COMMISSIE VOOR DE VOLKSGEZONDHEID, HET LEEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE HERNIEUWING

COMMISSION DE LA SANTÉ PUBLIQUE, DE L'ENVIRONNEMENT ET DU RENOUVEAU DE LA SOCIÉTÉ

woensdag 08-02-2006 Namiddag

mercredi 08-02-2006 Après-midi

 

 

06 Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de therapeuten die zich voordoen als alternatieve genezers of gebedsgenezers" (nr. 9792)

06 Question de Mme Hilde Vautmans au ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les thérapeutes qui se présentent comme guérisseurs parallèles ou guérisseurs par la prière" (n° 9792)

 

06.01 Hilde Vautmans (VLD): Mijnheer de voorzitter, ik zal proberen het goede voorbeeld te geven, alhoewel dit een thema is dat me heel na aan het hart ligt. Ik zetel namens de VLD in de opvolgingscommissie sekten en wij hebben een

heel jaar lang al hoorzittingen gedaan. Daaruit blijkt toch wel een heel specifiek probleem, namelijk de erkenning van het beroep van psychotherapeut.

Uit het recente jaarverslag van het IACSSO, het informatie- en adviescentrum inzake schadelijke sektarische organisaties, blijkt dat er steeds meer mensen zich voordoen als therapeuten, als leraars medicatie, als gebedsgenezers, als alternatieve genezers. Recent is ook in een tv-uitzending heel duidelijk gebleken dat alternatieve genezers aan een opmars bezig zijn. We hebben daarover een debat gevoerd een tijd geleden met Dylan Casaer en de minister van Justitie, waarin wij vroegen naar instrumenten om op te treden. Een van de vragen is toch wel heel duidelijk de wettelijke bescherming van psychotherapeut.

De Kamer heeft recent een heel dikke informatiebundel gemaakt over het wettelijke statuut van de psychotherapeut. Ik denk dat iedereen hem wel heeft kunnen inkijken. Daaruit blijkt heel duidelijk dat in de ons omringende landen dit beroep al heel lang gereglementeerd en beschermd is. Bij ons is dit niet het geval. Er staat wel in vermeld - ook de Hoge Raad voor Gezondheidszorg heeft een advies uitgebracht aan de minister – dat de minister bezig is met een ontwerp om inderdaad de titel van psychothera­peut te beschermen.

Waarom stel ik die vraag, mijnheer de minister? Ik denk gewoon dat het heel belangrijk is dat we die titel beschermen en daar eindelijk een reglementering voor opstellen. Uit ons verslag over sekten dat binnenkort zal neergelegd worden blijkt heel duidelijk dat niet zozeer het fenomeen sekten aan een opmars bezig is, maar wel de schadelijke sektarische praktijken, dat wil zeggen individuele personen die deze praktijken hanteren, en daaronder vallen die zogenaamde gebedsgenezers. We kennen allemaal de fenomenen van duiveluitdrijving, zelfs met de dood tot gevolg. Ik denk dus, mijnheer de minister, dat u hiervan dringend werk zal moeten maken. Ik spreek mij hier niet uit over de richting waarin dit moet gaan, want daarin zijn mijn collega’s veel competenter dan ikzelf. Ik wil er gewoon voor pleiten dat u bij het  uitwerken hiervan toch aandacht heeft voor het fenomeen van de schadelijke sektarische praktijken.

Graag kreeg ik uw visie over dit probleem.

 

06.02 Minister Rudy Demotte: Mevrouw Vautmans, ik ben – zoals iedereen hier, meen ik – bezorgd over de problematiek van de sekten. Ik heb bovendien daarover vorige week gesproken in een parlementaire werkgroep, waar ik uitgenodigd was voor een uiteenzetting over de initiatieven die werden genomen ten gevolge van het rapport van de enquêtecommissie Sekten.

Om uw vraag meer in detail te beantwoorden: ik meen inderdaad dat bepaalde misbruiken gestimuleerd worden door het vage karakter van sommige functies in de geestelijke gezondheidszorg. Daarom werk ik in nauw overleg samen met de voorzitter van de commissie voor Sociale Zaken in de Senaat, mevrouw Annemie Van de Casteele, en met de voorzitter van de commissie voor de Volksgezondheid in de Kamer, de heer Mayeur, aan een voorontwerp van wet inzake de reglementering van de uitoefening van de geestelijke gezondheidsberoepen.

Er wordt momenteel met de betrokken sectoren overleg gepleegd over deze tekst. Er worden nog verschillende contacten voor­zien, zowel met dokters op het terrein als met de medische wereld, die immers ook rechtstreeks bij die problematiek betrokken is.

De voornaamste doelstelling van die tekst is op duidelijke wijze het belangrijke domein van de geestelijke gezondheid en de beroepsuitoefenaars uit de geestelijke gezondheidszorg te waarderen en te erkennen.

In dit stadium voorziet het ontwerp onder bepaalde voorwaarden in de invoering van drie categorieën van beroepen in de geestelijke gezondheidszorg. Ik spreek hier over de medische beroepen, namelijk de klinische biologie, klinische seksuologie, klinische pedagogie en ten slotte de psychotherapie.

Wanneer de tekst klaar is, zal het mogelijk zijn bepaalde beroepstitels voor te behouden aan echte beroepsbeoefenaars. De tekst bepaalt ook dat het verboden zal zijn titels of aansprekingen te gebruiken die voor verwarring kunnen zorgen met echte beroeps­titels. Dat zou het in het bijzonder mogelijk maken het onrechtmatige gebruik van die titels door sekteleden te verbieden. Tevens zal de tekst het mogelijk maken onder bepaalde  voorwaarden bepaalde beroepsorganisaties van psychotherapeuten te erkennen.

De rol van de beroepsorganisaties is zeer belangrijk in dit domein. Teneinde de ernst, de kwaliteit en het voortbestaan van die beroepsorganisaties te verzekeren zal een reeks cumulatieve criteria worden opgelegd. Daardoor wordt het eveneens mogelijk er zeker van te zijn dat de organisaties in kwestie geen sektarische organisaties zouden zijn.

Wanneer de wet aangenomen wordt, kan men misbruiken door sektarische organisaties beperken en verhinderen. Ik hoop dat toch. Tot daar mijn antwoord.

 

06.03 Hilde Vautmans (VLD): Dank u wel voor het goede nieuws, mijnheer de minister. Ik heb wel nog een opmerking. U spreekt in uw antwoord heel vaak over de schadelijke sektarische organisaties. Waarover ik bekommerd ben, zijn de

schadelijke sektarische praktijken. Ik hoop dat men met de nieuwe reglementering van het beroep de individuen die de praktijken uitoefenen en daarvoor niet erkend zijn, strafbaar kan stellen. Samen met minister van Justitie Onkelinx moet er gekeken worden wat daar nog kan worden veranderd. Wij hebben mensen uit Frankrijk gehoord in onze commissie. Daaruit blijkt toch duidelijk dat zij een stap voor zijn op ons land. Ik heb goede hoop dat dit er snel zal komen en dat dit kan worden aangepakt.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

 

--- --- ---



22 Question de Mme Muriel Gerkens au ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la reconnaissance des psychothérapeutes" (n° 10040)

22 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de erkenning van de psychotherapeuten" (nr. 10040)

 

De voorzitter: Dit onderwerp is al aan de orde geweest vanmiddag. De vragen moesten eigenlijk worden samengevoegd, maar dat is niet gebeurd. C’est notre responsabilité, monsieur le ministre.

 

22.01 Muriel Gerkens (ECOLO): Monsieur le ministre, à l'automne 2004, nous avons commencé à examiner plusieurs propositions de loi concernant la reconnaissance de différentes thérapies et thérapeutes. A ce moment-là, vous nous avez annoncé un nouveau projet de loi en préparation, sur la base de consultations avec les acteurs de terrain. Où en est le processus de consultation, de recherche de consensus dans les analyses et positions entre francophones et néerlandophones, qui n'étaient pas unanimes sur le sujet? J'ai également lu dans le "Journal du Médecin" et j'ai reçu des échos que les associations de médecins, notamment généralistes, considèrent que le présent projet de loi va écarter définitivement les médecins généralistes de l'exercice de la psychothérapie et de la formation de psychothérapeutes.

Un avant-projet existe-t-il? Rien n'est communiqué dans ce sens sur votre site internet. Le cas échéant, pourrions-nous l'avoir à disposition?

 

22.02 Rudy Demotte, ministre: Monsieur le président, ma réponse sera courte et claire. Je travaille actuellement à la rédaction d'un avantprojet de loi, relatif à l'exercice des professions de thérapies comportementales. Ceci, en collaboration avec le président de la commission de la Santé de la Chambre, M. Mayeur, et la présidente de la commission des Affaires sociales et de la Santé du Sénat, Mme Van de Casteele. J'assure donc un suivi de ces questions depuis longtemps. Je dois encore rencontrer prochainement plusieurs associations de psychologues et psychothérapeutes. En outre, mes services ont également prévu des rencontres avec les représentants des médecins, afin de réunir tout le monde autour de la table. Des réunions ont déjà eu lieu et il y en aura encore. A un moment donné, nous avions des problèmes de type communautaire. Je ne parle pas ici de difficultés entre la Communauté flamande et la Communauté française mais bien de différences qui existent dans les approches par métier: les médecins, les psychologues, etc. Ces différences ne portaient plus non plus sur les disciplines  llesmêmes, par exemple sur les thérapeutes cognitocomportementalistes versus les Gestaltiens, etc. Aujourd'hui, nous sommes donc parvenus à éviter un certain nombre de débats qui avaient lieu au tout début de la procédure. Nous arrivons tout doucement en fin de travail. Je ne vais pas vous dire ce qu'il  este effectivement dans les termes de l'accord. C'est précisément ce qui fait l'objet des dernières consultations. En conclusion, nous sommes actuellement plus proches qu'il y a quelques mois d'une solution pouvant, non pas faire l'unanimité car dans ce domaine vous n'en ferez jamais, mais au moins éviter un certain nombre de débats. Je commente le petit texte que je viens de lire par une dernière phrase. Ce qui me paraît important, c'est de garantir la sécurité à ceux qui, de manière honorable,  exercent ce métier, et d'en écarter le plus rapidement possible un certain nombre de personnes qui le pratiquent avec un danger réel pour ceux auxquels ils prétendent le destiner et qui sont des charlatans; il n'y a pas d'autre mot à utiliser à leur endroit. Il faut expurger les corps de métier qui font très honorablement ce boulot de psychothérapeute d'un certain nombre de praticiens. Ai-je une démarche purement médicalisée? Vous aurez compris que non et c'est là que le champ d'intersection se construit actuelle­ment.

 

22.03 Muriel Gerkens (ECOLO): Dans le processus en cours, vous me dites que vous allez aussi  rencontrer les médecins pour éclaircir avec eux ce projet-là, et qu'en attendant, on ne peut pas voir un avant-projet.

 

22.04 Rudy Demotte, ministre: Si on met le projet sur la table avant qu'on ait rencontré les acteurs, il n'aboutira jamais.

 

Le président: Le problème n'est pas nouveau, il y a déjà longtemps qu'on en discute.

 

22.05 Muriel Gerkens (ECOLO): Je voyais des réactions à des textes, par des gens qui apparemment n'avaient pas été consultés. Je pensais que peut-être un texte circulait. Il y en a qui circulent effectivement puisqu'il y a des consultations.

 

22.06 Rudy Demotte, ministre: Connaissez-vous ces romans actuels où chacun écrit son morceau du roman? Le problème est que si chacun écrit sans ordre dans la démarche, vous n'avez plus envie de lire ce roman, parce qu'il est très décousu. Je veux garder de la cohérence et que chacun se retrouve dans cette cohérence. C'est l'exercice d'alchimie que mes prédécesseurs n'ont pas réussi; j'ai encore un tout petit peu de cheveux sur la tête, donc je vais essayer d'arriver à une solution.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

 

 

KlinPsy-dossier Statuut