voor volgende pagina'
Inleiding - Frankrijk - Leopold - België - België 2 - Vlaanderen - 1830 - Besluit - Portici -

Oproepen in Google:
ALEX.VRIJZIJN.BE



 ALEX NEDERLAND BELGIË VLAANDEREN 
4-Belgisch praten
You speak Dutch and French! Do you also speak Belgian?

YOU SPEAK DUTCH and FRENCH?
Do you also speak BELGIAN?

Wie heeft deze vraag niet in het buitenland - op reis - , of op het werk gekregen?
Het is moeilijk voor hen die geen Belgen zijn zich een beeld te vormen van wat de geschiedenis van het ontstaan van dit land eigenlijk is.

Engelse en Amerikaanse protestanten komen hier wel eens op bezoek omdat hier de geschiedenis van hun godsdienst begint. Zij hebben misschien 
`The Rise of the Dutch Republic'
van de Amerikaanse historicus J.L.Motley gelezen verschenen in 1856, een in de Angelsaksische wereld zeer bekend standaardwerk over de opstand in de Nederlanden tegen de Spanjaarden, en denken onmiddellijk aan `The Netherlands', of aan de `Low Countries' en zijn zeer verwonderd dat er zoiets als België bestaat en 
dat dan niet The Netherlands zou zijn.
The Netherlands, (met o.a. de Belgische edelen Egmont en Van Hoorn), was die plek op de wereld waar de eerste werkelijke Vrije Republiek ontstond die op zijn beurt model zou staan, volgens Motley, voor het Amerikaans democratisch systeem.
Hoe komt het dan, dat buiten het historisch begrip De Nederlanden, in het Latijn als Belgium vertaald, er ook een land bestaat dat België heet en waarvan de Latijnse benaming ook Belgium blijkt te zijn?
*
Om dit te begrijpen gaan we hier de termen Belgo, Belgica, Belgium, Belgicus trachten te omschrijven.
Het zijn Latijnse termen voor NEDERLANDSE woorden. Vertalingen dus!
*
De wetenschappers, ten tijde van de Renaissance, zagen de noodzaak in om Nederlandse woorden, geografische en andere, in de toenmalige geldige wetenschappelijke taal, het Latijn, te vertalen.
 Joost Lips genaamd Justus Lipsius (Leuven-Leiden-Leuven) was een kenner van de klassieke talen. Het is hij die de vergeten benamingen Belgica,Belgium weer in omloop bracht.
(B.v. in de cartografie van Mercator, de geometrie van Simon Stevin, en vooral in de werken van de 
Nederlandse Humanisten.) 
Vooral omdat, na de scheiding van de Nederlanden, meer dan 200.000 
Brabanders en Vlamingen naar het Noorden vluchtten en daar de eerste Universiteiten gingen bevolken. 
Al de wetenschap die in de hele Nederlanden vergaard geworden was, werd zo als het ware gecondenseerd in het Noorden in de nieuwe Republiek.
De huidige Franse termen - Belgique, Belge - zijn eigenlijk terug uit dat Latijn vertaalde woorden 
van de oorspronkelijke Nederlandse begrippen die gelatiniseerd waren.



 





* (Nederlantse oorloghen, beroerten ende borgerlijcke oneenicheyden. Zinnebeeldige voorstelling van een 
Nederlantse Maegd in he Latijn BElGIA genoemd, die rouwt naast de lijkkist van Willem de Zwijger.


Algemeen wordt in België aangenomen dat de naam Belgica (Gallia Belgica) 

rechtstreeks aan dit land gegeven werd door de Romeinse veldheer Julius Caesar en
dat de bewoners ook de rechtstreekse afstammelingen zij van die -"Oude Belgen."
Niets is minder waar!
*
Caesar had op zijn veroveringstochten in het Noorden een verzamelnaam bedacht voor de Gallische 
(Keltische?) stammen die leefden tussen de Seine, de Marne, de Noordzee, het Fries gebied en de Rijn. 
Hij noemde ze Belgae.

Hij zou dat woord nog eens gebruiken in verband met Britanica. Een neologisme dus, door verscheidene 
stammen in één woord aan te duiden. Hij was ook niet in de juistheid van zijn beschrijvingen geïnteresseerd want die dienden
alleen en uitsluitend om zijn rapport aan ROME op te smukken. Het is onwaarschijnlijk dat deze stammen
zichzelf Belgae noemden. Zij konden lezen noch schrijven, leefden geïsoleerd in de ruwe natuur zonder communicatie naar buiten en kenden geen Latijn. Zij zijn er zich nooit van bewust geweest dat zij die naam droegen. 
Het is te Rome dat alles beslist werd.
Waar haalde Caesar dan het woord Belgae?
Men neemt aan dat hij doodgewoon een Keltische benaming in het Latijn weergaf.
 De oorsprong is onbekend.
*

 

Nu is iedereen het er over eens dat Caesar veel te intelligent was om zelf het woord `Belgae' te fabriceren. Hij luisterde naar wat de mensen zeiden, ook al verstond hij het niet. Het oorspronkelijk woord was voor hem dan ook niet moeilijk te vinden.
Uit het Keltische woord `bhelgh', opgeblazen, waren er veel woorden afgeleid die allen doorgaans te maken hadden met ronde voorwerpen gevuld met lucht. Zo noemde de Galliërs, iedere zak `bulga', en in het Bretoens werd dat `bolgh' een blaasbalg, bal, blaas, maag, buik, kussen, het was allemaal `Belg'.
Ons Nederlands heeft er het woord balg aan over gehouden, het Engels belly.
*
Er werd ooit geponeerd dat Caesar die vloeiend Grieks sprak, de culturele taal van het Romeinse Rijk, zich misschien ook liet leiden door de herinnering aan zijn , ook uit Gallië afkomstige, historische collega Bolgios die zich, net zoals de legendarische Spartaanse Koning Leonidas twee eeuwen vroeger, door zijn dapperheid in de slag bij de Thermopylea had onderscheiden.
In dit verband kan men veronderstellen dat Caesar in zijn rapporten aan Rome, zichzelf boven alle anderen
als held wou voorstellen. 
Van alle Galliërs zijn de Belgae (afgeleid van Bolgios) de dappersten en luister O Rome, ik Julius heb hen overwonnen en ben dus de dapperste! -

Wat er ook van zij, het woord Belgica zal,
DUIZEND jaar na de verdwijning van het Romeinse Rijk, 
verbonden worden met de gemeenschappelijke Nederlandse taal en cultuur
, van Bonen, Kales, Duinkerken tot in het noorden aan de zee, Mare Belgicam.

Maar veel belangrijker dan die duistere prehistorie van de naam Belgae is de latere geschiedenis 
ervan die wij zeer goed kennen.
In 51 vóór Christus werd het gebied van de Belgae bij het Romeinse rijk ingelijfd, zoals daarvoor met
Gallië ten zuiden van de Seine al eerder gebeurd was.
Keizer Augustus, niet Caesar, gaf het vanuit Rome, de naam `Gallia Belgica' vaak verkort tot `BELGICA'.

*
Later in 17 vóór Christus werd door Keizer Tiberius, Belgica ingedeeld in Belgica prima (hoofdplaats Trier) en Belgica secunda (hoofdplaats Reims). Dit Belgica strekte zich uit langs Marne en Seine langs de kust tot 
aan het hedendaagse Den Haag, langs het gebied van de onoverwinnelijke Friezen, boven Utrecht langs Arnhem.
Langs de gehele Rijn tot aan de Bodensee en binnen de Zwitserse Alpen.
Doordat de Germanen van over de Rijn steeds meer de Romeinen in het nauw dreven werd een gedeelte van Belgica afgescheiden in Germania Inferior (hoofdplaats Keulen) en Germania superior.
Een soort oorlogsgebied.
 

*
Eens de Romeinen zich moesten terugtrekken werd het een lopen en de Franken veroverden steeds meer
gebied en stichten het nieuwe Frankische rijk met als zetel eerst Doornik, dan Parijs
 en later Aken, waar 

dan de nieuwe Wereldlijke Keizer zoals vroeger de Romeinse Keizer, Karel de Grote, 
Duitstalige heerser van 
het christendom , zijn troon ging opstellen met hulp van de Paus te Rome.
Alle oude Romeinse benamingen voor de Romeinse provincies waren nu verdwenen en vergeten. 
Geen Belgica prima noch Belgica secunda meer. 
De Franken de nieuwe Frankische bewoners verdreven of assimileerden de Kelten.  Zij brachten nieuwe namen mee. Neustrie¨, Austrasië, Bourgondië.
Bij de verdeling van het Keizerrijk van Karel de Grote ontstonden West-Francië; Lotharingen en Oost-Francië.
West-Francië zou Frankrijk worden. Oost-Francië Duitsland. 
Het gebied ten Westen van de Schelde (Vlaanderen) kwam bij West-Francië. 
Het gebied ten Oosten (Brabant) kwam bij het Duitse Rijk.
De bevolking was trouwen grondig veranderd, zij spraken Germaanse streektalen maar konden 
lezen noch schrijven. 

Onze voorouders zijn dus niet de zogenoemde Oude Belgen maar de Franken.
 

Na duizend jaar  uit de geschiedenis van Europa te zijn verdwenen, heeft men 

eeuwen later deze vergeten historische Latijnse namen zoals Belgica en 
Belgicus ,  weer uit de mottenkist gehaald en opgepoetst.
Hoe dat kon gebeuren zullen wij nu zien.




 

 

Na duizend jaar  uit de geschiedenis van Europa te zijn verdwenen, heeft men 
  eeuwen later deze vergeten historische Latijnse namen zoals Belgica en 

Belgicus ,  weer uit de mottenkist gehaald en opgepoetst.
Hoe dat kon gebeuren zullen wij nu zien.


Het is in de tweede helft van de 15de eeuw, als er een hernieuwde belangstelling vastgesteld werd in de studie 

van het klassieke Latijn dat de namen Belgica en Belgicus weer opduiken.
Niet als aardrijkskundige namen maar als vertaalformules. 
Monniken, die ook de klerken waren, 
gebruikten een vereenvoudigd Latijn in hun geschriften. 
Het kerklatijn, waarvan zij, buiten de liturgie, geen woordenschat bezaten.
Als zij dagelijkse woorden uit de mond van het volk moesten neerschrijven loste
zij dat eenvoudig op, zij bootste ze na in een soort Latijnse vorm. Bijvoorbeeld Karel werd Carolus.
Van de toenmalige benaming voor de volkstaal ; Diutiek, Thiudisk, Ditesc, Duuysc, maakte, ze Theodiscus, Theodisca, Lingua Theodisca enz.
Het is zelfs de eerste poging om aan de gemeenschappelijke Dietse streektalen gesproken in het gebied aan de Noordzee een wetenschappelijke naam te geven.
In de Siegfriedsaga (1100) heet Siegfried, `den helt uoz Niderlant'.
Met `Nederland' werd het gehele Neder-Rijnse gebied, later de gehele Noord-Duitse laagvlakte, bedoeld.
Prof.Dcr.W.J.H. Jonckbloet (1888) beschreef de Siegfriedsaga als behorende bij de Nederlandse Literatuur.

De opkomst van de Humanisten die met elkaar in het Latijn over geheel Europa wilden corresponderen en 
die in onze streken vooral in de Gouden Eeuw in Noord Nederland aan bod kwamen, vonden dit alles maar een barbaars gedoe.

Zij wisselden de overgebleven kopieën van de oude klassiek Latijnse schrijvers uit en raadpleegden ze om benamingen te vinden in het Latijn voor de bewoners van dit land en hun taal van wat zij `landen van herwaarts over' of `t'Nederland' noemden, maar geen klassieke namen hadden. 

Ze haalden de woorden Belgae, Belgico enz., woorden die duizend jaar lang ongekend in onbruik geraakt waren, weer voor de dag met  de vorm Belgium en het bijvoeglijk naamwoord Belgicus.
Maar dan als de vertalingen van de begrippen `Lagelanders', `de Lage landen' en `Lagelands'.
Bijgevolg werd de door het Volk in de Nederlanden gesproken taal, het Diets of Duuts, in het Latijn van de geleerden de Lingua Belgica genoemd.

*
In de 16de en 17de eeuw cultirveerden en bestudeerden de Humanisten - de geleerden van die tijd - het Latijn als internationale taal.
Het Latijn was voor hen de Lingua Franca, die ongeveerde dezelfde rol speelde als vandaag het Engels. Als een soort statussymbool vertaalden ze hun naam meestal in het Latijn. Desiderius Erasmus  (ca. 1475-1536) is daar een goed voorbeeld van.
Hij heette eigenlijk Geert Geertzoon.
Hij vertaalde zijn naam op heel stuntelige wijze, een groot Humanist onwaardig.
Hij dacht dat Geert  iets te maken had met "begeren" en vertaalde zijn voornaam in het Latijn als Desiderius (van het Latijn desiderare - begeren)  en zijn achtenaam in het Grieks als Erasmus (van erao  "beminnen", denk aan Eros) 
De Belgische Francophonen gaan nog een stapje idioter.
Zij vertalen Erasmus  - Geert Geerstzoon  - (net als zij  doen met Vesalius - Andries  van Wezel  ) als ERASME  en VESALE en denken dat het dan dat het Belgen zijn geworden.
Hun bedoeling is alle sporen van Nederlandse cultuur uit te wissen te
 Brussel en omstreken of om Europa te doen geloven dat deze twee zuiver
 Nederlandse geleerden tot de cultuur van de huidige Francophonie behoren.


*

Nijhoffs Geschiedenis Lexicon. 1981 `s Gravenhage vermeld onder België:
"In de 16de eeuw hebben de Humanisten de naam (Belgae, Belgium) weer doen herleven ter aanduiding van De Nederlanden. Na 1790 beperkt tot de Zuidelijke Nederlanden."
*
Het volk dat geen Latijn kende sprak van de eigen taal. De Volkstaal. Het Diets.
In oude handschriften gemaakt te Gouda in 1482, en te Antwerpen in 1514, leest men: "Nederlants, Overlants."
In een Brussels handschrift van 1518, "Onse ghemeene Nederlandse Tale”.
 

De krant `Nieuwe Tijdinghen`, Antwerpen 1621;  Nederlandse Tale."

*

PRO(vinciarum) CONFOEDER(atarum) BELG(icarum) (Belgicae Confoederatae), dat was de republiek van `de Verenigde Nederlanden in de engste betekenis’ Holland’ en in de ruimste alle gebieden tot in Picardië.
U kent wellicht de beroemde kaart van de Mechelse cartograaf Jan van Hogenberg einde 16de eeuw
getekend onder het koningschap van Hispaniac Rex Fhilipp waarop de Zeventien Provinciën getekend
zijn binnen de
figuur van een leeuw, De LEO BELGICUS.  Het is de Nederlandse leeuw! Le Lion Belgique 
Zij werd uitgegeven nadat de Nederlanden in twee delen gescheiden waren en zelfs na de Vrede van Munster
wat aantoont dat wetenschappelijk het gehele gebied van de Nederlanden beschouwd werd als één geheel ondanks de bestuurlijke scheiding.

Joan BLAEU, Nova Belgica et Anglia Nova. Amsterdam, Joan Blaeu, 1642.
Schaal in Duitse mijlen, 30 x 50,6 cm.
Deze met het Noorden rechts georiënteerde kaart van Joan Blaeu geeft het door de Hollanders gekoloniseerde deel van Noord-Amerika weer. De titel staat in een door twee Indianen omlijste cartouche. 
De kaart geeft 
vooral details van de kusten, van Nieuw-Frankrijk, Novae Franciae Pars, over Nieu Engeland, Nova Anglia of Almouchicosen en
 Nieu Nederlandt of Novum Belgium, tot de Chesapeake-baai, Virginiae Pars.

In het Noorden, rechts dus, wordt de kaart begrensd door de loop van de Sint-Laurens; zijn bovenloop wordt Magnus fluvius Novi Belgij of De groote Rivier van Nieu Nederlandt genoemd en vertoont enkele verbredingen - een vage aanduiding van de Grote Meren ? - en de aanduiding De groote afval, waarschijnlijk de  Niagara watervallen wier bestaan bekend was. 
Deze kaart verscheen in 1635, in het tweede deel van de Duitse, Nederlandse, Franse en Latijnse uitgaven van het Theatrum Orbis Terrarum of Novus Atlas. Zij had een grote invloed op talrijke Europese cartografen 
van de 17e eeuw.



IN 1648 schreef Huigh de Groot (Hugo Grotius) zijn werk over de opstand tegen de Spanjaarden onder
de titel : `Annales  et Historiae  de Rebus Belgica.
*
In de grote atlas van Blaeu (1662) staan de Verenigde Provinciën als Belgicae Foederatae vermeld.
Belgica Regia heette het gebied dat onder het gezag van de Spaanse koning was gebleven.
*
Valerius Andreas verzamelde in zijn Bibliotheca Belgica de biografieën van beroemde Nederlanders.

*
Joost Lips of Justus Lipsius  (1547 - 1606) 
.De perfecte Groot Nederlandse intelectueel die in België in de Belgicistische geschiedschrijving  nog al populair is omdat juist deze kenner van de classieke talen het begrip:"Belgica" weer ingevoerd zou hebben in de Nederlandse Gouden Eeuw(Leuven-Leiden - Leuven) beschreef de Bourgondische Hertog Philippe le Bon als de `Conditor BELGII '(schepper der Nederlanden), omdat hij door erfenis,
aankoop en invloed ongeveer het grondgebied van de Verenigde Nederlanden had verenigd.
Zo ontstond ook het begrip `Lingua Belgica' voor de Nederlandse  taal.

*
Belgium

In 1563, in de nieuwe Republiek van het Noorden noemden de Hollandse Calvinisten zich Belgen.
We lezen het in het werk van Karl Leder `Die Kirche im Zeitalter des Konfessionellen Absolutismus
1555 - 1648'  (Linz 1949) wat volgt:
"Die Verbreitung des Calvinismus spiegelt sich in den Calvinistischen Bekenntnisschrifte wieder.
Ein Privatbekenntnis Bullingers wurde 1566 zur Confessio Helvetica erklaert. Nach seinem Übertritt zum Calvinismus veröffentlichte Kurfurst Friederich III van Pfalz diese Bekenntnisschrift.
In 1563 erschien der Heidelberger Katechismus.
IN DIE NIEDERLANDEN erschien die `CONFESSIO BELGICA.'
Im Frankreich die Confessio Gallicana.
Deze Confessio Belgica of de Nederlandse Geloofsbelijdenis werd in 1563  opgesteld 
door een Guido de Brès lid van de Zuyd Hollandtse Synode. Hij zou uiteindelijk 
sterven als martelaar op de brandstapel te Valencienes.
 
The Belgic Confession 
THE oldest of the doctrinal standards of the Christian Reformed Church is the Confession of Faith, popularly known as the Belgic Confession, following the seventeenth-century Latin designation "Confessio Belgica." "Belgica" referred to the whole of the Netherlands, both north and south, which today is divided into the Netherlands and Belgium. The confession's chief author was Guido de Bräs, a preacher of the Reformed churches of the Netherlands, who died a martyr to the faith in the year 1567. 
(English Bible Studies) 



In de 17de eeuw verscheen te Amsterdam een boek getiteld `De Bello Belgo', met als ondertitel
de `Hollandse Oorlogen.' 
Het woord Belgo werd dus als Hollands gebruikt. De Hollandse Calvinisten
gebruikten het woord Belgo voor Holland want het was Holland dat in de nieuwe natie van het noorden de hegemonie over de andere provincies uitoefende.
De katholieke provincies situeerden zich in het oorlogsgebied (generaliteitslanden) en hadden niet eens medezeggenschap

 

Linguae Belgicae.
De Belgische (Nederduitse) taal.

Een titelblad van een boek uitgegeven te Rotterdam omstreeks 1580, toont de Nederlandse
(of Hollandse) maagd, bedreigd door de Spaanse plakkaten, die de titel BELGICA op haar kleed draagt. Dus Belgische maagd als Nederlandse, wat toen ook de wetenschappelijk betekenis van het woord Belgica was.
=
Catharina Belgica, de dochter van Willem van Oranje en Charlotte van Bourbon, geboren te Antwerpen
werd zo genoemd naar het begrip Belgica, Nederlanden.
Men kan toch niet beweren dat Willem toen hij zijn dochter zo liet noemen hij aan het kleine staatje Belgie 
dacht?





AD EPISCOPUM PADERBORNENSEM CUM POESI MEA BELGICA
C. Huygens. Constantijn Huygens (1596 - 1687). Hooft, Vondel en Bredero waren 
alle drie Amsterdammers: 

 

Om bij het taalkundige aspect van het begrip Belgica te blijven doen wij een greep uit de vele publicaties op hoog intellectueel niveau die te Leiden en in de Engelse National Library bewaard worden.
H.Tollius; Dictata in Liguae Belgicae Artem Grammatica, post ferias hibernas R.Bondam scripsit 1773. - Schetze eener Nederduitse Spraakkunst  met aantekeningen van R.Bondam en register.
M.Tydeman ; Annotationes ad A Verwer; Ideam Linguae Belgicae.

*
Het achttalig woordenboek gedrukt in Engeland Colloquia et Dictionarolium octo Linguariarum ; Latinae,
Gallicae, Belgicae, Teutonicae, Hispanicae, Italicae, Anglicae et Portvgallicae, van 1646 tot 1467
uitgegeven.

*
In de Browse Furness Shakespeare Library in Engeland wordt een dergelijk zeventalig woordenboek
bewaard uit 1583 waarin het Nederduits als Belgicae vermeld wordt.
*

De Persius-vertalingen worden voorafgegaan door een `Brief Aan den Heere N.N.' van Emilius Elmeguidi, gedateerd "Deinopolis, 1 April 1709". Plaatsnaam en datering lijken fictief-satirisch, hoewel `Grimstad' (= Deinopolis of `Albedil-stad') als benaming voor Rotterdam op de dag waarop men grappen uithaalt, misschien toch verwijst naar iets dat de huidige lezer ontgaat. 
In die brief zet De Mey zijn opvattingen uiteen over het vertalen.
Hij pleit daarbij voor het hanteren van levend Nederlands en het vermijden van archaïsche
termen en gaat tekeer tegen de grammatici van zijn tijd die niet onderling tot overeenstemming kunnen 
komen over de regels die de taal regeren. 
Hij prijst in het bijzonder hetgeen de anonieme grammaticus 
van de Linguae Belgicae Idea opmerkt over de "welluidendheit van onze taal".


*

Atlassen van steden in de Nederlanden getekend door Joan Blaeu (1598-1673) zijn getiteld; 
Novum ac Magnum Theatrum Urbaiam Belgicae.
In een Franse uitgave van de Groote Atlas worden de verenigde Nederlanden aangeduid als"
Belgique Confédérée."
Ook Abraham Ortelius in 1595 gebruikt het woord Belgicae Regionis voor gebieden als Zeeland en 
Picardië in zijn atlassen die te Amsterdam nog uitgegeven werden in 1649.
Petrus de Herenthals († 1391), Chronicon Imperatorum et Paparum, in: Magnum Chronicon Belgicum, hrsg. von J. PISTORIUS, Rerum germanicarum veteres scriptores, Bd. III, Regensburg 31726, S. 327 f. Das »Florianum Temporum« (1472), auf der das Magnum Chronicon Belgicum (nicht vor 1498) beruht, folgt in dieser Passage dem noch nicht edierten »Compendium chronicorum« des Petrus von Herenthals.




De Geuzen veroverden den Briel.
 Belgicae Libertatis Brilae 1599! 

Het stadszegel van Den Briel is een kopie van het zegel van de Hervormde Kerk. 
Deze liet in het jaar  1592 een zegel snijden met het randschrift; 
Primitiae Belgicae Libertatis Brilae.
 

 
 
.

 

inderdaad

Briel was
bevrijd
door de Belgen
MAAR
er
waren toch nog
geen
Belgische Belgen
zoals
Albert
Leopold
Filip
nu

ra,ra, wat waren zij dan?
NEDERLANDERS
van Frankische afstamming
(Vive La France)
allemaal.


De Engelse en Duitse culturen zijn verwant aan de Nederlandse.
Het Nederlands weerspiegelt zich in het Deens,het Noors en het Zweeds.
Wij zijn wereldburgers. 
De echte Belgen van de Vlaams laat middeleeuwse en Nederlandse renaissance Gouden eeuwen
www."alex.vrijzijn.be"

 
 
 

 

 

Och hoe vreedsaem sou Belgica schoon bloeyen,

Uit:Nederlandse gezangen van 1600



 
 
 
   
Belgische   ZILVEREN DUKATEN OOK VANDAAG NOG!

  

De Latijnse tekst op de keerzijde luidt: CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT 
(Door eendracht groeien kleine zaken, of vrij vertaald: ‘Eendracht maakt macht’). 
Eendracht maakt macht' was de wapenspreuk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, 
1588-1795. Voor het eerst komt de uitdrukking voor in de (al) Gemeene Duytsche Spreekwoorden (Kampen, 1550). De spreuk werd o.a. gebruikt op munten  en onder de Nederlandse leeuw








1995
 

Op wapenschilden en is zo op vele plaatsen in de Nederlanden te zien. Als uitdrukking van het Nederlands nationaal gevoel vond de spreuk ook zijn weg in de overzeese vestigingen. Zo is het tot op heden te lezen op een standbeeld dat de plaats Brooklyn ( Brooklyn museum, New York) symboliseert, ooit Breukelen geheten. 

Naast de vertaling `Eendracht maakt macht', kwamen aanvankelijk nog enkele andere vertalingen voor. Zo schreef Hendrick Laurensz. Spieghel: `Eendracht heeft macht' (Bijspraecx Almanak 1606, 
10 juni) en Jacob Cats: `Eendracht geeft macht' (Spiegel van den ouden en nieuwen tijd, 1632) 
Bij de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 raakte de uitdrukking in onbruik, het nieuwe koninkrijk koos voor Je maintiendrai. Na de oprichting van een
‘Belgische’ staat in 1831 werd de spreuk, maar dan in het Frans – L'union fait la force – de wapenspreuk van België. 
Met de gelijkstelling van het Nederlands aan het Frans kreeg ook het `Eendracht maakt macht' zijn plaats onder de Belgische (Brabantse) leeuw. 

De tekst op de voorzijde luidde destijds in verkorte vorm – MO(neta) NOV(a) ARG(gentea) 

PRO(vinciarum) CONFOEDER(atarum) BELG(icarum)  COM(itatus) ZEL(andiae) – hetgeen wil 
zeggen: nieuwe zilveren munt van de Provinciën der Verenigde Nederlanden, graafschap Zeeland. 

De provincie van herkomst is herkenbaar aan het wapenschild vóór de ridder en de toevoeging van de provincienaam aan het omschrift op de voorzijde. Deze variant in de Zeven Provinciën serie is een replica van een dukaat uit 1659. In dat jaar – door middel van het Plakkaat van 11 augustus 1659 – werd de zilveren dukaat geïntroduceerd als nieuwe munt van de Republiek. De originele tekeningen werden vervaardigd door de Haagse zegelsnijder Pieter Pijl. Op basis van die tekeningen werden de muntstempels gesneden door de stempelsnijders’ van de provinciale munthuizen 

De tekst en het Nederlandse wapenschild werd in 1816 aangepast aan de nieuwe staatsinrichting. Sindsdien luidt de tekst op de voorzijde – MO(neta) NO(va) ARG(gentea) REG(ni) BELGII een Latijnse afkorting voor: nieuwe zilveren munt van het Koninkrijk der Nederlanden. Omdat de dukaat als internationale handelsmunt gehanteerd werd, bevat de munt geen waarde-indicatie. De waarde van de munt werd gebaseerd op het gewicht aan zilver. Ook na de invoering van de euro zullen de gouden en zilveren dukaat in de Muntwet blijven staan. 

Metaal: zilver 873/1000, Gewicht: 28,25 gram, Diameter: 40 millimeter, Kwaliteit: Proof 


Ontwerptekeniging van een florijn uit 1673, waarde: 28 stuivers.. (1 gulden = 20 St.) 
plus afbeelding van een florijn uit 1674. 
Voorzijde: Halve man met geschouderd zwaard naar rechts kijkend tussen jaartal. met of zonder binnen cirkel 

Tekst: OMNI BELGICA LIBERTAS AURO PRETlOSlOR 
(DE NEDERLANDSE VRIJHEID IS KOSTBAARDER DAN ALLE GOUD). 

          Keerzijde: Gekroond provincie wapen tussen 28 en ST 
          Tekst: FLOR(enus) ARGENT(eum) ORD(inum) GRON(inga) ET OML(andiae) 
          (ZILVEREN FLORIJN VAN DE STATEN VAN GRONINGEN EN OMMELANDEN). 

 


  naar volgende pagina
Inleiding - Frankrijk - Leopold - België - België 2 - Vlaanderen - 1830 - Besluit - Portici -
-