Commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de
maatschappelijke Hernieuwing
van
dinsdag 19 februari 2002 15:30 uur
02 Vraag van de heer José
Vande Walle aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en
Leefmilieu over "klachten ten aanzien van psychologen en therapeuten"
(nr. 6418)
02 Question de M. José Vande Walle à la
ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de
l'Environnement sur "les plaintes déposées contre des psychologues et des
thérapeutes" (n° 6418)
02.01 José
Vande Walle (CD&V): Mevrouw de voorzitter, uit recente cijfers van het Nationaal
Instituut voor de Statistiek, blijkt dat 31% van de Belgen, ouder dan 15,
aangeeft met psychische problemen te kampen. We zouden dus moeten aannemen dat
het niet goed gaat met de mentale gezondheid van de Belgen. Steeds meer mensen
kloppen aan bij een centrum voor geestelijke gezondheidszorg, bij een
psychiater, psycholoog of psychotherapeut. De behandeling van psychische
problemen verschilt uiteraard niet alleen van patiënt tot patiënt, maar ook van
therapeut tot therapeut. Het is niet verwonderlijk, aangezien noch de
geneeskunde, noch de psychologie exacte wetenschappen kunnen worden genoemd. Wanneer
er iets misloopt tijdens de behandeling bij een arts, dan kan de patiënt zulks
aanklagen bij de Orde der Geneesheren. Met de wet op de patiëntenrechten,
waarop wij als fractie reeds geruime tijd zitten te wachten, zullen de
klachtmogelijkheden nog worden uitgebreid.
Wij vragen ons af
wat een patiënt, of diens familie, kan doen wanneer een psycholoog of therapeut
zijn boekje te buiten gaat. De jongste jaren is er, vooral in Nederland, heel
wat te doen rond de therapie "hervonden of verborgen herinneringen",
waarbij therapeuten bij patiënten fictieve herinneringen, inzake bijvoorbeeld
incest, opwekken. Het Nederlands Openbaar Ministerie kondigde eerder aan dat
het in zijn vervolgingsbeleid, aangaande seksueel misbruik, in bepaalde
gevallen een expertisegroep inschakelt, die zich buigt over de
geloofwaardigheid van de aangiften vooraleer door de officier van justitie de
beslissing wordt genomen om de beschuldigde aan te houden of te vervolgen. Een
week geleden heeft een rechter uit Arnhem een klacht van een vrouw tegen haar
ouders afgewezen. De ouders hebben zelf klacht ingediend tegen de therapeut van
hun dochter, wegens het "knoeien met hervonden herinneringen". Men
wacht de uitspraak in deze met spanning af.
Ook in België
voelen verschillende families zich het slachtoffer van therapeuten, die de
zogeheten hervonden herinneringen als therapie toepassen. De families en ouders
weten natuurlijk niet waarheen met dit probleem. Er bestaan in België
deontologische commissies binnen de beroepsverenigingen van psychologen, maar
in de praktijk is hun bevoegdheid zeer beperkt. De psycholoog die wordt
aangeklaagd kan niet eens worden verplicht om te verschijnen.
Mevrouw de
minister, welke mogelijkheden heeft een patiënt, of diens familie, vandaag om
de handelwijze van een psycholoog of een therapeut aan te klagen?
Hoever staat u
met uw project inzake de regulering van de psychosociale beroepen in de
gezondheidssector?
Zult u de
psychologen en psychotherapeuten onderwerpen aan een vorm van deontologisch
toezicht?
Welke maatregelen
zult u nemen om patiënten te beschermen ten aanzien van psychologen en
therapeuten die gebruik maken van twijfelachtige therapieën?
02.02 Minister
Magda Aelvoet: U hebt het volledig bij het rechte eind als u zegt dat er op
dit moment een tekort is aan wettelijke regelingen inzake een aantal beroepen
op het terrein van psychologie, psychotherapie en dergelijke meer. Daar is
serieus aan gewerkt. Het ontwerp op de klinische psychologen bijvoorbeeld is
begin november 2001 door de Ministerraad aanvaard en ligt op dit ogenblik bij
de Raad van State. We zijn ook al zeer ver opgeschoten met het opstellen van
een wettelijke regeling voor orthopedagogen en seksuologen.
De
onderhandelingen met de psychotherapeuten zijn nog aan de gang en stevenen niet
direct af op een besluit, omdat er daar zeer veel groepen in bestaan, die er
soms uiteenlopende visies op nahouden. Vanuit bepaalde hoeken wordt er nu al
kritiek geuit op het ontwerp op klinisch psychologen, omdat men van oordeel is
dat men eerst de psychotherapeuten zou moeten hebben geregeld. Bovendien zijn
een aantal strekkingen onder deze groep van oordeel dat die zaak beter niet
geregeld wordt met het koninklijk besluit 78.
Ook worden aan
Franstalige en Nederlandstalige kant verschillende accenten gelegd. De
klinische psychologie is dus wel afgerond. Wat seksuologen en orthopedagogen
betreft, zal men vrij snel klaar zijn. De werkzaamheden rond psychotherapeuten
dreigen nog meer tijd te vragen.
Ik heb in dit
dossier er altijd voor gekozen om niet alles aan alles te linken omdat men dan
niets gedaan krijgt. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het dossier rond tandartsen,
waar de problematiek van de orthodontie bestond, naast die van de
parodontologie. Op het moment dat we de orthodontie aan het goedkeuren waren, werd
er beweerd dat het schandalig was dat de parodontologie aan de kant werden
geschoven. Ondertussen is ook de zaak van de parodontologie geregeld. Dat is
dus de aanpak die ik verkies.
Van zodra het is
geïntegreerd in het koninklijk besluit 78, kan men werken met de officiële
organen die dan een bepaalde controlerol kunnen uitoefenen. Voordien speelde
zich dat af binnen het kader van bestaande verenigingen die dan een eigen
commissie oprichtten, maar dat heeft geen algemene geldingskracht en slaat
alleen maar op de eigen leden. Dat is geen deugdelijke werkwijze.
Wat de klinische
psychologie betreft kunt u de tekst reeds inzien op de website van de federale
regering, met name http://www.fgov.be. Onder de rubriek
projecten kunt u de tekst terugvinden en zult u alle details hierover vernemen.
Ook in deze
wetsontwerpen is er geen deontologisch orgaan voorzien. Er zijn wel een aantal
parlementsleden van deze commissie, mevrouw Descheemaeker, mevrouw Gilkinet en
de heer Wauters, die een wetsvoorstel bij de Kamer hebben ingediend met de
bedoeling om een multidisciplinaire hoge raad voor ethiek en deontologie op te
richten voor alle gezondheidsberoepen, die gereglementeerd zijn in het
koninklijk besluit 78. Dat is een van de wetsvoorstellen die verder kunnen
worden behandeld.
Het voorontwerp
van wet op de klinische psychologie en de teksten over de andere psychosociale
gezondheidsberoepen bepalen het activiteitenveld van deze beroepsbeoefenaars en
geven heel duidelijk aan welke handelingen zij mogen stellen. Deze mogen alleen
worden verricht door de beroepsbeoefenaar die erkend zijn voor het dragen van
die titel. Ik vind het van zeer groot belang dat die zaak wettelijk wordt
geregeld en dat zal dus ook op korte termijn kunnen gebeuren voor de ene sector
na de andere. Wat de wet op de patiëntenrechten betreft, heb ik ondertussen het
advies van de Raad van State gekregen en werden op basis van de opmerkingen van
de Raad van State de nodige aanpassingen aangebracht. Dit wetsontwerp wordt nog
deze week in de Kamer ingediend.
02.03 José
Vande Walle (CD&V): Mevrouw de minister, ik verheug mij over het feit dat u in
al die dossiers belangrijke stappen probeert te zetten, maar ik denk toch dat het
essentieel zal zijn om naar erkennings- en registratiesystemen te gaan die zeer
sluitend zijn. De geruchten die ik opvang van patiënten en ouders van patiënten
die bij psychotherapeuten gaan, zijn erg schrijnend. De wetgever moet proberen
om zulke zaken te vermijden.
Het incident
is gesloten.
Bron:
http://www1.dekamer.be/commissions/cri/50/3/html/ic666.htm