COMMISSIE
VOOR DE SOCIALE ZAKEN
van DINSDAG 13 FEBRUARI 2007 Voormiddag
02 Vraag van mevrouw Maggie De Block
aan de minister van Werk over "pesten op het werk" (nr. 14118)
02.01 Maggie
De Block (VLD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, sedert de
laatste aanpassing van de wet betreffende de bescherming van de werknemers
tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op de werkvloer, zijn de
werkgevers verplicht maatregelen te treffen om pesterijen op de werkvloer te
voorkomen.
Wat het preventieve luik betreft, dient de werkgever preventiemaatregelen te nemen op grond van een risicoanalyse. Het gaat hierbij onder andere over materiële en organisatorische maatregelen. Men is daaraan volop aan het werken op de werkvloeren. Er gaan heel wat vergaderingen aan vooraf. Nu blijkt dat bij de praktische uitwerking een aantal problemen rijst.
Het
individuele dossier van de werknemers, dat door de preventieadviseur-psycholoog
wordt opgesteld, bevat heel wat vertrouwelijke elementen, onder andere
psychosociale elementen die eigenlijk onder het beroepsgeheim vallen. Meestal
is de arbeidsgeneesheer daarvan ook wel op de hoogte, maar voor het overige
blijft het beroepsgeheim. De overste in het gezondheidsteam, aan wie de
psycholoog moet rapporteren, is eigenlijk een technocraat, die dus bezig is met
de risicoanalyse. Hij is niet gebonden, op het vlak van het beroepsgeheim, wat
betreft de psychosociale elementen. Dat is dus een probleem.
Wat kan
er gebeuren om het medische geheim niet te schenden, indien het verslag wordt
bezorgd aan iemand die niet tot het gezondheidsteam van het bedrijf behoort? De
medische gegevens maken immers integraal deel uit van dit dossier. Kunnen,
bijvoorbeeld, de psychosociale, medische gegevens enkel ter inzage zijn voor de
bedrijfarts? Kan dat luik eventueel worden weggelaten? Kan er aan die mensen
duidelijk worden gemaakt – zij zijn daarmee niet vertrouwd – dat dit deel
uitmaakt van hun beroepsgeheim?
Mijn
tweede vraag heeft betrekking op de tarificatie. De taken zijn uitgebreid en de
preventieadviseur-psycholoog moet heel wat voorbereidend werk doen, als er zich
een probleem voordoet. Ik denk daarbij aan intakegesprekken, het horen van
getuigen en het inschatten van de ernst van de situatie op de werkvloer. De
deskundige steekt dus heel wat tijd in het opstellen van het rapport. Het moet
uitvoerig worden uitgeschreven. Nu is er een forfaitair loon, voor zowel de
informele fase van het dossier als voor de gevallen waarin er verdere stappen
worden ondernomen.
In deze laatste gevallen, als men werkelijk tot verdere procedures overgaat, zou het forfait niet genoeg meer zijn. Er is momenteel ook weinig duidelijkheid over de exacte vergoeding van deze prestaties. Er is ook geen eenduidigheid tussen de verschillende externe diensten. Kan iets worden gedaan aan die tariferingsmethode? Kan men bijvoorbeeld zeggen dat de prestaties tot op een zeker punt onder het forfait vallen en dat als er wordt verdergegaan, een andere manier van tariferen kan worden gehanteerd?
Wat het
eerste punt betreft, heb ik ook nog een bijkomende vraag. Kunnen de psychologen
worden toegevoegd aan de medische cel voor de gevallen die betrekking hebben op
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, dus enkel voor wat
deze wet aangaat?
02.02
Minister Peter Vanvelthoven: Mijnheer de voorzitter, mevrouw De Block,
de preventieadviseur, gespecialiseerd in psychosociale aspecten, is inderdaad
en uiteraard gebonden door het beroepsgeheim. Dit betekent dat hij niet mag
onthullen wat hem ter kennis wordt gebracht in het licht van de uitoefening van
zijn functie, behalve wanneer de wet hem dit toelaat. De wet laat hem in enkele
gevallen ook daadwerkelijk toe om af te wijken van het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim
mag immers geen obstakel zijn in de uitoefening van zijn opdracht als
preventieadviseur.
De
preventieadviseur is een adviseur van de werkgever, die de werkgever moet
inlichten over gepaste te nemen maatregelen. De werkgever blijft steeds verantwoordelijk
voor het welzijn van de werknemers en beslist uiteindelijk welke maatregelen
daadwerkelijk zullen worden genomen.
Daarom voorziet de welzijnswet er expliciet in dat de overdracht van een rapport een uitzondering vormt op de verplichting van het beroepsgeheim. De preventieadviseur schendt hiermee zijn beroepsgeheim dus niet.
In zijn
rapport kan de adviseur dus elementen doorgeven die voortvloeien uit zijn
onderzoek van de gemotiveerde klacht. Hij moet er niettemin over waken om in
zijn rapport alleen strikt noodzakelijke elementen op te nemen in directe
relatie tot het doel van het rapport. Hij zal dus moeten vermijden om
persoonlijke gegevens van medische aard erin op te nemen.
De
werkgever van zijn kant is niet aan het beroepsgeheim gehouden. De situaties
waarin hij het rapport mag doorsturen aan de betrokken werknemers, zijn
voortaan gelimiteerd, meer bepaald door artikel 32 sexies decies. Bovendien is
de werkgever in elk geval gebonden door een discretieplicht. Als hij zich niet
aan die plicht houdt, begaat hij een fout en kan hij burgerrechtelijk
verantwoordelijk worden gesteld zodra deze fout schade veroorzaakt. Hij moet
dus een zeer grote omzichtigheid aan de dag leggen als hij elementen van het
rapport aan derden wil doorgeven. Ik denk dat dit alles samen de bescherming
voldoende garandeert.
De
prestaties die voor de opdrachten in het kader van de antipestwet moeten worden
geleverd, inclusief de behandeling van gemotiveerde klachten, blijven gedekt
door de forfaitaire bijdrage. Ik verwijs naar artikel 13ter van het KB
betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming. Ik kan u zeggen
dat momenteel geen enkele wijziging inzake de tarifering wordt overwogen.
02.03 Maggie
De Block (VLD): Mijnheer de minister, ik hoop dat er door dit antwoord toch
een beetje meer duidelijkheid op het veld komt. Een rapport is volledig als men
alle elementen erin kan opnemen. Bij de overdracht van een rapport moet men
inderdaad kunnen rekenen op de discretie van degene die het ontvangt. Dat geldt
niet alleen voor de overbrenger, maar ook voor degene die het ontvangt. Het
blijkt daar fout te gaan. De toekomst zal het moeten uitwijzen. Door nu nog
eens de punten op de i te zetten met betrekking tot de discretie en de bewaring
van de persoonlijke gegevens, leert men daarmee misschien toch omgaan. Dat is
inderdaad niet voor iedereen evident.
Wat de
tarifering betreft, nu het takenpakket uitgebreider en meer omschreven is, meen
ik dat men daarover in de toekomst, bij een eventuele evaluatie, toch zou
moeten nadenken. Het zijn toch hooggeschoolde mensen die daar werken. Men moet
er toch over waken dat het geen dode letter wordt door deze mensen onvoldoende
te verlonen voor hun prestaties.
Het incident is gesloten.