Fertiliteitscentra

 

 

 

De wetgeving

 

- 6 JULI 2007. - Wet betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo's en de gameten (BS 17-07-2007)

 

Een paar artikels uit de wet:

- "Art. 5. De fertiliteitscentra zorgen voor grote transparantie van hun opties in verband met de toegankelijkheid van de behandeling; ze kunnen ten aanzien van de tot hen gerichte verzoeken een beroep doen op de gewetensclausule.
De fertiliteitscentra brengen de verzoeker(s) binnen een maand na de beslissing van de geraadpleegde arts op de hoogte van hun weigering om in te gaan op het verzoek.
Deze weigering gebeurt schriftelijk en bevat verplicht:
1° hetzij de medische redenen voor de weigering;
2° hetzij een verwijzing naar de
gewetensclausule waarvan sprake is in het eerste lid van dit artikel;
3° wanneer de verzoeker of de verzoekers dat wensen, het adres van een ander fertiliteitscentrum waartoe zij zich kunnen wenden."

- "Art. 6. Als het geraadpleegde fertiliteitscentrum besluit in te gaan op het verzoek om medisch begeleide voortplanting, gaat het in de gevallen waarin zulks aangewezen is vóór de ondertekening van de in artikel 7 bedoelde overeenkomst na of de oorzaken van de steriliteit, de onvruchtbaarheid of de subfertiliteit bij de verzoekster of bij de verzoekers werden vastgesteld en behandeld overeenkomstig de stand van de wetenschap en de gebruiken van het beroep.
Nadat deze controle is uitgevoerd, moet het fertiliteitscentrum eveneens verplicht:
1° de betrokken partijen eerlijke informatie verstrekken over de medisch begeleide voortplanting;
2° de betrokken partijen
psychologische begeleiding bieden voor en tijdens het medisch begeleide voortplantingsproces."

- "Art. 12. Indien het geraadpleegde fertiliteitscentrum beslist gevolg te geven aan het verzoek tot medisch begeleide voortplanting door middel van inplanting van embryo's in vitro, moet het verplicht en vóór de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 13 van deze wet wordt ondertekend:
1° de verplichting inzake algemene informatie en
psychologische begeleiding in acht nemen die artikel 6 van deze wet oplegt;
2° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de omstandigheden en de duur van de bewaring van hun overtallige embryo's, als bepaald in de artikelen 17 en 18 van deze wet;
3° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de mogelijke bestemming van de overtallige embryo's bij het verstrijken van vermelde termijn.
Indien het gaat om een nieuw inplanting van overtallige embryo's die op verzoek van twee wensouders door invriezing werden bewaard met het oog op de latere invulling van een kinderwens, zorgt het geraadpleegde fertiliteitscentrum vóór enige geneeskundige handeling plaatsvindt, voor de werkelijke instemming van beiden met die nieuwe inplanting"

- "Art. 41. Indien het geraadpleegde fertiliteitscentrum beslist gevolg te geven aan het verzoek tot medisch begeleide voortplanting door middel van kunstmatige inseminatie, moet het verplicht en vóór de overeenkomst bedoeld in de artikelen 7 en 42 van deze wet wordt ondertekend:
1° de algemene verplichting inzake informatie en
psychologische begeleiding in acht nemen die door artikel 6 van deze wet wordt opgelegd;
2° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de afname van gameten, de omstandigheden en de duur van de bewaring van hun overtallige gameten, als bepaald in de artikelen 46 en 47 van deze wet;
3° de wensouder(s) eerlijke informatie verstrekken over de mogelijke bestemming van de overtallige gameten bij het verstrijken van vermelde termijn.
Indien het gaat om een nieuwe inseminatie van gameten die op verzoek van de twee wensouders door invriezing werden bewaard met het oog op de latere invulling van een kinderwens, vergewist het geraadpleegde fertiliteitscentrum zich van de instemming van beiden met die nieuwe inseminatie voordat enige geneeskundige handeling plaatsvindt".

 

 

Achtergrondinformatie betreffende het begrip 'gewetensclausule'

 

We citeren hier enkele passages uit de gelinkte teksten. Het is duidelijk dat het voor collega's die in fertiliteitscentra werken nuttig kan zijn de volledige teksten door te nemen.

 

- In de artikelsgewijze bespreking bij de indiening van het "Wetsvoorstel betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de boventallige embryo's en de gameten" lezen we in verband met artikel 6 (nu artikel 5):

"Artikel 6

In zijn advies nr. 27 van 8 maart 2004 (blz. 42) verklaart het Raadgevend comité voor bio-ethiek eensgezind dat de fertiliteitscentra het recht hebben om hun medewerking te weigeren « indien ze de situatie als te problematisch beschouwen. Men oordeelt dat de medische teams de vrijheid hebben om te beslissen om bepaalde personen niet te behandelen wanneer ze het risico voor het kind om in de toekomst geconfronteerd te worden met ernstige hindernissen als te hoog inschatten ».

De gewetensclausule die dit artikel bevat, beantwoordt aan dit principe.

De weigering moet evenwel worden geformuleerd zodra het verzoek naar behoren is onderzocht en moet onverwijld aan de wensouders worden meegedeeld. Overeenkomstig de bepalingen van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt moet de weigering aan de betrokken personen worden uitgelegd, zowel wanneer ze gebaseerd is op medische redenen als wanneer het fertiliteitscentrum een beroep doet op de gewetensclausule zonder daarvoor die beslissing te moeten motiveren.

Als de partijen daarom vragen, moet het centrum hen het adres geven van een ander centrum dat aan hun verwachtingen kan voldoen."

 

- In het Advies nr 27 van het Raadgevend Comité voor bio-ethiek over de donatie van gameten staat er bovenaan pagina 41 inderdaad:
"De drie groepen erkennen de beslissing van de fertiliteitscentra om hun medewerking te weigeren indien ze de situatie als te problematisch beschouwen. Men oordeelt dat de medische teams de vrijheid hebben om te beslissen om bepaalde personen (voor gametendonatie of een andere indicatie voor medisch geassisteerde voortplanting) niet te behandelen wanneer ze het risico voor het kind om in de toekomst geconfronteerd te worden met ernstige hindernissen als te hoog inschatten."

 

- In het verslag van de bespreking van het wetsvoorstel binnen de Commissie Volksgezondheid is dan ook te lezen hoe de minister heel wat voorstellen voor restrictievere amendementen afwijst met het argument dat men kan beroep doen op de gewetensclausule. We citeren een passage op pagina 28.
"De minister is het niet eens met het amendement nr. 1 van de heer Bultinck. Het doel van het wetsontwerp is niet de MBV enkel te beperken tot hetero- sexuele koppels. Er is een evolutie in de samenleving die wordt aangenomen en waardoor onder meer homo – sexuele koppels kinderen kunnen adopteren, deze tekst moet volgens de minister geen reeds bestaande regelingen wijzigen. Met betrekking tot het concept van een stabiele, affectieve relatie van ten minste twee jaar, dat ook wordt opgenomen in de Franse wet is de minister van oordeel dat dit concept discriminatoir is omdat het subjectief is en het geen juridische zekerheid verzekert. De artsen hebben trouwens ook niet de mogelijkheid om na te gaan of deze voorwaarden effectief zijn vervuld. Het ontwerp voorziet trouwens in de
gewetensclausule die het de artsen mogelijk maakt om eventueel niet in te gaan op verzoek tot MBV dat tot hen is gericht. "

 

 

 

 

 

Terug naar Leden-Pagina