|
|
Fertiliteitscentra De wetgeving - 6
JULI 2007. - Wet betreffende de medisch begeleide voortplanting en de
bestemming van de overtallige embryo's en de gameten (BS 17-07-2007) Een paar artikels uit de wet: - "Art. 5. De
fertiliteitscentra zorgen voor grote transparantie van hun opties in verband
met de toegankelijkheid van de behandeling; ze kunnen ten aanzien van de tot
hen gerichte verzoeken een beroep doen op de gewetensclausule. - "Art. 6. Als het geraadpleegde
fertiliteitscentrum besluit in te gaan op het verzoek om medisch begeleide
voortplanting, gaat het in de gevallen waarin zulks aangewezen is vóór de
ondertekening van de in artikel 7 bedoelde overeenkomst na of de oorzaken van
de steriliteit, de onvruchtbaarheid of de subfertiliteit bij de verzoekster
of bij de verzoekers werden vastgesteld en behandeld overeenkomstig de stand
van de wetenschap en de gebruiken van het beroep. - "Art. 12. Indien het geraadpleegde
fertiliteitscentrum beslist gevolg te geven aan het verzoek tot medisch
begeleide voortplanting door middel van inplanting van embryo's in vitro,
moet het verplicht en vóór de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 13
van deze wet wordt ondertekend: - "Art. 41.
Indien het geraadpleegde fertiliteitscentrum beslist gevolg te geven aan het
verzoek tot medisch begeleide voortplanting door middel van kunstmatige
inseminatie, moet het verplicht en vóór de overeenkomst bedoeld in de
artikelen 7 en 42 van deze wet wordt ondertekend: Achtergrondinformatie betreffende het begrip 'gewetensclausule' We citeren hier enkele passages uit de gelinkte teksten. Het is duidelijk dat het voor collega's die in fertiliteitscentra werken nuttig kan zijn de volledige teksten door te nemen. - In de artikelsgewijze bespreking bij de
indiening van het "Wetsvoorstel
betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de
boventallige embryo's en de gameten" lezen we in verband met artikel
6 (nu artikel 5): "Artikel 6 In zijn advies nr. 27 van 8 maart 2004 (blz. 42)
verklaart het Raadgevend comité voor bio-ethiek eensgezind dat de
fertiliteitscentra het recht hebben om hun medewerking te weigeren
« indien ze de situatie als te problematisch beschouwen. Men oordeelt
dat de medische teams de vrijheid hebben om te beslissen om bepaalde personen
niet te behandelen wanneer ze het risico voor het kind om in de toekomst
geconfronteerd te worden met ernstige hindernissen als te hoog
inschatten ». De gewetensclausule die dit artikel bevat,
beantwoordt aan dit principe. De weigering moet evenwel worden geformuleerd zodra het verzoek
naar behoren is onderzocht en moet onverwijld aan de wensouders worden
meegedeeld. Overeenkomstig de bepalingen van de wet van 22 augustus 2002
betreffende de rechten van de patiënt moet de weigering aan de betrokken
personen worden uitgelegd, zowel wanneer ze gebaseerd is op medische redenen
als wanneer het fertiliteitscentrum een beroep doet op de gewetensclausule
zonder daarvoor die beslissing te moeten motiveren. Als de partijen daarom vragen, moet het centrum hen het adres geven van een ander centrum dat aan hun verwachtingen kan voldoen." - In het Advies
nr 27 van het Raadgevend Comité voor bio-ethiek over de donatie van gameten
staat er bovenaan pagina 41 inderdaad: - In het verslag van de
bespreking van het wetsvoorstel binnen de Commissie Volksgezondheid is
dan ook te lezen hoe de minister heel wat voorstellen voor restrictievere
amendementen afwijst met het argument dat men kan beroep doen op de
gewetensclausule. We citeren een passage op pagina 28. Terug naar Leden-Pagina |
|