|
Nieuwjaarsbrief
De Maere laat af en toe een kritische noot
horen. Vooral onze dertiende eeuwse journalist Jacob durft nogal eens met spek
schieten. Maar in dit magazine stonden ook zeer veel constructieve
bijdragen. Voor ieder die begaan is om wat zou kunnen gedaan worden in en
voor onze sector willen we bij wijze van Nieuwjaarsbrief een overzicht
geven van de onderwerpen die tot hiertoe in De Maere naar voor gebracht
werden en waaraan beleid kan gekoppeld worden.
In het 0.1
nummer hebben we gepleit voor de goedkeuring van het wetsontwerp
Aelvoet-Tavernier, nu wetsvoorstel Vandenberghe. We zijn daar nog op
teruggekomen in nummer
1.5. waarin we stelden dat bij vergelijking van de voorliggende teksten
vooral aandacht dient besteed te worden aan de erkenningsvoorwaarden, de
bevoegdheidsomschrijving (en de autonomie daarbij) en aan de
positionering van de klinisch psychologen binnen de op te richten
structuren die adviserend en beslissend zijn naar de aangelegenheden van
de klinisch psychologen toe. Ook in 1.10.
kwamen we nog op de kwestie terug. In het nummer
1.22. konden we tenslotte melden dat het kabinet het initiatief voor
regelgeving inzake de uitoefening van de klinische psychologie terug naar
zich getrokken heeft.
In nummer
0.2. hebben we gepleit voor een regeling van de psychotherapie via
bijzondere beroepstitels per discipline in KB78 (waarin we de psychologen
willen ingeschreven zien).
In nummer
1.1. vroegen we dat het ministerie van Volksgezondheid in dezelfde mate
zou tussenkomen in de ontwikkelingskosten van psychotherapeutische methoden
als ze tussenkomt in de ontwikkeling van farmacotherapeutische methoden.
In nummer
1.1. stelden we dan ook voor om via de erkenning van ancienniteiten en
elders verworven kennis oudere ervaren psychologen terug te halen naar de
universiteiten om hun bijdrage te leveren aan de opleiding en meteen te
komen tot een systeem waardoor de therapieopleiding terug onder de vleugels
van de universiteiten komt.
In nummer
1.15. hebben we naar aanleiding van de terugbetaling van medicatie
tegen ADHD de stelling geponeerd dat het niet opgaat dat alle
gemeenschapsgeld naar farmacotherapie gaat en wetenschappelijk onderzoek
over farmaca en niets naar goede diagnostiek, naar psychotherapie, naar onderzoek
van diagnostische en psychotherapeutische methoden.
In nummer
1.13. trokken we de aandacht op de oriëntatienota van de minister
inzake het bepalen van disciplineoverschrijdende deontologische regels.
Dit kan van belang zijn zowel voor de wetgeving op de uitoefening van de
klinische psychologie als voor de intenties die door de
psychologencommissie geuit werden op de jubileumviering.
In nummer
1.21. hebben we de eerstelijnsgezondheidszorg besproken. We hebben gepleit
voor een betere afstemming van de Vlaamse regelgeving op de federale voor
wat betreft de inschakeling van psychologen. Uitbreiding van de
inschakeling en financiering van psychologen is wenselijk.
In nummer
0.3. hebben we gepleit voor de erkenning en financiering van
psychologische diensten in algemene ziekenhuizen als ziekenhuisfunctie. In nummer
1.18. kwamen we daar uitvoerig op terug.
In nummer
1.20. gingen we in op de problematiek van de schijnzelfstandigheid.
In nummer
1.19. werd geprotesteerd tegen het RIZIV systeem om de prestaties van
niet-medici aan medici uit te betalen, zodat er moet gebedeld worden om een
deel van het honorarium terug te krijgen.
In nummer
1.17. hebben we uitvoerig geargumenteerd voor de oprichting van een
Vlaams Instituut voor Psychometrie.
In nummer
0.8. hebben we de aandacht getrokken op de mogelijkheid om psychologen
in te schakelen in rusthuizen. In nummer
1.20. kwamen we daarop terug.
In nummer
0.8. hebben we de problematiek aangesneden van de lage honoraria voor
deskundig onderzoek bij de arbeidsrechtbank.
In nummer
1.1. hebben we er ook voor gepleit dat psychologen hun bijdrage in de
reproductieve geneeskunde niet zouden verliezen in het kader van de
wetsvoorstellen Defraigne.
In nummer
0.9. hielden we een pleidooi voor verhoging van de inschakeling van
kinderpsychologen en voor honoraria die een leefbare praktijk voor
zelfstandigen mogelijk maken.
In nummer
1.9. vroegen we aandacht voor de verkiezingsbelofte van de CD&V
" We zorgen ervoor dat psychotherapie door gediplomeerde psychologen
wordt terugbetaald door de ziekteverzekering".
In nummer
1.8. gaven we een overzicht van de op handen zijnde wetsvoorstellen en
wetsontwerpen waarin psychologen vermeld worden of op een opvallende wijze
juist niet vermeld worden.
In nummer
1.12. gingen we verder in op de inschakeling van psychologen in de
zorgprogramma's.
In nummer
1.9. trokken we de aandacht op de nieuwe Europese Richtlijn over de beroepskwalificaties
die een paar zinnen bevat die ongunstig zijn voor onze beroepsgroep en die
best nog zouden bijgewerkt worden. In nummer
1.14. bespraken we dan het Belgische luik van hetzelfde probleem. Een
en ander houdt via de studieduur een gevaar in voor onze positionering als
psycholoog.
In nummer
0.4. hielden we een pleidooi voor het verder bestuderen van de
dagindeling voor de bewoners van rusthuizen en geriatrische diensten die
naar onze mening sensorische deprivatie in de hand werkt. In nummer
1.14. trokken we de aandacht van de psychologen op de problematiek van
de ouderenmis(be)handeling.
In nummer
1.6. spoorden we de psychologen aan om toch documentatie bij de hand te
hebben mocht er ook in ons land een terroristische aanslag gebeuren. We
schreven er zelf een webpagina over.
In nummer
0.5. hielden we een pleidooi voor onderzoek van moeilijkheidsgraad van
overheidsprocedures zodat dingen die eenvoudig kunnen niet verder onnodig
moeilijk gemaakt worden waardoor steeds meer intellectueel zwakkeren uit de
boot vallen.
In nummer
0.9. hielden we in het kader van de op handen zijnde wetgeving over
wapendracht een pleidooi voor onderzoek in verband met psychologische
geschiktheid om een wapen te dragen.
In nummer
1.4. hebben we de aandacht getrokken op wetsvoorstellen waarin verkeerstherapie
voorzien wordt. De psychologen moeten maken dat ze daar een aanbod voor
hebben. In nummer
1.10. trokken we de aandacht op de nood aan psychologen om bestuurders
te onderzoeken die hun rijbewijs tijdelijk ontnomen werden.
In nummer
0.7 hielden we een pleidooi voor meer psychologisch onderzoek over de
houding en het gedrag van mensen naar honden toe om zo vanuit de
psychologie een bijdrage te leveren tot de afname van de 93000 bijtincidenten
per jaar.
In nummer
0.8. hielden we een pleidooi voor meer psychologisch onderzoek over
tattoos en piercings omdat dit een mode is met blijvende gevolgen die grote
groepen van onze bevolking aanspreekt.
In nummer
0.6. deden we een reeks voorstellen om te maken dat psychologen (naast
anderen) gemakkelijker toegang zouden hebben tot wetenschappelijke
literatuur.
|