Homepage Bahaat

Open Monumentendag - thema "hout"

 
   

Deze dag konden we afronden met 240 bezoekers. Er was veel belangstelling voor de demonstraties van Johan Kieckens en Luc Uyttersprot.

Hout was tot met de Tweede Wereldoorlog een van de voornaamste grondstoffen in de vliegtuigbouw. In een halve eeuw tijd ontstond een nieuw ambacht met specifieke technieken : de keuze van houtsoort en de nervenstructuur, het gebruik van specieke lijmen, de methodes van het buigen van het hout en het vervolgens met lijnwaad bespannen...
Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam het gebruik van aluminium de overhand, en de voorbije decennia wordt almaar meer composietmateriaal gebruikt. De technieken van weleer dreigen verloren te gaan.
Op Open Monumentendag kan het publiek kennismaken met twee streekgenoten die het ambacht nog steeds onder de knie en in de vingers hebben. Aalstenaar Johan Kieckens restaureert en herstelt al vele jaren houten toestellen. Met zijn kennis van de klassieke zweefvliegtuigenbouw is hij is een gewaardeerd lid van de internationale Vintage Glider Club.
Luc Uyttersprot is een van de weinigen die de houten propellorbouw beoefent. Na een opleiding als meubelmaker legde hij zich toe op de constructie van vliegtuigschroeven.
Beiden zullen aan de hand van werkstukken de technieken demonstreren.

In “Broken Wings” staan ook de resten van twee toestellen in de kijker waarbij hout een belangrijke rol speelden, en die tevens hun belang hadden in het verloop van de Tweede Wereldoorlog.

Het Houten Wonder uit de luchtvaartgeschiedenis: de de Havilland Mosquito

Met zijn houten constructie was de de Havilland Mosquito één van de meest geliefde en beruchte producten van de Britse vliegtuigindustrie. Het tweemotorige toestel was uitermate snel, vrij goedkoop en makkelijk te bouwen – heel wat Britse meubelfabrikanten droegen zo hun bijdrage bij de constructie van dit toestel - en kon voor een waaier van functies ingeschakeld worden : jager, bommenwerper, verkenner.

Niet enkel de Britse Royal Air Force gebruikte deze machine – ook de Amerikaanse luchtmacht waardeerde een snel en licht toestel dat – hoewel ongewapend – vrijwel steeds aan de Luftwaffe kon ontsnappen.

Tijdens de nacht van 25 oktober 1944 verlieten Lieutenant George M. Brooks en zijn navigator, Lieutenant Richard C. Taylor, de basis Watton in de Mosquito met serienummer NS582 om 02.15 voor een nachtelijke verkenningsmissie naar Duisburg, Duitsland. Tijdens het kruisen van de Belgische kust voelde piloot Taylor dat zijn toestel technische problemen had – het helde over.,Het vliegtuig verloor al zijn draagkracht en stortte neer in een spiraalvlucht. Door de middelpuntvliegende kracht werd het voor de bemanning uitermate moeilijk om zich te bewegen in de reeds nauwe cabine van de Mosquito. Richard Taylor geraakte op tijd uit de machine, maar zijn piloot sloeg met zijn achterhoofd tegen het staartvlak bij het verlaten van de Mosquito. Hij stortte te pletter te Vladslo – even verder lag zijn toestel te branden in een weide.

In augustus 1998 vond BAHAAT de resten van deze machine op enkele meters diepte. Naast de Rolls Royce-motoren werden ook houten onderdelen gevonden. Het waren onder anderen de hoofdligger van de vleugel, een knap stukje ambacht, bestaande uit diverse stukken triplex die afhankelijk van de houtnerf in diverse richtingen op elkaar gekleefd zijn.

Van Steinway tot Serskamp

Tijdens Market Garden, de fameuze luchtlandingsoperatie bij Arnhem, Eindhoven en Nijmegen, werden de Amerikaanse troepen over Vlaanderen naar Geel geleid, vanwaar het keerpunt naar het noorden lag. Ook hier werd het een gecombineerde luchtlanding : valschermspringers werden bijgestaan door “Glider Soldiers” die aangevoerd werden in Amerikaanse WACO CG-4A zweefvliegtuigen. Op deze manier viel de streek rond Eindhoven vrij vlot in Amerikaanse handen.Die septemberdagen daverde de Vlaamse lucht meer dan eens onder het gebrul van Dakota’s die moeizaam WACO’s voortsleurden. En hier en daar in de formatie liep het grondig fout. De combinaties vielen uit elkaar en de zwevers moesten noodlanden. Ook de bewoners rond de “Boskant” te Serskamp zagen eenzelfde tafereel – het reusachtige toestel maakte echter een zachte landing bij de hoeve “Kadol”. Daar vonden we een halve eeuw later het skelet, dat sindsdien verder heropgebouwd wordt.

De Weaver Aircarft Company (WACO) ontwierp de CG-4A (CG stond voor Cargo Glider), welke in juli 1942 in productie ging. Het centrale gedeelte, of de centre section (die we dus op de hoeve Kadol vonden) was een staalbuizen frame, te vergelijken met een kooi zonder vloer of voorzijde. Ook het staart- en neusgedeelte was samengesteld uit aan elkaar gelaste buizen, die dan bekleed werden met canvas. De hele neussectie, inclusief de bestuurdersstoelen en instrumenten, kon omhoog geklapt worden. Zo ontstond een gapende opening waarin een jeep, 75mm houwitser met drie soldaten, of dertien volledig uitgeruste soldaten konden ondergebracht worden. De twee piloten, die tevens een basistraining infanterie hadden, brachten het totale aantal manschappen op vijftien.

De vloer of bodem van de centrale sectie had ook een apart concept. Deze was immers samengesteld uit platen triplex die binnenin als vakwerk (te vergelijken met een gigantische letterkast) aan elkaar gelijmd waren. Bij de bouw van deze houten bodem kwam geen spijker of schroef aan te pas. Ook de vleugels (inclusief de hoofdliggers) waren helemaal van aan elkaar gelijmde panelen triplex gebouwd. Eén van de toeleveringsbedrijven was de bekende pianofabriek Steinway & Sons, die de productie van heel wat houten constructie-elementen op zich nam.