CHAMBRE DES REPRESENTANTS

DE BELGIQUE

Questions et réponses écrites

27 - 3 - 2006

BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

Schriftelijke vragen en antwoorden

27 - 3 - 2006

 

 

DO 2005200606672

Question no 1048 de Mme Muriel Gerkens du

22 décembre 2005 (Fr.) au vice-premier ministre et ministre des Finances :

Assujettissement des psychologues à la TVA.

Concernant l’assujettissement des psychologues à la TVA, vous m’avez informé que votre cabinet travaillait à la rédaction d’un projet de loi.

1. Dans quel délai ce projet de loi sera-t-il déposé au parlement?

2. Quel est l’état d’avancement de la concertation avec le secteur ?

 

Réponse du vice-premier ministre et ministre des Finances du 23 mars 2006, à la question no 1048 de Mme Muriel Gerkens du 22 décembre 2005 (Fr.) :

 

Il découle du libellé clair de l’article 13, A, paragraphe 1, c), de la 6e directive que les E tats membres définissent les professions médicales et paramédicales auxquelles l’exonération s’applique. Les conditions d’exonération doivent être de stricte interprétation et être liées à des conditions objectives et aisément applicables.

 

L’article 44, § 1er, 2o, du Code belge de la TVA qui prévoit cette exonération a pour but d’éviter la fourniture de prestations de soins à la personne non reconnue officiellement ainsi que la fourniture de ces prestations par des personnes non qualifiées et de ce fait n’entend exonérer que les prestations qui sont reprises dans la nomenclature des prestations de santé en matière d’assurance obligatoire contre la maladie et l’invalidité.

 

La problématique que l’honorable membre soulève n’a pas seulement trait aux prestations des psychologues mais également à celles des psychothérapeutes puis­qu’il ne saurait être question de porter atteinte au principe de neutralité fiscale pour des prestations identiques. Elle touche pareillement les prestations des ostéopa­thes, homéopathes, chiropracteurs ou acupuncteurs et plus généralement les praticiens de pratiques non conventionnelles dans les domaines de l’art médical, de l’art pharmaceu­tique, de la kinésithérapie, de l’art infirmier et des professions paramédicales.

 

Bien qu’il ne saurait être question d’élargir exces­sivement le cercle des professions paramédi­ca­les bénéficiant d’un régime fiscal favorable et d’inclure des catégories profes­sionnelles dont les membres ne sont pas qualifiés pour effectuer des prestations médicales ou paramédicales, je n’ai pas d’objection de fond quant au fait d’étendre l’exonération prévue par le Code de la TVA aux prestations des psychologues et des psycho­thérapeutes ainsi qu’aux prestations de certains praticiens de pratiques non conventionnelles dans le domaine de l’art médical.

 

 

Toutefois, il s’impose que soient légalement concréti­sées au préalable toutes les conditions d’exercice de ces pratiques et plus particu­lièrement celles relatives à l’enregistrement des praticiens autorisés ainsi que la liste des actes autorisés ou non autorisés et les forma­tions requises; tous ces domaines ne relèvent pas de la compétence de la fiscalité mais doivent servir de référence à une application fiscale.

DO 2005200606672

Vraag nr. 1048 van mevrouw Muriel Gerkens van 22 december 2005 (Fr.) aan de vice-eerste minister en minister van Financiën:

Onderwerping van de psychologen aan de BTW.

Wat de onderwerping van de psychologen aan de BTW betreft, hebt u mij laten weten dat uw kabinet een wetsontwerp voorbereidt.

1. Wanneer wordt dat wetsontwerp bij het Parlement ingediend?

2. Wat is de stand van zaken in het overleg met de sector ?

 

 

Antwoord van de vice-eerste minister en minister van Financiën van 23 maart 2006, op de vraag nr. 1048 van mevrouw Muriel Gerkens van 22 december 2005 (Fr.) :

 

Uit de duidelijke bewoordingen van artikel 13, A, lid 1, c), van de 6e richtlijn volgt dat de lidstaten de medische en paramedische beroepen definiëren waarop de vrijstelling van toepassing is. De voorwaarden van de vrijstelling moeten strikt worden uitgelegd en daarvoor moeten objectieve en eenvoudig toe te passen voorwaarden gelden.

Artikel 44, § 1, 2o, van het Belgisch BTW-Wet­boek waarin deze vrijstelling wordt beoogd, wil voorkomen dat niet officieel erkende diensten van persoonsverzorging worden verstrekt of dat deze diensten worden verricht door niet gekwalificeerd personeel en stelt bijgevolg enkel de diensten vrij die zijn opge­nomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.

 

De problematiek die het geachte lid aan de orde stelt, belangt niet alleen de diensten van psycho­logen aan maar eveneens die van psychothe­ra­peuten. Er mag immers geen afbreuk worden gedaan aan het beginsel van de fiscale neutrali­teit ten aanzien van identieke verrichtingen. Zij hebben eveneens betrekking op de verrichtingen van osteopaten, homeopaten, chiropractici of acupuncturisten of meer algemeen op de beoefe­naars van niet conventionele praktijken op het gebied van de geneeskunde, de farmaceutica, de  kinesitherapie, de verpleegkunde en de parame­dische beroepen.

 

Hoewel er geen sprake kan van zijn om de kring van de para­medische beroepen waarvoor een voordelige belastingre­geling van toepassing is, in grote mate uit te breiden en er beroepen in op te nemen waarvan de beoefenaars niet zijn gekwali­ficeerd om medische of paramedische diensten te verrichten, heb ik in wezen geen bezwaar tegen de uitbreiding van de in het BTW-Wetboek bedoelde vrijstelling voor de diensten van psychologen en psychotherapeuten alsook voor de diensten verricht door bepaalde beoefenaars van niet conventionele praktijken op geneeskun­dig gebied.

 

Niettemin is het aangewezen dat vooraf alle voor­waarden voor de uitoefening van deze praktijken en meer in het bijzonder die met betrekking tot de registratie van de gemachtigde beoefenaars wet­telijk worden vastgelegd, alsook een lijst van de al dan niet toegelaten handelingen en van de vereiste vorming; dit alles behoort niet tot het fiscale domein maar moet wel dienen als uitgangs­punt voor een fiscale toepassing.