ALEX
NEDERLAND BELGIË VLAANDEREN
4-Belgisch
praten |
YOU SPEAK DUTCH and FRENCH? Do you also speak BELGIAN? Wie heeft deze vraag niet in het buitenland - op reis
- , of op het werk gekregen? `The Rise of the Dutch Republic' dat dan niet The Netherlands zou zijn. The Netherlands, (met o.a. de Belgische edelen Egmont en Van Hoorn), was die plek op de wereld waar de eerste werkelijke Vrije Republiek ontstond die op zijn beurt model zou staan, volgens Motley, voor het Amerikaans democratisch systeem. Hoe komt het dan, dat buiten het historisch begrip De Nederlanden, in het Latijn als Belgium vertaald, er ook een land bestaat dat België heet en waarvan de Latijnse benaming ook Belgium blijkt te zijn? * Om dit te begrijpen gaan we hier de termen Belgo, Belgica, Belgium, Belgicus trachten te omschrijven. De wetenschappers, ten tijde van de Renaissance, zagen de noodzaak in om Nederlandse woorden, geografische en andere, in de toenmalige geldige wetenschappelijke taal, het Latijn, te vertalen. Joost Lips genaamd Justus Lipsius (Leuven-Leiden-Leuven) was een kenner van de klassieke talen. Het is hij die de vergeten benamingen Belgica,Belgium weer in omloop bracht. (B.v. in de cartografie van Mercator, de geometrie van Simon Stevin, en vooral in de werken van de Nederlandse
Humanisten.)
Vooral
omdat, na de scheiding van de Nederlanden,
meer dan 200.000 Brabanders en Vlamingen naar het Noorden vluchtten en daar de eerste Universiteiten gingen bevolken. Al de wetenschap die in de hele Nederlanden vergaard geworden was, werd zo als het ware gecondenseerd in het Noorden in de nieuwe Republiek. van de oorspronkelijke Nederlandse begrippen die gelatiniseerd waren. Nederlantse
Maegd in
he Latijn BElGIA genoemd,
die rouwt naast de lijkkist van Willem de Zwijger.
Algemeen wordt in België aangenomen dat de naam Belgica (Gallia Belgica) rechtstreeks aan dit land gegeven werd door de Romeinse veldheer Julius Caesar en dat de bewoners ook de rechtstreekse afstammelingen zij van die -"Oude Belgen." Niets is minder waar! Caesar had op zijn veroveringstochten in
het Noorden een verzamelnaam bedacht voor de Gallische
(Keltische?) stammen die leefden tussen de Seine, de Marne, de Noordzee, het Fries gebied en de Rijn. Hij noemde ze Belgae. Hij zou dat woord nog eens gebruiken in verband met Britanica. Een neologisme dus, door verscheidene stammen in één woord aan te duiden. Hij was ook niet in de juistheid van zijn beschrijvingen geïnteresseerd want die dienden alleen en uitsluitend om zijn rapport aan ROME op te smukken. Het is onwaarschijnlijk dat deze stammen zichzelf Belgae noemden. Zij konden lezen noch schrijven, leefden geïsoleerd in de ruwe natuur zonder communicatie naar buiten en kenden geen Latijn. Zij zijn er zich nooit van bewust geweest dat zij die naam droegen. Het is te Rome dat alles beslist werd. Waar haalde Caesar dan het woord Belgae? De
oorsprong is onbekend.
*
|
|
Nu is iedereen het er over eens dat Caesar
veel te intelligent was om zelf het woord `Belgae' te fabriceren. Hij
luisterde naar wat de mensen zeiden, ook al verstond hij het niet. Het
oorspronkelijk woord was voor hem dan ook niet moeilijk te vinden.
Wat er ook van zij, het woord
Belgica zal,
DUIZEND jaar na de verdwijning van het Romeinse Rijk, verbonden worden met de gemeenschappelijke Nederlandse taal en cultuur , van Bonen, Kales, Duinkerken tot in het noorden aan de zee, Mare Belgicam. Maar veel belangrijker dan die duistere prehistorie van de naam Belgae is de latere geschiedenis ervan die wij zeer goed kennen. In 51 vóór Christus werd het gebied van de Belgae bij het Romeinse rijk ingelijfd, zoals daarvoor met Gallië ten zuiden van de Seine al eerder gebeurd was. Keizer Augustus, niet Caesar, gaf het vanuit Rome, de naam `Gallia Belgica' vaak verkort tot `BELGICA'. * Later in 17 vóór Christus werd door Keizer Tiberius, Belgica ingedeeld in Belgica prima (hoofdplaats Trier) en Belgica secunda (hoofdplaats Reims). Dit Belgica strekte zich uit langs Marne en Seine langs de kust tot aan het hedendaagse Den Haag, langs het gebied van de onoverwinnelijke Friezen, boven Utrecht langs Arnhem. Langs de gehele Rijn tot aan de Bodensee en binnen de Zwitserse Alpen. Doordat de Germanen van over de Rijn steeds meer de Romeinen in het nauw dreven werd een gedeelte van Belgica afgescheiden in Germania Inferior (hoofdplaats Keulen) en Germania superior. Een
soort oorlogsgebied.
*
Eens de Romeinen zich moesten terugtrekken
werd het een lopen en de Franken veroverden steeds meer
gebied en stichten het nieuwe Frankische rijk met als zetel eerst Doornik, dan Parijs en later Aken, waar dan de nieuwe Wereldlijke Keizer zoals vroeger de Romeinse Keizer, Karel de Grote, Duitstalige heerser van het christendom , zijn troon ging opstellen met hulp van de Paus te Rome. Alle oude Romeinse benamingen voor de Romeinse provincies waren nu verdwenen en vergeten. Geen Belgica prima noch Belgica secunda meer. De Franken de nieuwe Frankische bewoners verdreven of assimileerden de Kelten. Zij brachten nieuwe namen mee. Neustrie¨, Austrasië, Bourgondië. Bij de verdeling van het Keizerrijk van Karel de Grote ontstonden West-Francië; Lotharingen en Oost-Francië. West-Francië zou Frankrijk worden. Oost-Francië Duitsland. Het gebied ten Westen van de Schelde (Vlaanderen) kwam bij West-Francië. Het gebied ten Oosten (Brabant) kwam bij het Duitse Rijk. lezen noch schrijven. Onze voorouders zijn dus niet de zogenoemde Oude Belgen maar de Franken. |
|
|
Na duizend
jaar uit de
geschiedenis van Europa te zijn verdwenen, heeft
men eeuwen later
deze vergeten historische Latijnse
namen
zoals
Belgica en
Hoe dat kon gebeuren zullen wij nu zien. |
|
Na duizend jaar uit de
geschiedenis van Europa
te zijn verdwenen, heeft men
Het is in de tweede helft van de 15de eeuw, als er een hernieuwde belangstelling vastgesteld werd in de studie van het klassieke Latijn dat de namen Belgica en Belgicus weer opduiken. Niet als aardrijkskundige namen maar als vertaalformules. Monniken, die ook de klerken waren, gebruikten een vereenvoudigd Latijn in hun geschriften. Het kerklatijn, waarvan zij, buiten de liturgie, geen woordenschat bezaten. Als zij dagelijkse woorden uit de mond van het volk moesten neerschrijven loste zij dat eenvoudig op, zij bootste ze na in een soort Latijnse vorm. Bijvoorbeeld Karel werd Carolus. Van de toenmalige benaming voor de volkstaal ; Diutiek, Thiudisk, Ditesc, Duuysc, maakte, ze Theodiscus, Theodisca, Lingua Theodisca enz. Het is zelfs de eerste poging om aan de gemeenschappelijke Dietse streektalen gesproken in het gebied aan de Noordzee een wetenschappelijke naam te geven. In de Siegfriedsaga (1100) heet Siegfried, `den helt uoz Niderlant'. Met `Nederland' werd het gehele Neder-Rijnse gebied, later de gehele Noord-Duitse laagvlakte, bedoeld. Prof.Dcr.W.J.H. Jonckbloet (1888) beschreef de Siegfriedsaga als behorende bij de Nederlandse Literatuur. De opkomst van de Humanisten die met elkaar in het Latijn over geheel Europa wilden corresponderen en die in onze streken vooral in de Gouden Eeuw in Noord Nederland aan bod kwamen, vonden dit alles maar een barbaars gedoe. Zij wisselden de overgebleven kopieën van de oude klassiek Latijnse schrijvers uit en raadpleegden ze om benamingen te vinden in het Latijn voor de bewoners van dit land en hun taal van wat zij `landen van herwaarts over' of `t'Nederland' noemden, maar geen klassieke namen hadden. Ze haalden de woorden Belgae, Belgico enz., woorden die duizend jaar lang ongekend in onbruik geraakt waren, weer voor de dag met de vorm Belgium en het bijvoeglijk naamwoord Belgicus. Maar dan als de vertalingen van de begrippen `Lagelanders', `de Lage landen' en `Lagelands'. Bijgevolg werd de door het Volk in de Nederlanden gesproken taal, het Diets of Duuts, in het Latijn van de geleerden de Lingua Belgica genoemd. * In de 16de en 17de eeuw cultirveerden en bestudeerden de Humanisten - de geleerden van die tijd - het Latijn als internationale taal. Het Latijn was voor hen de Lingua Franca, die ongeveerde dezelfde rol speelde als vandaag het Engels. Als een soort statussymbool vertaalden ze hun naam meestal in het Latijn. Desiderius Erasmus (ca. 1475-1536) is daar een goed voorbeeld van. Hij heette eigenlijk Geert Geertzoon. Hij vertaalde zijn naam op heel stuntelige wijze, een groot Humanist onwaardig. Hij dacht dat Geert iets te maken had met "begeren" en vertaalde zijn voornaam in het Latijn als Desiderius (van het Latijn desiderare - begeren) en zijn achtenaam in het Grieks als Erasmus (van erao "beminnen", denk aan Eros) De Belgische Francophonen gaan nog een stapje idioter. Zij vertalen Erasmus - Geert Geerstzoon - (net als zij doen met Vesalius - Andries van Wezel ) als ERASME en VESALE en denken dat het dan dat het Belgen zijn geworden. Hun bedoeling is alle sporen van Nederlandse cultuur uit te wissen te Nederlandse geleerden tot de cultuur van de huidige Francophonie behoren. * Nijhoffs Geschiedenis Lexicon. 1981 `s Gravenhage vermeld onder België: "In de 16de eeuw hebben de Humanisten de naam (Belgae, Belgium) weer doen herleven ter aanduiding van De Nederlanden. Na 1790 beperkt tot de Zuidelijke Nederlanden." * Het volk dat geen Latijn kende sprak van de eigen taal. De Volkstaal. Het Diets. In oude handschriften gemaakt te Gouda in 1482, en te Antwerpen in 1514, leest men: "Nederlants, Overlants." In een Brussels handschrift van 1518, "Onse ghemeene Nederlandse Tale”. De krant `Nieuwe Tijdinghen`, Antwerpen 1621; Nederlandse Tale." |
| PRO(vinciarum) CONFOEDER(atarum)
BELG(icarum) (Belgicae Confoederatae), dat was de
republiek van `de Verenigde Nederlanden in de engste betekenis’
Holland’ en in de ruimste alle gebieden tot in Picardië.
U kent wellicht de beroemde kaart van de Mechelse cartograaf Jan van Hogenberg einde 16de eeuw getekend onder het koningschap van Hispaniac Rex Fhilipp waarop de Zeventien Provinciën getekend zijn binnen de figuur van een leeuw, De LEO BELGICUS. Het is de Nederlandse leeuw! Le Lion Belgique Zij werd uitgegeven nadat de Nederlanden in twee delen gescheiden waren en zelfs na de Vrede van Munster wat aantoont dat wetenschappelijk het gehele gebied van de Nederlanden beschouwd werd als één geheel ondanks de bestuurlijke scheiding. ![]() ![]() Schaal in Duitse mijlen, 30 x 50,6 cm. Deze met het Noorden rechts georiënteerde kaart van Joan Blaeu geeft het door de Hollanders gekoloniseerde deel van Noord-Amerika weer. De titel staat in een door twee Indianen omlijste cartouche. De kaart geeft ![]() vooral details van de kusten, van Nieuw-Frankrijk, Novae Franciae Pars, over Nieu Engeland, Nova Anglia of Almouchicosen en Nieu Nederlandt of Novum Belgium, tot de Chesapeake-baai, Virginiae Pars. In het Noorden, rechts dus, wordt de kaart begrensd door de loop van de Sint-Laurens; zijn bovenloop wordt Magnus fluvius Novi Belgij of De groote Rivier van Nieu Nederlandt genoemd en vertoont enkele verbredingen - een vage aanduiding van de Grote Meren ? - en de aanduiding De groote afval, waarschijnlijk de Niagara watervallen wier bestaan bekend was. Deze kaart verscheen in 1635, in het tweede deel van de Duitse, Nederlandse, Franse en Latijnse uitgaven van het Theatrum Orbis Terrarum of Novus Atlas. Zij had een grote invloed op talrijke Europese cartografen van de 17e eeuw. ![]() de titel : `Annales et Historiae de Rebus Belgica. * In de grote atlas van Blaeu (1662) staan de Verenigde Provinciën als Belgicae Foederatae vermeld. Belgica Regia heette het gebied dat onder het gezag van de Spaanse koning was gebleven. * Valerius Andreas verzamelde in zijn Bibliotheca Belgica de biografieën van beroemde Nederlanders. * Joost
Lips of Justus Lipsius (1547 - 1606)
.De perfecte Groot Nederlandse intelectueel
die in België in de Belgicistische geschiedschrijving nog al
populair is omdat juist deze kenner van de classieke talen het
begrip:"Belgica" weer ingevoerd zou hebben in de Nederlandse Gouden Eeuw(Leuven-Leiden
- Leuven) beschreef de Bourgondische Hertog Philippe le Bon als de `Conditor BELGII '(schepper der Nederlanden),
omdat hij door erfenis, aankoop en invloed ongeveer het grondgebied van de Verenigde Nederlanden had verenigd. Zo ontstond ook het begrip `Lingua Belgica' voor de Nederlandse taal. *
Belgium
|
In 1563, in de nieuwe
Republiek van het Noorden noemden de
Hollandse Calvinisten zich Belgen.
We
lezen het in het werk van Karl Leder `Die Kirche im Zeitalter des
Konfessionellen Absolutismus
1555 - 1648' (Linz 1949) wat volgt: "Die Verbreitung des Calvinismus spiegelt sich in den Calvinistischen Bekenntnisschrifte wieder. Ein Privatbekenntnis Bullingers wurde 1566 zur Confessio Helvetica erklaert. Nach seinem Übertritt zum Calvinismus veröffentlichte Kurfurst Friederich III van Pfalz diese Bekenntnisschrift. In 1563 erschien der Heidelberger Katechismus. IN DIE NIEDERLANDEN erschien die `CONFESSIO BELGICA.' Im Frankreich die Confessio Gallicana. Deze Confessio Belgica of de Nederlandse Geloofsbelijdenis werd in 1563 opgesteld door een Guido de Brès lid van de Zuyd Hollandtse Synode. Hij zou uiteindelijk sterven als martelaar op de brandstapel te Valencienes. The Belgic Confession THE oldest of the doctrinal standards of the Christian Reformed Church is the Confession of Faith, popularly known as the Belgic Confession, following the seventeenth-century Latin designation "Confessio Belgica." "Belgica" referred to the whole of the Netherlands, both north and south, which today is divided into the Netherlands and Belgium. The confession's chief author was Guido de Bräs, a preacher of the Reformed churches of the Netherlands, who died a martyr to the faith in the year 1567. (English Bible Studies) In de 17de eeuw verscheen te Amsterdam een boek getiteld `De Bello Belgo', met als ondertitel de `Hollandse Oorlogen.' Het woord Belgo werd dus als Hollands gebruikt. De Hollandse Calvinisten gebruikten het woord Belgo voor Holland want het was Holland dat in de nieuwe natie van het noorden de hegemonie over de andere provincies uitoefende. De katholieke provincies situeerden zich in het oorlogsgebied (generaliteitslanden) en hadden niet eens medezeggenschap |
|
Linguae Belgicae.
(of Hollandse) maagd, bedreigd door de Spaanse plakkaten, die de titel BELGICA op haar kleed draagt. Dus Belgische maagd als Nederlandse, wat toen ook de wetenschappelijk betekenis van het woord Belgica was. =
Catharina Belgica, de
dochter van Willem van Oranje en Charlotte van Bourbon, geboren te
Antwerpen werd zo genoemd naar het begrip Belgica, Nederlanden. Men kan toch niet beweren dat Willem toen hij zijn dochter zo liet noemen hij aan het kleine staatje Belgie dacht? C. Huygens. Constantijn Huygens (1596 - 1687). Hooft, Vondel en Bredero waren alle drie Amsterdammers: Om bij het taalkundige aspect van het begrip Belgica te blijven doen wij een greep uit de vele publicaties op hoog intellectueel niveau die te Leiden en in de Engelse National Library bewaard worden. H.Tollius; Dictata in Liguae Belgicae Artem Grammatica, post ferias hibernas R.Bondam scripsit 1773. - Schetze eener Nederduitse Spraakkunst met aantekeningen van R.Bondam en register. M.Tydeman ; Annotationes ad A Verwer; Ideam Linguae Belgicae. * Het achttalig woordenboek gedrukt in Engeland Colloquia et Dictionarolium octo Linguariarum ; Latinae, Gallicae, Belgicae, Teutonicae, Hispanicae, Italicae, Anglicae et Portvgallicae, van 1646 tot 1467 uitgegeven. * In de Browse Furness Shakespeare Library in Engeland wordt een dergelijk zeventalig woordenboek bewaard uit 1583 waarin het Nederduits als Belgicae vermeld wordt. *
In die brief zet De Mey zijn opvattingen uiteen over het vertalen. Hij pleit daarbij voor het hanteren van levend Nederlands en het vermijden van archaïsche termen en gaat tekeer tegen de grammatici van zijn tijd die niet onderling tot overeenstemming kunnen komen over de regels die de taal regeren. Hij prijst in het bijzonder hetgeen de anonieme grammaticus van de Linguae Belgicae Idea opmerkt over de "welluidendheit van onze taal".
Atlassen
van steden in de Nederlanden getekend door Joan Blaeu (1598-1673) zijn
getiteld;
Novum ac Magnum Theatrum Urbaiam Belgicae.
In een Franse uitgave van de Groote Atlas worden de verenigde Nederlanden aangeduid als" Belgique Confédérée." Ook Abraham Ortelius in 1595 gebruikt het woord Belgicae Regionis voor gebieden als Zeeland en Picardië in zijn atlassen die te Amsterdam nog uitgegeven werden in 1649. Petrus de Herenthals († 1391), Chronicon Imperatorum et Paparum, in: Magnum Chronicon Belgicum, hrsg. von J. PISTORIUS, Rerum germanicarum veteres scriptores, Bd. III, Regensburg 31726, S. 327 f. Das »Florianum Temporum« (1472), auf der das Magnum Chronicon Belgicum (nicht vor 1498) beruht, folgt in dieser Passage dem noch nicht edierten »Compendium chronicorum« des Petrus von Herenthals. |
|
De
Geuzen veroverden den Briel.
Belgicae Libertatis Brilae 1599! Het stadszegel van Den Briel is een kopie van het zegel van de Hervormde Kerk. Deze liet in het jaar 1592 een zegel snijden met het randschrift; Primitiae Belgicae Libertatis Brilae. .
inderdaad
Briel was
ra,ra, wat waren zij
dan?
NEDERLANDERS van Frankische afstamming (Vive La France) allemaal.
|
|
De Engelse en Duitse culturen
zijn verwant aan de
Nederlandse.
Het Nederlands weerspiegelt zich in het Deens,het Noors en het Zweeds. Wij zijn wereldburgers.
De echte Belgen van de Vlaams laat middeleeuwse en Nederlandse renaissance Gouden eeuwen www."alex.vrijzijn.be"
|
Belgische
ZILVEREN DUKATEN OOK VANDAAG NOG!
De
Latijnse tekst op de keerzijde luidt: CONCORDIA RES PARVAE
CRESCUNT
(Door eendracht groeien kleine zaken, of vrij vertaald: ‘Eendracht maakt macht’). Eendracht maakt macht' was de wapenspreuk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, 1588-1795.
Voor het
eerst komt de uitdrukking voor in de (al) Gemeene Duytsche
Spreekwoorden (Kampen, 1550). De spreuk werd o.a. gebruikt op
munten en onder de Nederlandse leeuw
1995 Op wapenschilden en is zo op vele plaatsen in de Nederlanden te zien. Als uitdrukking van het Nederlands nationaal gevoel vond de spreuk ook zijn weg in de overzeese vestigingen. Zo is het tot op heden te lezen op een standbeeld dat de plaats Brooklyn ( Brooklyn museum, New York) symboliseert, ooit Breukelen geheten. Naast
de vertaling `Eendracht maakt macht', kwamen aanvankelijk nog
enkele andere vertalingen voor. Zo schreef Hendrick Laurensz. Spieghel:
`Eendracht heeft macht' (Bijspraecx Almanak 1606, De
tekst op de
voorzijde luidde destijds in verkorte vorm – MO(neta) NOV(a)
ARG(gentea)
PRO(vinciarum) CONFOEDER(atarum)
BELG(icarum) COM(itatus) ZEL(andiae) – hetgeen wil De provincie van herkomst is herkenbaar aan het wapenschild vóór de ridder en de toevoeging van de provincienaam aan het omschrift op de voorzijde. Deze variant in de Zeven Provinciën serie is een replica van een dukaat uit 1659. In dat jaar – door middel van het Plakkaat van 11 augustus 1659 – werd de zilveren dukaat geïntroduceerd als nieuwe munt van de Republiek. De originele tekeningen werden vervaardigd door de Haagse zegelsnijder Pieter Pijl. Op basis van die tekeningen werden de muntstempels gesneden door de stempelsnijders’ van de provinciale munthuizen De
tekst en het Nederlandse wapenschild werd in 1816 aangepast aan de
nieuwe staatsinrichting. Sindsdien luidt de tekst op de voorzijde – MO(neta) NO(va) ARG(gentea) REG(ni) BELGII – een Latijnse
afkorting voor: nieuwe zilveren munt van het Koninkrijk der
Nederlanden. Omdat de dukaat als internationale handelsmunt gehanteerd
werd, bevat de munt geen waarde-indicatie. De waarde van de munt werd
gebaseerd op het gewicht aan zilver. Ook na de invoering van de euro
zullen de gouden en zilveren dukaat in de Muntwet blijven staan. Metaal:
zilver
873/1000, Gewicht: 28,25 gram, Diameter: 40 millimeter, Kwaliteit:
Proof
Ontwerptekeniging
van een florijn uit 1673,
waarde: 28 stuivers.. (1 gulden = 20 St.) Tekst:
OMNI BELGICA LIBERTAS AURO PRETlOSlOR
(DE NEDERLANDSE VRIJHEID IS KOSTBAARDER DAN ALLE GOUD).
Keerzijde:
Gekroond provincie wapen tussen 28 en ST
|
| - |