|
Minderbegaafdheid, taboe,
politici en wetenschappers
Honderd jaar geleden was sex (toen nog met
x) taboe. Sigmund Freud heeft een groot stuk van zijn carrière te danken
aan het doorbreken daarvan. Nu is alles sexy, ook als het hoegenaamd
niets met seksualiteit te maken heeft. Als men nu zoekt op de site van het
Vlaams Parlement naar het woord "sexy" vindt men 22 documenten
uit de Handelingen en 6 Stukken waarin het woord gebruikt wordt. In de
handelingen van de Senaat vinden we het woord slechts éénmaal terug
(betreffende een regeringsverklaring). In de Kamer tot hiertoe ook slechts
een keer (betreffende spaarrekeningen). Google vindt 224 miljoen keer het
woord sexy en de combinatie van 'sexy' en 'beleid' komt 775000 keer voor.
Tijden veranderen. Wat taboe is evolueert.
Voor Luria was het in de tijd van het
communisme veiliger om zich met neuropsychologie bezig te houden dan met
psychometrie en differentiële psychologie. Het was toen politiek niet
netjes om aan te tonen dat er verschillen waren tussen de mensen. Nu ligt
bijvoorbeeld onderzoek over allochtonencriminaliteit in de taboesfeer. Maar
iets wat hier reeds jaren, en met dramatische gevolgen, in de taboesfeer
ligt is minderbegaafdheid. Jaren nadat de Sovjet-Unie uit elkaar viel en
het communistisch systeem werd opgedoekt is het nu in onze contreien niet
'sexy' om luidop te zeggen dat er meerbegaafde en zwakbegaafde mensen zijn.
We moeten niet blind zijn voor de sociale factoren in de intellectuele
ontwikkeling en het belang van het aanbieden van kansen. Men lost
problemen ook niet op door de kop in het zand te steken.
Zoals gekend, verdeelt de intelligentie zich
volgens de Gauss-curve. Vuistregel is dat men iemand met een IQ beneden de
70 licht mentaal gehandicapt noemt. Men kan grosso modo stellen dat mensen
die slagen in het lager secundair beroepsonderwijs een IQ hebben van minstens
rond de 85. Er zijn bijna anderhalf miljoen Belgen met een IQ tussen de 70
en de 85. Dit wil eenvoudig uitgedrukt zeggen dat ze te slim zijn om
mentaal gehandicapt genoemd te worden, maar niet intelligent genoeg om het
laagste diploma uit deze maatschappij te behalen. In de maatschappelijke
context van een eeuw geleden was er voor die mensen een plaats in het
arbeidscircuit; er waren veel meer ongeschoolde jobs in wegenbouw, landbouw,
tuinbouw, bouw, eenvoudige nijverheid. Ze moesten misschien wat meer
werkuren doen, maar de werkdruk was toen meestal minder hoog. Nu vallen ze
uit de boot.
In de handelingen van het Vlaams Parlement
vinden we slechts twee stukken terug waarin het woord 'minderbegaafd(en)'
voorkomt. Het woord 'laaggeschoold(en)' vinden we maar liefst 300 keer
terug, waarvan 30 keer het laatste jaar. Hoe men iets noemt bepaalt nogal
dikwijls de richting waarin een oplossing gezocht wordt of juist niet gezocht
wordt. Een probleem van laaggeschooldheid laat een oplossing veel meer
zoeken in de richting van scholing dan een probleem van minderbegaafdheid.
Al te dikwijls is het enige resultaat: een scholing die mislukt en het
blijvend ontbreken van aangepaste jobs. Ondertussen gebeurt er wel een en
ander in die richting. Uit een uitvoerig rapport op de website van de VDAB plukken we hier een paar
zinnen: "In 2005 was maar liefst 70% van de niet-werkende werkzoekenden
in Vlaanderen laaggeschoold, langer dan één jaar werkloos of arbeidsgehandicapt.
Velen onder hen zijn duidelijk beperkt in hun kansen op het vinden van een
job. De sociale economie, die zich niet in eerste instantie op winst richt
maar ook sociale en ecologische doelstellingen nastreeft, tracht daar via
gesubsidieerde jobs iets aan te doen. Het gaat van banen in de
kringloopwinkels, de gemeentelijke groendienst of de kinderopvang tot thuishulp
voor gezinnen en bejaarden en puur economische activiteiten zoals textiel-
en metaalverwerking. Stuk voor stuk activiteiten die tegemoetkomen aan
onvervulde maatschappelijke noden of die anders zouden verdwijnen omdat
ze te duur zijn. De sociale economie is aan een steile opmars bezig en
werkt alsmaar professioneler." Maar er is nog werk aan de winkel; voor
vele duizenden werklozen is er eigenlijk geen werkaanbod dat ze aankunnen.
Het leven is ruimer dan het werk. Ook daar
moeten we sociale uitsluiting tegengaan. De realiteit is evenwel dat de
maatschappij steeds complexer wordt, onnodig complex. Wie werd nog niet
opgebeld met de vraag om de telefoonlijn die men heeft bij Belgacom goedkoper
te huren via een andere maatschappij dan rechtstreeks aan Belgacom? De
elektriciteit die steeds uit hetzelfde stopcontact komt kan men nu bij
verschillende firma's kopen. De keuze van een GSM is helemaal een
intellectuele puzzel met verschillen in gebruiksprijs al naar gelang de gesprekspartners,
met bonussen en gratis perioden. Straks moeten we nog kiezen of het water
dat uit de kraan komt opgepompt moet worden in de Blankaart of uit de Bocq
moet komen. Een paar jaar geleden hebben we in dit tijdschrift eens een
analyse gemaakt van al de soorten formules om met de trein
van Brugge naar Brussel te rijden. Het wordt om de
dag gekker.
Terwijl men geen geld heeft om zorgenden te
betalen in de gezondheidszorg en de welzijnszorg is het blijkbaar geen
probleem om tientallen mensen te betalen om de bevolking lastig te vallen
over de facturatiewijze van de telefoonrekening. Blijkbaar hebben zij daar
geld te veel. Als het voor de firma Centejacht een goede investering is om
bij Belgacom telefoonlijnen te kopen en met winst door te verkopen, is
het dan niet mogelijk voor een organisatie die al dan niet onder directe
controle staat van een overheid om op de vrije markt (zoals geëist door
Europa) telefonie en gas en basisgoederen te kopen en op een doorzichtige,
standvastige en faire wijze door te verkopen? Dat zou goed zijn voor minderbegaafden
en voor iedereen die liever zijn vertrouwen geeft aan een degelijke en betrouwbare
organisatie dan alles zelf te zitten uitpluizen. Er zijn interessantere
bezigheden.
Oplossingen zoeken voor
minderbegaafden en tegelijkertijd een maatschappij ingewikkelder maken
zodat steeds meer mensen uit de boot vallen, dat is dweilen met de kraan
open. We hebben reeds het Kafka-project en de kafka-check. Niet slecht.
Maar soms zijn er zaken die niet echt Kafkaiaans zijn, maar toch onnodig
ingewikkeld, waarin de overheid sturend zou kunnen zijn. Naast een controle
of iets milieuvriendelijk is, of kindvriendelijk, zou men bij regelgeving
kunnen denken aan een controle of iets vriendelijk is voor minderbegaafde
mensen, 14 % van onze bevolking.
Binnenkort zijn er
gemeenteraadsverkiezingen en volgend jaar zijn er federale verkiezingen.
Politici zouden daar eens kunnen over nadenken. In september-oktober begint
een nieuw academiejaar. In dit onderwerp zitten heel wat ideeën voor
thesissen.
|