|
Hoe moet dat nu
met de deontologie ?
In het eerste
voorontwerp (02.10.2000) van het wetsontwerp Aelvoet betreffende de uitoefening
van de klinische psychologie werd voorzien in een Nationale Raad, in een
Erkenningscommissie en in een Deontologische Commissie. In de latere versies
bleef alleen de Nationale Raad over. Betreffende de redenen hiervoor hebben
we geen geschreven bronnen. We denken dat toen reeds ideeën betreffende de
uitbouw van een
federale databank voor gezondheidszorgberoepen in een embryonaal
stadium aanwezig waren met implicaties voor de erkenningcommissie. Het
weglaten van de deontologische commissie had hoogstwaarschijnlijk te
maken met plannen van het toenmalig kabinet inzake de uitbouw van een Hoge
Raad voor de Ethiek en Deontologie van de Gezondheid. Het gerucht loopt dat
er ook bij artsen de bezorgdheid was voor mogelijke tegenstellingen in de
deontologische regelgeving van verschillende gezondheidszorgberoepen die
samen werken.
Op 26.06.2002
hebben de Belgische klinisch psychologen hun consensustekst
afgewerkt. Daarin lezen we dat de klinisch psychologen steeds veel belang
hebben gehecht aan een specifieke deontologie. Een viertal belangrijke
dimensies werden erin toegelicht.
In het wetsvoorstel
Vandenberghe e.a. dat een herneming is van het wetsontwerp Aelvoet/Tavernier
is er geen deontologisch luik aanwezig.
In het wetsvoorstel
Mayeur e.a. lezen we het zinnetje “Voor elk van die beroepen gelden de
al dan niet op schrift gestelde gedrags- en beroepsregels die door de
vertegenwoordigers ervan zijn opgesteld.”
In de loop van
2004 publiceerde minister Demotte dan twee versies van een tekst betreffende
de Oprichting van een Hoge Raad voor de Deontologie van de Gezondheidszorgberoepen
en de vaststelling van de basisregelen voor de oprichting en de werking van
Orden van de gezondheidszorgberoepen. Lees hierover De
Maere van 14.02.2005. Verder denkend in de lijn van dit wetsontwerp zou
het dan desgevallend gaan om een Orde van Klinisch Psychologen. Via deze
denkpiste zou het probleem van mogelijke tegenstelling van deontologische
regels tussen samenwerkende beroepen in grote mate opgelost zijn.
Eigenlijk wel opvallend is dan weer dat
in het wetsontwerp
van minister Demotte over de uitoefening van de geestelijke
gezondheidszorgberoepen de voorstellen niet afgestemd zijn op vorig
ontwerp. De eerste aanleg zou voor de beroepen die geen orde hebben liggen
bij de colleges en niet meer bij de Raad van eerste aanleg uit het ontwerp
besproken in vorige alinea. Over een tweede aanleg wordt zelfs niet meer
gesproken.
En ondertussen
is er niets of niet veel.
De Belgische Federatie van
Psychologen (BFP) heeft een deontologische
code die betrekking heeft op heel de beroepsgroep en die inzake
dossierbeheer de privacy van de niet-medische dossiers als wettelijke basis
heeft. In die zin zijn er een aantal bepalingen niet passend voor
psychologen die in ziekenhuizen werken waar door de dossierorganisatie de
psychologische dossiers meestal medische dossiers zijn. Daarenboven is niet
iedere psycholoog lid van de BFP. Het gezag van de deontologische
commissie van de BFP is vooral een moreel gezag. Sanctioneren kunnen ze
eigenlijk niet.
Er is de wet
op de patiëntenrechten, maar eigenlijk is ook die niet toepasselijk op
klinisch psychologen omdat ze niet in KB78 staan. Ook hier gaat het eerder
om een moreel gezag.
De psychologencommissie
waarbij elke psycholoog wel moet geregistreerd worden heeft geen
deontologische bevoegdheden en slaagt er nog niet eens in om het paar
bevoegdheden die ze wel hebben op een correcte wijze uit te voeren. Zowel op
vlak van erkenning als op vlak van bijhouden van de psychologenlijst falen
ze. Zie onze artikels in de Maere van 16.05.2005
en 30.05.2005.
Daarenboven is het zo dat de Psychologencommissie betrekking heeft op alle
psychologen terwijl de wetgeving zowel inzake privacy als inzake gezondheidszorg
verschillend is voor ziekenhuispsychologen en voor andere psychologen.
En als er
ondertussen klachten zijn over handelswijzen van psychologen, waar moet men
naartoe ?
-
Uiteraard als er strafrechtelijke overtredingen zijn kan men voort.
- Als
het meer deontologisch dan zuiver strafrechtelijk is kan men het probleem
voorleggen aan de deontologische commissie van de BFP. Die doen een
uitspraak en dat heeft een moreel gezag. Als een provinciale geneeskundige
commissie of een rechtbank daarover kan beschikken dan weten ze toch hoe de
sector en de beroepsgenoten er zelf over denken.
- Probleem is evenwel als men klacht
indient tegen een psycholoog die recht in zijn schoenen staat maar waar
bepaalde partijen het juridisch vacuüm waarin de psycholoog zit willen
misbruiken om gelijk te krijgen of financiële voordelen te bereiken. Het
gevaar is niet denkbeeldig dat de “onwettige uitoefening van de
geneeskunde” uitgespeeld wordt. Dat is dan niet alleen erg voor de
betrokken psycholoog, maar het kan een precedent worden voor de hele
beroepsgroep.
Hoe kunnen we daar als beroepsgroep aan
verhelpen zolang er geen wettelijke regeling is van ons beroep? Is het een oplossing dat we
vooruitlopend op het wetsvoorstel Vandenberghe e.a. per provincie twee
klinisch psychologen als waarnemer aanbevelen bij de provinciale
geneeskundige commissie ? Is het een oplossing dat we voorstellen dat minstens
de zelfstandig werkende psychologen een soort vrijwillige aanmelding doen
bij de provinciale geneeskundige commissie ? Het is belangrijk dat we als beroepsgroep beseffen dat die
artsen van de provinciale geneeskundige commissies soms klachten krijgen
over onze beroepsgroep en dat die mensen verplicht zijn hun
verantwoordelijkheid te nemen. Er is niemand mee gediend als de klinisch
psychologen op dat ogenblik hun kop in het zand steken.
Zowel het wetsontwerp betreffende de
Oprichting van een Hoge Raad voor de Deontologie van de Gezondheidszorgberoepen
en de vaststelling van de basisregelen voor de oprichting en de werking
van Orden van de gezondheidszorgberoepen, als het wetsontwerp betreffende
de geestelijke gezondheidszorgberoepen, als het wetsvoorstel Vandenberghe
e.a., als het wetsvoorstel Mayeur e.a. is compatibel met het bestaan van
een Orde van klinisch psychologen. Zouden de (klinisch) psychologen niet
best eens overwegen om een orde op te richten of moet gedacht worden aan
een Beroepsinstituut
?
|