Jaargang 3 Nr 8 01.05.2006

detail

KlinPsy – Magazine

Archief

KlinPsy-Homepage

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gemiste kans

 

26.04.2006

De Geestelijke Gezondheid: een essentiële sector die moet erkend worden

 

Op 16 maart liet minister Demotte in de plenaire Senaat door staatssecretaris Donfut een me­de­deling voorlezen waarin stond "Daarom organiseer ik na de Paasvakantie een confe­rentie waarop alle betrokken verenigingen en beroepsgroepen hun standpunt kunnen ver­dedigen". Ook in zijn openingsspeech waarin hij de grote lijnen van zijn ontwerp toelichtte hoorden we zinnetjes als "il est essentiel que celui-ci puisse choisir lui-même son théra­peu­te et son orientation." en "luisteren naar het standpunt dat de verschillende beroepsmensen van het terrein innemen". De schilder van het kunstwerk dat op het symposium te aan­schou­wen was moet wel in een zeer bijzondere stemming geweest zijn. Het kleurgebruik was nogal 'specifiek', zowel in de samenstelling van de genodigde sprekers als inzake het uitgenodigde publiek. Bij de sprekers waren de niet-psychoanalysten de uitzondering en bij het publiek waren er weinig Vlamingen, weinig artsen, vooral Franstalige psychanalysten met hoge aanwezigheid van niet-academisch geschoolden onder hen. Eigenlijk zaten vooral de bevoordeligden door het wetsontwerp Demotte in de zaal, mensen die van de wens van de drie academische beroepen voor een wettelijke regeling gebruik willen maken om een aantal bevoegdheden te bekomen die ze niet zouden krijgen als ze alleen voor zichzelf zouden moeten opkomen.

We willen de minister hier niet tekort doen door slechts in te gaan op een paar aspecten van zijn voordracht. De grote lijnen van het ontwerp werd evenwel in vorige nummers van De Maere, in het KlinPsy-dossier over het statuut en in een afzonderlijke website over De der­de Weg reeds uitvoerig toegelicht. Opmerkelijk in zijn voordracht was dat hij expliciet ver­melde: "Het ontwerp erkent vervolgens, als assistenten in de geestelijke gezondheid ver­schillende beroepen. De personen die binnen deze laatste categorie vallen zijn dus niet door de tekst beoogd voor wat de uitoefening van hun basisberoep betreft. Daar hun beroeps­activiteiten nauw aansluiten bij het veld van de geestelijke gezondheid, was het echter be­langrijk deze personen in de tekst te vermelden en hen de toegang tot de opleiding van psychotherapeut mogelijk te maken zonder een aanvullende theoretische opleiding te eisen." Ook het achterpoortje voor toevoeging van allerlei andere basisberoepen wordt wagenwijd opengehouden. We weten dat de "psychotherapeuten" autonoom alle diagnos­tische en the­rapeutische bevoegdheden krijgen. In de definitie van de klinische psychologie werd het woordje "autonoom" weggelaten. Er staat ook niet dat ze diagnostiek en therapie mogen doen, maar handelingen stellen op het domein van……" Opmerkelijk is ook dat hij nog eens expliciteerde dat een van de opdrachten van de Hoge Raad van de Geestelijke gezond­heids­zorg was "een doeltreffende samenwerking te waarborgen tussen de beroeps­be­oefenaars in de geestelijke gezondheid onderling, alsook tussen dezen en de beroepsbe­oefenaars van de geneeskunde". Dit, samen met de titel van het symposium " De geestelijke gezondheid: een essentiële sector die erkend moet worden" toont aan hoe er via deze kaderwet een verschuiving komt binnen KB78. Waar tot hiertoe in KB78 beroepen geregeld werden, probeert men nu sectoren te reglementeren. Eigenlijk is dat gemeen­schapsmaterie die men hier federaal probeert te verankeren. Als de samenwerking tussen de "geestelijke gezondheidszorgers" en de (huis)artsen geregeld wordt door de Hoge Raad van de gees­telijke gezondheidszorg dan is er nog weinig speelruimte voor een uitbouw van de eerste­lijns gezondheidszorg door de gemeenschappen. Vermelden we ook de opmer­ke­lijke uit­spraak van de minister inzake de therapieopleidingen: " C’est vrai aussi que, con­trairement aux médecins, aux psychologues, aux sexologues ou aux orthopédagogues, leur forma­tion, historiquement, n’est pas dispensée par les universités et qu’il est donc impossible de « s’accrocher » à une formation déjà reconnue officiellement." De univer­si­teiten die onder­tussen soms meer dan 25 jaar psychotherapieopleidingen verzorgen zullen deze uitspraak bijzonder waarderen. Tussen haakjes is te vermelden dat het ministerie van Volksge­zond­heid jaarlijks miljarden geeft aan de farmaceutische nijverheid om medicaties te ontwikkelen, maar dat het nog altijd het ministerie van Onderwijs is die investeert in de opleiding in de psychotherapie. Of is het niet-investeren door Volksgezondheid in de psy­chotherapie dan ook de reden om te beweren dat het zogezegd niet bestaat ? Ontken­nen dat er een decen­nialange traditie is in academische therapieopleidingen maakt het natuurlijk ook gemakkelijker om de therapieopleiding in handen te gaan geven van beroepsverenigin­gen.

De voorzitter van de Kamercommissie volksgezondheid Mayeur liet zich vervangen door de psychanalyste Goffin. Wie meer wil lezen over de ideeën van deze persoon kan best eens het interview lezen die op een Franse site staat, samen met een interview met Francis Martens, toevallig ook een van de sprekers op het symposium. Op zijn zachtst gezegd irritant is wel dat ze, zittend naast de minister en sprekend in de plaats van de Voorzitter van de Kamercommissie Volksgezondheid, de desinformatie betreffende het wetsontwerp Aelvoet, nu overgenomen door het wetsvoorstel Vandenberghe, durft voortzetten en een verhaal ophangt over paramedicalisatie.

Professor Pelc, voorzitter van de Hoge gezondheidsraad, benadrukte het belang van de geestelijke gezondheidszorg en bracht de conclusies van het advies inzake psychothera­pie. Eigenlijk staan die loodrecht op het ontwerp Demotte. In plaats van lofprijzingen over het wetgevend werk, had men kunnen verwachten dat hij deze contradictie verduidelijkte, maar hij rekende kennelijk nogal op de zelfwerkzaamheid van het publiek

Nadine Page, sociaal assistente en sociologe en vakbondsafgevaardigde reageerde furieus op het etiket van 'assistent in de geestelijke gezondheidszorg' die ze nu zouden opgeplakt krijgen. In het wetsontwerp Demotte, dat zogezegd de sector zou gaan regelen, wordt let­terlijk niets gedaan aan de wettelijke regeling van een reeks hulpverlenende beroepen. In plaats van die te regelen, hebben ze die mensen allemaal 'assistent' gemaakt om ze de toe­gang te geven tot de psychotherapie. Maar dezen die geen 'psychotherapeut' worden delen wel van de brokken. De mensen die zo tekeer gingen tegen de waan van de 'paramedi­ca­lisation', keren er blijkbaar hun hand niet voor om een reeks andere gezond­heids­werkers tot assistent te maken. De derde weg die wij verdedigen zou voor al die mensen een veel res­pectvoller oplossing geven: een omschrijving van erkenningsvoor­waarden en een vast­leggen van bevoegdheden. Het is inderdaad geen vooruitgang om heksentoeren uit te halen om voor de psychotherapeuten een beroepsomschrijving te bekomen zonder verwijzing naar de territoria van de medici en dan zelf ondertussen dunnekes iets gelijkaardigs te doen naar andere beroepsgroepen toe. De derde weg laat toe om soepel en gedifferentieerd bevoegdheden toe te kennen aan verschillende beroepen. Het mag evenwel niet uitmonden op een nivellering naar beneden en dat gevaar is niet denkbeeldig bij de stellingnamen van Page.

De toespraak van Corveleyn, decaan van de psychologiefaculteit Leuven zal vermoedelijk binnenkort op de website van de BFP komen. We stippen hier kort aan dat hij een pleidooi hield voor een stevige wetenschappelijke verankering. Hij protesteert tegen het grote belang dat toegekend wordt aan de beroepsverenigingen. Hij hechtte aandacht aan de basisbe­roepen. De regeling van de psychotherapie mag, maar kan ook later. Psychothera­pie is een speciale beroepstitel. Hij is tegen de cartesiaanse opsplitsing, wil een betere definitie van klinische psychologie en stelt zich vragen over de diagnostische bekwaam­heden van de 'psychotherapeuten' in het ontwerp Demotte als men ziet wie er allemaal psychotherapeut kan worden. Hij wil dat de therapeutische denkkaders wetenschappelijk gefundeerd zijn, dat de schakeljaren voor personen met niet-universitaire vooropleiding aan de universiteit worden gedoceerd en dat er een paritaire universitaire vertegenwoordiging zou zijn in de Hoge Raad.

De voorzitster van de Senaatscommissie Sociale Aangelegenheden Van de Casteele gaf een overzicht van de aspecten die een wettelijke regeling noodzakelijk maken, dit zowel als bescherming van de hulpzoeker als omwille van het belang voor de beroepsgroep zelf. Ook een regeling voor de psychotherapie dringt zich op. De initiatieven van de mutualiteiten om reeds prestaties terugbetaalbaar te maken illustreren mee de noodzaak. Ze is zich zeer goed bewust van de tegengestelde opvattingen, onder meer inzake 'afzonderlijk beroep' dan wel 'bijzondere beroepstitel' en inzake de al dan niet academische verankering.

De huisartsen Van Schepdael en Heureux gaven een boeiend overzicht van psycholo­gi­sche problematieken waar zij als huisarts dagelijks mee geconfronteerd worden en brach­ten dan ook hun verwondering dat ze in het wetsontwerp eigenlijk niet vermeld worden als personen die geestelijke gezondheidszorg verlenen. Wel dient opgemerkt dat ze volgens de laatste versie van het ontwerp wel handelingen mogen stellen die behoren tot het geestelijk gezondheidszorgberoep en dat ze ook een opleiding voor psychotherapeut kunnen starten. In deze context willen we ook verwijzen naar een advies van de Hoge GezondheidsRaad betreffende Ondersteuning huisartsen, eerstelijnhulp inzake geestesgezondheid.

Psychiater Dom sprak niet alleen voor de psychiaters, maar ook voor de syndicale Kamers van de artsen en hij kreeg daarvoor tien minuten. Dit zijn omstandigheden die genuanceerde standpunten niet in de hand werken op een symposium dat geacht werd om de consensus te bevorderen. Ook hij was niet akkoord met de cartesiaanse opsplitsing van soma en psyche. Psychiaters zijn medische specialisten en staan en horen in Hoofdstuk I van KB78 en zij zijn competent zowel op vlak van de psychologische als op vlak van de lichamelijke dimensie. Psychotherapeut is geen afzonderlijk beroep. Hij gaat niet akkoord met diagnos­tiek en indicatiestelling door al wie geen medicus is, dus ook niet door klinisch psychologen. Hij ging in zijn verantwoording bij momenten toch wat vlotjes heen over de psychologische competentie van de arts-niet-psychiater. Als het argument om klinisch psychologen diag­nos­tische bevoegdheid te ontzeggen is dat men maar ziet wat men kent, dan is de psycho­logische kennis van de artsen toch geen detail in de redenering. Maar zoals gezegd, zat hij op verschillende zitjes. Hij reageerde ook op de ondervertegenwoor­diging van de artsen in de Hoge Raad. Hij ging niet akkoord met het ontwerp. Hij was de enige spreker die uitge­jouwd werd.

Patrick De Meulemeester bracht het standpunt van de BFP en was, naast Dom die eigenlijk niet enkel de pychiaters vertegenwoordigde, vermoedelijk de persoon die als vertegenwoordiger van 2000 psychologen de meest representatieve spreker was op het symposium. We suggereren om de tekst volledig te lezen. De BFP steunt het ontwerp Demotte niet maar stak via De Derde Weg een hand uit om uit de impasse te raken.

Psychologe-psychanalyste Drory die samen met nog enkele andere sprekers op het sym­po­sium, na de mislukte putsch van de APPPsy in april 2002, de BFP verlaten had, heeft zich ingespannen om de competenties van de klinisch psycholoog te minimaliseren en die van de psychanalyst in de verf te zetten. De toegang tot de opleiding in de psychoana­lyse dient zo breed mogelijk opengesteld.

Philippe Kempeneers, een seksuoloog bracht een genuanceerd standpunt.

Johan De Groef, orthopedagoog en psychoanalyst, was uitgenodigd door het kabinet en sprak in eigen naam. Hij hield een pleidooi voor heterogeniteit en multidisciplinariteit, voor een wetgeving die samenwerking mogelijk maakt. Men moet de verenigingen laten gedijen en het ontwerp Demotte was een werkbaar document.

Dan waren er zes personen die elk tien minuten zouden spreken over de opleiding in de psychotherapie: vijf hadden een opleiding als psychoanalyst. De zesde was 'autodidact', maar was wel drie jaar in psychoanalyse geweest. In het Franse taalgebied zijn 40 % van de psychotherapeuten psychoanalytisch georiënteerd, in Vlaanderen slechts 20%. In het panel dat sprak over de opleiding tot psychotherapeut was er geen enkele client-centered therapeut, geen enkele gedragstherapeut, geen enkele systeemtherapeut. Altijd weer dezelfde boodschap: Psychotherapie als afzonderlijk beroep, zo breed mogelijk openstellen inzake basisopleiding, het grote belang van de persoonlijke psychoanalyse.

Het nut van de dag is dat er hoe dan ook toch een aantal teksten met standpunten gepro­du­ceerd zijn. Het irritante is dat het voor het kleinste kind doorzichtig was hoe heel de dag gemanipuleerd was, zoals trouwens heel het wetsontwerp. Vermoedelijk zal het sympo­sium de partijen meer tegen elkaar opgezet hebben dan dat ze een groei naar consensus bevorderde. Laat ons hopen op een gunstige wending in de richting van de derde weg, maar het zal wellicht reeds goed zijn als deze tweede weg kan geblokkeerd worden.

Terug naar De Maere van 01.05.2006

 

Hoe verwittigd worden wanneer er een nieuw nummer van De Maere verschijnt

- Ofwel stuurt u een mailtje naar de webmaster (gilbert dot allemeesch at pandora dot be) en dan komt u op een distributielijst voor verwittiging via mail.

- Ofwel anoniem via een (uiteraard gratis) abonnement op de RSS-feed van de KlinPsy-site. Meer info