|
De derde weg is
een open systeem
Het is de
klinisch psychologen op de eerste plaats te doen om de uitoefening van hun
beroep wettelijk te regelen. (Op advies van de Raad van State werd eind
2002 het wetsontwerp van de klinisch psychologen, de klinisch seksuologen
en de klinisch orthopedagogen gekoppeld). Met uitzondering van een beperkte
groep Franstalige psychoanalytici hadden de Belgische psychologen zich
achter het wetsontwerp
Aelvoet geschaard. De psychoanalytici wendden zich tot de Parti
Socialiste. Toen dezen in het voorjaar van 2003 in de Kamercommissie Volksgezondheid
weigerden nog langer deel te nemen aan de bespreking van het wetsontwerp en
het parlement op 8 april 2003 ontbonden werd met het oog op de nieuwe
verkiezingen, is het ontwerp niet gestemd geraakt.
Ondertussen weten we dat de psychoanalytici
eigenlijk een afzonderlijke
vermelding willen in de wetgeving over de gezondheidszorgberoepen. Ze
zijn van mening dat ze een aparte discipline zijn. Eigenlijk hebben ze dus
een wetgeving gekelderd die naar hun eigen visie niet eens over hen ging.
Waarom deden ze het dan ? Loyaliteit naar hun collega's wellicht.
Omdat via de
wetsvoorstellen Mayeur
e.a., in grote mate overgenomen door het wetsontwerp Demotte
duidelijk was dat ten zuiden van de taalgrens zwaar getild werd aan de twee
aspecten waarin het wetsontwerp Aelvoet mogelijks voor aanpassing vatbaar
was, werd bij wijze van compromis de derde weg
uitgebouwd. Vooreerst bleef er bij bepaalde groepen het gevoel dat de
'uitzonderingsformule' ten overstaan van het terrein van de artsen geen
volwaardige toevoeging betekende voor de nieuwe beroepen. Ten tweede werd
het niet logisch geacht dat in de wetgeving gesuggereerd werd dat de artsen
zonder de studies gedaan te hebben alle kennis en vaardigheden zouden
bezitten waarvoor klinisch psychologen jarenlang moesten studeren. (Mogen
we terloops opmerken dat de autonomie van de klinisch psycholoog veel beter
gegarandeerd is in het wetsontwerp Aelvoet (nu Vandenberghe) dan in het
wetsvoorstel Mayeur en het wetsontwerp Demotte, en dat in die laatste twee
wetgevende initiatieven er precies voor de artsen een uitzondering wordt gemaakt,
zodat men zich eigenlijk kan afvragen waarom men zo druk deed over het
wetsontwerp Aelvoet.) Maar goed, in een poging tot compromis werd in de
derde weg overgestapt naar een positieve definitie van de geneeskunde
waardoor alle beroepen parallel kunnen toegevoegd worden in de wetgeving op
de gezondheidszorgberoepen met telkens de erkenningsvoorwaarden en
telkens de bevoegdheden per beroepsgroep. Hiermee wordt tegemoetgekomen
aan de twee grote opmerkingen. Heden ten dage leest men in kritieken soms
dat die drie beroepen de geestelijke gezondheidszorg naar zich willen
toetrekken. Juist is het te stellen dat deze drie beroepen tot hiertoe de
enige beroepsgroepen zijn die een initiatief genomen hebben om de
uitoefening van hun beroep wettelijk te regelen na veertig jaar juridisch
vacuüm. Dat de assistenten in de psychologie en de mensen die medisch
maatschappelijk werk doen en een aantal criminologen evenzeer zoals de
klinisch psychologen in een juridisch vacuüm zitten, zou hen moeten
aansporen om ook initiatief te nemen om hun beroep wettelijk te regelen.
Het is niet de taak van de klinisch psychologen om dat in hun plaats te
doen en die beroepsgroepen zouden het (terecht) ook niet appreciëren. Wel
is het zo dat het wetgevend initiatief dat de klinisch psychologen genomen
hebben in de derde weg, het voor hen eenvoudiger zou maken om hun beroep
toe te voegen aan KB78. Binnen de derde weg is het niet nodig om de
zoveelste juridisch logische constructie uit te denken met allerlei
uitzonderingen ten overstaande van andere beroepen. Het is voldoende
gewoonweg te schrijven welke opleiding ze dienen gevolgd te hebben om
erkend te worden voor hun beroep en te bepalen wat ze mogen doen, hetzij
autonoom hetzij op een andere wijze. Het is ook niet nodig om eerst het
etiket opgeplakt te krijgen van assistent in de geestelijke
gezondheidszorg.
Het is belangrijk dat eerst de
basisberoepen geregeld worden. Het is belangrijk dat gezondheidszorgers
een basisberoep hebben in de gezondheidszorg. Men moet als psycholoog ook
geen bruggen bouwen of TV-toestellen ontwerpen. Het heeft geen enkele zin
om het wetsontwerp Aelvoet af te schieten omdat het zou suggereren dat
artsen zonder studie al de vaardigheden zouden hebben van een klinisch
psycholoog en dan te doen alsof een wiskundige of een architect, jurist of
ingenieur wel de geschikte bagage heeft. Van mensen die kritiek leveren mag
men verwachten dat ze toch ook een beetje consequent zijn met zichzelf.
Wat
dan de psychotherapie betreft. De derde weg ziet psychotherapie niet als
een afzonderlijk beroep maar als een specialistische taak van een
gezondheidszorgberoep. Vermits de derde weg ontstaan is binnen de groep
nieuwe gezondheidszorgberoepen waarrond er nu wetgevend initiatief wordt
genomen, werden in de publicaties ook enkel voor die drie beroepen de
ontwerpteksten inzake regeling van de psychotherapie gemaakt. Hierbij
werden de adviezen van de hoge gezondheidsraad opgevolgd. Als psychotherapie
een speciale beroepstitel is dan is het aan de Nationale Raden van die
andere beroepen om teksten uit te werken voor hun eigen beroep, met name de
ergotherapeuten, logopedisten, kinesitherapeuten en verpleegkundigen. Het
is niet aan de klinisch psychologen om die voor hen te maken. Klinisch
psychologen zouden het ook niet waarderen als kinesitherapeuten ontwerpteksten
zouden maken betreffende speciale beroepstitels van klinisch psychologen.
Maar men mag de zaak niet omdraaien en stellen dat de klinisch psychologen
de zaak willen monopoliseren omdat zij zich niet actief moeien met de bijzondere
beroepstitels van andere beroepen. Uiteraard zou het gewaardeerd worden
als alle beroepen in hun wetgevende initiatieven inzake speciale beroepstitels
in de psychotherapie het advies van de hoge gezondheidsraad zouden
opvolgen, meer nog, er wordt gehoopt dat de minister bij het evalueren van
de voorgestelde teksten voor een ministerieel besluit steeds consequent met
dat advies zal handelen. Ook de beroepen zoals medisch maatschappelijk
werkers, assistenten in de psychologie en criminologen zouden, nadat ze hun
beroep wettelijk geregeld hebben, kunnen voorzien in een speciale beroepstitel
in de psychotherapie.
Terloops willen we opmerken dat in de
ontwerpteksten van de derde weg inzake regeling van de psychotherapie ruime
overgangsbepalingen zijn voorzien. Men moet iets goed bouwen voor de toekomst.
Mensen die aan een opleidingstraject beginnen moeten weten waar ze voor
staan. Maar na veertig jaar juridisch vacuüm moet men ook geen heksenjacht
gaan houden en mensen gaan broodroven die zich soms jaren geleden met de middelen
die er waren bekwaamd hebben maar niet altijd de nodige papieren kunnen voorleggen.
Wie de voorstellen uit de derde weg doorneemt zal zien dat ze zeer
menselijk zijn. Wie het anders voorstelt doet aan sfeerschepperij. De
voorstellen zijn veel respectvoller dan de flarden overgangsmaatregelen
die in sommige voorontwerpteksten van het wetontwerp Demotte te lezen
waren. Het lijkt nogal evident dat ook voor andere gezondheidszorgberoepen
overgangsmaatregelen zouden kunnen uitgeschreven worden gelijkaardig aan
de ontwerpen die voorgesteld worden voor de
klinisch-psycholoog-psychotherapeut. De voorstellen van de derde weg zijn
ook haalbaar. Wie de wettelijke regeling in Spanje heeft opgevolgd inzake
de klinische psychologie, weet dat haast en spoed zelden goed is. Het zijn
ook niet de mensen die de derde weg uitgetekend hebben, die de fabeltjes
rondstrooien dat men binnen een jaar de kwakzalvers en de sekteleiders zal
kunnen pakken met de nieuwe wet.
Als
er buiten de beroepen die we tot hiertoe besproken hebben, nog andere beroepen
zijn die menen dat ze erkenning verdienen om gezondheidszorgen toe te dienen, het recept is eenvoudig:
ze formuleren de erkenningsnormen en de bevoegdheden die ze willen krijgen
en ze proberen een parlementaire meerderheid achter zich te scharen. De psychoanalytici
zetten het land op zijn kop en sturen honderden mails en petities dat ze
een afzonderlijke plaats in de wetgeving willen, maar we wachten nog steeds
op het eerste wetsvoorstel vanuit hun hoek waarin staat dat men voor
erkenning als psychoanalyticus bijvoorbeeld middelbaar onderwijs moet
gedaan hebben en zoveel uur leeranalyse moet gevolgd hebben en zoveel uur
theoretische opleiding aan dit of dat soort instituut en dat men dan die
diagnostische en die therapeutische bevoegdheden zou krijgen. Op het symposium
van Demotte zaten ze wel uitgebreid de irrelevantie van de academische
opleiding van de psychologen toe te lichten en het oeverloos belang van een
paar honderd uur leeranalyse, maar als het erop aan komt profiteren ze dan
toch wat graag van het diploma van de klinisch psycholoog of psychiater om
zich via een globale regeling bevoegdheden toe te meten die ze anders niet
zouden krijgen. Ze willen wel super-psycholoog en super-psychiater zijn,
maar dan liefst zonder psychologie en zonder geneeskunde te moeten
studeren. Maken we even het sommetje: Een therapieopleiding veronderstelt
500 contacturen. Men neemt aan dat een contactuur staat voor 3 uur
effectieve tijdsinvestering wegens lezen, supervisie, maken van teksten,
studeren, enz. Dit betekent 1500 uur. In die uren zit reeds de supervisie
op 1200 uur praktijkuitoefening die ook vereist wordt. Deze laatste worden
meestal gewoon uitgevoerd binnen de betaalde baan of betaalde
privé-praktijk. Al naargelang men de berekening maakt, gaat een therapieopleiding
dus om 1500 dan wel 2700 uur. Een voltijdse job telt 1860 uur per jaar. Een
therapieopleiding duurt dus 10 of 17 maanden, uiteraard verdeeld over drie
of meer jaren. Het is intellectueel oneerlijk om te gaan doen alsof een
opleiding van anderhalf jaar plots het enige relevante is, waarbij zoveel
jaren academische studies van een basisberoep in de gezondheidszorg
irrelevant worden.
Het
uitbouwen van een soort kwalificatie-hiërarchie enkel in de richting van de
psychotherapie doet ook de beroepsgenoten tekort die zich, soms nog
intenser, gespecialiseerd hebben in bepaalde niet-therapeutische
richtingen, gespecialiseerde diagnostiek, neuropsychologie,
deskundigenonderzoek, enz. Op
termijn kan ook voor die personen op een bijzondere beroepstitel gedacht
worden.
Men moet eindelijk eens ophouden met
die stop-alles-in-één-zak politiek. Dat is een slechte denkpiste. 'De psys'
bestaan niet.
|