Ontleed volgende zinnen in zinsdelen en benoem. Wie oplossingen wil, klikt hier.
1. Die wilde eenden zijn ongelooflijk mooi.
2. Die spion is dood.
3. Die spion is plots doodgevallen.
4. De burgemeester woont in Kortrijk.
5. Tante loopt zenuwachtig heen en weer.
6. Toen ze thuiskwam, gaf ze een cadeautje aan haar dochter.
7. Ze was in de war door de grote opkomst.
8. Er heerste een vreselijke chaos in de speelkamer.
9. Elise speelt op grandioze wijze viool.
10. Marloes giechelt als een paard.
11. Theodoor maakt rare geluiden in de klas.
12. De leerlingen hebben vanavond heel veel huiswerk.
13. Mooie paddestoelen groeien onder de bomen.
14. De gids kan goed uitleg geven.
15. Alberto wil een hippe vogel zijn.
16. Alfredi is een hippe vogel.
17. Alfreda wordt een hippe vogel.
18. Gisteren bestelde ze een lekkere pizza.
19. Ze draagt vogelveren op haar hoofd.
20. Ik hoorde een verkeerde stem in de kamer.
21. Spiek is al drie dagen superhumeurig.
22. Zijn gsm gaf geen antwoord.
23. Dichters zijn soms jaloers op elkaar.
24. Ik stak om acht uur de sleutel in het sleutelgat.
25. Ze draagt een broekje op haar hoofd.
26. Eline is nu al een hele week ziek.
27. Iedere woensdag komt de vuilkar.
28. De auto's van nu zijn sterker dan vroeger.
29. Er verscheen een roeiboot tussen de waterlelies.
30. Simon zou een nieuwe computer willen kopen.
31. Er staan een heleboel dozen aan het venster.
32. Zinsontleding is moeilijk.
33. Mariska maakt een grote put in de tuin.
34. Gelakte nagels zijn tegenwoordig heel modern.
35. Ze pakt stiekem uit de kast moeders lange haar.
36. De onderzeese wereld is wondermooi.
37. In bijna alle zeeën kun je zwemmen.
38. In de late herfst mislukt de oogst heel dikwijls.
39. In Egypte staan heel wat piramiden.
40. Emma verveelt zich stierlijk tijdens de studie.
41. Gorus is een Egyptische godin.
42. In de Middellandse Zee is zwemmen fijn.
43. Jean doet al de hele tijd niets.
44. De meeste leerlingen lopen gewoon wat rond.
45. In Brussel staan flatgebouwen kriskras door elkaar.
46. Arno heeft zijn pet op zijn hoofd gezet.
47. Arno heeft een meisje op het bord getekend.
48. Griet bestelt een monopolie.
49. Emma is alert.
50. Het is hier tamelijk stil in de studie.
51. Stef is aandachtig in de klas.
52. Op de speelplaats spelen ze een gevaarlijk spelletje.
53. Hij wil later brandweerman worden.
54. Op Tenerife zijn ze gelukkig.
55. Later wordt zij psychologe.
56. Hij is een goede buur.
57. Over taal denken word je nooit beu.
58. Je kat is een trouw huisdier.
59. Je kat loopt steeds weer in de weg.
60. Katten zijn vreemde wezens.
64. Vitamines van Vita word je nooit moe.
65. Grootmoeder bestelt een taart voor haar verjaardag.
66. Weldra komt Sinterklaas met lekkere dingen.
67. Ik ben al mijn geld kwijt aan een auto.
68. Ik koop om de tien jaar een nieuwe fiets.
69. Ik word de files grondig beu.
70. De landbouwer schoor zijn schapen.
71. De zwaluwen komen als het lente is.
72. De wonde heeft weken gezworen.
73. Zij gooide tijdens het carnaval het geld over de balk.
74. Het beregende dak is glad.
75. Geld alleen maakt niet gelukkig.
76. Dit pakje euro's lag gisteren nog op tafel.
77. Ik betaal zelden met contant geld.
78. Ze erfde een bom geld.
79. We moeten heel die tekst schrijven.
80. Na de speeltijd was het saai.
81. Iedereen moest een witte kluifzwam meenemen.
82. Mijn vriendin kakelt aan één stuk door.
83. De kapitein is ziek.
84. Die man was kerngezond.
85. Langzaam verdwenen de heuvels in de wazige verte.
86. De Pyreneeën liggen in Frankrijk.
87. Goud wordt voor ringen en sieraden gebruikt.
88. Onder de omheining bloeit een herderstasje.
89. Lang geleden heeft een peperstruik in de vallei gegroeid.
90. Mijn tante heeft peperdure koffie gedronken.
91. De rovers zijn wreed.
92. Het vee moet in de stal blijven.
93. Ze zijn eergisteren naar Laos vertrokken.
94. Hij heeft beloofd dat hij Chinees zal leren.
95. Het geluid van de trommels klonk over de velden.
96. De lokale gids wilde de opvarenden van de kano overbluffen.
97. Rafting is een enorme ontspanning.
98. Moeder heeft die lekkere spaghetti bereid.
99. Hij weet wat een warme bakker is.
100. Omdat ze het antwoord wisten, knikten de meisjes.