Homepage Bahaat

Erfgoeddag: vliegende kleuren in Broken Wings

 
   

Het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog was de Duitser von Richthofen de stadscommandant van Aalst. Het is maar een detail in de geschiedenis, maar zijn zoon Manfred was dat niet. Als “Rode Baron” haalde hij tachtig luchtoverwinningen. Voor niets bevreesd, liet Freiherr von Richthofen zijn Fokker knalrood schilderen opdat de vijand zou zien dat hij in aantocht was. Daarmee was hij een van de eersten die “kleur” op een bijzondere manier gebruikte in de luchtvaart.

Het Museum Broken Wings (Leuvestraat 4A – Erembodegem/Aalst), een collectie vliegtuigwrakken en archeologische luchtvaartvondsten, toont tijdens Erfgoeddag hoe kleuren een rol spelen bij vliegtuigen. Want gezien worden, of net niét – kan erg belangrijk zijn.

Reeds in 1914 schilderden de piloten de kokardes van het land waarvoor ze vlogen. De Antwerpse luchtvaartpionier Jan Olieslagers penseelde de Belgische driekleur binnenstebuiten op zijn Blériot-eendekker...

In Broken Wings zijn diverse nationaliteitskentekens geëxposeerd die ooit op de vleugels van Spitfires en Lancasters prijkten. Soms zien er ze er na zestig jaar aan de weerelementen blootgesteld, nog verbazend goed uit. Het team vond ook de vier meter hoge staart van een Vliegend Fort, dat al decennialang dienst deed als kippenhok in Galmaarden. Maar de herkenningstekens waren nog vrijwel intact.

De meeste militaire vliegtuigen werden evenwel met camouflageverf beschilderd. Men zocht inspiratie in de natuur. Aanvankelijk dacht men dat groene en bruine tinten een vliegtuig het best dekking geven in een landschap. Maar in de Duitse Luftwaffe dacht men er anders over. Blauwe en grijze tinten namen stilaan bij hen de bovenhand – vandaag nog steeds het kleurenpatroon van onze F-16’s.
In 2004 vond het Broken Wings-team het verhakkelde, maar complete wrak van een zeldzame Focke-Wulf “Dora” – een Duits jachtvliegtuig - meters diep in een weide bij Waasmunster. Nu, twee jaar later, is het wrak weer gedeeltelijk samengesteld in het museum. Bijzonder was het feit dat de verf na meer dan een halve eeuw in de grond, nog vrij goed te zien was. Deze vondst was zo uniek dat er een aparte studie aan gewijd werd, die veel belangstelling opwekte in de hele luchtvaartwereld.

De laatste aanwinst van het museum is de rompsectie van een Westland Lysander. Dit Britse verkenningstoestel werd in de streek van Aalst gebruikt tijdens de meidagen van 1940 – er stortte er een neer te Outer, en bij Aspelare werd even een vliegveld aangelegd voor Lysanders. Tijdens de oorlog werden ze vooral in Canada gebruikt als sleepvliegtuig voor doelmouwen waarop aspirant-boordschutters leerden mikken. Maar om alle vergissingen te vermijden, werden de Lysanders zelf met afwisselend geel-zwarte banden geschilderd. Het wrak dat in Broken Wings tentoongesteld is, lag tientallen jaren in de vlakten van Winnipeg. De eeuwige winden zandstraalden het aluminium frame, maar de resten van de kleurrijke beschildering zijn nog steeds zichtbaar.

Broken Wings is een initiatief van het Archaeology Team van de v.z.w. Belgian Aviation History Association.