Kankerhart

Liefde begon met een blik.
Klom over een muur.
Hart van vuur.

Ik ruik haar lust.
Ik kus haar zacht gefluister.
Ongrijpbaar op het laatste uur van de duivel.

Zweef ik in haar ogen.
Zoek ik een weg in haar hoofd.
Ik vind schroot.

Liefde eindigde in een droom.
Struikelde over een been.
Hart van steen.



Dwalende draaikolken razen over de hersenwanden van Hera's onschuld.
Ik ben maar een dienaar.

Een schaduw in jou kolkend hart.

Heerseres van een kwellende aarde.

Ik ben maar een dienaar,
versteend aan de voet van de ijsmaan.

En met angst vervloekte kreet vertrappelt de ongeborene.
Cyclus van de levende doden.



Onzichtbaar in een verdwenen illusie.
Haar wetten in mijn hart gekerft.

Haar tranen in mijn lijden gesijpeld.
Illusie op de snelweg naar mijn geweten.

Brandende lijken in het kielzog van haar blik.
Gekruisigd aan de lippen van haar glimlach.
Schizofrene illusie van realiteit.



Pemke, jij leek wel een stoel voor mij, Pemke.

M'n ruggengraat samengesmolten met je vermelkte steengroeve.

De afdruk van mijn hand, in je sensuele leuningen gelast.

De poten fragiel.
Het zitvlak penishard.

BREEK, Pemke

Oorlog in de kop van één of andere weke opgepeuzelde kras.

Ik hield van je! Pemke

Opgedroogde spasmatische kwijlende drek.