|
Fantasie zonder grenzen. Na Abou
Graib, nu de discriminatie van homofielen…
De
DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is ontstaan in
1952 en omvatte een zestigtal stoornissen. In 1968 (jawel in dàt jaar)
volgde de DSM II. De twee eerste versies waren sterk beïnvloed door de
psychodynamische benadering. Men kan er de klassieke indelingen van
psychosen en neurosen in terugvinden. Er was ook een hoofdstukje over de
parafilieën waarin ook de homoseksualiteit was opgenomen. Na drie jaar van hevig protest vanuit
de homo-beweging heeft de American Psychiatric Association, de uitgever
van de DSM, op 15.12.1973 eenparig besloten om de homoseksualiteit te
schrappen uit de lijst van psychiatrische stoornissen. In de DSM III van
1980 werd de psychodynamische visie verlaten en vervangen door een
biomedisch model. Deze benadering werd verder gezet tot op heden. De
recentste versie is de DSM IV TR van 2000 en de DSM V wordt gepland voor
2011.
Waar de
psychoanalytici aanvankelijk de meerderheid hadden in de APA, zijn ze die
nu duidelijk kwijt. De verschuivingen in de DSM zijn daar een aanwijzing
voor. Wellicht heeft dit verlies aan invloed meerdere oorzaken, maar de
discussie over de homoseksualiteit heeft er zeker toe bijgedragen. Wie meer
wil lezen over de positionering van de psychoanalytici in de USA inzake
homoseksualiteit kan eens een artikel lezen dat in 1998 verschenen is
in het Journal of the American Medical Association ter gelegenheid van de
25 jarige schrapping van de homoseksualiteit als stoornis.
Op 17 mei 2006
was er op La Première in het
programma Par Ouï-dire van Pascale Tison een programma "La
psychothérapie et l'avant-projet de loi Demotte." (eerste deel). Aan het woord
waren onder meer Lebrun en Depelsenaire. De uitzending is in MP3 formaat te beluisteren
op de site van de Association des Forums du Champ Lacanien de Wallonie. In
dit interview vertelt Depelsenaire, voorzitter van de Association
Psychanalytique de la Cause Freudienne (minuut 6 tot minuut 8) dat bij de
Franstalige volksvertegenwoordigers de spreekwoordelijke frank viel toen
ze op de hoorzitting in de Kamercommissie betreffende het wetsontwerp Aelvoet
zagen welke plaats de voorstanders van het ontwerp gaven aan de klinische
nomenclatuur waarin de parafilie, meer bepaald de homoseksualiteit beschouwd
werd als een afwijking, als een perversie. Wie nog eens wil nalezen wat de
"reglementaristische inwoners van het Noorden van het land"
vertelden, kan dat. De teksten van de hoorzittingen van 19.03.2003 zijn
beschikbaar: De
Meulemeester, Mampuys,
Van
Broeck, Corveleyn,
Missiaen.
Van op deze site hebben
we de discussies toen zeer goed opgevolgd. Volgens onze herinnering was de
enige die in die periode de discussie over de DSM aangesneden heeft, meer
bepaald de psychoanalyticus Francis
Maertens, collega van
Depelsenaire.
De Franstalige
homofiele politici mogen op hun twee oren slapen. De klinisch psychologen
staan niet te trappelen om hun 'perverse homofilie' te behandelen, ook niet
als het wetsontwerp Aelvoet, nu
wetsvoorstel
Vandenberghe, ongewijzigd
zou goedgekeurd worden. En daar zijn meerdere redenen voor. 1. In
tegenstelling met de onwaarheden die de psychoanalytici tot op heden
vertellen is er volgens het wetsontwerp Aelvoet geen voorafgaand medisch
onderzoek en voorschrift verplicht bij raadpleging van een klinisch psycholoog. 2. De psycholoog moet volgens dat
ontwerp enkel de patiënt naar de arts sturen wanneer hij het mogelijk acht
dat er een somatische problematiek meespeelt. In een land waar homofielen
mogen huwen en kinderen adopteren zal geen enkele rechter het nog in zijn
hoofd halen een psycholoog te bekeuren omdat hij een homofiel omwille van
zijn homofilie niet naar een arts heeft gestuurd. 3. Een arts is niet verplicht de DSM te hanteren in zijn
medisch handelen. 4. De homofilie
werd reeds op 15.12.1973 als stoornis geschrapt uit de DSM. De Franstalige
homofiele volksvertegenwoordigers kunnen zich dus in vertrouwen wenden tot
een klinisch psycholoog…. tenzij ze mogelijks de pech hebben terecht te
komen bij een psychoanalyticus die dit alles na 33 jaar niet weet.
|