|
Doet ie het of doet ie het niet ?
Binnen 11 maanden,
is het veertig jaar dat de volmachtenwet KB78 van
10.11.1967 afgekondigd werd. Die kwam er na een periode van
artsenstakingen. Sedert in die wet ook heel het werkterrein van de klinisch
psychologen en van andere gezondheidszorgberoepen ingeschreven werd als
het domein van de artsen, doen de klinisch psychologen onwettige uitoefening
van de geneeskunde wanneer ze gewoonweg hun eigen beroep uitoefenen. Om die
abnormaliteit recht te trekken worden er nu reeds sedert 2000 initiatieven
genomen om de uitoefening te regelen van een aantal 'nieuwe beroepen' (de
eerste beoefenaars gaan ondertussen reeds met pensioen !).
In het
voorjaar van 2003 stonden we dichtbij een goede regeling met het wetsontwerp
Aelvoet-Tavernier. Maar een beperkte groep, hoofdzakelijk Franstalige
psychoanalytici hebben het nodig gevonden om te lobyen tot het ontwerp
gekelderd werd.
Tijdens deze
legislatuur was er eerst een initiatief voor ontwerp door Demotte, maar dit
werd doorkruist door het herindienen door Mayeur
van een gewijzigde versie van zijn vroeger voorstel. In reactie daarop
werd dan door Vandenberghe
e.a. het wetsontwerp Aelvoet terug als voorstel ingediend. Demotte zag
de bal weer in zijn kamp en deed in de loop van 2005 een poging om een nieuw
ontwerp op te stellen. Zo nieuw was dat nu ook weer niet, daar het de
grote lijnen van het voorstel Mayeur overnam. De klinisch psychologen
hebben nog tot december 2005 geprobeerd om via overleg de ontwerptekst bij
te sturen, maar dat was vruchteloos. Om een voorbeeld te geven: De taken
die een klinisch psycholoog mag uitoefenen zijn dezelfde als deze die elke
psychiatrisch verpleegkundige mag uitvoeren met dat verschil dat het somatisch
luik er bij de psychologen niet bij is. Vergadering na vergadering werd
aangedrongen en geschreven om het begrip "autonomie" in de
definitie te plaatsen en om te stellen dat de gestelde handelingen de
diagnostiek enz… enz… tot doel hebben en niet de domeinen. Steeds opnieuw
werd dit geweigerd. Een logopedist met 500 uur psychotherapie-opleiding die
in de werksituatie 1200 uur supervisie volgt, heeft wel diagnostische en
therapeutische autonomie… Verwijzend naar de titel van afdeling 3 zegt men
dan in het openbaar dat de klinisch psychologen autonoom in de geestelijke
gezondheidszorg mogen werken. Het is niet omdat men autonoom een lavement
mag zetten dat men mag opereren. Wat in de definitie van de beroepsuitoefening
staat, is wat telt. En dat weten ze op het kabinet maar al te goed.
Uiteraard betreffen de bezwaren nog veel meer zaken dan de definitie van de
klinische psychologie. Er is ook de niet werkbare en niet gewenste opsplitsing
tussen de somatische zorg en de geestelijke gezondheidszorg en de
groepering van alle beroepen in één Hoge Raad voor de geestelijke
gezondheidszorg. Ook heel de regeling van de uitoefening van de psychotherapie
kan de goedkeuring niet wegdragen (wordt gezien als afzonderlijk beroep met
te weinig kwaliteitswaarborgen inzake basisberoep, te weinig
wetenschappelijk verankerd en teveel in handen van verenigingen. Zie o.a.
vorige nummers van De Maere, het dossier over het statuut,
de website over de derde
weg) De onderhandelingen werden stopgezet in december 2005.
Op 20.02.2006
heeft de BFP samen met senator Vandenberghe dan 'de derde weg'
voorgesteld om uit de impasse te raken. De derde weg komt tegemoet aan de
voornaamste kritieken op het wetsontwerp Aelvoet zoals die te lezen zijn
in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Mayeur. De derde weg kan
gerealiseerd worden via een geamendeerd wetsvoorstel Vandenberghe. De amendementen
werden ingediend in de senaat.
Maar
ondertussen hebben we ook nog het symposium
van Demotte gehad over de geestelijke gezondheidszorg, volledig
gemanipuleerd door dezelfde groepen die voor het grootste stuk de pen
vasthielden wanneer het wetsontwerp geschreven werd.
Dan was het
weer stil gedurende een aantal maanden tot er op 13 december 2006 in de Kamer
door de volksvertegenwoordiging
werd gevraagd naar de stand van zaken. Demotte antwoordde dat zijn
ontwerptekst op de interkabinettenvergaderingen wordt besproken en dat hij
hoopt nog voor het einde van de legislatuur een tekst op de ministerraad te
kunnen voorleggen.
Vermelden we
dat het ontwerp volledig in tegenspraak is met het advies
van de Hoge Gezondheidsraad betreffende de psychotherapie. Wanneer we zien dat de artsen het ontwerp
afwijzen, dat alle geledingen van
de psychologen, op een beperkte groep vooral Franstalige psychoanalytici
na, het ontwerp afwijzen, dan is het zeer de vraag of men er op vier
maanden zal uit komen. Men moet er ook nog rekening mee houden dat dit
ontwerp niet gespeend is van juridische onvolkomenheden. Er kan verwacht
worden dat de Raad van State wel enkele bladzijden commentaar zal hebben…
Men zou
natuurlijk ook kunnen kiezen om de derde weg te
bewandelen. Ook al is die denkpiste reeds aardig verspreid geraakt de
laatste tien maanden en ook al was er tot hiertoe heel wat interesse en
waardering en geen negatieve kritiek, toch is de vraag of de idee reeds
voldoende gerijpt is bij alle betrokkenen. Wellicht is dit eerder een
realistische weg voor volgende legislatuur.
De
kritiek op het wetsontwerp Demotte die recent gepubliceerd werd door de Koninklijke
Academie van België is zeer belangrijk. Ze kan doorgaan als een
gefundeerde kristallisatie van de kritiek tot hiertoe en dat door een
instantie met grote autoriteit.
Bij het begin
van dit nieuwe jaar kunnen we gespannen afwachten wat de minister zal doen,
een poging wagen om de wetgeving door het parlement te loodsen, dan wel de
kans bieden aan een volgende legislatuur om een wetgeving te ontwerpen die
op grotere consensus kan rekenen. Vandaar de titel, doet ie het of doet
ie het niet ?.
|