|
Eenvoud siert
De problemen bij het reglementeren van nieuwe
gezondheidszorgberoepen hebben steeds opnieuw te maken met de negatieve
definitie in Art 2 §1 van KB78 van wat geneeskunde is. Toen in 1967 het
volmachtbesluit betreffende de uitoefening van de geneeskunst werd uitgevaardigd
beoogde men wellicht zowel de maatschappij te beveiligen tegen onbevoegden
als de beroepsuitoefening van de artsen te regelen. Er kwamen steeds meer
gezondheidszorgberoepen bij en in Art 27 van de wet
van 10-08.2001 werd dan ook de titel van KB78
gewijzigd in “Koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de
gezondheidszorgberoepen.” Men heeft toen de titel veranderd, maar niet
de structuur van het KB.
In plaats van nu allerlei ingewikkelde
constructies te maken voortbouwend op Art2§1 van KB78, zou men beter iets
aan veranderen aan die negatieve definitie.
1. De beveiliging van de maatschappij tegen
onbevoegden zou kunnen bereikt worden via een bepaling dat het gewoonlijk
verrichten van handelingen die tot doel hebben of worden voorgesteld als
handelingen die tot doel hebben gezondheidszorgen toe te dienen verboden
is aan personen wiens beroep niet geregeld is in het koninklijk besluit
betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen of in de wet op
de niet-conventionele praktijken. Men zou er kunnen aan toevoegen dat elke
beoefenaar van een gezondheidszorgberoep de plicht heeft de patiënt te
adviseren een andere terzake competente gezondheidszorger te raadplegen
wanneer de gezondheidsproblematiek waarvoor de tussenkomst wordt gevraagd
de grenzen van het eigen competentiegebied overschrijdt. De hoge gezondheidsraad
zou een adviesbevoegdheid kunnen krijgen bij de erkenning van nieuwe beroepen.
2. De definitie van geneeskunde zou positief
kunnen gesteld worden: “Onder de uitoefening van de geneeskunde wordt
verstaan het gewoonlijk verrichten van handelingen die tot doel hebben, of
voorgesteld worden tot doel te hebben, bij een menselijk wezen, hetzij het
onderzoeken van de gezondheidstoestand, hetzij het opsporen van ziekten
en gebrekkigheden, hetzij het stellen van de diagnose, het instellen of
uitvoeren van een behandeling van een fysische of psychische, werkelijke of
vermeende pathologische toestand, hetzij de inenting.” Verder zou bepaald
worden aan welke kwalificaties men moet voldoen om de geneeskunde te
beoefenen.
Voor de andere beroepen zou dan eveneens
kunnen gedefinieerd worden wat de erkenningsvoorwaarden zijn en wat ze
inhouden. Bepaalde handelingen kunnen dezelfde zijn als bij de geneeskunde,
andere verschillend of beperkt.
Zo zou er kunnen staan: “onder uitoefening van de
klinische psychologie wordt verstaan het gewoonlijk verrichten van autonome
handelingen die tot doel hebben de preventie, het onderzoeken, het
opsporen, het stellen van een diagnose van psychisch of psychosomatisch
lijden bij mensen, en hun behandeling of begeleiding” Ook de definitie van
de vroedvrouwen, de tandartsen en de kinesitherapeuten zou lichtjes dienen
aangepast te worden.
Geen enkel beroep
zou in een kunstmatig schuifje van ‘lichamelijk’ of ‘geestelijk’ gezondheidszorgberoep
moeten ingedeeld worden. Men zou naarmate er consensus over bestaat nieuwe
beroepen kunnen toevoegen zonder dat meteen consensus is over alle nieuw
toe te voegen beroepen. Men zou kunnen beslissen of een beroep toegevoegd
wordt aan KB78 of aan de wet van de niet conventionele praktijken.
|