Hoorzitting in de Commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing

19 maart 2003

Dhr Karel Mampuys, voorzitter Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen

 

 

 

Standpunt van de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen (VVKP)

bij de wetsontwerpen Klinische Psychologie,  en Psychotherapie

 

 

De Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen (VVKP) werd opgericht in 1971.  Om gewoon lid te zijn is een licentie in de klinische psychologie vereist.    De vereniging publiceert driemaandelijks het wetenschappelijke Tijdschrift Klinische Psychologie, stimuleert de wetenschappelijke kwaliteit (door studiedagen en werkgroepen), en waakt over de beroepsethiek van haar leden.  Daarnaast behartigt de vereniging de beroepsbelangen, met een bijzondere inspanning naar de klinisch psychologen met een zelfstandige praktijk, waaraan beheersinformatie verschaft wordt en die in een verwijzersbrochure worden opgenomen.  

 

 

1.      Representativiteit van de VVKP

 

q        De reikwijdte van de vereniging

 

De VVKP bestrijkt bijna de hele Vlaamse klinisch psychologische sector: zij verenigt in Vlaanderen (1) zo’n 850 klinische psychologen, en is daarmee de grootste psychologenvereniging in België.

 

q        Een therapiemodel-  en werkgebiedoverstijgende vereniging

 

De Vlaamse klinisch psychologen hebben zich niet opgedeeld in verenigingen die 1 bepaald psychotherapiemodel in het vaandel voeren (bv. gedragstherapie), of die enkel de psychologen van een bepaald werkterrein verenigen (bv. enkel diegenen die in een ziekenhuis werken).   De VVKP verenigt klinisch psychologen over de verschillende therapiemodellen heen en uit verschillende werkterreinen.   De meeste van onze werkende leden hebben aanvullend wel een postacademische psycho­therapievorming gevolgd binnen een bepaald therapiemodel, en velen zijn ook nog lid van een therapievereniging.   Wat onze leden onder de koepel van de VVKP samenbrengt is op de eerste plaats hun universitaire vorming: hun wetenschappelijke basisopleiding.  

 

Op welk gebied men zijn psychologische vorming in de praktijk brengt, en in welk therapiemodel men zich naar de praktijk toe verder bekwaamd heeft, is voor velen ondergeschikt aan die wetenschappelijke grondhouding.  De VVKP komt dus zowel op voor de beoefening van de klinische psychologie als voor de psychotherapie waarvan wij menen dat ze, als psychologische praktijk, moet ondersteund blijven door de psychologische wetenschap.   Het is vanuit onze wetenschappelijke houding dat wij therapeutische strategieën toepassen en willen blijven toetsen.  Het is als professioneel geschoold psycholoog dat wij bereid zijn tot samenwerking met al de verschillende disciplines in ons feitelijke werkterrein, met wederzijds respect voor elkaars competenties en inachtname van de eigen grenzen.

 

 

2.      Het Wetsontwerp Klinische Psychologie

 

De Vlaamse klinisch psychologen zijn dan ook tevreden dat hun wetenschappelijke beroepsuitoefening ook een wettelijke bescherming krijgt, en dat wij daardoor nu ook op legale wijze onze plaats kunnen innemen binnen de gezondheidszorg.   In een gezondheidszorg die terecht steeds meer functioneert  vanuit een samenwerkingsmodel tussen de verschillende disciplines, biedt dit wetsontwerp ons toch ook voldoende waarborg voor onze professionele autonomie.  We vertrouwen er verder op dat de eigen kenmerken van de psychologische hulpverlening verder gepreciseerd zullen kunnen worden binnen de Nationale Raad van de Klinische Psychologie en eventueel binnen de commissie deontologie.

 

Klinisch psychologen kwamen ruim 30 jaar geleden de gezondheidszorg binnen via de psychiatrie of geestelijke gezondheidszorg, maar sinds vele jaren leveren zij ook een psychologische bijdrage aan algemene zorgprogramma’s (hartrevalidatie, oncologie, palliatieve zorg, kinderziekenhuis, chronische ziekten met belangrijke gedragsaspecten, etc.).    Weliswaar is het psychosociale onze toegangspoort, maar biologische, psychische en sociale aspecten zijn in de gezondheidszorg niet zo maar van elkaar te scheiden.  Wij willen onze bijdrage leveren binnen de gezondheidszorg in haar geheel.  Het wetsvoorstel van Mayeur en Burgeon waarbij een scherp onderscheid gemaakt wordt tussen de “psychosociale gezondheidszorgberoepen” en de “medische” kunnen wij niet bijtreden.  Een afzonderlijke wet of een afzonderlijk hoofdstuk voor de “gezondheidszorgberoepen van psychosociale aard” biedt weliswaar een overzicht van de nieuw erkende beroepen, maar het schept meteen het risico op een hernieuwde kloof tussen de biomedische en de gedragswetenschappelijke invalshoek, terwijl we toch al jaren pleiten voor een nauwere samenwerking.  Het werkterrein van al deze beroepen, van de zuiver biomedische tot de uitgesproken psychosociale, is immers gemeenschappelijk: de geïntegreerde zorg voor gezondheid in al zijn aspecten.

 

 

3.      Het wetsontwerp Psychotherapie

 

Dat ook de uitoefening van de psychotherapie aan een pakket opleidingseisen gekoppeld wordt, vinden wij een vooruitgang voor de cliënt die tot op heden makkelijk het spoor bijster kon raken in de wildgroei van zogenaamde therapieën.   Het wetsontwerp brengt een globale afbakening aan van wat onder psychotherapie moet begrepen worden, en de opleidingseisen betekenen ook meer waarborg voor de kwetsbare hulpvrager.  Hierbij wil ik enige kanttekeningen plaatsen vanuit onze visie op psychotherapie, en wat daar o.i. de basis van moet vormen.

 

De term psychotherapie dient o.i. begrepen te worden vanuit de beide elementen: (1) [psycho] het toepassen van verworvenheden uit de wetenschappelijke psychologie, (2)  [therapie] in het veld van de gezondheidszorg.   De term psycho slaat hier dus niet op algemene mensenkennis, niet op helpende omgangsvaardigheden die in tal van beroepen nodig zijn, niet op het soort problemen waar men hulp voor biedt, en ook niet op de psychologische middelen die men gebruikt (gesprekstechnieken ipv. fysische of biologische interventies), enz.   De term 'psycho' moet o.i. op de eerste plaats slaan op de wetenschappelijke onderbouw van de praktijk, m.a.w. psychotherapie is de toepassing van de wetenschappelijke psychologie in het domein van de hulpverlening.   Dat moet de maatstaf zijn voor zowel de opleidingen als voor de praktijk. Wie psychotherapie wil uitvoeren kan een brede studie van de psychologie niet overslaan, en dient er zelfs regelmatig naar terug te keren.  Alleen dan zullen we in de toekomst beter weten wat we van elke psychotherapeut mogen verwachten.    Tot op heden was daarover grote vaagheid: de “psychotherapie”vlag dekte te veel verschillende ladingen, er waren enorme kwaliteitsverschillen op vlak van opleiding en praktijk.

 

q        De opleidingsvoorwaarden

 

Een wettelijke regeling moet dus zorgen dat de vlag de afgebakende lading voortaan voldoende dekt.  In het wetsontwerp vinden we wel degelijk terug dat de psychotherapie moet steunen op de psychologie.   Een geslaagde studie van een universitair vakkenpakket moet de nodige waarborg bieden.   Wij denken dat dit cursuspakket net aanvaardbaar is als een minimum.   Dertien vakken komt overeen met ongeveer 1 academiejaar, en dat is niet echt ruim om zich de nodige kritisch wetenschappelijke basishouding echt eigen te maken wanneer men als vooropleiding weinig wetenschappelijke vorming genoten heeft.  Voor diegenen die reeds een psychosociaal masterdiploma behaalden vormt dit geen probleem: psychotherapie is voor hen geen volkomen nieuw beroep maar een verdieping van hun praktijk.  

 

Als vooropleiding beschouwen wij een bachelordiploma dan ook als een minimale eis.   Een basisdiploma van het psychosociaal onderwijs voor sociale promotie, zoals voorgesteld in amendement nr. 5, ligt duidelijk beneden die bodemgrens.   Met dit amendement zouden onder de titel van psychotherapeut nog steeds heel grote globale opleidingsverschillen schuil blijven gaan.  Ons inziens moet de Nationale Raad voor de Psychotherapie juist dit soort verschillen trachten in te perken.

 

q        De opleidingen

 

Niet enkel de individuele beoefenaar van de psychotherapie, maar ook de psychotherapeutische scholen en opleidingen moeten voor hun verdere ontwikkeling en toetsing o.i. ook telkens weer terugkeren naar de wetenschappelijke psychologie.  Er is een grote taak weggelegd voor de nationale raad voor de psychotherapie die zal moeten waken over de verdere ontwikkeling van die noodzakelijke band tussen de psychologie en de psychotherapie: wetenschap en praktijk moeten elkaar wederzijds blijven bevruchten en bijsturen.   Het zal niet makkelijk zijn voor de Nationale Raad om de praktijkbeoefenaars, de wetenschappers en de leermeesters uit de verschillende therapiemodellen tot consensus te brengen.  Ook de nog belangrijke verschillen in hun vooropleiding zullen overbrugd moeten worden.   Psychologen uit de verschillende therapiescholen (die nu in het wetsontwerp psychotherapie vermeld staan) zaten in de negentiger jaren echter al eens samen met academici rond de tafel, niet om elkaar te bestrijden of te verguizen, maar vanuit een gedeelde bekommernis naar de hulpvrager, bereid tot wetenschappelijke toetsing van elkaars beweringen.  De tijd voor een wettelijke regeling van de psychotherapie was toen politiek echter nog niet rijp;  nu gelukkig wel.

 

 

4.      Besluit

 

De Vlaamse Klinische psychologen zijn zeer tevreden met de voorgestelde wettelijke regeling van hun beroep.   Omwille van onze bekommernis voor de kwaliteit van het therapeutisch werk in de geestelijke gezondheidszorg vinden we ook het wetsontwerp op de uitoefening van de psychotherapie aanvaardbaar; een regeling, zij het met minimale eisen, is ongetwijfeld beter dan geen regeling ter zake.   Wij vertrouwen er ook op dat de Nationale Raden voor de klinische Psychologie en voor de Psychotherapie de eigen vereisten voor de psychologische hulpverlening verder zullen uitwerken en bewaken, en dat in de commissie deontologie de eigenheid van de gedragswetenschappelijke deontologie zal erkend worden.

 

Wij vragen dan ook met aandrang aan de volksvertegenwoordigers van alle partijen om de beide wetsontwerpen nog in deze legislatuur goed te keuren.   Onze sector is al sinds lang vragende partij voor deze wettelijke regelingen.  Ze zijn een zeer belangrijke stap voorwaarts in het belang van de zorgvragers die recht hebben op transparante en kwalitatieve psychologische hulp.  De maatschappelijke erkenning van degelijk terzake opgeleide zorgverleners is daarvoor een waarborg.

 

Karel Mampuys

voorzitter Vlaamse Vereniging Klinisch Psychologen

 

q        Voor meer informatie: http://www.vvkp.be/

q        Mail:          mampuys-karel@freegates.be

info@vvkp.be

 

 

(1) Naast de VVKP is er ook nog de VVGP (Vlaamse Vereniging voor Gezondheidspsychologie), een vereniging (met zo’n 50 leden) die over verschillende sectoren (onderwijs, ziekenhuizen, bedrijven) de psychologische bijdrage in de algemene gezondheidszorg wil behartigen, met bijzondere aandacht voor preventieve interventies.   Die vereniging staat ook open voor niet-psychologen; de VVGP-psychologen zijn vaak ook lid van de VVKP.

 

 

Terug naar KlinPsy-dossier Statuut