Domein Raversijde

Batterij Saltzwedel neu

De batterij Saltzwedel neu is één van de best bewaarde elementen van de Atlantikwall. Deze Duitse verdedigingslinie werd in de Tweede Wereldoorlog gebouwd en strekte zich uit vanaf Noorwegen tot aan de Spaanse grens. De lengte bedroeg nagenoeg 5.300 km. De Atlantikwall was een aaneengesloten ketting van steunpunten, die een vijandelijke invasie van het continent door de geallieerden moest tegenhouden. De batterij Saltzwedel neu werd vanaf zomer 1941 op het Domein van Prins Karel door de Duitse Kriegsmarine uitgebouwd. Aanvankelijk was de batterij bedoeld als bescherming en verdediging van de Oostendse haven. Vanaf eind 1942 werd de stelling ingeschakeld in de Atlantikwall en kreeg later de naam Tirpitz.

Flankeringsbunker R612, een Regelbau die veelvuldig aan de Atlantikwall voorkomt. Deze bunker is voorzien om een veldgeschut op te stellen.  Vanuit de bunker kon de haveningang van Oostende rechtstreeks onder vuur genomen worden. Momenteel is er een Duits 7,5cm antitankkanon van het type PAK40 opgesteld. Het geschut kon ook buiten opgesteld worden, zowel zee- als landinwaarts.

In de duinen werd door de Duitsers een kleine vlakte omgevormd tot "Appelplatz". Daar is een groot zoeklicht opgesteld. Het heeft een diameter van 150 cm en had een reikwijdte van meer dan 10 kilometer. Op de appelplaats zijn een aantal typische strandhindernissen opgesteld, voornamelijk boomstammen, die schuin naar zee gericht in het zand werden geplaatst, en die voorzien waren van een mijn of een granaat. Deze hindernissen waren bedoeld om landingsboten uit te schakelen. Andere boomstammen werden onder de hoogwaterlinie geplaatst en werden voorzien van een reeks mijnen of zaagtanden die naderende landingsvaartuigen moesten openrijten.

Cointet-element, ook "Belgische poort" genoemd. Deze grote stalen constructies dateren van voor de oorlog en werden als tankhindernis gebruikt. De Duitser plaatsten ze op het strand om de landingsboten en de naderende tanks te hinderen. Het tentoongestelde element werd onlangs op het strand van De Panne opgegraven.

Batterij Saltzwedel neu beschikte over vier buitgemaakte stukken Belgisch veldgeschut van 120mm (model 1931, vervaardigd door de fabrieken Cockerill).  Na de capitulatie van het Belgisch leger op 28 mei 1940 werden de kanonnen opgenomen in de Duitse nomenclatuur als type K370(b). Aanvankelijk werden deze kanonnen op houten platformen in het zand geplaatst, maar na korte tijd waren de betonnen beddingen klaar. Deze stellingen waren met bonte kleuren beschilderd en voor de bedienaars was een houten platform aangebracht.

In oktober 1943 werd alle geschut in overdekte stellingen opgesteld.  Vier duikbootkanonnen met een kaliber van 10,5 cm werden  opgesteld in nieuwe geschutsbunkers. De bunkers (opgeleverd in april 1944) zijn bunkers van het type R671, een type dat waarschijnlijk het best vertegenwoordigd is langsheen de Atlantikwall. De kanonnen  rustten op een zware sokkel maar hadden slechts een beperkte schootshoek van 80 graden. De geschutsopening kon afgeschermd worden door stalen netten.

Tijdens uw bezoek wandelt u dikwijls in lange onderaardse gangen die volledig in baksteen werden opgetrokken. Op regelmatige afstand bemerkt u nooduitgangen die oorspronkelijk met een betonnen plaat afgedekt waren, dat nu door glas vervangen is. U ziet ook enkele schuttersposten die naar de Zeedijk georiënteerd zijn. Er werd een bonte mengeling van gevelsteen gebruikt voor de constructie van deze gangen. Dit komt omdat de Duitsers alle beschikbare voorraden bouwmaterialen in beslag namen. Het resultaat doet op sommige plaatsen denken aan een modern mozaïek. In totaal zijn op het Domein Raversijde meer dan twee kilometer open of overdekte gangen aanwezig.

Het centrum van de batterij was de observatie- en commandobunker. Deze indrukwekkende bunker bood onderdak aan heel wat manschappen die allerlei taken moesten verrichten. De soldaten en onderofficieren verbleven in kleine ruimtes waar smalle bedden met kettingen aan de zoldering waren opgehangen. De troepenkamer die 15 manschappen herbergde, toont hoe benepen de soldaten er leefden. 

Een admiraal en een stafofficier staan rond een Enigma codeermachine, die bediend wordt door een officier van de Marine-administratie. Door middel van deze machine werden berichten in code omgezet of konden gecodeerde berichten opnieuw ontcijferd worden.  Het doorbreken van de code door de Geallieerden gebeurde in Bletchley Park, een geheim hoofdkwartier van de Britse contraspionage. Voor deze opdracht werd ook de allereerste computer ontwikkeld. Het ontcijferen van de Enigma-berichten is één van de best bewaarde geheimen uit de Tweede Wereldoorlog.  Enigma machines behoren tot de grote zeldzaamheden in de collecties van de Europese musea.

In deze voorraadbunker hebben de Canadese bevrijders de overgebleven mondvoorraden ontdekt en geproefd. Deze manschappen behoren tot de 2de Canadese Infanterie Divisie, die de kust bevrijdde in september 1944. De batterij Saltzwedel neu te Raversijde werd op 7 september door de Duitsers ontruimd. Alhoewel de batterijen bij de aftocht in principe moesten vernietigd worden, werd enkel het geschut, dat op vaste sokkels stond en alleen zeewaarts kon schieten onklaar gemaakt. De Canadezen konden de batterij zonder slag of stoot bezetten.

Op de zijmuur  van deze landinwaarts georiënteerde post  kunnen wij  de datum 4.8.1944 lezen. Er staat een antitankkanon opgesteld dat het achterland onder vuur moest nemen. Dit kleine antitankkanon PAK 36, dat dateert uit het jaar 1936, was in 1944 sterk verouderd. Het kreeg echter een aanzienlijke vuurkracht door het gebruik van de moderne antitankgranaat met holle lading, die op de loop geschoven werd.

De personeelsbunkers, die dateren uit de vroegste bouwfase van de batterij, boden onderdak aan 30 manschappen en 3 onderofficieren. In de woonbunkers is het erg benepen. De bedden hangen per drie boven elkaar en zijn opklapbaar. De plafonds zijn samengesteld uit stalen elementen, zoals de meeste andere bunkers. Elektriciteit en verluchting zijn voorzien en er wordt gestookt met ronde kolenkachels.

Luchtafweergeschut Flak 36, opgesteld in een bedding van de Belgische 120mm kanonnen. Dit luchtafweerkanon had een kaliber van 3,7cm. De patronen zaten in houders van 6 stuks vast. Een geoefende bemanning kon 80 tot 100 schoten per minuut afvuren. Het schieten was nauwkeurig tot op een hoogte van 2 kilometer.

 

Vorige Bladzijde