|
De mot zit erin
Liefde kan pijn
doen. Dat zal minister Demotte ervaren nu hij zijn sneuveltekst
betreffende de wettelijke regeling van de geestelijke gezondheidszorg
beroepen verspreid heeft. Traditiegetrouw worden dergelijke teksten niet
gepubliceerd, maar zoals ook een jaar geleden, hebben de Franstaligen de
ontwerptekst openbaar gemaakt. We zijn van mening dat dan ook de
Nederlandstaligen het recht hebben om geïnformeerd te zijn.
In zijn ijver om
komaf te maken met een probleem dat reeds meer dan dertig jaar aansleept,
had de minister een eenvoudiger en succesvoller weg kunnen kiezen. Het wetsontwerp
Aelvoet-Tavernier genoot de steun van heel Vlaanderen en het grootste deel
van Wallonië. Was hij op die kar gesprongen dan was de klus reeds geklaard.
Maar precies leden van zijn partij lieten zich op sleeptouw nemen van een
klein groepje Franstalige psychoanalysten die kost wat kost
psychotherapeuten die geen basisdiploma hebben in de gezondheidszorg willen
erkend krijgen. En loyauteit dwingt. Dus de truc met de zak. Men maakt een
grote zak waarin men het ‘champ psy’ stopt en niemand zal er dan nog op
letten dat daar soms wat tussen zit dat daar niet thuis hoort. Maar het
champ psy bestaat niet. In een wereld waar iedereen overtuigd is van de
intense verstrengeling van het biologische, het psychologische en het
sociale, waar het bio-psycho-sociaal model gepromoot wordt, is er geen
plaats meer voor een cartesiaanse opsplitsing in ziel en lichaam. Dat is een
concept waar de mot in zit. Het champ soma bestaat toch ook niet. Vraag
eens aan een huisarts, die volgens de voorliggende tekst dus tot het
champ soma behoort, aan hoeveel procent van zijn consultaties er psychische
problemen ten grondslag liggen.
Er is nood aan
een wettelijke regeling binnen de gezondheidszorgberoepen voor klinisch psychologen,
klinisch orthopedagogen, klinisch seksuologen, gegradueerden in de psychologie,
gegradueerden in het maatschappelijk werk en eventueel ook voor de beperkte
groep criminologen die in de forensische psychiatrie werken. Los daarvan
moet er ook nog een regeling komen voor de psychotherapie. Er is geen nood
aan een nieuwe overlappende en onnodig complex makende structuur waarin nog
eens opnieuw bepaalde artsen, logopedisten, ergotherapeuten,
psychiatrisch verpleegkundigen, opvoeders opnieuw vermeld worden. Die hebben
reeds een wettelijke regeling.
We zullen even
de ontwerptekst overlopen, eerst betreffende de wettelijke regeling van de
klinische psychologie, vervolgens betreffende de psychotherapie die er ook
in behandeld wordt, hoewel dat niet de vraag is van de klinisch
psychologen.
Betreffende de autonomie van de klinisch
psycholoog kunnen we kort zijn. Hij wordt psychiatersknechtje. Zoals we
in een vorig nummer van De
Maere hebben uiteengezet staat in artikel 2 §1 van KB78 dat al wie
geen geneesheer is en opsporing, diagnostiek, indicatiestelling of
uitvoering van behandeling doet, onwettige uitoefening van geneeskunde
doet. Wanneer men bepaalde beroepen wel competenties wil geven op een van
die gebieden moet er een uitzonderingsformule in voor komen. Die staat
nergens in dit ontwerp. Men verstaat onder de uitoefening van een
geestelijk gezondheidsberoep het gewoonlijk verrichten van handelingen die
een of meerdere van de volgende domeinen tot doel hebben: de preventie, het
onderzoeken, het opsporen, het stellen van een diagnose van psychisch of
psychosomatisch lijden bij mensen, en hun behandeling of begeleiding.
Dergelijke formulering is nodig om de handelingen wettelijk te maken op
paramedisch niveau. Een verpleegkundige die bloed trekt stelt ook handelingen
op het domein van de diagnostiek, maar doet geen diagnostiek. Nergens in
dit ontwerp staat dat de geestelijke gezondheidszorgberoepen opsporing, diagnostiek,
indicatiestelling en behandeling mogen doen. In afdeling 3 staat wel dat
psychiaters, psychologen, seksuologen, orhopedagogen en psychotherapeuten
autonoom in de geestelijke gezondheidszorg mogen werken, maar ook daar
wordt de definitie niet herzien noch per subgroep herschreven. Als men
terugdeinst om alle beroepen die werkzaam zijn in de geestelijke gezondheidszorg
autonomie te geven, waar begrip kan voor zijn wanneer men ziet hoe breed
men wenst te gaan, dan zou er wat ons betreft, op zijn minst een heromschrijving
van de bevoegdheden van de klinisch psycholoog moeten komen in afdeling 3
in de zin zoals die voorkomt in het wetsvoorstel Vandenberghe.
Laat ons derhalve hopen dat het hier nog gaat om een juridische
onhandigheid die kan bijgestuurd worden. Als het de bedoeling is om de
psycholoog meer rechtszekerheid te geven dan is men met deze tekst toch
schitterend gezakt. Zoals de tekst nu voorligt kan iedereen wel vrij zijn
hulpverlener kiezen, maar moet de klinisch psycholoog omdat hij geen
diagnostische en behandelingscompetenties heeft, beroep doen op iemand
uit dit besluit die wel die competenties heeft, dus de psychiater.
In de definitie van wat klinische
psychologie is, werd de diagnostiek en de behandeling weggelaten. Dit
betekent dat de klinisch psycholoog die vijf jaar academische studies deed
herleid wordt tot iemand die mag onthaal en opvang doen. Een huisarts die
tijdens zijn opleiding slechts een paar cursussen psychologie volgde mag
wel diagnostiek en behandeling doen en is op vlak van psychopathologie
blijkbaar competenter dan de klinisch psycholoog. De klinisch psycholoog
heeft ook minder competenties dan een bachelor in de psychiatrische
verpleegkunde want die mag alles doen wat de psycholoog mag en daarnaast
ook nog somatische zorgen toedienen. De psychologen die ondertussen een therapieopleiding
volgden mogen zich niet laten in slaap sussen dat ze die ontbrekende
competenties dan wel krijgen als psychotherapeut. In de tekst is niet
voorzien dat de psychotherapeut opsporings-, diagnostische of therapie-indicerende
bevoegdheid heeft.
De erkenningscriteria voor klinisch
psycholoog lijken acceptabel.
Maar minder goed is het gesteld met de
controle die de psychologen houden op de verdere uitbouw van hun beroep. Ze
worden ondergedompeld in een Hoge Raad waarin ze nog slechts 4 van de 21 zitjes
hebben. Men kan zich afvragen waarom artsen tweemaal moeten
vertegenwoordigd zijn in KB78, eenmaal als medische discipline en dan nog
eens als college binnen de Hoge Raad voor de geestelijke gezondheid. Daar
bekleden ze dan evenveel zitjes als de duizenden psychologen,
orthopedagogen en seksuologen samen. Het is belangrijk hierbij te
bedenken dat de Hoger Raad niet alleen bevoegdheden krijgt op vlak van de
geestelijke gezondheidszorgberoepen, maar ook op vlak van de geestelijke
gezondheidszorg. We hoeven maar te bedenken dat er binnenkort keuzes
dienen gemaakt te worden inzake de positie van de klinische psychologie in
de algemene ziekenhuizen, als ziekenhuisfunctie of als paramedisch
assistent binnen de liaisonpsychiatrie.
Als we dan kijken naar de regeling van de
psychotherapie, dan zien we dat de macht toegeschoven wordt naar de
beroepsverenigingen. De beroepsverenigingen kunnen het programma van de
opleiding opstellen en zijn achteraf ook de instantie die oordeelt over de
geschiktheid van een psychotherapeut, ook over deze die een universitaire
opleiding kregen. Om als beroepsvereniging erkend te worden moet men een
vzw hebben, een deontologie, een paar bekende mensen en internationale
contacten. Wie heeft dat niet ? We kunnen alleen hopen dat de medici het
nodige zelfrespect zullen hebben om zich niet in dergelijk monsterverbond
te laten duwen waarin enerzijds kwakzalvers kunnen erkend worden als psychotherapeut
en anderzijds iedereen, ook de klinisch psychologen, geparamedicaliseerd worden.
Het achterpoortje waarvoor heel deze constructie is opgesteld kan men
duidelijk lezen in Art Quinquiesdecies 5 onder punt c. bij de
vooropleidingen om een therapieopleiding te starten. Een universitaire
opleiding, ook al is dat wiskundige, volstaat, naast de bacheloropleidingen.
Wat moet er
gebeuren? Wel dat is heel eenvoudig. Het betreft hier een sneuveltekst. Die
moet gewoonweg sneuvelen. Als dat niet gebeurt dan zal de minister zien dat
die duizenden geduldige en stille Vlamingen, maar ook duizenden
Franstaligen zich zullen laten horen. Wat nu voor ligt KAN NIET. Demotte
zit erin en hij zal er moeten uit raken. En dat is mogelijk. Er is recent
een studie
verschenen van de Hoge Gezondheidsraad waarin duidelijk gesteld wordt dat
psychotherapie een gespecialiseerde opleiding is van een gezondheidswerker
met een basisdiploma op masterniveau. De conclusie is dus duidelijk. We
moeten eerst de gezondheidszorgberoepen wettelijk regelen en dan op basis
van het rapport van de Hoge Gezondheidsraad nadenken hoe we de
psychotherapie wettelijk zullen regelen. Laat ons beginnen met het wetsvoorstel
Vandenberghe
onverwijld goed te keuren.
|
Psychologen en BTW
De BTW-plichtigheid van psychologen is een
problematiek die reeds jaren aansleept. Er zijn een paar nieuwe (of toch
tot hiertoe minder gekende) elementen in het dossier. Zo was er een arrest
van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en is er ook een
nieuwe Europese Richtlijn in de maak die gevolgen kan hebben voor de vrijstellingen
voor diensten. Het zal belangrijk zijn dat de psychologen die twee componenten
opvolgen. KlinPsy heeft er een dossier over
gemaakt.

Nieuwe site Volksgezondheid
De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en
Leefmilieu heeft een vernieuwde website.

Vlaamse Vereniging voor Gedragstherapie
De Vlaamse
Vereniging voor Gedragstherapie heeft haar website
vernieuwd.

Trouble des conduites
Het Franse
Institut National de la Santé et de la Recherche Medicale (INSERM) publiceerde
op 23.09.2005 een studie Trouble
des conduites chez l’enfant et l’adolescent. Er was ook een persmap.
|
Europese Richtlijn 2005/36/EC over
beroepskwalificaties
Op 30.09.2005 is
de nieuwe Europese Richtlijn betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties
gepubliceerd, voorlopig slechts in het engels. De tekst die lang de codes
Com 2002/119 en COD 2002/0061 droeg is uiteindelijk 2005/36/EC
geworden en onder die naam zullen we die nog jaren ontmoeten. België zal
de wetgeving op de bescherming van de titel van de psycholoog moeten
aanpassen. Sedert de programmawet van 09.07. 2004 kan dat nu via een
KB. Het zal belangrijk zijn dat België
het nodige doet om in overeenstemming met Artikel 14 compenserende
maatregelen te eisen. Dit ligt in het verlengde van wat nu bestaat, maar
het wordt een aanpassingsstage en niet meer een dubbel aantal jaar bewezen
beroepservaring. Het zal ook belangrijk zijn dat het nodige gedaan wordt
om te maken dat België een aanpassingsstage kan opleggen aan betrokkenen
die geen stage volgden of werkervaring hebben en dat de betrokkenen in die
gevallen niet kunnen kiezen voor een proeve van bekwaamheid.

Update
wetsvoorstellen en wetsontwerpen
- meer
|