|
De kar voor het paard
Laat de postmodernisten erover denken wat
ze willen, wij blijven van mening dat een behandeling best voorafgegaan
wordt door een goede diagnostische fase. Maar als we de evoluties bekijken in
de geneeskunde, lijkt het alsof men steeds meer de zaak op zijn kop zet.
Vroeger had men goede psychiatrische
observatiediensten waar men tot een grondig beeld kwam van de persoon in
zijn probleemsituatie om dan te besluiten tot de meest aangepaste behandeling.
Nu heeft men het systeem gekanteld. De patiënt staat zogezegd centraal. In
werkelijkheid staat dikwijls het systeem centraal. Er zijn verhalen te
horen van mensen die reeds een paar keer een wekendurende opname hadden
binnen een bepaald zorgprogramma van de gedevisioneerde psychiatrie met
telkens als belangrijke conclusie dat ze eigenlijk niet echt tot de
doelgroep behoorden. Maar wat de precieze diagnose was… ho maar. Het kost
de maatschappij ondertussen wel stukken van mensen.
Men gaat naar een chirurg voor behandeling
van obesitas. In sommige gevallen wordt men daar dan verwezen naar een
psycholoog, maar ondertussen zijn wel de gunstige effecten van de ingreep
meegedeeld (als er nog geen datum voor de ingreep bepaald is..). En de psycholoog
kan dan wat roet in het eten gooien van iemand die voor zichzelf reeds
bepaald heeft wat de behandeling moet zijn. Niet de obesitas is het
probleem, wel het bekomen van een ingreep.
Men gaat naar een fertiliteitskliniek
omdat men een kind wil. Ook daar weer hetzelfde scenario; technisch kan
het allemaal wel. Maar op het laatste moment is er toch wel ergens een
psycholoog die moeilijk komt doen.
Het wordt tijd dat men weer eens het paard
voor de kar spant. Een hulpverlening moet er niet van uit gaan dat men de
diagnose kent voor men aan de hulpverlening begint. Het hulpverleningsproces
begint niet met de behandeling. Het is niet het bekomen van een maagband
of de fertiliteitsbehandeling dat het probleem is. Het is de obesitas en
het niet ingevuld verlangen naar een kind dat een probleem is. Psychologen
moeten ingeschakeld worden in de fase waarin het probleem zich stelt, niet
pas in de fase van een ultiem vermijden van een foute drastische ingreep.
Recent is er ook in de artsenkrant een
artikel verschenen dat ernstige vragen stelt over de aanpak van obesitas en
over de bariatrische chirurgie. Voor ons is dit koren op de molen van het
idee dat we reeds jaren koesteren. We moeten gaan naar een systeem van
wijkgezondheidscentra (of een netwerk van plaatselijke zelfstandig
werkende eerstelijnshulpverleners) waarin huisartsen en psychologen en
maatschappelijk werkers de problematiek in de juiste context aanpakken. In
geval van obesitas moet er daar ingegrepen worden op de gedragsvariabelen
of de levensstijl, enz . Om psychologen in te schakelen moet men niet
wachten op de fase waarin de chirurgie reeds als dé oplossing aan de
horizon is verschenen.
De collega's van
de tweedelijn zullen het misschien niet leuk vinden, maar we blijven van mening
dat er meer psychologen dienen ingeschakeld te worden in de eerstelijn, in
samenwerking met de huisarts. En dan moet er meer bemanning komen in de
ambulante diensten van de algemene ziekenhuizen die zelf evolueren naar een
systeem van zeer korte opnamen en een uitgebouwde poliklinische
dienstverlening. We blijven ons vragen stellen naar de juiste positionering
van die zogezegde 'tweede lijn' in de 'geestelijke gezondheidszorg'. Maar
het is evident dat dit vraagstellingen zijn die raken aan heel de organisatie
van de gezondheidszorg in België. Er zijn stukken die federaal zijn en
stukken die tot de gemeenschap behoren. Wat we voorstellen gooit deze
indeling overhoop. We denken dat het nodig is dat de verschillende
elementen van het hulpverleningsproces in de juiste volgorde en op de
juiste plaats gesitueerd worden. En als het zo is dat men daar in het
zuiden van het land andere opvattingen over heeft, is het dan zo gek om te
opteren voor een defederalisering van de gezondheidszorg ?
|