Homepage Bahaat

Messerschmitt Bf 110

 

This page in English

   


Rudolf Altendorf

 

  • 2. Staffel I./NJG 4

  • Piloot Oberleutnant Rudolf Altendorf

  • Bordfunker Wilfried Arndt

  • Wnr. 6150 - rompcode 3C+DK

Luchtgevecht boven Assenede

17 augustus 1943 was een keerpunt in de luchtstrijd boven West-Europa. Die dag viel de Amerikaanse 8ste Luchtmacht de kogellagerfabrieken van Schweinfurt en de Messerschmittwerkplaatsen van Regensburg aan. De Verenigde Staten incasseerden nooit geziene verliezen door een goed georganiseerde Luftwaffe : een zestigtal bommenwerpers maakte de missie niet af.
Minder geweten is, dat de Luftwaffe die dag vrijwel alles in de strijd gooide wat het voorhanden had – ook nachtjagers. Een gevaarlijke zet, want de tweemotorige Messerschmitt Bf 110 was géén partij voor de wendbare Amerikaanse Thunderbolts. Of zoals veteraan Norbert Pietrek, een piloot van het Nachtjagdgeschwader 4 van Florennes ons liet weten :



Messerschmitt Bf 110

"Die 17de augustus 1943 moesten we zo een missie overdag vliegen, een opdracht die wij nachtjagers als zelfmoord beschouwden. Ik steeg met zes kameraden op van Florennes en we vlogen noordwaarts. Maar we werden onderschept door jagers en vormden meteen een defensieve cirkel. Toch slaagde de vijand er in een drietal van onze makkers neer te halen. Ik verborg me in de wolken."

Pietrek maakte deel uit van de 2.Staffel, een eenheid die geleid werd door Oberleutnant Rudolf Altendorf, een man die groot aanzien genoot binnen de eenheid wegens zijn verdienstelijke staat van dienst. Als we de archieven van de Amerikaanse luchtmacht er naast leggen, zijn we haast zeker dat de belagers van de Florennes-staffel Thunderbolts waren van het 63 Fighter Squadron/56 Fighter Group. 1st Lieutenant Edgard D. Whitley claimde een Bf 110, terwijl 1st Lieutenant Glen D. Schiltz Jr en 2nd Lieutenant John H. Truluck elk een "Me 210" beschadigden. De gevechten waren volgens Amerikaanse opgave gesitueerd tussen Ans en Sint-Niklaas, rond 16.25-16.40 u. Britse tijd. Twee van de Messerschmitt-bemanningen wisten toch nog het vege lijf te redden door uit te wijken naar Sint-Denijs-Westrem.
Staffelkapitän Altendorf en zijn Bordfunker, Feldwebel Wilfried Arndt, hadden het heel wat moelijker. De Bf 110 (Werknummer 6150, rompcode 3C+DK5) was niet meer te houden en er bleef het Duitse duo niets anders op dan Aussteigen. Volgens Duitse opgave gebeurde dit bij Assenede.
De piloot kwam ongedeerd uit de strijd, zijn kompaan Arndt was licht gewond na de valschermsprong.

De piloot : Rudolf Altendorf

Rudolf Altendorf was reeds succesvol als Zerstörer voor hij tot de Nachtjagd toetrad. Bij dag behaalde hij vier overwinningen. Na een kort verblijf in het Nachtjagdgeschwader 3 muteerde hij in de zomer van 1942 als Oberleutnant naar de I.Gruppe van het Nachtjagdgeschwader 4, die op de Franse basis Laon-Athies gestationeerd was. Deze eenheid verhuisde in maart/april 1943 naar de pas aangelegde Fliegerhorst Florennes.
Altendorf werd bevelhebber over de 2.Staffel binnen de I./NJG 4 – het was in die hoedanigheid dat hij op 17 augustus 1943 neergehaald werd. Na de zomer van 1943 werd hij met zijn Staffel overgeplaatst naar Duitsland, waar de 2./NJG 4 omgevormd werd tot 12./NJG 5. Per 1 januari 1944 werd de inmiddels tot Hauptmann bevorderde Altendorf de bevelhebber over de IV.Gruppe van het NJG 5 die vanop Brandis opereerde.
Hij overleefde de oorlog met een totaal van 25 overwinningen, en werd hiervoor vereremerkt met het Deutsches Kreuz in Gold.

Typebeschrijving van het vliegtuig

De Messerschmitt Bf 110 was oorspronkelijk geconcipieerd als een zwaar bewapend toestel dat ingezet zou worden voor zowel grondaanvallen als luchtgevechten. In mei 1936 vloog dit type voor de eerste maal.

Tijdens de campagnes boven Polen en Scandinavië bewees het uitstekende diensten, maar tijdens de strijd boven de Lage Landen, Frankrijk en vooral de Slag om Engeland, bleek dat de Bf 110 het niet kon opnemen tegen veel snellere Britse jagers van het type Hurricane en Spitfire. Toen de strijd eind 1940 in Europa geconsolideerd was, begon de Royal Air Force met het ’s nachts bombarderen van Duitse industriesteden. Om deze aanvallen het hoofd te bieden, ontwikkelde de Luftwaffe in allerijl een nachtjachtwapen, en hierin zou de Messerschmitt Bf 110 een zéér voorname rol spelen. Door zijn actieradius, bewapening en gebruik van boordradar, kon de Nachtjagd de Britse bommenwerpers opsporen en neerschieten.

Toen de Amerikaanse 8ste Luchtmacht vanaf 1943 ook overdag Duitsland bestookte, werden de Nachtjagers eveneens enkele malen ingezet. Verliezen zoals ook met de Bf 110 van Assenede gebeurde, verplichtten de Luftwaffe deze tactiek op te geven.

Het toestel met Werknummer 6150 was van het type G-2, de opvolger (vanaf begin 1943) van het model E. Het grote verschil tussen de E en de G, waren de zwaardere motoren en bewapening.

Motoren :

2 x Daimler Benz DB605 van 1475 pk elk, vloeistofgekoeld

Bewapening :

2 x MG 151 (20 mm kanonnen) onderaan de neus

4 x MG 17 (7.9mm) in de neus

1 x MG 81 Z (bestaande uit 2 x 7.9mm) achteraan in de cockpit, naar achter vurend

De opgraving


De plaats van de inslag is duidelijk zichtbaar.

Met het VIOE (Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed) als initiatiefnemer, werd besloten om samen met BAHAAT een proefproject op te zetten om te bekijken hoe een vliegtuig op een wetenschappelijke manier opgegraven kan worden.
Het was tevens de bedoeling om na te gaan hoe geschoolde archeologen en professioneel werkende amateurs kunnen samenwerken in dergelijke projecten.Dit maakt het project uniek, en wordt zelfs in het buitenland van zeer nabij gevolgd.
De perimeter was prima uitgezet,en de graafmachinist kon onmiddelijk aan het werk. Na het afschrapen van de teelaarde werd al snel de inslag duidelijk zichtbaar, en kwamen de eerste fragmenten boven. Alles werd opgemeten en in kaart gebacht door de archeoloog en topograaf van het VIOE.
De Asseneedse bodem zou echter erg gul zijn die dag. Steeds meer en meer brokstukken van de Messerschmitt kwamen uit de aarde tevoorschijn. Na de traditionele aluminiumfragmenten kwamen ook de beide wielpoten met banden, achterwiel, bewapening, een gedeelte van de cockpit, pantserplaten, zuurstofflessen, een schroefblad, de beide Daimler-Benzmotoren, en nog heel wat meer naar boven. Bij de "fijnere" artefacten vonden we de vliegenierskaart van de Bordfunker en een vrijwel complete EHBO-set terug. De foto's van de berging spreken voor zichzelf...

Bahaat dankt Marc Dewilde (www.vioe.be) en zijn team voor de prettige samenwerking, en onze sponsors, de firma's Monshouwer (www.monshouwer.nl), Saricon (www.saricon.nl), Bom-Be (www.bom-be.be), en ABN Transport (www.abntransport.be) voor hun logistieke steun, en de grondeigenaar, de h. Roger De Nys, voor het toestaan van de opgraving.

 

 
Dit is het toestel waar het allemaal om draait.
De perimeter is uitgezet.
   
De inslag is zeer duidelijk zichtbaar in de bodem.
De eerste fragmenten komen aan de oppervlakte.
   
Er kwam nog veel meer uit de bodem...
... zoals deze Dunlopband, made in Germany.
   
De 2 Daimler-Benzmotoren vlak na de opgraving.
Het ontluchtingsventiel van de smering.
   
Detail van de wielpoot.
en een waarschuwingsplaatje
   
Motor 1
en motor 2, na de eerste reiniging.
Meer foto's in voorbereiding!