|
Collega psycholoog-psychoanalyst,
we begrijpen het niet meer,
leg het eens uit
Niet alleen de maatschappij heeft er
moeite mee. Ook de meeste psychologen begrijpen het niet meer. Het wekt verwondering
hoe bepaalde psychoanalytische verenigingen zich onderling hebben
verbonden in een Federatie, hoewel toch kan verondersteld worden dat die
bestuursleden oud en wijs genoeg zijn om te weten met wie ze zich
associëren. De laatste weken hebben ze veel websites gevuld, publicaties
verspreid en radio-interviews verzorgd rond een petitie en een open
brief aan de minister. Ze betreuren nauwelijks in het voorbereidend
overleg betreffende het wetsontwerp over de psychotherapie betrokken te
zijn. Ze zijn kennelijk van mening dat ze tot een andere discipline behoren
dan de psychologen. Ze zijn van mening dat hun opleiding slechts door
verenigingen kan verzorgd worden en niet door de universiteiten. Ze spreken
in naam van “L’ensemble des associations belges de psychanalyse”.
De grote groep
psychologen zou toch wel eens uitleg willen over een paar zaken. In april
2002 waren de psychologen getuige van een triestig schouwspel op de
algemene vergadering van de Belgische Federatie van Psychologen. Een groep
Franstalige psychoanalysten maakte misbruik van een ongelukkige wijziging
in het reglement van inwendige orde waardoor men zich kon aanmelden als
stemgerechtigd lid. Kort voor de algemene vergadering heeft een grote groep
van de APPPsy dit gedaan. Het scheelde slechts een paar stemmen of het was
hen gelukt om heel de Federatie te overheersen. Terwijl ze met hun putsch
bezig waren verweten ze de voorzitster gebrek aan democratie. Ze verweten
de BFP dat ze te weinig de belangen van de psychologen verdedigden. Een
tijd later was te lezen hoe ze Mayeur ophemelden omdat hij de enige was die
tegen de psychologen en de artsen durfde ingaan.
De grote groep
psychologen begrijpen niet waarom de psychoanalysten van die nieuwe Federatie
tot op heden blijven beweren dat het wetsontwerp Aelvoet, momenteel overgenomen
als wetsvoorstel Vandenberghe, paramedicaliserend is. Ze weten nochtans dat
dit een grove leugen is. Na een paar voorontwerpen die niet zo gelukkig waren
en die bijgestuurd werden, werd op 13.01.2003 in de Kamer het beste
wetsontwerp inzake regeling van de klinische psychologie ingediend dat er
in dit land ooit geschreven werd. Waarom blijven de psychoanalysten
desinformeren?
Die groep (Franstalige) psychoanalysten is erin geslaagd om
te maken dat de klinisch psychologen een historische kans misten om een
goede wettelijke regeling te bekomen van hun beroep. Maar in al de
interviews die ze weggeven is het net alsof ze de redders van het vaderland
zijn. Dan hebben ze met Mayeur een nieuw wetsvoorstel opgesteld en Demotte
kon uit loyaliteit met zijn partijgenoot moeilijk anders dan de grote
lijnen overnemen. Ze waren vertegenwoordigd op de overlegvergaderingen en
ze maakten er geen geheim van dat ze contactpersonen hadden op het kabinet.
De ontwerpteksten die aldus ontstaan zijn voorzagen voor de klinisch
psychologen bevoegdheden die beperkter waren dan die van een psychiatrisch
verpleegkundige terwijl voor de psychoanalyst alle diagnostische en therapeutische
bevoegdheden opengesteld werden. Opleiding door verenigingen werd mogelijk
gemaakt en de therapie-erkenning gebeurde door de verenigingen. Uit hun
open brief moeten we afleiden dat ook dit voor hen nog niet genoeg is. Ze
staan weer aan de klaagmuur, verklaren niet gehoord te zijn. Moeten de
mensen dat altijd maar blijven geloven?
Vorig jaar nog hebben de psychoanalysten in de Hoge Gezondheidsraad samen
met de andere therapierichtingen een gezamenlijk advies geschreven waarin
de psychotherapieopleiding gezien werd als een speciale beroepstitel van
een gezondheidszorgberoep op master-niveau. Enkele maanden later
distantiëren ze zich kennelijk van dat standpunt. Eveneens vorig jaar
hebben ze de voortrekkersrol opgenomen voor een gemeenschappelijk platform
met therapiegroepen van allerlei horizonten tegen de ’Vlamingen, de artsen,
de gedragstherapeuten en de universiteiten’ en nu distantiëren ze zich
kennelijk ook van hen. Het komt over alsof ze op elk ogenblik doen en
zeggen wat hen best uitkomt.
Er zijn twee bronnen van troost aan de kwestie. Het
wetsontwerp Demotte werd reeds door 95 % van de Belgische psychologen
verworpen en alleen gesteund door een groep psychoanalysten. Nu hebben ook
deze kritiek op het ontwerp. Een tweede bron van troost is dat steeds meer
mensen de houding van de psychoanalysten beginnen te doorzien.
En er is nog zoveel
meer waar de mensen vragen over hebben. Op sommige momenten spannen de
psychoanalysten zich in om te beweren dat psychoanalyse een wetenschap is,
sommigen van hun voorgangers sleurden er zelfs de topologie en de
wiskundige logica bij, maar als het te heet wordt hebben ze wel weer
voorgangers die met evenveel lef vertellen dat psychoanalyse nooit beweerd
heeft een wetenschap te zijn. Op sommige momenten wordt psychoanalyse
psychotherapie genoemd, zelfs de moeder van alle psychotherapieën, en als
er studies verschijnen over de effectiviteit dan is het plots geen psychotherapie
meer. Als er dan terugbetaling is, zoals in Nederland, dan is het plots wel
weer psychotherapie (met meer terugbetalingen dan de andere richtingen). Ze
schrijven dat de psychoanalyse een andere discipline is dan de psychologie.
Mogen we dan verwachten dat ze het innemen van jobs die bedoeld zijn voor
psychologen als een spijtige vergissing zullen interpreteren en ontslag
zullen nemen zodat die jobs voor psychologen vrijkomen ? Ze zeggen in
verschillende teksten dat ze niet de bedoeling hebben mensen te genezen,
maar om de mensen te begeleiden in hun lijden. Waarom moeien ze zich dan met
de wetgeving op de gezondheidszorgberoepen ? Waarom plaatsen ze zich dan
niet naast de aalmoezeniers en de moreel en filosofisch consulenten ? Dan
is hun probleem van reglementering opgelost en dat van de andere
psychologen ook. Waarom moeien ze zich met alles als ze zich telkens weer
van alles willen distantiëren ? Het is opvallend dat ze dezelfde weg
bewandelen als in Frankrijk, met wat vertraging uiteraard. Daar hebben ze
eerst het land op zijn kop gezet om een afzonderlijke vermelding te krijgen
in de wetgeving op de psychotherapie. Nu de uitvoeringsbesluiten komen en
er ook daar een minimum-niveau van master gevraagd wordt, starten de
petities tegen elke vorm van reglementering. Als de Belgische
psychoanalysten ook zoiets van plan zijn, zouden ze het best meteen
beslissen, dan verliest iedereen minder tijd.
De laatste maanden was er zoveel discussie over de
psychoanalyse. Waarom antwoorden psychoanalysten nooit op de inhoudelijke
kritiek die ze krijgen ? Waarom beperkten ze zich steeds tot beschouwingen
over de motieven van de personen die kritiek hebben op de psychoanalyse en
tot aanvallen op andere richtingen ?
De lezer zal wellicht met groeiende verbazing opmerken
dat hierboven een aantal pijnlijke vragen en opmerkingen geformuleerd zijn.
Een reeks psychoanalysten, zeker aan Vlaamse kant zullen zich daar niet in
herkennen en niet door aangesproken voelen. Er zijn in Vlaanderen professoren
die zich al jaren lang inspannen om aan de universiteiten met beperkte
middelen een driejarige opleiding in de psychoanalytische therapie uit de
grond te stampen en de psychoanalytische denkrichting gewoon zien als een
richting naast de andere. En er zijn Vlaamse psychoanalytische Verenigingen
die niet toegetreden zijn tot die Federatie. Maar men kan er toch niet
naast kijken dat het nu al vijf jaar telkens opnieuw bepaalde groepen
psychoanalysten zijn die het voor heel de psychologengroep verknoeien. De
open brief en de petitie is afkomstig van een Federatie die zegt te spreken
in naam van alle Belgische Psychoanalytische Verenigingen. Als de
psychoanalysten die niet akkoord gaan blijven zwijgen, hullen ze zich in dubbelzinnigheid.
Men kan zwijgen uit loyaliteit. Maar op de duur moet men toch eens
duidelijk maken: Loyaliteit met wie ?
|