KlinPsy - Informatiefolder

Maximaliseren geheugenrendement

Lic. G. Allemeesch

 

1. Hoe werkt ons geheugen ?

Wanneer we ons beperken tot het onthouden van gebeurtenissen, kunnen we vereenvoudigd de werking van het geheugen als volgt schetsen:

We hebben een werkgeheugen, dat omvat datgene waarmee we in ons gedachten zitten, en een permanent geheugen, dat is het geheugen waarin we informatie kunnen bewaren voor later.

De informatie die ons bereikt via onze zintuigen komt eerst in ons werkgeheugen terecht en daar kan het een goeie halve minuut bewaard blijven. Als er niets mee gedaan wordt is die informatie daarna weg. Natuurlijk als we voortdurend iets herhalen kunnen we iets lange tijd in ons hoofd houden (denk maar als we piekeren). Dat werkgeheugen is ook niet groot; bij een gezonde volwassene is dat een zevental eenheden groot. Om gewoon een getal of een zin na te zeggen hebben we voldoende met dat werkgeheugen.

Hoe enorm belangrijk dat werkgeheugen is, het is onvoldoende om te leven. We moeten dingen over langere tijd kunnen onthouden, we moeten kunnen leren. Daarom moeten we informatie voor langere tijd kunnen vastleggen. Dat doen we in ons permanent geheugen. Daar worden de inlichtingen in onze hersencellen vastgelegd zodat ze jaren later nog beschikbaar zijn. Later kunnen we dan die informatie terug oproepen en in ons werkgeheugen brengen. Als men ons vraagt of we nog de Expo-58 herinneren dan gaan we informatie uit ons permanent geheugen halen en overbrengen naar ons werkgeheugen.

 

2. Belang van wat aan de geheugenfunctie voorafgaat.

Het eerste wat nodig is om te onthouden is dat het ons op een of andere wijze interesseert. Het kan zijn dat er dingen zijn die ons niet interesseren omdat ze ons nog nooit ge´nteresseerd hebben, maar het kan ook zijn dat het is omdat we teveel dingen om ons hoofd hebben of omdat we te neerslachtig zijn. Als we geen interesse hebben voor iets gaan we ook minder gemotiveerd zijn om iets te onthouden.

Het kan ook zijn dat iets ons interesseert, maar dat we geen moeite meer willen doen om het te onthouden. Heel dikwijls zeggen mensen ten onrechte "Ik ben te oud om dat allemaal te onthouden." En ze proberen het al niet meer. De beeldvorming die we hebben van onszelf is enorm belangrijk.

Eens we ge´nteresseerd en gemotiveerd zijn om het te willen onthouden, dan moeten we er ook onze aandacht op richten. Als we maar met een half oor luisteren, vluchtig eens kijken, gaan we het ook minder goed onthouden.

Belangrijk vervolgens is dat we goede zintuigen hebben of die zo goed mogelijk verhelpen. Als men door een slechte bril maar de helft van de onderschriften kan lezen op TV, zal men het minder begrijpen en zal men het minder onthouden. Hetzelfde voor het gehoor. Als men maar 50 % van een gesprek hoort zal men er geen 100 % van onthouden. Dat lijken vanzelfsprekendheden, maar de dagelijkse praktijk toont aan dat het niet overbodig is erop te wijzen. Heel wat ouderen blijken bij een ziekenhuisopname hun bril of hoorapparaat niet mee te hebben.

 

3. Hoe komt nu de informatie van uit ons werkgeheugen in ons permanent geheugen ?

- Reeds het feit dat informatie in ons werkgeheugen aanwezig was, dat we met iets in ons gedacht gezeten hebben, maakt dat er wat doorstroming is naar het permanent geheugen. Als we van het Station naar de Markt wandelen en niet de bedoeling hebben om iets te onthouden, zullen we ons toch enkele dingen herinneren als we op de markt komen.

- Als het zo is dat er altijd een beetje doorstroming is van het werkgeheugen naar het permanent geheugen gewoon doordat het daar aanwezig was, wel dan is gemakkelijk te begrijpen dat Herhalen eveneens die doorstroming groter maakt. We maken dat iets langer in ons werkgeheugen is en dus meer kans maakt om vastgelegd te worden. (We herhalen, een sla, een brood, een kilo suiker. Een sla, een brood, een kilo suiker. Of: Donderdag om acht uur komen de Janssens op bezoek. Donderdag om acht uur komen de Janssens op bezoek.)

- Beter dan dat klakkeloos herhalen is het herhalen met eigen woorden. ( Het is donderdag om acht uur dat de Janssens komen.) Waarom is dat nu beter. Wel omdat we onszelf verplichten om goed te begrijpen wat we herhalen. We kunnen achteloos een zin letterlijk na-apen, maar we kunnen een zin maar in eigen woorden nazeggen als we hem begrepen hebben. We zouden een chinees zinnetje kunnen nazeggen, maar we kunnen het niet in onze eigen woorden herhalen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat we iets beter onthouden naarmate we het dieper hebben verwerkt.

- We kunnen in ons werkgeheugen ook verbanden leggen. Bijvoorbeeld. De Janssens komen zondag juist als het Panorama is. We koppelen nieuwe informatie aan informatie die reeds in ons geheugen zit.

- We kunnen ook proberen om de dingen die we moeten onthouden te ordenen. We kunnen proberen om te onthouden: een sla, een brood, een biefstuk, een pot confituur, een vlootje margarine en een pot mayonaise. Veel gemakkelijker wordt het als we zeggen: Er waren drie dingen voor het ontbijt: een brood, een vlootje margarine en een pot confituur en drie dingen voor het middagmaal: een sla, een pot mayonaise en een biefstuk.

- We kunnen ook informatie die we zien koppelen aan informatie die we zeggen. Wanneer we uit de auto stappen kunnen we eens rondkijken en dan maar hopen dat we een halve dag later de wagen zullen terugvinden. We kunnen ook zeggen "Ah ja, onze auto staat bij de letter K. Onze auto staat bij Kamiel." We koppelen een visueel spoor aan een auditief spoor.

- Ook het omgekeerde kunnen we doen. We kunnen ons boodschappenlijstje niet alleen opzeggen, maar we kunnen ons ook voorstellen wat we die dingen die we moeten meebrengen samen voor ons op tafel zien staan.

Al die activiteiten die we hier nu opsomden (herhalen, verbanden leggen, sorteren, visuele en verbale sporen koppelen) dat zijn dingen die we in ons werkgeheugen doen en die maken dat de informatie beter vastgelegd wordt in ons permanent geheugen. Het komt er eigenlijk op neer dat we actief moeten zijn met de informatie en er allerlei koordjes aan vastknopen waaraan we dan later kunnen trekken om iets terug op te roepen.

 

4. Hoe halen we informatie uit ons permanent geheugen terug in ons werkgeheugen ?

Het heroproepen is dan informatie die niet meer in ons gedacht zit, terug in het gedacht halen vanuit het permanent geheugen. We komen in de keuken en we zeggen "Wat kwam ik hier nu halen ?"
-Een eerste methode is teruggaan naar de eettafel in de living om vast te stellen dat we een soeplepel nodig hadden.
-We kunnen ook in gedachten terugkijken. Wat was ik aan het doen ?
-We kunnen ook onszelf vragen stellen. Als men vraagt met wie we in de lagere school zaten, kunnen we in gedachten de schoolbanken rij per rij aflopen.

Het heroproepen van informatie, het hervertellen, het heropfrissen van herinneringen is ook belangrijk om iets goed en voor vele jaren te onthouden.

 

5. Wat kan daar nu in veranderen bij ouderen die niet ziek zijn ?

We overlopen ons schema.
- Sommige mensen gaan zich in minder interesseren.
- Sommige mensen verklaren zichzelf te oud voor bepaalde geheugentaken. Foutief zelfbeeld die de motivatie schaadt.
- Bij het ouder worden neemt de aandacht soms af. Vooral vermindert het vermogen om meerdere dingen tegelijkertijd te doen. Als we daar geen rekening leren mee houden dan be´nvloedt dat soms ons geheugenrendement. Niet zozeer omdat ons geheugen verminderd is maar omdat door een verminderde aandacht de informatie niet optimaal verwerkt wordt.
- Die mentale processen gaan iets trager verlopen. Men heeft meer tijd nodig, maar in sommige situaties kan men dat niet zelf bepalen.
- De grootte van het werkgeheugen neemt meestal ook af; van zeven eenheden gaat dat vaak naar vijf.
- Soms gaan mensen ook minder actief hun informatie verwerken in hun werkgeheugen en we hebben gezien hoe belangrijk dat dit is.

Met ouder te worden is er wel degelijk een vermindering van de geheugenfunctie die normaal te noemen is. We noemen dat de goedaardige ouderdomsvergeetachtigheid.

 

6. Kan onze geheugenvermindering ook aan ziekte te wijten zijn ?

Het kan zijn dat de vermindering van ons geheugen erger is dan we op basis van gewone ouderdomsvermindering kunnen verklaren. Zowel psychische aandoeningen als lichamelijke aandoeningen kunnen aan de oorzaak liggen. Heel wat mensen hebben geheugenklachten omdat ze neerslachtig of omdat ze gestresseerd zijn. Er zijn ook mensen die een minder goed geheugen hebben door hun angsten voor dementie omdat ze ten onrechte hun ouderdomsvergeetachtigheid als tekenen van dementie interpreteren. Men kan ook geheugenstoornissen hebben door lichamelijke ziekten in de hersenen. Sommige daarvan kunnen stopgezet of verbeterd worden. Soms is het een algemene lichamelijke aandoening die invloed heeft op de hersenwerking en ook die kunnen dikwijls behandeld worden. Het is altijd belangrijk om de huisarts te raadplegen als men zich zorgen maakt over de werking van zijn geheugen. Als er een ziektetoestand is moet die eerst behandeld worden. Het is evenwel niet de opzet van deze informatiefolder om de ziektetoestanden te bespreken.

 

7. Wat kunnen we nu doen om een maximaal rendement uit ons geheugen te halen ?

- Doe iets aan uw interesse en motivatie. Zeg niet te snel dat u te oud bent om dat nog allemaal te onthouden. Blijf intellectueel actief. Dat is een belangrijke factor opdat onze informatie in ons geheugen zou komen.

 

 

- Leer dingen die u vroeger tegelijkertijd deed nu na elkaar te doen. Leer zeggen tegen uw kleinkind dat het even moet wachten met zijn verhaal tot u klaar bent met uw gesprek met zijn vader en dat u dan tijd voor hem zult maken. Herbekijk uw leefgewoonten. Wanneer het bijvoorbeeld de gewoonte was om gesprekken aan tafel te voeren terwijl de nieuwsberichten opstaan, maak dan dat dit niet meer samenvalt.

- Als de afleiding van uw aandacht van binnen in uzelf komt, doe daar ook iets aan. Als u bij een gesprek voortdurend verstrooid bent door de gedachte dat u nog de vuilnisbak moet buitenzetten, wel schrijf het op een papiertje of zet hem eerst buiten.
- Doe zware geheugeninspanningen (u volgt nog een of andere cursus waarvoor u moet studeren) op de momenten waarop u het fitst bent.

 

 

- Zorg voor een zo goed mogelijk gehoor en een zo goed mogelijk zicht. Wat niet binnenkomt zult u niet onthouden.

 

 

- Neem uw tijd.

 

 

- Wees actief met de informatie die u wilt onthouden.

- Verspil uw tijd niet met klakkeloos te herhalen. Dat is de minst goede van de methoden.

- Leer de dingen inwendig herhalen in je eigen woorden. Dat is iets dat nogal vlug gaat en niemand ziet dat. (Voorbeeld: Terwijl iedereen nog zit te lachen denkt u: er was die mop van die aannemer en die pastoor en dan ook nog die van Saddam en dan die van die Hollander, Fransman en Duitser op die hotelkamer)

- Leer verbanden leggen. U kunt onthouden dat de vergadering de 27 oktober is, maar u kunt ook onthouden dat het de woensdag voor Allerheiligen is, enz.

- Leer informatie sorteren. Als u het probleem hebt dat u altijd de helft vergeet te zeggen en te vragen als u naar uw dokter gaat, dan is het bijvoorbeeld nuttig om te denken: Ik moet drie dingen zeggen: mijn duizeligheid, mijn oorsuizen en mijn pijnlijke knie en ik moet drie dingen vragen: een briefje voor de oogarts, een verlenging van mijn bloeddrukpillen en een attestje voor de kinesist. Als u daarenboven in het begin van de consultatie zegt dat er twee keer drie dingen waren, dan helpt uw arts u misschien nog om te onthouden.

- Leer visuele en verbale informatie koppelen. U stapt uit de wagen en u zegt "Hij staat in de Kerkstraat voor de verpleegsterschool."

 

 

- Leer achteruitkijken in uw gedachten om her op te roepen wat u niet direct te binnen schiet. Wat was ik aan het doen toen ik naar de keuken kwam.

- Ondervraag uzelf om de heroproeping te verbeteren. Met andere woorden gebruik uw verstandelijke vaardigheden om uw geheugenvaardigheden te remediŰren. Wie was er op die receptie ? Wel wie zouden de Janssens allemaal kunnen uitgenodigd hebben en waren die er ?

-Fris regelmatig uw herinneringen op door te vertellen.

 

8. Kunnen we ook hulpmiddelen gebruiken ?

Het is niet waar dat we een lui geheugen kweken door dingen op te schrijven. Als we iets opschrijven zoeken we woorden om het zo kort mogelijk op te schrijven. We moeten het dus goed doorgronden wat we moeten onthouden, we herhalen het in eigen woorden terwijl we het opschrijven en we zijn er een tijdje mee bezig. Dikwijls maakt juist het opschrijven dat we ons papiertje niet meer nodig hebben. Overigens kan men ook de stelling verdedigen dat we ons geheugen niet extra moeten belasten met afspraken en dergelijke die zich lenen voor noteren, en dat we ons intern geheugen dan kunnen houden voor andere dingen.
Het probleem met die papiertjes is vaak dat het een onoverzichtelijke rommel wordt. Als geheugensteun faalt dat vaak.

Er zijn drie vuistregels voor een goede geheugensteun:
- Hij moet duidelijk zijn. Een knoop in de broekzak heeft geen zin als u vergeten bent waarvoor die moest dienen.
- Er mag niet teveel tijd zijn tussen het moment van herinnering en het moment van uitvoering. Een briefje naast uw bed met daarop de boodschap dat u om 17 uur naar de kapper moet is soms al vergeten voor het zover is.
-Een actief middel is beter dan een passief middel: een keukenwekker is beter dan een briefje op de schouw waar u vergeet naar te kijken.

Slotsom: als u opschrijft om te onthouden, zou u dan niet eens denken aan een agenda met een regel per uur waar u dan ook alles inschrijft, en die open op een plaats ligt waar u dikwijls voorbijkomt ?

 

9. Vaste gewoonten kweken.

Het is belangrijk om een aantal vaste gewoonten te leren en die worden nog eens belangrijker naarmate het geheugen achteruit gaat. We doen er goed aan om onze bril, onze sleutels, onze portefeuille op een vaste plaats te leren leggen. Als die op een vaste plaats liggen, moet u die niet gaan zoeken. Maar het heeft ook het voordeel dat u daar andere zaken kunt aan vastknopen. Als u een vaste plaats hebt om uw sleutels te leggen kunt u de brieven die moeten gepost worden bij die sleutels leggen en dan vergeet u die niet mee te nemen als u weggaat. Als u de gewoonte hebt om de dingen die meemoeten naar boven op de stoel naast de trap te leggen, moet u minder verloren weg en weer lopen.

 

10. Overzicht.

 

 

 

 

 

 

KlinPsy - Wegwijzer

KlinPsy - Infofolders

 

Home

webmaster