Frankrijk
- Leopold - België -
België 2
- Vlaanderen
- 1830 - Besluit -
Portici -
Klik op items
werkbalk onderaan voor volgende pagina
|
Uit het archief. Een boekje verschenen
in het jaar 1930. België's Eeuwfeest!
Vlaamsche Lezer Dees jaar 1930 viert de Belgische
staat zijn honderdjarig onafhankelijk bestaan. Ook de Vlamingen werden
uitgenoodigd tot deze Belgische kermis. Uit de volgende bladzijden zult
gij vernemen -of wij, Vlamingen, redenen hebben om op die uitnoodiging
in te gaan. Lees en overweeg. 1830 1930
De Leo
Belgicus, Le Lion Belgique, De Nederlandse Leeuw wordt de prooi van de
buitenlandse politiek.
(History of the lion map INGELAST IN
DE OORSPRONKELIJKE TEKST
The lion map's birth was not
accidental and its development has been conspicuous; this in itself
confirms its symbolic significance. There are four main versions:
The first version
We owe the original first version, of
around 1579, to the Austrian Michael von Aitzing (Aitsinger, Eyzinger,
Eytzing). In 1583 it was inserted into the book De
Leone Belgico (Map I) that Von Aitzing wrote on the war of
independence of the Netherlands, shortly after the Florentine Ludovico
Guicciardini had published his work on the same topic. In the preface
to his book Von Aitzing put forth his
motives for choosing this particular title and for inserting the lion
map.
His basic idea is clear: the lion as a symbol of strength and bravery
in
its heraldic representation:
'Ego vero, Salomonis
illius sapientissimi, qui leonem ad nullius pavere occursum, sed
fortissimum esse bestiarum asserit, sententiam considerans; praeterea
et ex Julii Caesaris commentariis, Belgas omnium fortissimmos
animadvertens, Belgio non absque ratione, leonis formam inducere visus
sum. Maxime cum laudatissimae memoriae Carolus Quintus Imp. vel
hoc etiam nomine Belgium aliquando in regni fastigium evecturus,
nominandum
deliberaverat esse regnum leonum; ob id forte quod fere omnes
provinciae
illae leonibus insignantur. Quare, ut primo quoque intuitu, non solurn
totam inferiorem Germaniam sub totius alicuius leonis forma, verum
singulas
etiam regionum partes, sub singulis leonis ipsius membris conspiceres,
diligenter elaboravi; armisque suis atque insigniis manu elegantissima
Francisci Hogenbergii expressis ordine atque loco suo quaeque
collocavi, non minore, ut spero, gratia quam is qui totam Europam, in
virginis reginae a Lusitania coronatae formam, aliquando redactam
Imperatori eidem Carolo, in Italia presentavit totique postea mundo
communicavit'
(EINDE INGELASTE TEKST)
HET VOORSPEL. VLAANDEREN DOOR DE EEUWEN HEEN.
In sinds de verovering door Julius Caesar langzamerhand geromaniseerde
gebied van Maas en Schelde, het lage bosch- en broekland bij de
Noordzee kwamen in de eerste eeuwen der christelijke tijdrekening de
Germanen zich vestigen; Franken, Friesen en Saksen. Van dien
tijd dagteekent de germaansch-romaansche taalgrens, die ten huidigen
dage den Belgischen Staat in twee helften verdeelt: benoorden het
Kolenwoud, waarvan het Zoniënbosch b.v. nog een overblijfsel is,
sprak men hoofdzakelijk Frankisch, terwijl ten Zuiden, romaansche
dialecten, afkomstig van het volkslátijn, heerschen bleven. Een
deel dezer Franken zakte af naar de Somme en later naar de Seine en de
Loire en stichtte er het koninkrijk der Franken, waaruit het moderne
Frankrijk
zou ontstaan Deze Frankische veroveraars, klein in aantal, gingen
weldra
op in de meerbeschaafde inheemsche bevolking. Toen daarna onder de
opvolgers
van Karel den Groote het Rijk der Franken in den loop der 9e-eeuw
gesplitst
werd in Duitschland en Frankrijk, kwam een deel van het huidige
Vlaanderen,
n.l. het grootste deel van Oost- en West- Vlaanderen, onder de Fransche
Kroon; de overige Vlaamsche gewesten en Noord-Nederland behoorden tot
het
Duitsche Rijk. Aan beide zijden der Schelde ontwikkelden zich echter,
dank
zij de zwakheid der centrale regering, en in Frankrijk en Duitschland,
half-onafhankelijke staatjes, waaronder vooral het graafschaft
Vlaanderen
en het hertogdom Brabant dienen vermeld. In Frankrijk was ondertusschen
de macht van den koning zienderoogen gaan stijgen. Waar.'s konings
macht
eertijds deze zijner groote leenmannen al niet ver overtrof, voerden
zij
nu, in die in onze gewesten. Einde 13e eeuw hechtte Philips12e en 13e
eeuw
een politiek van verovering, ook de Schoone de parel van het graafschap
Vlaanderen
aan de Fransche Kroon. In dit begeerde Vlaanderen waren machtige steden
gerezen:
Brugge, Gent, Ieper, steden van volders en van wevers, die de
wereldmarkt
van toen overstroomden met de Vlaamsche wollen lakens. Met den bloei
der
nijverheid en den aanwas der arbeidersbevolking groeide de
'volksbeweging',
die de macht in de gemeente uit de handen der patriciërs rukken
wilde,
tot een zegepralende macht. Op het veld te Groeninge werd de
veroveringszucht
der Fransche koningen verpletterd door de kleine lieden uit Vlaanderen,
aangevoerd
door enkele den graaf van Vlaanderen trouw gebleven edellieden. Daar
werd
het zaad gestrooid eener eigene Nederlandsche beschaving.
Heel de veertiende eeuw door woedde de kamp. Vlaanderen was het bolwerk
der nieuwe gedachte : de regeering door en voor
het volk. Een heldhaftig gebeuren doet zich op voor onze oogen :
het kleine graafschap Vlaanderen houdt het vol tegen de machtige
Fransche koningen in een strijd, die door Professor Pirenne geroemd
wordt als een der meest grootsche en bewonderenswaardige episoden in
heel de
geschiedenis der Middeleeuwen. De namen des Artevelden leven nu nog
in het hart der Vlamingen . Prachtige kerken en stadhuizen, stoere
hallen en belforten rijzen nu nog in onze oude steden, adelbrieven
onzer
trotsche Vlaamsche gemeenten. Ophet einde van de 14e eeuw , kwam, door
het huwelijk van de eenige dochter van den graaf van Vlaanderen met den
hertog van Boergondië, een fransch vorstenhuis zich vestigen .in
ons land. Met geduld, list of geweld wist het zich op te dringen aan de
eene Nederlandsche provincie na de andere : Brabant, Henegouw, Holland
en Zeeland. En wanneer Keizer Karel Gelderland en de overige
Noord-Oostelijke
provinciën der Nederlanden verovert. staan de zeventien
provinciën
der Nederlanden, met behoud evenwel van een ruime autonomie, onder de
heerschappij van één vorst vereenigd. Voor de kunst was
die tijd er een van schoone bloei. Vlaanderen en Brabant waren als het
hart der Nederlanden, "van waaruit alom alover de Nederlandsche gouwen
leven en licht van wetenschappen schoonheid stroomen ging". Daar, te
Leuven. rees de eerste universiteit in onze gewesten. Juweelige
stadhuizen,
als daar zijn te Leuven en te Brussel, het steenen borduurwerk van de
0. L. Vrouwentoren te Antwerpen, de Europa-door-vermaarde
schilderschool der Nederlandsche primitieven, met Van Eyck en Memlinc
omkransten den Vlaamschen naam met hoogen luister.
Zoo talrijk en zoo bloeiend waren er de steden dat de Spanjaards, die
naar hier werden gezonden, En de Italiaan Guicciardini in zijn
«Beschrijving van alle de Nederlanden> schrijft geestdriftig:
«Dit landt wordt een haven stapel ende marckt van gantsch Europa,
jae, soo men segt, van de gantsche werelt van Oost tot West. En verder
nog getuigt dezelfde dat er aan deze zijde der Alpen, met uitzondering
van Parijs, geen rijker noch machtiger stad was dan
Antwerpen, waar zich sedert het verzanden van het Zwin en het verval
van
Brugge, de handel der Nederlanden samengetrokken had. Een prachtige
toekomst
scheen boven de Verenigde Nederlanden te gaan lichten. De
godsdienstoorlogen
der 16e eeuw kwamen, deze schoone toekomstmuziek oplossen in felle
dissonanten. Wel scheen het een tijd alsof al de Nederlandsche
provinciën, waar het volk in groote meerderheid den alouden
Roomsch-katholiekengodsdienst was trouw gebleven, het zouden vinden om
hand in hand de Spaansche dwingelanden te verdrijven. Maar het
calvinistische schrikbewind, te Gent bv de
opdrang der Spaansche legers en de afval der Waalsche malcontenten
maakten dat de zuidelijke Nederlanden weder moesten bukken onder de
wet van Spanje, terwijl daarentegen de Noordelijke provinciën zich
nauwer samensloten in de Unie van Utrecht -die evenwel nog werd
geteekend
door de meeste steden van Vlaanderen en Brabant -in den strijd voor de
onafhankelijkheid voortzetten. Het einde van de strijd was de stichting
van de onafhankelijke republiek der Vereenigde Noordelijke Nederlanden.
Aan dezen nieuwen staat viel dra een heerlijke toekomst te beurt. Niet
het minst dank zij de cultureele en economische bijdrage van talrijke
hoog ontwikkelde Zuid-Nederlanders ging de 17e eeuw in Holland
schitteren
als de gulden eeuw. Het kleine Nederland werd een koloniale en
zeevarende
mogendheid; kunsten en-- wetenschappen stegen tot hoogen luister. Ook
de Zuidelijke Nederlanden kenden nog, onder de aartshertogen Albrecht
en Isabella, een schoone bloei. De school van Rubens veroverde
Europeesche vermaardheid; onze metsers en beeldhouwers stonden aan de
spits, de tapijten van Brussel en Oudenaarde pronkten aan alle hoven.
Maar met de terugkeer van ons land onder den scepter der slappe
Spaansche vorsten, treedt een
verval in, dat heel de 17e en 18e eeuw blijft voortduren. De troepen
der
Hollandschen republiek, eerst in verbond met de Fransche legers, en
daarna,
tijdens de regeering van Lodewijk XIV, als tegenstanders der Fransche
legermacht, vertrappen ons land. Door de vrede van Munster (1648)
hadden
de Amsterdamsche kooplieden de sluiting van de haven van Antwerpen
weten
te bezegelen. Het bareelentractaat in 1715 -toen de Zuidelijke
Nederlanden reeds onder Oostenrijksch bewind stonden kwam nog de vrede
van Munster
bezwaren. Laten wij hier een oogenblik de Noord-Nederlandsche
geschiedschrijver,
Professor Geyl, aan het,voord: «Daar de nieuwe Oostenrijksche
regeerder
waarschijnlijk maar half belang zou stellen in de verdediging van zijn
Nederlanden,
werd aan Holland het recht gegeven om garnizoenen te leggen in een
aantal
Belgische steden op de Fransche grens. In de praktijk had Holland nooit
veel
voordeel van deze regeling, die de Belgen evenwel zeer griefde. Maar
veel
erger waren de ekonomische-, bepalingen van 1715 en hier exploiteerde
en
profiteerde Engeland samen met Holland. België werd stelselmatig
en
onbeschaamd opgeofferd aan de handelsbelangen van de twee
zeemogendheden.
Het is een diep treurige en onverkwikkelijke geschiedenis. We mogen
natuurlijk
niet vergeten dat de 18e eeuw onze opvattingen van internationale
moraliteit
niet kende. Nochtans moeten wij daarom niet trachten deze snoode en
onverdedigbare regelingen te verdedigen. Zij waren volkomen
onverdedigbaar. »
Een paar feiten mogen volstaan om de diepte van het economisch verval
te peilen: In het weleer zoo ijverige Gent telde men in 1700 nog 12
weefstoelen.
voor laken.
De haven van Antwerpen werd in een tijdsverloop
van
147 jaar door 62 schepen aangedaan, dit is nog niet één
schip om de twee jaar. Na een periode van opluchting onder Maria
Thersia werden onze gewesten op het einde der eeuw veroverd door de
fransche revolutionnaire legers. Nevens een aantal voordelen, als de
opheffing van verouderde standsvoorrechten, de vrijheid der Antwerpsche
haven, de opbloei der weefnijverheid te Gent, bracht het nieuwe bewind
nieuwe kommer. Onze kunstschatten werden naar de Parijsche muzea
weggevoerd, de godsdienst werd vervolgd, de volkstaal werd stelselmatig
uitgeroeid en er mochten geen Vlaamsche bladen verschijnen, tenzij
vergezeld van een Fransche vertaling! Onze jongelingenschap werd
opgeeischt door de conscriptie om op de slagvelden van Europa
Napoleon's machtshonger te helpen verzadigen. In de Kempen, in
Klein-Brabant en het Hageland haakten onze boeren hun roer van de
berookte zolderingen, maar hun opstand werd in het bloed gesmoord te
Hasselt. Laten wij hier nog aan toevoeren dat ook Holland, enkele jaren
na België, ingelijfd was geworden bij het Fransche keizerrijk. De
smadelijke aftocht van zijn legermacht uit Rusland beteekende voor
Napoleon, die lange jaren Europa had beheerscht, het begin van het
einde. Wel poogde de Fransche keizer met frische troepen den aanval der
verbondene Europeesche mogendheden te keeren. Waar echter tot nog toe
de strijd er een was geweest van koning tot koning en niet van volk tot
volk, werd het thans meer een nationale oorlog: in den slag bij Leipzig
(1813),door de Duitschers de veldslag
der volkeren geheeten, moest Napoleon het onderspit delven. HET
VEREENIGDE
KONINKRIJK.. In Holland schudde het volk reeds in 1813 de
fransche
heerschappij af, nog vóór de legers der verbondenen de
Hollandsche
grenzen hadden overschreden. Willem van Oranje, de zoon van de laatste
stadhouder die uit het land was gedreven in1795, kwam terug onder het
gejuich der bevolking. De onafhankelijkheid van Holland werd door de
Verbondenen erkend. In België echter brak geen opstand uit. Men
wachtte er lijdzaam tot de Bondgenooten de Franschen verdreven. Velen
immers hadden naar Frankrijk leeren opzien als naar hun vaderland. Wel
voelde de meerderheid niet veel voor het fransche stelsel maar er. was
geen sterk nationaal gevoel en
men wist eigenlijk niet al te best wat aan te vangen. Nog
vóór hij bezit had genomen van de Hollandsche kroon had
Willem van. Oranje
van de Engelsche regeering de toezegging gekregen van een
«vergrooting van grondgebied». De onderhandelingen werden
verder gevoerd en het besluit was dat nagenoeg heel de Oostenrijksche
Nederlanden, alsook het voormalige prins-bisdom Luik vereenigd werden
met Holland. Op de conferentie te Londen werd door de mogendheden
beslist dat die vereeniging innig en
volkomen moest zijn: beide landen zouden een eenheidsstaat vormen,
geregeerd
door koning Willem volgens de reeds in Holland aangenomen grondwet, die
thans zou gewijzigd worden volgens de nieuwe omstandigheden. De
Conferentie
verzekerde aan alle godsdiensten gelijke rechten en bescherming, aan
alle
burgers gelijke benoembaarheid tot de openbare ambten. Met een gunstig
oog
liet de Vereeniging zich niet aanzien.
TEGENSTELLINGEN TUSSCHEN NOORD EN ZUID.
De Hollandsche provinciën, trotsch op hun verleden en op hun
huidige intellectueele meerderwaardigheid, keken zoo
wat van uit de hoogte neder op het Zuiden, dat daarenboven voor het
gevoel van de overheerschende calvinisten uit het Noorden, het
gebrek had... roomsch-katholiek te zijn. Met uitzondering van koning
Willem en ettelijke zijner raadslieden tel~men in Holland geen
voorstanders van de Vereeniging. Die waren trouwens al evenmin te
vinden in België: geestelijkheid en adel verlangden veeleer de
terugkeer van het Oostenrijksch bewind, dat, naar zij hoopten, den
stand van zaken van vóór de fransche omwenteling, zou
herstellen.
Daarnevens was er, lijk de Oostenrijksche zaakgelastigde reeds schreef
in 1815, een groote fransche partij, die de hereeniging met Frankrijk
wenschte en door dit land gesteund werd: aanhangers van den nieuwen
liberalen tijd, oud-soldaten en gewezen ambtenaren van Napoleon,
Franschen, die vóór de vervolgingen, ingespannen tegen de
oud-revolutionnairen en bonapartisten, Frankrijk waren ontvlucht,
vormden er de woelzieke elementen van. Trouwens in cultureelopzicht was
België maar een verlengstuk van Frankrijk. In de 18e eeuw
voerde de Fransche taal en het Fransche gezelschap leven de boventoon
aan de hoven en bij den adel van het Europeesche vasteland. De taal van
Voltaire geldt als het meest volmaakte instrument bij het
gedachtenverkeer. Ineen door de Academie te Berlijn bekroonde
verhandeling, noemt Rivarol haar niet langer de taal der Franschen,
maar de taal der menschen. Onder Katharina II worden de Russische
hoogere standen verfranscht in zulke
mate, dat eerst op het einde der 19de eeuw het Russisch weer
burgerrecht
verkreeg in de kringen. Frederik de groote, koning van Pruisen, schreef
zijn werken in het fransch. Het spreekt vanzelf dat Vlaanderen, als
grensland
tusschen de germaansche en de latijnsche beschavingen, maar vooral
wegens
het ontbreken van een sterk nationaal bewustzijn, de mode van den dag:
sterk moest ondergaan. Nog onder het «ancien régime~ had
de Brusselsche advokaat Verloo bitter geklaagdover «de onacht
der moederlijke taal in,de zuidelijke Nederlanden,>. De fransche
overheersching op het einde der: 18e eeuw kwam de verfransching nog in
de hand werken. In onderwijs, gerecht, bestuur, pers, kortom in het
openbaar
leven heerschte het Fransch onbetwist en overmachtig, terwijl de
hoogere
standen boven de Moerdijk veelal trouw waren gebleven aan de eigene,
voorvaderlijke taal. Wel was ook in
de Vlaamsche gewesten het volk nog
Vlaamsch gebleven: in 1814 nadat de fransche ratten hun matten
hadden
gerold, wendden de dekens der ambachten te Brussel zich tot den
generaal-gouverneur met het verzoek om het Vlaamsch in zijn
voorvaderlijke rechten te herstellen; en het was als gevolg op dit
verzoek dat aan de notarissen toelating werd verleend hun akten in de
volkstaal op te stellen. Van bedrijvigheid op
Vlaamsch-cultureel gebied was echter haast niets te merken: met
uitzondering van enkele stichtelijke volksboekjes bracht de Vlaamsche
pers niets,
op de markt. Overigens was in die jaren de politieke invloed nog het
monopool der hoogere standen. En noch in het Zuiden, noch in het
Noorden was er-enkele uitzonderingen niet te na gesproken een
Nederlandsch samenhoorigheidsgevoel aanwezig. Daarbij kwam dan nog de
kerkelijke tegenstelling. In Noord-Nederland heerschte het Calvinisme:
I oppermachtig. Wel waren op het einde der
16eeeuw belangrijke stukken van het roomsch-katholieke Vlaanderen,
Brabant en Limburg door de legers der zeven vereenigde Nederlandsche
provinciën op de Spanjaard veroverd. Deze streken. kregen echter
geen vertegenwoordigers in de, Statengeneraal;, zij ~regen zelfs geen
eigen provinciale vergadering; ze.werden bestuurd in naam van
deStaten-generaal
en beschouwd als grondgebied toebehoorend aan de generaliteit, t.t.z.
aan de gezamenlijke zeven provincies. Die toestand duurde tot1795,
datum
van den Franschen inval in Holland. Eerst dan kwam er gelijkstelling
zonder
aanzien van den beoefenden godsdienst. Maar door deze twee -eeuwen
-lange
verdrukking waren de Roomsch-katholieken in Holland de minderen
gevorderd
in economisch en intellectueelopzicht. Aan de regeering en in de
administratie,
aan de universiteiten en in de litteratuur \varen de katholieken nog
uitzondering.
De katholieke ontvoogdingstrijd in Holland zou eerst later beginnen met
Alberdingk-Thym en Schaepman. In de Vlaamsche provinciën
integendeel
was het Katholicisme overheerschend en de geestelijkheidbeschikte er
over
een grooten invloed op het volk. De Hollandsche katholieken, die het
bindmiddel
zouden hebben kunnen vormen tusschen het calvinistische Noord en het
katholieke
Zuid, speelden ongelukkigerwijze nog geen politieke rol.
DE STRIJD VOOR DE GRONDWET IN EUROPA.
Alvorens onze aandacht te wijden aan het regeeringbeleid. van koning
Willem moeten wij nog even wijzen op de politieke atmosfeer in het
Europa van die dagen. De eerste helft der 1ge eeuw wordt
haast in alle Europeesche landen gekenmerkt door de strijd tot het
bekomen van een grondwet, die de macht der vorsten zou beperken en
de rechten, zoo individuele als politieke, van het volk zou bepalen.
Na de overwinning te Waterloo hadden de geallieerde vorsten een
«heilig verbond» 'gesloten, waarbij het sommigen, als
den keizer van Oostenrijk met zijn raadsman, den zeer anti-liberalen
Metternich, ( «den man van hetgeen was», lijk hij zich
zelf noemde), vooral te doen was om de monarchistische gedachte, lees
de alleenheerschappij van de vorsten, te versterken en de strevingen
van de burgerij naar politieke en nationale ontvoogding te
dwarsboomen..
Tusschen 1815 en 1820 braken in Duitschland"Italië en Spanje
onlusten los, die gewapenderhand werden onderdrukt. Wie zich
partijganger
van een grond\vet durfde te verklaren werd vervolgd, verbannen,
gekerkerd.
In Frankrijk was, na den val van Napoleon, een grondwettelijke
monarchie opgericht, waarbij de afgevaardigden, verkozen door dezen die
300 frank rechtstreeksche belastingen betaalden ( er waren toen in heel
Frankrijk ongeveer 90.000 kiezers) eenigen invloed op de regeering
konden laten gelden. De koning Louis XVIII, een zestigjarige, verlangde
in de eerste plaats zijn troon te behouden, wat, volgens
hem, onmogelijk was indien men, lijk de ultra-royalisten het
verklaarden
te willen,. het ancien régime, t.t.z. de toestand van
vóór
de fransche om\venteling, trachtte te herstellen. Het was een tijd van
feilen strijd tusschen de liberale aanhangers van de grondwet en de
conservatieve
tegenstanders ervan, tusschen katholieken en anticlericalen. . Met den
opvolger van Louis XVIII, n.l. Charles X kwam om zoo te zeggen de
partij
der ultra's zelf aan het bewind. En toen in 1830 de koning van-15
Frankrijk
de vrijheid van drukpers ophief en het kiesrecht tot het monopool van
de
groote grondeigenaars maakte, brak in Juli 1830 te Parijs een revolutie
uit, die Charles X wegvaagde en Louis Philippe op den troon bracht. In het nieuwe
koninkrijk der vereenigde Nederlanden waren de politieke verhoudingen
geregeld door een grondwet. In 1815 werd koning Willem
door de
liberalen aanzien als de meest liberale vorst van zijn tijd. De
nieuwe
grondwet voorzag twee Kamers de eerste, bestaande uit leden voor hun
leven benoemd door den koning, de tweede
Kamer, gevormd door 55 Hollanders en 55 Belgen, verkozen door de
provincieraden (Laten wij hier tusschenhaakjes aan toevoegen dat
België toen
3 millioen , inwoners telde tegen 2 millioen in Holland). De ministers
waren niet verantwoordelijk tegenover het parlement, dat trouwens noch
het recht van 'amendement, noch het recht van initiatief op
wetgevend gebied bezat. De persvrijheid was tamelijk beperkt..Koning
Willem had zich dus een aanzienlijk overwicht in de regeering
voorbehouden.
HET KARAKTER VAN KONING WILLEM.
Van koning Willem geeft Prof. Dr Blok in zijn«Geschiedenis van
het Nederlandsche volk» volgende karakterschets «
Onvermoeid, rechtschapen en eerlijk, gewend het oog te houden op alles,
tot in het kleine toe, was hij vooral een goed beheerder. Hij was in
vele opzichten ruim van blik, met groote kennis en een helder verstand,
tot in kleinigheden nauwlettend. Hij was voor iedereen toegankelijk~
begaafd meteen ijzersterk geheugen en een helderen kijk op menschen en
dingen, eenvoudig, matig en zuinig oor zich zeIven, doordrongen van
ernstig plichtgevoel, tevens vol, dikwijls al te vol zelfvertrouwen en
vast overtuigd van het eindelijk welgelukken van zijn pogen. Deze
hoedanigheden stemden hem tot een werkzaam en krachtig bestuurder, geen
geniale maar een veelszins begaafde persoonlijkheidhoog en
idealistisch, eerder nuchter en burgerlijk praktisch van opvatting en
neigingen, zooals ook zijn
uiterlijk dat van een burgerman was en zich afkeerig toonde van alle
vertoon, vooral van militair vertoon, zelfs van militaire kleeding en
omgeving. Men zou hem op het oog eerder voor een Hollandschen burger,
een. rentenier, een koopman uit de middenstand dan voor een vorst
gehouden hebben. Zijn groot gebrek: eigenwilligheid, koppig vasthouden
aan eigen macht en eigen meening, bracht hem er toe alles tot in de
kleinste bijzonderheden zelf te willen doen en in alles eigen zin te
volgen, niemands raad in te
roepen dan alleen om eigen handelswijze te dekken, alle verschil van
gevoelen
als ongehoorzaamheid of gebrek aan inzicht aan te 1llerken. Het zou hem
een ernstige hinderpaal blijken. »ECONOMISCHE BLOEI. In
economisch
en intellectueelopzicht maakte koning Wille1ll zich tijdens zijn kort
bewind zeerverdienstelijk voor de Zuidelijke Nederlanden. De Belgische
nijverheid.producten vonden, dank zij de bemiddeling der hollandsche
koopvaardijvloot, grooten afzet in de nederlandsche koloniën. Aan
de Scheldekaai en stapelplaats te Antwerpen werd de laatste hand
gelegd. Het aantal aldaar binnengeloopen schepen, dat in 1818, 585
bedroeg, was in 1829 reeds tot 1028 gestegen.
De Oostendsche haven zag jaarlijks meer dan 500 schepen binnenloopen.
Het
Gent-Terneuzenkanaal schonk aan Gent een flinke haven. Nog verscheidene
andere kanalen dagteekenen uit die jaren en over heel het land werden
steenwegen aangelegd. Over 't algemeen, aldus de Vlaamsche historicus
Fris,
mag men zeggen dat de Koning, wat de stoffelijke belangen betreft,
België
meer begunstigde dan Holland. In 1824 wordt de «Algemeene
HandeIsmaatschappij» opgericht, met een kapitaal van 37 millioen,
waarvan 4 door den koning zelf
onderschreven; de handel die in gemeld
jaar 215 millioen beliep
om in drie jaren tijds tot 350 millioen. Reeds in 1822 was de
«Algemeene Maatschappij tot begunstiging der nationale
nijverheid» begonnen met het verleenen van gedeeltelijke
voorschotten aan de nijveraars. Bijna al het katoen dat Java
verbruikte, werd gefabriceerd te Gent, waar 16.000- spinners en wevers
werkten. Van 1823 tot 1825 werden aldaar elf nieuwe textielfabrieken
opgericht, John Cockerill kreeg steun van 's koningswege voor zijn
onderneming te Seraing. Daar en elders werden met regeeringsteun
hoogovens in werking gebracht. In 1825 begon het" kristalfabriek van
Val-Saint~Lambert zijn werkzaamheid. De stoommachines en de
gasverlichting
komen i.tl gebruik. Nieuwe nijverheden omtstaan. Dank zij den uitvoer
naar den Oost bereikte het arbeidsloon een, fatsoenlijk peil en was
er weinig werkeloosheid. Ook voor landbouw en veeteelt had de regeering
van koning Willem een open oog. De tentoonstellingen te Gent (1820),
te Haarlem (1825) en te Brussel (1830) lieten schitterend den voorspoed
der nationale nijverheid blijken. Daarvan getuigde ook de aangroei der
bevolking, die op 13 jaren tijds tot 118.000 klom 111 Oost Vlaanderen
alleen. . -
INTELLECTUEELE OPGANG ONDERWIJS
Ook op gebied van onderwijs en verstandelijke ontwikkeling liet Willem
zich niet onbetuigd. Het lager onderwijs was een voorwerp van aan
houdende zorg van \vege de regering.
Van 1815tot 1830 werden meer dan 1100 schoolgebouwen en650
onderwijzerswoningen opgetrokken en de 4000staatsscholen telden
rond het jaar dertig meer dan300.000 leerlingen.
Op het gebied van het middelbaar onderwijs werden. nevens de twee nog
bestaande keizerlijke lyceaten Brussel en te Luik, athenea opgericht te
Brugge, Gent, Antwerpen, Maastricht, Doornik, Namen en Luxemburg.
Op 10 jaren klom het aantal leerlingen in de latijnsche scholen met een
derde.
In het Zujden werden evenveel universiteiten opgericht als in het
Noorden, namelijk te Leuven, Luik en Gent.
In 1820 telde men er 892 studenten, in 1828, 1557.
De Academie voor wetenschappen en letterkunde, weleer door keizerin
Maria Theresia gesticht, daarna door de Fransche Republiek afgeschaft,
werd in 1816 heropgericht.
Te Gent werd de «Maatschappij voor Nederlandsche
letterkunde» gesticht.
Laten
wij er nog aan toevoegen dat de bedelarij, een der plagen van het
land vóór de vereniging,.dank zij het optreden van de
«Maatschappij van weldadigheid», door het initiatief van
koning Willem in 1821 gesticht, in zeer opmerkenswaardige wijze ging
slinken. Over de politieke bezwaren tegen het staatsmonopool op
onderwijs gebied zullen wij straks de;aandacht moeten vestigen.
DE KATHOLIEKE OPPOSITIE. In een vertrouwelijk schrijven aan zijn
regeering liet de Oostenrijksche gezant, graaf de Mier, zich 0p 21 Juni
1830 uit als volgt «Sedert de tien jaren dat ik dit land bewoon
heb ik slechts een voortdurend veranderen van stelsel, in alle takken
van bestuur gezien.Ik heb
aldoor zien breken en maken, zich eerst aan Iets wagen en koppig
volharden om dan achteruit te gaan en met; kwade luim toe te geven; een
slechte wet voorstellen, veranderen, intrekken, dan opnieuw aanbieden
het
gemaal belasten, dan vrijstellen; het «wijsgerig college»
verplicht, later facultatief maken en het eindelijk afschaffen; de
studiën in den vreemde verbieden en ze weer toelaten; eene
zoogezeg de nationale taal opdringen die door de helft der natieniet
begrepen
wordt en dan met tegenzin op die willekeurige handelwijze
terugkomen; de pers vrijlaten en daarna ze weer aan band leggen;
kortom,
Onbestendigheid overal. »Voeg erbij dat op enkele jaren tijds
koning Willem erin slaagde zich de twee bestaande partijen op den hals
te halen, zoodat vanaf 1829 én katholieken én liberalen
hand in hand gingen in hun oppositie tegen de regeering. De eerste
moeilijkheden
deden zich voor toen de grondwet van het nieuwe koninkrijk moest
aanvaard
worden door de notabelen van Holland en België. De oppositie ging
uit van de katholieken. De Gent. Deze, een geboren Franschman en
een strijdlustig temperament, had zich onderscheiden door zijn
tegenstand tegen de kerkelijke Politiek van~ Napoleon. Toen deze later
echter,
na de nederlaag te Leipzig, de. plaats moest ruimen voor koning Louis
XVIII, nam de bisschop van Gent het op voor , , ;de Bourbons en in een
herderlijke brief aan zijn geloovigen sprak hij de hoop uit dat,
«nu de verwoestende adelaar (Napoleon) verdreven was en de
heerlijke leliënstam (Louis XVIII) verder aan het bloeien ging, de
Belgische provinciën
deel zouden: blijven uitmaken van het fransche koninkrijk.
» Zijn hoop
ging evenwel niet in vervulling. Toen de Nederlandsche provinciën
van Noord en Zuid onder den scepter van Oranje waren vereenigd. had
koning Willem, op voorschrift der mogendheden in het
ontwerp van grondwet, de volkol1len geloofsvrijheid, de gelijke
bescherming
van alle godsdiensten en de benoembaarheid van alle burgers tot alle
openbare ambten laten schrijven. Voor de Hollandsche katholieken was
die grondwettelijke bepaling een voordeelige zaak. Het beteekende voor
hen het begin der vrijheid. Maar de bisschop van Gent zou gewild hebben
dat koning\Villel1l, wat de bescherming van alle godsdiensten betreft.
onderscheid zou hebben gemaakt tusschen Noord en Zuid en dat in
België
namelijk alleen de katholieke godsdienst zou steun genieten. Voor een
katholiek, die overtuigd is dat de Hollandsch-katholieke Kerk de
hoedster
is der godsdienstige Waarheid, is de gelijke bescherming der
godsdiensten
door den Staat in beginsel niet te aanvaarden. Ik zeg in beginsel, want
in de ,werkelijkheid kan men, met het oog op een bestaande toestand,
meenen'
dat niet enkel de verdraagzaamheid, l1laar zelfs de gelijkstelling de
beste oplossing Men beschouwt de zaken dal:1 uit een burgerlijk
oogpunt.
OI1l kort te gaan, de bisschop van Gent verboo0 aan de l1otabelefl van
zijn bildom voor het regeeringsol1twerp te stemmen en toen koning
Willem
I..niettegentaande een meerderheid van neen-stemmen, het ontwerp toch
voor aanvaard verklaarde, verbood de bisschop den eed van getrouwheid
aan de grondwet. Hieraan was door den koning makkelijk een uitweg te
vinden.namelijk
door aan de katholieken toe te laten een `restrictio mentalis' een
voorbehoud
te maken. Maar de koppigheid van Willem lokte een strijd uit, die licht
had kunnen voorkomen worden.- In 1817 had de aartsbisschop van Mechelen
verklaard dat hij de grondwettelijke bescherming, zonder onderscheid
aan
alle eerediensten toegezegd, slechts uit een burgerlijk oogpunt
opvatte. Het:c:tuurde toch nog tot 1821, datum van het overlijden van
Mgr de Broglie, vooraleer een verzoening met de geestelijkheid tot
stand kwam. Na zes jaren strijd legden de vicarissen-generaal van Gent
den voorwaardelijken eed
af. Ook op andere gebieden kwam het tot wrijving met de katholieken.
Willem
trachtte de kloosterstegen te werken en vooral de
«nuttelooze»
kloosters, t.t.z. de contemplatieve orden. Daarbij was de koning
partijganger
van de overheersching van het staatsonderwijs. Zoo trachtte hij het
oprichten
van katholieke lagere schoolen te verhinderen en bij besluit: van 14
Juni
1825 werden alleen de wereldlijke latijnsche scholen toegelaten en
bisschoppelijke kleine seminaries gesloten. Waarheidshalve dient hier
aan toegevoegd dat
de staatsathenea in godsdienstig opzicht, naar het oordeel van Pater
Delplace, doorgaans voldeden: te Bergen b.v. en te Namen was de
principaal een priester. Erger was dat Willem zich wilde bemoeien met
de opleiding der toekomstige priesters. Hij verbood in de groote
seminaries studenten te aanvaarden,
die niet gestudeerd hadden aan het door hem te Leuven opgerichte
Wijsgeerig
college. Deze.maatregel een der grofste misslagen van s koningsbeleid ~
was voor de geestelijkheid volledig onaanneembaar. Verzet vanwege Paus
en, bisschoppen bleef dan ook niet uit, terwijl, de katholieke bladen
zich
hardnekkig kantten tegen. de staatsinmenging in kerkelijke zaken.
Koning
Willem ging alsdan beseffen dat hij toegevingen moest doen. Hij zond
een
gevolmachtigde naar Rome om te onderhandelen nopens het afsluiten van
een
concordaat, dat eindelijk in 1827 werd geteekend en luidens hetwelk
ieder
bisdom een seminarie zou bezitten. Wat de bisschopskeuze betrof, zou
het kapittel aan den koning een kandidatenlijst voorleggen, waarop deze
de kandidaten, die hem niet bevielen, zou schrappen; uit deze lijst
duidde
de Paus dan den titularis aan. Ook voorzag het Concordaat de oprichting
van drie nieuwe bisdommen en voortaan zou de zorg voor de opvoeding der
geestelijkheid alleen bij de bisschoppen berusten. Het concordaat
'genoot een dankbaar onthaal bij de katholieken, terwijl de hollandsche
calvinisten en de Belgische liberalen het afkeurden. Om de liberalen te
paaien zond een van 's koningsministers een vertrouwelijk schrijven aan
de gouverneur waarin hij de feitelijke waarde van het concordaat
trachtte te verzwakken. Toen een liberaal blad dit schrijven
publiceerde en de katholieken zagen dat men ten slotte het status quo
trachtte te behouden, kwam opnieuw
de katholieke oppositie' los. Menig pastoor werd wegens zijn felle taal
vóór het gerecht gedaagd en de katholieke parlementairen,
wier verzet tot nog toe steeds eerbiedig was geweest, namen een
heftigen
toon aan. KLACHTEN EN GRIEVEN. In België werd ook geklaagd over
het
feit dat de Hollanders meer dan hun deel der openbare ambten bezetten. Veel mistevredenheid,
vooral in liberale kringen, :werd gewekt door het koninklijk reglement
van 20 April. 1815 dat de persmisdrijven, in zeer vage bewoordingen
aangeduid, op zeer strengé wijze strafte, terwijl, de in
Vlaanderen gevestigde Walen en de franskiljons een keel opzetten omdat
koning Wil1em het Nederlandsch tot de officiële taal van de
Vlaamsche provinciën liet uitroepen: de ambtenaars, die na den
vastgestelde termijn het Nederlandsch niet machtig zouden zijn, moesten
naar Wallonië overgeplaatst worden. Voegen wij hier nog aan toe
dat, ten einde de staatsschulden te delgen, de regeering zich
genoodzaakt zag nieuwe belastingen in te voeren, wat steeds bedenkelijk
is geweest voor de populariteit van een regeering. Vooral kwam er
heftig verzet tegen
de belasting op het gemaal en het geslachtte.t.z. op brood en vleesch,
te meer daar boeren en arbeiders zich hier hoofdzakelijk met brood
voedden, terwijl in het Noorden de aardappelteelt vrij.wel algemeen
geworden was. Wij hebben hooger gezien hoe in 1827 de oppositie der
katholieken tegen de regeering met vernieuwde heftigheid losveerde.
Terzelfdertijd haalde koning Willem zich den haat der liberale perslui
op den hals door de kleingeestige strengheid \vaarmede hij de
persvrijheid kortwiekte. Verscheidene dagbladschrijvers, als
Ducpétiaux en De Potter, werden voor een tijdje in 't
drogegezet. Naar aanleiding van laatstgenoemd vonnis werden de ruiten
van het ministerie van rechtswezen met steenen ingegooid. Toen dan deze
twee oppositiën, mekaar vonden en mekaar de hand reikten, nam de
politieke toestand
een gevaarlijke \vending voor .s konings regeering
|
HET
KATHOLIEK.LIBERAAL -, MONSTERVERBOND.
|
|
HET
KATHOLIEK.LIBERAAL -, MONSTERVERBOND.
|
|
In Frankrijk had priester Lamenais, in tegenstelling met de vroegere
katholieke leiders die afwijzend stonden tegenover de moderne
vrijheden, een soort katholiek liberalisme verdedigd. Deze houding vond
hier heel wat succes bij de katholieken, sedert een hunner leiders, de
Gerlache, verklaard had dat de vrijheid van onderwijs niet te scheiden
was van de vrijheid van godsdienst en van drukpers. Door het toedoen
van de gematigde liberalen en van de liberaliseerende katholieken
ontstond toenadering tusschen de twee voorheen zoo vijandige partijen.
De geschilpunten werden terzijde gezet en men besloot te ijveren voor
de opheffing van
bepaalde grieven en «de vrijheid in alles en voor allen»
op te eischen. Reeds den 23 Juli 1828kondigde een Luiker-Waalsch
liberaal
blad de sluiting der katholiek-liberaale Unie aan.:Een grootscheepsch
petitionnement weid ingericht. Wallonië en Brussel vroeg in de
eerste plaatsafschaffing van de belasting op het gemaal en afkondiging
van de persvrijheid, terwijl Vlaanderen vooral ijverde voor opheffing
van het staatsmonopool in zake onderwijs. Rond deze en andere echte
of denkbeeldige grieven voerde de pers een fe11e anti-hollandsche
campagne.
zoodat koning Willem begreep dat hij moest inbinden. De zeer liberale
pers,vet van 16 Mei 1829verving het gehate dwangreglement van 1815. En
toen de koning zag dat de liberale stokebroers alsmaar niet tot bedaren
te brengen waren, deed hij toegevingen aan de katholieken, ten einde
het katholiek-liberaal monsterverbond, lijk hij het smalend noemde,
op te lossen... Er kwam echter geen 'rust. De katholieken eischten
thans de algemeene vrijheid van onderwijs zonder toezicht. De pers,
zoo katholieke als liberale, werd des te driester, daar regeering en
gerecht het hoofd verloren hadden en de persovertredingen zich zoodanig
vermenigvuldigden, dat de gevangenissen met dat bladschrijvers
opgepropt waren. En weer gooide Willem het over een anderen boeg de pas
aangenomen perswet van 16 Mei 1829, die naar zijt1 oordeel al te
liberaal was, wilde hij opnieuw verscherpen. Maar de strijd werd zoo
heftig.dat de koning. die intusschen zelf naar Brussel was gekomen om
polshoogte te nemen, tot nieuwe toegevingen besloot, n.l. aan de
katholieken in zake onderwijs, terwijl hij om de liberale advocaten te
paaien het gebruik van het Fransch in Vlaanderen als gerechts en
officiële taal opnieuw toeliet.
Nochtans
was er niettegenstaande de felheid der oppositie
op dit oogenblik geen spraak van scheiding of van omwenteling. Op
21 Juni 1830 schreef de Oostenrijksche gezant De Mier nog aan zijn
regeering : Indien er geen:beweging in Frankrijk ontstaat, mag men
gerust .zijn dat dit land hier niet zal verroeren. Enkele weken nadien
brak, onder het gejuich van:alle liberale elementen in Europa, te
Parijs de Juli revolutie los: Charles X werd gedwongen afstand te doen
van den troon ten voordeele van zijn neef Louis-Philippe.
In België, waar de pers, zich blind staarde op Frankrijk -de
redactiebureelen zaten trouwens Opgepropt met Franschen -verwekte
natuurlijk het nieuws van den Parijzer opstand groote opschudding: de
liberalen begroetten de revolutie als een overwinning der
grondwettelijkheid, terwijl vele katholieken den val van Charles X
betreurden, die tegenover de geestelijkheid goedgezind
was,geweest..
Verantw.uitgever: M.Schouppe,
Onderwijsstraat,21,Aalst
Drukkerij: Volksverheffing,
Onderwijsstraat,14,Aalst
Aalst 1930.
1518,
"Onse ghemeene Nederlandse Tale”.
Informeer anderen of link deze site
naar volgende
pagina
|
Klik op items
werkbalk onderaan voor volgende pagina
|