|
Professioneel profiel
van de
klinisch psycholoog, de klinisch seksuoloog en de orthopedagoog in België
We zijn blij hieronder de synthese te mogen
publiceren van volgende studie:
Van
Broeck, N., Leijssen, M., Baruffo, E., & Reynaert, C. (2004). Het
beroepsprofiel van de klinisch psycholoog, klinisch seksuoloog en
orthopedagoog in België. Rapport over Onderzoek naar nieuwe
psychosociale gezondheidsberoepen . FOD Volksgezondheid en Leefmilieu
In dit onderzoek
werd een ruime en representatieve steekproef van klinisch psychologen,
seksuologen en Nederlandstalige orthopedagogen bereikt. De vragenlijst
bleek geschikt om de beoogde informatie te bekomen en vooral in de
Nederlandstalige steekproef werd een goed tot zeer goed antwoordpercentage
van om en bij de 50 % gerealiseerd.
Voor alle drie
de beroepen geldt dat onze respondenten voornamelijk jonge vrouwelijke professionelen
zijn, wat overeenkomt met een algemene evolutie in de zorgberoepen.
Wat de klinisch
psychologen en de orthopedagogen betreft is er een duidelijke en eenvormige
basisopleiding die ten vrijwillige titel door de beoefenaars wordt
aangevuld met bijkomende specialisatieopleidingen. Bij de klinisch
seksuologen is het opleidingsparcours minder eenvormig. De meeste
respondenten uit onze steekproef behaalden een licentiaatsdiploma in de
seksuologische wetenschappen na een graduaat of een licentie in diverse
basisdisciplines zoals sociaal werk, psychologie, verpleegkunde enz.
Een behoorlijk aantal
cliënten maakt gebruik van de diensten die door klinisch psychologen en
seksuologen worden verstrekt. Beide beroepen zien gemiddeld een 15-tal
cliëntsystemen per week gedurende een periode van gemiddeld 16 weken.
Orthopedagogen werken minder in een consultatiemodel en hun werk bestaat
hoofdzakelijk uit begeleiding.
Overeenkomstig
hun specifieke deskundigheid werken seksuologen voornamelijk met volwassenen,
meestal paren. Orthopedagogen geven aan vooral met kinderen en jongeren te
werken. Klinisch psychologen zien een grotere waaier van leeftijden met het
accent op volwassenen in individuele therapie. Ook wat de behandelde
klachten betreft is er een specificiteit met vooral depressie en angst bij
de klinisch psychologen, seksuele en relationele problemen bij de
seksuologen en opvoedingsproblemen bij de orthopedagogen. Tegelijkertijd
zien we zones van overlap, met name wat depressie en relationele problemen
betreft.
Wat het
conceptueel kader voor de interventies betreft wordt door klinisch psychologen
en orthopedagogen vooral gebruik gemaakt van de systeemtheoretische en
cognitief-gedragstherapeutische modellen. Seksuologen geven aan in
belangrijke mate vanuit een systeemmodel te werken. Ook de andere
oriëntaties met name experiëntiële cliëntgerichte benaderingen en
psycho-analytische modellen worden regelmatig vermeld. Het belang van het
psychoanalytische kader is voor de drie beroepen telkens significant groter
in Franstalig België.
Wat het
respecteren van de regels van de deontologie betreft houdt de meerderheid
van de klinisch psychologen en seksuologen houdt zich aan de regel van de
geïnformeerde toestemming en verwijst door bij gecombineerde rollen.
Inzage in dossiers en expliciet informeren over de mogelijkheden om
klacht in te dienen, gebeurt gevoelig minder. Voor alle drie de beroepsgroepen
geldt dat de regels als niet bindend worden beschouwd en dat de toepassing
ervan afhangt van de motivatie van de betrokkenen. Net zomin als voor de
opleiding, het dragen van de titel, het uitoefenen van het beroep, is er
een reglementering die het respecteren van de regels oplegt en bewaakt.
Alle drie de
beroepsgroepen ervaren veel voldoening in hun werk. De waardering door hulpvragers
en andere hulpverleners wordt duidelijk gevoeld. De drie beroepen voelen
zich echter onvoldoende gewaardeerd door de overheid.
Voortgaande op
de intense opleidingsinspanningen die de beroepsbeoefenaars leveren, het
groot aantal cliënten en problematieken waarmee ze in contact komen en de
inspanning die geleverd wordt om kwalitatief goed en deontologisch
verantwoord te werk te gaan, maken we op dat onze respondenten zeer
gemotiveerd zijn om goed werk te leveren. Het hulpaanbod van elk van hen
blijkt te beantwoorden aan de hulpvragen van een aantal mensen. De hulp die
ze bieden vormt een reële, specifieke en gewaardeerde bijdrage aan het
geheel van gezondheidszorgen in onze maatschappij. Een degelijk statuut is
het enige gepaste antwoord dat de overheid kan geven, zowel om voor de
cliënten de kwaliteit te bewaken als om de beroepsbeoefenaars de erkenning
te geven waar ze recht op hebben.
|