|
Terugbetaling
Veel goede wil, toch paar schoten
naast de roos
Op 10.11.2007 zal het veertig jaar zijn
dat de volmachtenwet KB78 uitgevaardigd werd. Deze wet heeft het
werkterrein van de klinisch psychologen en van andere gezondheidszorgberoepen
ingeschreven als het werkterrein van de artsen. Resultaat is dat klinisch
psychologen nu reeds veertig jaar 'onwettige uitoefening van de
geneeskunde' doen wanneer ze gewoonweg hun eigen beroep uitoefenen. Nadat
men er eerst dertig jaar niets aan gedaan heeft, blijft de laatste jaren
een wettelijke regeling uit wegens meningsverschillen hoe het moet
gebeuren. Het gekke van de situatie komt tot uiting in tal van situaties.
Er zijn meer dan zestig diensten of instellingen die om erkend te worden
moeten beschikken over klinisch psychologen of er moeten beroep kunnen op
doen. Het is evident dat er van die klinisch psychologen meer verwacht
wordt dan dat ze met hun vingers draaien en vriendelijk glimlachen. Maar
volgens KB78 zouden ze eigenlijk geen gezondheidszorgen mogen doen, zelfs
niet als 'paramedicus' want dat zijn ze niet. In de Basiswet
betreffende het gevangeniswezen en de
rechtspositie van de gedetineerden van 12.01.2005 is zelfs te lezen:
"de aan de gevangenis verbonden psycholoog die met een opdracht van
gezondheidszorg in de gevangenis is belast". Deze wet is in tegenspraak
met KB78. Vermelden we ook dat rechtbanken zelf frequent beroep doen op psychologen
als deskundige in gezondheidsaangelegenheden.
Dit juridisch vacuüm, of moet gezegd deze
juridische chaos, is de achtergrond waartegen de terugbetalingsproblematiek
van prestaties van psychologen zich stelt. Het RIZIV heeft ook lange tijd
psychologen buiten de terugbetaling gehouden, maar ook daar zien we dat
psychologen nu prestaties kunnen leveren in het kader van
revalidatieverstrekkingen, of als tabakoloog, dat er conventies afgesloten
worden waarin lonen van psychologen vergoed worden enz. Er is evenwel nog
geen terugbetaling van de afzonderlijke prestaties die enkel en alleen door
een psycholoog als psycholoog worden verricht. Daarbij zijn een paar bedenkingen
te maken. Vooreerst wordt bij elk van ons duizenden euro's afgehouden van
het loon om de gezondheidszorg te betalen en is het niet eerlijk dat
slechts een bepaald soort prestaties van een beperkte groep hulpverleners
daarvan terugbetaald worden. Het is het geld van de mensen, niet het geld
van de geprivilegieerde gezondheidswerkers. Verder dienen we ook te beseffen
dat een wettelijke regeling van het beroep niet automatisch betekent dat
er terugbetaling is. Een jaar geleden heeft minister Demotte daarover in de
Senaat toelichting
gegeven.
Precies op het vlak van de terugbetaling
hebben de mutualiteiten de hand gereikt naar de psychologen en een aantal
andere gezondheidszorgers die psychotherapie doen. Het gaat om beperkte
tussenkomsten. Maar het is een belangrijk feit dat in zijn intentie gewaardeerd
wordt. We willen dat heel duidelijk stellen omdat we verder in dit artikel
de vinger zullen leggen op een aantal kinderziekten en onvolkomenheden die
bijsturing verdienen. Het is niet de bedoeling botweg te bijten in de hand
die toegestoken wordt. Het belang van het initiatief van de mutualiteiten
werd in het daarnet aangehaalde antwoord van de minister duidelijk aangetoond:
"Via de aanvullende verzekering kunnen de ziekenfondsen snel inspelen
op de nieuwe behoeften van hun leden, die ontstaan door het gebruik van
nieuwe medische technologieën. In een aantal gevallen leidt de
terugbetaling van dergelijke prestaties later tot een bijdrage van de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging. Dat was bijvoorbeeld
zo voor het endoscopisch en viscerosynthesemateriaal. Bovendien kan via de
integratie van voordelen in de aanvullende verzekering worden nagegaan
hoeveel personen een beroep doen op de betrokken prestaties en welke kosten
dat met zich meebrengt voor de betrokkenen en de aldus ingerichte
dienst."
In ons KlinPsy-dossier
over de terugbetaling hebben we een
overzicht gemaakt van al de terugbetalingsmodaliteiten die er tot hiertoe
zijn. Het is niet gemakkelijk om up-to-date te zijn want wekelijks komen er
afdelingen van mutualiteiten bij die terugbetaling voorzien en de
voorwaarden, procedures en tussenkomsten verschillen telkens. We willen
hier een korte bespreking geven van enkele aspecten, met suggestie voor
verbetering en eenduidigheid.
- Een eerste aspect betreft het statuut
van de prestatieverlener. De oorspronkelijke opzet van de tussenkomst van
de mutualiteiten was om psychologische hulpverlening betaalbaar te maken,
ook als ze diende te gebeuren door zelfstandige psychologen en psychotherapeuten
die een honorarium moeten vragen waarvan ze kunnen leven. Heel weinig mutualiteiten
bepalen dat echter in hun voorwaarden. Er zijn evenwel tal van centra en
poliklinieken die vanuit een sociaal motief deficitaire prijzen hanteren
die in de lijn liggen van het remgeld bij psychiatrische consultaties. Het
is een foute en onbedoelde aanwending wanneer de beperkte financiële
middelen die de mutualiteiten ter beschikking willen stellen nog eens
gebruikt worden om terugbetaling te vragen op wat reeds een remgeld-tarief
is. Deze centra voelen zich misbruikt in hun sociaal engagement: nadat ze
vanuit een sociale bewogenheid reeds 40 euro hebben laten vallen op hun
consultatieprijs, moeten ze dan zien dat de patiënt nog eens attesten
vraagt om 10 of meer euro terug te krijgen op de 15 euro die nog gevraagd
wordt. Als ze hun sociale prijsstelling evenwel bijsturen straffen ze dan
weer andere patiënten die het niet breed hebben. De psychologen die in die
context moeten werken en nu reeds de kritiek van hun zelfstandige collega's
moeten aanhoren tegen dumping-prijzen te werken, komen nog eens in nauwere
schoenen te staan. Dit probleem is eenvoudig op te lossen als de mutualiteiten
een bepaling zouden toevoegen in hun voorwaarden dat het moet gaan om
zelfstandige hulpverleners of iets in de zin dat het moet gaan om
hulpverleners die tegen 'marktprijzen' werken.
- Een tweede aspect betreft het
doorverwijzingbriefje. Reeds vele jaren terug hadden de psychologen
terugbetaling van hun prestaties kunnen krijgen als ze het paramedisch statuut
hadden willen aanvaarden. Steeds hebben de psychologen de nadruk gelegd op
de autonome beroepsuitoefening. Zolang de beroepsverenigingen aan de
onderhandelingstafel zaten werden ze niet geparamedicaliseerd. Nu zijn er
mutualiteiten die via de terugbetaling de psychologen paramedicaliseren.
Men misbruikt soms de zwakke positie van individuele collega's die door
een slechte arbeidsmarkt niet aan een baan geraken en om de brode een zelfstandige
praktijk opzetten. Het is de vraag of dit de rol is van mutualiteiten. Er
is geen enkele reden om te denken dat psychologen minder ethisch zouden
zijn dan huisartsen en prestaties zouden leveren die onnodig zijn. Ook de
poging van sommige mutualiteiten om de voorschriftplicht te plaatsen in
het kader van soort kwaliteitsbewaking komt weinig overtuigend over als men
ziet dat ze ook zonder voorschrijfbriefje betalen voor het geklutst water
van de homeopaten en de cranio-sacrale-therapie van sommige ostheopathen.
Het voorstel is dus duidelijk: laat het voorschrift weg bij consultatie van
een psycholoog. Psychologen hebben voldoende vakkennis om zelf te oordelen
of ze samenwerking met artsen of andere hulpverleners moeten nastreven
betreffende de voorliggende problematiek.
- Een derde aspect betreft de controle op
de kwalificatie. Sommige mutualiteiten hebben het zich moeilijk gemaakt
door op het paard van de 'psychotherapeut' te wedden. En vermits men dan
met een reeks basisdiploma's en opleidingen zat was er een probleem van
kwalificatie. Psychotherapie is slechts één vorm van psychologische
hulpverlening. Eerst is er een goede psychodiagnostiek nodig, en dat
betreft niet enkel het intrapsychische of relationele, het kan ook gaan om
neuropsychologische diagnostiek (ADHD, dementie, …). Vaak is de daarop volgende
goede advisering een afdoende hulp. Soms zijn een paar begeleidingsgesprekken
zeer helpend. En voor een aantal mensen is er effectief psychotherapie
nodig. Het is wel de vraag of men bij hen met vijf of zes consultaties ver
zal raken. Zoals de zaken nu geregeld zijn moet bij veel mutualiteiten alle
psychologische hulpverlening 'psychotherapie' genoemd worden om van de
terugbetaling te genieten. We moeten maken dat we niet fout zitten van bij
de start. De laatste maanden zijn er steeds meer mutualiteiten die spreken
over 'psychologische consultatie' en die de erkenning bij de psychologencommissie
als eenvoudig te consulteren kwalificatiemiddel hanteren zonder veel
paperassen. We denken dat dit een goede evolutie is. Uiteraard moeten
andere beroepen die psychologische hulpverlening doen dit bekijken voor
hun beroepsgroep. Eens we enkele jaren verder zijn en er vorderingen zijn
inzake wettelijke erkenningen van de nieuwe gezondheidszorgberoepen en de
psychotherapie als speciale beroepstitel van die basisberoepen geregeld is
kan gedacht worden aan een uitgebreidere terugbetalingsregeling onder de
noemer 'psychotherapie'. Tegen dan zal er ook reeds een gespecialiseerde
kwalificatie zijn inzake neuropsychologie.
De Maere is een
'magazine' en 'magazine' betekent volgens Van Dale nog altijd 'opiniërend
tijdschrift'. Niet iedereen hoeft het dus met deze standpunten eens te
zijn. Maar als we het lappendeken bekijken van wat tot hiertoe aan
terugbetalingsregelingen bestaat, dan is het wel wenselijk dat er een
eerste evaluatie komt en een poging om toch een en ander enigszins te
stroomlijnen. Wellicht is hier een taak weggelegd voor de beroepsverenigingen.
|