|
Een Hoge Raad voor
Deontologie van de
gezondheidszorgberoepen
Met Valentijntje zal het twee jaar geleden zijn dat De Maere
een eerste artikel
wijdde aan het wetgevend initiatief betreffende de oprichting van een Hoge
Raad voor Deontologie van de gezondheidszorgberoepen en tot vaststelling
van de algemene beginselen voor de oprichting en de werking van de Orden
van de gezondheidszorgberoepen. Vermits de klinisch psychologen officieel
nog steeds geen gezondheidszorgberoep hebben, worden ze als quantité négligeable
beschouwd bij dit wetgevend werk, maar zodra hun beroep wettelijk zal geregeld
zijn, zullen ze zich wel moeten schikken naar de regelgeving die nu zonder
hen uitgebouwd wordt.
De discussietekst
van Demotte van 2005 kent zijn vervolg in het wetsvoorstel
van Vankrunkelsven, Van de Casteele, Geerts en Mahoux. Dit wordt momenteel
besproken in de senaatscommissie voor Sociale Aangelegenheden. Er was reeds
een advies
van de Raad van State en er werden een reeks amendementen ingediend.
De Hoge Raad
voor deontologie van de gezondheidszorgberoepen stelt de deontologische
grondbeginselen vast die gemeenschappelijk zijn voor meerdere of alle
beroepsbeoefenaars in de sector van de gezondheidszorg. Hij geeft aan de
minister, bevoegd voor de volksgezondheid, advies over het verlenen van
bindende kracht aan door specifieke orden ontworpen deontologische regels,
waarbij hij met name toeziet op de overeenstemming van die regels met de
deontologische grondbeginselen. De Hoge Raad kan zelf deontologische regels
vaststellen voor categorieën van beroepsbeoefenaars waarvoor geen orde werd
opgericht.
Het wetsvoorstel
bevat eveneens een algemene regeling met betrekking tot de oprichting en de
werkwijze van de specifieke orden van de verscheidene gezondheidsberoepen.
Voor elke beroepscategorie kan een Orde worden opgericht, die bestaat uit
een Nationale Raad en uit een aantal Provinciale of Territoriale Raden. In
het voorstel worden de criteria vastgelegd volgens dewelke de betrokken
beroepsbeoefenaars territoriaal worden ingedeeld.
Bij de Hoge Raad
wordt er ook een Raad van eerste aanleg ingesteld voor de beroepsgroepen
die geen eigen orde hebben en een Raad van Beroep.
Ondertussen behandelt men in dezelfde Senaatscommissie ook
drie nieuwe wetsvoorstellen over
de orde van artsen (1,
2,
3),
in overeenstemming met dit wetsvoorstel betreffende de Hoge Raad voor
Deontologie van de Gezondheidszorgberoepen. Er worden ook wetsvoorstellen
besproken betreffende de oprichting van een orde van apothekers
en van kinesitherapeuten.
Zoals we vroeger herhaald hebben meegedeeld leidt het
wetsontwerp Demotte over de geestelijke gezondheidszorgberoepen tot heel wat
inconsistenties binnen KB78 en doorkruist het ook volledig de bestaande
structuur van de organisatie van de gezondheidszorgberoepen, met
overlappingen en kunstmatige scheidingslijnen als gevolg. Als dit wetsvoorstel
betreffende de Hoge Raad voor de deontologie van de gezondheidszorgberoepen
wet wordt, zal dit natuurlijk ook heel wat gevolgen hebben voor het ontwerp
van Demotte betreffende de geestelijke gezondheidszorgberoepen. In het
ontwerp over de deontologie wordt alles geregeld per beroepsgroep. De
artsen zullen hun eigen orde hebben, de kinesitherapeuten eveneens. Er is
voorzien in een orde voor verpleegkundigen en voor paramedische beroepen,
enz. Men kan moeilijk verlangen dat iemand lid wordt van twee orden omdat
hij ook geestelijke gezondheidszorg doet. De orden houden ook de lijst bij
van de erkende beoefenaars. Dit overlapt met de bevoegdheden van de
colleges in het wetsontwerp Demotte. Verder overlapt het actueel besproken
voorstel met de adviesbevoegdheden en sanctiebevoegdheden van de Hoger Raad
en de colleges van de Geestelijke Gezondheid. Het actueel besproken
voorstel zou alvast meer rechtszekerheid geven dan het wetsontwerp
Demotte waar men inzake sanctie via de truc van de dubbele vergadering gesanctioneerd
kan worden door een gewone meerderheid van aanwezige leden, zonder dat er
een tweede aanleg voorzien is.
Het zal belangrijk zijn dat de klinisch
psychologen het actueel wetgevend werk volgen en zich bezinnen over een
orde van klinisch psychologen, eventueel binnen een constructie dat deze
ook kan dienen als een afzonderlijke kamer binnen een orde van psychologen…
Er zal enerzijds een oplossing moeten gevonden worden voor het gegeven dat
de klinisch psychologen, eens hun beroep wettelijk geregeld is, onder de
Hoge Raad voor Deontologie van de Gezondheidszorgberoepen zullen vallen.
Dit zal een aantal voorschriften meebrengen die men niet aan alle
psychologen kan opleggen, terwijl de wet op de privacy en de wet op de
patiëntenrechten aan de klinisch psychologen dan weer een paar rechten op
privacy bieden die niet voorzien zijn voor 'niet-medische' dossiers.
Anderzijds is het ook wenselijk voor de profilering van het beroep van
psycholoog dat er een zo groot mogelijk gemeenschappelijk deontologisch
platform blijft bestaan voor alle psychologen.
|