|
Freuds vergissing
Op 10 oktober 2006
is het jongste boek van Filip Buekens verschenen bij van Van Halewyck. De
volledige titel luidt: "Freuds
vergissing: De illusies van de psychoanalyse". Uit de flap nemen
we over: " Freuds psychoanalyse, zo vertellen ons zijn welbespraakte
aanhangers, heeft ons inzicht in de mens gegeven. Dit boek ondermijnt deze
stelling. De psychoanalytische theorie van Freud is gebaseerd op
pseudoverklaringen en kwam tot stand door intellectueel zelfbedrog. Freud
heeft een unieke betekenismachine uitgevonden en psychoanalytici geloven
nog steeds dat die machine interessante interpretaties van de lotgevallen
van de mens voortbrengt. De auteur legt op zeer toegankelijke wijze uit hoe
die machine tot stand kwam en hoe ze werkt. Tussen de pseudoverklaringen,
het sektarische gedrag van haar beoefenaars en het dogmatische karakter van
hun denken bestaan bovendien intrigerende verbanden die in dit boek
uitgelegd worden. De auteur kijkt ook naar de hedendaagse argumenten ter
verdediging van de psychoanalyse, vaak geïnspireerd door postmodern gedachtegoed.
Hij komt tot de conclusie dat een intellectueel project waarvoor haar
verdedigers systematisch irrationele argumenten aanvoeren, zelf diepe
sporen van irrationaliteit moet vertonen.... Het is opmerkelijk dat
psychoanalytici dit weigeren in te zien. Bovendien dreigen psychoanalytici
met hun apocalyptische visies de psychische hulpverlening in diskrediet te
brengen."
De
motieven waarom mensen psycholoog worden zullen onderling verschillen, maar
een combinatie van wetenschappelijke interesse in menselijk gedrag (denken,
voelen en handelen) en een bereidheid om vanuit die wetenschap een
bijdrage te leveren voor de samenleving zal toch bij een zeer groot
aantal onder hen aanwezig zijn. Het aantal zeventienjarigen dat expliciet
kiest voor de psychologiestudies omwille van een overheersende interesse
voor de psychoanalyse zal steeds zeer beperkt geweest zijn. Generaties studenten
leerden de psychoanalyse kennen als de voornaamste of toch als een van de
voornaamste denkrichtingen in de psychologie. Ze voelden er zich toe
aangetrokken en kozen om in die richting verder te gaan. Het werd zoals
andere vakken gedoceerd door de professoren en als waar en wijs, geleerd en
nuttig aangenomen en na hard studeren eigen gemaakt, soms aangevuld met een
eigen leertherapeutisch traject. Sommigen hebben vanuit dit denkkader
gedurende decennia zich van de morgen tot de avond ingezet om hun medemens
te helpen. Het zou niet fair zijn deze mensen nu zomaar te kwetsen door een
blinde psychoanalystenjacht en hun jarenlange inzet niet te zien.
Pas
de laatste jaren is de wetenschappelijke kritiek op de psychoanalyse
duidelijker geworden. Steeds meer publicaties tonen aan dat het Freudiaans
onbewuste, de infantiele seksualiteit, de droom als wensdroom, de
doodsdrift, enz. wetenschappelijke basis missen en het historisch onderzoek
toont aan dat Freud gelogen heeft. Op zich is dat geen drama. In veel
wetenschappen werden 100 jaar geleden standpunten ingenomen die nu blijken
verkeerd te zijn en in alle wetenschappen waren er wel eens slimmerds die
hun resultaten bijkleurden om meer succes te hebben. Maar een
wetenschappelijke ingesteldheid veronderstelt dat men de nieuwe inzichten
en bevindingen gebruikt om de verworven kennis bij te sturen; de goeie zaken
bewaren en de verkeerde vervangen door recentere inzichten. De psychoanalytische
benadering heeft belangrijke pluspunten. Op een paar Lacaniaanse
uitspattingen na, heeft de psychoanalyse steeds tijd gemaakt voor de
patiënt, dit in tegenstelling tot de farmacotherapeutische benadering. De
psychoanalytische benadering heeft altijd geprobeerd om te begrijpen
waarom een mens is zoals hij is, in zijn globaliteit, in zijn geworpenheid.
Men kan kritiek hebben op het denkkader van waaruit dit gebeurde, maar er
was en is een bezorgdheid voor begrip van de samenhang van het geheel. De
psychoanalyse, ook wel omdat ze gedurende lange periodes bijna hegemonisch
aanwezig was, heeft clinici en wetenschappers gehad die veel onderzoek
gedaan hebben die hun waarde houden ook als men het misschien moet ontdoen
van zijn psychoanalytische interpretatieschema's; denken we maar aan het
enorme werk rond binding en affiliatie. Tenslotte heeft de psychoanalyse
steeds aandacht gehad voor de ontwikkeling in de fenomenen; het
relationele, het intrapsychische, de pathologie. Vraag is natuurlijk in
welke mate men nog over 'psychoanalyse' kan spreken als men de facetten
laat vallen waarvoor er geen wetenschappelijke evidentie is en de facetten
bewaart die waardevol zijn, maar niet typisch psychoanalytisch zijn. Maar
wat is belangrijk ? Belangrijk is het wetenschappelijk inzicht in de mens
en zijn gedrag en hoe die op een goede manier kan gesteund en geholpen
worden. Belangrijk is niet dat de visie van een of andere geleerde, hoe
waardevol ook op een bepaald moment, tot in der eeuwigheid op een
dogmatische wijze in stand wordt gehouden. En hier knelt het schoentje bij
de psychoanalyse. Waar de psychoanalyse op zeker ogenblik een aantal pasjes
- zij het wat opgeblonken - heeft gezet voor de wetenschap, is ze op zeker
ogenblik een dogma, een religie, een subcultuur geworden. In de
wetenschappen leest men de nieuwe onderzoekingen om de aanwezige kennis
bij te schaven. Als de fundamentalistische psychoanalytici al eens iets
lezen dat niet uit eigen keuken komt, dan is het vaak om direct de dichtstbijgelegen
vuilnisbak te zoeken om het er in te mieteren als het niet klopt met de eigen
dogma's.
Gelukkig zijn niet alle psychologen die
ooit binnen het psychoanalytisch denkkader opgeleid zijn fundamentalisten.
Voor alle psychoanalytici die open staan voor wetenschappelijk denken is
het recente werk van Filip Buekens, "Freuds vergissing: De illusies
van de psychoanalyse" een waardevol werk. Reeds van jaren voor de
kritiek op Freud losbarstte, hadden velen toch het aanvoelen dat er een en
ander niet klopte. Maar het Freudiaans systeem zit zeer knap ineen en het
is niet steeds eenvoudig om de vinger op de fout te leggen. Wel, precies
hierbij helpt het werk van Buekens de kritische psycholoog, die zomaar niet
op Freud wil schieten omdat het 'in' is, maar die precies wil weten waar
het fout zit. Het werk is een uitdaging aan de overtuigde psychoanalyticus
die open staat voor kritiek vanuit de wetenschapsleer om het eigen
denkkader te herdenken.
|
|
Freud schakelde reeds vlug over van de hypnose naar de drukmethode
voor hij uiteindelijk overstapte op de vrije associatie. Een klassieke
vraag is hoe die 'drukmethode' precies uitgevoerd werd. De ‘drukmethode’ of
‘concentratiemethode’ was geïnspireerd door het werk van Hippolyte
Bernheim, een Franse psychiater werkzaam in Nancy. De patiënt moest
zich concentreren op de te verwachten traumatische episode. Freud vroeg de
patiënten te gaan liggen, de ogen te sluiten, te concentreren op een symptoom
(een overblijfsel van de hypnotische methode) en herinneringen, verbonden
aan dat symptoom, te activeren. Blijkbaar drukte hij dan met één hand of
met twee handen op het hoofd, meestal
het voorhoofd van de patiënt. Een alternatief
zou geweest zijn dat hij het gezicht van de patiënt tussen de handen nam.
Op de opening van de tentoonstelling "De
kleren van keizer Freud" op 6 oktober 2006 in Groningen werden de
inleidende lezingen gegeven door Filip Buekens
(auteur van Freuds vergissing) en Malcolm Macmillan, een van de voornaamste
Freudcritici. Tijdens een blijkbaar gezellige babbel werd de 'druckmethode'
gedemonstreerd.
Een observator kan zich de vraag stellen of psychoanalyticus en patiënt
voldoende geconcentreerd waren en of de druk intens genoeg was …
|