|
Luchtgevecht boven Assenede 17 augustus 1943 was een keerpunt in de luchtstrijd boven West-Europa.
Die dag viel de Amerikaanse 8ste Luchtmacht de kogellagerfabrieken van
Schweinfurt en de Messerschmittwerkplaatsen van Regensburg aan. De
Verenigde Staten incasseerden nooit geziene verliezen door een goed
georganiseerde Luftwaffe : een zestigtal bommenwerpers maakte de
missie niet af.
"Die 17de augustus 1943 moesten we zo een missie overdag vliegen, een opdracht die wij nachtjagers als zelfmoord beschouwden. Ik steeg met zes kameraden op van Florennes en we vlogen noordwaarts. Maar we werden onderschept door jagers en vormden meteen een defensieve cirkel. Toch slaagde de vijand er in een drietal van onze makkers neer te halen. Ik verborg me in de wolken." Pietrek maakte deel uit van de 2.Staffel, een eenheid die geleid werd door
Oberleutnant Rudolf Altendorf, een man die groot aanzien genoot binnen
de eenheid wegens zijn verdienstelijke staat van dienst. Als we de
archieven van de Amerikaanse luchtmacht er naast leggen, zijn we haast
zeker dat de belagers van de Florennes-staffel Thunderbolts waren van
het 63 Fighter Squadron/56 Fighter Group. 1st Lieutenant Edgard D.
Whitley claimde een Bf 110, terwijl 1st Lieutenant Glen D. Schiltz Jr en
2nd Lieutenant John H. Truluck elk een "Me 210" beschadigden.
De gevechten waren volgens Amerikaanse opgave gesitueerd tussen Ans
en Sint-Niklaas, rond 16.25-16.40 u. Britse tijd.
Twee van de Messerschmitt-bemanningen wisten toch nog het vege lijf te
redden door uit te wijken naar Sint-Denijs-Westrem. De piloot : Rudolf Altendorf Rudolf Altendorf was reeds succesvol als Zerstörer voor hij tot de
Nachtjagd toetrad. Bij dag behaalde hij vier overwinningen. Na een kort
verblijf in het Nachtjagdgeschwader 3 muteerde hij in de zomer van 1942
als Oberleutnant naar de I.Gruppe van het Nachtjagdgeschwader 4, die op
de Franse basis Laon-Athies gestationeerd was. Deze eenheid verhuisde in
maart/april 1943 naar de pas aangelegde Fliegerhorst Florennes. Typebeschrijving van het vliegtuig De Messerschmitt Bf 110 was oorspronkelijk geconcipieerd als een zwaar bewapend toestel dat ingezet zou worden voor zowel grondaanvallen als luchtgevechten. In mei 1936 vloog dit type voor de eerste maal. Tijdens de campagnes boven Polen en Scandinavië bewees het uitstekende diensten, maar tijdens de strijd boven de Lage Landen, Frankrijk en vooral de Slag om Engeland, bleek dat de Bf 110 het niet kon opnemen tegen veel snellere Britse jagers van het type Hurricane en Spitfire. Toen de strijd eind 1940 in Europa geconsolideerd was, begon de Royal Air Force met het ’s nachts bombarderen van Duitse industriesteden. Om deze aanvallen het hoofd te bieden, ontwikkelde de Luftwaffe in allerijl een nachtjachtwapen, en hierin zou de Messerschmitt Bf 110 een zéér voorname rol spelen. Door zijn actieradius, bewapening en gebruik van boordradar, kon de Nachtjagd de Britse bommenwerpers opsporen en neerschieten. Toen de Amerikaanse 8ste Luchtmacht vanaf 1943 ook overdag Duitsland bestookte, werden de Nachtjagers eveneens enkele malen ingezet. Verliezen zoals ook met de Bf 110 van Assenede gebeurde, verplichtten de Luftwaffe deze tactiek op te geven. Het toestel met Werknummer 6150 was van het type G-2, de opvolger (vanaf begin 1943) van het model E. Het grote verschil tussen de E en de G, waren de zwaardere motoren en bewapening. Motoren : 2 x Daimler Benz DB605 van 1475 pk elk, vloeistofgekoeld Bewapening : 2 x MG 151 (20 mm kanonnen) onderaan de neus 4 x MG 17 (7.9mm) in de neus 1 x MG 81 Z (bestaande uit 2 x 7.9mm) achteraan in de cockpit, naar achter vurend De opgraving
Met het VIOE (Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed) als initiatiefnemer, werd besloten om samen met BAHAAT een proefproject op te zetten om te bekijken hoe een vliegtuig op een wetenschappelijke manier opgegraven kan worden. Bahaat dankt Marc Dewilde (www.vioe.be) en zijn team voor de prettige samenwerking, en onze sponsors, de firma's Monshouwer (www.monshouwer.nl), Saricon (www.saricon.nl), Bom-Be (www.bom-be.be), en ABN Transport (www.abntransport.be) voor hun logistieke steun, en de grondeigenaar, de h. Roger De Nys, voor het toestaan van de opgraving.
|
||