COMMISSIE VOOR DE VOLKSGEZONDHEID, HET LEEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE HERNIEUWING

COMMISSION DE LA SANTÉ PUBLIQUE, DE L'ENVIRONNEMENT ET DU RENOUVEAU DE LA SOCIÉTÉ

dinsdag 05-07-2011 Voormiddag

mardi 05-07-2011 Matin

 

12 Vraag van mevrouw Nahima Lanjri aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de psychotherapie" (nr. 5540)

12 Question de Mme Nahima Lanjri à la vicepremière ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la psychothérapie" (n° 5540)

 

12.01 Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, met het dossier van de psychotherapie zijn wij al jaren bezig. Er circuleren tal van denkpistes. Er is de erkenning in het koninklijk besluit nr. 78 van psychotherapeut als volwaardig gezondheidsberoep, na bepaald te hebben welke opleiding erkend zou worden door de Gemeenschappen, of er is enkel erkenning voorbehouden voor de reeds erkende gezondheidszorgberoepen, die dan een bijkomende opleiding en dus een specialisatie zouden moeten volgen.

De basisdiploma’s van de psychotherapie lopen op het terrein namelijk heel sterk uit elkaar en betreffen momenteel zowel masters als bachelors. Nemen wij als voorbeeld de Belgische vereniging voor de gezins- en relatietherapeuten, dan vormen bij de bachelors de maatschappelijk assistenten de grootste groep, terwijl het bij de masters vooral de klinisch psychologen zijn.

Mevrouw de minister, welke piste acht u het meest voor de hand liggend, de piste van de aparte opleiding, erkend door de Gemeenschappen, of de specialisatie voor masters en bachelors?

Ten tweede, gegeven de stilgevallen werkzaamheden van de parlementaire werkgroep uit de vorige legislatuur, wilt u en kunt u dat in lopende zaken uitwerken via een wetsontwerp? Zult u eerst trachten om de klinische psychologie, de orthopedagogie en de seksuologie te erkennen en dan via een ministerieel besluit een beroepstitel toekennen aan de psychotherapeuten, of verwacht u initiatieven van het Parlement?

 

12.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Lanjri, zoals u aangeeft, heeft het dossier aangaande de erkenning en de omkadering van de psychotherapeuten al een lange geschiedenis achter te rug, zonder tot nu toe in concrete wetten te zijn vertaald. Dat bewijst hoe complex en gevoelig die materie wel is.

Een werkgroep van de Kamer werkte in de loop van de vorige legislatuur verschillende voorstellen uit waaraan de beleidscel en de FOD Volksgezondheid hebben kunnen meewerken. Door de val van de regering en de vervroegde verkiezingen kon die werkgroep haar werk echter niet afmaken.

Gelet op de huidige context van lopende zaken zult u begrijpen dat ik mij over zo’n gevoelig onderwerp niet namens de regering kan uitspreken, maar als het Parlement het initiatief wil nemen om het debat te heropenen, dan zal ik uiteraard mijn administratie de opdracht geven om haar kennis ter beschikking te stellen van de bevoegde commissie of ad-hocwerkgroep die het Parlement zou willen oprichten.

 

12.03 Nahima Lanjri (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik begrijp dat u, aangezien wij voorlopig – misschien en hopelijk heel voorlopig – nog in lopende zaken zitten, geen standpunt namens de regering kunt innemen. Wij zullen het bekijken na het reces. Mocht er dan nog geen regering zijn, dan zal ik de voorzitter oproepen om dat debat in de commissie te voeren, aan de hand van de verschillende wetsvoorstellen die daarover door verschillende parlementsleden ingediend werden, onder meer door onze fractie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.