Planten en dieren

Planten

Van alle bekende plantensoorten is zo'n 10% in zuidelijk Afrika te vinden: ca. 24.000 soorten. Bekende planten die oorspronkelijk uit Zuid Afrika komen zijn o.a. geranium, vuurpijl, fresia, tuber-roos en gladiool.

Door de grote verschillen in de neerslag, van oost naar west steeds droger, en de verdeling van die neerslag over het jaar, kent de plantengroei van Zuid Afrika een sterke afwisseling. Bodemgesteldheid en hoogteverschillen spelen natuurlijk ook een grote rol.
De fijnbosstreek of het Kaapse Plantenrijk in het zuidwesten is wat de plantenwereld betreft de meest opmerkelijke streek van Zuid Afrika. Hier komen duizenden endemische soorten voor, soorten dus die alleen hier voorkomen en nergens anders ter wereld. Het gebied wordt omsloten door de oceaan, woestijnen en bergen en behoort tot de zes officiŽle florarijken ter wereld en wordt ook wel "Capensis" genoemd. Florarijken zijn gebieden waar de flora zeer sterk verschilt van planten die elders worden aangetroffen. Alleen al op het Kaapse schiereiland komen 2500 verschillende inheemse soorten voor. In dit gebied komen ca. 600 heidesoorten van een bepaalde familie voor (tegen 26 soorten in de rest van de wereld!) en de bekendste orchidee van Zuid Afrika, de "Trots van de Tafelberg" of in het Engels "pride of Table Mountain".
Dit is ook het land van de Protea of suikerbossie. De koningsprotea is de nationale bloem van Zuid Afrika met bloemen van 25 centimeter in doorsnee

 

de koningsprotea

Beroemd zijn de miljoenen goudsbloemen die in het voorjaar Namaqualand bij de Namid-woestijn in de Noord-Kaapprovincie opsieren.

de goudsbloem

Het fijnbos kent verder 1000 soorten madeliefjes, 600 soorten irissen en 400 soorten lelies.
De rest van Zuid Afrika bestaat uit savannen, steppen, graslanden en woestijnen, ieder met hun eigen begroeiing. Slechts een half procent van de totale oppervlakte bestaat uit bossen. Ondanks dat komen er in Zuid Afrika toch nog altijd zo'n 1000 boomsoorten voor. Een belangrijk bosgebied ligt in het uiterste zuiden rondom Knysna, ten westen van Port Elizabeth. In deze altijdgroene bossen komen o.a. 50 meter hoge Podocarpus-soorten of "yellow-tree" (coniferen-soorten die vrijwel alleen op het zuidelijk halfrond voorkomen) voor, Kaapse beuken en de Olea laurifolia, een olijfbomensoort.
In de buurt van het iets hogerop gelegen Oost-London komen naast palmen, wilde bananen en melkbomen ook mangroves voor. In het oosten komt subtropisch bos voor met uiteraard palmensoorten en onder meer Albizzia-soorten, een plantengeslacht uit de mimosa-famiie. Vanwege het subtropisch klimaat komen aan de oostkust vele soorten bloemen, o.a. hibiscus, rododendron, azalea en gouden regen voor.
Door de hoge luchtvochtigheid en vele neerslag vinden we op de oosthellingen van de Drakensbergen bergwouden.
Graslanden, met 1000 inheemse grassoorten, en savannen komen voor in gebieden met regenval in de zomer, behalve de grazige savannen in het zuidoosten waar voor- en najaarsregens optreden. Op de savannen komen allerlei overgangen voor naar bijvoorbeeld bosachtige graslanden, parklandschappen en naar boomsteppen met her en der wat bomen. Karakteristiek voor deze landschappen zijn acacia-soorten en wolfsmelk- en AloŽ-soorten in de drogere gebieden. Algemene grassoorten zijn o.a. Themeda, Chloris, gierstgras, Setaria, Pennisetum en Rhynchelytrum. Tevens vinden we hier de baobab of apenbroodboom, de kinaboom en de olifantsboom.
Een andere belangrijke flora-regio is de Namu-Karroo op het centrale plateau. Ook hier regent het maar weinig vinden we voornamelijk lage struiken en grassoorten. Bekende soorten zijn Kwassiehout, kapokstruiken, theestruiken vedergras en struisvogelgras. De Catalpa-struik of trompetboom kan meer dan twee meter hoog worden.
Met name in de westelijke delen van Zuid Afrika waar maar weinig regen valt, komen steppeachtige woestijnen (o.a. de Kalahari) voor. In de halfwoestijn van de Grote Karroo (Hottentots voor droog of schaars) groeien tot 2 m hoge dwergstruikjes met schubachtige blaadjes, en vele soorten van het vetplantengeslacht Mesembryanthemum. Hier komen ook grote aantallen ijsplantjes en kiezelplanten voor. Deze planten bloeien gedurende een korte tijd in de maanden september en oktober.
Waar de neerslag wat hoger is, zijn Pentzia-soorten kenmerkend en komen bomen voor zoals de AloŽ arborescens.
Een bijzondere soort in de westelijke woestijngebieden is Welwitschia mirabilis. Het is de enig overgebleven soort van een uitgestorven familie. Het lijkt op een gigantische wortel met twee leerachtige rafelige bladeren die over de grond "kruipen".


Door de grootte van het land en de zeer gevarieerde landschappen is de dierenwereld van Zuid Afrika zeer rijk en divers. De meeste dieren zijn oorspronkelijk afkomstig uit Oost- en in mindere mate ook van Centraal Afrika. Maar ook connecties met de Australische en Zuid-Amerikaanse dierenwereld zijn te herkennen, dankzij het vroegere zuidelijke supercontinent Gondwana.

Dieren

Zoogdieren


In totaal komen er ongeveer 400 soorten zoogdieren voor in Zuid-Afrika met de voor Afrika als continent kenmerkende dieren als leeuw, panter, hyena, zebra, aap, neushoorn, buffel, gnoe of wildebeest, giraffe, olifant, antiloop, klipdas, nijlpaard, wrattenzwijn, baviaan (of bobbejaan) en nog vele andere.
Springbok, blesbok (met de ondersoort bontebok), witstaartgnoe, reebokantilope, bergzebra, stokstaartje, zwartvoetkat e.a. komen uitsluitend in Zuidelijk Afrika voor. Weer andere soorten komen ook elders in de wereld voor maar hebben in Zuid Afrika een duidelijk herkenbare geÔsoleerde vorm, zoals de spiesbok (oryx) en de dikdik.
De Quagga, Kaapse leeuw, Kaapse wrattenzwijn en de blaauwbok zijn al lang geleden uitgeroeid en kwamen alleen voor in de Kaapprovincie. Onder de kleinere zoogdieren zijn veel endemische (= alleen in Zuid Afrika voorkomende) vormen bekend; bijvoorbeeld de goudmollen.
Er komen in Zuid Afrika vijf apen- of primatensoorten voor: baviaan, grijze meerkat, groene meerkat en de kleine en grote galago, beiden nachtdieren die altijd in bomen leven en eigenlijk half-apen zijn.
Van de roofdieren is de "koning der dieren", de leeuw, natuurlijk het bekendst. Kwamen ze vroeger algemeen voor, door de stroperij is hun territorium beperkt tot het laagland van Oost-Transvaal, Noord-Natal en het noordelijk deel van de Kaapprovincie. In het particuliere wildpark Timbivati Game Reserve komen de zeldame witte leeuwen voor. De panter of de cheetah of jachtluipaard zijn andere grote katachtige roofdieren. Jachtluipaarden komen vooral voor in het Krugerpark en het Kalahari Gemsbok Park.

Hyena-honden of Afrikaanse wilde honden en de gevlekte hyena zijn naast aaseters ook roofdieren die in groepen op andere dieren jagen. De bruine hyena daarentegen is een echte aaseter. Andere kleine vleeseters zijn de jakhals, de caracal en de serval.
De vele termietenheuvels en mierenhopen worden regelmatig bezocht door aardwolven, aardvarkens en grondschubdieren of pangolins.
De in kuddes levende Afrikaanse olifant kan een schofthoogte van drie meter bereiken en is daarmee aanzienlijk groter en zwaarder dan de Indische olifant. In het Addo Elephant National Park is het gelukt om de Kaapse olifant tegen uitsterven te beschermen. Er komen twee soorten neushoorns voor in Zuidelijk-Afrika: de witte of breedlipneushoorn en de zwarte of puntlipneushoorn. De breedlipneushoorn was begin 20e eeuw bijna uitgestorven, maar door beschermende maatregelen en een speciaal fokprogramma is het aantal weer sterk gegroeid. Zowel de slagtanden van de olifanten als de hoorns van de neushoorns zijn zeer gewild bij stropers. Een andere dikhuid is het nijlpaard, een planteneter die het grootste deel van de tijd in het water doorbrengt.
De twee in Zuid Afrika voorkomende wilde varkenssoorten zijn het penseelzwijn en het wrattenzwijn met zijn wrattige kop en grote gebogen slagtanden.
Het bekendste hoefdier van Afrika is natuurlijk de zwart-wit gestreepte zebra. In Zuid Afrika komt de gewone- of steppezebra voor en de met uitsterven bedreigde bergzebra, die beschermd wordt in het Nationaal Bergzebrapark bij Cradock in de Oost-Kaap. De giraffe is een imposante verschijning die wel zes meter hoog kan worden.

Tot de holhoornigen behoren de antilopen en runderen. In Zuid Afrika komen 38 soorten antilopen voor, o.a. de grote koedoe, de impala, de spiesbok, de steenbokantilope, de gewone duiker, de sabelantilope, de paardantilope en de springbok die tot symbool en nationaal embleem van Zuid Afrikaanse sportteams is gekozen. Bijzondere soorten zijn de grijsbok, de nyala en de oribi.
Tot de runderen behoort de Afrikaanse buffel waar zelfs leeuwen met een grote boog omheen lopen.
Veel van de kleinere zoogdieren leven in het luchtruim of onder de grond. In Zuid-Afrika komen ongeveer 75 soorten vleermuizen voor. De meeste soorten zijn insecteneters en acht soorten voeden zich met nectar en vruchten.
Het grootste knaagdier van Zuid Afrika is het Zuid Afrikaanse stekelvarken en meest opmerkelijk om te zien is de spinghaas die als een kangoeroe door het terrein springt. De grote rietrat wordt sommige lokale bevolkingsgroepen als een delicatesse beschouwd en kan tussen de 4 en 7 kilo zwaar worden. De rotsklipdas of "dassie" ziet eruit als een knaagdier maar is sterk verwant met de olifant!
Voor de kust zijn vaak groepen tuimelaars te zien, een dolfijnensoort. Door beschermende maatregelen is het aantal potvissen weer in aantal toegenomen. Een andere walvissensoort, de reusachtige blauwe vinvis, is af en toe aan de kust te zien.

Vogels

De vogelwereld van Zuid Afrika is nog rijker dan die van de zoogdieren en omvat ca. 870 soorten. Gezegd moet wel worden dat een groot deel hiervan bestaat uit trekvogels die in Zuid Afrika overwinteren zoals de ooievaar en de boerenzwaluw.
In de oostelijke bosgebieden komen grote roofvogels voor zoals de steppearend en de kuifarend. Wat kleiner is de bateleur of goochelarend, die zo genoemd wordt vanwege zijn capriolen in de lucht. In de grote vijgenbomen die hier groeien leven vele vogels waaronder de toerako, de groene duif, de neushoornvogel, de baardvogel, de buulbuul en de kleurige bijeneters.
In de bossen en langs de grote rivieren komen ook veel ijsvogelsoorten voor. De Afrikaanse reuzenijsvogel en de bonte ijsvogels leven langs de rivieren, de Afikaanse dwergijsvogel en de grijskopijsvogel in de bossen.


de neushoornvogel                                     de baardvogel                            de ijsvogel

Een van de mooiste vogels van in dit gebied is de vorkstaartscharrelaar. De geelsnavel- en roodsnaveltok, neushoornvogels, zijn zeer opmerkelijke vogels en ook de zuidelijke hoornraaf is zeer opvallend. De hoornraaf is een grondneushoornvogel en eet insecten, reptielen en andere kleine dieren. De heremietkoekoek of "piet-my-vrou" heeft een zeer karakteristieke zang.
Op het Hoogveld, de open grasvlakten van Transvaal en Vrijstaat is de zeldzame blauwe trap of korhaan te zien en ook de kori-trap. Op beide vogels en ook op kwartels en frankolijnen wordt gejaagd vanwege het vlees. Een schitterende vogel is de hanestaartwidavink en mooi om te zien zijn de koereigers die vaak meeliften met grote dieren en zo aan hun voedsel komen. Hier leeft ook de grote secretarisvogel, soms in een gevecht gewikkeld met slangen die hij probeert dood te trappen. Endemisch in dit gebied zijn de Kaapse rotsspringer en de zeer opmerkelijke Kaapse grondspecht, die op de grond leeft en zich voedt met mieren.
De bossen, hellingen en valleien van KwaZulu/Natal hebben een rijk vogelleven. Hier leven onder andere woudwevers, honingzuigers, vliegenvangers, de smaragdkoekoek, de purperkuiftoerako en de endemische zwartkaptimalie. Op grashellingen leven grijsvleugelfrankolijnen, geelborstpiepers en in de buurt van protea's komt de Gurney's suikervogel voor.
De nationale vogel van Zuid Afrika is de Stanley- of paradijskraanvogel. Lammergieren, Kaapse gieren en zwarte arenden speuren vanaf grote hoogtes naar prooi of aas. De kroonarend valt apen en kleine antilopen aan vanuit bomen. In Game Valley bij Pietermaritzburg komen meer dan 300 vogelsoorten voor waaronder ijsvogels, kwikstaarten, parelhoenders, hamerkop, langklauwen, graszangers, trogons en struikklauwieren.
Langs de noordoostkust vinden reigers, ganzen, witte pelikanen en flamingo's een ideaal leefgebied, evenals de majestueuze Afrikaanse zeearend. Grenzend aan Mozambique in het Ndumo wildreservaat leven in de subtropische omgeving soorten als Pel's visuil, bruinkopnicator, gekuifd parelhoen en de purperbandhoningzuiger. Ook verschillende soorten ooievaars, reigers (o.a. zwarte reiger), roerdompen, nachtreigers en zelfs de zeldzame watertrapper of Afrikaanse fuutkoet leven hier.
In de Karoo en de droge westelijke gebieden zijn de meest opvallende vogels de zwartkintrap of Karoo-korhaan en de Ludwigs trap. Bijzonder zijn ook de lijstervliegenvanger, de roodoorprinia en de Layards meeszanger. In het uiterste westen leven een aantal endemische leeuweriksoorten: de rode woestijnleeuwerik en de Namaqualeeuwerik. De allerbekendste vogel uit deze streek in natuurlijk de struisvogel, de grootste vogel ter wereld die tot ongeveer 2,5 meter hoog kan worden. In de Kalahari-woestijn zijn de enorme nesten van de republikeinwevers opvallend, die een doorsnee van vier meter kunnen hebben en waar wel 200 vogels hun plaatsje vinden. Ook de kleinste roofvogel van Afrika, de Afrikaanse dwergvalk, leeft vaak in deze nesten. Bij drinkplaatsen komt het zandhoen voor, die in zijn buikveren water meevoert om aan de kuikens te geven.
Het fijnbosgebied (veelal lage struiken met kleine bladeren) herbergt o.a. twee endemische soorten die van nectar leven, de Kaapse suikervogel en de oranjeborsthoningzuiger. Ook endemisch zijn de witvleugelkanarie en de Victorins struikzanger, respectievelijk zaadeter en insecteneter. In de drogere delen van het fijnbos komen de kopjeszanger en de elf-apalis voor.
De koudere zuid- en westkust als gevolg van de koude Benguela Golfstroom trekt vele zeevogels aan. Bijzonder is de zwartvoetpinguÔn of "pikkewijn" die in kolonies broedt op eilanden voor de kust. Verder zien we grote groepen aalscholvers, kelpmeeuwen en Kaapse jan-van-genten, zwarte scholeksters en vale strandplevieren.
Ieder jaar trekken meer dan honderd vogelsoorten van het noordelijk halfrond naar de kusten van Zuid Afrika. Afstanden tot 10.000 kilometer worden afgelegd soms vijf tot zeven weken. De meeste trekvogels zijn strandlopers.

AmfibieŽn en reptielen

Ook het aantal soorten amfibieŽn en reptielen is zeer groot in Zuid Afrika en er worden nog steeds nieuwe soorten ontdekt en beschreven. Ook nu weer enkele bijzondere soorten zoals de primitieve, tongloze klauwkikker, de smalbekkikkers die alleen na een regenbui boven de grond komen en de endemische Zuid Afrikaanse stierkikker. Salamanders komen beneden de Sahara, en dus ook niet in Zuid Afrika voor. De Nijlkrokodil komt alleen nog maar in reservaten voor.
Het aantal schildpaddensoorten is zeer groot: vijf soorten zeeschildpadden, vijf zoetwater Afrikaanse halswenders (halswenders trekken hun nek in een s-vorm terug; halsbergers trekken kop en nek recht onder het schild terug) en twaalf soorten landschildpadden, meer dan waar ook ter wereld. De geometrische landschildpad is de kleinste met een lengte van maar 10 centimeter. Roodwangschildpadden komen veel voor maar zijn geÔmporteerd uit Noord Amerika.
De vele gekkosoorten, o.a. de huisgekko, verslinden enorme aantallen insecten en zijn dus zeer nuttig. De Namaqua-kameleon is opmerkelijk omdat hij op de grond leeft. Inheemse reptielen zijn de gordelstaarthagedissen waartoe de pantsergordelstaarthagedis behoort, agames, Zuid Afrikaanse kielhagedissen, rotshagedissen en kielschubhagedissen. De grootste Afrikaanse hagedis is de Nijlvaraan die wel twee meter lang kan worden.
Er komen verder 130 slangensoorten voor. Naast de gevaarlijke rotspython, een wurgslang, komen er 14 soorten gifslangen voor. Hiertoe behoren de zwarthalscobra, mamba's en de pofadder. Ongevaarlijk is de Afrikaanse eierslang.


Insecten

Zuid-Afrika is met ca. 50.000 soorten een eldorado voor entomologen. Met name de tropische bosveldsavannes in het noorden herbergen vele soorten. Reuzentermieten, wandelende takken, vele vlindersoorten (ca. 800 soorten dagvlinders) en mestkeversoorten, bidsprinkhanen zijn de meest opvallende soorten.
Apart is ook de Matabele-mier die termietenheuvels plundert. Aan de oostkust komen veel tropische vormen voor zoals fraai gekleurde meikevers en schitterende tropische vlinders.
In de Kaapse regio komen zeer vreemde kostgangers voor. Fameus zijn de zeldzame vleugelloze kevers die tot de familie van de vliegende herten behoren. De nationale bloem van Zuid Afrika, de protea, trekt rozenkevers (ca. 200 soorten), meikevers en gouden torren aan.


termietenheuvel                                         de meikever

Reservaten


Buiten de reservaten is er nog maar weinig wild aan te treffen. De natuurbescherming kwam al vroeg op gang met de Umfolosi/Hluhluwewildreservaten in 1897 als de voorloper van het internationaal beroemde Kruger Nationaal Park in 1898. Het Krugerpark is ongeveer net zo groot als de helft van Nederland en wordt jaarlijks door meer dan 700.000 toeristen bezocht.
Momenteel bestaat er een netwerk van 17 nationale parken, en ca. 500 provinciale natuurreservaten en andere beschermde gebieden, die grotendeels voor het publiek toegankelijk zijn en een zeer belangrijke trekpleister voor binnen- en buitenlands toerisme vormen. Sommige reservaten hebben te kampen met meer bezoek dan verwerkt kan worden. Andere belangrijke beschermde gebieden zijn het Addo-Olifant, Bergzebra en Bontebok Nationaal Park, het Kalahari Gemsbok Nationaal Park en de Drakensbergreservaten in Natal.
Aan de kust worden de legplaatsen van zeeschildpadden beschermd (Noord-Zoeloeland), terwijl het Tsitsikamakust Nationaal Park een kuststrook in de oostelijke Kaapprovincie omvat.
Op het verlanglijstje van de meeste toeristen staat een ontmoeting met de "big five", olifant, zwarte neushoorn, luipaard, leeuw en buffel.