 |
Flankeringsbunker R612, een Regelbau die veelvuldig aan de Atlantikwall
voorkomt. Deze bunker is
voorzien om een veldgeschut op te stellen. Vanuit de bunker kon de haveningang van Oostende
rechtstreeks onder vuur genomen worden. Momenteel is er een Duits 7,5cm
antitankkanon van het type PAK40 opgesteld. Het geschut kon ook buiten opgesteld
worden, zowel zee- als landinwaarts.
|
 |
In de duinen werd door de Duitsers een kleine vlakte omgevormd tot
"Appelplatz". Daar is een groot zoeklicht opgesteld. Het heeft een diameter van 150
cm en had een reikwijdte van meer dan 10 kilometer. Op de appelplaats zijn een aantal typische strandhindernissen opgesteld,
voornamelijk boomstammen, die schuin naar zee gericht in het zand werden
geplaatst, en die voorzien waren van een mijn of een granaat. Deze hindernissen
waren bedoeld om landingsboten uit te schakelen. Andere boomstammen werden onder
de hoogwaterlinie geplaatst en werden voorzien van een reeks mijnen of
zaagtanden die naderende landingsvaartuigen moesten openrijten.
|
 |
Cointet-element, ook "Belgische poort" genoemd. Deze grote stalen
constructies dateren van voor de oorlog en werden als tankhindernis gebruikt. De
Duitser plaatsten ze op het strand om de landingsboten en de naderende tanks te
hinderen. Het tentoongestelde element werd onlangs op het strand van De Panne
opgegraven.
|
 |
Batterij Saltzwedel neu beschikte over vier buitgemaakte stukken Belgisch veldgeschut van
120mm (model 1931, vervaardigd door de fabrieken Cockerill). Na de
capitulatie van het Belgisch leger op 28 mei 1940 werden de kanonnen opgenomen
in de Duitse nomenclatuur als type K370(b). Aanvankelijk werden deze kanonnen op
houten platformen in het zand geplaatst, maar na korte tijd waren de betonnen
beddingen klaar. Deze stellingen waren met bonte kleuren beschilderd en
voor de bedienaars was een houten platform aangebracht.
|
 |
In oktober 1943 werd alle geschut in overdekte stellingen opgesteld.
Vier duikbootkanonnen met een kaliber van 10,5 cm werden opgesteld in nieuwe
geschutsbunkers. De bunkers (opgeleverd in april 1944) zijn bunkers van het type
R671, een type dat waarschijnlijk het best vertegenwoordigd is langsheen
de Atlantikwall. De kanonnen rustten op een zware sokkel maar hadden
slechts een beperkte schootshoek van 80 graden. De geschutsopening kon
afgeschermd worden door stalen netten.
|
 |
Tijdens uw bezoek wandelt u dikwijls in lange onderaardse gangen die volledig
in baksteen werden opgetrokken. Op regelmatige afstand bemerkt u nooduitgangen
die oorspronkelijk met een betonnen plaat afgedekt waren, dat nu door glas
vervangen is. U ziet ook enkele schuttersposten die naar de Zeedijk
georiënteerd zijn. Er werd een bonte mengeling van gevelsteen gebruikt voor de constructie van deze gangen. Dit komt omdat de
Duitsers alle beschikbare voorraden bouwmaterialen in beslag namen. Het
resultaat doet op sommige plaatsen denken aan een modern mozaïek. In
totaal zijn op het Domein Raversijde meer dan twee kilometer open of overdekte
gangen aanwezig.
|
 |
Het centrum van de batterij was de observatie- en commandobunker. Deze
indrukwekkende bunker bood onderdak aan heel wat manschappen die allerlei taken
moesten verrichten. De soldaten en onderofficieren verbleven in kleine ruimtes waar smalle bedden
met kettingen aan de zoldering waren opgehangen. De troepenkamer die 15
manschappen herbergde, toont hoe benepen de soldaten er leefden.
|
 |
Een admiraal en een
stafofficier staan rond een Enigma codeermachine, die
bediend wordt door een officier van de Marine-administratie. Door middel van
deze machine werden berichten in code omgezet of konden gecodeerde berichten
opnieuw ontcijferd worden. Het doorbreken van de code door de Geallieerden gebeurde in Bletchley Park, een geheim hoofdkwartier van de Britse
contraspionage. Voor deze opdracht werd ook de allereerste computer ontwikkeld.
Het ontcijferen van de Enigma-berichten is één van de best bewaarde geheimen
uit de Tweede Wereldoorlog. Enigma machines behoren tot de grote
zeldzaamheden in de collecties van de Europese musea.
|
 |
In deze voorraadbunker hebben de Canadese bevrijders de overgebleven
mondvoorraden ontdekt en geproefd. Deze manschappen behoren tot de 2de Canadese
Infanterie Divisie, die de kust bevrijdde in september 1944. De batterij
Saltzwedel neu te Raversijde werd op 7 september door de Duitsers ontruimd.
Alhoewel de batterijen bij de aftocht in principe moesten vernietigd worden,
werd enkel het geschut, dat op vaste sokkels stond en alleen zeewaarts kon
schieten onklaar gemaakt. De Canadezen konden de batterij zonder slag of stoot
bezetten.
|
 |
Op de zijmuur van deze landinwaarts georiënteerde post
kunnen wij de datum 4.8.1944 lezen. Er staat een antitankkanon opgesteld dat het achterland onder
vuur moest nemen. Dit kleine antitankkanon PAK 36, dat dateert uit het jaar
1936, was in 1944 sterk verouderd. Het kreeg echter een aanzienlijke vuurkracht
door het gebruik van de moderne antitankgranaat met holle lading, die op de loop
geschoven werd.
|
 |
De personeelsbunkers, die dateren uit de vroegste
bouwfase van de batterij, boden onderdak aan 30 manschappen en 3
onderofficieren. In de woonbunkers is het erg benepen. De bedden hangen per drie boven
elkaar en zijn opklapbaar. De plafonds zijn samengesteld uit stalen elementen,
zoals de meeste andere bunkers. Elektriciteit en verluchting zijn voorzien en er
wordt gestookt met ronde kolenkachels.
|
 |
Luchtafweergeschut Flak 36, opgesteld in een bedding van de Belgische 120mm
kanonnen. Dit luchtafweerkanon had een kaliber van 3,7cm. De patronen zaten in
houders van 6 stuks vast. Een geoefende bemanning kon 80 tot 100 schoten per
minuut afvuren. Het schieten was nauwkeurig tot op een hoogte van 2 kilometer.
|