de 12 apostelen uit het begin van de straat.
We laten de discussie in het midden.

De Transvaalstraat geeft uit op de Tramplaats. Zo bereiken we de plaats waar we met deze wandeling vertrokken zijn. Onder de bruggen door, op de Draakplaats, heb je een zicht op de mooie dubbele watertoren die vroeger gebruikt werden om de stoomlocomotieven van water te voorzien.
Op die Draakplaats, tussen de Grotehondstraat en de Draakstraat, is sinds kort "Het Roze Huis" gevestigd, waar vroeger cafe "Den Draak" was.
Gaan we nu verder langs de Draakstraat dan komen we op de Dageraadplaats.
Hier vinden we een prachtige kerk.


Sint-Norbertuskerk.

Reeds na voltooiing van enkele woningen in de geplande woonwijk werd, ter hoogte van het huidig pand Dageraadplaats 4, waar nu het parochielokaal is, op 24 juli 1883 een voorlopige kapel geopend, toegewijd aan O.L.V. van Altijddurende Bijstand. In 1886 werd deze kapel reeds verheven tot een succursale parochiekerk.
Door de uitbreiding van de wijk en de steeds aangroeiende bevolking van het Zurenborgkwartier, bleek rond de eeuwwisseling een ruimer kerkgebouw noodzakelijk. Meningsverschillen omtrent de vestigingsplaats vertraagde de verwezenlijking, maar uiteindelijk werd beslist de kerk te bouwen op de hoek Dageraadplaats en Korte Altaarstraat.
Hiervoor diende de toen reeds aldaar gebouwde huizen te worden gesloopt.
Architect E.Dieltiens (1848-1920), leraar aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen en Prijs van Rome 1871, kreeg opdracht het ontwerp te maken.
Na goedkeuring van het project, bouwvergunning en aanbesteding konden de werken aanvatten op 15 december 1901.
Aannemer was Louis G. Jansen-Van der Veeken.
In de lente van 1903 stond het gebouw onder dak en was de toren voltooid.
Op zondag 8 mei 1904 werd de kerk ter beschikking van de eredienst gesteld.
Het aartsbisdom zou voor deze kerk de naam van de Heilige Norbertus verkiezen, aansluitend bij de namen van de andere 19de eeuwse parochiekerken.
Het kerkgebouw werd opgetrokken in baksteen-metselwerk met gebruik van natuursteen voor overbalkingen, bogen, lijsten en afdekkingen en dit in een neogotische stijl.
Bekwame vaklieden en kunstenaars met faam stonden in voor de versiering en de afwerking van het interieur.
De oorspronkelijke veelkleurige sieraadschildering van de binnenmuren werd uitgevoerd door het atelier A. en F.Veranneman, Antwerpen. De firma P.Pellarin uit Molenbeek legde de mozaïekvloeren; het werkhuis J.D.Facchina uit Parijs, voerde de evangelische taferelen in kunstmozaïek op gouden achtergrond boven de drie inkomportalen uit.
Op de muren, bovendeel van het hoogkoor, werden bijbelse taferelen aangebracht door kunstschilder J.Ratinckx. Deze leverde ook de ontwerpen voor tien paneelschilderingen, geplaatst boven de spitsbogen in de middenbeuk. Zij geven beelden uit het leven van St-Norbertus weer.
De uitvoering ervan werd echter toevertrouwd aan de kunstschilders Tony Van Os en K.Van de Oever.
De kunstglasramen boven hoogkoor en middenbeuk werden vervaardigd door het atelier van de firma F.Comère en J.Capronnier uit Brussel.
In de dwarsbeuken zijn er brandglasramen van de Brugse glazenier J.Dobbelaere te bewonderen.
Het hoogaltaar, de zijaltaren en de biechtstoelen werden door architect Dieltiens ontworpen. De uitvoering van het hoogaltaar beruste bij de Antwerpse beeldhouwer Jan Gerrits samen met de statiën van de kruisweg, de predikstoel en het boven het hoogaltaar geplaatste beeld van de H.Norbertus.
De zijaltaren werden door de beeldhouwer V.Mutsaert uitgevoerd en dit in samenwerking met de gebroeders Van Beylen uit Borgerhout, welke ook de uitvoerders waren van de biechtstoelen.
Voor de retabels van de zijaltaren werden de taferelen door Jan Anthony geschilderd. De beeldhouwers Jules Weyns en Rik Sauter voerden nog verschillende heiligenbeelden uit.
Tijdens de twee wereldoorlogen werd de kerk licht geteisterd, het ergst tijdens de periode 1944-45. Bij het weghalen van de drie klokken tijdens de bezetting werd er veel schade aan het metselwerk binnen de kerktoren aangebracht.
Op 1 juli 1951 werden reeds drie nieuwe klokken gewijd.
Heden behoort de Sint-Norbertus parochie tot het dekanaat Berchem.

De dageraadplaats.

Op de Dageraadplaats bevinden zich allerhande drank- en eetgelegenheden, in alle prijsklassen. Alle soorten zijn er te vinden: van bruin café tot taverne, van frituur tot gerenommeerd restaurant.
Iedereen, jong en oud, kan hier zijn gading vinden na een wandeling door Zurenborg.

Zeezicht bij Dageraad.
Wie toevallig Café Zeezicht binnenwandelt kijkt soms verbaasd naar de stellingen die een deel van het plafond schragen. Bovenbuur restaurant Overvloed doet zijn naam soms net iets te veel eer aan. Het is alle dagen hopen op een open Zeezicht. Want hier is het goed toeven, een vrolijke pleisterplaats voor jongere ouderen of oudere jongeren, de verloren generatie, of hoe die groep ook mag heten.
Zeezicht is een café met drie dimensies.
Met een beetje goede wil of een half beneveld brein kan je er het strand, de duinen en de zee zelf in herkennen. Wat meteen de ietwat idiote naam van een café in de binnenstad zou verklaren. Tenzij de eigenaars hopen met de opbrengst een appartement aan zee te kunnen aanschaffen.

Troost.
Gemoedelijk sleept het leven zich voort in 'De Schraelen Troost', het soort kroeg waarvoor het woord bruin werd uitgevonden. De sfeer van vroeger dagen zweeft rond tussen de Leuvense stoof en de vergeelde kiekjes aan de muur. In de geïmproviseerde living, achteraan, staart een uitgeleefde teddybeer vanuit zijn oude zetel naar de ongestemde piano, waar vergeten rockers wel eens een deuntje uit de vijftiger jaren tokkelen. Vredesbelletjes rinkelen vrolijk welkom iedere keer de deur openzwaait, en een nieuwe student of doodbrave vagebond die het allerbeste met de wereld voorheeft, zich komt warmen aan de stoof.
De klassieke muziek benadrukt de weemoed.

Tot hier de beschrijving van twee uitersten.
Er zijn nog meer cafés in de omgeving en ook nog de meer klassieke taverne's,
met veel meer luxe, zoals het Zomerhof en de Nieuwe Zurenborger.
Of in 't Hof van Ellende in de Draakstraat, een echt gezellig praatcafé, met bangelijk ellendige snacks.

Wanneer uw maag begint te knorren en er dringend een hapje naar binnen moet gewerkt worden, dan kan u op de Dageraadplaats goed terecht.
Zo heb je o.a.: 'Frituur Dageraad', het Zuid-Amerikaans restaurant 'El Diablo', het Egyptische 'Amon' , of het Marokkaanse 'El Warda' in de Draakstraat.
En er is ook nog het klasse restaurant 'Klare Wijn' ;
Ook restaurant 'Overvloed' is een aanrader, zeer goed, eenvoudig, niet duur.

Of een van de andere eetgelegenheden aan de Dageraadplaats.
U hoeft dus geen honger of dorst te lijden.

Tot zover een beschrijving van 'Zurenborg'.
We hopen dat deze korte, en zeker niet volledige beschrijving van onze wijk, u toch enkele aangename uurtjes kan bezorgen.

Alle verbeteringen en uitbreidingen van deze tekst zijn steeds welkom.



 

Home ->