|
De derde weg
Een nieuw compromis-voorstel voor de wettelijke regeling van
de
klinische psychologie en de psychotherapie
In België worden de gezondheidszorgberoepen
geregeld via KB78. Kort samengevat is de basisstructuur dat alle
gezondheidszorgen bij de mens het terrein zijn van de artsen en dat er dan
voor de andere gezondheidszorgberoepen uitzonderingen worden gemaakt zodat
ook zij op delen van het terrein kunnen actief zijn, hetzij autonoom,
hetzij onder gezag en toezicht.
De eerste weg
om nieuwe beroepen te regelen is deze die gevolgd werd door het wetsontwerp
Aelvoet/Tavernier, later overgenomen in het wetsvoorstel Vandenberghe
e.a., ingediend in de Senaat. Voor de
nieuwe beroepen wordt de ‘uitzonderingsformule’ gebruikt. Het is langs die
weg mogelijk om autonome beroepsbeoefening aan de klinisch psychologen e.a.
te garanderen (met implicatie van aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid
tot verwijzing). Het is niet nodig om te sleutelen aan de wetgeving
betreffende de geneeskunde. De psychologen e.a. staan vooraan in KB78 bij
de autonome beroepen. Ze hebben eigen erkenningscriteria en eigen
Organen. Wel is het zo dat via de ‘uitzonderingsformule’ er in de wetgeving
een zekere symboliek blijft steken dat de klinisch psychologen geduld
worden op terrein van de arts en dat er wordt gesuggereerd dat de arts alle
competenties heeft van de psycholoog (maar die had die al sedert 1967 !).
Voor sommigen was dit voldoende om in 2003 de voorliggende wetsontwerpen te
kelderen.
Onder invloed van Franstalige
therapieverenigingen, gesteund door de PS, heeft minister Demotte
dan de tweede weg bewandeld, die was voorgesteld in het wetsvoorstel
Mayeur e.a. in de Kamer, later overgenomen door Cornil
en Vienne in de Senaat. In analogie met wat gebeurde in verband met de
niet-conventionele praktijken, wordt volgens deze denkpiste een nieuw soort
praktijk gedefinieerd naast de geneeskunst, namelijk de ‘geestelijke gezondheidszorg’.
Deze denkpiste is niet haalbaar om verschillende redenen waarvan we er
hier enkele aanhalen. Vooreerst is dergelijke cartesiaanse opsplitsing van
ziel en lichaam een wetenschappelijk achterhaald concept. Verder leidt het
tot enorme overlappingen in de wetgeving omdat beroepen die reeds wettelijk
geregeld zijn, opnieuw wettelijk geregeld worden binnen een andere soort
praktijk. Verder worden er nieuwe kunstmatige en onwerkbare scheidingslijnen
gecreëerd, die de kwaliteit van de zorgverlening niet bevorderen. Tenslotte
is het ook vanuit puur wetgevingsstandpunt een denkpiste die leidt tot
interne inconsistenties in KB78 zelf. Naast het feit dat de denkpiste van
een afzonderlijke praktijk niet werkbaar is, was het wetsontwerp
onaanvaardbaar omwille van de bepalingen die erin voorkwamen inzake definitie,
autonomie en beroepsorganisatie van de klinische psychologie zelf. In
tegenstelling met wat men van een socialistische partij zou mogen
verwachten biedt het ontwerp geen garanties naar betaalbare kwaliteitszorg
voor alle lagen van de bevolking, maar speelt het voluit de kaart van
private therapieverenigingen en opleidingsinstanties, zonder afdoende
kwaliteitsgarantie.
Omdat de eerste weg onaanvaardbaar was voor de
Parti Socialiste en omdat de tweede weg niet werkbaar was en ook niet
nastrevenswaardig, niet in het minst omwille van het voorbijgestreefd
wetenschappelijk concept en zwakke kwaliteitsgarantie, werd door een groep
deskundigen van beroepsmensen en academici van beide taalgroepen een compromisvoorstel
uitgewerkt: de derde weg. De sterke punten uit de eerste en de
tweede weg werden op een werkbare wijze gebundeld.
Via een voorstel
tot amendement op het wetsvoorstel Vandenberghe e.a. wordt gemaakt dat
de uitoefening van de klinische psychologie, de klinische seksuologie en de
klinische orthopedagogiek kan ingeschreven worden in KB78, zonder dat daar
inconsistenties ontstaan, zonder verwijzing naar de gebiedsomschrijving
van de geneeskunde en zonder dat er een nieuw soort praktijk van de
geestelijke gezondheidszorg dient gedefinieerd te worden. Dit kan via de
positieve definitie van wat geneeskunde is.
Een beetje vereenvoudigd kan men het zo begrijpen:
- In 1967 wilde
men de maatschappij beschermen tegen gezondheidszorgen door onbevoegden en
ook de uitoefening van de geneeskunde regelen. Men heeft dat gedaan door te
zeggen dat wie diagnostiek en behandeling doet van een mens en geen arts is
onwettige uitoefening van de geneeskunde doet.
- Volgens de
derde weg zegt men dat niemand gezondheidszorgen mag toedienen aan een mens
als hij niet in KB78 staat of in de wet op de niet-conventionele
praktijken. In het kader van het bevorderen van de multidisciplinariteit en
als beveiliging tegen onbevoegdheid van gezondheidszorgers zelf wordt eraan
toegevoegd dat men de patiënt moet adviseren een terzake competente
gezondheidszorger te raadplegen telkens wanneer de hulpvraag waarvoor de
tussenkomst wordt gevraagd de eigen competentie overschrijdt. En dan worden
de gezondheidszorgberoepen naast elkaar opgesomd met telkens de vermelding
van de erkenningscriteria en de bevoegdheden.
Op die wijze
worden de goede elementen van het voorstel Vandenberghe bewaard, worden de
nieuwe beroepen op een parallelle wijze toegevoegd zoals bij het ontwerp
Demotte en het voorstel Mayeur en wordt er niets veranderd aan de
bevoegdheden van de artsen.
Wat dan de
regeling van de uitoefening van de psychotherapie betreft, wordt duidelijk
geopteerd voor de uitvoering van het advies
nr 7855 van 13/07/2005 van de Hoge gezondheidsraad die
de uitoefening van de psychotherapie wil geregeld zien via bijzondere beroepstitels
van gezondheidszorgberoepen op master niveau. Dat is ook de visie van de
European Federation of Psychologists’
Associations die 200000 leden
vertegenwoordigt (in mei 2005 waren er in Europa 293000 psychologen).
Psychotherapie
is één van de mogelijke taken van een gezondheidszorger. Psychotherapie
vereist verdere bekwaamheden. Naast psychotherapie zijn er nog andere
speciale bekwaamheden, zoals gespecialiseerde diagnostiek, gespecialiseerd
advies, neuropsychologie, psychofysiologie, deskundigenonderzoek,
ergologie…..
Specialisatie
inzake psychotherapie wijzigt de diagnostische competentie niet. De beoefenaar
behoudt de diagnostische bevoegdheid van het basisberoep, maar verkrijgt
autonome psychotherapeutische bevoegdheid. Er wordt afstand gedaan van een
uniform beroepsprofiel van ‘de psychotherapeut’.
Een tekst met uitvoeriger uitleg over de derde
weg, samen met het voorstel voor amendement en een voorstel voor regeling
van de psychotherapie via speciale beroepstitels, kan men hier
lezen. Wie de hele geschiedenis van het wetgevend werk inzake de reglementering
van de klinische psychologie en de psychotherapie wil doornemen kan terecht
in ons KlinPsy-dossier over het statuut.
|