ParragorticaIk treed achter de toorn van mijn goden.Ik sluip binnen langs hun onzichtbare poorten. Een wereld in trance. Nachtmerries van genot, beter dan elke trip. Ik verdwijn achter hun schaduw. Ik vergeet mijn angst. Ik betreed hun dromen. Ik haat hun koren van woorden. Ik luister naar de taal van de goden. Wacht niet tot wanneer de maan valt. Wacht niet tot wanneer de zon lacht. Vuur vertaald in onraad. Water verandert in stof. De grond word ons geweten in het lot. Alleen leegte, geen krimp van angst of een kaakspasm van een schuchtere glimlach. Alleen vertwijfelde gedachten in de weerspiegeling van hun andere ik. Automatisch gemanipuleerde vreugde met geen besef van tijdsgenot. Engelen met marmeren vleugels op de sterren van een vergeten tijd. Aderen in scherven op de toekomst zijn glazen huid. Uit het raam van de treincoupé, van de trein. Duikend in relativiteit. Rollend van de tandknarsende helling. Een tak in mijn mond, scheurt in mijn keel. EEN BOOM Doe het licht uit. Splinters van realiteit, Uitgedroogd in de woestijn van mijn bewustzijn. Tragedie van het onsterfelijke. Parodie van een niets betekent ontstaan. Vastgeketend in een kerker. Achter een rookgordijn van een leugenaar. Woede beproeft zijn haat, pijn hijgt aan zijn voeten. Ik ben hem, hij is dood. Hij is u. Ik proef zijn verraad. Het is nu te laat. Aarde breekt open, geeft een hand aan de doden. Stilte stroomt mee in woorden. In de gekte stapel ik mijn aura op tot een kernfusie. Neem geen xtc, pure tentakels. I |